Levensverhaal van Marguerite


Levensverhaal van Marguerite

Stichteres van het Legioen van de Kleine Zielen van het Barmhartige Hart van Jezus

Onderstaand levensverhaal is gebaseerd op de autobiografische getuigenis van Marguerite, zoals opgetekend in het boek Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, Deel I. Het biedt een inkijk in de geestelijke weg die zij heeft afgelegd en in de oorsprong van de spiritualiteit van het Legioen van de Kleine Zielen.

Marguerite groeide op in een sterk antiklerikaal milieu. Door toedoen van haar oom werd zij als kind niet gedoopt. Toch leefde er reeds vanaf haar vroegste kinderjaren een diep verlangen naar God en naar de hemel in haar hart. Wanneer zij andere kinderen zag die zich voorbereidden op hun Eerste Heilige Communie, voelde zij verdriet omdat zij zelf nog niet gedoopt was. Uiteindelijk ontving zij op twaalfjarige leeftijd het doopsel. Deze gebeurtenis vervulde haar met een diepe vreugde en liet een blijvende indruk na in haar leven.

Hoewel zij nauwelijks godsdienstonderricht had ontvangen, bleef in haar hart een verlangen naar het goede en naar God aanwezig. Zoals zoveel jonge mensen zocht ook zij aanvankelijk geluk in menselijke waardering, uiterlijkheden en aardse genoegens. Later trad zij in het huwelijk en werd moeder van kinderen. Haar geloofsleven bleef echter gedurende lange tijd eerder oppervlakkig en speelde slechts een beperkte rol in haar dagelijkse bestaan.

Een belangrijke ommekeer kwam toen haar moeder ernstig ziek werd en volgens de artsen weinig kans op herstel had. In haar grote nood wendde Marguerite zich tot de Heilige Maagd Maria. Zij bad vurig om de genezing van haar moeder en beloofde regelmatig op bedevaart te gaan wanneer haar gebed zou worden verhoord. Toen haar moeder geleidelijk herstelde, groeide in haar het besef dat Maria haar had geholpen. Deze ervaring werd het begin van een dieper innerlijk leven.

Een beslissend moment in haar geloofsweg vond plaats tijdens de kerstnachtmis van 1946. Voor het eerst woonde zij bewust de nachtmis bij. Toen zij het Kind Jezus in de kerststal zag liggen, werd zij diep geraakt. Zij voelde zich overweldigd door een liefde die zij niet kon verklaren en barstte in tranen uit. Later zou zij schrijven dat Jezus haar op dat ogenblik voor Zich gewonnen had. Vanaf dat moment begon zij trouw de heilige Mis bij te wonen, regelmatig te biechten en actief op zoek te gaan naar geestelijke begeleiding.

Onder leiding van ervaren priesters groeide haar geestelijk leven snel. Zij ontdekte de waarde van het dagelijkse gebed en de meditatie. Gaandeweg ervoer zij een steeds sterkere aantrekking tot God. In haar autobiografie beschrijft zij talrijke innerlijke ervaringen, dromen, geestelijke inzichten en mystieke genaden. Deze gebeurtenissen stonden echter nooit op zichzelf, maar brachten haar steeds dichter bij een leven van liefde, bekering en overgave aan God.

Haar bekering werd niet door iedereen begrepen. Binnen haar familie stuitte zij geregeld op onbegrip, spot en tegenstand. Toch bleef zij trouw aan de weg die zij als een roeping van God ervoer. Stap voor stap leerde zij offers brengen, haar eigen wil los te laten en haar leven steeds meer op Christus af te stemmen. De strijd tegen ijdelheid, eigenliefde en menselijke gehechtheden vormde daarbij een belangrijk onderdeel van haar geestelijke groei.

Een bijzondere plaats in haar leven werd ingenomen door haar geestelijk leidsman. Hij begeleidde haar gedurende vele jaren, hielp haar bij het onderscheiden van haar mystieke ervaringen en moedigde haar aan om steeds nederig en gehoorzaam te blijven. Zijn overlijden betekende voor haar een zware beproeving. Daarna volgde een periode van geestelijke droogte, eenzaamheid en innerlijke strijd. Toch bleef zij vertrouwen op Gods leiding en zette zij haar geloofsweg voort.

Doorheen haar levensverhaal loopt één centrale gedachte als een rode draad: God kiest niet in de eerste plaats de sterken, de wijzen of de machtigen van deze wereld, maar juist de kleinen en eenvoudigen. Hij zoekt de zwaksten op, vormt hen met geduld en liefde en maakt hen tot instrumenten van zijn barmhartigheid. Deze overtuiging zou later het fundament vormen van het Legioen van de Kleine Zielen.

De spiritualiteit die uit haar leven spreekt, wordt gekenmerkt door een kinderlijk vertrouwen op God, een diepe liefde tot Jezus en Maria, een voortdurende bereidheid tot bekering en een verlangen om geheel aan Gods liefde toe te behoren. Centraal staat het ideaal van de “kleine ziel”: een mens die zich klein weet voor God, eenvoudig leeft, nederig blijft en volledig vertrouwt op zijn barmhartige liefde.

Hoofdthema’s van haar levensverhaal

  • Verlangen naar God vanaf de kinderjaren.
  • Het belang en de genade van het doopsel.
  • Bekering en innerlijke omvorming.
  • Liefde tot Jezus en Maria.
  • Gebed, meditatie en geestelijke groei.
  • Mystieke ervaringen en Gods leiding in het dagelijks leven.
  • Strijd tegen ijdelheid, eigenliefde en gehechtheden.
  • Gehoorzaamheid aan geestelijke begeleiding.
  • Vertrouwen op Gods barmhartigheid.
  • Het ideaal van de “kleine ziel”: klein, eenvoudig en volledig afhankelijk van God.

