Armand Ory: “Als gij niet opnieuw wordt als kleine kinderen…”

424051DE SLEUTEL VAN HET RIJK

Op zekere dag bracht Jezus een kind in de kring. Zijn commentaar hierbij is wereldberoemd: “Als gij niet opnieuw wordt als kleine kinderen (sicuti parvuli) zult gij het Rijk der Hemelen niet binnengaan” (Mt.18.3). Met dit gebaar heeft Hij de ‘kleinheid’ ter sprake gebracht, niet in een zwevend begrip, maar in een springlevend kind. Deze taal verstond iedereen. Nogal straf: Klein worden of zijn Rijk niet binnen. Is dit een idyllisch gebaar van Jezus, de kindervriend of meent Hij het echt? In dat geval is ‘kleinheid’ niet meer vrijblijvend. Dan is het geen randverschijnsel meer, maar de sleutel die toegang geeft tot het Rijk.

Bij een andere gelegenheid heeft Hij nog wat meer uitleg gegeven: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor ‘wijzen en verstandigen’ en ze geopenbaard hebt aan ‘kleinen’“ (Mt.11,25). De ‘kleinen’ staan hier duidelijk tegenover de ‘wijzen en verstandigen’. Aan de eersten kan God zijn geheimen openbaren, aan de laatsten niet. Het gaat uiteindelijk om openheid of geslotenheid tegenover God. Deze heeft iedereen zonder uitzondering op het oog om zijn geheimen mee te delen. Indien Hij desondanks voor ‘wijzen en verstandigen’ verborgen houdt wat Hij aan ‘kleinen’ kan openbaren, ligt dit uitsluitend aan de gesteltenis bij de mensen. De enen zeggen ‘neen’, de anderen ‘ja’ op zijn aanbod.

KLEINHEID MOET MEN LEREN

Jezus heeft allerhande mensen ontmoet in zijn leven o.m. vissers en geleerden. Bij de eersten vond Hij vooral gehoor, bij de laatsten verzet. De enen waren klein, de anderen wijs en verstandig. De eersten leerden Jezus als ware God aanbidden, de anderen stelden Hem als boosdoener terecht aan een kruis.

Wijs en verstandig is men van nature uit, omdat men spontaan voortbouwt op de normen waarover men beschikt. Kleinheid moet men leren, in zoverre men zijn eigen normen inlevert tegen vreemde normen. Klein worden is riskant als de sprong van een parachutist. Men moet leren oordelen volgens de normen van God.

In het evangelie treffen wij enkele sprekende voorbeelden aan; Zacharias, Johannes de Doper, Simon Petrus en Maria.

Toen Zacharias de boodschap kreeg dat zijn vrouw een kind zou krijgen stelde hij zijn zienswijze boven die van de engel. Dat kon onmogelijk, omdat Elisabeth al op gevorderde leeftijd was (Lc.1,18). Zijn stomheid is het uiterlijk teken geworden hoe wijs en verstandig hij was. Kleinheid heeft hij achteraf wel geleerd.

Zijn zoon, Johannes de Doper, stond er niet beter voor. Op zekere dag stuurde hij twee van zijn leerlingen naar Jezus met de vraag: “Zijt Gij Diegene die komen moet, of hebben wij een andere te verwachten?” (Mt.11,3) Hij zat toen namelijk opgesloten in de gevangenis en vanuit Jesaja wist hij dat de Messias zou komen “om aan gevangenen verlossing te melden” (Jes.61,1). Vooralsnog had Jezus geen poging ondernomen om hem te bevrijden. Na Jezus’ antwoord heeft Johannes zijn wijsheid ingeruild voor die van zijn Meester. Ook hij heeft kleinheid moeten leren.

In verband met Jezus’ lijden heeft Simon Petrus geprotesteerd: “Zo iets mag U nooit overkomen” (Mt.16,22). Verzet tegen het lijden was de enige zinvolle vorm van liefde bij Petrus voor Jezus. En toch was deze eigenwijs. Het antwoord van Jezus was schrikwekkend: “Weg, Satan, gij zijt Mij een aanstoot. Gij oordeelt volgens de normen van mensen en niet volgens de normen van God” (Mt. 16, 23). Deze zin bevat de bepaling van wat ‘kleinheid’ is: oordelen volgens de normen van God en niet volgens die van mensen.

