De Boodschap aan de Kleine Zielen: Een geestelijke levensweg

EEN GEESTELIJKE LEVENSWEG

De ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde van Jezus’ is voor ons een geestelijke levensweg die ons doordringt met de geest die eigen is aan het Legioen Kleine Zielen. Tegelijkertijd is zij het middel tot verspreiding: door de Boodschap maken we het Legioen bekend. Het is trouwens gebleken dat de actieve en invloedrijke leden van onze Vereniging die mensen zijn, die de moeite hebben genomen de Boodschap met groeiende waardering te lezen, te herlezen en te overwegen.

Dit hoofdstuk heeft enkel tot doel dat we de Boodschap nog meer zouden waarderen. Wij gaan in op de volgende vragen:

  1. Wat is de kern van de Boodschap?
  2. Welke zijn haar vruchten?
  3. Is haar groei verzekerd?
  4. Welke zijn haar eisen?
  5. Welke rol wordt Marguerite toebedeeld?

 

1. Wat is de kern van de Boodschap

1.1. Zij is:
Een liefdeboodschap
”… Ik zend u mijn Liefdeboodschap.” 4.11.66.
“Ik zeg u: Ik heb aan de wereld een Boodschap van liefde en van barmhartigheid geschonken.” 31.5.67.
”Daar mijn Boodschap gebaseerd is op de liefde, kan Ik u enkel over liefde spreken. ” 8.3.67.

De Heer vraagt aan de zijnen een nieuwe bloeitijd van liefde, een apostolaat van liefde en een verdieping in de kennis van de liefde.
”De verarming van de geesten maakt een nieuwe bloeitijd van mijn liefde noodzakelijk. Om de mensen aan de immer nieuwe waarheid te herinneren, zend Ik u mijn Liefdeboodschap. Verdiept de leer van de Boodschap en past ze toe.” 4.11.66.

Een vereenvoudiging van de liefde
“Niemand mag zich verzetten tegen deze vereenvoudiging van de liefde die Ik verlang en die zich in deze tijd opdringt.” 15.2.67.

Een nieuwigheid
”Deze Boodschap is zeker een nieuwigheid. Maar deze nieuwigheid sluit aan bij de eeuwigdurende Waarheid.” 19.4.67

Een stroom van liefde
”De Boodschap is een stroom van liefde over de wereld.” 23.7.68.

 

1.2. Andere eigenschappen van de Boodschap

Een goddelijke straal
“Als mijn Boodschap wordt onthaald zoals het hoort, dan zal deze de goddelijke straal zijn die de mensheid met een hevige liefdevlam zal in vuur zetten.” 29.3.68.

De stem van de Heer
“Mijn stem komt tot u door deze Liefdeboodschap.” 3.6.68.

De weg van de besluitelozen
“Ze is de weg voor de besluitelozen, voor hen die gebukt gaan onder het huidige tegenstrijdig heden, ze is de vertroosting voor de gekwetste harten die in de geweldige beroering van deze tijd vereenzaamd zijn.” 23.7.68.

Evangeliebladzijden
“Het zijn Evangeliebladzijden. Ik laat niets weg van wat geweest is en van wat is. Weest nederig genoeg om uzelf te herkennen in deze Boodschap. De ene of andere passage is voor u bestemd. Ontdekt ze in het licht van mijn genade.” 24.4.69.

Het zegel van de Heer
“Men heeft reeds gebeten in de vrucht die Ik in u voortgebracht heb. Het bewijs is geleverd, want Ik heb mijn zegel erop gedrukt.” (De glans van waarheid die de Boodschap uitstraalt.)

Een betwist onderwerp
“De Boodschap is een betwist onderwerp, maar haar uitstraling wordt ruimer.” 5.10. 67.

Trouw aan de geest van het Concilie
“De onaantastbaarheid van mijn Boodschap verstoort geenszins de structuur van de waarheden zoals ze door het Concilie werd opgebouwd; deze waarheden worden er alleen maar bevattelijker door voor ieder verstand… Ze is het Hooglied van de huidige tijd, toegankelijk voor allen en speciaal voor de kleine zielen.” 15.9.66.

 

1.3. Het doel van de Boodschap
“Ziehier het doel van mijn Boodschap: grondiger kennis van mijn liefde voor de mensen.” 29.1.67.
”De Boodschap is inderdaad de voortzetting van de Teresiaanse werking in de zielen.” (die zelf haar oorsprong vindt in het Evangelie) 22.6. 71.

En daardoor wil zij ons brengen tot de goddelijke intimiteit.
”Deze Boodschap toont de zielen de intimiteit van een God en zijn schepsel. Er kan geen intimiteit zijn zonder dat zij met elkaar versmelten. Dit gesprek tussen Mij en u hoeft niemand aanstoot te geven. Het toont een heel bijzonder aspect van mijn liefde voor allen en dit aspect trekt hen zeer sterk naar Mij toe, want allen hebben het gevoel dat mijn liefde hen op het oog heeft‘.” 29.7.70.

 

1.4. Wat de Boodschap niet is
”Wie hoopt in deze Boodschap ‘openbaringen’ te vinden zal ontgoocheld zijn. Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de Liefde: ziedaar wat Ik u opleg.” 12.2.67.

 

2. Welke zijn haar vruchten?

2.1. Zij zal de zielen verwarmen en hen overstelpen met genaden.
“Door de verspreiding van de Boodschap zal de ziel van hen die dorsten naar goddelijke liefde met weldaden overstelpt worden. Zij zullen het nodige licht krijgen. De verspreiding zal de anderen doen nadenken en tot inkeer aansporen.” 6.5.67.