Het levensverhaal van Marguerite vormt niet alleen een persoonlijke geloofsgetuigenis, maar tevens een inleiding tot de spiritualiteit van het Legioen van de Kleine Zielen. Nederigheid, eenvoud, vertrouwen, gehoorzaamheid en volledige overgave aan de liefde van God vormen de kern van deze boodschap, die ook vandaag nog velen inspireert op hun weg naar heiligheid.

Bewerking door pastoor Geudens – pastoorjack@duck.com

Marguerite over het Kindje Jezus

Marguerite over het Kindje Jezus in Chèvremont met de Kleine Zielen uit Chili in de jaren 90

Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 2)

In de vorige bijdrage toonden we de absolute noodzaak van het geloof in de werkelijke aanwezigheid van het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer in de Eucharistie. Iedere poging om daaraan een overdrachtelijke of andere uitleg te geven is een dwaalweg. Ze levert ons een dorre boom op die geen vruchten meer draagt. En iedere hernieuwde erkenning en aanbidding van Jezus’ werkelijke aanwezigheid brengt een hernieuwde vitaliteit voort.

Veelzijdige aanwezigheid

God is op vele wijzen aanwezig. In Exodus 3, 14 openbaarde Hij zich op mysterieuze wijze als “Ik ben die is” (Hebreeuws: ehejeh asjer ehejeh). Hij is Degene die is, die was en die zal zijn. Het is een uitnodiging tot geloof in Hem, die het volk Gods eens heeft geleid en beschermd, die nu en in de toekomst zorg blijft dragen voor ons.

Zo erkennen en bewonderen we God in zijn majestueuze schepping. Daarin kunnen we zijn glorie zien. In de heilige Schrift kunnen we zijn Woord lezen en horen. In de priester erkennen we Christus’ aanwezigheid als een “alter Christus” (een andere Christus). Hij geeft het leven van Christus aan ons door de sacramenten. En Christus is aanwezig overal waar mensen in zijn Naam bidden. Bovendien is Hij op bijzondere wijze aanwezig in hen die arm zijn en lijden.

Eucharistische aanwezigheid

In de schepping kunnen we God zien. In de Schrift kunnen we God horen en lezen. In de Eucharistie kunnen we echter op heel bijzondere wijze Jezus’ verheerlijkt Lichaam en Bloed eten en drinken. Daar wordt Hij voor ons voedsel dat ons zijn eigen eeuwig leven en eeuwigheid schenkt. Deze eucharistische wijze is een unieke werkelijke aanwezigheid.

Het gewone voedsel dat we tot ons nemen, wordt gedeeltelijk door ons geabsorbeerd. Het wordt een deel van ons lichaam en dus als het ware verheven tot de waardigheid van onze menselijke persoonlijkheid. In de heilige communie is het juist omgekeerd. God neemt ons op en verheft ons tot zijn goddelijkheid en eeuwig leven. “Als Christus in u is, blijft uw lichaam wel door de zonde de dood gewijd, maar uw geest leeft…” (Romeinen 8, 10).

Verschillende tradities

Zowel in de Latijnse als in de oosterse traditie werd trouw het geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed in de Eucharistie bewaard, zij het elk op eigen wijze. De Latijnse liturgie is meer rationeel, sober, met een duidelijk begin en eind. Ze wordt gevierd in de Romaanse kerken met hun eenvoudige, indrukwekkende schoonheid. Op die wijze heeft ook het concilie van Trente de werkelijke aanwezigheid helder en rationeel bepaald: waarlijk, werkelijk, wezenlijk (zie vorige bijdrage).

De oosterse liturgie heeft iets meer van de mystieke sfeer bewaard met meer processies, langere gebeden, litanieën, wierook en kaarsen. Hun kerken zijn ook overvloedig versierd met afbeeldingen van Christus, Maria, en de heiligen. Hun liturgie heeft geen strikt rationeel begin en einde, maar is eerder een deelname aan de hemelse liturgie, die al lang bezig was en die na de dienst ook zal verdergaan. In die zin legt hun heilige liturgie ook veel meer de nadruk op de heilige Geest, die de Bewerker is van de werkelijke aanwezigheid.

Protestantse bijdrage

De protestantse traditie heeft helaas voor een groot deel het geloof in Jezus’ werkelijke aanwezigheid verloochend. Sommige protestanten verwijten katholieken, niet zonder reden, dat ze het Woord van de Schrift niet ernstig genoeg nemen. Wat de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie betreft, zijn zij het echter die de glasheldere woorden van Jezus, de Evangelisten en de heilige Paulus naast zich neerleggen.

Toch kunnen we uit hun houding nog iets goeds halen. Ze leggen de volle nadruk hierop: we worden gered door het geloof. Dit geloof moet wel door onze houding en onze daden zijn waarachtigheid aantonen. Onze deelname aan de Eucharistie dient een deelname in geloof te zijn. Aanwezig zijn is niet genoeg. Een kerkstoel is op zich niets ‘heiliger’ dan een barkruk! Er is een levendig geloof nodig in Jezus, die ons bevrijding, licht en leven geeft.

Oprecht en levendig geloof

“De Eucharistie is onze autosnelweg naar de hemel. Telkens wanneer we de heilige communie ontvangen, raken we de hemel… Indien de mensen werkelijk beseften dat God zelf daar aanwezig is, dan zouden de kerken dag en nacht vol zitten”.Dit zei de 15-jarige Carlo Acutis in de nacht van woensdag op donderdag 12 oktober 2006, voordat hij stierf. Hij had ook net op tijd zijn website over de gerapporteerde eucharistische wonderen kunnen afwerken.

