Preek voor de kleine zielen: Heer, geef ons meer geloof!

Weekend van de 27ste zondag door het jaar, 1 en 2 oktober 2016.

Heer, geef ons meer geloof!

H. Evangelie volgens Lucas 17, 5-10: In die tijd zeiden de apostelen tot de Heer: “Geef ons meer geloof.” De Heer antwoordde: “Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen. Wie van u zal tot de knecht, die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder bij diens thuiskomst van het land zeggen: Kom meteen aan tafel en tast toe? Zal hij niet eerder zeggen: Maak mijn maaltijd klaar; omgord je en bedien mij, terwijl ik eet en drink; daarna kun je zelf eten en drinken? Moet hij die knecht soms dankbaar zijn, omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen? Zo is het ook met u: wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: Wij zijn maar gewone knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.”

“Stil, er zijn kinderen bij!” Deze waarschuwing hoor je regelmatig wanneer volwassenen onder elkaar bezig zijn. De aanwezigheid van een kind filtert de woorden van grote mensen. Harde taal of ruwe zegswijzen worden er uitgezeefd. Kinderen werken milieu-vriendelijk in op volwassenen. Ze zuiveren de atmosfeer en verzachten het klimaat. Levend vlak bij ons, lijken ze toch van een andere wereld. Een wereld die ons af en toe met heimwee vervult. In die kleine wereld hebben onze grote woorden weinig bestaansrecht. We moeten ze vertalen in klare, directe gebaren. Liefde is voor een kind geen woord. Het heeft er geen boodschap aan. Het is wel de kus van moeder of het stoeien met vader. Geborgenheid is voor een kind geen begrip. Het voelt zich wel veilig op moeders schoot of op vaders arm. Over bezorgdheid en genegenheid kan je niet praten met een kind. Maar je kan wel zijn tranen wegstrelen of verhaaltjes vertellen aan zijn bed. Geloven is voor een kind een ijdel woord. Maar nog voor het spreken kan, reageert het op moeders glimlach en kent het de klank van vaders stem. Eigenlijk moeten we ons afvragen wie wie dan aan het opvoeden is. Wij leren hun hun man te staan in onze soms harde wereld. Wij voeden hen op om groot en sterk te worden. Wij ‘wapenen’ hen voor de toekomst. Dat is, als volwassenen, onze plicht. Maar zij blijven ons keer op keer ontwapenen. Dat is, als kind, hun recht. Zij moeten groter worden. Wij mogen gerust wat kleiner worden.

Jezus is heel duidelijk. Het kind heeft voor Hem een opvoedende waarde. De enige woorden die ons uit Zijn kindertijd zijn overgebleven, zijn belerende woorden aan Maria en St. Jozef. “Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van Mijn Vader moest zijn?” (Lc. 2, 49). Zij wisten het niet. Maar later begrijpt zijn Moeder heel goed “wat Hij ermee bedoelt.”

Wanneer Jezus’ leerlingen onder elkaar wedijveren wie van hen de grootste is, wijst Hij een kind als maatstaf aan. Diezelfde maatstaf houdt Jezus ons voor ogen, wanneer Hij over vergeving spreekt. De wankele stappen van een kind, zijn vallen en opstaan, zijn kattenkwaad of pekelzonden leren ons geduldig en mild te zijn. Het kost ouders weinig moeite hun kinderen te berispen. Hun kinderen geven er zelf voldoende gelegenheid toe. “Ik heb het u honderd keer gezegd”, heeft elk kind van zijn ouders gehoord. Maar even spontaan en zonder berekenen komt ook de vergeving: “Kom, ’t is goed.” Want er is liefde en geloof in elkaar.

Zo moet gij ook met uw broeders doen, zegt Jezus. Verwondering en ontvankelijkheid, vertrouwen en eenvoud, zuiverheid en zachtmoedigheid behoren tot de wereld van het kind, maar ook tot het Rijk dat Jezus verkondigt. Beide grenzen aan elkaar.

De reactie van de apostelen is bijna een gebed. Ze voelen aan dat ze nog ver van dat Rijk van God verwijderd zijn. Maar evengoed weten ze wat hen nog ontbreekt: ”Geef ons meer geloof.” En Jezus gebruikt opnieuw een beeld, waar alleen volwassenen het moeilijk mee hebben. Een moerbeiboom plant zijn wortels in de zee. Een kind gelooft dat er bomen kunnen groeien in de zee, net zo goed als het rotsvast gelooft dat zijn moeder de liefste vrouw en zijn vader de sterkste man van heel de wereld is.

Vgl. bron: Bezinningen van Gods Woord van dag tot dag, door de Norbertijnen van de Abdij Postel, Turnhout, Brepols, 1989, blz. 695-697.

Bewerking door pastoor Geudens


 

Gebed voor Pater Yves-Marie Legrain

Beste broeders en zusters,

Kleine Zielen van de hele wereld, jullie zijn allemaal verbonden met Pater Yves-Marie Legrain. Ik ben zo vrij om u te verzoeken om een vereniging in gebed voor hem.

Laat ons vragen aan de Heilige Geest op hem neer te dalen (en op ieder van ons) zodat deze beproeving in een sfeer van vertrouwen, overgave en offer beleefd mag worden, op voorspraak van Marguerite van wie hij de vertrouweling is geweest tijdens zoveel jaren.
De beheerder van de website, pastoor Geudens

Het Kruis, openbaring van Gods Liefde

Door J. De Coster

heilig KruisZolang de wereld niet tot inkeer komt, zal het lijden voortduren. In dit lijden is het Kruis aanwezig, het Kruis van de Verlosser, die wil dat allen gered worden.

Op 2 januari 1993 beschrijft Marguerite hoe ze een bijzondere genade ontving:

“Plots heb ik begrepen (innerlijk visioen) dat het Kruis dat ik al jaren vereerde, een andere betekenis kreeg, die ik voordien niet had begrepen. Het was een vreselijke werkelijkheid. Op dit ogenblik is mijn hart in diepe ontroering tot inzicht gekomen. Ik zie Jezus in de Hof van Olijven. Waarom dit bloedzweet? Men zou zich kunnen afvragen hoe en waarom de God-Mens zoveel angst heeft doorstaan.

De genade die mij woensdag tijdens de Mis werd gegeven, heeft mijn ziel ondergedompeld in het grote Mysterie van Jezus’ Kruisdood. Toen heb ik geweend. Mijn hart heeft geweend. Niet het Kruis zelf was voor Jezus angstaanjagend.

Hij heeft zichzelf gezien, uitgestrekt op dit hout, maar Hij was bekwaam om dit martelaarschap onder ogen te zien, zonder bloed te zweten… nu echter weet ik het. En het is verschrikkelijk. Het is daarom dat ik wil dat de zielen zich bewust zijn wat het Kruis betekende voor Jezus. Het echte lijden, datgene waarvoor ik op mijn knieën val, het waren 2000 jaren – en zelfs meer – van zonden die vastgehecht waren aan dat Kruis. Die zondenlast moest Hij voortslepen tot op Golgotha en die maakte het Kruis ondraaglijk voor onze Heiland.

2000 jaren van heiligschennissen, van zonden, de ene al verschrikkelijker dan de andere. 2000 jaren van zonden hebben het Kruis mateloos verzwaard.

