De Boodschap aan de Kleine Zielen: De Allerheiligste Drievuldigheid

DE ALLERHEILIGSTE DRIEVULDIGHEID

Het atheïsme kent een grote toename en richt zware schade aan op het einde van deze eeuw, waarin de mens, in de roes van de wetenschap en de ongekende vooruitgang van de technologie denkt dat hij het wel zonder God kan. Deze denkwijze is, doordacht of niet, gemakkelijk voor hen die alleen van zichzelf afhankelijk willen zijn.

Maar kan een rechtschapen geest twijfelen aan het bestaan van God?

Openbaart Hij zich niet aan elke verstandige geest die zonder vooroordelen kijkt naar het schouwspel dat de natuur ons biedt? “Van de schepping der wereld af wordt zijn onzichtbaar wezen door de rede in zijn werken aanschouwd, zijn eeuwige macht namelijk en zijn Godheid,” schrijft St. Paulus in zijn brief aan de Romeinen (Rom. 1,20) en hij zegt dat mensen die het bestaan van God ontkennen ‘niet te verontschuldigen’ zijn.

De wonderlijke complexiteit van het universum in haar onmetelijke uitgestrektheid doet ons versteld staan. Alleen een almachtige Intelligentie kon dit alles organiseren en maken tot een harmonieus geheel. Neem nu bijvoorbeeld de buitengewoon ingewikkelde wetten die het atoom regeren. Kan men te goeder trouw beweren dat zij louter toevallig zijn ontstaan? De blinde materie zou uit zichzelf nooit zulke wetten kunnen ontwikkelen.

Hoe onaangenaam het ook klinkt in de oren van mensen die onafhankelijk willen zijn, deze waarheid erkennen heeft ook gevolgen op moreel vlak. En daar wringt het schoentje!

We zouden dan ook zelfs de meest overtuigde atheïst de volgende vriendelijke raad in de oren willen fluisteren: “Laat uw geweten ernaar verlangen dat God bestaat en gij zult er nooit meer aan twijfelen.”

Deze waarheid is toegankelijk voor de menselijke rede, die soms niet verder kan reiken. Gelukkig komt het geloof ons te hulp met een superieur, bovennatuurlijk licht. Het leert ons dat God in de wereld ingrijpt en zich laat kennen door de openbaring van het onuitsprekelijke mysterie van de Drieëenheid door Onze Heer Jezus Christus.

Merk op dat de Drieëenheid, fundamenteel kenmerk van het christendom, de structuur vormt van ons Credo.

De Boodschap van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen kon in geen geval de Drieëenheid negeren en moest er wel over spreken.

Wij citeren twee passages die worden toegeschreven aan het Woord dat Mens geworden is. Zijn Hart, dat tegelijkertijd goddelijk en menselijk is, bundelt de brandende stralen van de Drievuldige liefde ten gunste van de mensen. “Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken?” (Rom. 8,32) Wat ons het meest treft is de goddelijke aanwezigheid in ons, de onuitputtelijke en vruchtbare bron van ons leven met God, vruchtbeginsel voor ons eeuwig leven.

“De Heilige Drievuldigheid heeft in u haar intrek genomen. Wees opmerkzaam voor deze Tegenwoordigheid, lief kind.” 11.11.65.
“De Heilige Drievuldigheid straalt haar werking enkel uit in zuivere harten. Als de gave van uzelf aan de Liefde niet volledig is, zal ze noodzakelijkerwijze onvolmaakt zijn… De Heilige Drievuldigheid, in u, BEMINT, HANDELT en STORT ZICH UIT.” 21.5.67.


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 15.


Boodschappen van de Barmhartige Liefde

BOODSCHAPPEN van de BARMHARTIGE LIEFDE

De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen is een dialoog tussen Jezus, onze Verlosser en Marguerite, een eenvoudige moeder.

Deze Boodschap heeft een grote invloed doordat zij reeds in 21 talen vertaald werd en in 91 landen verspreid. Zij kent een groot succes, omdat zij een zuivere weerklank is van de H. Schrift.

“Deze handleiding voor het geestelijke leven is in het bereik van ieder verstand en Ik ben erop gesteld alle kleine zielen te treffen. Want Ik verwacht veel van hun edelmoedigheid. “ (Boodschap 24.6.67) 
“Ik ben u geen nieuwigheden komen leren. Wie hoopt in deze Boodschap ‘openbaringen’ te vinden zal ontgoocheld zijn. Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de liefde: ziedaar wat Ik u opleg.” (Boodschap 12.2.67) 

In 1971 verscheen de Boodschap met het Nihil Obstat en het Imprimatur van de Bisschop van Luik (België). Zij is de bron van de ‘gedachten van Jezus’ die in dit werk aan bod komen en die vroeger reeds gepubliceerd werden als een reeks artikelen in het maandelijkse tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen.

Toen de Voorzitter van het Internationaal Centrum van het Legioen Kleine Zielen de auteur, R. Jaouen, vroeg om zijn artikelen uit te brengen, heeft deze geprobeerd de gedachten van Jezus te rangschikken volgens thema om zo de lezer een idee te geven van wat het geestelijk leven kan inhouden.

Het Geestelijk Kindschap

Een Geestelijke Levensweg

Een Liefdezending

De allerheiligste Drievuldigheid

De Hemelse Vader

Het Heilig Hart van Jezus

De Barmhartigheid van God

De Tederheid van God

De Schepping

De Verlossing

Het Lijdensverhaal

De heilige Wonden van Jezus

De Heilige Kerk

Maria Middelares

De Hemel


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 3.

 

De Boodschap aan de Kleine Zielen: Een liefdezending

EEN LIEFDEZENDING

De roeping van de christen is subliem. Ieder mens mag van zichzelf zeggen dat God in alle eeuwigheid aan hem persoonlijk gedacht heeft.

St. Paulus zegt: “Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. In Hem heeft Hij ons uitverkoren, voor de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade. Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde” (Ef. 1,3-6).

Deze tekst laat zien hoe hoog God ons acht, ons, die Hij door zijn genade tot Zijn kinderen wilde maken.

Maar naast deze algemene roeping, die voor alle gedoopten geldt, heeft ieder van ons nog een speciale roeping te vervullen binnen het mystieke Lichaam, een persoonlijke taak die hem onvervangbaar maakt en waarbij niemand anders zijn plaats kan innemen.

Marguerite is zich in de ’Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen’ volledig bewust van de rol die haar is toegewezen als persoonlijke roeping. Zij verlangt ernaar iets groots voor de Heer te verwezenlijken en opent zich in alle eenvoud voor Hem. Het antwoord van de Heer laat niet op zich wachten:
“Uw kleinheid is het grootste dat ge zult doen. Daarin ligt uw roeping. Daarvoor zijt ge tot het genadeleven geboren.” 10.12.66.

Roeping doet ons denken aan een opdracht die vervuld moet worden. Een opdracht waarvan het belang en de omvang sterk kunnen verschillen van persoon tot persoon. Dit is het geval bij Marguerite, dunkt ons. Wij leiden het af uit de lezing van haar teksten, met het voorzichtige en respectvolle voorbehoud, geformuleerd in de bemerking toegevoegd aan het imprimatur van de Boodschap.

1. De opdracht van Marguerite

1.1. Wij kunnen deze niet anders omschrijven dan ‘liefdeopdracht’.
Ziehier in welke termen de Boodschap erover spreekt:

1.1.1. De Heer beminnen en doen beminnen
”… gij hebt als roeping Mij lief te hebben, Mij te dienen en Mij te doen beminnen. ” 18.11.66.
“Iedereen hier op aarde heeft een opdracht te vervullen. De uwe is ervoor te zorgen, dat Ik beter gekend ben en meer bemind word. Gij moet de mensen herinneren met welke liefde Ik hen bemin.” 2.7.67.

1.1.2. In Zijn Naam spreken
”Uw zending, kind, is te spreken in mijn Naam.” 29.7.70.

De profeet Joël verkondigde dat het Messiaanse tijdperk gekenmerkt zou worden door een universele uitstorting van de H. Geest: ”Ik zal mijn Geest uitstorten over alle mensen, uw zonen en dochters zullen profeteren, uw grijsaards dromen zien, uw jonge mannen visioenen krijgen. Zelfs over de slaven en slavinnen start Ik mijn geest uit in die dagen. ” Joël, 3, 1-2

De H. Petrus citeert deze passage om te verwittigen dat het charisma van de profetie niet langer uitzonderlijk zal zijn, hoewel het altijd onderworpen moet blijven aan de controle van de Kerk. Dit vraagt Paulus ook: “Omnia probate” (“Beproeft alle dingen”).

1.1.3. De Weg van de liefde bewandelen en hem wijzen aan zoveel zielen die hem niet kennen of niet willen kennen.
“Kind, uw zending is afgelijnd. Het is de weg van de liefde en van de overgave.” 5.5.71.

1.1.4. Kortom, een zending waarop de Heer haar reeds lang van tevoren had voorbereid.
“Kind, heel de tijd die ge ver van Mij hebt doorgebracht, bereidde Ik u reeds voor op de liefdeopdracht die Ik u voorbehield.” 5.9.67.

1.2. Belang van deze zending

1.2.1. In tegenstelling tot de kleinheid van de boodschapster.
Marg.: “Heer, ik ben zo klein, en deze zending die Gij me toevertrouwt is zo groot. ” ”Gij zijt inderdaad klein. Maar Ik ben groot. En wat kan uw kleinheid verenigd met mijn grootheid niet verwezenlijken?” 6.5.70.

1.2.2. Belang van deze zending.
“Maar gij, kind, die Ik voor een belangrijke opdracht heb uitverkoren…” 29.5.67.
“Wees een bron van troost voor allen en beschouw uw opdracht als van het grootste belang.” 23.5.75.

Zo belangrijk zelfs, dat Marguerite ervoor terugschrikt. Maar toch krijgt zij een speciale bescherming van haar goddelijke gesprekspartner. Eerst van Onze Lieve Vrouw:
“OLV: Ik zal uw zending op aarde beschermen.” 19.2.67.
En vervolgens van Jezus zelf:
”… kind… twijfel nooit aan mijn bescherming en aan mijn liefde.” 29.5.67.

1.3. De opdracht van Marguerite wordt gerealiseerd door de stichting van het Werk van de Kleine Zielen.

”De stichting van de Geestelijke Orde van de Kleine Zielen is uw taak. Zet maar flink door, met de volle instemming van uw bisschop.” 12.8.74.
”Dit Werk is een werk van de Kerk en het moet dat zijn.” 28.10.74.
“De uitstraling van het Werk, die steeds krachtiger wordt en tot het uiteinde van de wereld reikt, zal uw vooruitzichten ver overtreffen.” 6.12.74.
“Het Legioen is thans op een keerpunt gekomen en het gaat een nieuwe snelle opgang kennen door de verenigde kracht van onze Heilige Harten, aan wie het werd toegewijd.” 25.8.74.

1.4. Wat de Heer verwacht van Marguerite.

1.4.1. Haar zending beleven.
“Wat in uw bestaan telt, kleine ziel, is het beleven van uw zending in evangelische geest en in totale overgave aan mijn wil.” 9.6.71.

1.4.2. Zich nog meer moeite getroosten voor deze zending.
“Mijn kind was meer mededeelzaam, dat is waar, maar ze heeft ook meer geleden en Mij elke dag haar ellende en haar verdriet opgedragen. En mijn hart dringt er vol tederheid bij haar op aan, zich nog meer moeite te geven voor haar liefdezending.” 24.6.70.

1.4.3. Haar opdracht volbrengen met liefde en vastberadenheid.
“En gij, kind, op wie Ik mijn stempel heb gedrukt, voer uw opdracht uit met liefde en vastberadenheid. Straal mijn liefde uit tot aan het uiteinde van de wereld.” 6.12.74.

Door haar trouw aan haar roeping doet zij de flatterende naam die de Heer haar geeft alle eer aan:
“In mijn wijsheid heb Ik u met een ruime maat liefde bedacht, omdat ge mijn kleine missionaris van de liefde zijt.” 20.4.70.

2. De opdracht van de Kleine Zielen

Hun opdracht zal, relatief gezien, analoog moeten zijn aan die van hun voorgangster:

2.1. Een precieze zending
”Ik heb met tederheid naar u gekeken. Ieder van u heb Ik bij zijn naam genoemd. Zo heb Ik u als apostelen van de nieuwe tijd een precieze zending toevertrouwd. Ik verlang edelmoedigheid van u, zonder evenwel uw vrijheid aan te tasten.” 4.11.71.

2.2. Een liefdezending, die dus zeer veeleisend is.
“Bemint elkaar, geliefden. Ik ben uw liefdebron. Lest uw dorst aan haar heldere wateren. Uw zending is een liefdezending voor het geluk en de vrede van de mensheid” 24.5.70.
“Weest leraars in de liefde voor de mensen rondom u.” 30.3.72.
“Kindertjes, weest de ’zachte’ revolutionairen van mijn liefde.” 23.6.75.
“Mijn Werk is een liefdewerk dat berust op vertrouwen en naastenliefde.” 25.6.72.
“Laat de voortreffelijkste naastenliefde uw daden beheersen, hoe onbeduidend ze ook mogen wezen.” 24.3.74.
“Nooit geeft ge voldoende liefde rondom u.”