In de geloofsgemeenschap van Korinthe waren er blijkbaar ook misbruiken en werd de Eucharistie door sommigen op onwaardige wijze genuttigd. De heilige Paulus geeft hen een zeer ernstige waarschuwing: “Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis. Daarom zijn er onder u zo velen ziek en zwak en zijn er een aantal gestorven” (1 Korintiërs 11, 29-30).

Ook de Kerk vraagt dat we ons onderzoeken en vooraf het sacrament van de verzoening zouden ontvangen, wanneer we ons van een ernstige zonde bewust zijn. (Wordt vervolgd).

P. Daniel

Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 1)

Donderdag van vorige week vierden we Sacramentsdag met de nodige luister en aanbidding na de Eucharistie tot middernacht. Dit feest werd ingesteld in de 13e eeuw, onder impuls van de heilige Juliana van Cornillon (+ 1258). Zij ijverde voor de erkenning en verering van de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed in de heilige Eucharistie. Aangezien dit geloof ook in onze tijd erg verzwakt is, willen we dit nu in het licht stellen.

De vaste leer doorheen de eeuwen

Dit is maar één aspect van het alomvattend mysterie van de Eucharistie, maar het raakt werkelijk het hart van het christelijk geloof en is wezenlijk voor de vitaliteit zowel van de afzonderlijke gelovige als van de gemeenschap.

In de geschiedenis van de Kerk werd dit geloofspunt herhaaldelijk door ketters bestreden of betwijfeld. De strijd eindigde telkens in een vuriger geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie omdat het de heldere leer is van Jezus, de Evangelies, de Kerkvaders, het kerkelijk leergezag en de concilies…

Johannes 6

“… Ik zeg u als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn Bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u… Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank...” (Johannes 6, 53-56). Vijfmaal herhaalt Jezus deze uitspraak in het zesde hoofdstuk van het Johannes-Evangelie. Hij begint en eindigt met een sterke oproep tot geloof in Hem.

Sommigen willen daarom heel deze rede herleiden tot een dringende aansporing om in Hem te geloven. Heel goed. We kunnen echter niet ontkennen dat Jezus hier spreekt over de werkelijkheid van zijn Lichaam en Bloed, weliswaar van zijn Verrezen Lichaam. Het is geen oproep tot kannibalisme maar tot deelname aan zijn verrijzenis door zijn verheerlijkt Lichaam en Bloed te nuttigen.

De reactie van de luisteraars en de apostelen laat zien dat ze goed begrepen hebben dat Jezus het heeft over de werkelijke aanwezigheid van zijn Lichaam en Bloed, en niet over een symbolische of figuurlijke betekenis. Velen zijn geschokt en willen weggaan. En Jezus antwoordt zijn apostelen niet in deze zin: je moet het allemaal niet zo letterlijk nemen… neen, Hij vraagt hen: “Wilt ook gij soms weggaan?” (Johannes 6, 67

Laatste Avondmaal

De evangelisten hebben ons het verslag gegeven van hun allerlaatste, erg emotionele samenzijn met Jezus. Jezus neemt brood, zegent het, breekt het en zegt: “Neemt, eet, dit is mijn Lichaam”. Dan neemt Hij een beker wijn, zegt een dankgebed en geeft hem aan zijn apostelen terwijl Hij zegt: “Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Mattheus 26, 26-27).

Het getuigenis van de heilige Paulus sluit hier volkomen bij aan. Hij schrijft precies hetzelfde waar hij uitdrukt dat hij deze overlevering gekregen heeft en nu trouw wil doorgeven aan de geloofsgemeenschap te Korinthe (1 Korinthiërs 11, 23-25). Hij schrijft dit helemaal in het begin van de jaren 50!

Eensgezindheid van de kerkvaders

Wie een uitgebreide bloemlezing ter hand neemt van oud-christelijke geschriften over de Eucharistie (1) wordt meteen getroffen door de eensgezinde opvatting van de Kerkvaders. Zij vermelden inderdaad ook de woorden “mysterie”, “wonder”, en zelfs “symbool”… maar zij verduisteren nooit de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed.

Ignatius van Antiochië (+ ca 107), Justinus de martelaar (+ ca 165), Ambrosius (+ 397), Johannes Chrysostomus (+ 407), Augustinus (+ 430) … Zij hebben nooit anders dan letterlijk de woorden verstaan van Jezus, van de Evangelies en van de heilige Paulus.

Waarlijk, werkelijk, wezenlijk

De katholieke Kerk heeft in het concilie van Trente (in 1551) het duidelijkst deze werkelijke aanwezigheid vastgelegd in canon 1 over de Eucharistie: “vere” = waarlijk, dus niet figuurlijk, symbolisch of ingebeeld; “realiter” = werkelijk, dus niet subjectief of volgens persoonlijk oordeel; “substantialiter” = wezenlijk (2).

Hiermee is de leer verbonden van de ”transsubstantiatie”: de uiterlijke schijn van brood en wijn blijven behouden, maar de wezenheid is veranderd in het Lichaam en Bloed van de verrezen Heer. Het is een mysterie, maar het is niet onredelijk.

Encyclieken over de Eucharistie

In vele encyclieken hebben pausen geschreven over de heilige Eucharistie. De drie voornaamste, die uitsluitend over de Eucharistie handelen zijn deze: Mirae caritatis (Paus Leo XIII, 1902), Mysterium Fidei (Paus Paulus VI, 1965), Ecclesia de Eucharistia (Paus Johannes Paulus II, 2003).