Hij wist het! Tegen die prijs heeft het Lam Gods de zonden van de wereld willen uitwissen. Het zo vreselijke Kruis. Zo hard voor zijn lichaam dat door slagen was gekwetst, was nochtans niet het ergste. De doodsstrijd van zijn ziel was het visioen (van die massa vreselijke zonden). Dit visioen was verantwoordelijk voor het bloedzweet in de Hof van Olijven. Dit visioen heeft Hem niet meer losgelaten tijdens zijn Passie tot aan de laatste kreet tot zijn Vader!

Wij allen, hier op aarde, zijn verantwoordelijk voor deze Calvarië. Het zijn onze zonden – die nog steeds bedreven worden – die maken dat de Liefde nog steeds gekruisigd is.

De Liefde! Tot op vandaag heeft ze slechts wreed onbegrip ontmoet vanwege de kinderen, hoewel de Liefde hen nog steeds wil redden. Ook op onze dagen strekt het Kruis zijn armen uit over de hele mensheid, die absoluut moet begrijpen dat haar verlossing ligt in het berouw over haar fouten. Het Kruis is aanwezig in elke ziel; in het lijden van een wereld die haar God niet erkent.

O arme wereld! Hadt u maar enig besef! Ooit zult u roepen: Abba, Vader, kom ons redden! Er zal een zuiverende kruisiging moeten komen, alvorens de mensen eindelijk een tijdperk zullen kennen van voorspoed, geluk en vrede. Men moet begrijpen dat het Kruis van Jezus in het hart van de mensen geplant blijft en dat het eenieder pijn doet. Maar Jezus heeft geleden door ons lijden, vermeerderd met het lijden van de Kruisdood.

Dit alles heb ik u gezegd onder ingeving van de Heilige Geest, opdat ge zoudt begrijpen hoe levensnoodzakelijk het is voor onze zielen om elke dag een beetje beter te worden. Met Gods hulp is dit mogelijk. Dan zal het Kruis zich zachtjes uit ons hart verwijderen, zonder al te veel pijn te doen.”

Jezus: “Als de wereld aanvaardt wat ik haar voorstel (bekering), zal zij gered worden.” 
Marguerite: “Helaas, Heer! Wanneer zal dit mirakel geschieden?”
En Jezus antwoordt: “Wanneer de mensen wijs genoeg zullen zijn zal Ik niet meer lijden in hen.”

Deze aangrijpende teksten dwingen ons tot bezinning en overweging. Ze zetten ons aan om dieper te gaan nadenken over het hoe en waarom van ons leven en van heel het wereldgebeuren tot op vandaag. In die geest volgen hier enkele beschouwingen.

Zijn Uur

Het allerbelangrijkste feit uit de hele wereldgeschiedenis is de Menswording, het leven, dood en verrijzenis van Jezus. De Zoon van God is tot ons gekomen om allen te redden.

Heel zijn leven heeft Jezus zich ingezet voor dit ultieme moment, voor ‘Zijn Uur’: Zijn Lijden en Kruisdood. Dit is en blijft het sublieme hoogtepunt van Gods Liefde, die zichzelf totaal opoffert tot verzoening van al het kwaad dat door de mensen vanaf het begin en tot het einde van de wereld wordt bedreven. In de hof van Olijven zweette Hij bloed, overweldigd door die onmetelijke massa van vreselijke zonden, voor alle zonden, ook voor mijn zonden.

Voor allen die tot inkeer komen, wordt alles hersteld. De open armen van het Kruis zijn de open armen van Gods Liefde die zijn verdwaasde kinderen wil omhelzen en aan zijn Hart drukken. ‘Komt allen tot Mij die belast en beladen zijt’. Alleen God kan redden.

De engel van Fatima: verwijzing naar het Kruisoffer

De engelen zijn gezanten van God. Wanneer engelen ons iets komen leren, geven zij ons aanwijzingen volgens het inzicht van God zelf. Het gaat altijd om essentiële zaken.

In Fatima verschijnt de engel om aan de kinderen en ook aan ons goddelijke instructies te geven. Bij de eerste verschijning zegt hij: « Vreest niet. Ik ben de vredesengel. Bidt met Mij» Dan knielt hij neer en leert de kinderen bidden: ‘Mijn God, ik geloof in U, ik aanbid U. Ik hoop op U en bemin U. Ik vraag U vergiffenis voor hen die niet geloven, U niet aanbidden, niet hopen en U niet beminnen.’

Bij een volgende verschijning zegt hij: ‘Bidt, bidt veel… Breng God steeds gebeden en offers. Jullie kunt, als je wilt, het doen in allerlei dingen. Wijdt ze aan God tot herstel van de zonden die Hem beledigen en om de bekering der zondaars te vragen. Tracht op deze wijze de vrede over je land te brengen. Aanvaardt en draagt vooral met onderwerping het lijden dat God jullie zal zenden.’

De derde verschijning gebeurt twee maanden later.  Deze keer zagen de herdertjes de engel die een kelk in de handen hield. De Heilige Hostie bevond zich boven de kelk; er stroomden druppels bloed uit. De engel knielde, terwijl de kelk omhoog bleef hangen. Dan richtte hij zich tot de kinderen en liet hen driemaal herhalen: ‘Allerheiligste Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik aanbid U en draag U op het heilige, kostbare Lichaam, Bloed, Ziel en Godheid van Onze Heer Jezus Christus, aanwezig in alle tabernakels van de wereld, tot herstel van alle hoon, waardoor Hij gekwetst wordt. Omwille van de oneindige verdiensten van zijn Heilig Hart en op voorspraak van het Onbevlekt Hart van Maria, vraag ik U de bekering van de arme zondaars.’ Na deze woorden gaf de engel de Heilige Communie aan de kinderen en verliet hen.

Uit het relaas van de verschijningen van de engel blijkt dat Jezus’ ‘Uur’ de eerste plaats krijgt. Concrete punten krijgen speciale aandacht. Houden wij daar rekening mee?
– Gebed en offers, ook door kinderen. Worden onze kinderen nog opgevoed in die zin? Geven wij het voorbeeld?
– De onverbrekelijke band tussen de Heilige Eucharistie en het Kruisoffer van Jezus. De Eucharistie mag niet herleid worden tot een tafelceremonie.
– Het grote doel van Jezus’ Levensoffer is bekering en redding van de zondaars. Jezus mag niet worden herleid tot sociaal voelende vrijheidsstrijder. Hij zegt wel: bemint elkander, zoals lk u bemind heb.
– Gods oproep om één met Jezus offers te brengen voor het grote doel: opdat allen één worden in geloof, hoop en vooral in liefde. Vrede met God verzekert ook vrede in de wereld, maar vooral eeuwig heil en geluk voor allen die van goede wil zijn.
– De engel leert de kinderen knielen voor de Eucharistie. Hijzelf knielt. Een les voor onze tijd waar het knielen in de verdrukking kwam. Wanneer komt er eerherstel?

Het Kruis van Jezus: onze inspiratiebron

Jezus heeft gekozen voor het kruis. Zijn Kruis is de hoogste liefde. Zijn ook wij bereid ons kruis op te nemen? Tot waar reikt onze liefde? Onze naastenliefde? Onze liefde tot God?

Het Kruis is de Wil van God. Hoogste wijsheid, die velen ergert. Zijn wij bereid om te leven volgens de Wil van God?  Het Kruis kan ons leren tot wat onze liefde in staat moet zijn. Er is werk aan de winkel! Het is een weldaad voor de ziel als men neerknielt voor het Kruis. Aanbidding van Gods eindeloze liefde. Het is de kortste weg naar bezinning, berouw en verzoening.

