De Nederige Weg van de Kleine Ziel

De Nederige Weg van de Kleine Ziel

Het mariale, gelovige en canonieke fundament van synodale onderscheiding

Inleiding

Nu de gehele Kerk onderweg is op de synodale weg, staan we voor een wezenlijke taak. Synodaliteit noopt tot een diepgaande geestelijke onderscheiding. In een tijd waarin maatschappelijke bewegingen en seculiere tendensen de Kerk dikwijls willen herleiden tot een dialoogstructuur, een parlementaire overlegtafel of een zoekproces zonder vaste grond, is de dringende vraag: Waartoe roept de Heilige Geest ons werkelijk?

Om op deze vraag te antwoorden, hoeven we het wiel niet opnieuw uit te vinden. Jezus reikt ons zelf een heldere, nederige weg aan: de weg van de kleine zielen. Een weg die niet steunt op menselijke overmacht, meerderheidsbesluiten of uiterlijk vertoon, maar op gehoorzaamheid, de maat van het Kruis en de geestelijke kleinheid waarin de Liefde Koning is.

I. De roeping van de Kleine Ziel in de Kerk

Wat is de specifieke plaats van de kleine ziel — en van het Legioen Kleine Zielen — te midden van alle kerkelijke bewegingen en religieuze ordes?

Op 12 augustus 1992 ontving de stichteres Marguerite een Boodschap van Jezus waarin deze roeping op profetische wijze wordt geschetst: op het moment van de Goddelijke Gerechtigheid zal het Legioen van de allerkleinsten vooropstappen en de lofzang van Gods Liefde zingen. Zij stappen naar voren, opdat de Gerechtigheid halthoudt om met vertedering te luisteren naar de liefdekreet van de kleinen.

Het is een roeping om niet boven de Kerk te gaan staan, maar juist in het diepste verborgene te bidden en lief te hebben. Toen Marguerite zich afvroeg wat haar persoonlijke plaats zou zijn binnen het geheel — in navolging van de Heilige Theresia van het Kindje Jezus, die ontdekte dat zij “de liefde in het hart van de Kerk” wilde zijn —, gaf Jezus haar op 29 maart 1979 een antwoord dat de kern raakt van ware kerkelijkheid:

“Ik zal van u het geliefde kind van mijn Kerk maken: de Kerk van de allerkleinsten, de Kerk van de zwakken, de Kerk waarin de Liefde Koning is.”

Ware synodaliteit begint exact hier: bij het erkennen dat de Kerk in de eerste plaats de Kerk van de zwakken en kleinsten is, die leeft van ontvangen genade.

II. Geestelijke Onderscheiding en Gehoorzaamheid

Een synodaal proces dat niet verankerd is in gehoorzaamheid, loopt het gevaar te vervallen in menselijke willekeur. Wanneer een gelovige of een gemeenschap meent de Geest te horen, dient er steeds een gezond onderscheidingsvermogen te zijn.

Marguerite deed niets uit zichzelf. Zij vertrouwde haar innerlijke roerselen en inspiraties volledig toe aan haar geestelijk leidsman, die de Boodschappen van Jezus voorlegde aan het kerkelijk gezag. Pas na de officiële goedkeuring (imprimatur) werden de teksten vrijgegeven [^1].

Hier ligt een cruciale les voor de synodale weg: onderscheiden is niet het poneren van eigen verlangens of tijdsgeesten, maar luisteren in gehoorzaamheid. Men moet zeer klein zijn om te herkennen wat God vraagt. We moeten geen andere plaats zoeken dan die welke Jezus ons toewijst door gehoorzaamheid aan onze wettige kerkelijke oversten en het overgeleverde geloof (salus animarum [^2]). Een synodaal proces is nooit een open overleg waarin alle leerstellige uitkomsten principieel mogelijk zijn; het is een luisteren naar de ontvangen Waarheid.

III. Maria onder het Kruis: De levende maatstaf voor synodaliteit

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft Maria in Lumen Gentium (art. 58–63) niet zomaar “toegevoegd” aan het spreken over de Kerk. Zij is er diep mee verbonden. In nummer 58 wordt Zij getekend als de Vrouw die haar eenheid met haar Zoon bewaart tot onder het Kruis, waar Zij met Hem mee-lijdt en instemt met Zijn Offer aan de Vader [^3]. Dat is geen randopmerking. Maria staat hier niet aan de zijlijn, maar midden in het gebeuren. Zij belichaamt de Kerk in haar meest radicale vorm: gehoorzaam, gelovig en bereid het lijden niet te ontlopen.

Die kruisgebonden houding wordt verder uitgewerkt in Lumen Gentium 60–62. Maria’s moederlijke rol doet niets af aan de unieke plaats van Christus als Verlosser, maar laat juist zien hoe krachtig zijn werk is [^4]. Alles wat Zij doet, ontvangt Zij van Hem. En juist daarin wordt haar medewerking werkelijk betekenisvol. Het Concilie vermijdt nieuwe titels, maar houdt de inhoud vast: Maria’s handelen is echt, persoonlijk en vruchtbaar voor de Kerk. Ondergeschikt aan Christus, maar allesbehalve bijkomstig [^5].

Vanuit dit perspectief kan Maria worden gezien als een stil, maar beslissend criterium voor kerkelijke onderscheiding. Zij laat zien wat het betekent om werkelijk “synodaal” te zijn: niet in de eerste plaats samen praten, maar samen bij Christus blijven wanneer woorden tekortschieten. Waar haar plaats onder het Kruis niet meer richtinggevend is, verandert synodaliteit ongemerkt. Dan verschuift zij van een eucharistisch en offergericht verstaan van de Kerk naar een model van procedures, gesprekken en besluitvorming [^6].

De profetische les van Lourdes en Fatima

Tegen deze achtergrond krijgen Lourdes en Fatima een bijzondere betekenis. Deze erkende mariale verschijningen voegen geen nieuwe leer toe, maar maken zichtbaar wat het Concilie theologisch heeft verwoord [^7].

  • Lourdes: Maria verschijnt als de Onbevlekte Ontvangenis en roept op tot bekering en boete. Dat gebeurt niet in een sfeer van triomf, maar van genezing. De waarheid wordt hier niet opgelegd, maar ontsloten via nederigheid, lijden en genade. Lourdes laat zien dat genezing — persoonlijk én kerkelijk — niet los verkrijgbaar is van bekering en het aanvaarden van het Kruis [^8].
  • Fatima: Deze lijn wordt nog scherper. Maria waarschuwt voor een wereld en een Kerk die het lijden uit de weg gaan en zo de kracht van het Offer verliezen. Haar oproep tot gebed, boete en toewijding is geen randdevotie, maar een moederlijke correctie. Wie het Kruis verzwijgt, ondergraaft uiteindelijk de waarheid zelf. Fatima maakt duidelijk wat er gebeurt wanneer de Kerk haar kinderen liever om het lijden heen leidt dan erdoorheen [^9].