 

2.2. Een levensboek
“Wat is ons liefdegedicht schoon. Ik beloof dat al wie daar zijn levensboek van maakt reeds op deze wereld vergoed zal worden met een overvloed van bijzondere genaden.” 9.8.66.
“De zielen die mijn Liefdeboodschap met geloof aanhoren, zullen allen door een bovennatuurlijke vurige ijver bezield zijn.” 11.9.66.

 

3. De Boodschap moet verspreid worden

We kunnen ons afvragen of de Boodschap toekomstperspectieven biedt, ofwel, zoals zoveel andere dingen, slechts een kortstondig strovuurtje is.

3.1. Zij zal ruim verspreid worden.
“De Liefdeboodschap aan de kleine zielen is voorbestemd om ruim verspreid te worden over de wereld.” 14.8.66.
“Het is nog maar een riet dat beeft in de wind. Maar dit zal geenszins beletten, dat het een stevige en gezonde boom wordt met overvloedige vruchten, en mijn kleine kinderen zullen zich aan het voedend sap verzadigen. Zijn vruchten zullen vruchten van heiligheid zijn voor de Kerk.” 22.3. 67.
”… het ondernomen Werk zal groeien zoals de kinderen der mensen.” 24.4.67.
“De trage start is het onderpand van haar hoge morele en geestelijke waarde. Wat ge doen kunt, doe dat met spoed. Want de vijand blijft niet werkeloos.” 13.10.67.
“Mijn liefdeboodschap zal triomferen in de zielen.” 12.1.67.
”Hoe belangrijker het Werk is, en hoe meer goed het kan doen, des te meer hindernissen zal het ontmoeten. Maar vrees niets. Ik zal de hindernissen één voor één opruimen.” 15. 2.67.

 

3.2. Het beloofde succes is afhankelijk van de inspanningen die de Kleine Zielen leveren om haar bekend te maken.
“U die Ik uitverkoren heb vraag Ik veel. Mijn Boodschap moet bekend raken.” 2.9.66.
”Hoe zou mijn Boodschap kunnen bijdragen tot mijn glorie, als zij niet gekend zou zijn?” 13.3.67. 
”De Boodschap is niet bestemd voor de groten die verlangen grootte blijven, maar wel voor mijn kleine lammeren. Haar lering zal enkel diegenen raken die een hart hebben dat in staat is te beminnen.” 16.12.66.
”Mijn kleine zielen moeten de Boodschap kennen en deze vruchtbaar maken door hun apostolaat.” 20.9.67.
“De Boodschap zal zich over de wereld uitspreiden als morgendauw, ze zal troost brengen, de weg wijzen en de vrede teruggeven aan de onrustige zielen.” 12.12.67.
“… de Boodschap remt de verwarring af. Verspreid ze met bekwame spoed. Vele zielen zullen erdoor gered worden. ” 26.1.68.

 

4. Welke zijn haar eisen?

Het is belangrijk dat wij niet met de armen overeen blijven zitten: dat zou betekenen dat wij de Boodschap verloochenen en de gekregen talenten in de grond stoppen.
”Gij zijt ook schatplichtig aan de Boodschap. Weest met vurige ijver wat ge zijn moet: levende zoenoffers.” 21.11.66.
”Verdiept de leer van de Boodschap en past ze toe.” 4.11.66.
”Wat Ik vraag: offers, gebeden, verstervingen; levendiger Mariaverering; ijver voor de rozenkrans die overal dient hervat te worden” 29.1.67.

 

5. De rol van Marguerite

5.1.
“Gij zijt mijn geliefd kind, dat Ik uitverkoren heb om mijn Liefdeboodschap door te geven. Vertrouw op Mij. Bewaar mijn Woord in uw hart.” 31.5.66.
“Uw zending: mijn Liefdeboodschap bekendmaken en doen waarderen bij de enen, ze in herinnering brengen bij de anderen die ze gekend hebben en vergeten zijn.” 1.8.66.

5.2. Zij zal haar zending niet vervullen zonder kruis.
”De uitverkiezing om mijn Liefdeboodschap aan de wereld te brengen beschut u niet tegen de aanvallen van de vijand. Maar zijn gebrul zal bedwongen worden door de Geest van Waarheid die van uw geschriften uitgaat.” 16.11.67.

5.3. Marguerite heeft trouwens tastbare tekens gekregen van de authenticiteit van de Boodschap.
”Hebt ge nog andere blijken van mijn welwillendheid nodig om uw angst en vrees tot bedaren te brengen?” (Dit naar aanleiding van een bijzonder gesprek over de bovennatuurlijke oorsprong van de Boodschap en bekomen in extremis) 19.4.67.

De Heer vraagt, dat wij ons bewust worden van het feit dat wij in de Boodschap een ware schat bezitten die niet in de vergeethoek mag belanden. Als wij erin geloven – en het tegendeel zou abnormaal en absurd zijn voor een Kleine Ziel – dan moeten wij haar benutten op de manier waarop Jezus spreekt in de parabel van de talenten. Dit betekent: de Boodschap beleven.
”Beleef intens mijn Liefdeboodschap. Wees trouw aan de genade.” 9.2.67.
“Als ge mijn de Boodschap beleeft, wordt haar waarachtigheid duidelijk.” 6.5.68.
“Het is juist, dat men de Boodschap intens moet beleven, dat men in zich de tegenzin en de ontmoediging, die elke deugdzame werking verlammen, moet tot zwijgen brengen, dat men trouw moet zijn in kleine dingen om de genade te verwerven die toelaat er grotere te verwezenlijken.” 7.7.67.