Het Kruis overwint onze hoogmoed. Kniel neer in deemoed. Het Kruis verdrijft onze dwaze genotzucht en de streling van de zinnen. Het naakte Kruis verwijdert onze drang naar bezit, praal en macht. In het licht van het Kruis verdwijnt elke haat, wrok en nijd. Het is een grote weldaad voor de ziel als men neerknielt voor het Kruis. ‘Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden’ (Mt. 10,38-39).

Het Leven vinden: roeping van de kinderen van God. Leven met Hem en in Hem: goddelijke Liefde die alles omvat. Nu en eeuwig Leven in God! Want na de Kruisdood volgen de Verrijzenis en de Hemel.

In de Boodschap reikt Jezus ons goddelijke instructies aan. Als Kleine Ziel zal ieder van ons er een erezaak van maken om daar de ‘wil van God’ in te erkennen. Span u in. Pleeg geen vaandelvlucht. Wees één met Jezus.

‘Iedere dag moet ge een deeltje van het Kruis aanvaarden. Dit is zeer voedzaam voor de ziel die streeft naar Mij’ (2-3-1992).
 ‘Kruisigt uw ‘ik’ en ge zult u bij Mij voegen in mijn verlossing’ (23-10-1991). 
‘Als het Kruis onvermijdelijk is, dan is het om de volmaaktheid van de Liefde beter te leren kennen door het met Mij te delen. Wees ervan overtuigd: Ik zal u niet meer vragen dan ge Mij kunt geven.’ (3-11-1991). 
‘Het Kruis doet altijd pijn. Maar als ge wilt zal het lichter zijn. Omhels het uit liefde tot Mij. Wees sterk in mijn Vrede‘ (31-10-1966). 
‘De verlossing is geschied door het Kruis. De wereld zal gered worden door het Kruis.’ (31-5-1967). 
‘Onderzoekt of ge geneigd zijt uit liefde tot Mij norsheid, spotternij, misprijzen, onbegrip en vervolging te doorstaan. Zo ja, dan bevindt ge u op de heilige en glorierijke weg van de ware liefde.’ (20-2-1967). 

Een toemaatje

‘Het Kruis heeft de wereld gered, nu 2000 jaar geleden. Het zal altijd rechtop blijven staan tot aan het einde der tijden. Gelukkig maar, want wee de mensen indien ze het de rug zouden toekeren. Inderdaad, de schaduw van mijn Kruis zal de mensheid altijd overdekken; hierdoor zal ze gered worden. Ik, God, slachtoffer zonder vlek, heb het Kruis gedragen. Weigert niet het een beetje samen met Mij te dragen. Ik roep u allen op tot de liefde voor het Kruis. Het is een getuigenis van liefde. Weest medeverlossers met Mij! Moge de Liefde komen. Moge het Kruis worden opgericht en dat liefde-kruisen zich naar de Hemel verheffen, in eenheid met het Mijne. Dan zal de wereld gered zijn. Want de mens zal pas dan de zin van de Verlossing, haar prijs en haar waarde echt begrijpen.  Ja, mocht de liefde tot het Kruis komen, de aanvaarding ervan en de offergave. Dan zal de wereld haar evenwicht terugvinden. Kinderen, houdt steeds het Kruis voor ogen, geen dof en triestig kruis, maar een stralend en glorierijk Kruis. Zie, in deze tijd zal mijn Kruis schitteren in het licht van de Heilige Geest. Mijn Kruis is onmetelijk. Het rijst op over het heelal. Kijk op naar mijn Kruis, het is zegevierend. Weest vol overgave, heft uw hoofden omhoog, richt uw ogen naar de Hemel! De duistere zijde van het Kruis heb Ik genomen; aan u geef Ik de andere zijde, de kant die vol glorie en schittering is. Komt en neemt uw toevlucht onder Mijn glorierijk Kruis.’

En even verder krijgen we een heerlijke les van liefde.

‘Luistert aandachtig. Tracht te begrijpen en mediteert mijn onderricht. Het Evangelie is de openbaring van de Liefde. Het Kruis is de voltooiing van de Liefde. Het Evangelie en het Kruis: onderrichting en daad. Het woord en de realisering. Het Evangelie openbaart en verheldert de daad van het Kruis. Het Evangelie toont u het Kruis en zet u aan om het te beminnen. Het Evangelie bereidt voor en leidt u binnen in het grote mysterie van de Verlossing. Het Evangelie volgen is het Kruis volgen. Het Kruis staat op het einde van de weg van licht. Men moet naar het Kruis toegaan om te leven, om te verrijzen. Want het Kruis is het teken van leven en verrijzenis. Het Kruis heeft de dood overwonnen! Kijkt op naar mijn Kruis! Het is de weerspiegeling van mijn Hart. En kijkt op naar mijn Hart, dat weerspiegeld wordt op mijn Kruis. Het is het teken van de liefde. Het getuigenis van de Liefde. Verlangen jullie tekens van mijn Liefde? Maar jullie hebben het ‘teken’ van het Kruis! 0, mensen! Laat uw geest daarvan doordrongen geraken als uw ogen zich naar het Kruis richten. Ja, het Kruis moet u doen denken aan de Liefde. Het moet liefde opwekken in uw harten.’ 

Besluit

Goede vrienden Kleine Zielen, laten we dankbaar die hoopvolle teksten in ons hart ontvangen en overwegen. Laat ons samen verheugd zijn om de grote belofte van God: Jezus’ Kruis opent voor allen de poort van de Verrijzenis en het volle Leven. Dit is leven in de heerlijkheid van de Liefde van Vader, Zoon en Heilige Geest!

Christus vincit, Christus imperat! Christus zal overwinnen. Christus zal heersen! Weest vol overgave, heft uw hoofden omhoog, richt uw ogen naar de Hemel! Laten we zo leven, elke dag, ieder uur. Met Hem, in Hem, samen met Maria, onze Moeder. In de grote gemeenschap van allen die in Gods liefde leven.

Uit; Het Legioen Kleine Zielen, Tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen van Het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever G. de Winter, Deurne, 31ste Jaargang, Nr. 1, Maart 2003, blz. 12-18.


Gelofte van overgave door Marguerite op 16 juli 1966 O.L.Vrouw v.d. Berg Carmel

image mZaterdag, 16 juli 2016, vieren we Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Carmel.

Er is geen enkele Kleine Ziel die niet weet dat het de dag is die uitverkoren werd door Marguerite om “de gelofte van totale overgave en trouw aan de barmhartige liefde van Jezus af te leggen”.

Velen onder ons, ik weet het, maken er een zachte verplichting van hun eigen offergave opnieuw uit te spreken op de 16de juli van elk jaar. Het is wat we sinds altijd doen in de Kapel van de Barmhartige Liefde met de enkele bevoorrechten die er kunnen komen.

Dit jaar is het een verjaardag. Inderdaad, de eerste keer dat Marguerite haar GELOFTE VAN OVERGAVE aflegde was op 16 juli 1966. Dit is dus 50 jaar geleden! We vieren dus de gouden bruiloft.

Ik nodig van harte elke Kleine Ziel uit om deze gelofte van Overgave te hernieuwen, waar ze zich bevindt, alleen of met andere Kleine Zielen, in een “totale en blijde offergave”.

Om ons hierop voor te bereiden, hebben we reeds vóór het altaar van de Kapel van de Barmhartige Liefde het icoon van Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Carmel uitgestald.

Ik beveel u ten zeerste aan trouw te blijven aan de tekst zelf die door onze zeer geliefde stichtster gebruikt werd op 16 juli 1966.

