Auteur: Beheerder Website
Beheerder van meerdere websites
Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 4)

H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof
Onze meditaties over de Eucharistie willen we beëindigen met een volkse en tevens diepzinnige voorstelling: als vijf ruimten, die we betreden gedurende een Eucharistieviering. Het is een meditatie van de vooraanstaande, creatieve, Kroatische theoloog Tomislav Ivancic (1).
Het kan voor sommigen een al te materialistische, of zelfs vulgaire voorstelling lijken van wat voor ons het heiligste is. Hij wil echter mensen bereiken die niet door een mystieke of mystagogische taal geraakt worden, maar wel door de voorstelling van heel gewone dagelijkse beelden om hen uit te nodigen achter het menselijke gebeuren de diepere goddelijke werkelijkheid te ontdekken.
Inkomhal
Het begin van de Eucharistie is als het betreden van de inkomhal, waar men zijn regenjas aflegt en zich klaar maakt. We leggen onze oude mens af om ons te bekleden met de nieuwe mens. Dit doen we door nederig onze zonden te bekennen, anderen vergiffenis te schenken en zelf vergeving te ontvangen:
“Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen dat ik gezondigd heb…”.
Bijzonder zinvol hierbij is ook de besprenkeling met wijwater (wat in de Latijnse ritus – Novum Ordo – voorzien is in het begin van de Eucharistie, al wordt dit in de praktijk weinig gedaan). Dit wijwater herinnert aan ons doopsel, waardoor wij met Christus gestorven zijn aan onze oude mens om door Hem en zijn Geest vervuld te worden.
Deze openingsritus vervangt niet het sacrament van de verzoening, waardoor we vergeving kunnen krijgen voor grotere zonden. Het is wel een verzoeningsdienst waarin we vergeving krijgen voor onze dagelijkse zonden. Ze wordt besloten met het openingsgebed van de dag.
De audiëntiezaal
In een audiëntie worden boodschappen gegeven die daarna beantwoord worden. Plechtig wordt het Woord Gods verkondigd, eerst uit het Oude Testament, en daarna uit het Evangelie. Oud en Nieuw Testament vormen een eenheid.
In het Oude Testament is het Nieuwe Testament verborgen aanwezig en het Nieuwe Testament brengt het Oude tot algehele vervulling. Omdat we Jezus zelf horen spreken in het Evangelie staan we uit eerbied recht.
De homilie toont de actualiteit van dit Woord Gods voor ons leven, hier en nu. Ze spoort ons aan om Jezus’ Woord daadwerkelijk in praktijk te brengen en te beleven. Hierop antwoorden we met onze geloofsbelijdenis (op zon- en feestdagen). Het is als het ware ons ”amen”, dat wil zeggen: “in dit geloof zijn we opgevoed, naar dit geloof willen we leven!”
We eindigen met de voorbeden. Zoals Jezus ons leerde in het Onze Vader willen we, nadat we alle voorrang gegeven hebben aan het Rijk Gods, zijn Naam en zijn Wil, vertrouwvol vragen dat Hij aan onze noden tegemoetkomt.
De bereiding van de maaltijd
Bij de wonderbare spijziging van 5000 mannen vroeg Jezus aan zijn apostelen: “Hoeveel broden hebt ge?” (Marcus 6, 38). Ze hadden slechts vijf broden en twee vissen, zoveel als niets voor zulk een massa mensen. En het is deze menselijke nietigheid die Jezus zal omvormen tot overvloedig voedsel.
De zaal van deze “offerande” nodigt ons uit, alles aan Hem te geven. Het brood en de wijn vertegenwoordigen heel de schepping en heel ons leven, lijden en sterven. Het vertegenwoordigt onze verwachting en ontgoocheling, kracht en zwakheid, vreugde en verdriet… Wat we niet afgeven wordt een afgod. Al wat we bewust afgeven zal Hij omvormen. Ieder lijden zal een mozaïek worden van onze verrijzenis. Deze ruimte eindigt met het gebed over de gaven.
Het heilige der heiligen
Nadat we gereinigd werden, gevormd door Gods Woord en heel ons leven aan de Verrezen Heer hebben geschonken, treden we zijn heiligdom binnen met het Grote Dankgebed.
We herinneren God aan de grote weldaden die hij eertijds verleende aan Abraham aan de profeten, apostelen, martelaren… en vooral aan Jezus. Ook vragen we God zijn liefde te blijven geven aan al onze geliefden, levenden en overledenen.
Het brood en de wijn blijven hun uiterlijke gedaanten bewaren maar worden nu het Lichaam en het Bloed van de Verrezen Heer. Zo zal de Heer ook ons en al wat wij aan Hem hebben afgestaan omvormen. Hij maakt ons tot zijn Kerk, zijn mystiek Lichaam, met zijn Geest, zijn kracht, zijn deugden.
Alles zal delen in de schittering van zijn glorie: Door Hem en met Hem en in Hem…
Aan de tafel van de Heer
Alles wat we gegeven hebben, geeft God ons nu terug, omgevormd in Jezus. Door de communie is het Jezus die ons opneemt en verheerlijkt. Het zijn niet wij die Hem opnemen in de waardigheid van onze menselijke persoon maar Hij is het die ons verheft tot de goddelijke waardigheid en kracht van zijn Verheerlijkt Leven.