Wanneer hedendaagse synodale teksten Maria slechts zijdelings noemen — als luisterende vrouw of symbool van nabijheid — maar haar plaats onder het Kruis niet laten meewegen, ontstaat er een tekort. Er wordt dan wel gesproken over onderscheiding, maar vergeten waar die onderscheiding haar volle gewicht krijgt: onder het Kruis, waar waarheid niet wordt berekend, maar gedragen [^10].

IV. Onderscheiding en Normativiteit: Een Mariale Correctie vanuit het Kerkelijk Recht

In het kerkelijk recht is onderscheiding nooit vrijblijvend. Wanneer men spreekt over discretio in pastorale of synodale processen, veronderstelt dat altijd een vaste bedding: het geloof van de Kerk, haar sacramentele structuur en haar hiërarchische ordening. Het hoogste criterium is niet het proces zelf, maar het heil van de zielen (salus animarum, Canon 1752 [^11]).

Daarom kan synodaliteit canoniek gezien nooit worden opgevat als een open zoektocht waarin alles mogelijk is. Zij is altijd onderscheiding binnen gegeven grenzen. Het recht beschermt hier de theologie: onderscheiden betekent luisteren naar een waarheid die de Kerk ontvangt, niet naar een uitkomst die zij zelf produceert [^12]. Waar die normatieve verankering vervaagt, dreigt synodaliteit te veranderen in een procedureel model dat losraakt van de constitutie van de Kerk [^13].

Juist hier krijgt Maria een betekenis die vaak over het hoofd wordt gezien. In Lumen Gentium verschijnt Zij niet als onderwerp van discussie, maar als normatieve gestalte [^14]. Zij weegt geen opties af, maar stemt in met Gods wil, ook wanneer die haar langs het Kruis voert. Haar fiat onder het Kruis is geen resultaat van overleg, maar een daad van gehoorzame waarheid.

Daarmee laat Maria zien wat in het kerkelijk recht het verschil is tussen raadplegen en beslissen:

  1. Raadplegen: Er kan breed worden geluisterd naar het volk van God.
  2. Beslissen: De beslissing blijft gebonden aan het ontvangen geloof en aan het ambt dat dit geloof bewaart [^15].

Maria staat hier model voor de Kerk zelf: zij ontvangt het Woord, draagt het en verliest het niet wanneer het lijden begint. Normativiteit blijkt zo geen rem op onderscheiding, maar haar voorwaarde.

Wanneer synodale processen sterk inzetten op dialoog en participatie, maar Maria niet erkennen als normatief icoon van gehoorzaamheid, ontstaat spanning. Onderscheiding dreigt dan te worden opgevat als een open zoekproces zonder vaste maatstaf. Canoniek gezien kan dat niet. Zonder norm wordt onderscheiding meningsvorming — en meningsvorming kan nooit bron zijn van leer of recht [^16].

De mariale correctie is hier wezenlijk. Maria laat zien dat ware onderscheiding altijd plaatsvindt binnen de maat van het Kruis. Haar moederlijke nabijheid is geen alternatieve autoriteit, maar volledige transparantie voor Christus’ wil. Wat niet door het Kruis wordt gedragen, kan geen norm worden, hoe breed het ook wordt gesteund.

V. Barmhartigheid voor de Geknakte Ziel

In een innerlijke meditatie (24 januari 1977) vergelijkt Marguerite haar eigen weg met die van de Heilige Theresia van Lisieux. Waar Theresia de afgrond zag en door Jezus in de armen werd genomen om niet te vallen, is Marguerite tot op de bodem van de afgrond gevallen:

“Theresia is de ziel die gevrijwaard bleef van het kwaad en de remedie kende; Marguerite komt vanuit haar eigen ervaring de arme zondaars meer nabij. Zij zien in haar de Liefde die fouten vergeeft en vergeet, om zich enkel hun berouw te herinneren.”

De missie van de kleine ziel is niet het heersen, maar het helpen opklimmen van door de zonde geknakte zielen. De enige behandeling voor menselijke mislukkingen is de Liefde die geneest.

De geschiedenis leert dat wanneer het volk of de kerkelijke leiders de smalle weg van de gehoorzaamheid verlaten en zwichten voor de druk van de massa — zoals bij het gouden kalf in de woestijn (Exodus 32) of bij het meegaan in seculiere tijdsgeesten —, de Kerk haar innerlijke dynamiek verliest. Waar men kiest voor de schijnzekerheid van maatschappelijke bijval, ontstaat geestelijke verblinding.

Conclusie

Synodaliteit hoort bij de orde van onderscheiding, niet bij die van normstelling. Maria — zoals Zij verschijnt in Lumen Gentium en in haar profetisch spreken te Lourdes en Fatima — bewaakt de Kerk bij het Kruis. Waar Zij ontbreekt als levende maatstaf, verliest synodaliteit haar kerkelijke stevigheid en wordt zij een experiment. Waar Zij wordt erkend, blijft onderscheiding wat zij moet zijn: luisteren in gehoorzaamheid, zoeken in waarheid, samen op weg — door het Kruis heen.

Laten we op weg gaan met de instelling van de kleine ziel:

  1. Blijven bij de gehoorzaamheid: Geen eigen ‘charismatische’ vernieuwingen zoeken buiten het gezag van de Kerk en de Heilige Schrift om.
  2. Kiezen voor de kleinheid: Erkennen dat de Kerk op haar best is waar zij de Kerk van de zwakken, de kleinen en de zondaars is die berouw tonen.
  3. Plaatsnemen onder het Kruis met Maria: Luisteren naar de Heilige Geest in de stilte van het Kruis, waar Waarheid niet wordt berekend, maar gehoorzaam gedragen.

Als we deze nederige weg gaan, blijft de Kerk wat Zij wezenlijk is: het Lichaam van Christus, geleid door de Heilige Geest, op weg naar de Vader — door Kruis en Verrijzenis heen.

Pastoor Geudens, Smakt, 11 oktober 2026

Voetnoten

[^1]: Zie Handboekje van de Kleine Ziel, Hoofdstuk II, Nr. 4 (“Te vermijden vergissing”). Marguerite legde alle private openbaringen voor aan haar geestelijk leidsman en de plaatselijke bisschop om de vereiste kerkelijke goedkeuring (imprimatur) te verkrijgen.

[^2]: Codex Iuris Canonici (CIC 1983), Canon 1752: “…prae oculis habita salute animarum, quae in Ecclesia suprema semper lex esse debet” (…met het oog op het heil van de zielen, dat in de Kerk altijd de hoogste wet moet zijn).

[^3]: Lumen Gentium (Dogmatische Constitutie over de Kerk, Tweede Vaticaans Concilie), nr. 58: “Zo vorderde ook de Zalige Maagd op haar pelgrimage van het geloof en bewaarde Zij haar eenheid met haar Zoon getrouw tot onder het Kruis…”

[^4]: Lumen Gentium, nr. 62: “Geen enkel schepsel kan immers ooit op één lijn worden gesteld met het mensgeworden Woord en de Verlosser…” (Zie ook nr. 60 over de unieke middelaarsrol van Christus).

[^5]: Lumen Gentium, nr. 62.

[^6]: Vergelijk de verschuiving van de conciliaire ecclesiologie van een mystiek Lichaam van Christus naar een maatschappelijk-bestuurlijk overlegmodel.