Eén in offergave en overgave.

Pater Marcel +

“GELOFTE VAN TOTALE OVERGAVE EN TROUW
AAN DE BARMHARTIGE LIEFDE VAN JEZUS”

Mijn God, voor U neergeknield,

in tegenwoordigheid van uw lieve Moeder en van het Hemelse Hof,

beloof ik plechtig U trouw te zijn.

Vol vreugde bied ik uw Barmhartige Liefde

mij zelf als zoenoffer aan.

Laat de vlammen van uw heilige

en heiligende liefde mij verteren.

Help mij, want ik ben zo zwak.

Help mij, God, om de belofte

die ik vandaag doe ook te houden

en steeds te uwer beschikking te staan

waar en wanneer Gij me roept.

En mocht het nodig zijn, God,

herinner mij er dan aan,

dat ik opgehouden heb van deze wereld te zijn

om voor nu en altijd één te zijn met U.

Ik schenk U al wat ik bezit

en al wat ik ben.

Heel en al en onherroepelijk

schenk ik U mijn wil.

Laat uw genade me de kracht verlenen om trouw deze gelofte,

die ik vandaag voor U afleg,

gestand te blijven.

Amen.

Maria Middelares en Mede-Verlosseres

moeder maria 2Een kind met een goed karakter houdt van zijn moeder. Een echte christen moet dus wel houden van de H. Maagd, over wie Jezus in de ‘Boodschap’ zegt dat Ze: “Zijn moeder is en de onze.” 3.12.66

In de catechismus leerden we dat Maria de Moeder van God is en dat bijgevolg aan haar goddelijk Moederschap haar andere voorrechten ontspringen: haar Onbevlekte Ontvangenis, haar Opneming ten Hemel. Drie geloofswaarheden, die men niet kan ontkennen, zonder in ketterij te vervallen.

De ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde’ legt speciale nadruk op een titel, die wij graag aan Maria toekennen, en die nog niet vastgelegd werd in een dogma: Maria Medeverlosseres. Doordat Maria actief heeft meegewerkt aan onze verlossing als Medeverlosseres, onze Moeder is geworden, en daardoor Middelares van alle genaden. Zij oefent haar Moederschap uit en komt voor ons op.

Het is dus interessant te bekijken wat de Boodschap ons leert over die moederlijke tussenkomst en wat de Heilige Maagd speciaal van ons, Kleine Zielen, verwacht.

1. Maria is Middelares 

1.1. Middelares naast de Middelaar (Leo XIII)
In de Boodschap leert Jezus ons dat Maria, die Zijn Moeder is en de onze, zo een ‘verbindingsteken’ is tussen Hem en ons, de verbinding tussen de hemel en de aarde; het kanaal waarlangs Zijn genaden stromen.
”Zij is de steunpilaar van mijn Kerk, niets ontsnapt aan haar waakzame blik.” 3.12.66 
“Mijn Heilige Moeder staat tussen Mij en de mensen. Bemin haar en bid tot haar met hart en ziel, want ze is uw Moeder en ze bemint u met een voorliefde. Gedenk steeds, dat zij Mij in uw armen heeft gelegd en dat zij u aan Mij heeft geschonken.” 29.5.66 
”De band tussen hemel en aarde is mijn Moeder.” 16.11.67 
”Ja, Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. Kanaal waarlangs mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit.” 3.12.66 

2. Maria bemiddelt voor ons 

Hierdoor wendt Zij Gods woede van ons af.
”Gelukkig dat mijn Moeder onophoudelijk bidt en bemiddelt voor haar ongelukkige kinderen.” 8.6.66
”Bidt, bidt toch tot mijn Heilige Moeder. Zij alleen heeft de macht om mijn gramschap af te wenden.” 21.9.66
”Vergeefs heb Ik schatten van liefde en barmhartigheid uitgeput om hen tot Mij terug te voeren; mijn gerechtigheid baant zich een weg naar hen doorheen de hindernissen die de mededogende en tedere Maagd haar in de weg legt. Waartoe anders heb Ik u aan haar gegeven, kinderen, dan opdat Zij mijn gerechtigheid zou matigen en mijn arm tegenhouden?” 16.8.72 

Door haar almachtige tussenkomst, verkrijgt Zij voor ons allerlei soorten genaden, vooral voor hen die Haar trouw aanroepen.
“Wenst gij die? Vraag ze. In de handen van mijn goddelijke Moeder zijn er zoveel schatten voor u. Versmaadt ze niet. Komt door haar tot Mij. Ik zal u zo erkentelijk aan mijn Hart ontvangen.” 1.3.67 

Al deze genaden hebben uiteindelijk geen ander doel dan ons naar de Hemel te voeren. Zoals Marguerite het zegt:
“Zij is de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt, het lieflijk licht dat onze weg vol valstrikken verlicht.” 29.9.66 

3. Zij zal Satan overwinnen 

“Mijn Moeder moet Satan overwinnen. En heeft ze haar kinderen niet gezegd altijd te bidden en boete te doen?” 24.8.66 
“Maria, stralende Ster, heersend over al de zielen in de hemel en op aarde. Miskent haar mocht niet, want ze is onmetelijk. Door haar zal de boze geest overwonnen worden.” 3.12.6
“Zij is schrikwekkend voor de vijand.” 3.12.66 

4. Plicht van de Kleine Zielen tegenover Maria 

4.1. Maria vereren
“Vereer mijn Moeder, haar die u met haar liefde vereert.” 11.5.67 

Doen wij dat niet wanneer wij drie maal per dag het Angelus bidden? We zouden blij moeten zijn omdat wij haar zo met de Engel kunnen begroeten en telkens wanneer we een afbeelding van haar zien.

4.2. Mariaverering verspreiden
De Maagd tot Marguerite:
“Wat doet het ertoe, welke middelen men aanwendt om mijn verering te verspreiden en het rijk van mijn goddelijke Zoon uit te breiden.” 6.9.66 

Deze middelen moeten overeenstemmen met de liturgische en canonieke bepalingen van de Kerk, maar kunnen van land tot land verschillen, van de ene geestelijke familie tot de andere. Van al deze middelen prijst de Kerk vooral het Rozenhoedje aan.
Ik vraag de geestelijkheid elke dag een halfuur voor het bidden van het gemeenschappelijk rozenhoedje. De verheven genaden die ze verwerven zullen vergoeden wat sommigen tijdverlies noemen. Denken zij, dat het geen zin heeft mijn lieve Moeder op deze wijze genegenheid te betuigen?” 28.9.66 

4.3. Vurige devotie
De Heer vraagt van allen een echte devotie tot Maria. Maar de Kleine Zielen moeten bijzonder vurig zijn.
”Ik zal geen jota weglaten van de devotie die men aan mijn Heilige Moeder verschuldigd is, zelfs indien daarom het vastgesteld plan tot mislukking gedoemd is. Het valt Mij bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen, hoe bij sommige van mijn kinderen de liefde tot Maria ontbreekt. Denk eraan, dat wie Maria liefheeft ook Mij liefheeft.” 10.10.67 
”Wat wilt gij van uw Kleine Zielen?” vraagt Marguerite aan de Heer.
“Laat hen vol vurige ijver zijn jegens mijn Heilige Moeder en haar in ieder opzicht eer betuigen. Zij is de bron van de Kleine Zielen. In haar straalt de goddelijke liefde.” 22.5.67 