Hij zendt ons nu om zijn aanwezigheid en zijn licht uit te stralen in deze wereld.
Voetnoot
(1) Tomislav Ivanvic (1938-2017) was sinds 1971 professor fundamentele theologie aan de katholieke theologische faculteit van de universiteit van Zagreb, de hoofdstad van Kroatië. In 2004 werd hij lid van de Internationale Theologische Commissie, voorgezeten door kard. J. Ratzinger en opgericht door Johannes-Paulus II. Hij was een zeer bezielde christen en werd grondlegger van de “hagiotherapie”, een methode van geestelijke hulpverlening op grond van een levendig christelijk geloof.
Hij ijverde voor een verruiming en verdieping van het mensbeeld in de huidige psychologie en psychiatrie, waarin de wezenlijke, geestelijke dimensie (naast de lichamelijke en psychische) nog steeds grotendeels ontbreekt. De heilige Paulus spreekt immers over “geest, ziel en lichaam” (1 Thessalonicenzen 5, 23). Ziel en geest zijn weliswaar niet gescheiden maar wel onderscheiden. De geest is als het ware het puntje van de ziel, waar de “inwoning Gods” is. Deze diepe “geestelijke dimensie” is nog steeds een blinde vlek in de hedendaagse psychiatrie.
De huidige voorstelling over de vijf ruimten van de Eucharistie komt uit de bundeling van 33 meditaties “Pred svetohranistem” (= Voor het tabernakel). Tomislav heeft ook in Vlaanderen gedurende enkele jaren inspirerende conferenties gegeven.
Pater Daniel, per email
Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 3)
In vorige twee bijdragen mediteerden we over de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie. Nu willen we aantonen dat Eucharistie eigenlijk alles is, heel de geschiedenis omvat en de betekenis van het christelijk leven uitdrukt.
Eucharistie omvat heel de geschiedenis
Wanneer we het wereldgebeuren vanuit het christelijk geloof bekijken mogen we de Eucharistie werkelijk het centrum én het hart van heel de geschiedenis noemen, vanaf de schepping van de wereld tot aan de Wederkomst van Christus. Heel het Oude Testament is één grote voorbereiding op de Eucharistie met enkele uitdrukkelijke verwijzingen. De menswording van Jezus bracht het historisch gebeuren van de Eucharistie en in de tijd van de Kerk wordt de Eucharistie sacramenteel gevierd totdat Hij wederkomt.
Voorafbeeldingen
Heel het Oude Testament is een voorbereiding op de komst en het verlossingswerk van Jezus Christus.
De mysterieuze koning-priester Melchisedek (= koning van gerechtigheid) biedt Abraham brood en wijn aan (cf. Genesis 14). Het is een voorafbeelding van Jezus die in de Eucharistie heel de schepping, uitgedrukt in brood en wijn, zal omvormen. De gaven van brood en wijn zijn geschenken van de schepping én van het werk van onze handen. Het manna dat God aan het joodse volk gaf tijdens zijn tocht door de woestijn (cf. Exodus 16), is slechts een beeld van het ware brood uit de hemel, zoals Jezus uitlegt (Johannes 6).
De viering van het paasfeest en de uittocht van het joodse volk uit de slavernij in Egypte (Exodus 12) vormen de voornaamste voorafbeelding van de Eucharistie als de definitieve bevrijding en verlossing. Het is ook het voornaamste gebeuren in de geschiedenis van het joodse volk. En het bruiloftsmaal van het Lam (cf. Apocalyps 19) is de uiteindelijke bevrijding, de gelukzalige vereniging van Christus met zijn volk.
Historische realisatie
Jezus heeft de mensheid en de wereld verlost door onze menselijke conditie zelf aan te nemen, in vrijheid en liefde het lijden en de kruisdood te aanvaarden voor onze zonden en te verrijzen.
De Evangelies beschrijven Jezus’ aardse leven herhaaldelijk als een “opgaan naar Jeruzalem”. De apostelen verwachtten nog dat Jezus Israël zou herstellen als een glorierijk, soeverein, aards rijk. Zij vroegen zich af wie daarin de grootste zou zijn. Ondertussen trachtte Jezus herhaaldelijk en met veel geduld hen duidelijk te maken dat Hij de definitieve verlossing zou brengen niet alleen voor Israël maar voor ieder mens die in Hem gelooft. Hij was geheel gericht op het volbrengen van zijn levensoffer door zijn kruisdood, waarna Hij zou verrijzen.
In het Laatste Avondmaal geeft Jezus aan zijn apostelen de herinnering en de sacramentele viering van zijn levensoffer, dat Hij onmiddellijk daarna in vrijheid en liefde zal ondergaan. Hij draagt hen op zijn offer in zijn naam te blijven vieren totdat Hij wederkomt.
Sacramentele viering
In de tijd van de Kerk vieren de priesters de dood en de verrijzenis van Jezus onder de gedaante van brood en wijn. Jezus heeft het mysterie van onze verlossing zo ingesteld en aan zijn Kerk opgedragen dit alle komende eeuwen door te vieren. Dit bevat onze uiteindelijke en definitieve verlossing, die Hij aan het einde der tijden glorierijk zal voltooien.