Maria incarneert ten volle dat uitzonderlijk ideaal. Toen de engel Gabriël haar de boodschap bracht dat zij in haar maagdelijkheid moeder zou worden, stelde zij haar bezwaren onmiddellijk terzijde om geloof te hechten aan de woorden van Gods gezant. Zij zei niet: “Dat is onmogelijk daar ik geen man beken”, maar wel: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen man beken” (Lc.1.34). Door haar fiat heeft Maria de menswording mogelijk gemaakt.

De Schriftgeleerden, hogepriesters en farizeeën daarentegen zijn bij hun zienswijze gebleven. Zij zijn nooit tot kleinheid gekomen. Hierdoor hebben zij zich buiten zijn Rijk gesloten.

HET LEGIOEN KLEINE ZIELEN

Op onze dagen blijft die ‘kleinheid’ even noodzakelijk als tijdens Jezus‘ openbaar leven op aarde. Meer dan ooit krioelt het van ‘wijzen en verstandigen’ die zich sluiten voor zijn boodschap, omdat ze hun normen verkiezen boven die van God. Zij heten humanisten, atheïsten, enz.

Ook binnen de kring van de katholieke Kerk zijn er velen die met misprijzen neerzien op de ‘kleinheid’. Hoevelen stellen hun inzichten boven de leer van de Kerk? Dwaalleer wordt verspreid vanuit theologische faculteiten en opvoedingscentra, vanuit godsdienstige tijdschriften en catecheselessen. Daarom wil Jezus zijn gebaar van het kind in de kring duizenden keren herhalen. Hij wil een legioen kleine zielen om in elk dorp, in elke stad te getuigen van zijn BOODSCHAP VAN DE BARMHARTIGE LIEFDE AAN DE KLEINE ZIELEN. Dit is geen reden tot fierheid en nog minder tot ijdelheid. Het roept alleen een huiveringwekkende verantwoordelijkheid voor de geest.

Tussen EVANGELIE en BOODSCHAP bestaat een zeker verschil wat betreft de ‘kleinheid’. In het evangelie is zij bijna verborgen tussen duizend andere parels; in de boodschap wordt zij in het volle daglicht gesteld. Zowel in de titel van het boek als in de benaming van de leden is er sprake van.

TAKKEN VAN EEN BOOM

Wat betekent dan dit kostbaar kleinood? Is het synoniem van eenvoud of nederigheid? Destijds heeft men de benaming ‘kleine zielen‘ willen vervangen door ‘eenvoudige zielen’, omdat men nogal botste op de spot ‘kleinzieligheid’. Hierop heeft Jezus geantwoord: “Klein behoudt heel zijn betekenis en moet deze bewaren in elke taal. Als gij niet wordt als kleine kinderen zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan. Mijn rijk wordt op aarde gevestigd door het beoefenen van de kleinheid. Gij zult Mij enkel vinden in de allerkleinsten. Weest klein genoeg om te begrijpen en over de futiliteiten van dit leven heen te stappen. Ik ben in u, mijn kleine kinderen, en met u zal Ik de machtigen beschamen.” (26.11.1972)

De kleinheid is voor de andere deugden wat de stam van een boom is voor de takken. Kleinheid is de familienaam, de andere deugden zijn voornamen: nederigheid, liefde, zin voor gebed, vertrouwen, zuiverheid, waarachtigheid, gehoorzaamheid, vurigheid, offerzin, eerbied voor de Eucharistie, strijdvaardigheid. Deze boodschap ter illustratie: “Ik vraag nederige kleine zielen, om de hoogmoed te bestrijden, liefdevolle, om het gebrek aan liefde te bestrijden, edelmoedige, om de zelfzucht te bestrijden, kleine zielen die bidden, om te strijden tegen het gebrek aan gebed, kleine zielen vol vertrouwen, om het pessimisme te bestrijden, kleine zielen die zuiver zijn, om de onzuiverheid te bestrijden, kleine zielen die waarachtig zijn, om de leugen en de huichelarij te bestrijden, kleine zielen met de geest van onderdanigheid, om de ongehoorzaamheid te bestrijden, vurige kleine zielen, om de lauwheid en de lafhartigheid te bestrijden, kleine zielen die zichzelf slachtofferen, om de ketterij te bestrijden. En aan ieder van hen vraag Ik een mateloze eerbied voor mijn Liefdesacrament. Ik wil geestdriftige verdedigers van dit zozeer door smaad getroffen sacrament.” (17.2.1970)

De ketterij die op onze dagen te bestrijden valt, heet modernisme. Zij is gebaseerd op de uitschakeling van de kleinheid. Systematisch wil zij de Blijde Boodschap herknippen op mensenmaat. Op alle domeinen stelt zij de normen van de mens boven de normen van God: de moraal, de kerkopvatting, de liturgie, de catechese, de schriftverklaring. Achtereenvolgens komen deze vijf punten ter sprake.