2.3. Een zending die nog maar pas begint.
“Uw zending begint pas en er is zoveel zelfverloochening nodig om ze tot een goed einde te brengen.” 9.6.72.

Het ‘Dagboek van Marguerite’ wordt steeds actueler. Het spreekt voor zich dat alleen de liefde onze waanzinnige wereld kan redden. Deze bezielde bladzijden herhalen in alle toonaarden dat de weg van de liefde en het geestelijk kindschap van de H. Teresia van het Kind Jezus de enige remedie is voor deze tragische situatie: “Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan.”
“Kind, laat het liefdegraan ontkiemen dat mijn kleine bruid Teresia van het Kind Jezus in de zielen gezaaid heeft.” 2.7.72.
“De Boodschap is inderdaad de voortzetting van de Teresiaanse werking in de zielen.” 22.6.71.


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 11-14.


Verering van de goddelijke Barmhartigheid volgens de openbaringen aan de zalige zuster Faustina

De barmhartigheid en de gerechtigheid van God

Verering van de goddelijke Barmhartigheid volgens de openbaringen aan de zalige zuster Faustina

IMG_Jezus

Jezus zei tot zuster Faustina:

“Voordat Ik als rechtvaardige Rechter verschijn, kom Ik eerst nog als Koning van Barmhartigheid. Voordat de dag van de gerechtigheid aanbreekt, zal er aan de hemel en op de aarde een teken zijn. Dan zal aan de hemel het teken van het Kruis verschijnen: uit elke wonde van mijn handen en voeten zullen lichtstralen tevoorschijn komen, die voor korte tijd de aarde verlichten. Dit zal geschieden, korte tijd voor de laatste dag.”


Inhoud

-De barmhartigheid en de gerechtigheid van God
-In het vagevuur
-Afdaling in de hel
-Blik in de hemel
-Verering van de goddelijke Barmhartigheid
-Het genadebeeld van de barmhartige Jezus
-De noveen tot de goddelijke Barmhartigheid
-Het feest van de goddelijke Barmhartigheid
-De rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid
-Toewijding aan de barmhartige Jezus
-Lofprijzing van de goddelijke Barmhartigheid
-Het uur van barmhartigheid
-Orden van de goddelijke Barmhartigheid
-Aanwijzingen voor de vereerders van de goddelijke Barmhartigheid
-Gebeden
-Levensbeschrijving van Zr. Maria Faustina


De barmhartigheid en de gerechtigheid van God

Uittreksel uit de openbaringen van Jezus aan de Poolse zuster Faustina Kowalska (1905-1938) van de congregatie van de Zusters van “de Moeder van Barmhartigheid”; door Paus Johannes Paulus II op 18-4-1993 zalig verklaard:

“Verkondig aan de wereld mijn grote, ondoorgrondelijke barmhartigheid. Bereid de wereld voor op mijn tweede komst. Voordat Ik als rechter kom, zet Ik eerst de poorten van mijn barmhartigheid nog heel ver open. De vlammen van mijn barmhartigheid verteren Mij. Ik voel me gedrongen deze over de zielen uit te storten. Uit al mijn wonden, in ’t bijzonder uit mijn Hart, vloeien stromen van liefde. Om te straffen heb Ik de hele eeuwigheid; nu verleng Ik nog de tijd van mijn barmhartigheid. Ik straf alleen als men Mij daartoe dwingt. Ik wil, dat de zondaars zonder enige vrees tot Mij komen. De grootste zondaars hebben heel speciaal recht op mijn barmhartigheid. Ik ben verheugd als zij hun toevlucht nemen tot mijn barmhartigheid. Ik overlaad hen met liefde, meer nog dan zij verwachten. Omwille van hen ben Ik naar deze aarde gekomen; omwille van hen heb Ik mijn bloed vergoten. Ik kan niemand straffen, die op mijn barmhartigheid vertrouwt. Geen enkele zonde, al was zij een afgrond van slechtheid, kan mijn barmhartigheid uitputten; want hoe meer men neemt, des te rijkelijker stroomt zij. Al waren zijn misdaden zo zwart als de nacht, toch zal de zondaar, die zijn toevlucht neemt tot mijn barmhartigheid Mij verheerlijken en mijn lijden eren. In het uur van zijn dood zal Ikzelf hem verdedigen als mijn eer.

De grootste zondaar ontwapent mijn toorn, als hij roept om mijn medelijden. Ik zal hem recht doen door mijn ondoorgrondelijke, oneindige barmhartigheid. Ik ben heilig en de kleinste zonde vervult mij met afschuw. Als de zondaars echter berouw hebben, is mijn barmhartigheid grenzeloos. Ik achtervolg hen met mijn barmhartigheid op al hun wegen. Als zij tot Mij terugkeren, vergeet Ik alle bitterheid en verheug me over hun thuiskomst. Zeg hen, dat Ik nooit ophoud op hen te wachten: Ik luister naar hun harten om de geringste hartslag op te vangen, die voor Mij bedoeld is. Ik achtervolg hen met wroeging en beproevingen, met storm en bliksem en met de lokroep van de Kerk: Als zij echter al mijn genaden afwijzen, laat Ik hen aan zichzelf over en geef hen nog, hetgeen zij wensen. Wie niet door de deur van mijn barmhartigheid wil gaan, moet voor mijn gerechtigheid verschijnen.
Ik ben blij, als men veel van Mij verlangt; want het is mijn verlangen veel te geven, steeds meer en meer. Bekrompen mensen, die weinig verlangen, maken me verdrietig. Mijn dochter, laat iedereen weten dat Ik een en al liefde en barmhartigheid ben. Eenieder, die met vertrouwen tot Mij komt, ontvangt mijn genade zo overvloedig, dat hij ze niet bevatten kan en hij zal ze ook naar andere mensen laten stromen. Als een ziel mijn goedheid prijst, beeft satan en vlucht naar het diepste van de hel. Zeg tegen de priesters, die zij hun best doen om apostelen van mijn barmhartigheid te worden, dat Ik aan hun woorden een onweerstaanbare kracht en overtuiging geef en de harten zal aanraken van eenieder, die zij aanspreken.

Niets kwetst Mij zo zeer als het gebrek aan vertrouwen van een godgewijde ziel. Haar ontrouw doorboort mijn Hart. De zonden van twijfel aan mijn goedheid treffen mij het wreedst! Gelooft dan toch minstens mijn wonden!

De zielen, in de wereld en in het klooster, die Mij zonder voorbehoud beminnen, zijn een vreugde voor mijn hart en de blik van mijn Vader rust met welbehagen op hen. Zij zijn degenen, die een dam opwerpen tegen mijn gerechtigheid en de sluizen van mijn barmhartigheid openzetten. De liefde van deze zielen draagt de wereld.


 In het vagevuur
In het begin van haar kloosterleven, tijdens een korte ziekte, vroeg zuster Faustina aan Jezus voor wie zij nog moest bidden? Jezus antwoordde mij: “Hij zou het mij laten beseffen…” De volgende nacht zag ik mijn engelbewaarder, die mij bevel gaf hem te volgen. Plotseling bevond ik mij in een nevelige plaats vol vuur bij veel lijdende zielen. Deze zielen bidden heel innig, maar zonder resultaat voor zichzelf. Alléén wij kunnen hen helpen. De vlammen om hen heen deden mij niets. Mijn engelbewaarder verliet mij geen moment. Ik vroeg de zielen wat hun grootste lijden was. Als uit één mond antwoordden zij, dat hun grootste kwelling was het verlangen naar God. Ik zag ook O.L. Vrouw, hoe Zij de zielen in het vagevuur bezocht… Zij brengt hen verzachting. Ik wilde nog meer met hen spreken, maar mijn engelbewaarder gaf me een wenk om te gaan. Een stem in mijn binnenste zei me: “Mijn barmhartigheid wil dit niet, maar de gerechtigheid eist het.” Sinds die tijd onderhoud ik een innigere relatie met de lijdende zielen.


Afdaling in de hel
Eind oktober 1936 moest zuster Faustina afdalen in de hel, plaats van de verschrikkingen, om daarover te berichten. Zij schrijft in haar dagboek: “Vandaag werd ik door een engel in de diepten van de hel gebracht. Het is een plaats van grote kwellingen, ze is geweldig uitgestrekt. De soorten kwellingen, die ik zag, zijn de volgende: – De eerste kwelling waaruit de hel bestaat, is het verlies van God; – De tweede: de voortdurende gewetenswroeging; – De derde: deze toestand verandert nooit meer; – De vierde: het vuur doordringt de zielen zonder ze te vernietigen; dat is een verschrikkelijk lijden; het is een zuiver geestelijk vuur, dat voortkomt uit Gods toorn; – De vijfde kwelling: de constante duisternis en een vreselijke stank. Ondanks de duisternis zien de duivelen en de verdoemde zielen elkaar. Ze zien al het kwaad van de anderen alsook dat van henzelf; – De zesde kwelling: het onafgebroken gezelschap van satan. – De zevende kwelling: de verschrikkelijke wanhoop, de haat tegen God, de godslasteringen, vloeken en scheldwoorden. Dat zijn kwellingen, waar alle verdoemden gemeenschappelijk onder lijden, maar dat is nog niet alles. Er zijn nog speciale kwellingen voor de afzonderlijke zielen, namelijk; de kwellingen van de zintuigen. Iedere ziel ondergaat verschrikkelijk en onbeschrijflijk lijden, dat verband houdt met de manier waarop zij gezondigd heeft. Er zijn vreselijke spelonken en martelputten, waarin de vorm van foltering verschillend is.

Alleen al bij het zien van deze ontzettende straf zou ik gestorven zijn, als de almacht van God mij niet ondersteund had. De zondaar moet weten dat hij de hele eeuwigheid gemarteld wordt met het zintuig, waarmee hij zondigt. Ik schrijf hierover op bevel van God, zodat geen enkele ziel de uitvlucht kan gebruiken dat de hel niet bestaat of kan zeggen dat daar nooit iemand geweest is en men niet weet hoe het daar is. Ik, zuster Faustina, was op bevel van God in de diepten van de hel om de zielen te vertellen dat de hel bestaat en daarvan te getuigen. Ik kan daar nu niet over spreken, want God heeft bepaald, dat ik dit schriftelijk moet nalaten. De duivels hadden een grote haat tegen mij, maar op bevel van God moesten zij mij gehoorzamen. Wat ik opgeschreven heb, is slechts een zwakke afspiegeling van de dingen, die ik zag. Een ding viel mij op, daar zijn voornamelijk zielen, die niet geloofd hadden dat de hel bestaat. Toen ik weer terug was, kon ik me niet herstellen van de schrik, hoezeer de zielen daar lijden. Daarom bid ik nu nog vuriger voor de bekering van de zondaars. Ik smeek zonder ophouden om Gods barmhartigheid voor hen.”


Blik in de hemel
Enkele weken later, op 27 november 1936, mocht zuster Faustina in een onbeschrijflijk gelukzalig visioen de heerlijkheid van de hemel zien. Ze schrijft hierover in haar dagboek: “Vandaag was ik in de geest in de hemel en zag het onvoorstelbaar mooie en het geluk, dat ons na de dood wacht. Ik zag hoe alle schepselen zonder ophouden God loven en eren. Ik zag hoe groot de gelukzaligheid van God is, die uitstroomt over alle schepselen en hen vervult met onmetelijk diepe vreugde en hoe alle roem en eer uit dit geluk terugkeert naar de Bron.

Ze dringen door in de diepten van God, het innerlijke leven van God beschouwend – van de Vader, van de Zoon en van de H. Geest – dat ze nooit zullen begrijpen of doorgronden. Deze Bron van geluk is in haar wezen onveranderlijk, maar toch altijd nieuw. Er borrelt vreugde en zaligheid uit op voor alle schepselen. Nu begrijp ik de H. Paulus, die gezegd heeft: “Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, in geen mensenhart is opgekomen, hetgeen God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben.” En God liet mij begrijpen, dat er maar één ding is dat in zijn ogen oneindige waarde heeft en dat is de liefde tot Hem, liefde, liefde en nog eens liefde. Niets is te vergelijken met één enkele daad van zuivere liefde tot God. Welke onvoorstelbare gunsten geeft God aan de ziel, die Hem oprecht liefheeft. O, gelukkig de zielen in wie Hij reeds hier op aarde welbehagen heeft; het zijn de kleine, nederige zielen [ zie ook website van pastoor Geudens ‘Legioen Kleine Zielen’: https://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com ]. De grote heerlijkheid van God, die ik waarnam, wordt door allen die in de hemel zijn geprezen, naargelang de trap van genade en rangorde, waarin zij zijn ingedeeld. Toen ik deze macht en majesteit van God zag, werd mijn ziel niet vervuld van huiver, ook niet van angst. Nee, helemaal niet. Mijn ziel werd vervuld van vrede en liefde. Hoe meer ik de majesteit van God leer kennen, des te meer ben ik erover verheugd dat God is zoals Hij is. Ook zijn majesteit verheugt mij oneindig en ook, dat ik maar zo klein ben. Omdat ik zo klein ben, draagt God mij in zijn hand en drukt mij aan zijn Hart.