Door onze edelmoedige medewerking, zullen wij in staat zijn de geest van de Boodschap uit te stralen en tevens de warmte van de liefde, die ontspringt aan het Hart van God. Hij alleen kan onze harten van ijs doen smelten. Zo zullen wij er op een efficiënte wijze toe bijdragen dat de arme zondaars een Liefde ontdekken, die ze meestal niet hadden kunnen vermoeden. En alleen zo zullen wij de verlangens van de liefdevolle Harten van Onze Lieve Heer en zijn H. Moeder tevreden stellen. In een geest van dankbaarheid om alles wat Zij aan het Legioen Kleine Zielen gegeven hebben.


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 7-10.


 

De Boodschap van de Barmhartige Liefde van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen en het Geestelijk Kindschap

De Boodschap van de Barmhartige Liefde van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen en het Geestelijk Kindschap

In de ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen’ roept de Heer de mensen, zijn schepsels, op tot liefde. Liefde is volgens Hem de enige remedie voor het kwaad dat de wereld teistert en dat zelfs in zijn Kerk tweedracht zaait. De verschrikkelijke storm, die door de haat wordt aangewakkerd, kan alleen maar verdwijnen door de adem van de Liefde. De Redder rekent op ons om Hem daarbij te helpen. Het is aan elke ‘Kleine Ziel’ om mee te doen aan zijn goddelijk spel.

Eerst en vooral benadrukken we met klem dat de benaming ‘Kleine Ziel’, die sommige mensen lachwekkend vinden, niets te maken heeft met ‘kinderachtigheid’. Een ‘Kleine Ziel’ is per definitie iemand die loyaal zijn kleinheid erkent tegenover de Allerhoogste; zijn broosheid, zijn nietigheid, zijn ellende tegenover de oneindig Heilige. Want is de afstand tussen ieder van ons en God niet veel groter dan die tussen een kind en zijn ouders?

Kleine Ziel zijn is gewoonweg zich bewust worden van zijn aangeboren kleinheid en daardoor zijn ware plaats kennen. Nederigheid is in de eerste plaats de waarheid. Elke authentieke christen kan Kleine Ziel genoemd worden, (zonder negatieve bijklank) wanneer hij het fundamentele belang van de nederigheid erkent. Deze bestaat er in de waarheid loyaal te erkennen en aan te nemen.

Men zal dan ook niet verrast zijn vast te stellen dat één van de essentiële kenmerken van de Boodschap nu juist het ‘geestelijk kindschap’ is. In dit verband beroepen we ons op de leer van de Heilige uit Lisieux, die overeenkomt met de leer van de Boodschap, waaruit wij volgende teksten citeren:

”Kind, laat het liefdegraan ontkiemen dat mijn kleine bruid Teresia van het Kind Jezus in de zielen gezaaid heeft.” (2.7.72)
”De Boodschap is inderdaad de voortzetting van de Teresiaanse werking in de zielen.” (22.6.71)

Men moet dus niet verwonderd zijn, wanneer we het hebben over de H. Teresia zoals men ons soms verwijt, want de Boodschap zelf neemt haar als voorbeeld. Het geestelijke kindschap is trouwens niet uitgevonden door deze beroemde Karmelietes: “Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het Rijk der hemelen niet binnengaan.” Dus; geen verlossing zonder nederigheid, want “God verafschuwt de hoogmoedigen.”

En de eerste die de nederigheid beoefende was niet Teresia, maar de H. Maagd Maria. Zij, die de grootste ziel aller tijden is, wilde beschouwd worden als de kleinste, de ‘nederige’ dienstmaagd van de Heer.

Het is juist de H. Maagd die ons vraagt in dezelfde geest te leven. Zij benadrukt dit bij iedereen die betrokken is bij één van de talrijke mariale werken (bv. het ‘Legioen van Maria’), waarvan de weldoende invloed meer dan genoeg bewezen is. Kan men werkelijk houden van zijn Hemelse Moeder en haar apostel zijn, zonder voor haar de gevoelens te koesteren van een klein kind tegenover zijn moeder? Onze houding tegenover Haar zal ons inspireren als we voor haar Zoon komen. Daartoe wil de ‘Boodschap‘ ons vormen!

Wanneer ik het Legioen warm aanbeveel, blijf ik volkomen trouw aan de geest van het Tweede Vaticaans Concilie en aan de geest van de H. Louis G. de Monfort, die in zijn alom gekende verhandeling bevestigt dat alle devotie tot de H. Maagd, die niet tot Jezus leidt, een valse en duivelse devotie is.

Het Legioen Kleine Zielen helpt ons in het bijzonder om in een grotere intimiteit met Jezus te leven, iets waarnaar iedere gelovige zou moeten streven, ook de meest vurige mariale ziel. Het doel van de Boodschap is juist: ons binnenleiden in deze onuitsprekelijke intimiteit, ons tonen hoe we Onze Lieve Heer steeds meer kunnen beminnen en ons door Hem laten opvoeden. En dit te midden van de moeilijkheden van deze tijd.

Beste lezer, indien de H.Geest u ingeeft dat deze Boodschap voedsel voor uw ziel kan zijn, dan zult u er zeker licht en kracht uit putten en zal zij u sterk aansporen op de weg naar de heiligheid.

Na het Evangelie, dat iedere christen, die naam waardig, nauw aan het hart zou moeten liggen, zou de Boodschap gebruikt moeten worden als lievelingsboek. We moeten niet met te veel boeken tegelijkertijd of slechts oppervlakkig bezig zijn. Dit is jammer genoeg een algemeen voorkomende fout, die te wijten is aan de wispelturigheid van de mens. Laat ons deze schat, die de Boodschap is, onderzoeken. We zullen er de vruchten van plukken: Vrede, Vreugde en Liefde.

Velen hebben hun volledige geestelijke ontplooiing gevonden door de Boodschap. Laat ons hun voorbeeld volgen en wij zullen de H. Harten van Jezus en Maria verheugen. Wij zullen hun de triomf voorbereiden die door Onze Lieve Vrouw van Fatima voorspeld werd.