De devotie voor Maria kan geen ‘rozenwaterdevotie’ zijn:
“Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de Liefde: ziedaar wat Ik u opleg. Dezelfde uitnodiging die mijn Moeder herhaalt bij haar bezoeken: ‘Bidt, bidt, doet boete’.” 12.2.67 

Jezus zegent de mensen die zijn Moeder beminnen, maar Hij uit dreigementen aan het adres van hen die haar beledigen.
“Ik vergeef veel fouten, maar zij die mijn Heilige Moeder beledigen zijn reeds veroordeeld.” 33.5.07 

De gelukkige resultaten van de devotie tot Maria kunnen worden samengevat in de steeds intiemere vereniging van de ziel met God. Jezus legt bijzondere nadruk op deze vereniging.
“De wereld moet het bewijs krijgen, dat de ziel in de moeilijkste situaties volkomen één kan en moet zijn met haar Schepper.” 11.5.67 
“Terwijl zij in beslag genomen zijn door hun drukke bezigheden, sta Ik altijd gereed en wacht erop, dat ze zich Mij herinneren.” 10.5.67 

MARIA, VERBINDING TUSSEN HEMEL EN AARDE 

De spiritualiteit van het Legioen Kleine Zielen met als belangrijkste principes nederigheid en eenvoud streeft niets anders na dan voortdurend in contact te blijven met de Heer.
“Blijf voortdurend in contact met God door vaak in vurige verzuchtingen de gedachten tot Hem te verheffen.” 5.12.67 

Deze intieme vereniging kan slechts het werk zijn van de liefde. Laten wij de Maagd Maria als voorbeeld en als gids nemen. Marguerite noemt haar de ‘liefdelerares’ (29.9.66). Ze heeft gelijk. Ook voor de Kleine Zielen zal het een ware vreugde zijn tot haar beste leerlingen te horen. Zij zal hen naar de heiligheid leiden.

En dat is de reden, waarom Onze-Lieve-Heer verlangt dat wij ons inschrijven in deze wonderbaarlijke school en dat wij de lessen volgen van zijn Moeder, die aan ieder van ons zijn aangepast. Zo kunnen wij, zelfs in het meest onopvallende leven, het goddelijk ideaal verwezenlijken dat door Jezus in het Evangelie wordt voorgesteld: “Weest volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is” en waartoe het doopsel ons allen roept. Hij heeft het Legioen Kleine Zielen enkel en alleen uitgevonden om ons met meer zekerheid en zachtmoedigheid te leiden.
“Ik verlang een leger van Kleine Zielen, die zich innig verenigd tussen mijn gerechtigheid en de zondaars zullen opstellen onder de hoede van mijn Koningin-Moeder.” 20.7.64 

Laat ons bidden en handelen opdat dit leger groter zou worden en op zoek zou gaan naar zielen tot meerdere glorie van Jezus en Maria.

DE PLAATS DIE DE HEILIGE MAAGD KRIJGT IN DE BOODSCHAP VAN DE BARMHARTIGE LIEFDE 

De Allerheiligste Maagd is het meest volmaakte en het schoonste van al Gods schepsels, na de menselijke gedaante van Onze Heer Jezus Christus. Zij is voorbestemd om zijn Moeder te worden en daarom ‘vol van genade’, rijk aan alle goddelijke gunsten en oogverblindend van heiligheid.

Zij is de veelgeliefde Dochter van de Vader, Zij heeft zonder tussenkomst van een man, Hem, die de Vader uit een maagdelijke schoot tot leven wekte in alle eeuwigheid, ontvangen en op de wereld gezet. En zoals de byzantijnse ritus het zo goed uitdrukt: “O Onbevlekte, zonder vader zult Gij Hem als mens voortbrengen, Die voor alle eeuwen door de Vader werd verwekt zonder Moeder.”
“Ik ben mens geworden in de maagdelijke schoot van mijn Heilige Moeder.” 12.10.66

‘Moeder van het Mensgeworden Woord’. Op deze grond heeft Maria de schijnbaar paradoxale titel van Moeder Gods verdiend. Deze titel werd haar in 431 door het Concilie van Efeze verleend.

‘Bruid van de Heilige Geest’. Door haar zeer heilige deugd heeft de zeer zuivere Maagd de Zoon van God ontvangen, zonder de minste schending van haar maagdelijkheid.

Zo zien we welke onvoorstelbare relaties de Allerheiligste Maagd heeft aangeknoopt met de Drie goddelijke Personen, voor wie Zij, meer dan eender wie, de zuiverste en schoonste Tempel is geweest. Er is geen enkele heilige ziel in wie de Drievuldigheid in dezelfde mate behagen schiep en evenveel genoegen vond als in de Heilige Maagd.

Onze-Lieve-Heer heeft Haar nauw betrokken bij het werk van onze verlossing. Hij heeft Haar ook op uitzonderlijke wijze laten deelnemen aan zijn Lijden. Het Hart van Maria werd doorboord door het zwaard, zoals Simeon voorspeld had. Dit zwaard moest haar tot de Koningin van de martelaren maken en was de prijs die Zij moest betalen voor haar rol van Medeverlosseres.

Christus had ons kunnen vrijkopen zonder de hulp van zijn Moeder, maar Hij heeft zich heel nauw met haar willen verenigen. Hij, de Schepper en Zij, het schepsel, om ons te doen begrijpen dat wij ook kunnen en moeten meewerken aan de Verlossing, ieder op zijn bescheiden plekje.

1. Haar rol als Middelares 

Door haar absoluut unieke medewerking aan het grootse verlossingswerk, heeft de zeer Heilige Maagd het verdiend om onze Middelares te zijn: deze titel werd haar toegekend door het Tweede Vaticaans Concilie. Hij werd nog niet als dogma afgekondigd, maar we mogen hopen dat dit in de toekomst nog zal gebeuren.

Dit betekent dat de Maagd Maria, die aan de zijde van haar Zoon voor ons de genade van het heil heeft verdiend, van Hem het voorrecht heeft verkregen om diezelfde genaden aan ons uit te delen en om als bemiddelaar op te treden tussen Hem en ons.

“Hij (de Heer) heeft gewild dat alles tot ons zou komen door Maria”, zei de H. Bernardus al. En de H. Louis-Marie de Montfort begint zijn ‘Verhandeling over de ware devotie’ met de volgende zin: “Het is door de Heilige Maagd Maria dat Jezus Christus op de wereld is gekomen en het is ook door Haar dat Hij in de wereld regeert.”

De Boodschap van de Barmhartige Liefde drukt zich hierover uit in zeer duidelijke bewoordingen:
“Ja. Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. 
Kanaal waarlangs mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit. 
Maria, stralende Ster, heersend over al de zielen in de Hemel en op aarde. 
Miskent haar macht niet, want zij is onmetelijk. 
Door haar zal de boze geest overwonnen worden. Bedenkt dan ook hoe belangrijk het gebed tot Maria is. De daden van de mensen hebben grotere waarde wanneer ze verricht worden in haar en door haar. Mijn Hart zindert van vreugde wanneer ze met haar moederlijke handen Mij uw gaven aanbiedt. 
Als ge beter het Hart van uw lieve Moeder kende, zoudt ge mijn liefdegave meer op prijs stellen. Bemint Haar, schenkt haar u zelf.  Het is Mij veel aangenamer u uit haar handen te ontvangen. Kunt ge u voorstellen, dat Ik u zou verstoten wanneer zij Mij hulp en bijstand voor u vraagt? Wat is het bedroevend voor Mij wanneer Ik mijn onbevlekte Moeder zo verwaarloosd zie tot in de kerken toe. Geeft haar weer de verering die haar van rechtswege toekomt. Zij is mijn Moeder en de uwe. Verbindingsteken tussen ons. Ik zal genadig zijn voor degenen die haar oprecht liefhebben, haar die onophoudelijk bidt voor allen. Zij is de steunpilaar van mijn Kerk, niets ontsnapt aan haar waakzame blik.
Zij is schrikwekkend voor de vijand.
Vertrouwt u aan Maria toe.
Zij zal Mij uw noden, uw zorgen en uw vreugden brengen. 
Vertrouwt op haar.
Bemint haar met dezelfde liefde waarmee ge Mij bemint. Ik zal er niet jaloers om zijn”. 3.12.66 

We kunnen deze bladzijde, die aan de oppervlakkige en haastige lezer zal ontsnappen, niet genoeg overwegen.