Na de maaltijd nam Jezus de beker met wijn. Hierin herkennen we ‘de beker van Elia’, die in het joodse geloof de hoop op de verlossing uitdrukte. Deze beker wordt bij het joodse paasmaal nu nog gevuld, maar niet gedronken. Hij blijft staan als het symbool van de verwachting op de terugkeer van Elia en de uiteindelijke voltooiing. Door deze beker te nemen drukt Jezus uit dat Hij de vervulling is van de verwachting op de verlossing.
De oosterse liturgie legt de nadruk op het feit dat de Geest voor altijd het Lichaam van Christus verheerlijkt heeft. Daarom zingen de oosterlingen na de communie: “Wij hebben het ware licht gezien en wij hebben de hemelse Geest ontvangen en het ware geloof gevonden: laten we buigen voor de onzichtbare Drie-eenheid want zij heeft ons verlost”.
Verwachting
In de Eucharistie heeft Jezus ons zijn verlossing aangeboden, die ons nergens anders en door niemand anders kan gegeven worden. Wel kijken wij uit naar de glorievolle voltooiing bij de Wederkomst van de Verrezen Heer aan het einde van de tijd.
Het paasfeest van het joodse volk in Egypte was een haastig gebeuren. Er werd staande gegeten, met de lendenen omgord, klaar om te vertrekken uit de slavernij, de bevrijding tegemoet. In de Eucharistie wordt deze “haast” vergeestelijkt en verdiept. We blijven hier op aarde pelgrims, “vreemdelingen en ballingen” (1 Petrus 2, 11). Onze definitieve bevrijding zal bestaan in onze vereniging met Christus in het eeuwige geluk van de Drie-ene God. Daarvoor is het nodig dat wij door lijden en sterven met Hem omgevormd worden tot de gelijkenis met Hem.
De eerste christenen noemden hun geloofsgemeenschap een parochie, van het Griekse par-oikos (= nog niet thuis). Ze beschouwden zich hier op aarde als vreemdelingen en pelgrims op weg naar hun definitieve thuis bij God. “Vrienden, nu reeds zijn we kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt, wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is” (1 Johannes 3, 2).
“Weest dus waakzaam…” (Mattheus 24, 42)
Christen zijn is zo leven dat je op ieder ogenblik klaar bent om de Heer Jezus bij zijn glorievolle Wederkomst te verwelkomen. Het is leven in waakzaamheid en blijde verwachting.
Jezus’ heeft zijn leven gegeven voor ons, uit liefde en in vrijheid. Dat is Eucharistie. Dat is de kern van de opdracht van ieder christen en van ieder mens. We leven niet voor onszelf en voor eigen glorie, we leven voor God en voor de anderen. Man en vrouw die zich geheel geven aan elkaar en in navolging van Jezus, zich inzetten voor elkaar en hun kinderen, beleven de Eucharistie dag, na dag.
Wie in zijn beroep zich geeft, in liefde en vrijheid, voor de eer van God en het heil van de mensen, wordt in zijn leven Eucharistie. Dit geldt voor ieder mens en voor gelijk welk beroep of taak. In die zin kunnen we zeggen: Eucharistie omvat heel ons leven, Eucharistie is alles (Volgende week slot).
P. Daniel
De opdracht van de Kleine Zielen

De roeping van de Kleine Zielen vindt haar oorsprong in het Evangelie zelf. Zij is geen nieuwe leer, maar een concrete wijze van leven volgens de woorden van Jezus. De opdracht die Hij aan de Kleine Zielen geeft, kan worden samengevat in drie kernpunten: Jezus beminnen, meewerken aan het heil van de zielen en de liefde van Christus zichtbaar maken door dienstbaarheid aan de naaste.
1. Jezus beminnen en Hem doen beminnen
Op de vraag welk gebod het grootste is, antwoordt Jezus:
“De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en met al uw krachten.” (Marcus 12,29-30)
De eerste en voornaamste opdracht van de Kleine Ziel is daarom een leven van liefde voor Jezus. Niet alleen Hem kennen of over Hem spreken, maar Hem werkelijk beminnen met heel het hart. Jezus zei op 10 februari 1967:
“Jullie hart dwaalt op zoek naar de waarheid en vindt haar niet. Zij is zo dichtbij en jullie zien haar niet. Kijk naar Mij en bemin Mij.”
Ware liefde blijft echter nooit beperkt tot gevoelens. Wie Jezus liefheeft, wil ook wat Hij wil. Zijn verlangen is dat alle mensen gered worden en delen in het eeuwig leven. Daarom bestaat de opdracht van de Kleine Ziel er ook in anderen tot Christus te brengen, zodat ook zij zijn liefde leren kennen.
2. Jezus helpen bij het redden van de zielen
Uit liefde nodigt Jezus de Kleine Zielen uit om deel te nemen aan zijn verlossingswerk. Niet uit eigen kracht, maar door zich volledig aan Hem toe te vertrouwen. Daarom noemt Hij hen “mijn kleine medeverlossers”.
Op 4 juli 1973 sprak Jezus:
“Mijn kleine medeverlossers, help Mij de wereld te redden door uw liefde. Wees rustig en vreedzaam onder mijn blik. Geloof in mijn macht. Het enige probleem is ‘ja’ te zeggen aan de genade en ‘neen’ aan de hoogmoed en alles wat daaruit voortkomt. De weg is steil; ga langzaam en voorzichtig.”