[^7]: Katechismus van de Katholieke Kerk (KKK), nr. 67 over de rol van private openbaringen ter verduidelijking van de ene publieke Openbaring.

[^8]: Boodschap van Lourdes (1858) aan de H. Bernadette Soubirous.

[^9]: Boodschap van Fatima (1917) aan Lucia, Francisco en Jacinta.

[^10]: Lumen Gentium, nr. 58.

[^11]: CIC 1983, Can. 1752.

[^12]: Dei Verbum (Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring), nr. 10.

[^13]: Lumen Gentium, nr. 8 en 12.

[^14]: Lumen Gentium, nr. 63 (Maria als typus en icoon van de Kerk).

[^15]: CIC 1983, Can. 212 §2-3 in verhouding tot Can. 752 over de gebondenheid aan het Magisterium.

[^16]: Dei Verbum, nr. 10: “Het Magisterium staat niet boven het Woord van God, maar dient het…”


In PDF

Geestelijke voorbereiding op de gedenkdag van Pater Yves-Marie Legrain, OCD (22 februari 2027)

Ter Herdenking van Pater Yves-Marie Legrain, OCD

(22 februari 2018 – Overlijdensdag)

1. Inleiding door Pastoor Jack Geudens

Vanwege de jaardienst in 2027 en de gedenkdag ter gelegenheid van het overlijden van onze dierbare pater Yves-Marie Legrain (22 februari 2018), wil ik heel graag een waardevolle en diepzinnige tekst van hem met u delen. Pater Yves-Marie schreef deze overweging oorspronkelijk in oktober 2012 voor het tijdschrift van Chèvremont.

2. Overweging door Pater Yves-Marie Legrain (oktober 2012)

Lieve Kleine Zielen,

Welke plaats neemt ons Legioen van Kleine Zielen in binnen de gehele Kerk, te midden van alle bewegingen en kloosterordes?

Die plaats wordt heel mooi verwoord in een Boodschap van Jezus van 12 augustus 1992. Daarin staat op dichterlijke wijze dat « het Legioen Kleine Zielen in de toekomst een hoofdrol zal moeten spelen ». Op het moment van de Goddelijke Gerechtigheid zal het Legioen vooropstappen en de lofzang van Gods Liefde zingen, zodat de Gerechtigheid halt houdt om met vertedering te luisteren naar de liefdekreet van de allerkleinsten.

Is dat niet juist onze toekomstige roeping? Daarom moeten alle leden van ons Legioen zich grondig verdiepen in de boodschappen, om goed te begrijpen wat de Heer van ons verlangt.

Wij moeten ons ook afvragen: “Wat is mijn persoonlijke plaats in het Legioen en in de Kerk?”

Toen Marguerite door Jezus werd gekozen om het Legioen te stichten, dacht zij aan de heilige Theresia van het Kindje Jezus, die ooit zei: « In het hart van mijn Moeder de Kerk zal ik de liefde zijn! » Marguerite vroeg zich af wat haar eigen plaats dan zou zijn.

Wat Jezus antwoordde aan Marguerite:

Met verrukking ontving Marguerite op 29 maart 1979 dit antwoord van Jezus:

Jezus zegt tot Marguerite:

“Ik zal van u het geliefde kind van mijn Kerk maken: de Kerk van de allerkleinsten, de Kerk van de zwakken, de Kerk waarin de Liefde Koning is.”

Een belangrijke waarschuwing van Pater Yves-Marie:

Wanneer we nadenken over onze plek, wil ik een belangrijke raad meegeven. Soms maken mensen de fout te denken dat ze een speciale roeping of ‘stem’ van God horen, terwijl het in werkelijkheid hun eigen menselijke wens is. Dat is een subtiele verleiding.

Laten we daarom lezen wat het ‘Handboekje van de Kleine Ziel’ hierover zegt in Hoofdstuk II:

Uit het Handboekje van de Kleine Ziel (Nr. 4: Te vermijden vergissing):

In een werk dat gebaseerd is op ‘private openbaringen’ aan een stichteres, bestaat het gevaar dat sommigen zichzelf als ‘charismatisch’ gaan beschouwen. Sommige leden zeggen dan: « Jezus spreekt tot Marguerite, maar Jezus spreekt ook tot mij. De H. Maagd Maria zegt dat ik dit of dat moet doen. »

Zo mag men niet handelen, want daardoor verdwijnt elk gezond onderscheidingsvermogen. Marguerite heeft niets uit zichzelf gedaan: zij vertrouwde alles toe aan haar geestelijke leidsman. Die liet haar alles opschrijven en legde de teksten voor aan de bisschop. Pas na de kerkelijke goedkeuring (het imprimatur) werd de tekst vrijgegeven.

Men moet heel klein blijven om te herkennen wat de Heer wél of niet van ons vraagt. We moeten geen andere plaats zoeken dan die welke de Heer ons op dit moment toewijst via gehoorzaamheid aan onze kerkelijke oversten.

3. Meditatie van Marguerite (24 januari 1977)

(Geciteerd door Pater Yves-Marie)

Pater Yves-Marie sluit zijn artikel af met een innerlijke meditatie van Marguerite over haar relatie tot de Heilige Theresia van Lisieux:

Marguerite schreef:

“Theresia heeft de Liefde bezongen. Zoals zij wil ik de Liefde bezingen, maar door de nadruk te leggen op de Oneindige Barmhartigheid. Ik, die tot op de bodem van de afgrond ben neergeworpen — ik ken mijn eigen beperktheden —, zou ik er aan kunnen twijfelen dat God mij bemint zoals Hij Theresia heeft bemind?

Theresia heeft de afgrond slechts van bovenaf gezien; Jezus nam haar in zijn armen om haar voor de val te behoeden. Ik ben echter helemaal beneden aanbeland, omdat ik geen remmen had op de helling.

Er zijn op aarde kleine zielen zoals Theresia (bewaard voor het kwaad) en zielen zoals Marguerite (gevallen en opgetild). Ik vergelijk niet, dat mag niet. Ik bewonder slechts Gods werk in twee zo verschillende zielen die hetzelfde verlangen hebben om lief te hebben. En Jezus is naar beneden gekomen, tot bij mij. Hij heeft mijn wonden met zoveel tederheid verbonden.

Vandaag heb ik Hem niets anders aan te bieden dan mijn verdriet om mijn tekortkomingen. Mijn hoop rust in Zijn goedheid, ondanks de twijfels die stemmen in mij proberen te zaaien: ‘Voor wie zie je jezelf wel aan? Denk je dat je genoeg bemind wordt dat men jouw zonden niet meer herinnert?’

Mijn zending bestaat erin om zielen die door de zonde geknakte zijn, te helpen de weg naar de Hemel terug te vinden. De enige genezing voor hun kwalen is de Liefde.

Aan de ene kant is er de Kleine Theresia, die de remedie tegen de zonde kende zonder er zelf onder te bezwijken. Aan de andere kant is er Marguerite, die vanuit haar eigen ervaring de arme zondaars meer nabij komt. Zij zien in Marguerite een wonder van Gods goedheid: de Liefde die fouten vergeeft en vergeet, om zich enkel hun berouw te herinneren.”