Maria is Middelares en onze Moeder.
“Voor Mij zijt ge gelijken met dezelfde hoedanigheid, kinderen van éénzelfde Vader en éénzelfde Moeder.” 17.7.68 

Haar bemiddeling is helemaal die van een moeder. En zij oefent haar rol als Moeder juist uit door haar rol van Middelares.

2. Hoe de H. Maagd deze rol vervult.

De Boodschap van de Barmhartige Liefde is rijk aan getuigenissen over de bemiddeling van de H. Maagd. Hier volgen enkele teksten die laten zien hoe Maria deze rol vervult, door de Voorzienigheid beschikt. Eerst zegt Jezus ons in de Boodschap:
“Mijn Moeder moet Satan overwinnen.” 24.8.66

Dit stemt trouwens volmaakt overeen met wat ons in de H. Schrift werd geopenbaard. De ‘Moeder van de Kerk’ kan het werk van haar Zoon niet opgeven en teniet laten gaan.

2.1. Eerst heeft Zij de taak ons naar haar Zoon te brengen door ons van Hem te doen houden. “Bemin mijn goddelijke Zoon,” zegt de Heilige Maagd tot Marguerite. “Dien Hem met hart en ziel.” 31.5.66 
De Boodschapster van haar kant noemt haar “Líefdelerares”. 29.6.66 

Zij is het dus die ons zal leren Jezus te beminnen en die hiertoe voor ons de genade zal verkrijgen:
“Zij is het kanaal van mijn gaven. Allen zullen haar moeten erkennen als Moeder en Raadgeefster. Door haar toedoen ontvang Ik hun gebeden en zal Ik hen verhoren met het oog op hun hoogste goed.” 22.5.67 

2.2. Zij vervult deze rol van Middelares vooral door voor ons te bidden en te bemiddelen:
“Hoelang nog laat ge uw God wachten? Gelukkig dat mijn Moeder onophoudelijk bidt en bemiddelt voor haar ongelukkige kinderen.” 8.6.66 

Zij bidt door haar tranen, zoals Zij aan Marguerite toevertrouwt:
“Ik weende om de gruwelen van de huidige wereld. Ik weende om de ondankbaarheid van mijn kinderen.” A1-1965 

In dit verband denken we aan de tranen van de Maagd in Syracuse en ongetwijfeld ook op andere plaatsen. Zij strekt haar armen uit naar de zondaars om hen te ontvangen van zodra ze berouw krijgen.
“Mijn Moeder strekt vergeefs de armen uit naar de ongelukkige slaven van de zonde.” 14.7.70 
“Vergeefs heb Ik schatten van liefde en barmhartigheid uitgeput om hen tot Mij terug te voeren; mijn gerechtigheid baant zich een weg doorheen de hindernissen die de mededogende en tedere Maagd haar in de weg legt. Waartoe anders heb Ik u aan haar gegeven, kinderen, dan opdat Zij mijn gerechtigheid zou matigen en mijn arm tegenhouden?” 16.8.72 
“De band tussen Hemel en aarde is mijn Moeder.” 16.11.67 

Zoals Marguerite zelf toegeeft:
“De Heilige Maagd is de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt, het lieflijk licht dat onze weg vol valstrikken verlicht.” 29.9.66 

Jezus vraagt van zijn boodschapster een houding vol kinderlijke liefde tegenover haar Moeder:
“Wees vol kinderlijke liefde jegens uw Hemelse Moeder. Zij weze voor u en de andere Kleine Zielen het lichtbaken dat verlicht en naar het hemels geluk leidt.” 9.2.67 

2.3. Meer nog, de Heer stuurt Haar naar ons op aarde om ons aan onze plichten te herinneren, ons geloof nieuw leven in te blazen en de zondaars te helpen om zich te bekeren:
“Altijd weer heb Ik de mensen over mijn liefde gesproken. Kon Ik hun een lieflijker gezante sturen dan mijn Allerheiligste Moeder?” 31.7.66 

Dit is reeds op schitterende wijze gebeurd in het verleden. Denken we alleen al aan de verschijningen van de H. Maagd in de ‘Rue du Bac’, La Salette, Lourdes, Beauraing, Fatima en Banneux. Op deze wijze oefent de Allerheiligste Maagd haar functie en rol van Middelares uit volgens de Boodschap van de Barmhartige Liefde. We zouden deze teksten uit de Boodschap kunnen aanvullen met de titels die de Kerk haar verleent in de litanie van Loreto: Hulp van de christenen, Heil van de zieken, Troosteres van de bedrukten, Toevlucht van de zondaars, enzovoort.

3. Praktische gevolgen voor ons geestelijk leven 

Jezus vraagt ons om ons tegenover Haar als echte kinderen te gedragen en om zo bij te dragen tot de glorie van de H. Maagd.
“Wees vol kinderlijke liefde jegens uw Heilige Moeder. Draag het uwe bij tot haar glorie, volgens uw mogelijkheden.” 9.2.67 

Hiervoor hebben we drie belangrijke middelen: haar beminnen, tot haar bidden en haar verering verspreiden.

3.1. Haar beminnen
Aan het kruis heeft Jezus haar aan ons gegeven als onze Moeder. En een Moeder moeten we wel beminnen.
“Kind, ziedaar uw Moeder. Bemin haar. Ik ga sterven… Zij lijdt. Kijk haar aan. Druk u tegen haar aan. Verwarm haar verkleumd Hart, dat met het vroeger voorspelde zwaard doorboord is. Moeder!…” 24.3.67
“Werp u in de armen van mijn Heilige en Glorierijke Moeder. Daar zult ge Mij vinden.” 12.12.65
“Maria is de zachte Duif van de Heilige Geest. Streef ernaar, haar steeds meer te beminnen.“ 23.5. 67
“Het valt Mij bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen, hoe bij sommigen van mijn kinderen de liefde tot Maria ontbreekt. Denk eraan, dat wie María liefheeft, ook Mij liefheeft.” 
“Ben Ik niet gekneed en gevoed door dit maagdelijk vlees? Kinderen, begon mijn Hart niet te klappen voor u in een echo op het kloppen van haar Hart? Haar “Fiat” heeft de verlossing mogelijk gemaakt. Zij is de eerste die Mij heeft bemind. Niets kan Mij aangenamer zijn dan dat uw hart haar moederlijk Hart vereert. Dit Hart heeft het leven geschonken aan mijn mensheid.” 10.10.67 

