De Hemel

De Kerk richt onze gedachten op de Hemel, door ons te doen bidden voor de overleden gelovigen. De Hemel is dan ook het ultieme voorwerp van de christelijke hoop en het verheven doel van ons aardse bestaan.

De Hemel, dat is God: God die aanschouwd wordt in de glans van zijn heerlijkheid, die gekend wordt, zoals Hij Zichzelf kent, rechtstreeks, van aangezicht tot aangezicht. Dat is God, die bemind wordt met zoveel liefde, dat wij niet meer anders kunnen, dan Hem beminnen. God deelt immers Zijn eigen geluk voor altijd met ons en wij leven in de zekerheid dat wij dit nooit zullen verliezen.

Daar zal de beroemde uitspraak van St. Augustinus werkelijkheid worden: “We zullen Hem zien, we zullen Hem loven, we zullen Hem beminnen.”

Met de heiligmakende genade en de Drievuldigheid die in ons woont, bezitten wij reeds de Hemel. Momenteel kunnen wij er slechts van genieten door ons geloof, wat al enorm is. Maar deze onvergelijkelijke rijkdom kunnen wij verliezen, kwijtspelen door de doodzonde. Om dit ongeluk te vermijden, moeten wij vaak mediteren over deze wonderlijke waarheid, waarover Jezus ons vaak spreekt in het Evangelie: “Wie gelooft, heeft eeuwig leven.” (Joh. 6,47); “wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.” (Joh 6,58); “Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.” (Mt. 25,34).

Als hulp bij onze meditatie en om onze overtuiging te versterken, is het zeer nuttig te weten wat de Boodschap van het barmhartig Hart van Jezus aan de Kleine Zielen zegt over dit onderwerp.

Wat is de Hemel?

Dat is de volheid van geluk, in de kennis van God, het bezit van Zijn liefde, het delen van zijn eigen zaligheid.

“Mijn bevoorrechte zielen beseffen hun geluk in geringe mate. Enkel de hemelse glorie zelf zal hun dit ten volle laten kennen. ” 16.3.67
“Ik houd in de hemel zoveel glorie bereid voor u, arme kleine kinderen die lijdt. ” 10.2.67

Alleen zij die het verdiend hebben, zullen in de Hemel toegelaten worden. Daar zal geen plaats zijn voor slechte mensen, die hun naasten zoveel leed hebben aangedaan, en ook niet voor de verleider, die er slechts naar streeft ons schade te berokkenen.

“De Hemel is het vaderland van de rechtvaardigen. ” 28.4.67

De stad van de eerlijke mensen uit alle koninkrijken van de wereld, het ideale vaderland waar we onze ouders en onze vrienden zullen terugzien. En als echte, duurzame vriendschappen hier op aarde al zoveel vreugde verschaffen, wat zal het dan in de Hemel zijn?

“De banden die ontstaan in de geestelijke vriendschap zijn onverwoestbaar. De Hemel kan ze alleen maar in hun volledige en definitieve staat verstevigen. ” 7.11.67

De Kleine Zielen zullen de vreugde kennen, de blijde verrassing vast te stellen dat alle uitverkorenen hier beneden in dezelfde geest van nederigheid en evangelische kleinheid geleefd hebben.

Wij geloven in de hemel, in het eeuwig leven, met heel onze ziel. Maar dat volstaat niet. Het gaat erom daar te geraken, koste wat kost.

Voorwaarden om er toegelaten te worden

Deze kunnen in één enkele voorwaarde samengevat worden: de staat van genade. Paulus VI klaagde omdat er zo weinig over werd gesproken. Laat ons luisteren naar de Boodschap, die ons meer details geeft.

Ernaar verlangen

Naar de Hemel moeten we verlangen, wie niet verlangt naar dit zo grote goed, is het niet waardig.

