Het Kruis, openbaring van Gods Liefde

Door J. De Coster

heilig KruisZolang de wereld niet tot inkeer komt, zal het lijden voortduren. In dit lijden is het Kruis aanwezig, het Kruis van de Verlosser, die wil dat allen gered worden.

Op 2 januari 1993 beschrijft Marguerite hoe ze een bijzondere genade ontving:

“Plots heb ik begrepen (innerlijk visioen) dat het Kruis dat ik al jaren vereerde, een andere betekenis kreeg, die ik voordien niet had begrepen. Het was een vreselijke werkelijkheid. Op dit ogenblik is mijn hart in diepe ontroering tot inzicht gekomen. Ik zie Jezus in de Hof van Olijven. Waarom dit bloedzweet? Men zou zich kunnen afvragen hoe en waarom de God-Mens zoveel angst heeft doorstaan.

De genade die mij woensdag tijdens de Mis werd gegeven, heeft mijn ziel ondergedompeld in het grote Mysterie van Jezus’ Kruisdood. Toen heb ik geweend. Mijn hart heeft geweend. Niet het Kruis zelf was voor Jezus angstaanjagend.

Hij heeft zichzelf gezien, uitgestrekt op dit hout, maar Hij was bekwaam om dit martelaarschap onder ogen te zien, zonder bloed te zweten… nu echter weet ik het. En het is verschrikkelijk. Het is daarom dat ik wil dat de zielen zich bewust zijn wat het Kruis betekende voor Jezus. Het echte lijden, datgene waarvoor ik op mijn knieën val, het waren 2000 jaren – en zelfs meer – van zonden die vastgehecht waren aan dat Kruis. Die zondenlast moest Hij voortslepen tot op Golgotha en die maakte het Kruis ondraaglijk voor onze Heiland.

2000 jaren van heiligschennissen, van zonden, de ene al verschrikkelijker dan de andere. 2000 jaren van zonden hebben het Kruis mateloos verzwaard.

Hij wist het! Tegen die prijs heeft het Lam Gods de zonden van de wereld willen uitwissen. Het zo vreselijke Kruis. Zo hard voor zijn lichaam dat door slagen was gekwetst, was nochtans niet het ergste. De doodsstrijd van zijn ziel was het visioen (van die massa vreselijke zonden). Dit visioen was verantwoordelijk voor het bloedzweet in de Hof van Olijven. Dit visioen heeft Hem niet meer losgelaten tijdens zijn Passie tot aan de laatste kreet tot zijn Vader!

Wij allen, hier op aarde, zijn verantwoordelijk voor deze Calvarië. Het zijn onze zonden – die nog steeds bedreven worden – die maken dat de Liefde nog steeds gekruisigd is.

De Liefde! Tot op vandaag heeft ze slechts wreed onbegrip ontmoet vanwege de kinderen, hoewel de Liefde hen nog steeds wil redden. Ook op onze dagen strekt het Kruis zijn armen uit over de hele mensheid, die absoluut moet begrijpen dat haar verlossing ligt in het berouw over haar fouten. Het Kruis is aanwezig in elke ziel; in het lijden van een wereld die haar God niet erkent.

O arme wereld! Hadt u maar enig besef! Ooit zult u roepen: Abba, Vader, kom ons redden! Er zal een zuiverende kruisiging moeten komen, alvorens de mensen eindelijk een tijdperk zullen kennen van voorspoed, geluk en vrede. Men moet begrijpen dat het Kruis van Jezus in het hart van de mensen geplant blijft en dat het eenieder pijn doet. Maar Jezus heeft geleden door ons lijden, vermeerderd met het lijden van de Kruisdood.

Dit alles heb ik u gezegd onder ingeving van de Heilige Geest, opdat ge zoudt begrijpen hoe levensnoodzakelijk het is voor onze zielen om elke dag een beetje beter te worden. Met Gods hulp is dit mogelijk. Dan zal het Kruis zich zachtjes uit ons hart verwijderen, zonder al te veel pijn te doen.”

Jezus: “Als de wereld aanvaardt wat ik haar voorstel (bekering), zal zij gered worden.” 
Marguerite: “Helaas, Heer! Wanneer zal dit mirakel geschieden?”
En Jezus antwoordt: “Wanneer de mensen wijs genoeg zullen zijn zal Ik niet meer lijden in hen.”

Deze aangrijpende teksten dwingen ons tot bezinning en overweging. Ze zetten ons aan om dieper te gaan nadenken over het hoe en waarom van ons leven en van heel het wereldgebeuren tot op vandaag. In die geest volgen hier enkele beschouwingen.

Zijn Uur

Het allerbelangrijkste feit uit de hele wereldgeschiedenis is de Menswording, het leven, dood en verrijzenis van Jezus. De Zoon van God is tot ons gekomen om allen te redden.

Heel zijn leven heeft Jezus zich ingezet voor dit ultieme moment, voor ‘Zijn Uur’: Zijn Lijden en Kruisdood. Dit is en blijft het sublieme hoogtepunt van Gods Liefde, die zichzelf totaal opoffert tot verzoening van al het kwaad dat door de mensen vanaf het begin en tot het einde van de wereld wordt bedreven. In de hof van Olijven zweette Hij bloed, overweldigd door die onmetelijke massa van vreselijke zonden, voor alle zonden, ook voor mijn zonden.

Voor allen die tot inkeer komen, wordt alles hersteld. De open armen van het Kruis zijn de open armen van Gods Liefde die zijn verdwaasde kinderen wil omhelzen en aan zijn Hart drukken. ‘Komt allen tot Mij die belast en beladen zijt’. Alleen God kan redden.

De engel van Fatima: verwijzing naar het Kruisoffer

De engelen zijn gezanten van God. Wanneer engelen ons iets komen leren, geven zij ons aanwijzingen volgens het inzicht van God zelf. Het gaat altijd om essentiële zaken.

In Fatima verschijnt de engel om aan de kinderen en ook aan ons goddelijke instructies te geven. Bij de eerste verschijning zegt hij: « Vreest niet. Ik ben de vredesengel. Bidt met Mij» Dan knielt hij neer en leert de kinderen bidden: ‘Mijn God, ik geloof in U, ik aanbid U. Ik hoop op U en bemin U. Ik vraag U vergiffenis voor hen die niet geloven, U niet aanbidden, niet hopen en U niet beminnen.’

Bij een volgende verschijning zegt hij: ‘Bidt, bidt veel… Breng God steeds gebeden en offers. Jullie kunt, als je wilt, het doen in allerlei dingen. Wijdt ze aan God tot herstel van de zonden die Hem beledigen en om de bekering der zondaars te vragen. Tracht op deze wijze de vrede over je land te brengen. Aanvaardt en draagt vooral met onderwerping het lijden dat God jullie zal zenden.’

De derde verschijning gebeurt twee maanden later.  Deze keer zagen de herdertjes de engel die een kelk in de handen hield. De Heilige Hostie bevond zich boven de kelk; er stroomden druppels bloed uit. De engel knielde, terwijl de kelk omhoog bleef hangen. Dan richtte hij zich tot de kinderen en liet hen driemaal herhalen: ‘Allerheiligste Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik aanbid U en draag U op het heilige, kostbare Lichaam, Bloed, Ziel en Godheid van Onze Heer Jezus Christus, aanwezig in alle tabernakels van de wereld, tot herstel van alle hoon, waardoor Hij gekwetst wordt. Omwille van de oneindige verdiensten van zijn Heilig Hart en op voorspraak van het Onbevlekt Hart van Maria, vraag ik U de bekering van de arme zondaars.’ Na deze woorden gaf de engel de Heilige Communie aan de kinderen en verliet hen.

Uit het relaas van de verschijningen van de engel blijkt dat Jezus’ ‘Uur’ de eerste plaats krijgt. Concrete punten krijgen speciale aandacht. Houden wij daar rekening mee?
– Gebed en offers, ook door kinderen. Worden onze kinderen nog opgevoed in die zin? Geven wij het voorbeeld?
– De onverbrekelijke band tussen de Heilige Eucharistie en het Kruisoffer van Jezus. De Eucharistie mag niet herleid worden tot een tafelceremonie.
– Het grote doel van Jezus’ Levensoffer is bekering en redding van de zondaars. Jezus mag niet worden herleid tot sociaal voelende vrijheidsstrijder. Hij zegt wel: bemint elkander, zoals lk u bemind heb.
– Gods oproep om één met Jezus offers te brengen voor het grote doel: opdat allen één worden in geloof, hoop en vooral in liefde. Vrede met God verzekert ook vrede in de wereld, maar vooral eeuwig heil en geluk voor allen die van goede wil zijn.
– De engel leert de kinderen knielen voor de Eucharistie. Hijzelf knielt. Een les voor onze tijd waar het knielen in de verdrukking kwam. Wanneer komt er eerherstel?

Het Kruis van Jezus: onze inspiratiebron

Jezus heeft gekozen voor het kruis. Zijn Kruis is de hoogste liefde. Zijn ook wij bereid ons kruis op te nemen? Tot waar reikt onze liefde? Onze naastenliefde? Onze liefde tot God?

Het Kruis is de Wil van God. Hoogste wijsheid, die velen ergert. Zijn wij bereid om te leven volgens de Wil van God?  Het Kruis kan ons leren tot wat onze liefde in staat moet zijn. Er is werk aan de winkel! Het is een weldaad voor de ziel als men neerknielt voor het Kruis. Aanbidding van Gods eindeloze liefde. Het is de kortste weg naar bezinning, berouw en verzoening.

Het Kruis overwint onze hoogmoed. Kniel neer in deemoed. Het Kruis verdrijft onze dwaze genotzucht en de streling van de zinnen. Het naakte Kruis verwijdert onze drang naar bezit, praal en macht. In het licht van het Kruis verdwijnt elke haat, wrok en nijd. Het is een grote weldaad voor de ziel als men neerknielt voor het Kruis. ‘Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden’ (Mt. 10,38-39).

Het Leven vinden: roeping van de kinderen van God. Leven met Hem en in Hem: goddelijke Liefde die alles omvat. Nu en eeuwig Leven in God! Want na de Kruisdood volgen de Verrijzenis en de Hemel.

In de Boodschap reikt Jezus ons goddelijke instructies aan. Als Kleine Ziel zal ieder van ons er een erezaak van maken om daar de ‘wil van God’ in te erkennen. Span u in. Pleeg geen vaandelvlucht. Wees één met Jezus.