Als wij Maria beminnen, zullen wij onze plichten tegenover Haar nooit vergeten.
“Misprijst niet wat van Mij komt en wat Ik u in mijn barmhartigheid zend om u te herinneren aan uw essentiële plichten tegenover Mij en mijn Heilige Moeder.” 24.8.66 

Eén van deze plichten is Haar vereren. Trouwens, iedereen die van Maria houdt, zal dit niet verzuimen.
“Vereer mijn Moeder, haar die u met haar liefde vereert.” 11.5.67 

Anderzijds bedreigt Jezus niet alleen de mensen die weigeren haar te beminnen, maar die zelfs zo ver gaan dat ze haar beledigen:
“Ik vergeef veel fouten, maar zij die mijn Heilige Moeder beledigen zijn reeds veroordeeld.” 23.5.67 

3.2. Tot haar bidden
“Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de Liefde: ziedaar wat Ik u opleg. Dezelfde uitnodiging die mijn Moeder herhaalt bij haar bezoeken: “Bidt, bidt, doet boete.” 12.2.67 

Het vurig en vertrouwvol gebed trekt stromen van genade voor ons aan:
“In de handen van mijn goddelijke Moeder zijn er zoveel schatten voor u. Versmaadt ze met. Komt door haar tot Mij.” 1.3.67 

Het gebed dat haar het meest aangenaam is en dat tegelijkertijd de Heer het meest verheerlijkt, is het rozenhoedje.
“Dat de rozenkrans dagelijks gebeden wordt, is in de huidige tijd noodzakelijk.” 24.8.66
“Ik vraag de geestelijkheid elke dag een halfuur voor het bidden van het gemeenschappelijk rozenhoedje.” 28.9.66 
De Kleine Zielen “zullen zich ertoe verbinden dagelijks met hart en ziel het rozenhoedje te bidden voor de wereldvrede en de vrede van elke ziel in het bijzonder.” 22.5.67 

3.3. Onze-Lieve-Heer legt in de Boodschap erg de nadruk op het gebed tot Maria en Hij noemt het bidden en de verspreiding van het rozenhoedje één van de belangrijkste streefdoelen van het Legioen Kleine Zielen. Jezus verklaart ons plechtig dat de devotie tot de Heilige Maagd niet alleen moet worden onderhouden, maar nog intenser moet worden:
“Ik zal geen jota weglaten van de devotie die men aan mijn Heilige Moeder verschuldigd is, zelfs indien daarom het vastgestelde plan tot mislukken gedoemd is.” 10.10.67 
“De devotie voor Maria moet versterkt worden, Zij alleen is in staat om mijn toorn te bedwingen.” 23.5.67 

De Boodschap kent de devotie tot Maria dus geen onbelangrijke plaats toe, integendeel, zij staat erop dat we haar tot het belangrijkste onderdeel van ons geestelijk leven zouden maken. Het Legioen Kleine Zielen hecht er bijgevolg zeker zoveel belang aan, als aan eender welke andere mariale beweging. Met dit verschil, dat zij zich ondergeschikt maakt aan de devotie tot de Liefde van het Barmhartige Hart van Jezus. Daarom moeten wij steeds ervoor zorgen… de twee Harten te verenigen:
“Op uw embleem, lieve kinderen, de Allerheiligste Harten van Jezus en Maria.” 14.8.66 

Hier is een rol weggelegd voor de Kleine Zielen:
“Laat hen vol vurige ijver zijn jegens mijn Heilige Moeder en haar in ieder opzicht eer betuigen. Zij is de bron van de Kleine Zielen. In haar straalt de goddelijke Liefde.” 22.5.67 
“Geloof dat de Kleine Zielen, geleid door mijn zoete Moeder, het vermogen (hebben) de gang van zaken te veranderen.” 21.11.66 
“Ik verlang een leger Kleine Zielen, die zich innig verenigd tussen mijn gerechtigheid en de zondaars zullen opstellen onder de hoede van mijn Koningin-Moeder.” 20.7.67 

We besluiten met het gebed van Marguerite tot Maria:
“O Onbevlekte Moeder, red door uw machtige tussenkomst het erfdeel van uw Welbeminde Zoon. Arme zondaars, die niet willen gered worden! Maar als Gij het wilt in hun plaats, zal Gods gerechtigheid overwonnen worden. Want wie kan uw machtige invloed op zijn Heilig Hart ontkennen? Moeder van de Schone Liefde, red ons. Uw moederhart trilt van smart bij het aanschouwen van zoveel eerloosheid. Mocht het in zich de woorden vinden, die de zeer heilige en voortdurend werkzame Gerechtigheid verzoenen. En de oneindige Barmhartigheid zal de wanden van deze helse tijd met zoveel liefde verzorgen, dat ze de zielen zal vernieuwen door hen tot liefde te wekken, een leven van rechtvaardigheid en naastenliefde… Smartvol en Onbevlekt Hart van Maria, red ons… O Maria! Kom!” 22.9.68 

MARIA IN DE BOODSCHAP

“Ik zal geen jota weglaten van de devotie die men aan mijn Heilige Moeder verschuldigd is, zelfs indien daarom het vastgestelde plan tot mislukken gedoemd is. Het valt Mij bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen, hoe bij sommigen van mijn kinderen de liefde tot Maria ontbreekt. Denk eraan, want wie Maria liefheeft ook Mij liefheeft. Ben Ik niet gekneed en gevoed door dit maagdelijk vlees? Haar ‘fiat’ heeft de verlossing mogelijk gemaakt. Zij is de eerste die Mij heeft bemind. Niets kan Mij aangenamer zijn dan dat uw hart haar moederlijk hart vereert. Dit Hart heeft het leven geschonken aan mijn mensheid.” 10.10.67


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 71-80.

De heilige, katholieke en universele Kerk

cropped-kapel-barmhartige-liefde-a h


DE HEILIGE KERK

“Ik ben een dochter van de Kerk”, zei de heilige Teresia van Avila. Een uitspraak die Marguerite graag tot de hare zou hebben gemaakt, met de vurigheid die haar zo eigen is. In de Boodschap geeft Jezus haar een gelijkaardige titel: ”Ge zijt kind van God en van de heilige Kerk.” B10 
Het is immers ondenkbaar, dat Jezus zou zwijgen over een onderwerp dat zo belangrijk is, omdat de Boodschap toch bestemd is om in heel de Kerk verspreid te worden. De Boodschap moet zelfs op de Kerk steunen om de niet-katholieken en niet-gelovigen te bereiken. Het Dagboek van Marguerite is geen theologische verhandeling. Het moet wel spreken over dit onderwerp dat zo belangrijk is, dat het niemand van ons onverschillig mag laten. Het benadrukt de belangrijkste voorrechten van de Kerk, beschrijft de huidige situatie, stelt ons gerust door het feit dat Christus over haar waakt en spreekt over de rol van de Kleine Zielen alsook die van Marguerite zelf.

1.De voorrechten van de Kerk 

1.1. De Kerk is heilig en universeel, gebouwd op de rotsen, en dus onverwoestbaar.
“De Kerk is heilig en algemeen. Haar grondvesten zijn onwankelbaar.” 22.4.68
”Ze heilig is en soeverein en niet mag ten onder gaan.” 22.4.68
“Ziet ge die kleine vlam? Dat is de Kerk. Ze flikkert, ze is haar levenseinde nabij. Vrees niet, kind, Ik ben er nog en mijn Kerk zal niet ten onder gaan.” 11.5.72 

1.2. Haar kracht komt vooral van haar goddelijke Stichter en van de Vrouw die Hij haar tot Moeder heeft gegeven.
”Mijn Onbevlekte Moeder… Zij is de steunpilaar van mijn Kerk, niets ontsnapt aan haar waakzame blik.” 2.12.66 
”De kracht van mijn Kerk en haar goddelijk kindschap bestaan in het beoefenen van de kleinheid, de nederigheid en de naastenliefde.” 25.4.67
Hierdoor is zij één met Jezus, zachtmoedig en nederig van hart en getuigt zij van haar goddelijke oorsprong.