Iedere Kleine Ziel ontvangt volgens deze boodschap een bijzondere verantwoordelijkheid. God vertrouwt aan ieder mensen toe voor wie gebeden, geleden en geofferd mag worden. Daarom zegt Jezus:
“De Kleine Zielen dragen een grote verantwoordelijkheid tegenover Mij. Aan ieder van hen heb Ik een groot aantal zielen toegewezen die gered moeten worden. Begrijp daarom dat men niet ten strijde trekt zonder zelf slagen te ontvangen.” (25 augustus 1979)
Deze strijd is geen uiterlijke strijd, maar een geestelijke strijd tegen zonde, hoogmoed, egoïsme en alles wat de mens van God verwijdert.
3. Naar hen gaan die lijden
Liefde tot God kan niet losstaan van liefde tot de naaste. Onmiddellijk na het eerste gebod zegt Jezus:
“Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” (Marcus 12,31)
Op 21 juni 1973 ontving Marguerite wat zij zelf de “Leefregel van de Kleine Ziel” noemt. Daarin geeft de Heer een eenvoudige maar diepgaande opdracht. De Kleine Ziel wordt gezonden naar allen die hulp nodig hebben:
- Ga naar wie lijdt en troost hem.
- Ga naar wie twijfelt en stel hem gerust.
- Ga naar wie weent en droog zijn tranen.
- Ga naar wie wacht en leer hem geduld.
- Ga naar wie verdwaald is en wijs hem de weg.
- Ga naar wie wanhoopt en geef hem hoop.
- Ga naar wie ontrouw is en versterk hem.
- Ga naar wie in het duister leeft en laat hem hopen op het Licht.
- Ga naar wie overspannen is en breng hem innerlijke rust.
- Ga naar wie besluiteloos is en schenk hem standvastigheid.
Zo wordt iedere Kleine Ziel uitgenodigd een levende getuige van Christus te zijn. Niet door grote woorden of buitengewone prestaties, maar door zachtmoedigheid, nederigheid, barmhartigheid en liefde. De Kleine Ziel brengt aan de mensen de “liefelijke geur van Christus” en maakt door haar leven zichtbaar dat Gods liefde sterker is dan angst, verdriet en zonde.
De kern van de opdracht
De opdracht van de Kleine Zielen kan uiteindelijk in één zin worden samengevat:
Jezus liefhebben, met Hem meewerken aan het heil van de mensen en overal waar men komt de liefde, de vrede en de barmhartigheid van Christus uitstralen.
Zo beantwoorden de Kleine Zielen aan hun roeping om klein te zijn voor God, volledig op Hem te vertrouwen en zich beschikbaar te stellen als instrumenten van zijn barmhartige liefde voor de wereld.
Foto’s Marguerite
Levensverhaal van Marguerite
Levensverhaal van Marguerite
Stichteres van het Legioen van de Kleine Zielen van het Barmhartige Hart van Jezus
Onderstaand levensverhaal is gebaseerd op de autobiografische getuigenis van Marguerite, zoals opgetekend in het boek Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, Deel I. Het biedt een inkijk in de geestelijke weg die zij heeft afgelegd en in de oorsprong van de spiritualiteit van het Legioen van de Kleine Zielen.
Marguerite groeide op in een sterk antiklerikaal milieu. Door toedoen van haar oom werd zij als kind niet gedoopt. Toch leefde er reeds vanaf haar vroegste kinderjaren een diep verlangen naar God en naar de hemel in haar hart. Wanneer zij andere kinderen zag die zich voorbereidden op hun Eerste Heilige Communie, voelde zij verdriet omdat zij zelf nog niet gedoopt was. Uiteindelijk ontving zij op twaalfjarige leeftijd het doopsel. Deze gebeurtenis vervulde haar met een diepe vreugde en liet een blijvende indruk na in haar leven.
Hoewel zij nauwelijks godsdienstonderricht had ontvangen, bleef in haar hart een verlangen naar het goede en naar God aanwezig. Zoals zoveel jonge mensen zocht ook zij aanvankelijk geluk in menselijke waardering, uiterlijkheden en aardse genoegens. Later trad zij in het huwelijk en werd moeder van kinderen. Haar geloofsleven bleef echter gedurende lange tijd eerder oppervlakkig en speelde slechts een beperkte rol in haar dagelijkse bestaan.
Een belangrijke ommekeer kwam toen haar moeder ernstig ziek werd en volgens de artsen weinig kans op herstel had. In haar grote nood wendde Marguerite zich tot de Heilige Maagd Maria. Zij bad vurig om de genezing van haar moeder en beloofde regelmatig op bedevaart te gaan wanneer haar gebed zou worden verhoord. Toen haar moeder geleidelijk herstelde, groeide in haar het besef dat Maria haar had geholpen. Deze ervaring werd het begin van een dieper innerlijk leven.
Een beslissend moment in haar geloofsweg vond plaats tijdens de kerstnachtmis van 1946. Voor het eerst woonde zij bewust de nachtmis bij. Toen zij het Kind Jezus in de kerststal zag liggen, werd zij diep geraakt. Zij voelde zich overweldigd door een liefde die zij niet kon verklaren en barstte in tranen uit. Later zou zij schrijven dat Jezus haar op dat ogenblik voor Zich gewonnen had. Vanaf dat moment begon zij trouw de heilige Mis bij te wonen, regelmatig te biechten en actief op zoek te gaan naar geestelijke begeleiding.