‘Iedere dag moet ge een deeltje van het Kruis aanvaarden. Dit is zeer voedzaam voor de ziel die streeft naar Mij’ (2-3-1992).
 ‘Kruisigt uw ‘ik’ en ge zult u bij Mij voegen in mijn verlossing’ (23-10-1991). 
‘Als het Kruis onvermijdelijk is, dan is het om de volmaaktheid van de Liefde beter te leren kennen door het met Mij te delen. Wees ervan overtuigd: Ik zal u niet meer vragen dan ge Mij kunt geven.’ (3-11-1991). 
‘Het Kruis doet altijd pijn. Maar als ge wilt zal het lichter zijn. Omhels het uit liefde tot Mij. Wees sterk in mijn Vrede‘ (31-10-1966). 
‘De verlossing is geschied door het Kruis. De wereld zal gered worden door het Kruis.’ (31-5-1967). 
‘Onderzoekt of ge geneigd zijt uit liefde tot Mij norsheid, spotternij, misprijzen, onbegrip en vervolging te doorstaan. Zo ja, dan bevindt ge u op de heilige en glorierijke weg van de ware liefde.’ (20-2-1967). 

Een toemaatje

‘Het Kruis heeft de wereld gered, nu 2000 jaar geleden. Het zal altijd rechtop blijven staan tot aan het einde der tijden. Gelukkig maar, want wee de mensen indien ze het de rug zouden toekeren. Inderdaad, de schaduw van mijn Kruis zal de mensheid altijd overdekken; hierdoor zal ze gered worden. Ik, God, slachtoffer zonder vlek, heb het Kruis gedragen. Weigert niet het een beetje samen met Mij te dragen. Ik roep u allen op tot de liefde voor het Kruis. Het is een getuigenis van liefde. Weest medeverlossers met Mij! Moge de Liefde komen. Moge het Kruis worden opgericht en dat liefde-kruisen zich naar de Hemel verheffen, in eenheid met het Mijne. Dan zal de wereld gered zijn. Want de mens zal pas dan de zin van de Verlossing, haar prijs en haar waarde echt begrijpen.  Ja, mocht de liefde tot het Kruis komen, de aanvaarding ervan en de offergave. Dan zal de wereld haar evenwicht terugvinden. Kinderen, houdt steeds het Kruis voor ogen, geen dof en triestig kruis, maar een stralend en glorierijk Kruis. Zie, in deze tijd zal mijn Kruis schitteren in het licht van de Heilige Geest. Mijn Kruis is onmetelijk. Het rijst op over het heelal. Kijk op naar mijn Kruis, het is zegevierend. Weest vol overgave, heft uw hoofden omhoog, richt uw ogen naar de Hemel! De duistere zijde van het Kruis heb Ik genomen; aan u geef Ik de andere zijde, de kant die vol glorie en schittering is. Komt en neemt uw toevlucht onder Mijn glorierijk Kruis.’

En even verder krijgen we een heerlijke les van liefde.

‘Luistert aandachtig. Tracht te begrijpen en mediteert mijn onderricht. Het Evangelie is de openbaring van de Liefde. Het Kruis is de voltooiing van de Liefde. Het Evangelie en het Kruis: onderrichting en daad. Het woord en de realisering. Het Evangelie openbaart en verheldert de daad van het Kruis. Het Evangelie toont u het Kruis en zet u aan om het te beminnen. Het Evangelie bereidt voor en leidt u binnen in het grote mysterie van de Verlossing. Het Evangelie volgen is het Kruis volgen. Het Kruis staat op het einde van de weg van licht. Men moet naar het Kruis toegaan om te leven, om te verrijzen. Want het Kruis is het teken van leven en verrijzenis. Het Kruis heeft de dood overwonnen! Kijkt op naar mijn Kruis! Het is de weerspiegeling van mijn Hart. En kijkt op naar mijn Hart, dat weerspiegeld wordt op mijn Kruis. Het is het teken van de liefde. Het getuigenis van de Liefde. Verlangen jullie tekens van mijn Liefde? Maar jullie hebben het ‘teken’ van het Kruis! 0, mensen! Laat uw geest daarvan doordrongen geraken als uw ogen zich naar het Kruis richten. Ja, het Kruis moet u doen denken aan de Liefde. Het moet liefde opwekken in uw harten.’ 

Besluit

Goede vrienden Kleine Zielen, laten we dankbaar die hoopvolle teksten in ons hart ontvangen en overwegen. Laat ons samen verheugd zijn om de grote belofte van God: Jezus’ Kruis opent voor allen de poort van de Verrijzenis en het volle Leven. Dit is leven in de heerlijkheid van de Liefde van Vader, Zoon en Heilige Geest!

Christus vincit, Christus imperat! Christus zal overwinnen. Christus zal heersen! Weest vol overgave, heft uw hoofden omhoog, richt uw ogen naar de Hemel! Laten we zo leven, elke dag, ieder uur. Met Hem, in Hem, samen met Maria, onze Moeder. In de grote gemeenschap van allen die in Gods liefde leven.

Uit; Het Legioen Kleine Zielen, Tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen van Het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever G. de Winter, Deurne, 31ste Jaargang, Nr. 1, Maart 2003, blz. 12-18.


Gelofte van overgave door Marguerite op 16 juli 1966 O.L.Vrouw v.d. Berg Carmel

image mZaterdag, 16 juli 2016, vieren we Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Carmel.

Er is geen enkele Kleine Ziel die niet weet dat het de dag is die uitverkoren werd door Marguerite om “de gelofte van totale overgave en trouw aan de barmhartige liefde van Jezus af te leggen”.

Velen onder ons, ik weet het, maken er een zachte verplichting van hun eigen offergave opnieuw uit te spreken op de 16de juli van elk jaar. Het is wat we sinds altijd doen in de Kapel van de Barmhartige Liefde met de enkele bevoorrechten die er kunnen komen.

Dit jaar is het een verjaardag. Inderdaad, de eerste keer dat Marguerite haar GELOFTE VAN OVERGAVE aflegde was op 16 juli 1966. Dit is dus 50 jaar geleden! We vieren dus de gouden bruiloft.

Ik nodig van harte elke Kleine Ziel uit om deze gelofte van Overgave te hernieuwen, waar ze zich bevindt, alleen of met andere Kleine Zielen, in een “totale en blijde offergave”.

Om ons hierop voor te bereiden, hebben we reeds vóór het altaar van de Kapel van de Barmhartige Liefde het icoon van Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Carmel uitgestald.

Ik beveel u ten zeerste aan trouw te blijven aan de tekst zelf die door onze zeer geliefde stichtster gebruikt werd op 16 juli 1966.

Eén in offergave en overgave.

Pater Marcel +

“GELOFTE VAN TOTALE OVERGAVE EN TROUW
AAN DE BARMHARTIGE LIEFDE VAN JEZUS”

Mijn God, voor U neergeknield,

in tegenwoordigheid van uw lieve Moeder en van het Hemelse Hof,

beloof ik plechtig U trouw te zijn.

Vol vreugde bied ik uw Barmhartige Liefde

mij zelf als zoenoffer aan.

Laat de vlammen van uw heilige

en heiligende liefde mij verteren.

Help mij, want ik ben zo zwak.

Help mij, God, om de belofte

die ik vandaag doe ook te houden

en steeds te uwer beschikking te staan

waar en wanneer Gij me roept.

En mocht het nodig zijn, God,

herinner mij er dan aan,

dat ik opgehouden heb van deze wereld te zijn

om voor nu en altijd één te zijn met U.

Ik schenk U al wat ik bezit

en al wat ik ben.

Heel en al en onherroepelijk

schenk ik U mijn wil.

Laat uw genade me de kracht verlenen om trouw deze gelofte,

die ik vandaag voor U afleg,

gestand te blijven.

Amen.

Maria Middelares en Mede-Verlosseres

moeder maria 2Een kind met een goed karakter houdt van zijn moeder. Een echte christen moet dus wel houden van de H. Maagd, over wie Jezus in de ‘Boodschap’ zegt dat Ze: “Zijn moeder is en de onze.” 3.12.66

In de catechismus leerden we dat Maria de Moeder van God is en dat bijgevolg aan haar goddelijk Moederschap haar andere voorrechten ontspringen: haar Onbevlekte Ontvangenis, haar Opneming ten Hemel. Drie geloofswaarheden, die men niet kan ontkennen, zonder in ketterij te vervallen.

De ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde’ legt speciale nadruk op een titel, die wij graag aan Maria toekennen, en die nog niet vastgelegd werd in een dogma: Maria Medeverlosseres. Doordat Maria actief heeft meegewerkt aan onze verlossing als Medeverlosseres, onze Moeder is geworden, en daardoor Middelares van alle genaden. Zij oefent haar Moederschap uit en komt voor ons op.

Het is dus interessant te bekijken wat de Boodschap ons leert over die moederlijke tussenkomst en wat de Heilige Maagd speciaal van ons, Kleine Zielen, verwacht.

1. Maria is Middelares 

1.1. Middelares naast de Middelaar (Leo XIII)
In de Boodschap leert Jezus ons dat Maria, die Zijn Moeder is en de onze, zo een ‘verbindingsteken’ is tussen Hem en ons, de verbinding tussen de hemel en de aarde; het kanaal waarlangs Zijn genaden stromen.
”Zij is de steunpilaar van mijn Kerk, niets ontsnapt aan haar waakzame blik.” 3.12.66 
“Mijn Heilige Moeder staat tussen Mij en de mensen. Bemin haar en bid tot haar met hart en ziel, want ze is uw Moeder en ze bemint u met een voorliefde. Gedenk steeds, dat zij Mij in uw armen heeft gelegd en dat zij u aan Mij heeft geschonken.” 29.5.66 
”De band tussen hemel en aarde is mijn Moeder.” 16.11.67 
”Ja, Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. Kanaal waarlangs mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit.” 3.12.66 

2. Maria bemiddelt voor ons 

Hierdoor wendt Zij Gods woede van ons af.
”Gelukkig dat mijn Moeder onophoudelijk bidt en bemiddelt voor haar ongelukkige kinderen.” 8.6.66
”Bidt, bidt toch tot mijn Heilige Moeder. Zij alleen heeft de macht om mijn gramschap af te wenden.” 21.9.66
”Vergeefs heb Ik schatten van liefde en barmhartigheid uitgeput om hen tot Mij terug te voeren; mijn gerechtigheid baant zich een weg naar hen doorheen de hindernissen die de mededogende en tedere Maagd haar in de weg legt. Waartoe anders heb Ik u aan haar gegeven, kinderen, dan opdat Zij mijn gerechtigheid zou matigen en mijn arm tegenhouden?” 16.8.72 