“O mijn God, wat heb ik medelijden met de mensen, die niet in het eeuwige leven geloven. Ik bid vurig voor hen, dat ook zij door een straal van barmhartigheid geraakt worden en God hen aan zijn vaderlijk Hart zal drukken”.


Verering van de goddelijke Barmhartigheid
Tot de zending van zuster Faustina hoort: zich in totale overgave en met grenzeloos vertrouwen inzetten voor de verering van de goddelijke Barmhartigheid. En dit in zulke mate dat zij zegt: “O God, inhoud van mijn liefde, ik weet, dat op de dag van mijn dood mijn opdracht pas zal beginnen.”

Jezus verzekert haar nadrukkelijk: “Jouw opdracht is het, een grenzeloos vertrouwen te stellen in mijn goedheid en Ik zal je alles geven wat je nodig hebt. Door je vertrouwen sta Ik bij jou in de schuld. Als je vertrouwen groot is, zal mijn goedgeefsheid mateloos zijn. Schrijf zorgvuldig elke zin op, die betrekking heeft op mijn barmhartigheid, die Ik je dicteer tot nut van talrijke zielen.”
Uitdrukkelijk verlangde Jezus:
1. De afbeelding van de barmhartige Jezus
2. Het feest van de goddelijke Barmhartigheid met de daaraan voorafgaande noveen
3. De rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en lofprijzingen
4. De stichting van de orde van de goddelijke Barmhartigheid.
Schietgebeden:
Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart, maak ons hart gelijkvormig aan uw Hart en schenk ons een grenzeloos vertrouwen! Allerbarmhartigste Verlosser, ik wijd mij volledig en voor altijd aan U toe. Maak van mij een gewillig instrument van uw barmhartigheid. Een andere keer zegt Jezus: «Bid een noveen tot intentie van de Heilige Vader. Deze noveen bestaat uit 33 akten, dit wil zeggen: herhaal 33 maal het kleine gebed tot de Barmhartigheid dat Ik u geleerd heb: O bloed en water, die uit het Hart van Jezus stroomden als bron van Barmhartigheid voor ons, ik vertrouw op U!» (1. 142)


Het genadebeeld van de barmhartige Jezus

Zuster Faustina bericht: “Het was in Plock, op zondag 22 februari 1931, de eerste zondag van de vastentijd. ’s Avonds, toen ik in mijn kloostercel was, zag ik Jezus, in het wit gekleed. Een hand was omhoog geheven in een zegenend gebaar, de andere rustte op de borst. Ter hoogte van het hart was het kleed een beetje geopend en liet twee stralenbundels tevoorschijn komen; de ene was rood, de andere wit. Stil bekeek ik de Heer. Mijn ziel was met ontzag vervuld, maar ook met grote vreugde.”

Kort daarna sprak Jezus tot mij: “Schilder een afbeelding van Mij, zoals je Me ziet en schrijf er onder: Jezus, ik vertrouw op U! Ik verlang dat deze afbeelding vereerd wordt; eerst in jullie kapel, daarna over de hele wereld. Ik beloof dat allen, die deze afbeelding vereren, niet verloren zullen gaan. Ik beloof hen de overwinning op de vijand tijdens hun leven en speciaal in het uur van de dood. Ikzelf zal hen verdedigen als mijn eigen eer.” – “De huizen, ja zelfs de steden, waar deze afbeelding vereerd wordt, zal Ik sparen en beschermen.”

Later in 1934, in Vilnius, vroeg zuster Faustina in opdracht van haar biechtvader naar de betekenis van de beide stralen. Toen hoorde ze in haar binnenste: “De twee stralen duiden bloed en water aan. De witte straal betekent het water, dat de ziel reinigt; de rode straal betekent het bloed, dat aan de ziel het leven geeft… Deze twee stralen kwamen vanuit de diepte van mijn barmhartigheid naar boven, toen mijn hart met de lans geopend werd op het kruis. Zij beschermen de zielen voor de toorn van mijn Vader. Gelukkig degene, die in hun schaduw leeft, want de hand van de goddelijke gerechtigheid zal hen niet treffen. De mensheid zal noch rust noch vrede vinden, totdat zij zich vol vertrouwen tot mijn barmhartigheid wendt. Maak bekend, dat de barmhartigheid de voornaamste eigenschap van God is. Alle werken van mijn handen zijn gekroond door mijn barmhartigheid.”

“Ik geef de mensen een vat, waarmee ze naar de bron van de barmhartigheid moeten komen om genaden te putten. Het vat is deze beeltenis met het onderschrift: Jezus, ik vertrouw op U.”

“Niet in de schoonheid van de kleuren ligt de grootheid van deze beeltenis, maar in mijn genade. Ik verlang dat deze beeltenis openlijk vereerd wordt.” “Mijn blik op deze afbeelding is dezelfde als mijn blik op het Kruis” (I.138). “Door middel van dit beeld zal Ik veel genade geven aan de zielen. Men moet hen echter herinneren aan de vereiste voorwaarden van mijn barmhartigheid, want het geloof; al is het krachtig, zal niet baten zonder de werken” (II, 162-163).


De noveen tot de goddelijke Barmhartigheid
Jezus beval zuster Faustina deze noveen op te schrijven als voorbereiding op “het feest van de goddelijke Barmhartigheid”, dat overeenkomstig zijn wens op de eerste zondag na Pasen moet worden gevierd. Vandaar dat op Goede Vrijdag met de noveen moet worden begonnen. Men kan ze echter ook op elk moment van het jaar houden.

De Heer wil dat daartoe “de rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid” dagelijks gebeden wordt en wel voor de intenties, die Hijzelf aan zuster Faustina aangaf. “Ik verlang dat je gedurende deze negen dagen alle zielen naar de bron van mijn barmhartigheid leidt, zodat zij daar kracht en troost putten en allerlei genaden, die zij nodig hebben voor de moeilijkheden van het leven, maar vooral in het uur van de dood. Elke dag moet je een andere groep zielen naar mijn Hart brengen en hen onderdompelen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Je zult dat doen in dit leven en in het toekomstige. Aan de bron van mijn barmhartigheid zal Ik aan geen enkele ziel iets weigeren. Iedere dag moet je mijn Vader, omwille van mijn smartelijk lijden, om genade smeken voor deze zielen.”
Eerste dag

Jezus zegt: “Breng vandaag bij Mij de hele mensheid, in het bijzonder alle zondaars, en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Daarmee verminder je mijn bittere droefheid om de verloren zielen.”
Bidden wij op voorspraak van “de Moeder van Barmhartigheid” om erbarmen voor de hele mensheid, in het bijzonder voor de zondaars.
Barmhartige Jezus, U die vol erbarmen en vergeving bent, let niet op onze zonden, maar op het vertrouwen dat wij in uw oneindige goedheid stellen. Neem ons op in uw medelijdend Hart. Daarom smeken wij U, omwille van de liefde, die U met de Vader en de H. Geest verenigt.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Eeuwige Vader, zie barmhartig neer op de hele mensheid, in het bijzonder op de zondaars. Wees barmhartig voor ons, omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, onze Heer Jezus Christus, zodat wij allen de almacht van uw barmhartigheid prijzen tot in eeuwigheid. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder van God. Versmaad onze gebeden niet in onze nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster. Verzoen ons met uw Zoon, beveel ons aan uw Zoon, plaats ons voor uw Zoon. Amen.
Tweede dag
Jezus zegt: “Breng vandaag bij mij alle priesters en alle godgewijde personen en dompel hen in mijn onpeilbare barmhartigheid. Zij zijn het, die Mij de kracht gaven mijn bitter lijden te verduren. Zij zijn de kanalen, waardoor mijn barmhartigheid over de hele mensheid wordt uitgestort.”
Bidden wij voor de priesters en kloosterlingen op voorspraak van de “Moeder van de Kerk, de Middelares van alle genade”.
Barmhartige Jezus, van U komt alle goedheid. Wij bidden U, vermeerder de genaden in de zielen van de priesters en de kloosterlingen, zodat zij zich hun heilige roeping ten diepste bewust zijn en zich vol vertrouwen toeleggen op de werken van uw barmhartigheid. Geef dat zij door hun voorbeeld de zielen brengen naar de Vader van barmhartigheid en Hem verheerlijken.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Hemelse Vader, zie vol goedheid neer op uw uitverkorenen en geef hen de genade van uw zegen, zodat zij door de verdiensten van uw Zoon vol ijver werken voor het heil van de mensen en voor hen de volheid van uw barmhartigheid verkrijgen. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Derde dag
Jezus zegt: “Breng vandaag bij Mij alle trouwe en vrome zielen en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Deze zielen hebben Mij getroost op mijn kruisweg. Zij waren de druppel troost in de oceaan van mijn smart.”
Bidden wij voor allen, die trouw blijven aan het ware geloof, op voorspraak van “Maria, hulp der Christenen.”
Barmhartige Jezus, U wilt de genadeschatten van uw barmhartigheid aan alle mensen in overvloed schenken. Wij bidden U, bemoedig alle trouwe zielen met de genade van volharding en ontsteek in hen met uw onpeilbare liefde, de liefde tot uw hemelse Vader.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Algoede Vader, zie vol liefde neer op de trouwe zielen. Sterk hen, omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, met de volheid van genaden van uw H. Geest, zodat zij met alle engelen en heiligen uw oneindige barmhartigheid prijzen tot in eeuwigheid. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Vierde dag
Jezus zegt: Breng vandaag bij Mij zij, die niet in Mij geloven en zij, die Mij nog niet kennen. Tijdens mijn bitter lijden dacht Ik ook aan hen en hun ijver in de toekomst was een troost voor mijn Hart. Dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid.”
Bidden wij voor degenen, die niet in God geloven en voor degenen, die God nog niet kennen, op voorspraak van “de Moeder van alle Volkeren”.
Barmhartige Jezus, U bent het Licht van de wereld. Bevrijd allen, die U nog niet kennen uit de duisternis van hun geest en laat hen in uw Hart rust en de ware vrede vinden. Mogen de stralen van uw genade hen verlichten, zodat ook zij de heerlijkheid van uw barmhartigheid prijzen.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Eeuwige Vader, zie genadig neer op de zielen van degenen, die niet in U geloven en degenen die U nog niet kennen. Breng hen tot de erkenning van de waarheid van het Evangelie van uw Zoon, zodat zij de eeuwige vreugde van de hemel verwerven en tot in eeuwigheid uw barmhartigheid prijzen. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Vijfde dag
Jezus zegt: “Breng mij vandaag de zielen van de afgescheiden broeders en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Tijdens mijn bitter lijden verscheurden zij mijn lichaam en mijn Hart. Wanneer zij terugkeren in de schoot van de Kerk, genezen zij mijn wonden en troosten Mij in mijn smart.”
Bidden wij voor degenen die van het geloof zijn afgevallen en voor de verdwaalden met groot vertrouwen op de machtige voorspraak van Maria, “Toevlucht van de zondaars”, de overwinnares van alle duivelse boosheid en van alle misstanden.
Barmhartige Jezus, U bent de goedheid zelf en weigert niemand het licht van uw genade, als hij U erom vraagt. Neem alle afgescheiden broeders op in uw barmhartig Hart en breng hen terug in de schoot van de Kerk, zodat zij uw onpeilbare barmhartigheid loven en prijzen.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Oneindig heilige God, eeuwige Vader, heb medelijden met de afgescheiden en ontrouw geworden broeders, die uw genaden misbruiken. Let niet op hun slechtheid, omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, die zo innig voor de eenheid van zijn Kerk gebeden heeft. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Zesde dag
Jezus zegt: “Breng vandaag bij Mij de zachtmoedige, nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen en dompel hen in mijn barmhartigheid. Zij lijken het meest op mijn Hart. Zij sterkten Mij in mijn bittere doodsangst. Over hen stort Ik stromen van genade uit. Alleen nederige zielen zijn in staat mijn genaden te ontvangen. Aan nederige zielen schenk Ik mijn vertrouwen.”
Bidden wij voor de zachtmoedige zielen, die een kinderlijk vertrouwen bezitten en voor de kinderen op voorspraak van onze hemelse Moeder, de nederigste “Dienstmaagd van de Heer”. Haar heeft God verheven tot Koningin van hemel en aarde. Barmhartige Jezus, U hebt gezegd: “Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van Hart” (Mt. 11,29). Wij vragen u, trek de kinderen en de zielen, die zoals zij zachtmoedig en nederig geworden zijn, tot uw heilig Hart. Mogen zij U verblijden als geurige bloemen voor uw goddelijke troon. Bewaar ze in uw Hart als een loflied op uw barmhartige liefde.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
“Vader vol ontferming en God van alle vertroosting” (2 Kor 1,3), zie genadig neer op deze zielen, die IJ welgevallig zijn en lijken op het Hart van uw Zoon. Zegen omwille van hen de hele wereld, ·zodat allen uw onmetelijke barmhartigheid mogen prijzen. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Zevende dag
Jezus zegt: “Breng vandaag bij Mij de zielen die mijn barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken. Deze zielen delen het meest in mijn lijden en dringen het diepst door in mijn geest. Als levende, afbeeldingen van mijn barmhartig Hart zullen zij in het hiernamaals met een bijzondere glans schitteren. Geen van hen zal in het vuur van de hel terechtkomen. In het uur van de dood zal Ik hen allen bijstaan.”
Bidden wij voor degenen, die Gods barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken op voorspraak van de “Moeder van Barmhartigheid”.
Goede Jezus, uw Hart stroomt over van barmhartige liefde. Laat alle apostelen van uw barmhartigheid zich veilig weten in uw bescherming. Sterk hun vertrouwen op uw almachtige hulp in alle lijden en beproevingen, die zij op zich nemen, om in vereniging met U van de hemelse Vader onafgebroken genade en barmhartigheid voor de hele mensheid te verkrijgen. Geef dat zij nooit verflauwen in hun ijver. Wees voor hen in het uur van de dood geen Rechter, maar de barmhartige Verlosser.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Eeuwige Vader, zie genadig neer op de zielen, die uw ondoorgrondelijke barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken. In de trouwe navolging van uw Zoon doen zij vol overgave hun best getuigen te zijn van uw barmhartigheid. Ontsteek in hen een steeds grotere liefde en schenk hen een grenzeloos vertrouwen in uw goedheid, zodat zij tijdens hun leven de belofte van de Verlosser verkrijgen. Laat hen in het uur van de dood heel bijzonder de bescherming van uw barmhartigheid ervaren. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…
Achtste dag
Jezus zegt: “Breng vandaag hij Mij de zielen die in het vagevuur zijn en dompel hen in de afgrond van mijn barmhartigheid, zodat de stromen van mijn bloed hun lijden verzachten. Deze zielen heb Ik zeer lief daar zij genoegdoening verschaffen aan mijn gerechtigheid. Jullie kunnen hen verlichting bezorgen uit de schatten van de Kerk: door aflaten, gebeden en offers van eerherstel. O, als jullie wisten welke kwellingen zij ondergaan, dan zouden jullie onafgebroken voor hen bidden en offers brengen om hun schuld aan mijn gerechtigheid af te lossen.”
Bidden wij voor de arme zielen in het vagevuur op voorspraak van de “Troosteres der bedroefden”, die onophoudelijk bij Gods troon voor hen ten beste spreekt. Barmhartige Heiland, U hebt gezegd: “Weest barmhartig, zoals mijn Vader barmhartig is” (Lc. 6,36), wij vragen U: ontferm U over de zielen in het vagevuur. Laat de stromen van uw kostbaar bloed en water, die uit uw Hart gekomen zijn, de gloed doven van het vuur dat hen reinigt, zodat het onmetelijk leed van deze zielen veranderd wordt in bevrijdende vreugde en zij tot in eeuwigheid de macht van uw barmhartigheid prijzen.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Barmhartige Vader, zie met uw oneindige liefde neer op de zielen in het vagevuur. Omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon schenk hen door zijn bloed en zijn wonden de volheid van uw erbarmen. Amen.