1.3. Haar levenskracht blijkt uit de vruchten van heiligheid die zij steeds kan voortbrengen.
“Want al is het zo, dat mijn Kerk vruchten van heiligheid bezit die te allen tijde van kwaad gevrijwaard zijn gebleven, dan moet zij er toch ook hebben, die met de diepste menselijke ellende hebben kennis gemaakt. En deze zielen zijn de geliefde kinderen van mijn barmhartigheid.” 11.3.67. 

1.4. Twee eigenschappen van de Kerk werden reeds eerder vermeld: zij is katholiek en universeel. De Boodschap verwijst ook naar haar eenheid, wanneer zij spreekt over de toenadering onder de volkeren.
“De toenadering onder de volkeren is wenselijk voor zover deze niet tornt aan de grondwaarheden van de Kerk.” 10.10.67

2.De huidige toestand van de Kerk 

2.1. De Kerk is ongelukkig.
“Het gebed en het offer zijn bijzonder werkzame remedies om het kwaad dat mijn huis bezwaart te overwinnen.” 11.7.68 

2.2. Zij wordt vervolgd.
“Bid en draag offers op voor de afgedwaalden, die vervolgers van mijn Kerk.” 24.5.67 

2.3. Zij lijdt.
“Bidt voor de Kerk die heden barensweeën doormaakt, bidt ervoor, dat uit haar schoot vruchten van mijn barmhartigheid voortkomen.” 11.7.68. 

2.4. Zij wordt tegengesproken.
”Tegenspraak past niet bij een kind van God en van de Kerk. Ze is eigen aan de opstandige engelen. En wat is er van hen geworden?” 13.2.69. 

2.5. Sommige van haar leden zijn ontrouw.
”De dwaling en de ontrouw van sommige leden van de Heilige Kerk kan het stempel niet uitwissen waarmee de Heer hun ziel gemerkt heeft.” 2.5.71 
“Ze gaan een weg op, die onverenigbaar is met de gezonde leer van de Kerk.” 5.6.67 

2.6. De Kerk moet rechtzetten wat verkeerd is.
”De Kerk moet al wat verkeerd is rechtzetten en het niet verontschuldigen door het te veronachtzamen of eraan voorbij te zien. Ik heb beloofd haar te beschermen, maar Ik heb de medewerking nodig van hen die tegenover Mij verantwoordelijk zijn voor haar bestaan in deze ontwrichte Wereld.” 21.6.67 
”De verhouding van de Kerk tegenover God, tegenover de wereld dient opgehelderd. De troebele elementen die tweedracht zaaien verwijderen.” 13.2.69 

3.De Redder waakt 

3.1. Hij zal haar redden.
“Ik zal mijn Kerk redden en ze behoeden voor het ontaard geloof van de afgedwaalden.” 17.5.67

3.2. Hij zal haar beschermen tegen haar vijanden
”Maar Ik zal mijn Kerk beschermen tegen haar vijanden omdat ze heilig is en soeverein en niet mag ten onder gaan.” 22.4.68 

3.3. De Kerk zal triomferen
“De Kerk zal triomfantelijk uit de strijd komen die haar zonen tegenover haar zonen plaatst.” 25.9.68

4. Taak en rol van de kleine zielen 

4.1. De hiërarchische overheid eerbiedigen.
“Kinderen, eerbiedigt het wettig gezag van de Kerk, maar wat ge kunt doen zonder daarin te kort te komen, doet dat.” 30.10.66

4.2. Bidden – zichzelf verloochenen
”Het gebed en het offer zijn bijzonder werkzame remedies om het kwaad dat mijn huis bezwaart te overwinnen.” 11.7.68
”Tegen de ketterij is er maar één remedie: gebed en boete.” 24.5.67
“Bid en draag offers op voor de afgedwaalden, die vervolgers van mijn Kerk.“ 24.5.67
”Elk vurig gebed voor de Kerk vermindert de kracht van haar vijanden en kan hun zelfs de macht ontnemen om haar te schaden.” 11.7.68 
“Bid en spoor aan tot bidden voor de Kerk en voor de verraders van het Geloof. Bid voor de afgedwaalden. Bid wegens het gebrek aan eerbied in de kerken.” 20.11.70 

Merk op met hoeveel aandrang Jezus vraagt te bidden om Hem te helpen de situatie recht te trekken. Vooral het rozenhoedje is doeltreffend. Het dagelijkse rozenhoedje en de verspreiding ervan zijn dan ook opgenomen in de dagtaak van de Kleine Ziel.
”Het rozenhoedje verspreiden: daarmee zullen talrijke genaden verworven worden voor de Kerk en voor de priesters.” 5.12.67 

4.3. Strijden – Boete doen
”Men moet niet strijden tegen het kerkelijk gezag, maar voor en met de Kerk.” 16.12.66
”Wat zal de overwinning kosten? 
De prijs zal hoog zijn. 
Hij kan echter verminderd worden door de boete en het vurig gebed van de kleine zielen.” 7.3.69. 

5.De rol van Marguerite 

IMG_20130406_0006De Kleine Zielen hebben dus hun plaats in de Kerk en zij krijgen een welomschreven taak te vervullen. Marguerite, door het Barmhartige Hart van Jezus aan het hoofd van het legioen geplaatst, heeft dan ook een duidelijke, precies omschreven functie in de crisis die de Kerk momenteel doormaakt.
“Hoe nederiger en kleiner het instrument, des te belangrijker het is voor de Kerk.” 
Haar Meester zegt de volgende woorden tot de Boodschapster: “Gij zijt het, die Ik heb uitverkoren.” A25 

Marguerite erkent dat zij klein is en wil zich volledig wegcijferen. Zij moest zo wel zijn om deze mooie zending te aanvaarden en te volbrengen. Deze opdracht zou een minder nederig persoon naar het hoofd kunnen stijgen of hem integendeel ontmoedigen. Haar nederigheid maakt haar geschikt om onze aanvoerster te zijn op de weg van de evangelische kleinheid. Laten we haar met liefdevolle erkentelijkheid bejegenen, om te weten of wij leven zoals de Heer het van ons verwacht.

Iedere Kleine Ziel heeft een welbepaalde plaats in de Heilige Kerk, mystiek Lichaam van Christus. Jeanne d’Arc, de ongeletterde theologe zei: “Ik ben van mening dat Jezus Christus en zijn Kerk één zijn.”

Wanneer wij de kleinheid goed begrijpen, met vreugde nastreven en beminnen, kan zij geen belemmering vormen voor de grote rol die ieder van ons is toebedeeld in de Kerk, integendeel! De prachtige vergelijking van de “mystieke wijnstok” kan alle twijfels wegnemen: de kleinste ranken kunnen zonder te breken de mooiste druiven dragen door een mysterieuze kracht die niets anders is dan de genade.

Zo kan elke Kleine Ziel, hoe bescheiden ook, in de Kerk bijdragen tot de glorie van haar goddelijke Meester, de Heer Jezus Christus.


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 53-55.