Geestelijke voorbereiding op de gedenkdag van Pater Yves-Marie Legrain, OCD (22 februari 2027)

Bestemd voor de gebedsgroepen van het Legioen Kleine Zielen

Ingezonden en ingeleid door pastoor Jack Geudens (webmaster)

Inleidende Oproep tot Geestelijke Voorbereiding

Lieve broeders en zusters van de gebedsgroepen,

Met het oog op de komende gedenkdag en jaardienst van pater Yves-Marie Legrain, Ongeschoeide Karmeliet en voormalig geestelijk raadsman met een diepe tederheid voor de Kleine Zielen, richten wij ons nu reeds in gebed tot de Heer. Op donderdagavond 22 februari 2018 is pater Yves-Marie van ons heengegaan. Ter voorbereiding op zijn gedenkdag op 22 februari 2027 willen wij ons als gebedsgroepen geestelijk herbronnen en zijn nagedachtenis levend houden.

Als inspiratie en verdieping voor onze komende gebedsbijeenkomsten reiken wij u graag een overweging van zijn eigen hand aan, zoals hij deze destijds naliet in het tijdschrift van Chèvremont. Moge zijn wijze woord ons gidsen op de weg van kleinheid, gehoorzaamheid en onderlinge liefde.

« Ik zal van u het geliefd kind van mijn Kerk maken, de Kerk van de allerkleinsten, de Kerk van de zwakken, de Kerk waarin de Liefde Koning is! »

Boodschap van Jezus aan Marguerite, 29 maart 1979

Lieve Kleine Zielen,

In de bovenstaande titel kan u de eindzin terugvinden van mijn artikel uit het vorige tijdschrift. Daarin heb ik in een diepzinnige overweging nagedacht over de opdracht die de Heer ons toevertrouwt, namelijk de bestemming van het Legioen Kleine Zielen. Welke is de plaats van het Legioen in de Kerk, te midden van en in samenwerking met alle kerkelijke bewegingen en alle religieuze ordes?

Haar plaats wordt zeer mooi uitgedrukt in de Boodschap van 12 augustus 1992, waarin op een zeer dichterlijke wijze wordt gezegd dat « het Legioen Kleine Zielen in de toekomst een hoofdrol zal moeten spelen » door op het moment van de Goddelijke Gerechtigheid voorop te stappen en het Hosanna van de Goddelijke Liefde te zingen, opdat deze haar opmars zou stopzetten om met vertedering de liefdekreet van de allerkleinsten te beluisteren.

Is dit nu niet juist haar toekomstige roeping? Daarom moeten alle kleine legionairs zich ernstig verdiepen in de boodschap om goed te kunnen begrijpen wat de Heer nu precies van hen verlangt.

Wij moeten ons tevens de vraag stellen: Welk is mijn persoonlijke plaats in het Legioen en in de Kerk? Marguerite werd door Jezus uitgekozen om het Legioen Kleine Zielen te stichten, en denkend aan wat de heilige Theresia van het Kindje Jezus ontdekte — « in het hart van mijn Moeder de Kerk zal ik de liefde zijn! » —, vroeg Marguerite zich af wat zijzelf, welke haar plaats binnen de Kerk zal zijn.

Met verrukking ontdekt zij het antwoord van Jezus:

« Ik zal van u het geliefd kind van mijn Kerk maken,

de Kerk van de allerkleinsten,

de Kerk van de zwakken,

de Kerk waarin de Liefde Koning is. »

Wanneer we deze vraag aanpakken, lijkt het me noodzakelijk een belangrijk advies te geven om een vergissing te voorkomen die soms gemaakt wordt bij Kleine Zielen, namelijk bij diegenen die denken de roep van de Heer te horen terwijl het hier eigenlijk om hun eigen wens gaat die zij in vervulling willen zien gaan. Dit kan een subtiele verleiding zijn. Soms is het ook een moeilijk te onderscheiden zaak: is hetgeen ik in mijn hart voel werkelijk geïnspireerd door de Heilige Geest?