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 5-6.


 

De Hemel

De Kerk richt onze gedachten op de Hemel, door ons te doen bidden voor de overleden gelovigen. De Hemel is dan ook het ultieme voorwerp van de christelijke hoop en het verheven doel van ons aardse bestaan.

De Hemel, dat is God: God die aanschouwd wordt in de glans van zijn heerlijkheid, die gekend wordt, zoals Hij Zichzelf kent, rechtstreeks, van aangezicht tot aangezicht. Dat is God, die bemind wordt met zoveel liefde, dat wij niet meer anders kunnen, dan Hem beminnen. God deelt immers Zijn eigen geluk voor altijd met ons en wij leven in de zekerheid dat wij dit nooit zullen verliezen.

Daar zal de beroemde uitspraak van St. Augustinus werkelijkheid worden: “We zullen Hem zien, we zullen Hem loven, we zullen Hem beminnen.”

Met de heiligmakende genade en de Drievuldigheid die in ons woont, bezitten wij reeds de Hemel. Momenteel kunnen wij er slechts van genieten door ons geloof, wat al enorm is. Maar deze onvergelijkelijke rijkdom kunnen wij verliezen, kwijtspelen door de doodzonde. Om dit ongeluk te vermijden, moeten wij vaak mediteren over deze wonderlijke waarheid, waarover Jezus ons vaak spreekt in het Evangelie: “Wie gelooft, heeft eeuwig leven.” (Joh. 6,47); “wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.” (Joh 6,58); “Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.” (Mt. 25,34).

Als hulp bij onze meditatie en om onze overtuiging te versterken, is het zeer nuttig te weten wat de Boodschap van het barmhartig Hart van Jezus aan de Kleine Zielen zegt over dit onderwerp.

Wat is de Hemel?

Dat is de volheid van geluk, in de kennis van God, het bezit van Zijn liefde, het delen van zijn eigen zaligheid.

“Mijn bevoorrechte zielen beseffen hun geluk in geringe mate. Enkel de hemelse glorie zelf zal hun dit ten volle laten kennen. ” 16.3.67
“Ik houd in de hemel zoveel glorie bereid voor u, arme kleine kinderen die lijdt. ” 10.2.67

Alleen zij die het verdiend hebben, zullen in de Hemel toegelaten worden. Daar zal geen plaats zijn voor slechte mensen, die hun naasten zoveel leed hebben aangedaan, en ook niet voor de verleider, die er slechts naar streeft ons schade te berokkenen.

“De Hemel is het vaderland van de rechtvaardigen. ” 28.4.67

De stad van de eerlijke mensen uit alle koninkrijken van de wereld, het ideale vaderland waar we onze ouders en onze vrienden zullen terugzien. En als echte, duurzame vriendschappen hier op aarde al zoveel vreugde verschaffen, wat zal het dan in de Hemel zijn?

“De banden die ontstaan in de geestelijke vriendschap zijn onverwoestbaar. De Hemel kan ze alleen maar in hun volledige en definitieve staat verstevigen. ” 7.11.67

De Kleine Zielen zullen de vreugde kennen, de blijde verrassing vast te stellen dat alle uitverkorenen hier beneden in dezelfde geest van nederigheid en evangelische kleinheid geleefd hebben.

Wij geloven in de hemel, in het eeuwig leven, met heel onze ziel. Maar dat volstaat niet. Het gaat erom daar te geraken, koste wat kost.

Voorwaarden om er toegelaten te worden

Deze kunnen in één enkele voorwaarde samengevat worden: de staat van genade. Paulus VI klaagde omdat er zo weinig over werd gesproken. Laat ons luisteren naar de Boodschap, die ons meer details geeft.

Ernaar verlangen

Naar de Hemel moeten we verlangen, wie niet verlangt naar dit zo grote goed, is het niet waardig.

“Kind, laat uw hart vervuld zijn van mijn vreugde, van het verlangen naar hemelse goederen.” (A. 13) 
“Wees belust op de hemelse goederen. Hadt ge er enig idee van!” 2.3.66 
“Verlang naar de Hemel met hart en ziel.” 5.3.66 
“Buiten de hemelse goederen is alles nietigheid, is alles ijdelheid” (AZ 7) 
“Sluit uw ogen voor de ijdelheid van de wereld. Doe ze wijd open voor de wonderen van de Hemel, uw vaderland.” 23.8. 68 
“Zijt ge nog schamel genoeg om die hemelse schat te waarderen?” Deze schat is de hoop, en het voorwerp van deze hoop is de Hemel. 28.4. 72

De Hemel voorbereiden

De genade verdient hem voor ons.

“Hebt ge met uw zonden de hel verdiend, met mijn genade in u verdient ge de Hemel.” 28. 9. 66
“Kind, hier beneden bereidt ge uw Hemel voor.” 27. 1. 66
“Het offer maakt deel uit van elk menselijk leven dat ernaar verlangt de hemelse glorie te bereiken.” 27.10.69 
“Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed, aan zijn eigen maat in de liefde, aan zijn eigen inzet in de opgang naar de Hemel.” 26.1. 70 
“Moest Ik de mensen beoordelen naar wat ze zijn, wie zou dan in de Hemel komen? Maar mijn barmhartigheid waakt. ” 30. 6.66

De weg naar de Hemel inslaan 

1. Welke weg zou dit anders zijn, dan die van de liefde? De liefde voor God en onze naaste, omwille van God. Jezus zelf zei: “Ik ben de Weg”.