Salve Regina – Wees gegroet, Koningin, Moeder van Barmhartigheid; ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet! Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva; tot U smeken wij, zuchtend en wenend in dit dal van tranen. Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons uw barmhartige ogen, en toon ons na deze ballingschap Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot. O goedertieren, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria.
Negende dag
Jezus zegt: “Breng Mij vandaag de lauwe zielen en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Deze zielen verwonden mijn Hart het meest pijnlijk. In de Hof van olijven ondervond mijn ziel de grootste walging door deze zielen. Zij deden Mij de klacht slaken: “Vader, als Gij wilt, laat dan deze beker aan Mij voorbijgaan. Maar toch: niet mijn wil, maar uw wil geschiede” (Luc. 22,42). Voor hen is mijn barmhartigheid de laatste redding.”
Bidden wij voor de lauwe zielen en bevelen wij hen aan de bijzondere voorspraak van Maria, “Toevlucht van de zondaars”.
Allerwelwillendste Jezus, met uw verlossend lijden omvat Gij alle zielen. Berg, in uw oneindige barmhartigheid, alle lauwe en koud geworden zielen in uw gemarteld Hart en verwarm hen met het vuur van uw goddelijke liefde. Beziel hen met nieuwe ijver om U te dienen en om door uw oneindige verdiensten hun eeuwig heil te verlangen.
Onze Vader… Weesgegroet… Eer aan de Vader…
Eeuwige Vader, zie vol erbarmen neer op de lauwe zielen, die het Hart van uw Zoon onmetelijk pijn hebben gedaan. Laat U verzoenen door zijn heilig lijden en sterven, dat Hij op onze altaren in elk heilig Misoffer tegenwoordig stelt. Schenk hen de genade van bekering, zodat zij uw goddelijke Barmhartigheid nu en later in de hemel zalig prijzen. Amen.
Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht…


Het Feest van de goddelijke Barmhartigheid

“Ik verlang, dat het feest van mijn Barmhartigheid een toevlucht zal zijn voor alle zielen, maar vooral voor de arme zondaars. Op die dag staan alle schatkamers van mijn Barmhartigheid voor iedereen open. Ik zal een oceaan van genaden uitstorten over de zielen, die naar de bron van mijn Barmhartigheid komen. Allen, die op deze dag biechten en de H. Communie ontvangen, krijgen niet alleen vergeving van hun zonden, maar ook kwijtschelding van de straffen, die zij door hun zonden verdiend hebben. Niemand moet bang zijn om tot Mij te komen, zelfs niet al zouden zijn zonden rood zijn als scharlaken. Mijn barmhartigheid is zo groot, dat geen verstand, noch dat van de mensen, noch dat van de engelen haar ooit zou kunnen doorgronden. Het feest van de Barmhartigheid komt voort uit mijn diepste Wezen. Ik verlang, dat het op de eerste zondag na Pasen feestelijk gevierd zal worden. Dit feest zal een troost zijn voor de hele wereld.”


De rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid

Over het ontstaan van deze rozenkrans schrijft zuster Faustina op 13-9-1935 in haar dagboek: “’s Avonds in mijn cel zag ik een engel, de uitvoerder van Gods toorn. Hij droeg een licht gewaad, zijn aangezicht straalde. Onder zijn voeten was een wolk, waaruit donder en bliksems kwamen…, die de aarde moesten treffen. Ik smeekte de engel te wachten, totdat de wereld boete zou hebben gedaan. Gelet op de goddelijke toorn was mijn smeken nutteloos.

Toen zag ik de heilige Drievuldigheid; de majesteit van haar verhevenheid doordrong mijn hele wezen en ik had niet de moed mijn smeekbede te herhalen. Op hetzelfde moment voelde ik de macht van de genade van Jezus in mijn ziel…, en ik begon God voor de wereld te smeken met de woorden, die ik in mijn binnenste hoorde. Terwijl ik zo bad, zag ik dat de engel, die de rechtvaardige straf voor de zonden van de mensen moest uitvoeren, geen kracht meer had. Nooit eerder had ik met zo’n innerlijke kracht gebeden als toen. Dit zijn de woorden, waarmee ik God smeekte: “Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van uw welbeminde Zoon, onze Heer Jezus Christus, tot vergeving van onze zonden en die van de hele wereld. Omwille van zijn smartelijk lijden, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld.” De volgende morgen hoorde ik bij het binnengaan van de kapel: “Deze gebeden worden gebruikt om mijn toorn te bedaren. Je moet ze bidden op de gewone rozenkrans als volgt:

Eerst een Onze Vader, een Weesgegroet en de geloofsbelijdenis. Op de grote kralen: Eeuwige Vader enz. Op de kleine kralen: Omwille van zijn smartelijk lijden enz. Tot slot drie maal: Heilige God, heilige Sterke, heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons en over de hele wereld.”

“Bid heel vaak de rozenkrans, die ik je geleerd heb. Iedereen die hem bidt zal mijn barmhartigheid tijdens zijn leven ervaren, maar vooral in het uur van zijn dood.” `Als deze rozenkrans hij de stervenden gebeden wordt, neemt de toorn van God af en de ziel wordt omgeven met zijn barmhartigheid. Bid zoveel mogelijk voor de stervenden. Smeek voor hen vertrouwen af op mijn barmhartigheid, want dat ontbreekt hen het meest.”

Met het oog op de toenemende goddeloosheid met alle funeste gevolgen en het duidelijke gevaar van een wereldwijde opstand worden de verschijningen en boodschappen van O.L. Vrouw, waarin Zij waarschuwend oproept tot bekering en om gebed en boete vraagt, steeds talrijker. Het is een bewijs, hoezeer Maria voor ons als Moeder en Medeverlosseres bij God voor ons opkomt.

Jezus zelf bevestigt dit geheim, als Hij tegen ieder van ons in “de boodschap van de barmhartige Liefde aan de kleine zielen” op 21 maart 1968 zegt: “Denk eraan dat het Hart van jullie Moeder nu als in een gruwelijke druivenpers wordt uitgeperst en bloed en tranen in overvloed opwellen; deze tranen zijn het enige offer, dat mijn toorn tegen de goddelozen nog kan temperen.” Het is God dan ook zeer welgevallig, als wij bij het bidden van de rozenkrans tot de goddelijke Barmhartigheid deze tranen en smarten gedenken en (in ieder geval privé) als volgt bidden:

Begin: Onze Vader, Weesgegroet, geloofsbelijdenis. Op de grote kralen: Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en het Bloed, de Ziel en de Godheid van uw welbeminde Zoon onze Heer Jezus Christus – en de tranen en bitterheden van zijn allerheiligste Moeder – tot vergeving van onze zonden en die van de hele wereld. Op de kleine halen: Omwille van zijn smartelijk lijden en dat van zijn Moeder, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld. Tot slot driemaal: Heilige God, heilige Sterke, heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons en over de hele wereld.


Toewijding aan de barmhartige Jezus
Barmhartige Jezus, uw goedheid is oneindig en de schatten van uw genade zijn onuitputtelijk. Ik vertrouw grenzeloos op uw barmhartigheid, die al uw werken overtreft (Ps. 144,9). Ik wijd mij volkomen aan U en wil leven in de stralen van uw genade en liefde, die op het kruis uit uw Hart gevloeid zijn. Ik wil uw barmhartigheid bekend maken en vooral bidden voor de bekering van de zondaars. Ik wil de armen, de bedroefden en de zieken troosten en steunen. U echter zult mij beschermen als uw eigendom en uw eer, want ik vrees alles van mijn zwakheid en verwacht alles van uw barmhartigheid. Moge de hele mensheid de onbegrijpelijke diepte van uw barmhartigheid kennen, haar hele hoop erop stellen en haar loven en prijzen tot in eeuwigheid. Amen. Jezus, ik vertrouw op U! “O bloed en water, die uit het Hart van Jezus stroomden als bron van Barmhartigheid voor ons, ik vertrouw op U!” (Schietgebed dat Jezus zuster Faustina gedicteerd heeft)


Lofprijzing van de goddelijke Barmhartigheid

Op 12 februari 1937 schrijft zuster Faustina in haar dagboek: “Gods liefde is de bloem, de barmhartigheid is de vrucht. Als een ziel twijfelt, laat haar de lofprijzingen van de goddelijke Barmhartigheid bidden en ze zal vertrouwen krijgen.”

Goddelijke Barmhartigheid, onbegrijpelijk geheim van de allerheiligste Drievuldigheid, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, grootste eigenschap van God, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, uitdrukking van de hoogste macht van God, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, uit wie alle leven en geluk voortkomt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, bron van wonderen en geheimen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, het heelal omvattend, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die uit het Hart van Jezus stroomt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons de Maagd Maria tot Moeder van Barmhartigheid gegeven hebt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, zichtbaar in het fundament en de verbreiding van de Kerk, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, zichtbaar in het geschenk van de heilige sacramenten, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, onuitputtelijk in de sacramenten van het doopsel en van de biecht, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, wonderbaarlijk in het sacrament des Altaars en van het priesterschap, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, oneindig luisterrijk in alle geheimen van het geloof, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons uit het niet tot bestaan roept, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons heel ons leven begeleidt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons behoedt voor verdiende straffen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons het heilig geloof geeft, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons vult met genaden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons bevrijdt uit de ellende van de zonde, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons speciaal in het uur van de dood omhelst, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons het eeuwig leven schenkt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons behoedt voor het vuur van de hel, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die de zondaars bekeert, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die de rechtvaardigen heiligt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die de heiligen tot volmaaktheid brengt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, toeverlaat voor de zieken en de lijdenden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, toevlucht van de armen en de bedrukten, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, hoop van de wanhopigen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, rust en vrede van de stervenden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, troost van de arme zielen in het vagevuur, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, verrukking van alle heiligen, wij vertrouwen op U.

