5e Zondag van Pasen 2026 – week van Dodenherdenking

Dierbare Kleine Zielen,

De tekst uit het Johannesevangelie die wij dit weekend zullen horen, begint met een duidelijke oproep van Jezus: “Laat uw hart niet verontrust worden.” Hij spreekt deze woorden in een concreet moment: het afscheid nadert, en de leerlingen voelen dat. Er is onzekerheid, angst en verwarring. Wat daar gebeurt, is tegelijk heel herkenbaar voor ieder mens. Want die innerlijke onrust hoort bij ons bestaan.

Het leven van de mens staat namelijk altijd onder spanning. We verlangen naar rust, zekerheid en vrede, maar tegelijk ervaren we kwetsbaarheid, verlies en onzekerheid. Dat zien we vandaag overal: in de wereld, in relaties, maar ook in ons eigen hart. De onrust waar Jezus over spreekt, is dus niet iets uitzonderlijks, maar iets dat bij het mens-zijn hoort.

In deze week van Dodenherdenking krijgt dat nog een diepere betekenis. We denken aan oorlog en geweld, aan mensen die gestorven zijn, vaak op een zinloze manier. Dat confronteert ons met de realiteit van het kwaad en het lijden. Tegelijk roept het vragen op: wat is de zin van dit alles? Waar gaat het naartoe?

Wanneer wij in de liturgie – tijdens de Heilige Mis of in gebedsmomenten in de kerk – kaarsen ontsteken aan de Paaskaars, stellen wij meer dan een louter symbolisch gebaar. Wij belijden daarmee ons geloof: dat het licht van de Verrijzenis sterker is dan de dood, en dat Pasen het laatste woord heeft.

Juist in die situatie zegt Jezus: “Geloof in God, en geloof ook in Mij.” Hij neemt de angst niet weg door haar te ontkennen, maar Hij wijst een richting. Hij brengt de mens opnieuw in relatie met God. Dat is de kern van geloof: niet ontsnappen aan de werkelijkheid, maar je leven toevertrouwen aan God.

Als we naar Jezus zelf kijken, zien we iets opmerkelijks. In de H. Schrift blijft Hij rustig, ook in bedreigende situaties. Niet omdat Hij als mens gewoon sterk is, maar omdat Hij leeft vanuit Zijn verbondenheid met de Vader. Daar ligt de bron van Zijn vrede.

Dan zegt Hij: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Het betekent dat Hij zelf de Weg is die wij moeten gaan, dat in Hem de Waarheid van God zichtbaar wordt, en dat in Hem het Leven te vinden is dat sterker is dan de dood. Hij sluit daarmee elke andere weg uit, maar tegelijk nodigt Hij ieder mens uit om in die weg te delen.

Vanuit dat perspectief verandert ook onze kijk op de dood. De dood is niet het einde, maar een overgang naar God. Jezus zegt: “In het huis van mijn Vader zijn vele woningen.” Dat opent een toekomst die verder reikt dan dit leven. We zien dat soms concreet, bijvoorbeeld bij mensen die sterven en toch een diepe vrede uitstralen. Die vrede komt niet uit menselijke zekerheid, maar uit vertrouwen op God.

Maar deze hoop heeft niet alleen met de toekomst te maken. Ze heeft ook gevolgen voor het leven nu. Wie Christus volgt als de Weg, de Waarheid en het Leven, wordt geroepen om zelf anders te leven: om vrede te brengen waar onrust is, om verzoening te zoeken waar verdeeldheid is, om hoop te geven waar mensen dreigen te wanhopen.

Ook Dodenherdenking vraagt dat van ons. Niet alleen terugkijken, maar ook vooruitgaan. Niet alleen gedenken, maar ook bouwen aan een wereld die meer beantwoordt aan Gods bedoeling.

Christelijke hoop is geen vlucht uit de werkelijkheid. Ze maakt het juist mogelijk om de werkelijkheid onder ogen te zien zonder eraan te bezwijken. Omdat we weten dat het laatste woord niet ligt bij dood en geweld, maar bij leven en gemeenschap met God.

Zo krijgen de woorden van Jezus hun volle betekenis: “Laat uw hart niet verontrust worden.” Niet omdat er geen reden tot onrust is, maar omdat er een Weg is, een Waarheid en een Leven – in Hem.

Amen.

Pastoor Geudens