In dankbare herinnering aan zijn priesterlijk leven:

Pater Yves-Marie Legrain, OCD

Ongeschoeide Karmeliet (1930–2018)

Noveen voor in de donkere dagen: In het Licht van Zijn Barmhartig Hart

Noveen: In het Licht van Zijn Barmhartig Hart

Wanneer wij de drempel van een nieuw jaar overstappen, worden we in de wereld vaak aangemoedigd om groot te dromen, prestaties neer te zetten en op eigen kracht vooruit te gaan. Maar voor ons, als leden van het Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, ligt de weg juist de andere kant op: de weg van de heilige kleinheid, geïnspireerd door de Kleine Weg van de H. Theresia van Lisieux.

In de koude en donkere maand januari mogen we opnieuw ontdekken hoe bevrijdend het is om niets te hoeven presteren, maar als een heel klein kind te mogen schuilen in de armen van onze hemelse Vader.

Om het nieuwe jaar in deze geest te beginnen, reiken wij u een traditionele negendaagse noveen aan. Hieronder vindt u de negen dagen ter overweging en meditatief gebed voor de wintertijd.

NOVEEN VAN 9 DAGEN: IN HET LICHT VAN ZIJN BARMHARTIG HART

Dagelijks openingsgebed (elke dag te bidden):

Een Onze Vader. Een Weesgegroet. Eer aan de Vader, enz. “O Barmhartig Hart van Jezus, U kent mijn kleinheid en mijn zwakheid. In deze wintermaanden verlang ik ernaar om mij, als een heel klein kind, geheel aan Uw liefde toe te vertrouwen. Leer mij de ‘Kleine Weg’ te gaan van vertrouwen en overgave. Laat Uw goddelijk Licht schijnen in de duisternis van mijn hart en van deze wereld. Amen.”

– Dag 1 – Niets zijn om alles te ontvangen

  – Overweging: De Heilige Theresia leerde dat we niet groots hoeven te zijn om God te behagen. Een kind hoeft niets te presteren om geliefd te worden door zijn vader.

  – Gebed: Jezus, leer mij om trots en eigenwaan los te laten. Laat mij tevreden zijn met mijn kleinheid, wetende dat Uw barmhartigheid juist daar haar toevlucht zoekt.

– Dag 2 – Het verborgen leven in Nazareth

  – Overweging: Jezus, Maria en Jozef leefden in stilte en eenvoud. Onze dagelijkse plichten en kleine liefdedaden in het verborgene hebben oneindige waarde in Gods ogen.

  – Gebed: Geef mij de genade om de alledaagse, onopgemerkte dingen te doen met een groot hart vol liefde voor U.

– Dag 3 – Het Licht in de winterse duisternis

  – Overweging: Zelfs wanneer het koud en donker is, brandt het Vuur van Uw Barmhartig Hart onuitblusbaar. U bent het Licht dat de wereld niet kan overwinnen.

  – Gebed: Heer Jezus, kom met Uw tederheid binnen in de donkere hoekjes van mijn ziel. Laat Uw licht door mij heen schijnen naar de mensen om mij heen.

– Dag 4 – Volledige overgave (het kinderlijk fiat)

  – Overweging: Een kind vraagt zich niet af wat morgen brengt, het rust in de armen van zijn ouders. Zo mogen wij al onze zorgen neerleggen in het H. Hart van Jezus.

  – Gebed: Jezus, ik geef vandaag al mijn plannen, angsten en zorgen uit handen. Ik vertrouw blindelings op Uw liefdevolle Voorzienigheid.

– Dag 5 – De kracht van de zwakheid

  – Overweging: Onze zwakheden zijn geen obstakel voor God, maar juist de plek waar Zijn genade kan schitteren. “Mijn genade is u genoeg.”

  – Gebed: Maak mij niet sterk in eigen kracht, Heer, maar laat mij roem dragen in mijn zwakheid, opdat U in mij groot kunt worden.

– Dag 6 – Dankbaarheid voor het kleine

  – Overweging: Elke glimlach, elk zuchtje wind en elke ademhaling is een geschenk van Gods tederheid. Een Kleine Ziel ziet de grootsheid in het kleinste geschenk.

  – Gebed: Dank U, Jezus, voor alles wat mij vandaag gegeven wordt, in vreugde én in beproeving. Alles is genade.

– Dag 7 – Rusten aan het H. Hart van Jezus

  – Overweging: Zoals Johannes ruste aan de borst van de Heer tijdens het Laatste Avondmaal, zo mogen wij ons neerleggen bij het Barmhartig Hart van Jezus om op kracht te komen.

  – Gebed: Trek mij dieper in Uw Hart, Heer Jezus. Schenk mij de vrede die de wereld niet kan geven.

– Dag 8 – De “Witte en Rode Rozen” van het dagelijks leven

  – Overweging: Kleine offers en verborgen daden van liefde zijn als rozen die wij mogen strooien langs het pad van Jezus.

  – Gebed: Geef mij de oplettendheid om vandaag vele kleine daden van liefde en geduld te verrichten, geheel verborgen voor het oog van de wereld.

– Dag 9 – Vernieuwde toewijding aan het Barmhartig Hart van Jezus

  – Overweging: Aan het einde van deze noveen vernieuwen wij ons verlangen om als een ware Kleine Ziel te leven: klein van geest, groot in liefde, gedragen door Zijn oneindige barmhartigheid.

  – Gebed: O Barmhartig Hart van Jezus, ik wijd mij opnieuw aan U toe. Neem mijn leven, mijn zwakheden en mijn liefde. Laat mij voor altijd Uw kleine kind zijn. Amen.

We sluiten met:

Eer aan de Vader, en de Zoon en de H. Geest, zoals …

In PDF


Door Pastoor Geudens, voor het Legioen Kleine Zielen


De kleine weg van Waarheid en Barmhartigheid

De kleine weg van Waarheid en Barmhartigheid

Dierbare Kleine Zielen,

Als priester ben ik dagelijks werkzaam in de parochies rondom Venray, met een heel bijzondere plek in mijn hart voor de zorg voor de St. Jozefkapel in ons vertrouwde bedevaartsoord Smakt. In mijn dagelijkse werk staat nabijheid centraal: of het nu gaat om de strijd tegen eenzaamheid onder ouderen, betrokken te zijn als priester bij een gebedsmiddag van het Legioen van Kleine Zielen, of mijn betrokkenheid bij het begin van het leven en menselijk verdriet. Al deze kanten van de zielzorg komen uiteindelijk samen in één fundament: het heroverwegen van de unieke en onafneembare waardigheid van elk menselijk leven.

In het maatschappelijke debat van vandaag wordt de waarde van een mens maar al te vaak gemeten aan wat iemand kan of presteert. We kijken naar zelfstandigheid, nut of verstand. Wanneer we geloof en verstand samenbrengen, zien we dat deze benadering tekortschiet. Menselijke waardigheid is immers geen voorwaardelijke stempel die door de maatschappij of de overheid wordt toegekend, maar een diepe werkelijkheid die deel uitmaakt van ons diepste zijn. Zij verankert zich al in het allereerste begin van ons bestaan.