Onder leiding van ervaren priesters groeide haar geestelijk leven snel. Zij ontdekte de waarde van het dagelijkse gebed en de meditatie. Gaandeweg ervoer zij een steeds sterkere aantrekking tot God. In haar autobiografie beschrijft zij talrijke innerlijke ervaringen, dromen, geestelijke inzichten en mystieke genaden. Deze gebeurtenissen stonden echter nooit op zichzelf, maar brachten haar steeds dichter bij een leven van liefde, bekering en overgave aan God.
Haar bekering werd niet door iedereen begrepen. Binnen haar familie stuitte zij geregeld op onbegrip, spot en tegenstand. Toch bleef zij trouw aan de weg die zij als een roeping van God ervoer. Stap voor stap leerde zij offers brengen, haar eigen wil los te laten en haar leven steeds meer op Christus af te stemmen. De strijd tegen ijdelheid, eigenliefde en menselijke gehechtheden vormde daarbij een belangrijk onderdeel van haar geestelijke groei.
Een bijzondere plaats in haar leven werd ingenomen door haar geestelijk leidsman. Hij begeleidde haar gedurende vele jaren, hielp haar bij het onderscheiden van haar mystieke ervaringen en moedigde haar aan om steeds nederig en gehoorzaam te blijven. Zijn overlijden betekende voor haar een zware beproeving. Daarna volgde een periode van geestelijke droogte, eenzaamheid en innerlijke strijd. Toch bleef zij vertrouwen op Gods leiding en zette zij haar geloofsweg voort.
Doorheen haar levensverhaal loopt één centrale gedachte als een rode draad: God kiest niet in de eerste plaats de sterken, de wijzen of de machtigen van deze wereld, maar juist de kleinen en eenvoudigen. Hij zoekt de zwaksten op, vormt hen met geduld en liefde en maakt hen tot instrumenten van zijn barmhartigheid. Deze overtuiging zou later het fundament vormen van het Legioen van de Kleine Zielen.
De spiritualiteit die uit haar leven spreekt, wordt gekenmerkt door een kinderlijk vertrouwen op God, een diepe liefde tot Jezus en Maria, een voortdurende bereidheid tot bekering en een verlangen om geheel aan Gods liefde toe te behoren. Centraal staat het ideaal van de “kleine ziel”: een mens die zich klein weet voor God, eenvoudig leeft, nederig blijft en volledig vertrouwt op zijn barmhartige liefde.
Hoofdthema’s van haar levensverhaal
- Verlangen naar God vanaf de kinderjaren.
- Het belang en de genade van het doopsel.
- Bekering en innerlijke omvorming.
- Liefde tot Jezus en Maria.
- Gebed, meditatie en geestelijke groei.
- Mystieke ervaringen en Gods leiding in het dagelijks leven.
- Strijd tegen ijdelheid, eigenliefde en gehechtheden.
- Gehoorzaamheid aan geestelijke begeleiding.
- Vertrouwen op Gods barmhartigheid.
- Het ideaal van de “kleine ziel”: klein, eenvoudig en volledig afhankelijk van God.
Het levensverhaal van Marguerite vormt niet alleen een persoonlijke geloofsgetuigenis, maar tevens een inleiding tot de spiritualiteit van het Legioen van de Kleine Zielen. Nederigheid, eenvoud, vertrouwen, gehoorzaamheid en volledige overgave aan de liefde van God vormen de kern van deze boodschap, die ook vandaag nog velen inspireert op hun weg naar heiligheid.
Bewerking door pastoor Geudens – pastoorjack@duck.com
Marguerite over het Kindje Jezus
Marguerite over het Kindje Jezus in Chèvremont met de Kleine Zielen uit Chili in de jaren 90
Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 2)

In de vorige bijdrage toonden we de absolute noodzaak van het geloof in de werkelijke aanwezigheid van het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer in de Eucharistie. Iedere poging om daaraan een overdrachtelijke of andere uitleg te geven is een dwaalweg. Ze levert ons een dorre boom op die geen vruchten meer draagt. En iedere hernieuwde erkenning en aanbidding van Jezus’ werkelijke aanwezigheid brengt een hernieuwde vitaliteit voort.
Veelzijdige aanwezigheid
God is op vele wijzen aanwezig. In Exodus 3, 14 openbaarde Hij zich op mysterieuze wijze als “Ik ben die is” (Hebreeuws: ehejeh asjer ehejeh). Hij is Degene die is, die was en die zal zijn. Het is een uitnodiging tot geloof in Hem, die het volk Gods eens heeft geleid en beschermd, die nu en in de toekomst zorg blijft dragen voor ons.
Zo erkennen en bewonderen we God in zijn majestueuze schepping. Daarin kunnen we zijn glorie zien. In de heilige Schrift kunnen we zijn Woord lezen en horen. In de priester erkennen we Christus’ aanwezigheid als een “alter Christus” (een andere Christus). Hij geeft het leven van Christus aan ons door de sacramenten. En Christus is aanwezig overal waar mensen in zijn Naam bidden. Bovendien is Hij op bijzondere wijze aanwezig in hen die arm zijn en lijden.