Leo XIII benadrukte sterk de noodzaak om het offer van Jezus na te volgen door een daadwerkelijke naastenliefde. Paulus VI voorzag de moeilijkheden die na het Tweede Vaticaans Concilie zouden ontstaan door pogingen om nieuwe interpretaties te zoeken voor de Eucharistie, wat inderdaad gebeurd is. Hij waarschuwde voor deze misvattingen en herbevestigde de reële tegenwoordigheid van Jezus in de Eucharistie. Johannes Paulus II stelde de Eucharistie voor als het middelpunt van het leven van de Kerk: “De Kerk leeft uit de Eucharistie!”

Besluit

Na de consecratie is onder de uiterlijke gedaante van brood en wijn werkelijk het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer Jezus Christus aanwezig. Dat noemen we de transubstantiatie. Het blijft een mysterie, maar is niet onredelijk. Iedere poging om hieraan een andere uitleg te geven is en blijft een ontsporing. De wijze waarop dit geloof wordt aanvaard, beleden en gevierd, bepaalt de vitaliteit van de gelovige en van de kerk. (Wordt vervolgd).

(1) HERMANS J., Uw geheim ligt op de tafel des Heren, Tabor, Brugge, 1983

(2) Enchiridion Symbolorum, Denzinger-Schönmetzer, 32e uitgave, Freiburg 1963, nr. 1651


P. Daniel

Sacramentsdag

Hoogfeest van het Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus

Inleiding

Dierbare kleine zielen,

Wij leven in een tijd waarin bijna alles snel gaat. Via onze telefoon staan we voortdurend met elkaar in contact. We sturen berichten, foto’s en video’s. Toch hoor je vaak dat mensen zich eenzaam voelen. Blijkbaar is verbonden zijn niet hetzelfde als werkelijk verbonden leven. Je kunt honderden contacten hebben en je toch alleen voelen. Juist daarom is het evangelie van vandaag zo bijzonder. Jezus spreekt niet over een oppervlakkige verbinding, maar over een verbondenheid die dieper gaat dan alles wat mensen elkaar kunnen geven.

Preek

In de eerste lezing horen we hoe God zijn volk door de woestijn leidde. De Israëlieten hadden honger en God gaf hun manna, brood uit de hemel. Dat brood hield hen lichamelijk in leven tijdens hun tocht naar het Beloofde Land. Maar Jezus zegt vandaag dat Hij veel meer geeft dan het manna. Hij zegt: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald.” Daarmee bedoelt Hij dat Hijzelf het voedsel is dat de mens nodig heeft om werkelijk te leven.

Dat klinkt misschien vreemd. Waarom vergelijkt Jezus zichzelf met brood? Omdat brood iets heel gewoons is. In veel culturen is het dagelijks voedsel. Zoals je niet zonder eten kunt leven, zo zegt Jezus dat de mens uiteindelijk ook niet zonder God kan leven. Wij proberen vaak gelukkig te worden door succes, bezit, prestaties, relaties of ervaringen. Dat zijn allemaal mooie dingen, maar ze kunnen de diepste honger van ons hart niet vervullen. Uiteindelijk verlangt ieder mens naar liefde die blijft, naar waarheid die betrouwbaar is en naar een leven dat sterker is dan de dood. Alleen God kan dat verlangen vervullen.

Daarom zegt Jezus iets wat zijn toehoorders schokkend vonden: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven.” Voor de mensen die Hem hoorden was dat bijna onmogelijk te begrijpen. Maar tijdens het Laatste Avondmaal werd duidelijk wat Hij bedoelde. Toen nam Jezus brood en zei: “Dit is mijn lichaam.” Hij nam de beker met wijn en zei: “Dit is mijn bloed.” Vanaf dat moment heeft de Kerk altijd geloofd dat Jezus zichzelf werkelijk aan ons geeft in de Communie.

Dat is waarom de priester tijdens iedere Mis na de consecratie uitroept: “Het mysterie van het geloof.” Niet omdat het onbegrijpelijk of onlogisch zou zijn, maar omdat het zo groot is dat ons verstand het nooit helemaal kan bevatten. God neemt ons mensen zo serieus dat Hij niet alleen van veraf naar ons kijkt. Hij is mens geworden in Jezus Christus. En Hij wil ook nu nog dichtbij ons blijven. Daarom blijft Hij aanwezig onder de tekenen van brood en wijn.

Wanneer wij ter communie gaan, ontvangen wij niet zomaar een herinnering aan Jezus. Wij ontvangen niet alleen een symbool. Wij ontvangen Christus zelf. Hij komt in ons leven, in onze vreugde, onze vragen, onze twijfels en onze zorgen. Hij wil ons van binnenuit kracht geven. Hij wil ons helpen om lief te hebben, te vergeven, opnieuw te beginnen en hoopvol te blijven wanneer het leven moeilijk wordt.

Paulus voegt daar vandaag nog iets belangrijks aan toe. Hij zegt: “Omdat het brood één is, vormen wij allen samen één lichaam.” De eucharistie verbindt ons niet alleen met Christus, maar ook met elkaar. In een samenleving waarin mensen vaak tegenover elkaar staan, waarin meningen botsen en groepen uit elkaar groeien, laat Jezus zien wat echte gemeenschap betekent. Rond hetzelfde altaar worden wij broeders en zusters van elkaar. De Kerk ontstaat niet eerst door activiteiten, vergaderingen of projecten. De Kerk ontstaat doordat Christus ons samenbrengt rond zijn altaar en ons laat delen in zijn leven.