Door haar almachtige tussenkomst, verkrijgt Zij voor ons allerlei soorten genaden, vooral voor hen die Haar trouw aanroepen.
“Wenst gij die? Vraag ze. In de handen van mijn goddelijke Moeder zijn er zoveel schatten voor u. Versmaadt ze niet. Komt door haar tot Mij. Ik zal u zo erkentelijk aan mijn Hart ontvangen.” 1.3.67 

Al deze genaden hebben uiteindelijk geen ander doel dan ons naar de Hemel te voeren. Zoals Marguerite het zegt:
“Zij is de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt, het lieflijk licht dat onze weg vol valstrikken verlicht.” 29.9.66 

3. Zij zal Satan overwinnen 

“Mijn Moeder moet Satan overwinnen. En heeft ze haar kinderen niet gezegd altijd te bidden en boete te doen?” 24.8.66 
“Maria, stralende Ster, heersend over al de zielen in de hemel en op aarde. Miskent haar mocht niet, want ze is onmetelijk. Door haar zal de boze geest overwonnen worden.” 3.12.6
“Zij is schrikwekkend voor de vijand.” 3.12.66 

4. Plicht van de Kleine Zielen tegenover Maria 

4.1. Maria vereren
“Vereer mijn Moeder, haar die u met haar liefde vereert.” 11.5.67 

Doen wij dat niet wanneer wij drie maal per dag het Angelus bidden? We zouden blij moeten zijn omdat wij haar zo met de Engel kunnen begroeten en telkens wanneer we een afbeelding van haar zien.

4.2. Mariaverering verspreiden
De Maagd tot Marguerite:
“Wat doet het ertoe, welke middelen men aanwendt om mijn verering te verspreiden en het rijk van mijn goddelijke Zoon uit te breiden.” 6.9.66 

Deze middelen moeten overeenstemmen met de liturgische en canonieke bepalingen van de Kerk, maar kunnen van land tot land verschillen, van de ene geestelijke familie tot de andere. Van al deze middelen prijst de Kerk vooral het Rozenhoedje aan.
Ik vraag de geestelijkheid elke dag een halfuur voor het bidden van het gemeenschappelijk rozenhoedje. De verheven genaden die ze verwerven zullen vergoeden wat sommigen tijdverlies noemen. Denken zij, dat het geen zin heeft mijn lieve Moeder op deze wijze genegenheid te betuigen?” 28.9.66 

4.3. Vurige devotie
De Heer vraagt van allen een echte devotie tot Maria. Maar de Kleine Zielen moeten bijzonder vurig zijn.
”Ik zal geen jota weglaten van de devotie die men aan mijn Heilige Moeder verschuldigd is, zelfs indien daarom het vastgesteld plan tot mislukking gedoemd is. Het valt Mij bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen, hoe bij sommige van mijn kinderen de liefde tot Maria ontbreekt. Denk eraan, dat wie Maria liefheeft ook Mij liefheeft.” 10.10.67 
”Wat wilt gij van uw Kleine Zielen?” vraagt Marguerite aan de Heer.
“Laat hen vol vurige ijver zijn jegens mijn Heilige Moeder en haar in ieder opzicht eer betuigen. Zij is de bron van de Kleine Zielen. In haar straalt de goddelijke liefde.” 22.5.67 

De devotie voor Maria kan geen ‘rozenwaterdevotie’ zijn:
“Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de Liefde: ziedaar wat Ik u opleg. Dezelfde uitnodiging die mijn Moeder herhaalt bij haar bezoeken: ‘Bidt, bidt, doet boete’.” 12.2.67 

Jezus zegent de mensen die zijn Moeder beminnen, maar Hij uit dreigementen aan het adres van hen die haar beledigen.
“Ik vergeef veel fouten, maar zij die mijn Heilige Moeder beledigen zijn reeds veroordeeld.” 33.5.07 

De gelukkige resultaten van de devotie tot Maria kunnen worden samengevat in de steeds intiemere vereniging van de ziel met God. Jezus legt bijzondere nadruk op deze vereniging.
“De wereld moet het bewijs krijgen, dat de ziel in de moeilijkste situaties volkomen één kan en moet zijn met haar Schepper.” 11.5.67 
“Terwijl zij in beslag genomen zijn door hun drukke bezigheden, sta Ik altijd gereed en wacht erop, dat ze zich Mij herinneren.” 10.5.67 

MARIA, VERBINDING TUSSEN HEMEL EN AARDE 

De spiritualiteit van het Legioen Kleine Zielen met als belangrijkste principes nederigheid en eenvoud streeft niets anders na dan voortdurend in contact te blijven met de Heer.
“Blijf voortdurend in contact met God door vaak in vurige verzuchtingen de gedachten tot Hem te verheffen.” 5.12.67 

Deze intieme vereniging kan slechts het werk zijn van de liefde. Laten wij de Maagd Maria als voorbeeld en als gids nemen. Marguerite noemt haar de ‘liefdelerares’ (29.9.66). Ze heeft gelijk. Ook voor de Kleine Zielen zal het een ware vreugde zijn tot haar beste leerlingen te horen. Zij zal hen naar de heiligheid leiden.

En dat is de reden, waarom Onze-Lieve-Heer verlangt dat wij ons inschrijven in deze wonderbaarlijke school en dat wij de lessen volgen van zijn Moeder, die aan ieder van ons zijn aangepast. Zo kunnen wij, zelfs in het meest onopvallende leven, het goddelijk ideaal verwezenlijken dat door Jezus in het Evangelie wordt voorgesteld: “Weest volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is” en waartoe het doopsel ons allen roept. Hij heeft het Legioen Kleine Zielen enkel en alleen uitgevonden om ons met meer zekerheid en zachtmoedigheid te leiden.
“Ik verlang een leger van Kleine Zielen, die zich innig verenigd tussen mijn gerechtigheid en de zondaars zullen opstellen onder de hoede van mijn Koningin-Moeder.” 20.7.64 

Laat ons bidden en handelen opdat dit leger groter zou worden en op zoek zou gaan naar zielen tot meerdere glorie van Jezus en Maria.

DE PLAATS DIE DE HEILIGE MAAGD KRIJGT IN DE BOODSCHAP VAN DE BARMHARTIGE LIEFDE 

De Allerheiligste Maagd is het meest volmaakte en het schoonste van al Gods schepsels, na de menselijke gedaante van Onze Heer Jezus Christus. Zij is voorbestemd om zijn Moeder te worden en daarom ‘vol van genade’, rijk aan alle goddelijke gunsten en oogverblindend van heiligheid.

Zij is de veelgeliefde Dochter van de Vader, Zij heeft zonder tussenkomst van een man, Hem, die de Vader uit een maagdelijke schoot tot leven wekte in alle eeuwigheid, ontvangen en op de wereld gezet. En zoals de byzantijnse ritus het zo goed uitdrukt: “O Onbevlekte, zonder vader zult Gij Hem als mens voortbrengen, Die voor alle eeuwen door de Vader werd verwekt zonder Moeder.”
“Ik ben mens geworden in de maagdelijke schoot van mijn Heilige Moeder.” 12.10.66

‘Moeder van het Mensgeworden Woord’. Op deze grond heeft Maria de schijnbaar paradoxale titel van Moeder Gods verdiend. Deze titel werd haar in 431 door het Concilie van Efeze verleend.

‘Bruid van de Heilige Geest’. Door haar zeer heilige deugd heeft de zeer zuivere Maagd de Zoon van God ontvangen, zonder de minste schending van haar maagdelijkheid.

Zo zien we welke onvoorstelbare relaties de Allerheiligste Maagd heeft aangeknoopt met de Drie goddelijke Personen, voor wie Zij, meer dan eender wie, de zuiverste en schoonste Tempel is geweest. Er is geen enkele heilige ziel in wie de Drievuldigheid in dezelfde mate behagen schiep en evenveel genoegen vond als in de Heilige Maagd.

Onze-Lieve-Heer heeft Haar nauw betrokken bij het werk van onze verlossing. Hij heeft Haar ook op uitzonderlijke wijze laten deelnemen aan zijn Lijden. Het Hart van Maria werd doorboord door het zwaard, zoals Simeon voorspeld had. Dit zwaard moest haar tot de Koningin van de martelaren maken en was de prijs die Zij moest betalen voor haar rol van Medeverlosseres.

Christus had ons kunnen vrijkopen zonder de hulp van zijn Moeder, maar Hij heeft zich heel nauw met haar willen verenigen. Hij, de Schepper en Zij, het schepsel, om ons te doen begrijpen dat wij ook kunnen en moeten meewerken aan de Verlossing, ieder op zijn bescheiden plekje.

1. Haar rol als Middelares 

Door haar absoluut unieke medewerking aan het grootse verlossingswerk, heeft de zeer Heilige Maagd het verdiend om onze Middelares te zijn: deze titel werd haar toegekend door het Tweede Vaticaans Concilie. Hij werd nog niet als dogma afgekondigd, maar we mogen hopen dat dit in de toekomst nog zal gebeuren.

Dit betekent dat de Maagd Maria, die aan de zijde van haar Zoon voor ons de genade van het heil heeft verdiend, van Hem het voorrecht heeft verkregen om diezelfde genaden aan ons uit te delen en om als bemiddelaar op te treden tussen Hem en ons.

“Hij (de Heer) heeft gewild dat alles tot ons zou komen door Maria”, zei de H. Bernardus al. En de H. Louis-Marie de Montfort begint zijn ‘Verhandeling over de ware devotie’ met de volgende zin: “Het is door de Heilige Maagd Maria dat Jezus Christus op de wereld is gekomen en het is ook door Haar dat Hij in de wereld regeert.”