Eucharistische aanwezigheid
In de schepping kunnen we God zien. In de Schrift kunnen we God horen en lezen. In de Eucharistie kunnen we echter op heel bijzondere wijze Jezus’ verheerlijkt Lichaam en Bloed eten en drinken. Daar wordt Hij voor ons voedsel dat ons zijn eigen eeuwig leven en eeuwigheid schenkt. Deze eucharistische wijze is een unieke werkelijke aanwezigheid.
Het gewone voedsel dat we tot ons nemen, wordt gedeeltelijk door ons geabsorbeerd. Het wordt een deel van ons lichaam en dus als het ware verheven tot de waardigheid van onze menselijke persoonlijkheid. In de heilige communie is het juist omgekeerd. God neemt ons op en verheft ons tot zijn goddelijkheid en eeuwig leven. “Als Christus in u is, blijft uw lichaam wel door de zonde de dood gewijd, maar uw geest leeft…” (Romeinen 8, 10).
Verschillende tradities
Zowel in de Latijnse als in de oosterse traditie werd trouw het geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed in de Eucharistie bewaard, zij het elk op eigen wijze. De Latijnse liturgie is meer rationeel, sober, met een duidelijk begin en eind. Ze wordt gevierd in de Romaanse kerken met hun eenvoudige, indrukwekkende schoonheid. Op die wijze heeft ook het concilie van Trente de werkelijke aanwezigheid helder en rationeel bepaald: waarlijk, werkelijk, wezenlijk (zie vorige bijdrage).
De oosterse liturgie heeft iets meer van de mystieke sfeer bewaard met meer processies, langere gebeden, litanieën, wierook en kaarsen. Hun kerken zijn ook overvloedig versierd met afbeeldingen van Christus, Maria, en de heiligen. Hun liturgie heeft geen strikt rationeel begin en einde, maar is eerder een deelname aan de hemelse liturgie, die al lang bezig was en die na de dienst ook zal verdergaan. In die zin legt hun heilige liturgie ook veel meer de nadruk op de heilige Geest, die de Bewerker is van de werkelijke aanwezigheid.
Protestantse bijdrage
De protestantse traditie heeft helaas voor een groot deel het geloof in Jezus’ werkelijke aanwezigheid verloochend. Sommige protestanten verwijten katholieken, niet zonder reden, dat ze het Woord van de Schrift niet ernstig genoeg nemen. Wat de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie betreft, zijn zij het echter die de glasheldere woorden van Jezus, de Evangelisten en de heilige Paulus naast zich neerleggen.
Toch kunnen we uit hun houding nog iets goeds halen. Ze leggen de volle nadruk hierop: we worden gered door het geloof. Dit geloof moet wel door onze houding en onze daden zijn waarachtigheid aantonen. Onze deelname aan de Eucharistie dient een deelname in geloof te zijn. Aanwezig zijn is niet genoeg. Een kerkstoel is op zich niets ‘heiliger’ dan een barkruk! Er is een levendig geloof nodig in Jezus, die ons bevrijding, licht en leven geeft.
Oprecht en levendig geloof
“De Eucharistie is onze autosnelweg naar de hemel. Telkens wanneer we de heilige communie ontvangen, raken we de hemel… Indien de mensen werkelijk beseften dat God zelf daar aanwezig is, dan zouden de kerken dag en nacht vol zitten”.Dit zei de 15-jarige Carlo Acutis in de nacht van woensdag op donderdag 12 oktober 2006, voordat hij stierf. Hij had ook net op tijd zijn website over de gerapporteerde eucharistische wonderen kunnen afwerken.
In de geloofsgemeenschap van Korinthe waren er blijkbaar ook misbruiken en werd de Eucharistie door sommigen op onwaardige wijze genuttigd. De heilige Paulus geeft hen een zeer ernstige waarschuwing: “Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis. Daarom zijn er onder u zo velen ziek en zwak en zijn er een aantal gestorven” (1 Korintiërs 11, 29-30).
Ook de Kerk vraagt dat we ons onderzoeken en vooraf het sacrament van de verzoening zouden ontvangen, wanneer we ons van een ernstige zonde bewust zijn. (Wordt vervolgd).
P. Daniel
Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 1)
Donderdag van vorige week vierden we Sacramentsdag met de nodige luister en aanbidding na de Eucharistie tot middernacht. Dit feest werd ingesteld in de 13e eeuw, onder impuls van de heilige Juliana van Cornillon (+ 1258). Zij ijverde voor de erkenning en verering van de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed in de heilige Eucharistie. Aangezien dit geloof ook in onze tijd erg verzwakt is, willen we dit nu in het licht stellen.
De vaste leer doorheen de eeuwen
Dit is maar één aspect van het alomvattend mysterie van de Eucharistie, maar het raakt werkelijk het hart van het christelijk geloof en is wezenlijk voor de vitaliteit zowel van de afzonderlijke gelovige als van de gemeenschap.
In de geschiedenis van de Kerk werd dit geloofspunt herhaaldelijk door ketters bestreden of betwijfeld. De strijd eindigde telkens in een vuriger geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie omdat het de heldere leer is van Jezus, de Evangelies, de Kerkvaders, het kerkelijk leergezag en de concilies…
Johannes 6
“… Ik zeg u als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn Bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u… Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank...” (Johannes 6, 53-56). Vijfmaal herhaalt Jezus deze uitspraak in het zesde hoofdstuk van het Johannes-Evangelie. Hij begint en eindigt met een sterke oproep tot geloof in Hem.