Dat is ook de reden waarom de Kerk vraagt om met eerbied naar de communie te gaan. Wanneer je beseft Wie je ontvangt, begrijp je dat dit geen gewoon moment is. Het is een ontmoeting met de levende Heer. Daarom worden wij uitgenodigd ons hart open te stellen voor Hem en steeds opnieuw te groeien in geloof en liefde. Niet omdat wij perfect moeten zijn, maar omdat wij bereid moeten zijn ons door Christus te laten vormen.

Beste parochianen, veel dingen in het leven gaan voorbij. Trends veranderen, technologie verandert, mensen veranderen. Maar Jezus blijft. Al tweeduizend jaar klinkt dezelfde belofte: “Ik ben het levende Brood dat uit de Hemel is neergedaald.” Iedere eucharistieviering herinnert ons eraan dat wij er niet alleen voor staan. Christus leeft. Hij is aanwezig. Hij geeft zichzelf aan ons, om bij ons te zijn.

Wanneer wij vandaag naar het altaar kijken, zien wij het brood van de hostie en de beker met wijn. Maar met de ogen van het geloof mogen wij meer zien. Wij mogen zien dat God zelf ons nabij wil zijn. Dat is het mysterie dat wij vandaag vieren: Jezus Christus, die Zichzelf aan ons geeft, Zijn Lichaam en Bloed, opdat wij leven zouden hebben, en wel leven in overvloed.

Amen.

Pastoor Geudens

H. Maria, Moeder van de Kerk (ipv 2e pinksterdag)

H. Maria, Moeder van de Kerk

Inleiding

Na het Pinksterfeest van gisteren viert de Kerk vandaag het feest van de heilige Maria, Moeder van de Kerk. Dat is geen toevallige plaatsing in de liturgie. Pinksteren en Maria horen wezenlijk bij elkaar. Gisteren vierden wij hoe de heilige Geest werd uitgestort over de apostelen. Vandaag richt de Kerk onze aandacht op Maria, die midden tussen hen aanwezig was in de bovenzaal van Jeruzalem, volhardend in gebed en verwachting.

Preek

Maria staat in het hart van de Kerk. Zoals zij door de werking van de heilige Geest de Moeder werd van Christus, zo wordt zij ook Moeder van allen die door Christus verlost zijn. Daarom noemt de Kerk haar “Moeder van de Kerk”.

Die titel is nauw verbonden met het geloof van de vroege Kerk. Rond het jaar 400 ontstond een grote discussie over wie Jezus Christus werkelijk is. Nestorius, patriarch van Constantinopel, leerde dat er in Christus als het ware twee personen waren: een menselijke en een goddelijke persoon. Volgens hem kon Maria daarom alleen “Moeder van Christus” genoemd worden, maar niet “Moeder van God”.

Daartegenover stonden Cyrillus van Alexandrië en vele bisschoppen, samen met paus Celestinus. Zij benadrukten dat Jezus Christus één Persoon is: de Zoon van God, die werkelijk mens is geworden. In Hem zijn de goddelijke en menselijke natuur onlosmakelijk verenigd. Daarom werd op het Concilie van Efeze in 431 plechtig uitgesproken dat Maria terecht “Moeder van God” genoemd wordt, omdat zij Moeder is van Jezus Christus, de Godmens.

Die titel blijft de belangrijkste mariale titel van de Kerk. Want alles wat Maria is, verwijst uiteindelijk naar Christus. Zij staat nooit in het middelpunt om zichzelf, maar altijd om haar Zoon. Dat zien wij doorheen heel haar leven. Op de bruiloft van Kana zegt zij: “Doe maar wat Hij u zeggen zal.” Onder het kruis blijft zij trouw aanwezig wanneer bijna iedereen gevlucht is. En juist daar spreekt Jezus de woorden: “Zie daar uw moeder.” In Johannes vertegenwoordigt de geliefde leerling de hele Kerk. Maria ontvangt daar een nieuwe zending: Moeder zijn van allen die bij Christus horen.

Daarom is het ook betekenisvol dat Maria aanwezig is bij Pinksteren. Terwijl de leerlingen nog angstig en onzeker zijn, blijft zij gelovig wachten op de komst van de heilige Geest. Zij bidt mee met de apostelen. Zo wordt zij Moeder van de jonge Kerk, Moeder van allen die door de heilige Geest tot geloof komen.

Ook vandaag heeft de Kerk die moederlijke aanwezigheid van Maria nodig. Wij leven in een wereld vol onrust, verdeeldheid en onzekerheid. Veel mensen zoeken houvast, vrede en richting. De heilige Maagd Maria wijst ons steeds opnieuw naar Christus, de enige Redder van de wereld. Zij leert ons vertrouwen, volharding en openheid voor de werking van de heilige Geest.

Zo komen wij vandaag samen om Gods zegen af te smeken over ons leven, onze gezinnen, onze parochie en de hele Kerk. Dat Maria, Moeder van de Kerk, voor ons ten beste spreke. Dat zij ons helpe om, gedragen door de heilige Geest, werkelijk leerlingen van Christus te zijn.

Amen.

Pastoor Geudens

Er rust geen copyright op deze tekst

5e Zondag van Pasen 2026 – week van Dodenherdenking

Dierbare Kleine Zielen,

De tekst uit het Johannesevangelie die wij dit weekend zullen horen, begint met een duidelijke oproep van Jezus: “Laat uw hart niet verontrust worden.” Hij spreekt deze woorden in een concreet moment: het afscheid nadert, en de leerlingen voelen dat. Er is onzekerheid, angst en verwarring. Wat daar gebeurt, is tegelijk heel herkenbaar voor ieder mens. Want die innerlijke onrust hoort bij ons bestaan.