“Ik ben het Licht van de wereld dat de koninklijke weg verlicht die leidt naar de hemel, uw vaderland.” 1.12.67
“Liefde is de weg naar de Hemel.” 4.2.66 
“Edele dwaasheid die u ten Hemel voert.” 27.10. 66 
“Ik toon de weg naar de Hemel aan alle mensen van goede wil. Dat ze niet vrezen Mij te volgen. De beloning wacht hun op het einde.” 30.11. 66 
“Wie de liefde bezit, bezit de Hemel.” 27.2. 66 
“Dat is de Hemel op aarde: Mij met een blik, een gedachte, of een opwelling van tederheid te bedenken.” 10.5. 67 

Zalig de zielen die hier op aarde gewond werden door deze liefde:

“De liefdewonde, kind, geneest pas in de Hemel.” 6. 9. 66 
“Wie de onuitsprekelijke zoetheid, de diepte, de grootheid van de goddelijke liefde kent, kent meteen reeds het geluk van de Hemel voorbehouden aan de kinderen van het licht.” 16.5. 68 

Wij hebben de keuze tussen twee soorten rijkdommen:

“Overvloed in dit tranendal en nadien eeuwige armoede; of de liefde van de levende God in deze wereld reeds en zijn glorierijk bezit in de Hemel.” 23.6. 67
“Geloof, hoop, liefde: drie deugden die Ik u nalaat. Daarmee zult ge de Hemel verdienen.” 18.7.67 

Het belang van de naastenliefde bestaat hierin, dat zij, als enige van deze drie deugden, eeuwigdurend is en reeds hier op aarde, ”in de zielen het onuitsprekelijk hemels parfum brengt”. 9. 9.6 7 

De Liefde van God betekent noodzakelijkerwijs ook liefde voor onze naaste en zelfs voor onze vijanden.

“Beminnen wie u bemint houdt geen enkele verdienste in. Maar beminnen al wie u kwaad doet, daardoor verwerft ge de Hemel en het Hart van uw God.” 13.3.67 

Standvastige, trouwe liefde:

“Verover uw kroon in de Hemel door uw trouw ondanks alles en tegen alles.” 20.12.66 

2. Het is onze taak aan anderen de weg naar de Hemel te tonen door heilig te leven en het goede Woord te spreken.

“Opent de ogen van de onwetenden, toont hun de weg naar de Hemel door uw heiligheid.” 25.4. 68 
“Wie het goede Woord zaait zal een volle maat zuiver goud voor de Hemel oogsten.” 20. 7. 67
“Ik verrijk een ziel nooit zo maar voor zichzelf‚” maar wel opdat ze mild aan anderen geven zou wat Ik haar als gunst geschonken heb. Als ge dat doet zal uw beloning in de Hemel groot zijn.” 1.11.66 
“Als ge dat geeft wat soms oorzaak is van zoveel kwaad, dan verzamelt ge voor de Hemel onvoorstelbare schatten, die u niet kunnen ontnomen worden.” 30. 3.67

De Voorzienigheid heeft aan de H. Maagd, die door de Kerk vereerd wordt met de titel ‘Poort van de Hemel’, een rol toebedeeld die er enkel uit bestaat ons te helpen om er te geraken. Zij is de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt. 

M: “Oh Moeder, wie zou U niet liefhebben. Gij zijt de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt, het lieflijk licht dat onze weg vol valstrikken verlicht.” 29.9. 66 
“Zij weze voor u en de andere Kleine Zielen het lichtbaken dat verlicht en naar het hemels geluk leidt.” 9.2. 67 

Zij is de band die ons hier op aarde met de Hemel verbindt.

“De band tussen Hemel en aarde is mijn Moeder.” 16.11.67
“Ja, Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. Kanaal langswaar mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit.” 3.12.66

Wij weten nu wat ons naar de Hemel zal leiden. Maar hebben wij gezien dat, om er ontvangen te worden, een heel fundamentele voorwaarde gesteld wordt in verband met de houding die we ons het meest eigen moeten maken en die met gouden letters in het evangelie geschreven staat? En die is: een echte ‘kleine ziel’ zijn.

“Het niemendalletje op deze aarde zal groot zijn in de Hemel.” 13. 7.66 
“Die u naar de Hemel zijn voorafgegaan, waren allen klein. Wat klein is op aarde is groot in de Hemel.” 10.12.66 
“Door de deur van de Hemel raken alleen de kleinen binnen en zij die op hen gelijken.” 12.1.67

Jezus waarschuwt ons, wanneer Hij ons, in zijn handvest van het hemelse rijk, formeel opdraagt om klein te blijven of het te worden als wij nog iets van onze superioriteit, van onze gezwollenheid moeten kwijtraken. “Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan.”

Dit zijn, naar onze mening, de belangrijkste teksten uit de Boodschap betreffende het paradijs waar God heerst in de heerlijkheid en waarnaar Jezus op Hemelvaartsdag is opgevaren, om te zitten aan de rechterhand van de Vader. Om ons een plaats te bereiden, waar we voor altijd bij Hem kunnen zijn.

En omdat we geen andere reden hebben om hier beneden te zijn, vraagt Paulus ons om in gedachten reeds in de Hemel te leven, door ons verlangen ernaar. “Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods, zint op het hemelse, niet op het aardse.“ (Kol.3‚1-2)

De apostel nodigt ons hierbij uit om een inventaris op te maken van de onvergankelijke goederen die onze hemelse erfenis uitmaken. Christus deelt deze erfenis met ons opdat er in ons hart altijd een voorsmaakje van bewaard blijft dat we met liefde mogen cultiveren.

”De smaak van hemelse goederen is de kleinen voorbehouden. Zij hoeven er niet zoveel bij na te denken als ze Mij ontvangen.” 5. 4.67 

De beste garantie voor ons om opgenomen te worden in de Hemel is dus te leven volgens het principe van het geestelijk kindschap, ons voorgehouden door de Boodschap in de geest van het Evangelie.

“Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.” (Mc. 10,10) Laten wij Jezus’ Hart dankbaar zijn dat Hij ons naar zulk een goede school stuurt: de Zijne!


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 67-70.


 

 

A. Ory: Tekenen van Hoop

Tekenen van Hoop

Toespraak te Chèvremont op 25-8-1991

 

Beste kleine zielen,

Lkz sept 1991De laatste tijd hebben wij zeer merkwaardige gebeurtenissen meegemaakt, zowel in de wereld als in de Kerk, gebeurtenissen die ons zeer hoopvol stemmen voor de toekomst.

Op wereldvlak kunnen wij in het recente verleden verwijzen met de afbraak van de Berlijnse muur en in het heden naar de ontbinding van de communistische partij in Rusland. Precies gebeurtenissen van gisteren en vandaag. Een paar jaren voordien kon niemand daarvan dromen, het lag niet in het bereik van de mogelijkheden. Maar wat onmogelijk leek werd verwezenlijkt in een minimum van tijd. De ontbinding van de communistische partij werd voltrokken op het feest van Maria Koningin, 22 augustus 1991.

Nog indrukwekkender is dat al deze omwentelingen plaats gevonden hebben zonder noemenswaardig bloedvergieten. Slechts een drietal jonge mannen werden door tanks verpletterd in Moskou en werden uitgeroepen tot ware volkshelden. De Sovjetunie, die voor kort nog de pretentie had om heel de wereld te winnen voor haar atheïstische overtuiging, stortte in elkaar als een kaartenhuisje. Precies of een voorspelling van Maria in vervulling is gegaan: ‘Machtigen haalde Hij neer van hun troon.’ ln het Magnificat wordt het duizenden keren herhaald. Wat onvoorstelbaar was, is in een minimum van tijd verwezenlijkt.

Is dat het begin van de bekering van Rusland, dat een van de meest godsdienstige volkeren ter wereld huisvest? Door het openstellen van de grenzen tussen Oost en West is nog niet automatisch de herkerstening van het Oostblok in het vooruitzicht gesteld. Uiteindelijk heeft het Westen veel van zijn christelijke overtuiging verloren. Onmogelijk is het niet dat de vrijzinnigheid van het Westen ook het Oosten zal overspoelen. Men dient waakzaam te zijn opdat het wegvallen van gordijnen en muren niet een averechts effect zou bekomen.

Bidden wij dat de doorstroming in goede richting zou verlopen, dat Rusland zich zou mogen bekeren. Uiteindelijk houdt O.L.Vrouw enorm veel van Rusland. Te Fatima in 1917 had Zij gesproken over dat land, dat alle mogelijkheden in zich droeg: ofwel zou het zijn dwaalleer over heel de wereld verspreiden, ofwel zou het zich bekeren.

Gedurende enkele decennia – vooral sinds W.O. II – heeft Rusland zijn macht en zijn ideologie ver verspreid over de ganse wereld. Hoopvol was de laatste tijd, dat er kerken weer open gesteld werden, dat Oostpriesterhulp massaal Bijbels kon verspreiden, dat het geloofsleven kon hervatten.

Dat wereldgebeuren is blijkbaar te vergelijken met koordtrekken. Aan de ene kant het atheïsme, aan de andere kant het Godsgeloof. Wint het atheïsme veld, dan verschraalt het Godsgeloof. Hopelijk kan het christendom anderzijds profiteren van de ineenstorting van het communisme.

 

Ook binnen de Kerk zijn er tekenen van hoop

In feite was de dreiging in de Kerk gevaarlijker dan die van het communisme in Rusland. Het atheïsme vormde een bedreiging van buitenaf; het rationalisme daarentegen een bedreiging van binnenuit.

Een van de hoofdredenen waarom Jezus zijn Legioen Kleine Zielen heeft gewild is het opwerpen van een dam tegen deze uiterst gevaarlijke dreiging van binnenuit. Hoe dikwijls heeft Jezus niet gewaarschuwd tegen de ‘schurftige schapen binnen de schaapskooi’?

Heeft Jezus niet met aandrang gevraagd te bidden voor de volgende intenties: “Een verschrikkelijk gevaar neemt duidelijke vormen aan. Dat gevaar is erger dan oorlog, erger dan hongersnood, ja erger dan de vernietiging van de wereld: het betreft de teloorgang van het geloof! Zelfs bij de godgewijden” (29-11-1979).

Deze teloorgang van het geloof is onder meer te verklaren door het rationalisme dat zich snel verspreid heeft binnen de Kerk. De moderne mens wenst een ‘verstaanbare’ vertaling van de geloofsmysteries. Dan wordt het Evangelie een sprookje, de H. Eucharistie een gewijd broodje, de H. Mis een vertoning en de priester een sociale werker.

 

Voorbeeld van de H. Eucharistie

In het zesde hoofdstuk van het Evangelie volgens Johannes staat die oerbekoring duidelijk uitgeschreven. Dat is het Evangelie van de laatste zondag van augustus. Jezus heeft enkele aspecten van het mysterie van de H. Eucharistie medegedeeld, o.m. dat Hij uit de hemel is neergedaald en dat Hij zijn vlees te eten geeft. Hierop komen de toehoorders in verzet. Zij roepen uit dat zijn taal te hard wordt, dat niemand nog naar Hem kan luisteren, dat zijn woorden eenieder tegen de borst stuiten.