Sommigen willen daarom heel deze rede herleiden tot een dringende aansporing om in Hem te geloven. Heel goed. We kunnen echter niet ontkennen dat Jezus hier spreekt over de werkelijkheid van zijn Lichaam en Bloed, weliswaar van zijn Verrezen Lichaam. Het is geen oproep tot kannibalisme maar tot deelname aan zijn verrijzenis door zijn verheerlijkt Lichaam en Bloed te nuttigen.
De reactie van de luisteraars en de apostelen laat zien dat ze goed begrepen hebben dat Jezus het heeft over de werkelijke aanwezigheid van zijn Lichaam en Bloed, en niet over een symbolische of figuurlijke betekenis. Velen zijn geschokt en willen weggaan. En Jezus antwoordt zijn apostelen niet in deze zin: je moet het allemaal niet zo letterlijk nemen… neen, Hij vraagt hen: “Wilt ook gij soms weggaan?” (Johannes 6, 67
Laatste Avondmaal
De evangelisten hebben ons het verslag gegeven van hun allerlaatste, erg emotionele samenzijn met Jezus. Jezus neemt brood, zegent het, breekt het en zegt: “Neemt, eet, dit is mijn Lichaam”. Dan neemt Hij een beker wijn, zegt een dankgebed en geeft hem aan zijn apostelen terwijl Hij zegt: “Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Mattheus 26, 26-27).
Het getuigenis van de heilige Paulus sluit hier volkomen bij aan. Hij schrijft precies hetzelfde waar hij uitdrukt dat hij deze overlevering gekregen heeft en nu trouw wil doorgeven aan de geloofsgemeenschap te Korinthe (1 Korinthiërs 11, 23-25). Hij schrijft dit helemaal in het begin van de jaren 50!
Eensgezindheid van de kerkvaders
Wie een uitgebreide bloemlezing ter hand neemt van oud-christelijke geschriften over de Eucharistie (1) wordt meteen getroffen door de eensgezinde opvatting van de Kerkvaders. Zij vermelden inderdaad ook de woorden “mysterie”, “wonder”, en zelfs “symbool”… maar zij verduisteren nooit de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed.
Ignatius van Antiochië (+ ca 107), Justinus de martelaar (+ ca 165), Ambrosius (+ 397), Johannes Chrysostomus (+ 407), Augustinus (+ 430) … Zij hebben nooit anders dan letterlijk de woorden verstaan van Jezus, van de Evangelies en van de heilige Paulus.
Waarlijk, werkelijk, wezenlijk
De katholieke Kerk heeft in het concilie van Trente (in 1551) het duidelijkst deze werkelijke aanwezigheid vastgelegd in canon 1 over de Eucharistie: “vere” = waarlijk, dus niet figuurlijk, symbolisch of ingebeeld; “realiter” = werkelijk, dus niet subjectief of volgens persoonlijk oordeel; “substantialiter” = wezenlijk (2).
Hiermee is de leer verbonden van de ”transsubstantiatie”: de uiterlijke schijn van brood en wijn blijven behouden, maar de wezenheid is veranderd in het Lichaam en Bloed van de verrezen Heer. Het is een mysterie, maar het is niet onredelijk.
Encyclieken over de Eucharistie
In vele encyclieken hebben pausen geschreven over de heilige Eucharistie. De drie voornaamste, die uitsluitend over de Eucharistie handelen zijn deze: Mirae caritatis (Paus Leo XIII, 1902), Mysterium Fidei (Paus Paulus VI, 1965), Ecclesia de Eucharistia (Paus Johannes Paulus II, 2003).
Leo XIII benadrukte sterk de noodzaak om het offer van Jezus na te volgen door een daadwerkelijke naastenliefde. Paulus VI voorzag de moeilijkheden die na het Tweede Vaticaans Concilie zouden ontstaan door pogingen om nieuwe interpretaties te zoeken voor de Eucharistie, wat inderdaad gebeurd is. Hij waarschuwde voor deze misvattingen en herbevestigde de reële tegenwoordigheid van Jezus in de Eucharistie. Johannes Paulus II stelde de Eucharistie voor als het middelpunt van het leven van de Kerk: “De Kerk leeft uit de Eucharistie!”
Besluit
Na de consecratie is onder de uiterlijke gedaante van brood en wijn werkelijk het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer Jezus Christus aanwezig. Dat noemen we de transubstantiatie. Het blijft een mysterie, maar is niet onredelijk. Iedere poging om hieraan een andere uitleg te geven is en blijft een ontsporing. De wijze waarop dit geloof wordt aanvaard, beleden en gevierd, bepaalt de vitaliteit van de gelovige en van de kerk. (Wordt vervolgd).
(1) HERMANS J., Uw geheim ligt op de tafel des Heren, Tabor, Brugge, 1983
(2) Enchiridion Symbolorum, Denzinger-Schönmetzer, 32e uitgave, Freiburg 1963, nr. 1651
P. Daniel
Sacramentsdag
Hoogfeest van het Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus
Inleiding
Dierbare kleine zielen,
Wij leven in een tijd waarin bijna alles snel gaat. Via onze telefoon staan we voortdurend met elkaar in contact. We sturen berichten, foto’s en video’s. Toch hoor je vaak dat mensen zich eenzaam voelen. Blijkbaar is verbonden zijn niet hetzelfde als werkelijk verbonden leven. Je kunt honderden contacten hebben en je toch alleen voelen. Juist daarom is het evangelie van vandaag zo bijzonder. Jezus spreekt niet over een oppervlakkige verbinding, maar over een verbondenheid die dieper gaat dan alles wat mensen elkaar kunnen geven.