“Kind, laat uw hart vervuld zijn van mijn vreugde, van het verlangen naar hemelse goederen.” (A. 13) 
“Wees belust op de hemelse goederen. Hadt ge er enig idee van!” 2.3.66 
“Verlang naar de Hemel met hart en ziel.” 5.3.66 
“Buiten de hemelse goederen is alles nietigheid, is alles ijdelheid” (AZ 7) 
“Sluit uw ogen voor de ijdelheid van de wereld. Doe ze wijd open voor de wonderen van de Hemel, uw vaderland.” 23.8. 68 
“Zijt ge nog schamel genoeg om die hemelse schat te waarderen?” Deze schat is de hoop, en het voorwerp van deze hoop is de Hemel. 28.4. 72

De Hemel voorbereiden

De genade verdient hem voor ons.

“Hebt ge met uw zonden de hel verdiend, met mijn genade in u verdient ge de Hemel.” 28. 9. 66
“Kind, hier beneden bereidt ge uw Hemel voor.” 27. 1. 66
“Het offer maakt deel uit van elk menselijk leven dat ernaar verlangt de hemelse glorie te bereiken.” 27.10.69 
“Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed, aan zijn eigen maat in de liefde, aan zijn eigen inzet in de opgang naar de Hemel.” 26.1. 70 
“Moest Ik de mensen beoordelen naar wat ze zijn, wie zou dan in de Hemel komen? Maar mijn barmhartigheid waakt. ” 30. 6.66

De weg naar de Hemel inslaan 

1. Welke weg zou dit anders zijn, dan die van de liefde? De liefde voor God en onze naaste, omwille van God. Jezus zelf zei: “Ik ben de Weg”.

“Ik ben het Licht van de wereld dat de koninklijke weg verlicht die leidt naar de hemel, uw vaderland.” 1.12.67
“Liefde is de weg naar de Hemel.” 4.2.66 
“Edele dwaasheid die u ten Hemel voert.” 27.10. 66 
“Ik toon de weg naar de Hemel aan alle mensen van goede wil. Dat ze niet vrezen Mij te volgen. De beloning wacht hun op het einde.” 30.11. 66 
“Wie de liefde bezit, bezit de Hemel.” 27.2. 66 
“Dat is de Hemel op aarde: Mij met een blik, een gedachte, of een opwelling van tederheid te bedenken.” 10.5. 67 

Zalig de zielen die hier op aarde gewond werden door deze liefde:

“De liefdewonde, kind, geneest pas in de Hemel.” 6. 9. 66 
“Wie de onuitsprekelijke zoetheid, de diepte, de grootheid van de goddelijke liefde kent, kent meteen reeds het geluk van de Hemel voorbehouden aan de kinderen van het licht.” 16.5. 68 

Wij hebben de keuze tussen twee soorten rijkdommen:

“Overvloed in dit tranendal en nadien eeuwige armoede; of de liefde van de levende God in deze wereld reeds en zijn glorierijk bezit in de Hemel.” 23.6. 67
“Geloof, hoop, liefde: drie deugden die Ik u nalaat. Daarmee zult ge de Hemel verdienen.” 18.7.67 

Het belang van de naastenliefde bestaat hierin, dat zij, als enige van deze drie deugden, eeuwigdurend is en reeds hier op aarde, ”in de zielen het onuitsprekelijk hemels parfum brengt”. 9. 9.6 7 

De Liefde van God betekent noodzakelijkerwijs ook liefde voor onze naaste en zelfs voor onze vijanden.