Wat geschied is in Jezus’ tijd, geschiedt in elke tijd, ook in de onze. Wie spreekt over ‘mysterie’, spreekt over dingen die het menselijk verstand te boven gaan, anders zouden het geen mysteries zijn. Spontaan zet elke mens zich af tegen wat hij niet verstaat. De menselijke geest streeft naar doorzichtigheid, naar begrip, naar verstaanbaarheid. Vooral de natuurwetenschappers willen de geheimen der dingen achterhalen. Men wil de natuurwet vertalen in wetenschappelijke formules. Met de geloofsmysteries gaat dat niet; die zijn principieel niet te verstaan. In Jezus’ tijd niet en nu ook niet.

Toen keerden heel wat leerlingen de rug naar Jezus en zeiden: ‘Hard is die taal. Wie kan nu nog naar Hem luisteren?’

In de mate dat de Kerk op onze dagen trouw blijft aan de leer van Jezus moet zij diezelfde taal spreken. Nu is het sacrament van de H. Eucharistie evenmin te verstaan als toen. Als de Kerk nu hetzelfde verkondigt als Jezus in zijn tijd, is het normaal dat een aanzienlijk deel van de toehoorders op dezelfde manier reageert. Nu hoort men inderdaad gelijkaardige kritiek: ‘De Kerk is uit de tijd. Hard is haar taal. Wie kan nu nog naar haar luisteren?‘ Dit geldt zowel haar moraal als haar geloofsaanbod.

Velen keren haar de rug toe. Zij wordt verlaten nu, zoals Jezus toen. Omwille o.m. van Humanae Vitae, omwille van haar huwelijksmoraal, omwille van het celibaat van de priesters, omwille van haar Sacramenten: priesterschap en Eucharistie, biecht en huwelijk. Voor velen hoeft het niet meer omwille van eigen geluksvoorziening.

Hoe moet de Kerk reageren op dit verlies van haar aanhangers? Hierbij bestaan twee mogelijkheden. Velen stellen voor de normen aan te passen, zowel op gebied van moraal als op gebied van geloof. In de taal van hoogspringen zou men zeggen: de lat enkele centimeters lager leggen. Wat de moraal betreft: overschakelen van hetgeen God voorschrijft in de Tien Geboden naar hetgeen mensen verlangen. Wat de geloofsleer betreft, overschakelen van de onverstaanbare mysteries naar verstaanbare waarheid.

In de ogen van sommigen is dat de enige zinvolle oplossing. Heel wat kerkleden, die noch de Tien Geboden (moraal), noch de Twaalf Artikelen (geloofsleer) van de Kerk aanvaarden, zien haar enige overlevingskans in het afstappen van die onhaalbare hoogte en dingen voor te houden die haalbaar zijn. Dit is de grote bekoring van het rationalisme. Deze optie is gedaan door een aanzienlijk aantal – ook verantwoordelijken – in de Kerk.

In het Evangelie staat Jezus zelf een andere houding voor. Als Hij merkt dat zijn toehoorders zijn taal te hard vinden, als Hij merkt dat velen Hem de rug toekeren, denkt Hij geen ogenblik aan het aanpassen van zijn leer. Hij onderneemt geen enkele poging om zijn publiek gunstig te stemmen door zijn verhaal verstaanbaar te maken. Wij kennen Jezus’ reactie. Zelfs zijn twaalf apostelen waren onderhevig aan dergelijke bedenkingen. Ook zij begrepen niet. Ook voor hen was de openbaring van de H. Eucharistie een onverstaanbaar mysterie. Ook zij stonden klaar om hun Meester de rug toe te keren. Hoe reageert Jezus hierop? Zegt Hij, jongens gaat niet heen, blijft alstublieft toch bij Mij. Ik zal mijn verhaal verstaanbaar maken. Dan kunnen jullie begrijpen. Dan is de duisternis van het mysterie voor u eraf.

Jezus spreekt andere taal. Hij tracht zijn mysterie niet verstaanbaar te maken, omdat het in se onverstaanbaar is en moet blijven zoals het is. Wie kan zijn boodschap verstaan: ‘Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij!‘. Daarom had Jezus op voorhand gevraagd dat het ‘werk’ dat zij moesten verrichten was te ‘geloven’. Wie zich uitsluitend laat leiden door de ‘rede’ moet ipso facto buiten een aanzienlijk deel van het geloofsaanbod blijven. Wie zich laat leiden door het ‘geloof’, is in staat binnen te treden in het aanbod, zowel van Jezus toen, als van de Kerk nu.

Jezus heeft zijn aanbod niet verlaagd tot verstaanbare waarheid. Hij heeft mysterie mysterie gelaten. Petrus heeft juist gereageerd. Hij is op de bekoring van de weglopers niet ingegaan, ook al stond hij aardig opgesteld in hun richting. Jezus vroeg hem: ‘Willen jullie soms ook heengaan?’ Deze vraag heeft een heilzame schok teweeggebracht in de kring van de apostelen. In hun naam spreekt Petrus: ‘Heer, naar wie zouden wij gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven.’

Jezus heeft zijn aanbod niet verlaagd van onbegrijpelijk mysterie tot verstaanbare waarheid. Petrus heeft geleerd niet weg te gaan zoals vele anderen, omdat Jezus’ taal te hard en onverstaanbaar was voor zijn verstand. Hij is erin geslaagd gelovig te reageren. Hij heeft de woorden van Jezus aanvaard, ook al begreep hij ze niet. Hij wist wel dat wat Jezus vertelde waarheid was. Hij had woorden van eeuwig leven, omdat Hij betrouwbaar was, ook al was het harde taal voor de menselijke geest.