DE MORAAL

De christelijke moraal is gebaseerd op de tien geboden, die reeds bestaan vanaf Mozes in het Oude Verbond. Hierbij sluit Jezus aan als Hij zegt tot de rijke jongeling: “Als gii het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden” (Mt. l9. l7). Op zedelijk gebied beleeft onze tijd een Copernicaanse revolutie. De geboden van God worden vervangen door de rechten van de mens. In plaats van God te dienen op zondag eist men het recht op uit te slapen. In plaats van eerbied op te brengen voor de ouders laat men hen in de steek en gaat een deel van de jeugd op kamers wonen, om vrijer te zijn. In plaats van de zonde van onkuisheid te vermijden, eist men het recht op zich sexueel uit te leven. Ofschoon de tien geboden voorhouden niet te doden wordt de moord op ongeboren kinderen opgenomen in de grondwetten van vele landen die van oudsher christelijk zijn. De laatste norm van goed en kwaad is niet meer wat God voorhoudt langs zijn Kerk om, maar wat de mensen gaarne hebben. De pastoraalsociologie is de nieuwe wetenschap die deze revolutie in de hand werkt. Zij houdt enquêtes, om te ontdekken hoe de mensen in werkelijkheid zich gedragen. Ontdekt men een tegenstelling tussen wat God gebiedt en wat de mens beleeft, dan krijgt deze laatste automatisch gelijk. De geboden worden als verouderd spul terzijde geschoven. Het inwilligen van de (vaak zondige) verlangens van de mens wordt geprezen als een uiting van vooruitstrevendheid. Telkens wanneer de (onrechtmatige) rechten van de mens in plaats komen van de geboden van God, stelt men menselijke normen boven die van God. Hier verdwijnt de ‘kleinheid’, waardoor de toegang tot het rijk der hemelen bemoeilijkt wordt.

DE KERKOPVATTING

Naast de hiërarchische Kerk treedt tegenwoordig een ander type naar voor: de volkskerk, ook participatieve Kerk of basiskerk genaamd. De hiërarchische Kerk werd door Jezus gesticht op de rots van Petrus. Zij moet de Openbaring van haar Stichter trouw doorgeven van generatie tot generatie. De laatste norm van haar zijn en haar handelen is Christus. Vanuit haar oorsprong wordt haar liturgie bepaald: Doe dit tot mijn gedachtenis. Van bovenaf worden haar geloofspunten bepaald: Drievuldigheid en transcendentie voor God. Verrijzenis en Godheid voor Jezus, maagdelijkheid en Onbevlekte Ontvangenis voor Maria. Ook het celibaat van de priester steunt op een woord van de Heer.

In de volkskerk daarentegen wordt alles bepaald vanuit de basis. Men vraagt aan de gelovigen wat zij nog verlangen te geloven. Men vraagt aan de priester of hij verlangt te trouwen. De gemeenschap vraagt het recht haar bedienaar te kiezen. Priesters die door Rome veroordeeld zijn om hun dwaalleer zouden dan best in een of andere studentenecclesia uitgeroepen kunnen worden tot ideale voorgangers. Geloofspunten of zedelijke normen die bij een enquête de 50% niet meer halen zouden afschafbaar zijn. Na een paar decennia zou heel het geloofspatrimonium van de Kerk verkwist zijn. De oorzaak van deze teloorgang is andermaal gemis aan kleinheid. De mensen willen eigenwijs hun oordeel verheffen boven dat van God, Jezus en zijn Kerk.

DE LITURGIE

Tijdens Vaticanum II werd een nieuwe vorm voor de eredienst uitgevaardigd. Zowel van rechts als van links is deze liturgie betwist geworden. Voor de enen gaat zij te ver; voor de anderen niet ver genoeg. Zij zou het tridentijns offerkarakter prijsgeven, beweren de enen; zij zou nog steeds een viering blijven die te ver afstaat van het gewone leven, beweren de anderen. (..)