“Beminnen wie u bemint houdt geen enkele verdienste in. Maar beminnen al wie u kwaad doet, daardoor verwerft ge de Hemel en het Hart van uw God.” 13.3.67 

Standvastige, trouwe liefde:

“Verover uw kroon in de Hemel door uw trouw ondanks alles en tegen alles.” 20.12.66 

2. Het is onze taak aan anderen de weg naar de Hemel te tonen door heilig te leven en het goede Woord te spreken.

“Opent de ogen van de onwetenden, toont hun de weg naar de Hemel door uw heiligheid.” 25.4. 68 
“Wie het goede Woord zaait zal een volle maat zuiver goud voor de Hemel oogsten.” 20. 7. 67
“Ik verrijk een ziel nooit zo maar voor zichzelf‚” maar wel opdat ze mild aan anderen geven zou wat Ik haar als gunst geschonken heb. Als ge dat doet zal uw beloning in de Hemel groot zijn.” 1.11.66 
“Als ge dat geeft wat soms oorzaak is van zoveel kwaad, dan verzamelt ge voor de Hemel onvoorstelbare schatten, die u niet kunnen ontnomen worden.” 30. 3.67

De Voorzienigheid heeft aan de H. Maagd, die door de Kerk vereerd wordt met de titel ‘Poort van de Hemel’, een rol toebedeeld die er enkel uit bestaat ons te helpen om er te geraken. Zij is de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt. 

M: “Oh Moeder, wie zou U niet liefhebben. Gij zijt de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt, het lieflijk licht dat onze weg vol valstrikken verlicht.” 29.9. 66 
“Zij weze voor u en de andere Kleine Zielen het lichtbaken dat verlicht en naar het hemels geluk leidt.” 9.2. 67 

Zij is de band die ons hier op aarde met de Hemel verbindt.

“De band tussen Hemel en aarde is mijn Moeder.” 16.11.67
“Ja, Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. Kanaal langswaar mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit.” 3.12.66

Wij weten nu wat ons naar de Hemel zal leiden. Maar hebben wij gezien dat, om er ontvangen te worden, een heel fundamentele voorwaarde gesteld wordt in verband met de houding die we ons het meest eigen moeten maken en die met gouden letters in het evangelie geschreven staat? En die is: een echte ‘kleine ziel’ zijn.

“Het niemendalletje op deze aarde zal groot zijn in de Hemel.” 13. 7.66 
“Die u naar de Hemel zijn voorafgegaan, waren allen klein. Wat klein is op aarde is groot in de Hemel.” 10.12.66 
“Door de deur van de Hemel raken alleen de kleinen binnen en zij die op hen gelijken.” 12.1.67

Jezus waarschuwt ons, wanneer Hij ons, in zijn handvest van het hemelse rijk, formeel opdraagt om klein te blijven of het te worden als wij nog iets van onze superioriteit, van onze gezwollenheid moeten kwijtraken. “Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan.”

Dit zijn, naar onze mening, de belangrijkste teksten uit de Boodschap betreffende het paradijs waar God heerst in de heerlijkheid en waarnaar Jezus op Hemelvaartsdag is opgevaren, om te zitten aan de rechterhand van de Vader. Om ons een plaats te bereiden, waar we voor altijd bij Hem kunnen zijn.

En omdat we geen andere reden hebben om hier beneden te zijn, vraagt Paulus ons om in gedachten reeds in de Hemel te leven, door ons verlangen ernaar. “Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods, zint op het hemelse, niet op het aardse.“ (Kol.3‚1-2)

De apostel nodigt ons hierbij uit om een inventaris op te maken van de onvergankelijke goederen die onze hemelse erfenis uitmaken. Christus deelt deze erfenis met ons opdat er in ons hart altijd een voorsmaakje van bewaard blijft dat we met liefde mogen cultiveren.

”De smaak van hemelse goederen is de kleinen voorbehouden. Zij hoeven er niet zoveel bij na te denken als ze Mij ontvangen.” 5. 4.67 

De beste garantie voor ons om opgenomen te worden in de Hemel is dus te leven volgens het principe van het geestelijk kindschap, ons voorgehouden door de Boodschap in de geest van het Evangelie.

“Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.” (Mc. 10,10) Laten wij Jezus’ Hart dankbaar zijn dat Hij ons naar zulk een goede school stuurt: de Zijne!


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 67-70.


 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s