De Kerk is heden ten dage in een gelijkaardige bekoring verzeild. In vele gevallen reageert zij anders dan haar Meester. Zij wil vaak behagen aan haar toehoorders. Zij praat haar leden soms naar de mond en verlaagt soms haar aanbod tot verstaanbare waarheid en haalbare leefregels. In de mate de Kerk het aanbod van Jezus aanpast aan het verlangen van haar leden, loopt zij het risico geen christendom meer aan te bieden, maar een verkapte vorm van humanisme. Dit betekent ontkerstening van de Kerk, het hervallen tot een nieuw heidendom. In deze context moeten Eucharistie en priesterschap hun wezenlijke plaats verliezen, omdat zij beide sacramenten van het mysterie bij uitstek zijn. De priester is door zijn wijding de man, die brood kan veranderen in het Lichaam van Christus! Wie tracht te begrijpen moet onvermijdelijk zeggen: ‘Hard is die taal! Wie kan nu nog naar Haar (Hem) luisteren?

 

Monseigneur Léonard

Tegen deze achtergrond verschijnt dan plotseling Mgr. Léonard als nieuw benoemde bisschop te Namen. Hij is na rijp overleg door Paus Johannes-Paulus II benoemd. Dat is geen vergissing. Geen wonder dat Mgr. Léonard door zijn beleid gelijkaardige reacties van afkeuring en oppositie oproept als Jezus tijdens zijn toespraak over de H. Eucharistie.

De originaliteit van Mgr. Léonard uit zich vooral in twee charisma’s:

– 1) Hij heeft gezien dat er dwaalleer verkondigd wordt in de Kerk en tracht daar een eind aan te stellen in zijn bisdom.

– 2) Hij is in staat meerdere jongeren aan te trekken die bereid zijn priester te worden.

Niet zo talrijk zijn zij die beseffen dat er inderdaad dwaalleer verkondigd wordt. Niet zo talrijk zijn zij die zich verzetten tegen de aanpassing van Jezus’ openbaring aan het verstand en het verlangen van de mens. De gaven van de H. Geest zijn finaal te herleiden tot twee: verstand en sterkte.

Men moet zien dat er dwaalwegen bewandeld worden. Zolang men niet inziet dat men op verkeerde weg zit, keert men niet terug en gaat men verder. Het is een uitzonderlijke gave op onze dagen dit ‘licht’ te krijgen van de H. Geest. Terwijl haast iedereen overtuigd is dat de gangbare theologie zeer goed is, omdat ze dingen voorhoudt die mensen bereid zijn te aanvaarden, duikt hier of daar een uitzondering op, die beweert dat men op vele plaatsen verkeerd is ook wat betreft de opvoeding van seminaristen.

Naast het licht is er ook moed nodig om dan de nodige conclusies te trekken. Faculteiten die niet beantwoorden aan die vereiste normen sluiten en zoeken naar instituten die wel bereid zijn de leer van Jezus te verkondigen, met behoud van mysteries en goddelijke verplichtingen. Misschien vindt Mgr. Léonard sterkte in het woord van zijn Meester: ‘Willen ook jullie heengaan?‘ Zijn antwoord is alleszins bij voorbaat gegeven. Trouw aan de openbaring van Jezus, trouw aan de leer van de Kerk, ook al keren velen Hem en haar de rug toe.

Om te eindigen een wens: op onverklaarbare en onverwachte wijze is het communisme buiten de Kerk in elkaar gestort. Zou het kunnen dat het rationalisme, een van de gevaarlijkste oorzaken van de geloofscrisis binnen de Kerk, op zekere dag even onverklaarbaar en onverwacht totaal in elkaar stuikt? Misschien is Mgr. Léonard de man die het vuur aan de lont heeft gestoken. Misschien zullen velen na hem ook licht en sterkte krijgen om te handelen zoals hij handelt.

Moge het modernisme verdwijnen in de Kerk, zoals het communisme verdwenen is in Rusland!

Pastoor A. Ory


Uit; ‘Het Legioen Kleine Zielen’, tijdschrift van het legioen kleine zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, negentiende jaargang, nummer 3, september 1991, blz. 3-8.


 

25.000 maal bezocht

Vandaag 10 maart 2016 komt de 25.000-ste bezoeker op onze website van het Legioen van de Kleine Zielen. Momenteel staat de teller nog op 24.998…

Met vriendelijke groet,

Pastoor Geudens, beheerder website.

Eerste vrijdag van de maand: Aanbidding in P&P kerk

Aanbidding en H. Mis: vanavond 5 februari 2016.

Het genadejaar van de Barmhartigheid in praktijk gebracht – vraag en antwoord

Het genadejaar van de Barmhartigheid is door de meeste gelovigen met vreugde ontvangen, maar velen blijken er in de praktijk niet goed raad mee te weten. Bij deze enkele vragen en antwoorden. – met vriendelijke groet, pastoor Geudens

Beheerder Website's avatarDe Argeloze Duif

Het Jaar van Barmhartigheid is inmiddels ruim anderhalve maand geleden begonnen. U begrijpt dat het Jaar van Barmhartigheid te maken heeft met onze relatie met God. De barmhartigheid van God is zijn antwoord op het berouw en het vaste voornemen van de mens zich te beteren. Men moet daarbij de parabel van de verloren zoon voor ogen houden. De zoon, die naar huis terugkeert, is vol berouw. Hij erkent zijn zonden door te zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik verdien niet meer uw zoon te heten.” De vader ziet dat zijn berouw oprecht is en schenkt hem barmhartigheid d.w.z. hij vergeeft hem en spreekt niet meer over zijn zonden. Hij zegt: “Mijn zoon hier was dood (geestelijk) en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.” Hij neemt hem opnieuw als zoon aan en er wordt feest gevierd. Jezus zegt: ”Er is…

View original post 891 woorden meer

jaar 2015 overzicht

De statistieken hulpjes van WordPress.com hebben het ‘2015 jaarsrapport’ voor deze blog voorbereid.

Hier is een fragment:

Deze blog werd in 2015 ongeveer 10.000 keer bekeken.  – Klik hier om het complete rapport te bekijken.