Het leven van de mens staat namelijk altijd onder spanning. We verlangen naar rust, zekerheid en vrede, maar tegelijk ervaren we kwetsbaarheid, verlies en onzekerheid. Dat zien we vandaag overal: in de wereld, in relaties, maar ook in ons eigen hart. De onrust waar Jezus over spreekt, is dus niet iets uitzonderlijks, maar iets dat bij het mens-zijn hoort.

In deze week van Dodenherdenking krijgt dat nog een diepere betekenis. We denken aan oorlog en geweld, aan mensen die gestorven zijn, vaak op een zinloze manier. Dat confronteert ons met de realiteit van het kwaad en het lijden. Tegelijk roept het vragen op: wat is de zin van dit alles? Waar gaat het naartoe?

Wanneer wij in de liturgie – tijdens de Heilige Mis of in gebedsmomenten in de kerk – kaarsen ontsteken aan de Paaskaars, stellen wij meer dan een louter symbolisch gebaar. Wij belijden daarmee ons geloof: dat het licht van de Verrijzenis sterker is dan de dood, en dat Pasen het laatste woord heeft.

Juist in die situatie zegt Jezus: “Geloof in God, en geloof ook in Mij.” Hij neemt de angst niet weg door haar te ontkennen, maar Hij wijst een richting. Hij brengt de mens opnieuw in relatie met God. Dat is de kern van geloof: niet ontsnappen aan de werkelijkheid, maar je leven toevertrouwen aan God.

Als we naar Jezus zelf kijken, zien we iets opmerkelijks. In de H. Schrift blijft Hij rustig, ook in bedreigende situaties. Niet omdat Hij als mens gewoon sterk is, maar omdat Hij leeft vanuit Zijn verbondenheid met de Vader. Daar ligt de bron van Zijn vrede.

Dan zegt Hij: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Het betekent dat Hij zelf de Weg is die wij moeten gaan, dat in Hem de Waarheid van God zichtbaar wordt, en dat in Hem het Leven te vinden is dat sterker is dan de dood. Hij sluit daarmee elke andere weg uit, maar tegelijk nodigt Hij ieder mens uit om in die weg te delen.

Vanuit dat perspectief verandert ook onze kijk op de dood. De dood is niet het einde, maar een overgang naar God. Jezus zegt: “In het huis van mijn Vader zijn vele woningen.” Dat opent een toekomst die verder reikt dan dit leven. We zien dat soms concreet, bijvoorbeeld bij mensen die sterven en toch een diepe vrede uitstralen. Die vrede komt niet uit menselijke zekerheid, maar uit vertrouwen op God.

Maar deze hoop heeft niet alleen met de toekomst te maken. Ze heeft ook gevolgen voor het leven nu. Wie Christus volgt als de Weg, de Waarheid en het Leven, wordt geroepen om zelf anders te leven: om vrede te brengen waar onrust is, om verzoening te zoeken waar verdeeldheid is, om hoop te geven waar mensen dreigen te wanhopen.

Ook Dodenherdenking vraagt dat van ons. Niet alleen terugkijken, maar ook vooruitgaan. Niet alleen gedenken, maar ook bouwen aan een wereld die meer beantwoordt aan Gods bedoeling.

Christelijke hoop is geen vlucht uit de werkelijkheid. Ze maakt het juist mogelijk om de werkelijkheid onder ogen te zien zonder eraan te bezwijken. Omdat we weten dat het laatste woord niet ligt bij dood en geweld, maar bij leven en gemeenschap met God.

Zo krijgen de woorden van Jezus hun volle betekenis: “Laat uw hart niet verontrust worden.” Niet omdat er geen reden tot onrust is, maar omdat er een Weg is, een Waarheid en een Leven – in Hem.

Amen.

Pastoor Geudens

Paastijd: De verrijzenis van Jezus als historisch feit

Easter sunrise with 'Jezus is Verrezen' text

De verrijzenis van Jezus als historisch feit

Het paasmysterie omvat twee wezenlijke momenten: Jezus is gestorven en verrezen. De kruisdood van Jezus Christus behoort tot de best historisch onderbouwde gebeurtenissen uit de geschiedenis. Zij wordt niet alleen unaniem bevestigd door de evangelies, maar ook door vooraanstaande geschiedschrijvers uit die tijd.

Om te aanvaarden dat Jezus aan het kruis gestorven is, is geen geloof vereist. Wel is geloof nodig om de diepere betekenis van dit gebeuren te erkennen. Het eerste mensenpaar heeft in hoogmoed Gods aanbod van liefde en geluk afgewezen en wilde zelf als god zijn. De verantwoordelijkheid voor deze schuld heeft Jezus op zich genomen en uitgeboet door zijn menswording, zijn lijden en zijn kruisdood. Zo heeft Hij ons van onze zonden verlost.

Hetzelfde geldt voor de verrijzenis van Christus. Ook dit is een historisch feit, waarvoor op zichzelf geen geloof nodig is — zoals wij verderop zullen toelichten. Om de betekenis ervan te aanvaarden, is echter wel geloof nodig. De verrijzenis van Jezus is de voltooiing van zijn menswording, de vervulling van de beloften en het bewijs van zijn goddelijke oorsprong. Door zijn verrijzenis zijn wij gerechtvaardigd en opnieuw in Gods genade hersteld. Wij zijn weer kinderen van God, geroepen om als zodanigen te leven: gestorven aan de zonde van Adam en levend met Christus. Hierin ligt de bron van onze toekomstige verrijzenis en ons leven met Hem.