Op het exacte moment van de bevruchting ontstaat de allereerste cel. Dit is niet slechts een belofte voor later of een mogelijk menselijk leven, maar vanaf de eerste seconde een volwaardig menselijk leven met een unieke eigen toekomst. Binnen deze allereerste cel bevindt zich het volledige en unieke erfgoed dat de biologische koers van dit individuele mensenleven bepaalt. Er wordt later geen enkel nieuw element meer aan toegevoegd; het kindje in de moederschoot heeft enkel voeding en tijd nodig om verder te groeien. Deze specifieke biologische combinatie heeft in de hele wereldgeschiedenis nog nooit bestaan en zal ook nooit meer op precies dezelfde manier terugkeren.

Aan deze feiten geeft ons geloof een diepe geestelijke lading. Het ontstaan van de mens is het directe resultaat van Gods wil. God vormt en kent de mens vanaf het allervroegste begin. Dit betekent dat de eerste cel van elk menselijk kind geen toevallig bijproduct is van de natuur, maar de tastbare afdruk van Gods scheppende woord. God kent en roept de mens bij zijn naam vanaf het allervroegste ontstaan. Onze menselijke waardigheid begint daarom niet pas bij de eerste ademteug, de eerste hartslag of de eerste hersenactiviteit, maar ligt onuitwisbaar besloten in die allereerste cel.

Hier raakt ons wetenschappelijk en gelovig inzicht rechtstreeks aan de kern van onze spiritualiteit als Kleine Zielen. Is er een mooier voorbeeld te bedenken van de ‘kleine weg’ dan de extreme kwetsbaarheid van dat allereerste, eencellige menselijke leven? In die allerkleinste beginfase, die met het blote oog niet eens te zien is, toont God Zijn grootste scheppingswonder. Als Kleine Zielen zijn wij geroepen om juist in die kleinheid de grootheid van Gods liefde te herkennen. Wat door de wereld als klein, onbeduidend of ‘nog niets’ wordt weggecijferd, is in de ogen van de Hemelse Vader een volwaardig kind dat Hij met oneindige tederheid bemint.

Sinds het allereerste begin van de mensheid draagt de schepping sporen van gebrokenheid. Ziekte, lichamelijk lijden, innerlijke strijd en de menselijke neiging tot fouten zijn het rechtstreekse gevolg van het feit dat de mens verwijderd is geraakt van de oorspronkelijke harmonie met de Schepper. Als we vandaag naar de mens kijken — van het uiterst kwetsbare begin in de baarmoeder tot de eenzame oudere op zijn levensavond — zien we een wezen dat drager is van goddelijke waardigheid, maar tegelijk lijdt onder deze gebrokenheid. Het beschadigen, negeren of beëindigen van ongeboren leven is een uiting van die gebrokenheid: het betekent een miskenning van Gods orde en van de waarde van het menselijk leven.

Aan de ene kant staat de onwankelbare waarheid van ons geloof en ons verstand: het leven in de schoot van de moeder is vanaf de eerste cel heilig, uniek en beschermwaardig. Aan de andere kant staat de rauwe werkelijkheid waarin mensen, vaak omringd door angst, dwang, onwetendheid of maatschappelijke druk, besluiten tot abortus.

Vanuit de roeping om deze waarheid niet als een steen te werpen, maar te verbinden met Gods barmhartigheid, heb ik als medeoprichter aan de wieg gestaan van Rachel’s Vineyard in Nederland. Rachel’s Vineyard is een internationale pastorale retraite-organisatie die een veilige, oordeelsvrije plek biedt voor vrouwen en mannen die lijden na een abortuservaring. Via deze weg biedt Rachel’s Vineyard genezingsdagen en persoonlijke begeleiding aan iedereen die zoekt naar emotioneel en geestelijk herstel. In de maatschappij wordt een abortus vaak weggeschoven als een snelle oplossing. Onze ziel en ons lichaam laten zich echter niet zo makkelijk misleiden. Omdat de band tussen moeder en kind vanaf de allereerste cel diep in ons wezen verankerd ligt, veroorzaakt het afbreken van een zwangerschap niet zelden een diepe, verzwegen wonde. Veel vrouwen, maar ook mannen, blijven achter met een knagend gevoel van spijt, onuitspreekbaar verdriet en een diepe breuk in hun levensverhaal.

In de geest van het Heilig Evangelie mag het opkomen voor het ongeboren leven nooit veranderen in een veroordeling van wie gestruikeld is. Genezing begint namelijk altijd bij het onder ogen zien van de realiteit. Eerst is er de erkenning van de waarheid: in een veilige omgeving – tijdens deze genezingsdagen – krijgen vrouwen én mannen de ruimte om te erkennen dat het kindje dat er was, een echt en uniek menselijk leven was met een door God geschonken waardigheid.

Daarnaast is Gods barmhartigheid altijd groter: zoals menselijke gebrokenheid de liefde van de Schepper nooit kan uitdoven, zo is ook de pijn van een abortus nooit het eindstation. Onze Heer Jezus Christus is niet gekomen om te veroordelen, maar om te genezen. Tot slot mag het kind bij name genoemd worden: tijdens de dagen van herstel wordt het kindje alsnog in de armen van God gelegd, krijgt het een naam en ontvangt het zijn eigen plek in de familie. Dit sluit naadloos aan bij het inzicht dat het kind vanaf zijn allereerste cel al door God bij zijn naam werd geroepen.

In ons pastorale werk vormen de waarheid over de schepping en de praktijk van barmhartigheid twee zijden van dezelfde medaille. De inzichten over het begin van het leven laten zien waarom het leven vanaf de eerste cel heilig is en onderbouwen de bescherming van het leven met fundamentele feiten. De pastorale praktijk, zoals in ons parochiewerk en bij Rachel’s Vineyard, biedt de opvang voor hen die met de scherven van het leven zitten. Dit voorkomt dat onze boodschap verandert in een kille verdediging, en maakt onze gemeenschap tot een plek van hoop, waarheid en innerlijke genezing.

Als Kleine Zielen hebben wij een bijzondere opdracht in deze wereld. Onze ‘kleine weg’ is er een van liefde, gebed, overgave en diepe solidariteit met de allerkleinsten. Wie de geheimen van de schepping en de eerste cel begrijpt, kan niet anders dan buigen voor de uniekheid van elk menselijk leven. Maar wie tegelijk de diepte van de Menswording van Jezus, de barmhartigheid en de verlossing begrijpt, weet dat er voor geen enkele menselijke wonde of gebrokenheid een definitief eindstation bestaat.

Of het nu gaat om de dagelijkse zorg in de St. Jozefkapel te Smakt, het luisterend oor voor eenzame ouderen, ons samen bidden als Legioen Kleine Zielen of het begeleiden van mensen na een abortus: Gods antwoord op de verwonding van de schepping is nooit de afwijzing van de mens, maar de voortdurende uitnodiging tot herstel en genezing. Niet met een lijst van beschuldigingen, maar met de bevrijdende woorden van Zijn barmhartigheid: “Je bent gekomen. Welkom thuis.”