Op 23.5.1980 verscheen de instructie Inaestimabile Donum (Onschatbare Gave), uitgevaardigd door de Congregatie voor de Sacramenten en de Goddelijke Eredienst en goedgekeurd door de paus. Hierin worden een reeks misbruiken aan de kaak gesteld, die een beetje overal binnengeslopen zijn bij de eucharistievieringen: het verwaarlozen van het voorgeschreven missaal, het preken door leken, het aanwenden van lezingen die niet uit de Bijbel komen, het bezigen van niet goedgekeurde canongebeden, zonder ernstige redenen celebreren buiten de kerk of zonder liturgische gewaden, leken die de communie uitreiken terwijl de priester toekijkt, het volk toelaten de canongebeden en dus ook de consecratiewoorden uit te spreken, meisjes die misdienaar zijn…

De eucharistieviering is het meest vitale onderdeel van het katholiek geloof. Wie een afwijkende canon invoert belandt automatisch in een andere godsdienst. Ongetwijfeld is de consecratie niet alleen het hoogtepunt van de goddelijke eredienst, maar ook haar meest kwetsbare plek.

Een maand na het verschijnen van de Romeinse instructie verscheen een dossier “Geen viering zonder Leven” in; Kerk en Leven, 1980, nr. 26. Hierin worden de misbruiken als idealen geprezen. Er wordt gepleit tegen de kerk, tegen de priester en tegen de kern van de eucharistieviering, niet brutaal maar uiterst voorzichtig. Men wil weg uit het kerkgebouw, omdat het te groot is en ongezellig, men moet er zwijgen en men mag er niets aanraken. Het merendeel van de priesters – in de mate dat zij de richtlijnen van Rome volgen – zijn ongewenst, omdat ze een one-man-show opvoeren en zich houden aan een ritueel waarvan jongeren niets begrijpen.

Jongens van 16 pleiten voor eigen gemaakte gebeden en voor het gebruiken van andere lezingen dan de bijbelse, bv. de krant. Men is verontwaardigd dat het hele volk de canongebeden niet mag meezeggen en om leven te brengen in de viering organiseert men betogingen op minischaal. Stel u Johannes voor onder het kruis terwijl hij een tiental lummels zou laten defileren met een spandoek “Romeinen buiten”, om het gebeuren van Calvarië wat meer te betrekken bij het dagelijkse leven!

Ook de kern van de eucharistieviering wordt grondig verdraaid: “Het is een samenkomen rond brood en wijn als bewerkende tekens van Jezus’ aanwezigheid. Dat mag je echter niet vrijblijvend doen. Wie echt viert rond Jezus, zal van hieruit zijn brood breken en de beker reiken aan de anderen met wie hij dagelijks samenleeft.” (Kerk en Leven, 1980, nr. 26, p. 9)

Hoe tridentijns de uitdrukking ‘bewerkende tekens’ ook klinkt, de inhoud ervan is totaal verdraaid. Wat wordt bewerkt door de tekens van gebroken brood en aangereikte wijn? In de katholieke Kerk ligt de ommekeer in de gaven: brood en wijn worden Lichaam en Bloed van Christus. In de volkskerk ligt de ommekeer bij de vierders: egoïsten worden altruïsten. Naar het voorbeeld van Jezus leren zij hun brood breken en hun beker delen met anderen. Wie zo eucharistie viert verlaat de geopenbaarde godsdienst om slechts een nummertje op te voeren dat thuishoort in een natuurlijke godsdienst, à la Rousseau.

Andermaal wordt deze ernstige afwijking veroorzaakt door gemis aan kleinheid. Ook op dit domein verkiezen velen hun eigen inzichten te stellen boven die van de Kerk, door Christus gemandateerd.

DE CATECHESE

Catechese is mondeling godsdienstonderricht. De katholieke catechese heeft dan als taak het katholiek geloof door te spelen. Dit gebeurde zo vanaf de stichting van de Kerk tot voor een paar decennia. (..)

De stelling van (moderne) godsdienstinspecteurs is de volgende: Wie nu nog gelooft in de letterlijke interpretatie van het evangelie is dwaas. Men is ervan overtuigd dat de evangelisten niet bedoelen te schrijven wat ze schrijven, maar het tegenovergestelde, wat de Bijbel verklaarders ervan maken.

Hoe zouden onze duizenden catecheten die met de beste bedoelingen bezield zijn, kunnen opkomen tegen universiteitsprofessoren en godsdienstinspecteurs? Goddank zijn er nog velen die ondanks alles bereid zijn echte godsdienst te onderwijzen. Aan hen onze oprechte felicitaties in deze uiterst moeilijke periode.