Laat ons bidden:
Vader van ontferming en God van alle troost, uw goedheid is grenzeloos. Wij bidden U, zie genadig op ons neer en vermeerder in ons de werkzaamheid van uw barmhartigheid, zodat wij ook in zware beproevingen niet de moed verliezen, maar ons steeds vol vertrouwen overgeven aan uw heilige Wil, door onze Heer Jezus Christus, de Koning van Barmhartigheid, die met U en de H. Geest leeft en heerst in eeuwigheid. Amen.


Het uur van barmhartigheid

Om drie uur… verdiep je tenminste even in mijn lijden, met name in mijn grote eenzaamheid bij het sterven. Het is het uur van de grote barmhartigheid… Roep de almacht van de barmhartigheid af over de hele wereld, vooral over de arme zondaars. In dit uur staat de barmhartigheid voor elke ziel wijd open en kun je alles vragen voor jezelf en voor anderen. De barmhartigheid heeft over de gerechtigheid getriomfeerd… Daarom verlang ik van elke ziel dat zij mijn barmhartigheid prijst”. “Zeg steeds de rozenkrans of het kroontje, dat Ik u geleerd heb. Hij die hem bidt zal grote barmhartigheid ondervinden in het uur van zijn dood. Zelfs de meest verstokte zondaar zal, zelfs als hij slechts éénmaal dit kroontje bidt, genade ontvangen van mijn oneindige barmhartigheid” (Ik 129).


Orde van de goddelijke Barmhartigheid
Het laatste doel van de zending van zuster Faustina is het stichten van een kloosterorde van de goddelijke Barmhartigheid. Zuster Faustina kreeg daarover verschillende ingevingen. Zij sprak daar allereerst met haar biechtvader over. Pas later toen hij ernaar vroeg, sprak ze over de instructies, die Jezus haar gegeven had. “God wil”, schrijft ze, “dat deze kloostergemeenschap het uitstorten van de goddelijke Barmhartigheid over de mensheid afsmeekt.” Ik hoorde in mijn ziel de volgende woorden: “Jouw doel en dat van je medezusters is je met de grootst mogelijke liefde niet Mij te verenigen, de aarde met de hemel te verzoenen, de rechtvaardige toorn van God te kalmeren en voor de wereld barmhartigheid af te smeken.” Het moet een slotklooster zijn naar het voorbeeld van de Karmelieten. Haar invloed op de samenleving moet de gemeenschap uitoefenen door gebed, boete en liefdadigheid van lekezusters. Deze werken van naastenliefde moeten vooral gericht zijn op thuisloze kinderen en op eenzamen. Dat geldt ook voor lekemedewerkers.

Zuster Faustina was overtuigd dat deze orde gesticht moest worden en deed moeite om de toestemming daarvoor te krijgen. Zover kwam het echter niet. God wilde alleen, dat zij het plan daartoe uiteenzette, door de verplichtingen van de nieuwe orde bekend te maken. Zij zou slechts de geestelijke stichteres zijn. In juni 1937, zij was toen al zwaar ziek, zag zij kort voor haar dood in een droom het eerste klooster. Zij zag hoe haar biechtvader, in een kleine houten kapel, midden in de nacht de geloften van de eerste zes vrouwelijke leden in ontvangst nam. Wat zij voorzien had werd op 10 november 1944 werkelijkheid in Vilnius in de door bommen verwoeste kapel van de Karmelieten.


Aanwijzingen voor de vereerders van de goddelijke Barmhartigheid door pater Stanislas Skudrzuyk S.J.

De vereerders moeten:
1. de afbeelding van de barmhartige Jezus in hun woning vereren en zich met al hun intenties en moeilijkheden vol vertrouwen tot Hem wenden.
2. zich toewijden aan de barmhartige Jezus.
3. leven in de genadestralen van de barmhartige Jezus d.w.z. hun best doen om hun hart altijd zuiver te houden en streven naar de christelijke volmaaktheid.
4. aan de dagelijkse gebeden het schietgebed: “Jezus, ik vertrouw op U”, toevoegen. Indien enigszins mogelijk dagelijks de rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid bidden of Gods barmhartigheid met andere gebeden eren.
5. de Moeder van God eren als “Moeder van Barmhartigheid” en onze hemelse Moeder bijzonder liefhebben en eren.
6. Gods barmhartigheid bekend maken door het verrichten van geestelijke en lichamelijke werken van barmhartigheid.
De zeven lichamelijke werken van barmhartigheid

  1. de hongerigen te eten geven
    2. de dorstigen te drinken geven
    3. de naakten kleden
    4. vreemdelingen opnemen
    5. de gevangenen bevrijden
    6. zieken bezoeken
    7. de doden begraven

De zeven geestelijke werken van barmhartigheid

  1. de zondaars terechtwijzen
    2. de onwetenden onderrichten
    3. de vertwijfelden goede raad geven
    4. de bedroefden troosten
    5. de lastigen geduldig verdragen
    6. degenen die ons beledigen graag vergeven
    7. voor de levenden en overledenen bidden

Gebeden

Voor de H. Kerk en voor de priesters

O mijn Jezus, ik smeek U voor de hele Kerk. Schenk haar liefde en het licht van uw heilige Geest. Geef kracht aan de woorden van de priesters, zodat de meest verstokte zondaars tot inkeer komen en terugkeren naar U. Goddelijke Hogepriester, geef ons heilige priesters, bewaar hen in heiligheid. Moge de kracht van uw barmhartigheid hen overal begeleiden en hen beschermen tegen de hinderlagen en valstrikken van de duivel, die de zielen van de priesters voortdurend bedreigen. O Heer, moge de kracht van uw barmhartigheid alles wat de heiligheid van de priesters kan aantasten, doen mislukken, want Gij kunt alles. Ik vraag U, Jezus, een bijzondere zegen en licht voor de priesters, bij wie ik gedurende mijn leven te biechten zal gaan. Amen. (III. 13; I.110)

Gebed van dankzegging

O Jezus, eeuwige God, ik dank U voor uw talloze genaden en zegeningen. Moge elke klop van mijn hart een nieuw lied zijn van dankzegging voor U. Moge elke druppel van mijn bloed door mijn aderen stromen voor U. Mijn ziel is een lofzang ter ere van uw barmhartigheid. Ik heb U lief, 0 God, om Uzelf alleen. Amen. (VI.138)

Gebed van zuster Faustina

Jezus, eeuwige Waarheid, sterk mijn zwakke krachten. U, Heer kunt alles. Zonder U zijn mijn inspanningen nutteloos. O Jezus, verberg U niet voor mij, want zonder U kan ik niet leven. Verhoor het roepen van mijn ziel. Uw barmhartigheid is niet uitgeput; ontferm U dus over mijn ellende. Uw barmhartigheid gaat het verstand van engelen en mensen ver te boven. Ofschoon het lijkt, dat U mij niet hoort, stel ik mijn hele vertrouwen op uw barmhartigheid. Ik weet dat U mij niet teleurstelt. Amen.


Levensbeschrijving van Zr. Maria Faustina
Haar burgerlijke naam was Helena Kowalska. Zij werd op 25 augustus 1905 geboren in het Poolse dorp Glogowiec, in de buurt van Lodz. Zij groeide op in een gezin met negen broers en zussen. Haar ouders voedden haar zeer zorgzaam op. Door de armoedige omstandigheden waarin het gezin leefde, kon zij slechts drie jaren de Lagere School volgen. Toen zij 20 jaar was trad zij in in de orde van de Zusters van de “Moeder van Barmhartigheid”. Zij werkte in verschillende kloosters in de keuken en ook als lekezuster in de tuin. Ze stierf op 5 oktober 1938 in het klooster JozfowLagiewniki in Krakau aan tuberculose. Op 25 november 1966 werd haar lichaam opgegraven en haar graf verplaatst naar de kloosterkerk. Op 20 september 1967 werd het informatief proces over haar leven en deugden afgesloten door kardinaal Karol Woytila en werden de akten naar Rome gestuurd. Op 18 april 1993 mocht hij haar, nu als Paus Johannes II, zalig verklaren.

“De zielen, die de verering van mijn barmhartigheid verspreiden, zal Ik heel hun leven beschermen zoals een tedere moeder haar zuigeling. In het uur van hun dood zal Ik voor hen geen rechter zijn, maar een barmhartige Verlosser.” (III.20)

Deze brochure werd uit het Duits vertaald door: Stichting Medjugorje Centrum, Kremerslaan 30, Landgraaf.

Bewerking door pastoor Geudens, Landgraaf


 

De Boodschap aan de Kleine Zielen: Een geestelijke levensweg

EEN GEESTELIJKE LEVENSWEG

De ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde van Jezus’ is voor ons een geestelijke levensweg die ons doordringt met de geest die eigen is aan het Legioen Kleine Zielen. Tegelijkertijd is zij het middel tot verspreiding: door de Boodschap maken we het Legioen bekend. Het is trouwens gebleken dat de actieve en invloedrijke leden van onze Vereniging die mensen zijn, die de moeite hebben genomen de Boodschap met groeiende waardering te lezen, te herlezen en te overwegen.

Dit hoofdstuk heeft enkel tot doel dat we de Boodschap nog meer zouden waarderen. Wij gaan in op de volgende vragen:

  1. Wat is de kern van de Boodschap?
  2. Welke zijn haar vruchten?
  3. Is haar groei verzekerd?
  4. Welke zijn haar eisen?
  5. Welke rol wordt Marguerite toebedeeld?

 

1. Wat is de kern van de Boodschap

1.1. Zij is:
Een liefdeboodschap
”… Ik zend u mijn Liefdeboodschap.” 4.11.66.
“Ik zeg u: Ik heb aan de wereld een Boodschap van liefde en van barmhartigheid geschonken.” 31.5.67.
”Daar mijn Boodschap gebaseerd is op de liefde, kan Ik u enkel over liefde spreken. ” 8.3.67.

De Heer vraagt aan de zijnen een nieuwe bloeitijd van liefde, een apostolaat van liefde en een verdieping in de kennis van de liefde.
”De verarming van de geesten maakt een nieuwe bloeitijd van mijn liefde noodzakelijk. Om de mensen aan de immer nieuwe waarheid te herinneren, zend Ik u mijn Liefdeboodschap. Verdiept de leer van de Boodschap en past ze toe.” 4.11.66.

Een vereenvoudiging van de liefde
“Niemand mag zich verzetten tegen deze vereenvoudiging van de liefde die Ik verlang en die zich in deze tijd opdringt.” 15.2.67.

Een nieuwigheid
”Deze Boodschap is zeker een nieuwigheid. Maar deze nieuwigheid sluit aan bij de eeuwigdurende Waarheid.” 19.4.67

Een stroom van liefde
”De Boodschap is een stroom van liefde over de wereld.” 23.7.68.

 

1.2. Andere eigenschappen van de Boodschap

Een goddelijke straal
“Als mijn Boodschap wordt onthaald zoals het hoort, dan zal deze de goddelijke straal zijn die de mensheid met een hevige liefdevlam zal in vuur zetten.” 29.3.68.

De stem van de Heer
“Mijn stem komt tot u door deze Liefdeboodschap.” 3.6.68.

De weg van de besluitelozen
“Ze is de weg voor de besluitelozen, voor hen die gebukt gaan onder het huidige tegenstrijdig heden, ze is de vertroosting voor de gekwetste harten die in de geweldige beroering van deze tijd vereenzaamd zijn.” 23.7.68.

Evangeliebladzijden
“Het zijn Evangeliebladzijden. Ik laat niets weg van wat geweest is en van wat is. Weest nederig genoeg om uzelf te herkennen in deze Boodschap. De ene of andere passage is voor u bestemd. Ontdekt ze in het licht van mijn genade.” 24.4.69.

Het zegel van de Heer
“Men heeft reeds gebeten in de vrucht die Ik in u voortgebracht heb. Het bewijs is geleverd, want Ik heb mijn zegel erop gedrukt.” (De glans van waarheid die de Boodschap uitstraalt.)

Een betwist onderwerp
“De Boodschap is een betwist onderwerp, maar haar uitstraling wordt ruimer.” 5.10. 67.

Trouw aan de geest van het Concilie
“De onaantastbaarheid van mijn Boodschap verstoort geenszins de structuur van de waarheden zoals ze door het Concilie werd opgebouwd; deze waarheden worden er alleen maar bevattelijker door voor ieder verstand… Ze is het Hooglied van de huidige tijd, toegankelijk voor allen en speciaal voor de kleine zielen.” 15.9.66.