Pastoor Geudens, Smakt, 27 september 2026.


Gebedsmiddag LKZ Voerendaal & Reünie Bedevaartreis

🕊️ Gebedsmiddag LKZ & Reünie Bedevaartreis

Zondag 27 september
Kerk H. Bernardus, Voerendaal

Het LKZ nodigt u van harte uit voor een bijzondere Gebedsmiddag, tevens een reünie voor allen die deelnamen aan de afgelopen bedevaartreis naar Polen, Tsjechië en Duitsland.

We vieren dit samen onder geestelijke leiding van Mgr. E. De Jong.

Het Programma:

14.00 uAanbidding van het H. Sacrament.
• Barmhartigheids-rozenkrans
• Gezamenlijke zang en lezing
• Mogelijkheid tot biecht
14.45 uHeilige Mis met Mgr. E. De Jong als hoofdcelebrant.
Rond 16.00 uGezellig samenzijn en reünie in MFC “De Auw Sjoeël”.
• Foto- en videopresentatie van de pelgrimage naar Polen, Tsjechië en Duitsland.

📍 Locaties & Informatie

De eredienst (14.00 – 14.45 u):
RK Kerk H. Bernardus
Kerkstraat 30, Voerendaal

Het samenzijn (vanaf 16.00 u):
MFC “De Auw Sjoeël”
Oude Schoolstraat 33, Voerendaal

Nadere informatie:
📧 legioenkleinezielen@live.com
📞 06-27478784

Kom gezellig mee vieren en herbeleven!

Gebedsdag LKZ West-Vlaanderen – Dubbel Jubileum

📰 Gebedsdag LKZ West-Vlaanderen – Dubbel Jubileum

Zondag 4 oktober 2026
Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie, Brugge

De LKZ West-Vlaanderen nodigt iedereen uit voor een bijzondere gebedsdag. Deze dag staat in het teken van een dubbel jubileum: het 750-jarig bestaan van de historische site en het 250-jarig bestaan van de Confrérie.

Het Programma:

  • 10.00 uur – H. Mis in de kerk van O.L.Vr. ter Potterie met een bijzondere intentie voor dit jubileum.
  • Aansluitend – Een moment van aanbidding met een bezinnend Rozenhoedje (kroontje). We wijden ons aan de 7 Smarten van O.L.Vr. en zingen gezamenlijk Marialiederen. Er is ook mogelijkheid tot biecht.
  • 12.30 uur – Gezellige koffietafel met verse boterkoeken en brood met beleg.
  • Daarna – Een film over het H. Kindje Jezus van Praag en een tentoonstelling met foto’s van O.L.Vr. van Fatima en Compostella.

De dag wordt afgesloten tegen 15.00 uur.

Deelname kost € 10.

📍 Aanvang: Kerk van O.L.Vr. ter Potterie, Vredestraat 80, 8310 Sint-Kruis (Brugge)
📞 Voor meer info: 0497 64 26 64

Kom met een open hart meevieren in deze bijzondere gebedsdag!

Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 4)

H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof

Onze meditaties over de Eucharistie willen we beëindigen met een volkse en tevens diepzinnige voorstelling: als vijf ruimten, die we betreden gedurende een Eucharistieviering. Het is een meditatie van de vooraanstaande, creatieve, Kroatische theoloog Tomislav Ivancic (1).

Het kan voor sommigen een al te materialistische, of zelfs vulgaire voorstelling lijken van wat voor ons het heiligste is. Hij wil echter mensen bereiken die niet door een mystieke of mystagogische taal geraakt worden, maar wel door de voorstelling van heel gewone dagelijkse beelden om hen uit te nodigen achter het menselijke gebeuren de diepere goddelijke werkelijkheid te ontdekken.

Inkomhal

Het begin van de Eucharistie is als het betreden van de inkomhal, waar men zijn regenjas aflegt en zich klaar maakt. We leggen onze oude mens af om ons te bekleden met de nieuwe mens. Dit doen we door nederig onze zonden te bekennen, anderen vergiffenis te schenken en zelf vergeving te ontvangen:

“Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen dat ik gezondigd heb…”.

Bijzonder zinvol hierbij is ook de besprenkeling met wijwater (wat in de Latijnse ritus – Novum Ordo – voorzien is in het begin van de Eucharistie, al wordt dit in de praktijk weinig gedaan). Dit wijwater herinnert aan ons doopsel, waardoor wij met Christus gestorven zijn aan onze oude mens om door Hem en zijn Geest vervuld te worden.

Deze openingsritus vervangt niet het sacrament van de verzoening, waardoor we vergeving kunnen krijgen voor grotere zonden. Het is wel een verzoeningsdienst waarin we vergeving krijgen voor onze dagelijkse zonden. Ze wordt besloten met het openingsgebed van de dag.

De audiëntiezaal

In een audiëntie worden boodschappen gegeven die daarna beantwoord worden. Plechtig wordt het Woord Gods verkondigd, eerst uit het Oude Testament, en daarna uit het Evangelie. Oud en Nieuw Testament vormen een eenheid.

In het Oude Testament is het Nieuwe Testament verborgen aanwezig en het Nieuwe Testament brengt het Oude tot algehele vervulling. Omdat we Jezus zelf horen spreken in het Evangelie staan we uit eerbied recht.

De homilie toont de actualiteit van dit Woord Gods voor ons leven, hier en nu. Ze spoort ons aan om Jezus’ Woord daadwerkelijk in praktijk te brengen en te beleven. Hierop antwoorden we met onze geloofsbelijdenis (op zon- en feestdagen). Het is als het ware ons ”amen”, dat wil zeggen: “in dit geloof zijn we opgevoed, naar dit geloof willen we leven!”

We eindigen met de voorbeden. Zoals Jezus ons leerde in het Onze Vader willen we, nadat we alle voorrang gegeven hebben aan het Rijk Gods, zijn Naam en zijn Wil, vertrouwvol vragen dat Hij aan onze noden tegemoetkomt.

De bereiding van de maaltijd

Bij de wonderbare spijziging van 5000 mannen vroeg Jezus aan zijn apostelen: “Hoeveel broden hebt ge?” (Marcus 6, 38). Ze hadden slechts vijf broden en twee vissen, zoveel als niets voor zulk een massa mensen. En het is deze menselijke nietigheid die Jezus zal omvormen tot overvloedig voedsel.

De zaal van deze “offerande” nodigt ons uit, alles aan Hem te geven. Het brood en de wijn vertegenwoordigen heel de schepping en heel ons leven, lijden en sterven. Het vertegenwoordigt onze verwachting en ontgoocheling, kracht en zwakheid, vreugde en verdriet… Wat we niet afgeven wordt een afgod. Al wat we bewust afgeven zal Hij omvormen. Ieder lijden zal een mozaïek worden van onze verrijzenis. Deze ruimte eindigt met het gebed over de gaven.

Het heilige der heiligen

Nadat we gereinigd werden, gevormd door Gods Woord en heel ons leven aan de Verrezen Heer hebben geschonken, treden we zijn heiligdom binnen met het Grote Dankgebed.