Preek
In de eerste lezing horen we hoe God zijn volk door de woestijn leidde. De Israëlieten hadden honger en God gaf hun manna, brood uit de hemel. Dat brood hield hen lichamelijk in leven tijdens hun tocht naar het Beloofde Land. Maar Jezus zegt vandaag dat Hij veel meer geeft dan het manna. Hij zegt: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald.” Daarmee bedoelt Hij dat Hijzelf het voedsel is dat de mens nodig heeft om werkelijk te leven.
Dat klinkt misschien vreemd. Waarom vergelijkt Jezus zichzelf met brood? Omdat brood iets heel gewoons is. In veel culturen is het dagelijks voedsel. Zoals je niet zonder eten kunt leven, zo zegt Jezus dat de mens uiteindelijk ook niet zonder God kan leven. Wij proberen vaak gelukkig te worden door succes, bezit, prestaties, relaties of ervaringen. Dat zijn allemaal mooie dingen, maar ze kunnen de diepste honger van ons hart niet vervullen. Uiteindelijk verlangt ieder mens naar liefde die blijft, naar waarheid die betrouwbaar is en naar een leven dat sterker is dan de dood. Alleen God kan dat verlangen vervullen.
Daarom zegt Jezus iets wat zijn toehoorders schokkend vonden: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven.” Voor de mensen die Hem hoorden was dat bijna onmogelijk te begrijpen. Maar tijdens het Laatste Avondmaal werd duidelijk wat Hij bedoelde. Toen nam Jezus brood en zei: “Dit is mijn lichaam.” Hij nam de beker met wijn en zei: “Dit is mijn bloed.” Vanaf dat moment heeft de Kerk altijd geloofd dat Jezus zichzelf werkelijk aan ons geeft in de Communie.
Dat is waarom de priester tijdens iedere Mis na de consecratie uitroept: “Het mysterie van het geloof.” Niet omdat het onbegrijpelijk of onlogisch zou zijn, maar omdat het zo groot is dat ons verstand het nooit helemaal kan bevatten. God neemt ons mensen zo serieus dat Hij niet alleen van veraf naar ons kijkt. Hij is mens geworden in Jezus Christus. En Hij wil ook nu nog dichtbij ons blijven. Daarom blijft Hij aanwezig onder de tekenen van brood en wijn.
Wanneer wij ter communie gaan, ontvangen wij niet zomaar een herinnering aan Jezus. Wij ontvangen niet alleen een symbool. Wij ontvangen Christus zelf. Hij komt in ons leven, in onze vreugde, onze vragen, onze twijfels en onze zorgen. Hij wil ons van binnenuit kracht geven. Hij wil ons helpen om lief te hebben, te vergeven, opnieuw te beginnen en hoopvol te blijven wanneer het leven moeilijk wordt.
Paulus voegt daar vandaag nog iets belangrijks aan toe. Hij zegt: “Omdat het brood één is, vormen wij allen samen één lichaam.” De eucharistie verbindt ons niet alleen met Christus, maar ook met elkaar. In een samenleving waarin mensen vaak tegenover elkaar staan, waarin meningen botsen en groepen uit elkaar groeien, laat Jezus zien wat echte gemeenschap betekent. Rond hetzelfde altaar worden wij broeders en zusters van elkaar. De Kerk ontstaat niet eerst door activiteiten, vergaderingen of projecten. De Kerk ontstaat doordat Christus ons samenbrengt rond zijn altaar en ons laat delen in zijn leven.
Dat is ook de reden waarom de Kerk vraagt om met eerbied naar de communie te gaan. Wanneer je beseft Wie je ontvangt, begrijp je dat dit geen gewoon moment is. Het is een ontmoeting met de levende Heer. Daarom worden wij uitgenodigd ons hart open te stellen voor Hem en steeds opnieuw te groeien in geloof en liefde. Niet omdat wij perfect moeten zijn, maar omdat wij bereid moeten zijn ons door Christus te laten vormen.
Beste parochianen, veel dingen in het leven gaan voorbij. Trends veranderen, technologie verandert, mensen veranderen. Maar Jezus blijft. Al tweeduizend jaar klinkt dezelfde belofte: “Ik ben het levende Brood dat uit de Hemel is neergedaald.” Iedere eucharistieviering herinnert ons eraan dat wij er niet alleen voor staan. Christus leeft. Hij is aanwezig. Hij geeft zichzelf aan ons, om bij ons te zijn.
Wanneer wij vandaag naar het altaar kijken, zien wij het brood van de hostie en de beker met wijn. Maar met de ogen van het geloof mogen wij meer zien. Wij mogen zien dat God zelf ons nabij wil zijn. Dat is het mysterie dat wij vandaag vieren: Jezus Christus, die Zichzelf aan ons geeft, Zijn Lichaam en Bloed, opdat wij leven zouden hebben, en wel leven in overvloed.
Amen.
Pastoor Geudens
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.