De Boodschap van de Barmhartige Liefde drukt zich hierover uit in zeer duidelijke bewoordingen:
“Ja. Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. 
Kanaal waarlangs mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit. 
Maria, stralende Ster, heersend over al de zielen in de Hemel en op aarde. 
Miskent haar macht niet, want zij is onmetelijk. 
Door haar zal de boze geest overwonnen worden. Bedenkt dan ook hoe belangrijk het gebed tot Maria is. De daden van de mensen hebben grotere waarde wanneer ze verricht worden in haar en door haar. Mijn Hart zindert van vreugde wanneer ze met haar moederlijke handen Mij uw gaven aanbiedt. 
Als ge beter het Hart van uw lieve Moeder kende, zoudt ge mijn liefdegave meer op prijs stellen. Bemint Haar, schenkt haar u zelf.  Het is Mij veel aangenamer u uit haar handen te ontvangen. Kunt ge u voorstellen, dat Ik u zou verstoten wanneer zij Mij hulp en bijstand voor u vraagt? Wat is het bedroevend voor Mij wanneer Ik mijn onbevlekte Moeder zo verwaarloosd zie tot in de kerken toe. Geeft haar weer de verering die haar van rechtswege toekomt. Zij is mijn Moeder en de uwe. Verbindingsteken tussen ons. Ik zal genadig zijn voor degenen die haar oprecht liefhebben, haar die onophoudelijk bidt voor allen. Zij is de steunpilaar van mijn Kerk, niets ontsnapt aan haar waakzame blik.
Zij is schrikwekkend voor de vijand.
Vertrouwt u aan Maria toe.
Zij zal Mij uw noden, uw zorgen en uw vreugden brengen. 
Vertrouwt op haar.
Bemint haar met dezelfde liefde waarmee ge Mij bemint. Ik zal er niet jaloers om zijn”. 3.12.66 

We kunnen deze bladzijde, die aan de oppervlakkige en haastige lezer zal ontsnappen, niet genoeg overwegen.

Maria is Middelares en onze Moeder.
“Voor Mij zijt ge gelijken met dezelfde hoedanigheid, kinderen van éénzelfde Vader en éénzelfde Moeder.” 17.7.68 

Haar bemiddeling is helemaal die van een moeder. En zij oefent haar rol als Moeder juist uit door haar rol van Middelares.

2. Hoe de H. Maagd deze rol vervult.

De Boodschap van de Barmhartige Liefde is rijk aan getuigenissen over de bemiddeling van de H. Maagd. Hier volgen enkele teksten die laten zien hoe Maria deze rol vervult, door de Voorzienigheid beschikt. Eerst zegt Jezus ons in de Boodschap:
“Mijn Moeder moet Satan overwinnen.” 24.8.66

Dit stemt trouwens volmaakt overeen met wat ons in de H. Schrift werd geopenbaard. De ‘Moeder van de Kerk’ kan het werk van haar Zoon niet opgeven en teniet laten gaan.

2.1. Eerst heeft Zij de taak ons naar haar Zoon te brengen door ons van Hem te doen houden. “Bemin mijn goddelijke Zoon,” zegt de Heilige Maagd tot Marguerite. “Dien Hem met hart en ziel.” 31.5.66 
De Boodschapster van haar kant noemt haar “Líefdelerares”. 29.6.66 

Zij is het dus die ons zal leren Jezus te beminnen en die hiertoe voor ons de genade zal verkrijgen:
“Zij is het kanaal van mijn gaven. Allen zullen haar moeten erkennen als Moeder en Raadgeefster. Door haar toedoen ontvang Ik hun gebeden en zal Ik hen verhoren met het oog op hun hoogste goed.” 22.5.67 

2.2. Zij vervult deze rol van Middelares vooral door voor ons te bidden en te bemiddelen:
“Hoelang nog laat ge uw God wachten? Gelukkig dat mijn Moeder onophoudelijk bidt en bemiddelt voor haar ongelukkige kinderen.” 8.6.66 

Zij bidt door haar tranen, zoals Zij aan Marguerite toevertrouwt:
“Ik weende om de gruwelen van de huidige wereld. Ik weende om de ondankbaarheid van mijn kinderen.” A1-1965 

In dit verband denken we aan de tranen van de Maagd in Syracuse en ongetwijfeld ook op andere plaatsen. Zij strekt haar armen uit naar de zondaars om hen te ontvangen van zodra ze berouw krijgen.
“Mijn Moeder strekt vergeefs de armen uit naar de ongelukkige slaven van de zonde.” 14.7.70 
“Vergeefs heb Ik schatten van liefde en barmhartigheid uitgeput om hen tot Mij terug te voeren; mijn gerechtigheid baant zich een weg doorheen de hindernissen die de mededogende en tedere Maagd haar in de weg legt. Waartoe anders heb Ik u aan haar gegeven, kinderen, dan opdat Zij mijn gerechtigheid zou matigen en mijn arm tegenhouden?” 16.8.72 
“De band tussen Hemel en aarde is mijn Moeder.” 16.11.67 

Zoals Marguerite zelf toegeeft:
“De Heilige Maagd is de weg die rechtstreeks naar de Hemel leidt, het lieflijk licht dat onze weg vol valstrikken verlicht.” 29.9.66 

Jezus vraagt van zijn boodschapster een houding vol kinderlijke liefde tegenover haar Moeder:
“Wees vol kinderlijke liefde jegens uw Hemelse Moeder. Zij weze voor u en de andere Kleine Zielen het lichtbaken dat verlicht en naar het hemels geluk leidt.” 9.2.67 

2.3. Meer nog, de Heer stuurt Haar naar ons op aarde om ons aan onze plichten te herinneren, ons geloof nieuw leven in te blazen en de zondaars te helpen om zich te bekeren:
“Altijd weer heb Ik de mensen over mijn liefde gesproken. Kon Ik hun een lieflijker gezante sturen dan mijn Allerheiligste Moeder?” 31.7.66 

Dit is reeds op schitterende wijze gebeurd in het verleden. Denken we alleen al aan de verschijningen van de H. Maagd in de ‘Rue du Bac’, La Salette, Lourdes, Beauraing, Fatima en Banneux. Op deze wijze oefent de Allerheiligste Maagd haar functie en rol van Middelares uit volgens de Boodschap van de Barmhartige Liefde. We zouden deze teksten uit de Boodschap kunnen aanvullen met de titels die de Kerk haar verleent in de litanie van Loreto: Hulp van de christenen, Heil van de zieken, Troosteres van de bedrukten, Toevlucht van de zondaars, enzovoort.

3. Praktische gevolgen voor ons geestelijk leven 

Jezus vraagt ons om ons tegenover Haar als echte kinderen te gedragen en om zo bij te dragen tot de glorie van de H. Maagd.
“Wees vol kinderlijke liefde jegens uw Heilige Moeder. Draag het uwe bij tot haar glorie, volgens uw mogelijkheden.” 9.2.67 

Hiervoor hebben we drie belangrijke middelen: haar beminnen, tot haar bidden en haar verering verspreiden.

3.1. Haar beminnen
Aan het kruis heeft Jezus haar aan ons gegeven als onze Moeder. En een Moeder moeten we wel beminnen.
“Kind, ziedaar uw Moeder. Bemin haar. Ik ga sterven… Zij lijdt. Kijk haar aan. Druk u tegen haar aan. Verwarm haar verkleumd Hart, dat met het vroeger voorspelde zwaard doorboord is. Moeder!…” 24.3.67
“Werp u in de armen van mijn Heilige en Glorierijke Moeder. Daar zult ge Mij vinden.” 12.12.65
“Maria is de zachte Duif van de Heilige Geest. Streef ernaar, haar steeds meer te beminnen.“ 23.5. 67
“Het valt Mij bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen, hoe bij sommigen van mijn kinderen de liefde tot Maria ontbreekt. Denk eraan, dat wie María liefheeft, ook Mij liefheeft.” 
“Ben Ik niet gekneed en gevoed door dit maagdelijk vlees? Kinderen, begon mijn Hart niet te klappen voor u in een echo op het kloppen van haar Hart? Haar “Fiat” heeft de verlossing mogelijk gemaakt. Zij is de eerste die Mij heeft bemind. Niets kan Mij aangenamer zijn dan dat uw hart haar moederlijk Hart vereert. Dit Hart heeft het leven geschonken aan mijn mensheid.” 10.10.67 

Als wij Maria beminnen, zullen wij onze plichten tegenover Haar nooit vergeten.
“Misprijst niet wat van Mij komt en wat Ik u in mijn barmhartigheid zend om u te herinneren aan uw essentiële plichten tegenover Mij en mijn Heilige Moeder.” 24.8.66 

Eén van deze plichten is Haar vereren. Trouwens, iedereen die van Maria houdt, zal dit niet verzuimen.
“Vereer mijn Moeder, haar die u met haar liefde vereert.” 11.5.67 

Anderzijds bedreigt Jezus niet alleen de mensen die weigeren haar te beminnen, maar die zelfs zo ver gaan dat ze haar beledigen:
“Ik vergeef veel fouten, maar zij die mijn Heilige Moeder beledigen zijn reeds veroordeeld.” 23.5.67 

3.2. Tot haar bidden
“Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de Liefde: ziedaar wat Ik u opleg. Dezelfde uitnodiging die mijn Moeder herhaalt bij haar bezoeken: “Bidt, bidt, doet boete.” 12.2.67 

Het vurig en vertrouwvol gebed trekt stromen van genade voor ons aan:
“In de handen van mijn goddelijke Moeder zijn er zoveel schatten voor u. Versmaadt ze met. Komt door haar tot Mij.” 1.3.67 

Het gebed dat haar het meest aangenaam is en dat tegelijkertijd de Heer het meest verheerlijkt, is het rozenhoedje.
“Dat de rozenkrans dagelijks gebeden wordt, is in de huidige tijd noodzakelijk.” 24.8.66
“Ik vraag de geestelijkheid elke dag een halfuur voor het bidden van het gemeenschappelijk rozenhoedje.” 28.9.66 
De Kleine Zielen “zullen zich ertoe verbinden dagelijks met hart en ziel het rozenhoedje te bidden voor de wereldvrede en de vrede van elke ziel in het bijzonder.” 22.5.67 

3.3. Onze-Lieve-Heer legt in de Boodschap erg de nadruk op het gebed tot Maria en Hij noemt het bidden en de verspreiding van het rozenhoedje één van de belangrijkste streefdoelen van het Legioen Kleine Zielen. Jezus verklaart ons plechtig dat de devotie tot de Heilige Maagd niet alleen moet worden onderhouden, maar nog intenser moet worden:
“Ik zal geen jota weglaten van de devotie die men aan mijn Heilige Moeder verschuldigd is, zelfs indien daarom het vastgestelde plan tot mislukken gedoemd is.” 10.10.67 
“De devotie voor Maria moet versterkt worden, Zij alleen is in staat om mijn toorn te bedwingen.” 23.5.67 