Wij willen nu aantonen dat de enige redelijke conclusie uit de feiten is dat Jezus’ verrijzenis als historisch gebeuren moet worden aanvaard. Geen enkel bezwaar houdt uiteindelijk stand.

Het is waar dat niemand ooggetuige is geweest van het moment van Jezus’ verrijzenis. Geen mens heeft gezien hoe Hij uit de dood opstond. Sommigen hebben daarom gesuggereerd dat zijn lichaam uit het graf zou zijn gestolen — door de apostelen, door vrienden of zelfs door vijanden — om de verkondiging van de verrijzenis belachelijk te maken. Anderen menen dat de verschijningen van de verrezen Heer collectieve hallucinaties waren: mensen verlangden zo sterk naar Jezus dat zij meenden Hem te zien. Weer anderen veronderstellen dat de apostelen, diep teleurgesteld na zijn dood, een verzonnen verhaal verspreidden dat Hij verrezen was.

Dat niemand het moment van de verrijzenis zelf heeft gezien, vormt echter geen bewijs dat zij niet heeft plaatsgevonden. Ook het ontstaan van de schepping is door niemand waargenomen. Verrijzenis en schepping overstijgen ons begrip. Het zou dan ook onredelijk zijn te zeggen: “Ik kan niet genieten van de zon en het leven, zolang ik niet kan bewijzen hoe de schepping is ontstaan.”

De hypothese dat het graf leeg was omdat Jezus’ lichaam gestolen werd, houdt geen stand in het licht van wat daarna is gebeurd. Zouden de apostelen en leerlingen bereid zijn geweest hun leven te geven — tot in de marteldood — voor een leugen die zij zelf hadden verzonnen? En als de joodse autoriteiten het lichaam hadden weggenomen om de spot te drijven met de verrijzenis, dan zou de prediking van de apostelen onmiddellijk zijn ontkracht.

Een bijzonder krachtig getuigenis vinden wij bij de apostel Paulus:

“Voor alles heb ik u doorgegeven wat ik zelf als overlevering heb ontvangen: dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften; dat Hij begraven is en op de derde dag is opgewekt, volgens de Schriften; en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. Daarna is Hij verschenen aan Jakobus en vervolgens aan alle apostelen. Ten slotte is Hij ook aan mij verschenen” (1 Korintiërs 15,3–8).

Enkele jaren na Jezus’ dood verscheen Christus aan Paulus (ca. 34–36), die van een vervolger van christenen veranderde in een vurig verkondiger van zijn dood en verrijzenis. Van Petrus en de andere apostelen ontving hij dit kostbare getuigenis, dat overeenstemt met de evangelieverhalen. Als voormalig strenge farizeeër laat Paulus in deze opsomming de verschijningen aan de vrouwen weg, aangezien het getuigenis van vrouwen in de toenmalige joodse cultuur weinig gezag had. Indien zijn bewering — dat de verrezen Heer verschenen was aan velen die nog in leven waren — onjuist was geweest, zou zijn prediking nooit zo’n uitwerking hebben gehad. De geloofwaardigheid van zijn boodschap zou direct zijn ondermijnd.

Een opmerkelijk detail is dat de Griekse filosoof Celsus, die rond 170–180 na Christus het christendom fel bestreed in zijn werk Het ware woord, de verrijzenis en de wonderen van Jezus niet ontkende. Hij bespotte ze wel en schreef ze toe aan magische praktijken die Jezus in Egypte zou hebben geleerd. Dat hij deze gebeurtenissen niet eenvoudigweg ontkende, kan erop wijzen dat er nog te veel levende getuigen of familieleden waren van mensen die de verrezen Heer hadden gezien.

Een eerste krachtig bewijs voor de echtheid van de verrijzenis is de radicale ommekeer van de apostelen. Tijdens Jezus’ leven konden zij zijn lijden en verrijzenis niet begrijpen of aanvaarden, ondanks zijn herhaalde aankondigingen. Zij verwachtten een politieke messias, een machtige leider die Israël wereldlijke glorie zou brengen. Zelfs na de verrijzenis konden zij aanvankelijk het getuigenis van de vrouwen niet geloven.

Hoe zouden deze zelfde apostelen een verzonnen verhaal kunnen verspreiden over iets waarin zij zelf niet geloofden? Hoe zouden zij, aanvankelijk angstig en onzeker, plotseling de moed hebben gevonden om grote gevaren te trotseren en uiteindelijk hun leven te geven in de marteldood? De meest aannemelijke verklaring is dat de gebeurtenissen werkelijk hebben plaatsgevonden zoals de Schrift ze beschrijft.

Een tweede krachtig argument is de snelle en wereldwijde verspreiding van het geloof in Jezus’ verrijzenis. Slechts enkele decennia na zijn dood werd dit geloof reeds over de toenmalige wereld verkondigd. Overal klonk dezelfde boodschap: Jezus is waarlijk verrezen. Kan dit het resultaat zijn geweest van een verzinsel van enkele ongeletterde vissers uit Galilea?

De meest redelijke verklaring is dat alles verlopen is zoals Jezus zelf heeft voorzegd: Hij is gestorven aan het kruis en op de derde dag verrezen. Hij heeft zijn leerlingen de Heilige Geest geschonken, die hun het inzicht en de kracht gaf om Hem te volgen en zijn boodschap te verkondigen.