 

1.3. Het doel van de Boodschap
“Ziehier het doel van mijn Boodschap: grondiger kennis van mijn liefde voor de mensen.” 29.1.67.
”De Boodschap is inderdaad de voortzetting van de Teresiaanse werking in de zielen.” (die zelf haar oorsprong vindt in het Evangelie) 22.6. 71.

En daardoor wil zij ons brengen tot de goddelijke intimiteit.
”Deze Boodschap toont de zielen de intimiteit van een God en zijn schepsel. Er kan geen intimiteit zijn zonder dat zij met elkaar versmelten. Dit gesprek tussen Mij en u hoeft niemand aanstoot te geven. Het toont een heel bijzonder aspect van mijn liefde voor allen en dit aspect trekt hen zeer sterk naar Mij toe, want allen hebben het gevoel dat mijn liefde hen op het oog heeft‘.” 29.7.70.

 

1.4. Wat de Boodschap niet is
”Wie hoopt in deze Boodschap ‘openbaringen’ te vinden zal ontgoocheld zijn. Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de Liefde: ziedaar wat Ik u opleg.” 12.2.67.

 

2. Welke zijn haar vruchten?

2.1. Zij zal de zielen verwarmen en hen overstelpen met genaden.
“Door de verspreiding van de Boodschap zal de ziel van hen die dorsten naar goddelijke liefde met weldaden overstelpt worden. Zij zullen het nodige licht krijgen. De verspreiding zal de anderen doen nadenken en tot inkeer aansporen.” 6.5.67.

 

2.2. Een levensboek
“Wat is ons liefdegedicht schoon. Ik beloof dat al wie daar zijn levensboek van maakt reeds op deze wereld vergoed zal worden met een overvloed van bijzondere genaden.” 9.8.66.
“De zielen die mijn Liefdeboodschap met geloof aanhoren, zullen allen door een bovennatuurlijke vurige ijver bezield zijn.” 11.9.66.

 

3. De Boodschap moet verspreid worden

We kunnen ons afvragen of de Boodschap toekomstperspectieven biedt, ofwel, zoals zoveel andere dingen, slechts een kortstondig strovuurtje is.

3.1. Zij zal ruim verspreid worden.
“De Liefdeboodschap aan de kleine zielen is voorbestemd om ruim verspreid te worden over de wereld.” 14.8.66.
“Het is nog maar een riet dat beeft in de wind. Maar dit zal geenszins beletten, dat het een stevige en gezonde boom wordt met overvloedige vruchten, en mijn kleine kinderen zullen zich aan het voedend sap verzadigen. Zijn vruchten zullen vruchten van heiligheid zijn voor de Kerk.” 22.3. 67.
”… het ondernomen Werk zal groeien zoals de kinderen der mensen.” 24.4.67.
“De trage start is het onderpand van haar hoge morele en geestelijke waarde. Wat ge doen kunt, doe dat met spoed. Want de vijand blijft niet werkeloos.” 13.10.67.
“Mijn liefdeboodschap zal triomferen in de zielen.” 12.1.67.
”Hoe belangrijker het Werk is, en hoe meer goed het kan doen, des te meer hindernissen zal het ontmoeten. Maar vrees niets. Ik zal de hindernissen één voor één opruimen.” 15. 2.67.

 

3.2. Het beloofde succes is afhankelijk van de inspanningen die de Kleine Zielen leveren om haar bekend te maken.
“U die Ik uitverkoren heb vraag Ik veel. Mijn Boodschap moet bekend raken.” 2.9.66.
”Hoe zou mijn Boodschap kunnen bijdragen tot mijn glorie, als zij niet gekend zou zijn?” 13.3.67. 
”De Boodschap is niet bestemd voor de groten die verlangen grootte blijven, maar wel voor mijn kleine lammeren. Haar lering zal enkel diegenen raken die een hart hebben dat in staat is te beminnen.” 16.12.66.
”Mijn kleine zielen moeten de Boodschap kennen en deze vruchtbaar maken door hun apostolaat.” 20.9.67.
“De Boodschap zal zich over de wereld uitspreiden als morgendauw, ze zal troost brengen, de weg wijzen en de vrede teruggeven aan de onrustige zielen.” 12.12.67.
“… de Boodschap remt de verwarring af. Verspreid ze met bekwame spoed. Vele zielen zullen erdoor gered worden. ” 26.1.68.

 

4. Welke zijn haar eisen?

Het is belangrijk dat wij niet met de armen overeen blijven zitten: dat zou betekenen dat wij de Boodschap verloochenen en de gekregen talenten in de grond stoppen.
”Gij zijt ook schatplichtig aan de Boodschap. Weest met vurige ijver wat ge zijn moet: levende zoenoffers.” 21.11.66.
”Verdiept de leer van de Boodschap en past ze toe.” 4.11.66.
”Wat Ik vraag: offers, gebeden, verstervingen; levendiger Mariaverering; ijver voor de rozenkrans die overal dient hervat te worden” 29.1.67.

 

5. De rol van Marguerite

5.1.
“Gij zijt mijn geliefd kind, dat Ik uitverkoren heb om mijn Liefdeboodschap door te geven. Vertrouw op Mij. Bewaar mijn Woord in uw hart.” 31.5.66.
“Uw zending: mijn Liefdeboodschap bekendmaken en doen waarderen bij de enen, ze in herinnering brengen bij de anderen die ze gekend hebben en vergeten zijn.” 1.8.66.

5.2. Zij zal haar zending niet vervullen zonder kruis.
”De uitverkiezing om mijn Liefdeboodschap aan de wereld te brengen beschut u niet tegen de aanvallen van de vijand. Maar zijn gebrul zal bedwongen worden door de Geest van Waarheid die van uw geschriften uitgaat.” 16.11.67.

5.3. Marguerite heeft trouwens tastbare tekens gekregen van de authenticiteit van de Boodschap.
”Hebt ge nog andere blijken van mijn welwillendheid nodig om uw angst en vrees tot bedaren te brengen?” (Dit naar aanleiding van een bijzonder gesprek over de bovennatuurlijke oorsprong van de Boodschap en bekomen in extremis) 19.4.67.

De Heer vraagt, dat wij ons bewust worden van het feit dat wij in de Boodschap een ware schat bezitten die niet in de vergeethoek mag belanden. Als wij erin geloven – en het tegendeel zou abnormaal en absurd zijn voor een Kleine Ziel – dan moeten wij haar benutten op de manier waarop Jezus spreekt in de parabel van de talenten. Dit betekent: de Boodschap beleven.
”Beleef intens mijn Liefdeboodschap. Wees trouw aan de genade.” 9.2.67.
“Als ge mijn de Boodschap beleeft, wordt haar waarachtigheid duidelijk.” 6.5.68.
“Het is juist, dat men de Boodschap intens moet beleven, dat men in zich de tegenzin en de ontmoediging, die elke deugdzame werking verlammen, moet tot zwijgen brengen, dat men trouw moet zijn in kleine dingen om de genade te verwerven die toelaat er grotere te verwezenlijken.” 7.7.67.

Door onze edelmoedige medewerking, zullen wij in staat zijn de geest van de Boodschap uit te stralen en tevens de warmte van de liefde, die ontspringt aan het Hart van God. Hij alleen kan onze harten van ijs doen smelten. Zo zullen wij er op een efficiënte wijze toe bijdragen dat de arme zondaars een Liefde ontdekken, die ze meestal niet hadden kunnen vermoeden. En alleen zo zullen wij de verlangens van de liefdevolle Harten van Onze Lieve Heer en zijn H. Moeder tevreden stellen. In een geest van dankbaarheid om alles wat Zij aan het Legioen Kleine Zielen gegeven hebben.


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 7-10.


 

De Boodschap van de Barmhartige Liefde van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen en het Geestelijk Kindschap

De Boodschap van de Barmhartige Liefde van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen en het Geestelijk Kindschap

In de ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen’ roept de Heer de mensen, zijn schepsels, op tot liefde. Liefde is volgens Hem de enige remedie voor het kwaad dat de wereld teistert en dat zelfs in zijn Kerk tweedracht zaait. De verschrikkelijke storm, die door de haat wordt aangewakkerd, kan alleen maar verdwijnen door de adem van de Liefde. De Redder rekent op ons om Hem daarbij te helpen. Het is aan elke ‘Kleine Ziel’ om mee te doen aan zijn goddelijk spel.

Eerst en vooral benadrukken we met klem dat de benaming ‘Kleine Ziel’, die sommige mensen lachwekkend vinden, niets te maken heeft met ‘kinderachtigheid’. Een ‘Kleine Ziel’ is per definitie iemand die loyaal zijn kleinheid erkent tegenover de Allerhoogste; zijn broosheid, zijn nietigheid, zijn ellende tegenover de oneindig Heilige. Want is de afstand tussen ieder van ons en God niet veel groter dan die tussen een kind en zijn ouders?

Kleine Ziel zijn is gewoonweg zich bewust worden van zijn aangeboren kleinheid en daardoor zijn ware plaats kennen. Nederigheid is in de eerste plaats de waarheid. Elke authentieke christen kan Kleine Ziel genoemd worden, (zonder negatieve bijklank) wanneer hij het fundamentele belang van de nederigheid erkent. Deze bestaat er in de waarheid loyaal te erkennen en aan te nemen.

Men zal dan ook niet verrast zijn vast te stellen dat één van de essentiële kenmerken van de Boodschap nu juist het ‘geestelijk kindschap’ is. In dit verband beroepen we ons op de leer van de Heilige uit Lisieux, die overeenkomt met de leer van de Boodschap, waaruit wij volgende teksten citeren:

”Kind, laat het liefdegraan ontkiemen dat mijn kleine bruid Teresia van het Kind Jezus in de zielen gezaaid heeft.” (2.7.72)
”De Boodschap is inderdaad de voortzetting van de Teresiaanse werking in de zielen.” (22.6.71)

Men moet dus niet verwonderd zijn, wanneer we het hebben over de H. Teresia zoals men ons soms verwijt, want de Boodschap zelf neemt haar als voorbeeld. Het geestelijke kindschap is trouwens niet uitgevonden door deze beroemde Karmelietes: “Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het Rijk der hemelen niet binnengaan.” Dus; geen verlossing zonder nederigheid, want “God verafschuwt de hoogmoedigen.”

En de eerste die de nederigheid beoefende was niet Teresia, maar de H. Maagd Maria. Zij, die de grootste ziel aller tijden is, wilde beschouwd worden als de kleinste, de ‘nederige’ dienstmaagd van de Heer.

Het is juist de H. Maagd die ons vraagt in dezelfde geest te leven. Zij benadrukt dit bij iedereen die betrokken is bij één van de talrijke mariale werken (bv. het ‘Legioen van Maria’), waarvan de weldoende invloed meer dan genoeg bewezen is. Kan men werkelijk houden van zijn Hemelse Moeder en haar apostel zijn, zonder voor haar de gevoelens te koesteren van een klein kind tegenover zijn moeder? Onze houding tegenover Haar zal ons inspireren als we voor haar Zoon komen. Daartoe wil de ‘Boodschap‘ ons vormen!

Wanneer ik het Legioen warm aanbeveel, blijf ik volkomen trouw aan de geest van het Tweede Vaticaans Concilie en aan de geest van de H. Louis G. de Monfort, die in zijn alom gekende verhandeling bevestigt dat alle devotie tot de H. Maagd, die niet tot Jezus leidt, een valse en duivelse devotie is.

Het Legioen Kleine Zielen helpt ons in het bijzonder om in een grotere intimiteit met Jezus te leven, iets waarnaar iedere gelovige zou moeten streven, ook de meest vurige mariale ziel. Het doel van de Boodschap is juist: ons binnenleiden in deze onuitsprekelijke intimiteit, ons tonen hoe we Onze Lieve Heer steeds meer kunnen beminnen en ons door Hem laten opvoeden. En dit te midden van de moeilijkheden van deze tijd.

Beste lezer, indien de H.Geest u ingeeft dat deze Boodschap voedsel voor uw ziel kan zijn, dan zult u er zeker licht en kracht uit putten en zal zij u sterk aansporen op de weg naar de heiligheid.

Na het Evangelie, dat iedere christen, die naam waardig, nauw aan het hart zou moeten liggen, zou de Boodschap gebruikt moeten worden als lievelingsboek. We moeten niet met te veel boeken tegelijkertijd of slechts oppervlakkig bezig zijn. Dit is jammer genoeg een algemeen voorkomende fout, die te wijten is aan de wispelturigheid van de mens. Laat ons deze schat, die de Boodschap is, onderzoeken. We zullen er de vruchten van plukken: Vrede, Vreugde en Liefde.

Velen hebben hun volledige geestelijke ontplooiing gevonden door de Boodschap. Laat ons hun voorbeeld volgen en wij zullen de H. Harten van Jezus en Maria verheugen. Wij zullen hun de triomf voorbereiden die door Onze Lieve Vrouw van Fatima voorspeld werd.


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 5-6.


 

De Hemel

De Kerk richt onze gedachten op de Hemel, door ons te doen bidden voor de overleden gelovigen. De Hemel is dan ook het ultieme voorwerp van de christelijke hoop en het verheven doel van ons aardse bestaan.