We herinneren God aan de grote weldaden die hij eertijds verleende aan Abraham aan de profeten, apostelen, martelaren… en vooral aan Jezus. Ook vragen we God zijn liefde te blijven geven aan al onze geliefden, levenden en overledenen.

Het brood en de wijn blijven hun uiterlijke gedaanten bewaren maar worden nu het Lichaam en het Bloed van de Verrezen Heer. Zo zal de Heer ook ons en al wat wij aan Hem hebben afgestaan omvormen. Hij maakt ons tot zijn Kerk, zijn mystiek Lichaam, met zijn Geest, zijn kracht, zijn deugden.

Alles zal delen in de schittering van zijn glorie: Door Hem en met Hem en in Hem…

Aan de tafel van de Heer

Alles wat we gegeven hebben, geeft God ons nu terug, omgevormd in Jezus. Door de communie is het Jezus die ons opneemt en verheerlijkt. Het zijn niet wij die Hem opnemen in de waardigheid van onze menselijke persoon maar Hij is het die ons verheft tot de goddelijke waardigheid en kracht van zijn Verheerlijkt Leven.

Hij zendt ons nu om zijn aanwezigheid en zijn licht uit te stralen in deze wereld.

Voetnoot

(1) Tomislav Ivanvic (1938-2017) was sinds 1971 professor fundamentele theologie aan de katholieke theologische faculteit van de universiteit van Zagreb, de hoofdstad van Kroatië. In 2004 werd hij lid van de Internationale Theologische Commissie, voorgezeten door kard. J. Ratzinger en opgericht door Johannes-Paulus II. Hij was een zeer bezielde christen en werd grondlegger van de “hagiotherapie”, een methode van geestelijke hulpverlening op grond van een levendig christelijk geloof.

Hij ijverde voor een verruiming en verdieping van het mensbeeld in de huidige psychologie en psychiatrie, waarin de wezenlijke, geestelijke dimensie (naast de lichamelijke en psychische) nog steeds grotendeels ontbreekt. De heilige Paulus spreekt immers over “geest, ziel en lichaam” (1 Thessalonicenzen 5, 23). Ziel en geest zijn weliswaar niet gescheiden maar wel onderscheiden. De geest is als het ware het puntje van de ziel, waar de “inwoning Gods” is. Deze diepe “geestelijke dimensie” is nog steeds een blinde vlek in de hedendaagse psychiatrie.

De huidige voorstelling over de vijf ruimten van de Eucharistie komt uit de bundeling van 33 meditaties “Pred svetohranistem” (= Voor het tabernakel). Tomislav heeft ook in Vlaanderen gedurende enkele jaren inspirerende conferenties gegeven.


Pater Daniel, per email

Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 3)

In vorige twee bijdragen mediteerden we over de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie. Nu willen we aantonen dat Eucharistie eigenlijk alles is, heel de geschiedenis omvat en de betekenis van het christelijk leven uitdrukt.

Eucharistie omvat heel de geschiedenis

Wanneer we het wereldgebeuren vanuit het christelijk geloof bekijken mogen we de Eucharistie werkelijk het centrum én het hart van heel de geschiedenis noemen, vanaf de schepping van de wereld tot aan de Wederkomst van Christus. Heel het Oude Testament is één grote voorbereiding op de Eucharistie met enkele uitdrukkelijke verwijzingen. De menswording van Jezus bracht het historisch gebeuren van de Eucharistie en in de tijd van de Kerk wordt de Eucharistie sacramenteel gevierd totdat Hij wederkomt.

Voorafbeeldingen

Heel het Oude Testament is een voorbereiding op de komst en het verlossingswerk van Jezus Christus.

De mysterieuze koning-priester Melchisedek (= koning van gerechtigheid) biedt Abraham brood en wijn aan (cf. Genesis 14). Het is een voorafbeelding van Jezus die in de Eucharistie heel de schepping, uitgedrukt in brood en wijn, zal omvormen. De gaven van brood en wijn zijn geschenken van de schepping én van het werk van onze handen. Het manna dat God aan het joodse volk gaf tijdens zijn tocht door de woestijn (cf. Exodus 16), is slechts een beeld van het ware brood uit de hemel, zoals Jezus uitlegt (Johannes 6).

De viering van het paasfeest en de uittocht van het joodse volk uit de slavernij in Egypte (Exodus 12) vormen de voornaamste voorafbeelding van de Eucharistie als de definitieve bevrijding en verlossing. Het is ook het voornaamste gebeuren in de geschiedenis van het joodse volk. En het bruiloftsmaal van het Lam (cf. Apocalyps 19) is de uiteindelijke bevrijding, de gelukzalige vereniging van Christus met zijn volk.

Historische realisatie

Jezus heeft de mensheid en de wereld verlost door onze menselijke conditie zelf aan te nemen, in vrijheid en liefde het lijden en de kruisdood te aanvaarden voor onze zonden en te verrijzen.

De Evangelies beschrijven Jezus’ aardse leven herhaaldelijk als een “opgaan naar Jeruzalem”. De apostelen verwachtten nog dat Jezus Israël zou herstellen als een glorierijk, soeverein, aards rijk. Zij vroegen zich af wie daarin de grootste zou zijn. Ondertussen trachtte Jezus herhaaldelijk en met veel geduld hen duidelijk te maken dat Hij de definitieve verlossing zou brengen niet alleen voor Israël maar voor ieder mens die in Hem gelooft. Hij was geheel gericht op het volbrengen van zijn levensoffer door zijn kruisdood, waarna Hij zou verrijzen.

In het Laatste Avondmaal geeft Jezus aan zijn apostelen de herinnering en de sacramentele viering van zijn levensoffer, dat Hij onmiddellijk daarna in vrijheid en liefde zal ondergaan. Hij draagt hen op zijn offer in zijn naam te blijven vieren totdat Hij wederkomt.

Sacramentele viering

In de tijd van de Kerk vieren de priesters de dood en de verrijzenis van Jezus onder de gedaante van brood en wijn. Jezus heeft het mysterie van onze verlossing zo ingesteld en aan zijn Kerk opgedragen dit alle komende eeuwen door te vieren. Dit bevat onze uiteindelijke en definitieve verlossing, die Hij aan het einde der tijden glorierijk zal voltooien.

Na de maaltijd nam Jezus de beker met wijn. Hierin herkennen we ‘de beker van Elia’, die in het joodse geloof de hoop op de verlossing uitdrukte. Deze beker wordt bij het joodse paasmaal nu nog gevuld, maar niet gedronken. Hij blijft staan als het symbool van de verwachting op de terugkeer van Elia en de uiteindelijke voltooiing. Door deze beker te nemen drukt Jezus uit dat Hij de vervulling is van de verwachting op de verlossing.

De oosterse liturgie legt de nadruk op het feit dat de Geest voor altijd het Lichaam van Christus verheerlijkt heeft. Daarom zingen de oosterlingen na de communie: “Wij hebben het ware licht gezien en wij hebben de hemelse Geest ontvangen en het ware geloof gevonden: laten we buigen voor de onzichtbare Drie-eenheid want zij heeft ons verlost”.