De Boodschap kent de devotie tot Maria dus geen onbelangrijke plaats toe, integendeel, zij staat erop dat we haar tot het belangrijkste onderdeel van ons geestelijk leven zouden maken. Het Legioen Kleine Zielen hecht er bijgevolg zeker zoveel belang aan, als aan eender welke andere mariale beweging. Met dit verschil, dat zij zich ondergeschikt maakt aan de devotie tot de Liefde van het Barmhartige Hart van Jezus. Daarom moeten wij steeds ervoor zorgen… de twee Harten te verenigen:
“Op uw embleem, lieve kinderen, de Allerheiligste Harten van Jezus en Maria.” 14.8.66 

Hier is een rol weggelegd voor de Kleine Zielen:
“Laat hen vol vurige ijver zijn jegens mijn Heilige Moeder en haar in ieder opzicht eer betuigen. Zij is de bron van de Kleine Zielen. In haar straalt de goddelijke Liefde.” 22.5.67 
“Geloof dat de Kleine Zielen, geleid door mijn zoete Moeder, het vermogen (hebben) de gang van zaken te veranderen.” 21.11.66 
“Ik verlang een leger Kleine Zielen, die zich innig verenigd tussen mijn gerechtigheid en de zondaars zullen opstellen onder de hoede van mijn Koningin-Moeder.” 20.7.67 

We besluiten met het gebed van Marguerite tot Maria:
“O Onbevlekte Moeder, red door uw machtige tussenkomst het erfdeel van uw Welbeminde Zoon. Arme zondaars, die niet willen gered worden! Maar als Gij het wilt in hun plaats, zal Gods gerechtigheid overwonnen worden. Want wie kan uw machtige invloed op zijn Heilig Hart ontkennen? Moeder van de Schone Liefde, red ons. Uw moederhart trilt van smart bij het aanschouwen van zoveel eerloosheid. Mocht het in zich de woorden vinden, die de zeer heilige en voortdurend werkzame Gerechtigheid verzoenen. En de oneindige Barmhartigheid zal de wanden van deze helse tijd met zoveel liefde verzorgen, dat ze de zielen zal vernieuwen door hen tot liefde te wekken, een leven van rechtvaardigheid en naastenliefde… Smartvol en Onbevlekt Hart van Maria, red ons… O Maria! Kom!” 22.9.68 

MARIA IN DE BOODSCHAP

“Ik zal geen jota weglaten van de devotie die men aan mijn Heilige Moeder verschuldigd is, zelfs indien daarom het vastgestelde plan tot mislukken gedoemd is. Het valt Mij bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen, hoe bij sommigen van mijn kinderen de liefde tot Maria ontbreekt. Denk eraan, want wie Maria liefheeft ook Mij liefheeft. Ben Ik niet gekneed en gevoed door dit maagdelijk vlees? Haar ‘fiat’ heeft de verlossing mogelijk gemaakt. Zij is de eerste die Mij heeft bemind. Niets kan Mij aangenamer zijn dan dat uw hart haar moederlijk hart vereert. Dit Hart heeft het leven geschonken aan mijn mensheid.” 10.10.67


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 71-80.

De heilige, katholieke en universele Kerk

cropped-kapel-barmhartige-liefde-a h


DE HEILIGE KERK

“Ik ben een dochter van de Kerk”, zei de heilige Teresia van Avila. Een uitspraak die Marguerite graag tot de hare zou hebben gemaakt, met de vurigheid die haar zo eigen is. In de Boodschap geeft Jezus haar een gelijkaardige titel: ”Ge zijt kind van God en van de heilige Kerk.” B10 
Het is immers ondenkbaar, dat Jezus zou zwijgen over een onderwerp dat zo belangrijk is, omdat de Boodschap toch bestemd is om in heel de Kerk verspreid te worden. De Boodschap moet zelfs op de Kerk steunen om de niet-katholieken en niet-gelovigen te bereiken. Het Dagboek van Marguerite is geen theologische verhandeling. Het moet wel spreken over dit onderwerp dat zo belangrijk is, dat het niemand van ons onverschillig mag laten. Het benadrukt de belangrijkste voorrechten van de Kerk, beschrijft de huidige situatie, stelt ons gerust door het feit dat Christus over haar waakt en spreekt over de rol van de Kleine Zielen alsook die van Marguerite zelf.

1.De voorrechten van de Kerk 

1.1. De Kerk is heilig en universeel, gebouwd op de rotsen, en dus onverwoestbaar.
“De Kerk is heilig en algemeen. Haar grondvesten zijn onwankelbaar.” 22.4.68
”Ze heilig is en soeverein en niet mag ten onder gaan.” 22.4.68
“Ziet ge die kleine vlam? Dat is de Kerk. Ze flikkert, ze is haar levenseinde nabij. Vrees niet, kind, Ik ben er nog en mijn Kerk zal niet ten onder gaan.” 11.5.72 

1.2. Haar kracht komt vooral van haar goddelijke Stichter en van de Vrouw die Hij haar tot Moeder heeft gegeven.
”Mijn Onbevlekte Moeder… Zij is de steunpilaar van mijn Kerk, niets ontsnapt aan haar waakzame blik.” 2.12.66 
”De kracht van mijn Kerk en haar goddelijk kindschap bestaan in het beoefenen van de kleinheid, de nederigheid en de naastenliefde.” 25.4.67
Hierdoor is zij één met Jezus, zachtmoedig en nederig van hart en getuigt zij van haar goddelijke oorsprong.

1.3. Haar levenskracht blijkt uit de vruchten van heiligheid die zij steeds kan voortbrengen.
“Want al is het zo, dat mijn Kerk vruchten van heiligheid bezit die te allen tijde van kwaad gevrijwaard zijn gebleven, dan moet zij er toch ook hebben, die met de diepste menselijke ellende hebben kennis gemaakt. En deze zielen zijn de geliefde kinderen van mijn barmhartigheid.” 11.3.67. 

1.4. Twee eigenschappen van de Kerk werden reeds eerder vermeld: zij is katholiek en universeel. De Boodschap verwijst ook naar haar eenheid, wanneer zij spreekt over de toenadering onder de volkeren.
“De toenadering onder de volkeren is wenselijk voor zover deze niet tornt aan de grondwaarheden van de Kerk.” 10.10.67

2.De huidige toestand van de Kerk 

2.1. De Kerk is ongelukkig.
“Het gebed en het offer zijn bijzonder werkzame remedies om het kwaad dat mijn huis bezwaart te overwinnen.” 11.7.68 

2.2. Zij wordt vervolgd.
“Bid en draag offers op voor de afgedwaalden, die vervolgers van mijn Kerk.” 24.5.67 

2.3. Zij lijdt.
“Bidt voor de Kerk die heden barensweeën doormaakt, bidt ervoor, dat uit haar schoot vruchten van mijn barmhartigheid voortkomen.” 11.7.68. 

2.4. Zij wordt tegengesproken.
”Tegenspraak past niet bij een kind van God en van de Kerk. Ze is eigen aan de opstandige engelen. En wat is er van hen geworden?” 13.2.69. 

2.5. Sommige van haar leden zijn ontrouw.
”De dwaling en de ontrouw van sommige leden van de Heilige Kerk kan het stempel niet uitwissen waarmee de Heer hun ziel gemerkt heeft.” 2.5.71 
“Ze gaan een weg op, die onverenigbaar is met de gezonde leer van de Kerk.” 5.6.67 

2.6. De Kerk moet rechtzetten wat verkeerd is.
”De Kerk moet al wat verkeerd is rechtzetten en het niet verontschuldigen door het te veronachtzamen of eraan voorbij te zien. Ik heb beloofd haar te beschermen, maar Ik heb de medewerking nodig van hen die tegenover Mij verantwoordelijk zijn voor haar bestaan in deze ontwrichte Wereld.” 21.6.67 
”De verhouding van de Kerk tegenover God, tegenover de wereld dient opgehelderd. De troebele elementen die tweedracht zaaien verwijderen.” 13.2.69 

3.De Redder waakt 

3.1. Hij zal haar redden.
“Ik zal mijn Kerk redden en ze behoeden voor het ontaard geloof van de afgedwaalden.” 17.5.67

3.2. Hij zal haar beschermen tegen haar vijanden
”Maar Ik zal mijn Kerk beschermen tegen haar vijanden omdat ze heilig is en soeverein en niet mag ten onder gaan.” 22.4.68 

3.3. De Kerk zal triomferen
“De Kerk zal triomfantelijk uit de strijd komen die haar zonen tegenover haar zonen plaatst.” 25.9.68

4. Taak en rol van de kleine zielen 

4.1. De hiërarchische overheid eerbiedigen.
“Kinderen, eerbiedigt het wettig gezag van de Kerk, maar wat ge kunt doen zonder daarin te kort te komen, doet dat.” 30.10.66

4.2. Bidden – zichzelf verloochenen
”Het gebed en het offer zijn bijzonder werkzame remedies om het kwaad dat mijn huis bezwaart te overwinnen.” 11.7.68
”Tegen de ketterij is er maar één remedie: gebed en boete.” 24.5.67
“Bid en draag offers op voor de afgedwaalden, die vervolgers van mijn Kerk.“ 24.5.67
”Elk vurig gebed voor de Kerk vermindert de kracht van haar vijanden en kan hun zelfs de macht ontnemen om haar te schaden.” 11.7.68 
“Bid en spoor aan tot bidden voor de Kerk en voor de verraders van het Geloof. Bid voor de afgedwaalden. Bid wegens het gebrek aan eerbied in de kerken.” 20.11.70 

Merk op met hoeveel aandrang Jezus vraagt te bidden om Hem te helpen de situatie recht te trekken. Vooral het rozenhoedje is doeltreffend. Het dagelijkse rozenhoedje en de verspreiding ervan zijn dan ook opgenomen in de dagtaak van de Kleine Ziel.
”Het rozenhoedje verspreiden: daarmee zullen talrijke genaden verworven worden voor de Kerk en voor de priesters.” 5.12.67 

4.3. Strijden – Boete doen
”Men moet niet strijden tegen het kerkelijk gezag, maar voor en met de Kerk.” 16.12.66
”Wat zal de overwinning kosten? 
De prijs zal hoog zijn. 
Hij kan echter verminderd worden door de boete en het vurig gebed van de kleine zielen.” 7.3.69. 

