Levensverhaal van Marguerite


Levensverhaal van Marguerite

Stichteres van het Legioen van de Kleine Zielen van het Barmhartige Hart van Jezus

Onderstaand levensverhaal is gebaseerd op de autobiografische getuigenis van Marguerite, zoals opgetekend in het boek Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, Deel I. Het biedt een inkijk in de geestelijke weg die zij heeft afgelegd en in de oorsprong van de spiritualiteit van het Legioen van de Kleine Zielen.

Marguerite groeide op in een sterk antiklerikaal milieu. Door toedoen van haar oom werd zij als kind niet gedoopt. Toch leefde er reeds vanaf haar vroegste kinderjaren een diep verlangen naar God en naar de hemel in haar hart. Wanneer zij andere kinderen zag die zich voorbereidden op hun Eerste Heilige Communie, voelde zij verdriet omdat zij zelf nog niet gedoopt was. Uiteindelijk ontving zij op twaalfjarige leeftijd het doopsel. Deze gebeurtenis vervulde haar met een diepe vreugde en liet een blijvende indruk na in haar leven.

Hoewel zij nauwelijks godsdienstonderricht had ontvangen, bleef in haar hart een verlangen naar het goede en naar God aanwezig. Zoals zoveel jonge mensen zocht ook zij aanvankelijk geluk in menselijke waardering, uiterlijkheden en aardse genoegens. Later trad zij in het huwelijk en werd moeder van kinderen. Haar geloofsleven bleef echter gedurende lange tijd eerder oppervlakkig en speelde slechts een beperkte rol in haar dagelijkse bestaan.

Een belangrijke ommekeer kwam toen haar moeder ernstig ziek werd en volgens de artsen weinig kans op herstel had. In haar grote nood wendde Marguerite zich tot de Heilige Maagd Maria. Zij bad vurig om de genezing van haar moeder en beloofde regelmatig op bedevaart te gaan wanneer haar gebed zou worden verhoord. Toen haar moeder geleidelijk herstelde, groeide in haar het besef dat Maria haar had geholpen. Deze ervaring werd het begin van een dieper innerlijk leven.

Een beslissend moment in haar geloofsweg vond plaats tijdens de kerstnachtmis van 1946. Voor het eerst woonde zij bewust de nachtmis bij. Toen zij het Kind Jezus in de kerststal zag liggen, werd zij diep geraakt. Zij voelde zich overweldigd door een liefde die zij niet kon verklaren en barstte in tranen uit. Later zou zij schrijven dat Jezus haar op dat ogenblik voor Zich gewonnen had. Vanaf dat moment begon zij trouw de heilige Mis bij te wonen, regelmatig te biechten en actief op zoek te gaan naar geestelijke begeleiding.

Onder leiding van ervaren priesters groeide haar geestelijk leven snel. Zij ontdekte de waarde van het dagelijkse gebed en de meditatie. Gaandeweg ervoer zij een steeds sterkere aantrekking tot God. In haar autobiografie beschrijft zij talrijke innerlijke ervaringen, dromen, geestelijke inzichten en mystieke genaden. Deze gebeurtenissen stonden echter nooit op zichzelf, maar brachten haar steeds dichter bij een leven van liefde, bekering en overgave aan God.

Haar bekering werd niet door iedereen begrepen. Binnen haar familie stuitte zij geregeld op onbegrip, spot en tegenstand. Toch bleef zij trouw aan de weg die zij als een roeping van God ervoer. Stap voor stap leerde zij offers brengen, haar eigen wil los te laten en haar leven steeds meer op Christus af te stemmen. De strijd tegen ijdelheid, eigenliefde en menselijke gehechtheden vormde daarbij een belangrijk onderdeel van haar geestelijke groei.

Een bijzondere plaats in haar leven werd ingenomen door haar geestelijk leidsman. Hij begeleidde haar gedurende vele jaren, hielp haar bij het onderscheiden van haar mystieke ervaringen en moedigde haar aan om steeds nederig en gehoorzaam te blijven. Zijn overlijden betekende voor haar een zware beproeving. Daarna volgde een periode van geestelijke droogte, eenzaamheid en innerlijke strijd. Toch bleef zij vertrouwen op Gods leiding en zette zij haar geloofsweg voort.

Doorheen haar levensverhaal loopt één centrale gedachte als een rode draad: God kiest niet in de eerste plaats de sterken, de wijzen of de machtigen van deze wereld, maar juist de kleinen en eenvoudigen. Hij zoekt de zwaksten op, vormt hen met geduld en liefde en maakt hen tot instrumenten van zijn barmhartigheid. Deze overtuiging zou later het fundament vormen van het Legioen van de Kleine Zielen.

De spiritualiteit die uit haar leven spreekt, wordt gekenmerkt door een kinderlijk vertrouwen op God, een diepe liefde tot Jezus en Maria, een voortdurende bereidheid tot bekering en een verlangen om geheel aan Gods liefde toe te behoren. Centraal staat het ideaal van de “kleine ziel”: een mens die zich klein weet voor God, eenvoudig leeft, nederig blijft en volledig vertrouwt op zijn barmhartige liefde.

Hoofdthema’s van haar levensverhaal

  • Verlangen naar God vanaf de kinderjaren.
  • Het belang en de genade van het doopsel.
  • Bekering en innerlijke omvorming.
  • Liefde tot Jezus en Maria.
  • Gebed, meditatie en geestelijke groei.
  • Mystieke ervaringen en Gods leiding in het dagelijks leven.
  • Strijd tegen ijdelheid, eigenliefde en gehechtheden.
  • Gehoorzaamheid aan geestelijke begeleiding.
  • Vertrouwen op Gods barmhartigheid.
  • Het ideaal van de “kleine ziel”: klein, eenvoudig en volledig afhankelijk van God.

Het levensverhaal van Marguerite vormt niet alleen een persoonlijke geloofsgetuigenis, maar tevens een inleiding tot de spiritualiteit van het Legioen van de Kleine Zielen. Nederigheid, eenvoud, vertrouwen, gehoorzaamheid en volledige overgave aan de liefde van God vormen de kern van deze boodschap, die ook vandaag nog velen inspireert op hun weg naar heiligheid.

Bewerking door pastoor Geudens – pastoorjack@duck.com