Verwachting

In de Eucharistie heeft Jezus ons zijn verlossing aangeboden, die ons nergens anders en door niemand anders kan gegeven worden. Wel kijken wij uit naar de glorievolle voltooiing bij de Wederkomst van de Verrezen Heer aan het einde van de tijd.

Het paasfeest van het joodse volk in Egypte was een haastig gebeuren. Er werd staande gegeten, met de lendenen omgord, klaar om te vertrekken uit de slavernij, de bevrijding tegemoet. In de Eucharistie wordt deze “haast” vergeestelijkt en verdiept. We blijven hier op aarde pelgrims, “vreemdelingen en ballingen” (1 Petrus 2, 11). Onze definitieve bevrijding zal bestaan in onze vereniging met Christus in het eeuwige geluk van de Drie-ene God. Daarvoor is het nodig dat wij door lijden en sterven met Hem omgevormd worden tot de gelijkenis met Hem.

De eerste christenen noemden hun geloofsgemeenschap een parochie, van het Griekse par-oikos (= nog niet thuis). Ze beschouwden zich hier op aarde als vreemdelingen en pelgrims op weg naar hun definitieve thuis bij God. “Vrienden, nu reeds zijn we kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt, wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is” (1 Johannes 3, 2).

“Weest dus waakzaam…” (Mattheus 24, 42)

Christen zijn is zo leven dat je op ieder ogenblik klaar bent om de Heer Jezus bij zijn glorievolle Wederkomst te verwelkomen. Het is leven in waakzaamheid en blijde verwachting.

Jezus’ heeft zijn leven gegeven voor ons, uit liefde en in vrijheid. Dat is Eucharistie. Dat is de kern van de opdracht van ieder christen en van ieder mens. We leven niet voor onszelf en voor eigen glorie, we leven voor God en voor de anderen. Man en vrouw die zich geheel geven aan elkaar en in navolging van Jezus, zich inzetten voor elkaar en hun kinderen, beleven de Eucharistie dag, na dag.

Wie in zijn beroep zich geeft, in liefde en vrijheid, voor de eer van God en het heil van de mensen, wordt in zijn leven Eucharistie. Dit geldt voor ieder mens en voor gelijk welk beroep of taak. In die zin kunnen we zeggen: Eucharistie omvat heel ons leven, Eucharistie is alles (Volgende week slot).

P. Daniel

De opdracht van de Kleine Zielen


De roeping van de Kleine Zielen vindt haar oorsprong in het Evangelie zelf. Zij is geen nieuwe leer, maar een concrete wijze van leven volgens de woorden van Jezus. De opdracht die Hij aan de Kleine Zielen geeft, kan worden samengevat in drie kernpunten: Jezus beminnen, meewerken aan het heil van de zielen en de liefde van Christus zichtbaar maken door dienstbaarheid aan de naaste.

1. Jezus beminnen en Hem doen beminnen

Op de vraag welk gebod het grootste is, antwoordt Jezus:

“De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en met al uw krachten.” (Marcus 12,29-30)

De eerste en voornaamste opdracht van de Kleine Ziel is daarom een leven van liefde voor Jezus. Niet alleen Hem kennen of over Hem spreken, maar Hem werkelijk beminnen met heel het hart. Jezus zei op 10 februari 1967:

“Jullie hart dwaalt op zoek naar de waarheid en vindt haar niet. Zij is zo dichtbij en jullie zien haar niet. Kijk naar Mij en bemin Mij.”

Ware liefde blijft echter nooit beperkt tot gevoelens. Wie Jezus liefheeft, wil ook wat Hij wil. Zijn verlangen is dat alle mensen gered worden en delen in het eeuwig leven. Daarom bestaat de opdracht van de Kleine Ziel er ook in anderen tot Christus te brengen, zodat ook zij zijn liefde leren kennen.

2. Jezus helpen bij het redden van de zielen

Uit liefde nodigt Jezus de Kleine Zielen uit om deel te nemen aan zijn verlossingswerk. Niet uit eigen kracht, maar door zich volledig aan Hem toe te vertrouwen. Daarom noemt Hij hen “mijn kleine medeverlossers”.

Op 4 juli 1973 sprak Jezus:

“Mijn kleine medeverlossers, help Mij de wereld te redden door uw liefde. Wees rustig en vreedzaam onder mijn blik. Geloof in mijn macht. Het enige probleem is ‘ja’ te zeggen aan de genade en ‘neen’ aan de hoogmoed en alles wat daaruit voortkomt. De weg is steil; ga langzaam en voorzichtig.”

Iedere Kleine Ziel ontvangt volgens deze boodschap een bijzondere verantwoordelijkheid. God vertrouwt aan ieder mensen toe voor wie gebeden, geleden en geofferd mag worden. Daarom zegt Jezus:

“De Kleine Zielen dragen een grote verantwoordelijkheid tegenover Mij. Aan ieder van hen heb Ik een groot aantal zielen toegewezen die gered moeten worden. Begrijp daarom dat men niet ten strijde trekt zonder zelf slagen te ontvangen.” (25 augustus 1979)

Deze strijd is geen uiterlijke strijd, maar een geestelijke strijd tegen zonde, hoogmoed, egoïsme en alles wat de mens van God verwijdert.

3. Naar hen gaan die lijden

Liefde tot God kan niet losstaan van liefde tot de naaste. Onmiddellijk na het eerste gebod zegt Jezus:

“Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” (Marcus 12,31)

Op 21 juni 1973 ontving Marguerite wat zij zelf de “Leefregel van de Kleine Ziel” noemt. Daarin geeft de Heer een eenvoudige maar diepgaande opdracht. De Kleine Ziel wordt gezonden naar allen die hulp nodig hebben:

  • Ga naar wie lijdt en troost hem.
  • Ga naar wie twijfelt en stel hem gerust.
  • Ga naar wie weent en droog zijn tranen.
  • Ga naar wie wacht en leer hem geduld.
  • Ga naar wie verdwaald is en wijs hem de weg.
  • Ga naar wie wanhoopt en geef hem hoop.
  • Ga naar wie ontrouw is en versterk hem.
  • Ga naar wie in het duister leeft en laat hem hopen op het Licht.
  • Ga naar wie overspannen is en breng hem innerlijke rust.
  • Ga naar wie besluiteloos is en schenk hem standvastigheid.

Zo wordt iedere Kleine Ziel uitgenodigd een levende getuige van Christus te zijn. Niet door grote woorden of buitengewone prestaties, maar door zachtmoedigheid, nederigheid, barmhartigheid en liefde. De Kleine Ziel brengt aan de mensen de “liefelijke geur van Christus” en maakt door haar leven zichtbaar dat Gods liefde sterker is dan angst, verdriet en zonde.

De kern van de opdracht

De opdracht van de Kleine Zielen kan uiteindelijk in één zin worden samengevat:

Jezus liefhebben, met Hem meewerken aan het heil van de mensen en overal waar men komt de liefde, de vrede en de barmhartigheid van Christus uitstralen.

Zo beantwoorden de Kleine Zielen aan hun roeping om klein te zijn voor God, volledig op Hem te vertrouwen en zich beschikbaar te stellen als instrumenten van zijn barmhartige liefde voor de wereld.