Door ons geloof en het doopsel zijn ook wij reeds met Christus gestorven en verrezen. Wij zijn geroepen om na dit aardse leven te delen in zijn verheerlijkt bestaan. Daarbij mogen wij niet vergeten: er is geen verrijzenis zonder lijden en sterven. Maar omgekeerd is er ook geen lijden en sterven waarin niet reeds de kiem van de verrijzenis aanwezig is.

De uiteindelijke verrijzenis van het lichaam zal plaatsvinden op de laatste dag. De verrijzenis van het hart kan echter nu reeds, elke dag, werkelijkheid worden.

Pater Daniel

Programma mei / augustus 2026

Zaterdag 2 mei – Gebedsdag LKZ Nijmegen
(Geestelijke leiding: pastoor H. Vernooij)
Programma:
10.30 uur: Rozenhoedje
11.00 uur: H. Mis
12.00 uur: Lunchpauze
13.00 uur: Conferentie en Lof, tot ongeveer 15.00 uur

Locatie: Pelgrimshuis Casa Nova, Pastoor Rabouplein 5, Heilig Landstichting
Info: Joep Habets – e-mail: habetsjoep@gmail.com, tel. 06-22951332


Zondag 10 mei – Gebedsmiddag LKZ Smakt/Venlo
(Geestelijke leiding: pastoor Geudens)
Programma:
15.00 uur: Heilige Mis met preek
Aansluitend: Aanbidding met rozenkransgebed en biechtgelegenheid
16.15 uur: Zegen met het Allerheiligst Sacrament en Tantum Ergo

Aansluitend gezellig samenzijn in de rectoraatwoning naast de kapel

Locatie: Kerk van St. Jozef, Sint Jozeflaan 58, Smakt
Contactpersoon: mevr. Beurskens – tel. 077-4722959, e-mail: hbcb@hetnet.nl


Woensdag 13 mei – Gebedsdag LKZ Amsterdam
(Geestelijke leiding: pastoor Knudsen of pater Hagenbeek)
Programma:
11.00 uur: H. Mis, met aansluitend Lof en conferentie in de pastorie tot ongeveer 14.00 uur

Locatie: Sint-Agneskerk, Amstelveenseweg 161-163, Amsterdam
Info: mevr. Anki Garthoff – e-mail: anki.garthoff@kpnmail.nl


Zaterdag 16 mei – Busbedevaart naar de kapel van de Barmhartige Liefde te Chevremont (nabij Luik)
(Geestelijke leiding: mgr. E. De Jong, pastoor Vernooij en kapelaan Austin)

Programma:
11.00 uur: Heilige Mis met mgr. E. De Jong als hoofdcelebrant
12.15 uur: Lunchpauze in de refter
13.30 uur: Aanbidding met rozenkransgebed en biechtgelegenheid
14.30 uur: Lezing/presentatie in de refter
16.00 uur: Vertrek naar en bezoek aan Banneux
16.30 uur: Gebed bij de Verschijningskapel
Rond 18.45 uur: Vertrek naar huis

Kosten busreis: € 15
Info: e-mail: legioenkleinezielen@live.com


Dinsdag 19 mei – Gebedsavond LKZ Heer (Maastricht)
(Geestelijke leiding: mgr. E. De Jong)

Programma:
18.30 uur: Rozenkrans en Marialitanie
19.00 uur: H. Mis
19.30 uur: Aanbidding van het H. Sacrament met o.a. Barmhartigheidsrozenkrans, zang, korte lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde en biechtgelegenheid

Aansluitend gezellig samenzijn in de sacristie

Locatie: RK-kerk St. Petrus’ Banden, Heer (Maastricht)
Contact: mevr. Ria Schrijnemaekers – tel. 043-3618906, e-mail: m.schrijnemaekers@ziggo.nl


Zondag 31 mei – Gebedsmiddag LKZ Berg en Terblijt
(Geestelijke leiding: kapelaan Austin)

Programma:
15.00 uur: Aanbidding van het H. Sacrament met o.a. Barmhartigheidsrozenkrans, zang, lezing en biechtgelegenheid
16.00 uur: Gezellig samenzijn in de parochiezaal

Locatie: Dagkapel RK-kerk H. Monulphus en Gondulfus, Rijksweg 73, Berg en Terblijt
Info: Marco Bosch – e-mail: marco.bosch112@gmail.com


Vrijdag 5 juni – Gebedsavond LKZ Parkstad
(Geestelijke leiding: pastoor F. Sweer)

Programma:
19.00 uur: Heilige Mis
Aansluitend: Aanbidding van het H. Sacrament met rozenkransgebed en biechtgelegenheid

Aansluitend gezellig samenzijn op de pastorie

Locatie: RK-kerk van Terwinselen, Kerkrade
Info: e-mail: legioenkleinezielen@live.com


6 t/m 15 juli 2026 – Busbedevaart naar Krakau en Praag
(Geestelijke leiding: mgr. E. De Jong, kapelaan Austin en pastoor Horsch)

Bezoek aan o.a.:
– Heiligdom van de Goddelijke Barmhartigheid van de heilige zuster Faustina (Krakau)
– Czestochowa
– Wadowice
– Heiligdom van het Kindje Jezus van Praag

Inmiddels 67 inschrijvingen!
Info: Angelique en Raimond – e-mail: legioenkleinezielen@live.com


20 (of 21) t/m 23 augustus 2026 – Stille retraite Legioen Kleine Zielen te Banneux
(verblijf te Chaityfontaine)

Info: mevr. Jo Frederickx – e-mail: jo.frederickx1@telenet.be