De Hemel, dat is God: God die aanschouwd wordt in de glans van zijn heerlijkheid, die gekend wordt, zoals Hij Zichzelf kent, rechtstreeks, van aangezicht tot aangezicht. Dat is God, die bemind wordt met zoveel liefde, dat wij niet meer anders kunnen, dan Hem beminnen. God deelt immers Zijn eigen geluk voor altijd met ons en wij leven in de zekerheid dat wij dit nooit zullen verliezen.

Daar zal de beroemde uitspraak van St. Augustinus werkelijkheid worden: “We zullen Hem zien, we zullen Hem loven, we zullen Hem beminnen.”

Met de heiligmakende genade en de Drievuldigheid die in ons woont, bezitten wij reeds de Hemel. Momenteel kunnen wij er slechts van genieten door ons geloof, wat al enorm is. Maar deze onvergelijkelijke rijkdom kunnen wij verliezen, kwijtspelen door de doodzonde. Om dit ongeluk te vermijden, moeten wij vaak mediteren over deze wonderlijke waarheid, waarover Jezus ons vaak spreekt in het Evangelie: “Wie gelooft, heeft eeuwig leven.” (Joh. 6,47); “wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.” (Joh 6,58); “Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.” (Mt. 25,34).

Als hulp bij onze meditatie en om onze overtuiging te versterken, is het zeer nuttig te weten wat de Boodschap van het barmhartig Hart van Jezus aan de Kleine Zielen zegt over dit onderwerp.

Wat is de Hemel?

Dat is de volheid van geluk, in de kennis van God, het bezit van Zijn liefde, het delen van zijn eigen zaligheid.

“Mijn bevoorrechte zielen beseffen hun geluk in geringe mate. Enkel de hemelse glorie zelf zal hun dit ten volle laten kennen. ” 16.3.67
“Ik houd in de hemel zoveel glorie bereid voor u, arme kleine kinderen die lijdt. ” 10.2.67

Alleen zij die het verdiend hebben, zullen in de Hemel toegelaten worden. Daar zal geen plaats zijn voor slechte mensen, die hun naasten zoveel leed hebben aangedaan, en ook niet voor de verleider, die er slechts naar streeft ons schade te berokkenen.

“De Hemel is het vaderland van de rechtvaardigen. ” 28.4.67

De stad van de eerlijke mensen uit alle koninkrijken van de wereld, het ideale vaderland waar we onze ouders en onze vrienden zullen terugzien. En als echte, duurzame vriendschappen hier op aarde al zoveel vreugde verschaffen, wat zal het dan in de Hemel zijn?

“De banden die ontstaan in de geestelijke vriendschap zijn onverwoestbaar. De Hemel kan ze alleen maar in hun volledige en definitieve staat verstevigen. ” 7.11.67

De Kleine Zielen zullen de vreugde kennen, de blijde verrassing vast te stellen dat alle uitverkorenen hier beneden in dezelfde geest van nederigheid en evangelische kleinheid geleefd hebben.

Wij geloven in de hemel, in het eeuwig leven, met heel onze ziel. Maar dat volstaat niet. Het gaat erom daar te geraken, koste wat kost.

Voorwaarden om er toegelaten te worden

Deze kunnen in één enkele voorwaarde samengevat worden: de staat van genade. Paulus VI klaagde omdat er zo weinig over werd gesproken. Laat ons luisteren naar de Boodschap, die ons meer details geeft.

Ernaar verlangen

Naar de Hemel moeten we verlangen, wie niet verlangt naar dit zo grote goed, is het niet waardig.

“Kind, laat uw hart vervuld zijn van mijn vreugde, van het verlangen naar hemelse goederen.” (A. 13) 
“Wees belust op de hemelse goederen. Hadt ge er enig idee van!” 2.3.66 
“Verlang naar de Hemel met hart en ziel.” 5.3.66 
“Buiten de hemelse goederen is alles nietigheid, is alles ijdelheid” (AZ 7) 
“Sluit uw ogen voor de ijdelheid van de wereld. Doe ze wijd open voor de wonderen van de Hemel, uw vaderland.” 23.8. 68 
“Zijt ge nog schamel genoeg om die hemelse schat te waarderen?” Deze schat is de hoop, en het voorwerp van deze hoop is de Hemel. 28.4. 72

De Hemel voorbereiden

De genade verdient hem voor ons.

“Hebt ge met uw zonden de hel verdiend, met mijn genade in u verdient ge de Hemel.” 28. 9. 66
“Kind, hier beneden bereidt ge uw Hemel voor.” 27. 1. 66
“Het offer maakt deel uit van elk menselijk leven dat ernaar verlangt de hemelse glorie te bereiken.” 27.10.69 
“Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed, aan zijn eigen maat in de liefde, aan zijn eigen inzet in de opgang naar de Hemel.” 26.1. 70 
“Moest Ik de mensen beoordelen naar wat ze zijn, wie zou dan in de Hemel komen? Maar mijn barmhartigheid waakt. ” 30. 6.66

De weg naar de Hemel inslaan 

1. Welke weg zou dit anders zijn, dan die van de liefde? De liefde voor God en onze naaste, omwille van God. Jezus zelf zei: “Ik ben de Weg”.

“Ik ben het Licht van de wereld dat de koninklijke weg verlicht die leidt naar de hemel, uw vaderland.” 1.12.67
“Liefde is de weg naar de Hemel.” 4.2.66 
“Edele dwaasheid die u ten Hemel voert.” 27.10. 66 
“Ik toon de weg naar de Hemel aan alle mensen van goede wil. Dat ze niet vrezen Mij te volgen. De beloning wacht hun op het einde.” 30.11. 66 
“Wie de liefde bezit, bezit de Hemel.” 27.2. 66 
“Dat is de Hemel op aarde: Mij met een blik, een gedachte, of een opwelling van tederheid te bedenken.” 10.5. 67 

Zalig de zielen die hier op aarde gewond werden door deze liefde:

“De liefdewonde, kind, geneest pas in de Hemel.” 6. 9. 66 
“Wie de onuitsprekelijke zoetheid, de diepte, de grootheid van de goddelijke liefde kent, kent meteen reeds het geluk van de Hemel voorbehouden aan de kinderen van het licht.” 16.5. 68 

Wij hebben de keuze tussen twee soorten rijkdommen:

“Overvloed in dit tranendal en nadien eeuwige armoede; of de liefde van de levende God in deze wereld reeds en zijn glorierijk bezit in de Hemel.” 23.6. 67
“Geloof, hoop, liefde: drie deugden die Ik u nalaat. Daarmee zult ge de Hemel verdienen.” 18.7.67 

Het belang van de naastenliefde bestaat hierin, dat zij, als enige van deze drie deugden, eeuwigdurend is en reeds hier op aarde, ”in de zielen het onuitsprekelijk hemels parfum brengt”. 9. 9.6 7 

De Liefde van God betekent noodzakelijkerwijs ook liefde voor onze naaste en zelfs voor onze vijanden.

“Beminnen wie u bemint houdt geen enkele verdienste in. Maar beminnen al wie u kwaad doet, daardoor verwerft ge de Hemel en het Hart van uw God.” 13.3.67 

Standvastige, trouwe liefde:

“Verover uw kroon in de Hemel door uw trouw ondanks alles en tegen alles.” 20.12.66 

2. Het is onze taak aan anderen de weg naar de Hemel te tonen door heilig te leven en het goede Woord te spreken.

“Opent de ogen van de onwetenden, toont hun de weg naar de Hemel door uw heiligheid.” 25.4. 68 
“Wie het goede Woord zaait zal een volle maat zuiver goud voor de Hemel oogsten.” 20. 7. 67
“Ik verrijk een ziel nooit zo maar voor zichzelf‚” maar wel opdat ze mild aan anderen geven zou wat Ik haar als gunst geschonken heb. Als ge dat doet zal uw beloning in de Hemel groot zijn.” 1.11.66 
“Als ge dat geeft wat soms oorzaak is van zoveel kwaad, dan verzamelt ge voor de Hemel onvoorstelbare schatten, die u niet kunnen ontnomen worden.” 30. 3.67

De Voorzienigheid heeft aan de H. Maagd, die door de Kerk vereerd wordt met de titel ‘Poort van de Hemel’, een rol toebedeeld die er enkel uit bestaat ons te helpen om er te geraken. Zij is de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt. 

M: “Oh Moeder, wie zou U niet liefhebben. Gij zijt de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt, het lieflijk licht dat onze weg vol valstrikken verlicht.” 29.9. 66 
“Zij weze voor u en de andere Kleine Zielen het lichtbaken dat verlicht en naar het hemels geluk leidt.” 9.2. 67 

Zij is de band die ons hier op aarde met de Hemel verbindt.

“De band tussen Hemel en aarde is mijn Moeder.” 16.11.67
“Ja, Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. Kanaal langswaar mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit.” 3.12.66

Wij weten nu wat ons naar de Hemel zal leiden. Maar hebben wij gezien dat, om er ontvangen te worden, een heel fundamentele voorwaarde gesteld wordt in verband met de houding die we ons het meest eigen moeten maken en die met gouden letters in het evangelie geschreven staat? En die is: een echte ‘kleine ziel’ zijn.

“Het niemendalletje op deze aarde zal groot zijn in de Hemel.” 13. 7.66 
“Die u naar de Hemel zijn voorafgegaan, waren allen klein. Wat klein is op aarde is groot in de Hemel.” 10.12.66 
“Door de deur van de Hemel raken alleen de kleinen binnen en zij die op hen gelijken.” 12.1.67

Jezus waarschuwt ons, wanneer Hij ons, in zijn handvest van het hemelse rijk, formeel opdraagt om klein te blijven of het te worden als wij nog iets van onze superioriteit, van onze gezwollenheid moeten kwijtraken. “Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan.”

Dit zijn, naar onze mening, de belangrijkste teksten uit de Boodschap betreffende het paradijs waar God heerst in de heerlijkheid en waarnaar Jezus op Hemelvaartsdag is opgevaren, om te zitten aan de rechterhand van de Vader. Om ons een plaats te bereiden, waar we voor altijd bij Hem kunnen zijn.

En omdat we geen andere reden hebben om hier beneden te zijn, vraagt Paulus ons om in gedachten reeds in de Hemel te leven, door ons verlangen ernaar. “Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods, zint op het hemelse, niet op het aardse.“ (Kol.3‚1-2)

De apostel nodigt ons hierbij uit om een inventaris op te maken van de onvergankelijke goederen die onze hemelse erfenis uitmaken. Christus deelt deze erfenis met ons opdat er in ons hart altijd een voorsmaakje van bewaard blijft dat we met liefde mogen cultiveren.

”De smaak van hemelse goederen is de kleinen voorbehouden. Zij hoeven er niet zoveel bij na te denken als ze Mij ontvangen.” 5. 4.67 

De beste garantie voor ons om opgenomen te worden in de Hemel is dus te leven volgens het principe van het geestelijk kindschap, ons voorgehouden door de Boodschap in de geest van het Evangelie.

“Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.” (Mc. 10,10) Laten wij Jezus’ Hart dankbaar zijn dat Hij ons naar zulk een goede school stuurt: de Zijne!


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 67-70.


 

 

A. Ory: Tekenen van Hoop

Tekenen van Hoop

Toespraak te Chèvremont op 25-8-1991

 

Beste kleine zielen,

Lkz sept 1991De laatste tijd hebben wij zeer merkwaardige gebeurtenissen meegemaakt, zowel in de wereld als in de Kerk, gebeurtenissen die ons zeer hoopvol stemmen voor de toekomst.

Op wereldvlak kunnen wij in het recente verleden verwijzen met de afbraak van de Berlijnse muur en in het heden naar de ontbinding van de communistische partij in Rusland. Precies gebeurtenissen van gisteren en vandaag. Een paar jaren voordien kon niemand daarvan dromen, het lag niet in het bereik van de mogelijkheden. Maar wat onmogelijk leek werd verwezenlijkt in een minimum van tijd. De ontbinding van de communistische partij werd voltrokken op het feest van Maria Koningin, 22 augustus 1991.

Nog indrukwekkender is dat al deze omwentelingen plaats gevonden hebben zonder noemenswaardig bloedvergieten. Slechts een drietal jonge mannen werden door tanks verpletterd in Moskou en werden uitgeroepen tot ware volkshelden. De Sovjetunie, die voor kort nog de pretentie had om heel de wereld te winnen voor haar atheïstische overtuiging, stortte in elkaar als een kaartenhuisje. Precies of een voorspelling van Maria in vervulling is gegaan: ‘Machtigen haalde Hij neer van hun troon.’ ln het Magnificat wordt het duizenden keren herhaald. Wat onvoorstelbaar was, is in een minimum van tijd verwezenlijkt.