Laten we daarom met betrekking tot dit onderwerp hoofdstuk II van het ‘Handboekje van de Kleine Ziel’ lezen:

Te vermijden vergissing

In een werk dat steunt op een ‘private openbaring’ aan de stichteres kan een bekoring ontstaan die tot elke prijs dient vermeden. Het is de bekoring, zichzelf als ‘charismatisch’ te beschouwen. Sommige Kleine Zielen zeggen: « Jezus spreekt tot Marguerite, Jezus spreekt ook tot mij. De Heilige Maagd Maria zegt mij dit of dat te doen. » Zij mengen dan het charisma dat zij menen te hebben ontvangen met het charisma van Marguerite en zeggen: « De Heer wil dit. De Heilige Maagd Maria zegt mij dit of dat te doen. »

Zo mag men niet handelen, want zulke handelwijze ontsnapt aan elk onderscheidingsvermogen. Marguerite heeft niets uit zichzelf gedaan. Zij heeft alles aan haar geestelijke leidsman toevertrouwd, die haar heeft gevraagd op te schrijven wat zij innerlijk beleeft: de innerlijke roerselen, de woorden van Jezus, de geïnspireerde meditaties. De geestelijke leidsman heeft de boodschap aan de bisschop voorgelegd en het is slechts na het imprimatur te hebben verkregen dat de tekst werd vrijgegeven.

Men moet zeer klein zijn om te herkennen hetgeen de Heer al dan niet van ons vraagt. We moeten dus geen andere plaats zoeken dan die welke de Heer ons op dit ogenblik heeft toegewezen door de gehoorzaamheid aan onze hiërarchische (kerkelijke) oversten. En daarom gaat het hier dus om een persoonlijk gewetensonderzoek, om zo te kunnen ontdekken wat de Heer precies van ons verwacht. De Heer zal door Zijn genade dit onderzoek zelf voltooien als wij ons hart voor Hem openen.

Om te eindigen herinner ik u graag aan een meditatie van Marguerite van 24 januari 1977 over haar relatie met de heilige Theresia van het Kindje Jezus:

« Zij heeft de Liefde bezongen. Zoals zij, wil ik de Liefde bezingen, doch door de nadruk te leggen op de tekenen van de Oneindige Barmhartigheid. Ik, die tot op de bodem van de afgrond werd neergeworpen, — ik ken mijn beperktheid — zou ik er kunnen aan twijfelen dat God mij bemint zoals Hij Theresia heeft bemind?

Zij heeft de afgrond gezien. Jezus heeft haar in zijn armen genomen om haar voor de val te behoeden. Ik echter ben beneden aanbeland, daar ik geen remmen had om me op de helling tegen te houden.

Er zijn op aarde kleine zielen zoals Theresia of zoals Marguerite. Ik vergelijk niet; dit is niet geoorloofd. Ik bewonder slechts Gods werk in twee zo verschillende zielen, die tegelijk zoveel gelijkenis vertonen in hun verlangen om te beminnen.

En Jezus is naar beneden gekomen, tot bij mij. (…) Hij heeft mijn kwetsuren met zoveel tederheid verbonden. (…)

Vandaag heb ik Hem niets anders aan te bieden dan mijn verdriet omwille van mijn tekortkomingen. Mijn hoop ligt in zijn goedheid, in weerwil van de arglistige stemmen die zonder respijt de bloem van de hoop in mijn hart trachten te vernielen.

De stemmen zeggen me: “Voor wie aanziet ge uzelf wel? Meent ge dan in staat te zijn een ziel te evenaren, die tijdens haar leven slechts gemakkelijk te vergeven zwakheden heeft gekend? Maar gij, denkt ge werkelijk dat ge genoeg bemind wordt, opdat men zich uw zonden niet meer zou herinneren?”

(…) Ik meen dat mijn zending erin bestaat de door de zonde geknakte zielen te helpen de weg naar de Hemel terug te vinden; zich te laten zoeken en ontdekken door Hem die alleen in staat is hen de helling opnieuw te laten opklimmen, door hen te bevrijden van de wanhoop over hun herhaalde mislukkingen.

De enige behandeling voor hun kwalen is de liefde. En hier komen onze wegen weer samen.

Enerzijds is er de Kleine Theresia, gevrijwaard voor elk kwaad, die de remedie tegen de zonde kende, zonder er zelf onder te zijn bezweken; anderzijds Marguerite, die vanuit haar ervaring, de arme zondaars meer nabij komt. Zij zien in haar een mirakel van Gods Goedheid. Zij zien de Liefde, die hun fouten vergeeft en vergeet, om Zich slechts hun berouw te herinneren. »

In dankbare herinnering aan zijn priesterlijk leven en zijn grote tederheid voor de Kleine Zielen,

Pater Yves-Marie Legrain, OCD

Ongeschoeide Karmeliet

(Overleden op 22 februari 2018 — Oorspronkelijk verschenen in het Driemaandelijks tijdschrift Chèvremont, N° 163, oktober 2012)

Webmaster pastoor Geudens