5.De rol van Marguerite 

IMG_20130406_0006De Kleine Zielen hebben dus hun plaats in de Kerk en zij krijgen een welomschreven taak te vervullen. Marguerite, door het Barmhartige Hart van Jezus aan het hoofd van het legioen geplaatst, heeft dan ook een duidelijke, precies omschreven functie in de crisis die de Kerk momenteel doormaakt.
“Hoe nederiger en kleiner het instrument, des te belangrijker het is voor de Kerk.” 
Haar Meester zegt de volgende woorden tot de Boodschapster: “Gij zijt het, die Ik heb uitverkoren.” A25 

Marguerite erkent dat zij klein is en wil zich volledig wegcijferen. Zij moest zo wel zijn om deze mooie zending te aanvaarden en te volbrengen. Deze opdracht zou een minder nederig persoon naar het hoofd kunnen stijgen of hem integendeel ontmoedigen. Haar nederigheid maakt haar geschikt om onze aanvoerster te zijn op de weg van de evangelische kleinheid. Laten we haar met liefdevolle erkentelijkheid bejegenen, om te weten of wij leven zoals de Heer het van ons verwacht.

Iedere Kleine Ziel heeft een welbepaalde plaats in de Heilige Kerk, mystiek Lichaam van Christus. Jeanne d’Arc, de ongeletterde theologe zei: “Ik ben van mening dat Jezus Christus en zijn Kerk één zijn.”

Wanneer wij de kleinheid goed begrijpen, met vreugde nastreven en beminnen, kan zij geen belemmering vormen voor de grote rol die ieder van ons is toebedeeld in de Kerk, integendeel! De prachtige vergelijking van de “mystieke wijnstok” kan alle twijfels wegnemen: de kleinste ranken kunnen zonder te breken de mooiste druiven dragen door een mysterieuze kracht die niets anders is dan de genade.

Zo kan elke Kleine Ziel, hoe bescheiden ook, in de Kerk bijdragen tot de glorie van haar goddelijke Meester, de Heer Jezus Christus.


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 53-55.

Het H. Hart, het H. Hoofd en de heilige Wonden van Jezus

LKZ

HET H. HART, HET H. HOOFD EN DE HEILIGE WONDEN VAN JEZUS

Het boekje ‘Jezus, gekruisigd en verrezen, Heil van de wereld’, heeft me (dit is; pater R. Jaouen C.M.) geïnspireerd bij het schrijven van dit hoofdstuk. Ik heb deze Boodschap doorgenomen en er veel gelijkenissen met het ‘Dagboek van Marguerite’ in gevonden. De lectuur van dit boekje kan het christelijke leven van een leek, kloosterling of priester grondig beïnvloeden. Ik zal het u uitleggen in functie van de Boodschap van de “Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen” door niet alleen de punten van overeenkomst aan te halen, maar eveneens de schijnbare verschilpunten. In feite vullen beide Boodschappen elkaar aan.

1.De Boodschap van de Barmhartige Liefde en de Heilige Wonden

De Boodschap van 8 april 1966 over het Lijden treft ons diep. Jezus’ eigen overwegingen zijn treffend: zij beslaan twee bladzijden van het boek. We lezen er het volgende:
”Die balk woog zo zwaar op mijn doorwonde schouder.” 
“O, die wonde aan mijn schouder!” 
“Ze rukten het kleed af dat Mij bedekte en aan mijn vlees was gelast door het gestold bloed dat uit mijn wonden was gedropen.” 8.4.66 

Op andere plaatsen lezen we:
“Zie mijn gekneusd lichaam, dat leegbloedt uit de talloze wonden die de liefde voor u allen Mij heeft gekost.” 23.2.67 
“Het bloed dat uit mijn wonden is gevloeid heeft uw ziel van al uw zonden gezuiverd, mijn arm lief kind, en voor zovelen helaas (die mijn oproep niet hebben beantwoord) heeft het zijn doel niet bereikt.” 6.7.68 

In dit verband haalt Jezus twee verschillende houdingen aan die de zielen kunnen aannemen tegenover zijn wonden: Hij zegt:
“Zij strooien zout op Mijn Wonden.” 19.10.65 

De Kleine Zielen mogen niet onverschillig blijven:
“De kleine zielen zijn nog niet talrijk genoeg als balsem voor de wonde van mijn goddelijk Hart.” 6.12.68. 
Jezus vraagt ons dus vooral gevoelig te zijn voor de wonde van Zijn Hart: de wonde van Zijn Hart bij zijn doodsstrijd in Gethsemane. Wat geen afbreuk doet aan de waarde en de rijkdom van Zijn andere wonden.

2.De Boodschap ‘Jezus, Gekruisigd en Verrezen, Heil van de wereld’ 

2.1. Deze Boodschap is duidelijk charismatisch van oorsprong, net zoals die van Marguerite. De auteur is anoniem en laat weten dat we hem zelfs na zijn dood niet zullen kennen. Bewondert de schroom van de echte mysticus! Het gaat om een man die waarschijnlijk uit zuidoost Frankrijk afkomstig is (uit de Savoie): een ontwikkeld zakenman die zich interesseerde aan de Lijkwade van Turijn (de Savoie grenst aan de Italiaanse provincie Piemont) en die ontegensprekelijk mystiek begaafd is. De hemelse Vader heeft hem deze Boodschap toevertrouwd en maakte hem duidelijk dat zijn eeuwige geluk van de vervulling van zijn zending afhing.

Deze Boodschap spreekt van het begin tot het einde over niets anders dan over de Wonden van de Gekruisigde en Verrezen Jezus en over de devotie tot het Kruis, die erin bestaat de Heilige Wonden te offeren aan de Eeuwige Vader.

2.2. Uit een vergelijking tussen beide Boodschappen blijkt het volgende:

2.2.1. Onze Boodschap van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen is in feite een dringende oproep tot liefde, tot een zeer speciale devotie tot het Hart van Jezus, tot zijn barmhartige Liefde. In de praktijk vraagt deze liefde dat wij bijzondere aandacht zouden schenken aan de evangelische deugden van nederigheid, eenvoud, vertrouwen en overgave (de Teresiaanse weg). Zij benadrukt vooral de zelfverloochening en de strijd tegen de eigenliefde, het egoïsme.

2.2.2. Het treffendste bewijs van de Barmhartige Liefde van Jezus zijn nu precies de “Wonden” die Zijn onschuldig Lichaam vrijwillig opliep. Hij heeft ze voor ons als het ware ‘verdiend’ om de wonden van onze zielen te genezen. Het zijn niet slechts vijf Wonden, maar ontelbaar veel: aan Handen en Voeten, Zijde, Schouders, Hoofd en het hele Lichaam. Geen enkel stukje vlees is onberoerd gebleven.

Het boekje versterkt in dit verband wat we al weten over de wonden van de gekruisigde Jezus vanuit de Boodschap.

2.2.3. We mogen de Wonden niet bekijken los van de Persoon van onze Heer.

De Boodschap van de gekruisigde Jezus zegt:
“Zijn wonden zijn de totale Christus, mensgeworden Woord van God, Verlosser, Mystiek Lichaam, Hostie, Woord van God.” (N°83) 
”Om mijn H. Hart te begrijpen, moet gij het niet loszien van mijn Persoon. Bekijk het in mijn gekruisigd lichaam, onderworpen aan de Wijsheid, waarvan mijn met doornen gekroond Hoofd de Zetel is. Er is geen andere wil te bespeuren dan deze van Mijn Vader.” (N°60) 

Hetzelfde kunnen we dus ook zeggen over de H. Wonden van onze Redder. In deze Boodschap spreekt Jezus zelf volgende woorden die mij belangrijk lijken:
Mijn Vader hernieuwt tot honderdmaal toe alle beloften, die in de loop der tijden gedaan werden aan de vereerders van mijn Lijden, mijn Kostbaar bloed, mijn H. Hart, mijn H. Hoofd, mijn H. Aanschijn, de H. Wonden van mijn Handen, Voeten, Schouder, mijn geheel ontwricht Lichaam, mijn Doodsstrijd, mijn Kruis, mijn Doornenkroon evenals de Smarten van mijn Onbevlekte Moeder. Deze openbaringen en die van Mijn Moeder met betrekking tot elk van deze devoties hadden tot doel: de opwekking van een levendige verering van het H. Kruisbeeld en van het Smartelijk en Onbevlekt Hart van Mijn Moeder. De Vader verwacht van de wereld deze vereringen om Mijn terugkeer in glorie voor te bereiden.” (N°48) 

Al deze afzonderlijke vereringen leiden dus naar het Kruisbeeld en de H. Wonden van Jezus, die er een soort samenvatting van zijn. We mogen zijn Wonden dus niet loszien van de Persoon van de Heer, noch van zijn Lijden.

2.3 De vruchten van deze devotie 

2.3.1. Op de eerste bladzijden van het boekje vindt men:

Mijn wil als Vader is: dat de mens de periode van vrede die aan de wereld gegeven is benut om de verheerlijking van Mijn Gekruisigde en Verrezen Zoon in te stellen en zoveel mogelijk mensen, vooral jongeren, te merken met het teken van zijn goddelijke Wonden. Dit moet geschieden om de wereld voor te bereiden. Op deze wijze zullen de mensen de omwentelingen die aan de vernieuwing van het heelal voorafgaan zodanig benutten dat zij hun heil bewerken. Zij die niet verenigd zijn met de H. Wonden van mijn welbeminde Zoon en met de Smarten van zijn Heilige Moeder, zullen grote moeite hebben om te volharden in het geloof”. (N°3) 

2.3.2. Meer goede moordenaars vinden.

“De moordenaars beledigden Mij. Op dezelfde wijze overstelpt de mensheid Mij met beledigingen. Toch hadden zij nog slechts enkele uren te leven. Zoals zij zal de wereld gruwelijk gekruisigd worden en haar laatste ogenblikken doorbrengen in verschrikkelijk lijden. Om deze reden vraagt Mijn Vader de oprichting van de Gezellen van de Gekruisigde Jezus en van Maria Onbevlekt Ontvangen. Zo zullen zij de gevoelens van de goede moordenaar doen herbeleven en overal een inslaande getuigenis voor Mij afleggen. Zelfs voor diegenen die het meest gesloten zijn voor Mijn Verlossing. De tijd dringt! Daarom zendt de Vader de engelen om te gaan zoeken: op openbare plaatsen, bij de blinden, de doven, de gebrekkigen, bij alle genodigden van het laatste uur, opdat zijzelf mijn trouwe Gezellen zouden worden.” (N°3) 