Is dat het begin van de bekering van Rusland, dat een van de meest godsdienstige volkeren ter wereld huisvest? Door het openstellen van de grenzen tussen Oost en West is nog niet automatisch de herkerstening van het Oostblok in het vooruitzicht gesteld. Uiteindelijk heeft het Westen veel van zijn christelijke overtuiging verloren. Onmogelijk is het niet dat de vrijzinnigheid van het Westen ook het Oosten zal overspoelen. Men dient waakzaam te zijn opdat het wegvallen van gordijnen en muren niet een averechts effect zou bekomen.

Bidden wij dat de doorstroming in goede richting zou verlopen, dat Rusland zich zou mogen bekeren. Uiteindelijk houdt O.L.Vrouw enorm veel van Rusland. Te Fatima in 1917 had Zij gesproken over dat land, dat alle mogelijkheden in zich droeg: ofwel zou het zijn dwaalleer over heel de wereld verspreiden, ofwel zou het zich bekeren.

Gedurende enkele decennia – vooral sinds W.O. II – heeft Rusland zijn macht en zijn ideologie ver verspreid over de ganse wereld. Hoopvol was de laatste tijd, dat er kerken weer open gesteld werden, dat Oostpriesterhulp massaal Bijbels kon verspreiden, dat het geloofsleven kon hervatten.

Dat wereldgebeuren is blijkbaar te vergelijken met koordtrekken. Aan de ene kant het atheïsme, aan de andere kant het Godsgeloof. Wint het atheïsme veld, dan verschraalt het Godsgeloof. Hopelijk kan het christendom anderzijds profiteren van de ineenstorting van het communisme.

 

Ook binnen de Kerk zijn er tekenen van hoop

In feite was de dreiging in de Kerk gevaarlijker dan die van het communisme in Rusland. Het atheïsme vormde een bedreiging van buitenaf; het rationalisme daarentegen een bedreiging van binnenuit.

Een van de hoofdredenen waarom Jezus zijn Legioen Kleine Zielen heeft gewild is het opwerpen van een dam tegen deze uiterst gevaarlijke dreiging van binnenuit. Hoe dikwijls heeft Jezus niet gewaarschuwd tegen de ‘schurftige schapen binnen de schaapskooi’?

Heeft Jezus niet met aandrang gevraagd te bidden voor de volgende intenties: “Een verschrikkelijk gevaar neemt duidelijke vormen aan. Dat gevaar is erger dan oorlog, erger dan hongersnood, ja erger dan de vernietiging van de wereld: het betreft de teloorgang van het geloof! Zelfs bij de godgewijden” (29-11-1979).

Deze teloorgang van het geloof is onder meer te verklaren door het rationalisme dat zich snel verspreid heeft binnen de Kerk. De moderne mens wenst een ‘verstaanbare’ vertaling van de geloofsmysteries. Dan wordt het Evangelie een sprookje, de H. Eucharistie een gewijd broodje, de H. Mis een vertoning en de priester een sociale werker.

 

Voorbeeld van de H. Eucharistie

In het zesde hoofdstuk van het Evangelie volgens Johannes staat die oerbekoring duidelijk uitgeschreven. Dat is het Evangelie van de laatste zondag van augustus. Jezus heeft enkele aspecten van het mysterie van de H. Eucharistie medegedeeld, o.m. dat Hij uit de hemel is neergedaald en dat Hij zijn vlees te eten geeft. Hierop komen de toehoorders in verzet. Zij roepen uit dat zijn taal te hard wordt, dat niemand nog naar Hem kan luisteren, dat zijn woorden eenieder tegen de borst stuiten.

Wat geschied is in Jezus’ tijd, geschiedt in elke tijd, ook in de onze. Wie spreekt over ‘mysterie’, spreekt over dingen die het menselijk verstand te boven gaan, anders zouden het geen mysteries zijn. Spontaan zet elke mens zich af tegen wat hij niet verstaat. De menselijke geest streeft naar doorzichtigheid, naar begrip, naar verstaanbaarheid. Vooral de natuurwetenschappers willen de geheimen der dingen achterhalen. Men wil de natuurwet vertalen in wetenschappelijke formules. Met de geloofsmysteries gaat dat niet; die zijn principieel niet te verstaan. In Jezus’ tijd niet en nu ook niet.

Toen keerden heel wat leerlingen de rug naar Jezus en zeiden: ‘Hard is die taal. Wie kan nu nog naar Hem luisteren?’

In de mate dat de Kerk op onze dagen trouw blijft aan de leer van Jezus moet zij diezelfde taal spreken. Nu is het sacrament van de H. Eucharistie evenmin te verstaan als toen. Als de Kerk nu hetzelfde verkondigt als Jezus in zijn tijd, is het normaal dat een aanzienlijk deel van de toehoorders op dezelfde manier reageert. Nu hoort men inderdaad gelijkaardige kritiek: ‘De Kerk is uit de tijd. Hard is haar taal. Wie kan nu nog naar haar luisteren?‘ Dit geldt zowel haar moraal als haar geloofsaanbod.

Velen keren haar de rug toe. Zij wordt verlaten nu, zoals Jezus toen. Omwille o.m. van Humanae Vitae, omwille van haar huwelijksmoraal, omwille van het celibaat van de priesters, omwille van haar Sacramenten: priesterschap en Eucharistie, biecht en huwelijk. Voor velen hoeft het niet meer omwille van eigen geluksvoorziening.

Hoe moet de Kerk reageren op dit verlies van haar aanhangers? Hierbij bestaan twee mogelijkheden. Velen stellen voor de normen aan te passen, zowel op gebied van moraal als op gebied van geloof. In de taal van hoogspringen zou men zeggen: de lat enkele centimeters lager leggen. Wat de moraal betreft: overschakelen van hetgeen God voorschrijft in de Tien Geboden naar hetgeen mensen verlangen. Wat de geloofsleer betreft, overschakelen van de onverstaanbare mysteries naar verstaanbare waarheid.

In de ogen van sommigen is dat de enige zinvolle oplossing. Heel wat kerkleden, die noch de Tien Geboden (moraal), noch de Twaalf Artikelen (geloofsleer) van de Kerk aanvaarden, zien haar enige overlevingskans in het afstappen van die onhaalbare hoogte en dingen voor te houden die haalbaar zijn. Dit is de grote bekoring van het rationalisme. Deze optie is gedaan door een aanzienlijk aantal – ook verantwoordelijken – in de Kerk.

In het Evangelie staat Jezus zelf een andere houding voor. Als Hij merkt dat zijn toehoorders zijn taal te hard vinden, als Hij merkt dat velen Hem de rug toekeren, denkt Hij geen ogenblik aan het aanpassen van zijn leer. Hij onderneemt geen enkele poging om zijn publiek gunstig te stemmen door zijn verhaal verstaanbaar te maken. Wij kennen Jezus’ reactie. Zelfs zijn twaalf apostelen waren onderhevig aan dergelijke bedenkingen. Ook zij begrepen niet. Ook voor hen was de openbaring van de H. Eucharistie een onverstaanbaar mysterie. Ook zij stonden klaar om hun Meester de rug toe te keren. Hoe reageert Jezus hierop? Zegt Hij, jongens gaat niet heen, blijft alstublieft toch bij Mij. Ik zal mijn verhaal verstaanbaar maken. Dan kunnen jullie begrijpen. Dan is de duisternis van het mysterie voor u eraf.

Jezus spreekt andere taal. Hij tracht zijn mysterie niet verstaanbaar te maken, omdat het in se onverstaanbaar is en moet blijven zoals het is. Wie kan zijn boodschap verstaan: ‘Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij!‘. Daarom had Jezus op voorhand gevraagd dat het ‘werk’ dat zij moesten verrichten was te ‘geloven’. Wie zich uitsluitend laat leiden door de ‘rede’ moet ipso facto buiten een aanzienlijk deel van het geloofsaanbod blijven. Wie zich laat leiden door het ‘geloof’, is in staat binnen te treden in het aanbod, zowel van Jezus toen, als van de Kerk nu.

Jezus heeft zijn aanbod niet verlaagd tot verstaanbare waarheid. Hij heeft mysterie mysterie gelaten. Petrus heeft juist gereageerd. Hij is op de bekoring van de weglopers niet ingegaan, ook al stond hij aardig opgesteld in hun richting. Jezus vroeg hem: ‘Willen jullie soms ook heengaan?’ Deze vraag heeft een heilzame schok teweeggebracht in de kring van de apostelen. In hun naam spreekt Petrus: ‘Heer, naar wie zouden wij gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven.’

Jezus heeft zijn aanbod niet verlaagd van onbegrijpelijk mysterie tot verstaanbare waarheid. Petrus heeft geleerd niet weg te gaan zoals vele anderen, omdat Jezus’ taal te hard en onverstaanbaar was voor zijn verstand. Hij is erin geslaagd gelovig te reageren. Hij heeft de woorden van Jezus aanvaard, ook al begreep hij ze niet. Hij wist wel dat wat Jezus vertelde waarheid was. Hij had woorden van eeuwig leven, omdat Hij betrouwbaar was, ook al was het harde taal voor de menselijke geest.

De Kerk is heden ten dage in een gelijkaardige bekoring verzeild. In vele gevallen reageert zij anders dan haar Meester. Zij wil vaak behagen aan haar toehoorders. Zij praat haar leden soms naar de mond en verlaagt soms haar aanbod tot verstaanbare waarheid en haalbare leefregels. In de mate de Kerk het aanbod van Jezus aanpast aan het verlangen van haar leden, loopt zij het risico geen christendom meer aan te bieden, maar een verkapte vorm van humanisme. Dit betekent ontkerstening van de Kerk, het hervallen tot een nieuw heidendom. In deze context moeten Eucharistie en priesterschap hun wezenlijke plaats verliezen, omdat zij beide sacramenten van het mysterie bij uitstek zijn. De priester is door zijn wijding de man, die brood kan veranderen in het Lichaam van Christus! Wie tracht te begrijpen moet onvermijdelijk zeggen: ‘Hard is die taal! Wie kan nu nog naar Haar (Hem) luisteren?

 

Monseigneur Léonard

Tegen deze achtergrond verschijnt dan plotseling Mgr. Léonard als nieuw benoemde bisschop te Namen. Hij is na rijp overleg door Paus Johannes-Paulus II benoemd. Dat is geen vergissing. Geen wonder dat Mgr. Léonard door zijn beleid gelijkaardige reacties van afkeuring en oppositie oproept als Jezus tijdens zijn toespraak over de H. Eucharistie.

De originaliteit van Mgr. Léonard uit zich vooral in twee charisma’s:

– 1) Hij heeft gezien dat er dwaalleer verkondigd wordt in de Kerk en tracht daar een eind aan te stellen in zijn bisdom.

– 2) Hij is in staat meerdere jongeren aan te trekken die bereid zijn priester te worden.

Niet zo talrijk zijn zij die beseffen dat er inderdaad dwaalleer verkondigd wordt. Niet zo talrijk zijn zij die zich verzetten tegen de aanpassing van Jezus’ openbaring aan het verstand en het verlangen van de mens. De gaven van de H. Geest zijn finaal te herleiden tot twee: verstand en sterkte.

Men moet zien dat er dwaalwegen bewandeld worden. Zolang men niet inziet dat men op verkeerde weg zit, keert men niet terug en gaat men verder. Het is een uitzonderlijke gave op onze dagen dit ‘licht’ te krijgen van de H. Geest. Terwijl haast iedereen overtuigd is dat de gangbare theologie zeer goed is, omdat ze dingen voorhoudt die mensen bereid zijn te aanvaarden, duikt hier of daar een uitzondering op, die beweert dat men op vele plaatsen verkeerd is ook wat betreft de opvoeding van seminaristen.

Naast het licht is er ook moed nodig om dan de nodige conclusies te trekken. Faculteiten die niet beantwoorden aan die vereiste normen sluiten en zoeken naar instituten die wel bereid zijn de leer van Jezus te verkondigen, met behoud van mysteries en goddelijke verplichtingen. Misschien vindt Mgr. Léonard sterkte in het woord van zijn Meester: ‘Willen ook jullie heengaan?‘ Zijn antwoord is alleszins bij voorbaat gegeven. Trouw aan de openbaring van Jezus, trouw aan de leer van de Kerk, ook al keren velen Hem en haar de rug toe.

Om te eindigen een wens: op onverklaarbare en onverwachte wijze is het communisme buiten de Kerk in elkaar gestort. Zou het kunnen dat het rationalisme, een van de gevaarlijkste oorzaken van de geloofscrisis binnen de Kerk, op zekere dag even onverklaarbaar en onverwacht totaal in elkaar stuikt? Misschien is Mgr. Léonard de man die het vuur aan de lont heeft gestoken. Misschien zullen velen na hem ook licht en sterkte krijgen om te handelen zoals hij handelt.

Moge het modernisme verdwijnen in de Kerk, zoals het communisme verdwenen is in Rusland!

Pastoor A. Ory


Uit; ‘Het Legioen Kleine Zielen’, tijdschrift van het legioen kleine zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, negentiende jaargang, nummer 3, september 1991, blz. 3-8.