Weer is het gemis aan kleinheid de oorzaak van de teloorgang in de catechese. Men leert vaak niet meer wat de Kerk voorhoudt te geloven. Men verkiest hierboven een dwaas, menselijk gebazel.

DE SCHRIFTVERKLARING

De wortel van alle kwaad ligt in een verkeerde schriftverklaring. Rond de jaren 1960 werden de theorieën van prof. Rudolf Bultmann, een vrijzinnig protestants exegeet, overgenomen aan de katholieke faculteiten. Hij heeft geleerd over de Formgeschichte, de literaire genres, in het Nederlands de verschillende verhaalvormen. Feit is inderdaad dat men onderscheid moet maken tussen de verschillende verhaalvormen. Wie veronderstelt dat een parabel werkelijk gebeurd is, vergist zich deerlijk. Wie evenwel een echt gebeurd feit tot fabel herleidt vergist zich niet minder.

Veel schriftverklaarders hebben zich evenwel schromelijk vergist in de verschillende verhaalsoorten, omwille van een vooroordeel dat hun inzicht benevelde. Zij zijn verkeerdelijk overtuigd geraakt dat God onze gesloten wereld niet doorbreekt. Bovennatuurlijke manifestaties acht men onmogelijk. Daarom heeft men principiële bezwaren tegen mirakelen, engelen, duivelen, hemel, hel, verschijningen, voorspellingen, enz. In plaats van de bovennatuurlijke feiten te erkennen die verteld worden in al deze evangelieverhalen, beweren zij dat het alleen gaat om verhalen met een fantastische inhoud, ongeveer zoals in de fabels waar dieren en planten kunnen spreken. Daarom spreekt men de laatste jaren niet meer van mirakelen, duivelen, engelen, verschijningen of voorspellingen, maar van mirakelverhalen. duivelverhalen, engelenverhalen, verschijningsverhalen, voorspellingsverhalen. Het overgrote deel van onze evangelieverhalen zou bijgevolg niet weergeven wat Jezus gezegd en gedaan heeft, maar slechts wat de eerste christenen ‘geloofden’ en voortvertelden over zijn persoon. Dit zouden meestal verzinsels zijn.

Ondertussen is er een ‘wetenschappelijke’ exegese tot stand gekomen die zich historisch-kritisch heet. In feite heeft zij alleen de pretentie wetenschappelijk te zijn, daar ze gewoonweg ongelovig is. Zij loochent zonder enige grond dat Maria maagd is, dat Jezus mirakelen heeft gedaan, dat Hij lichamelijk verrezen is op de derde dag, enz. Zij is de dolk waarmee een horde moderne exegeten het christendom vernietigen. Goddank zijn er ook in dit domein nog vele getrouwen en betrouwbare werkers.

Telkens is de reden van het onheil het gemis aan kleinheid. Men verkiest zijn eigen menselijke inzichten boven de leer van de Kerk. Nummer 19 van Dei Verbum verkondigt uitdrukkelijk het historisch karakter van de evangelieverhalen.

ALGEMEEN BESLUIT

Uit de ontleding van deze vijf belangrijke sectoren uit het godsdienstig leven komt één constante naar voren, die de oorzaak is van de zware crisis in de Kerk: gemis aan kleinheid. De moderne mens is tot in zijn diepste wortels hoogmoedig geworden, wijs en verstandig, zou Jezus zeggen. Hij weigert nog langer te oordelen volgens de normen van God. Hij oordeelt steeds volgens de normen van de mensen.

Dit geschiedt bij de moralisten, bij de ecclesiologen, bij de liturgisten, bij de catecheten en bij de exegeten.

Binnen de Kerk zijn helaas mensen op de sleutelposities erin geslaagd dwaalleer te verkondigen. Deze is rampzalig voor het christenvolk. Van hen kan Jezus alleen hetzelfde zeggen als van Petrus: Weg‚ Satan, gij oordeelt volgens de normen van mensen en niet volgens de normen van God. Geen wonder dat enkele kopstukken onder de dwaalleraars al ontmaskerd zijn en verbod gekregen hebben om nog als katholiek hoogleraar te fungeren.