2.3.3. Een ongekende bloei in de Kerk

“Een ongekende bloei op alle domeinen zal in Mijn Kerk ontluiken. Dit zal gebeuren doordat mijn verlossende Tegenwoordigheid in ere hersteld wordt door het tentoonstellen van het Kruisbeeld, dat mijn bloedende en glorierijke Wonden toont en door hun voortdurende offerande aan de eeuwige Vader. Alles zal nieuw leven in geblazen worden. De Gezellen van de Gekruisigde Jezus en van Maria Onbevlekt Ontvangen zullen deel hebben aan deze bloei. In de aanbidding van Mijn Wonden, in het begrip en het offer ervan, zal er een vernieuwing plaatsvinden op het vlak van de geloofsleer, het apostolaat en de liturgie. Alles zal duidelijk worden, zuiver, rijker en eenvoudiger. De christenen zullen één worden. De wereld zal vernieuwd worden en zal belijden dat zij haar heil te danken heeft aan mijn goddelijke wonden door de tussenkomst van mijn H. Moeder.” (N°3)

2.3.4. Vruchten van heil

“Ik heb van de Vader bijzondere genaden bekomen. Opdat de inspanningen van hen die zich inzetten om de devotie tot de Gekruisigde Jezus en Maria Onbevlekt Ontvangen te verspreiden, vooral aan kinderen en jongeren, buitengewone vruchten mogen voortbrengen.” Dit zijn de woorden van de H. Maagd. (N°29)

En Jezus voegt hieraan toe:
De Gezellen en Gezellinnen van de Gekruisigde en Verrezen Jezus en Maria Onbevlekt Ontvangen zullen voor Mij een grenzeloze weg van heiliging en apostolaat openen: de weg van mijn Wonden. Deze weg staat niet alleen open voor de zielen die aan Mij zijn toegewijd, maar ook voor hen die op dit ogenblik ver verwijderd zijn van het geloof.” “Mijn Wonden trekken de zielen naar mijn Koninkrijk, zoals een magneet ijzer aantrekt.” (N°25) 

Nu begrijpen wij beter waarom in de ‘Boodschap van de Gekruisigde Jezus’ de Wonden van zijn Lijden zo benadrukt worden. Deze wonden zijn het tastbare bewijs van zijn Barmhartige Liefde.

De praktische gevolgen voor ons geestelijk leven kunnen we samenvatten in de volgende punten:

  • Dikwijls de H. Wonden offeren, vooral tijdens de H. Mis. We kunnen hierbij gebruik maken van de aanroepingen van Zuster Marie-Marthe Chambon. De woorden van deze offerande stemmen trouwens overeen met de aanroepingen die de H. Michael aan de kinderen van Fatima leerde, nog voor de verschijningen van de H. Maagd.
  • De H. Wonden overwegen in aanwezigheid van het H. Sacrament, voor ons kruisbeeld.
  • Vervolgens ons kruisbeeld met een nieuwe blik bekijken: niet meer uit gewoonte of onverschillig, maar steeds met een ware liefdeblik.

En dan zullen we het oude, vertrouwde gebed, dat werd aanbevolen te bidden na de Communie, nog beter begrijpen: “O goede en zeer zoete Jezus.” (Aan dit gebed werd een aflaat verbonden).

De devotie tot de H. Wonden van Jezus moet verspreid worden als een nieuwe levensstijl. Dit geldt ook voor het Legioen Kleine Zielen. Deze nieuwe levensstijl ligt in ieders bereik. Daardoor zullen wij het H. Hart van Jezus echt blij maken en ons gedragen als echte Kleine Zielen!


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 49-52.

Het Lijdensverhaal – volgens mededelingen van Jezus aan Marguerite

HET LIJDENSVERHAAL – volgens de vertrouwelijke mededelingen van Jezus aan Marguerite

Bewerking voor Website ‘Legioen Kleine Zielen

Tijdens de Goede Week keert de Kerk zich in zichzelf om het Lijden van haar Goddelijke Bruidegom intens te beleven. Zij vraagt ons allen om ons met haar te verenigen, met een liefhebbend en dankbaar hart.

Jezus zegt aan Marguerite:
”Deze week zal smartelijk mijn passietijd doen herleven”. 19.3.67 

Welke houding verlangt en verwacht de Meester van ons?
Laten we naar Hem luisteren:

Laat Mij mijn vermoeid hoofd te rusten leggen aan uw hart. Wilt ge Mij ontvangen en niets zeggen? Deze stilte is zo vol tederheid en troost. Kindlief, houd zeer veel van Mij”. 19.3.67 

”Neen, zeg niets. Op dit ogenblik doorsta Ik de pijnen van mijn Lijden, verergerd door eeuwen ongehoorde smaad”. 17.11.67 

“Mijn Hart is bedroefd en tijdens deze smartelijke dagen herbeleef Ik het Lijden nog intenser, want dàt waarvoor Ik mijn leven gegeven heb is uit deze verdorven wereld niet verdwenen”. 29.3.72 

Hiermee moeten we het wel eens zijn: het kwaad is niet verdwenen, maar wordt integendeel iedere dag nog erger.


1. Laten we de volgende teksten van de Boodschap lezen om ons in te leven in de dramatische sfeer van Goede Vrijdag en zo onze onverschilligheid en sufheid af te schudden.

“Kindlief!
Binnen enkele uren de kruisdood. Met een oneindige tederheid…

Ze gaan Mij kruisigen! Ze gaan Mij kruisigen!
En toch heb Ik hen in mijn Hart reeds vergeven”. 8.4.66 

Zo schenkt Jezus op voorhand reeds vergiffenis aan zijn beulen. Vervolgens verklaart de Heer waarom men Hem wil doden:

”Ze haatten Mij omdat Ik hun schijnheiligheid kwam ontmaskeren. 
Ze voelden ook in Mij Gods superioriteit zelf. Maar die verloochenden ze.Die wilden ze niet erkennen”. 8.4.66 

Vervolgens beschrijft Jezus zelf Zijn marteling:

“Hadt ge enig idee, kindertjes, van het lijden dat Ik om uwentwil doorstaan heb. 
O, die kroon van doornen die mijn hele hoofd omprangde, al die gloeiende punten die in mijn vlees drongen. En het bloed dat Mij verblindde. 
En mijn lichaam ontbloot voor die honend lachende, huilende menigte. 
De haat sloeg Mij in het gelaat. De roeden kwamen woest op Mij neer en bij elke striem rukten ze flarden vlees mee. Ze hebben een ruige en verfrommelde mantel op mijn door slagen doorwonde schouders geworpen. Ik heb hun spot ondergaan, hun beledigingen; Ik ben door hen bespuwd. 
Die balk woog zo zwaar op mijn doorwonde schouder.
O, die wonde aan mijn schouder!
Uitgeput naar ziel en naar lichaam”. 8.4.66 

“Zie mijn gekneusd lichaam, dat leegbloedt uit de talloze wonden die de liefde voor u allen Mij heeft gekost…” 23.2.67

“De soldaten, het geschreeuw van de menigte, elke val, de ontmoeting van mijn zoete Moeder. Smartelijk, zo smartelijk! Dat Zij Mij in die toestand moest zien, was voor haar op voorhand al een kruisiging.
Op dat ogenblik hebben wij ons één gevoeld in de vreselijkste smart die er bestaat. 
Ten einde krachten kwam Ik op mijn folterplaats. Ze rukten het kleed af dat Mij bedekte en aan mijn vlees was gelast door het gestold bloed dat uit mijn wonden was gedropen. 
Wie zal er ooit enig idee van hebben wat de kruisiging betekende? 
Mijn lillend vlees overgeleverd aan een razend en tierend gepeupel. 
En dan die afschuwelijke vliegen die neerstreken op mijn naakt en gemarteld lichaam en zich voedden met mijn bloed. 
Afschuwelijk schouwspel. Ik was een voorwerp van walg geworden. 
En toch, mijn allerliefste kind, was dit niets vergeleken met wat Ik in mijn ziel moest doorstaan. 
Ik had al uw zonden op Mij genomen en Mijn ziel verkeerde in doodsangst onder hun gewicht.
Door allen in de steek gelaten, verraden, verafschuwd, belachelijk gemaakt, uitgejouwd, alleen. 
Mijn Vader zelf scheen Mij te verlaten”. 8.4.66 


2. Wat is de diepe reden van zoveel onnoemelijk lijden?

Zijn Liefde voor ons en Zijn wil om ons te redden.

“Vandaag heb Ik behoefte aan meer liefde. Ja, zo is het, Ik heb de mensen nodig. Want Ik bemin hen met een uitzinnige liefde… 
Ik heb mijn foltering zonder één klacht doorstaan. Alleen daaraan dacht Ik: dat Ik mijn kinderen redde. Alleen daarvoor was Ik gekomen. Had Ik niet met ongeduld op dit ogenblik gewacht? U allen vrijkopen, kindertjes. Met welke verlangen heb Ik mijn leven voor u gegeven?
Ik wist nochtans, dat mijn Offer voor velen onder u vruchteloos zou zijn… 
Ik bleef onbewogen, hoewel Ik verschrikkelijk leed. 
U had Ik voor ogen, mijn vrijgekochten”. 8.4.66 

“Terwijl Ik aan dit hout hing en een onnoemelijk lijden doorstond, heeft de duisternis mijn ziel overrompeld. 
Smartelijk heb Ik in mijn Hart aangevoeld, hoe mijn Vader Mij verlaten had. 
Tegenover de ontketende haat ben Ik in een afgrond van nameloos leed verzonken. Waarom?
Voor wie? Voor u allen, die Mij nog verraadt en die mijn passietijd hernieuwt. 
En uw God lijdt en smeekt om uw liefde. 
Maar aan deze tijd, dat een God zich vernedert omdat zijn liefde groot is, zal een einde komen omdat er geen einde komt aan uw koppigheid”. 27.3.70 

”Ze strooien zout op mijn wonden”. 19.10.65 


3. Jezus zelf geeft aan welke houding we moeten aannemen tegenover dit grote mysterie: niet zoveel aan onszelf denken. In plaats van troost te zoeken, kunnen we beter onze blikken op Hem richten en met Hem waken terwijl Hij lijdt.

“Giet op mijn wonden het heerlijk parfum van uw liefde”. 2.3.66

”Kind, zijt ge er dan zo op gesteld vertroost te worden terwijl Ik mijn passietijd beleef? Wilt ge deze kans om Mij nu bij te staan vrijwillig verspelen?
Wat ge geduldig hebt te doorstaan, dat kunt ge Mij als offer aanbieden.
Dit is het ogenblik wan de verlatenheid, het ogenblik dat iedereen Mij in de steek laat‚ het ogenblik van het verraad en weldra dat van het totale Offer. 
Kom… kijk Mij aan.
Ik verkeer in angst voor wat komen gaat.
Waak met Mij. Wees daar met mijn getrouwen… voor het grote ogenblik. 
Mijn Mensheid en mijn Godheid worstelen met elkaar.
Mijn ziel is verscheurd bij wat ze ontwaart. 
En Ik voel Mij dodelijk bedroefd. 
Weer zweet Ik bloed in de Hof van Olijven.
Wie waakt met Mij? Wie buigt zich over Mij om het te stelpen? Wie houdt genoeg van Mij om een arme God trouw te blijven, die zijn leven gaat geven voor allen?
Helaas! Eén grote leegte. 
Geen troost voor Mij.
De beker is vol. Hij moet gedronken worden. 
En mijn kind spreekt Mij van vertroosting…
Verlangt ge die nu nog”? 14.3.67


4. Jezus doet een beroep op alle kleine zielen om Hem te troosten.

”Mijn kleine zielen zijn nog niet talrijk genoeg als balsem voor de wonde van mijn goddelijk hart”. 6.12.68
”Mijn arm menselijk Hart huivert van droefheid en vrees. Dit voor mijn ogen opgerichte kruis schrikt Mij af en trekt Mij aan. 
Het menselijke… Het goddelijke…
Laat mijn Offer zich zo gauw mogelijk voltrekken. Ik heb haast, ondanks mijn afschrik voor het lijden en het sterven. Zult gij bij Mij blijven tot het einde toe? 
Laat hen Mij honen… gij, gij bemint Mij. 
Blijf heel dichtbij.
Laat mijn bloed u doortrekken. Geen enkele druppel mag verloren gaan. 
Dit bloed is het leven voor allen. Gij zult Mij als voedsel aan de kleine zielen geven, nietwaar?” 24.3.67 

Ten slotte nodigt Hij ons uit om ons dicht rond Zijn H. Moeder te scharen en Hem te troosten zoals de goede moordenaar.

“Ach, die doornenkroon doet Mij pijn…
Ach, die krampen in al mijn ledematen! 

Kind, ziedaar uw Moeder. Bemin haar. 
Ik ga sterven… Zij lijdt.
Kijk haar aan. Druk u tegen haar aan. Verwarm haar verkleumd Hart, dat met het vroeger voorspelde zwaard doorboord is.
Moeder!… 

Ach, die verschrikkelijke pijn die mijn ledematen kromt en mijn Hart breekt. Arme kindertjes die maar geen medelijden hebt, noch met uw God, noch met u zelf. Godmoordend volk, mijn Vader vergeve u zoals Ik u vergeef. 

Dit moest gebeuren… 
Het grote ogenblik is aangebroken. 
De goede moordenaar troost Mij met zijn medelijden.
Vandaag zult gij met Mij zijn in het Paradijs. 

Het doet zo zeer…
U kan Ik het zeggen… Voor de anderen zwijg Ik, Maar de afschuwelijke pijn overmeestert mijn lichaam. Vader, waarom verlaat Gij Mij? 

Ik ben alleen… 

Eindelijk het laatste bedrijf van de tragedie.
De spons… Een zucht… Alles is volbracht!
Vader, in uw handen beveel Ik mijn Geest”. 24.3.67 

Deze pakkende gedachten geven ons stof voor een gedegen overweging van het Lijden van Jezus.
Als wij bij deze gedachten van Jezus onverschillig blijven, dan weet ik niet wat er dan wel nodig is om ons te ontroeren. De Kleine Zielen zullen ze ten volle benutten. Zij zijn het aan Jezus verplicht in een geest van dankbaarheid en van eerherstel voor onze fouten. Zo kunnen zij gerust zijn dat zij aan Jezus, die lijdt en sterft voor ons, de vertroosting brengen die Hij van hen verwacht.

Zij zullen op hun beurt kostbare genadesprankels ontvangen van heiliging, zuivering en verweer tegen de zonde, de vijand die steeds op de loer ligt. Het is immers zo dat vele zielen vervallen in zonde, omdat zij vergeten wat het Lijden van onze Heer precies inhield. Of zoals de H. Maagd aan een begenadigde ziel, zuster Appoline Andriveau in 1846 zei: “De wereld gaat verloren, omdat men niet denkt aan het Lijden van mijn Zoon.” Uit liefde zullen wij alle kruisen op ons nemen die zich eventueel op onze weg bevinden, opdat het Lijden zich in ons kan hernieuwen. Of om het met de woorden van Sint Paulus te zeggen: “Dat ik voor u mag lijden en in mijn lichaam aanvullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus, ten bate van Zijn lichaam, dat is de Kerk”. (Kol.1‚24)


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 45-48.

De Verlossing

DE VERLOSSING

Bewerking voor Website ‘Legioen Kleine Zielen

1. “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven; opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben“ (Joh. 3‚16). Met de Incarnatie had God de Verlossing op het oog, die de fout van Adam en Eva moest herstellen en de mensheid aan de verdoemenis zou onttrekken. De duivel had immers in zijn jaloersheid gezworen haar mee te sleuren in het eeuwige verderf.

De erfzonde is het gevolg van het ingaan van Eva op het voorstel van de ‘slang‘, terwijl het ‘fiat’ van Maria de Verlossing mogelijk gemaakt heeft.
In dit verband lezen we in de Boodschap:
“Het is het fiat van Mijn Heilige Moeder dat de Verlossing mogelijk gemaakt heeft. Zij is de eerste die Mij heeft bemind.” 10.10.67 

Christus heeft ons dus door Zijn bloedig Offer gered. Hij heeft ons niet verlost “met goud of zilver, maar door het kostbaar bloed van Christus, het Lam zonder vlek of gebrek” (1 Petr.1‚18-19).
“De verlossing is geschied door het Kruis. De wereld zal gered worden door het Kruis.” 31.5.67 

Het is onze allereerste plicht om God de Vader te danken, want “Hij heeft ons ontrukt uit het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon, in Wie onze bevrijding verzekerd is en onze zonden vergeven zijn” (Kol 1,13-14).

2. Wij mogen geen passieve getuigen blijven van zulk een buitengewone gebeurtenis. De Heer wil onze vrijwillige medewerking aan het offer van Calvarië.

“Kleine zielen, wilt ge met Mij de kinderen der verlossing zijn? 

Zie, Ik vraag u wat mijn Vader Mij heeft gevraagd. Maar vreest niet. Ge zult Mij enkel dat geven wat uw arme menselijke natuur met de steun van de genade Mij wil geven. En Ik zal uw gaven dankbaar aanvaarden”. 5.7.67 

De medewerking van Maria aan het verlossingswerk van haar veelgeliefde Zoon was niet alleen noodzakelijk, maar ook uniek en uitzonderlijk. Nooit zal onze medewerking een dergelijke graad van volmaaktheid bereiken. Jezus vraagt ons nochtans om eraan mee te werken. Hoe? Door in liefde en geloof alle kruisen op ons te nemen, die we op onze de weg naar de Hemel ontmoeten.
In dit verband verklaarde Jezus aan Marguerite, boodschapster van Zijn Hart met betrekking tot de mensen die haar opzoeken en waartussen soms moeilijke gevallen zijn:
“De liefdevolle zorg voor hen die Ik u zend, vereist dat ge lijdt.” 9.6.71 

Onze medewerking moet in dezelfde lijn liggen:
“Kind, een kleine ziel lijdt voor haar Welbeminde en met haar Welbeminde… Ik verleen hen (zij die Marguerite opzoeken) de vrijheid ja of neen te zeggen tot de genade die hen bezoekt. Ik geef hen minder of meer, naargelang hun edelmoedigheid. Het is een liefdewerk en een verlossingswerk. Allen zijn hiertoe uitgenodigd.” 9.6.71 

In plaats van zich te verzetten tegen zijn kruis of het nu gaat om grote beproevingen of om de kleine dagelijkse kruisjes zou een ziel in staat van genade zich erover moeten verheugen als over “het kostbaarste geschenk dat God aan zijn uitverkorenen kan geven”. En dit vooral wanneer zij streeft naar een intens geestelijk leven.

Nu begrijpen we de volgende woorden van de H. Teresia van het Kindje Jezus die doordrongen was van de diepgaande logica van de goddelijke Liefde: “Mijn enige geluk hier op aarde is: te lijden uit liefde”. Haar geloof had haar al vroeg de prijs van de Verlossing laten aanvoelen.
Tot aan het einde van haar dagen spoorde dit haar ertoe aan de druppels van het Verlossende Bloed, die uit Zijn wonden sijpelden te verzamelen, om de “dorst naar zielen“ van haar Welbeminde Redder te lessen.


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 43-44.

‘Legioen Kleine Zielen’ is een door de Kerk erkende en goedgekeurde geestelijke vereniging

Door de Kerk erkende en goedgekeurde geestelijke vereniging

Het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart is een door de Kerk erkende en goedgekeurde geestelijke vereniging. Het richt zich niet alleen tot iedere christen gelovige van om het even welke roeping of levensstaat in de Kerk: priesters, religieuzen, leken, gehuwden, ongehuwden, … maar ook tot iedereen die op zoek is naar diepere waarden in het leven en een hogere zingeving aan het bestaan. … Het wil helpen om op een zo goed mogelijke manier zijn leven als een geestelijke offerande op te dragen voor het heil van de zielen.

marguerite wordpressHet Legioen Kleine Zielen werd gesticht door een eenvoudige huismoeder uit de omgeving van Luik in de jaren kort na het tweede Vaticaans Concilie. Het staat ten diensten van de mensen die verlangen de “Kleine Weg” te gaan en te beleven. Om de drie maanden verschijnt er een nummer van het tijdschrift: “Het Legioen Kleine Zielen”, dat de Kleine Zielen kan helpen in de groei van hun geestelijk leven.

Veel christenen waren in hun hart reeds aangesproken geworden door dit verlangen van de heilige Theresia en zo op de weg van het geestelijk kindschap gezet. Maar de Kerk kende onder haar gelovigen nog geen beweging met de naam: “Legioen Kleine Zielen”.

Op 21 november 1983, feest van de Opdracht van Maria, heeft Mgr. G. M. van Zuylen de statuten van het Legioen, welke opgesteld werden volgens de eisen van het kerkelijk Wetboek, goedgekeurd. De officiële erkenning van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart door de bisschop van Luik maakt het mogelijk dat het Legioen zich over de hele wereld kan verspreiden, groeien en bloeien, met de zekerheid een officiële vereniging van de Kerk te zijn.

Info: Website: ‘Legioen Kleine Zielen’