Is de Kerk in een gevaarlijke crisis gekomen door wijzen en verstandigen, dan is het logisch dat de redding alleen te vinden is door terug te worden als kleine kinderen: “Geloof, zegt Jezus, dat de kleine zielen, geleid door mijn zoete Moeder, het vermogen de gang van zaken te veranderen.” (21.11.1966)

“Het goede zaad, kind, is het zaad dat men in tranen zaait… maar het kruis zal nooit uw krachten te boven gaan. Ben Ik er niet… denk eraan, dat Ik het Sap ben dat leven geeft en voedt. “ (12 mei 1967)
“Wie wind zaait zal storm oogsten. Maar wie het goede Woord zaait zal een volle maat zuiver goud voor de Hemel oogsten.” (18 juli 1967)
“Uw kleine offers worden door mijn genade zaadjes van heiligheid.” (11 november 1967)
“Ja, kindlief, geef Mij als voedsel aan de zielen. Geef het beste van uw ziel die Ik met mijn liefde vruchtbaar heb gemaakt. Sluit niemand uit bij de uitreiking van het levenszaad dat Ik in uw hart heb gestort. Allen moeten eten, allen moeten zich aan mijn wet onderwerpen.“ (20 april 1970)

“De kleine zielen ontvangen mijn Woord met gretigheid, want het is voedsel voor het geestelijk leven. De hoogmoed en dergelijke voeden de zielen niet, maar storten hen in het verderf.” (20 april 1970)

Uit; Armand Ory, ‘Sicuti Parvuli’, Het Legioen Kleine Zielen, Achtste jaargang, Nr. 3, September 1980, blz. 7-16. Iets ingekort, bewerking door pastoor Geudens.

Voorbereidingstekst landelijke gebedsdag zaterdag 15 juli 2017:  Martha en Maria  

Gebedsdag 15 juli 2017

Bidden zinloos?

Menig mens beweert dat bidden overbodig is geworden, een nutteloze bezigheid. Werken, bezig zijn met mensen, produceren, dat alles vindt gemakkelijk instemming.

Martha en Maria

Bij de evangelist Lucas lezen wij de wondere geschiedenis van Martha en Maria (Lc.10,38-42), waarvan het verhaal gekend is: “terwijl Martha in beslag genomen werd door het vele bedienen.

Sommige moderne mensen vinden zich gemakkelijker terug in de persoon van Martha en moeten noodgedwongen ernstige bezwaren koesteren jegens Maria. Volgens de economische normen presteert Martha wel en Maria niet, is Martha dus één en al werkdadige liefde voor Jezus en Maria in feite liefdeloos, want de eerste spijzigt de hongerige Jezus, terwijl het de tweede blijkbaar niet deert dat Hij honger lijdt.

Martha uit haar kritiek aan Jezus als volgt: “Heer, trekt Gij het u niet aan dat mijn zuster mij alleen de bediening overlaat?

Een tegendraads antwoord

Indien Martha haar beklag gemaakt heeft bij Jezus, dan is het in de stellige hoop gelijk van Hem te krijgen. Maria van haar kant heeft geen klacht ingediend tegen haar zuster, ‘omdat die nog geen tijd had om naar Jezus’ woorden te luisteren’. Was Martha ontstemd omwille van Maria, Maria was niet ontstemd omwille van Martha.

Het antwoord van Jezus is uitermate leerrijk, zowel om zijn helderheid als om zijn inhoud.

Hij geeft Martha geen gelijk, integendeel, onomwonden vertelt Hij haar zijn mening ook al loopt die uit op een ontgoocheling voor Martha: “Gij zijt bezorgd en bekommerd om vele dingen; slechts één is noodzakelijk en Maria heeft het goede deel verkozen”. Jezus corrigeert diegene die hoopte geprezen te worden en Hij prijst haar die geen angst had voor kritiek van buitenstaanders.

Luisteren naar het H. Evangelie

Jezus’ woorden rechtstreeks beluisteren, van persoon tot persoon, zoals Maria, ligt natuurlijk niet meer in ons vermogen, sinds de dood en verrijzenis van Jezus. Toch is ons een wonderbaar middel ter beschikking gesteld om met de Meester in contact te treden nl. het Evangelie. In dit boek zijn de woorden en ook de daden van Jezus opgetekend ten gerieve van de christenen van alle tijden. Wie devoot deze woorden beluistert, hoort Jezus zelf. Dank zij de H. Schrift weergalmt Jezus’ woord tot in de 20ste – én 21ste – eeuw, met een nooit geëvenaarde betrouwbaarheid. Zijn woorden zijn trouwens niet alleen bedoeld voor tijdgenoten, maar voor gelovigen van alle tijden. In de mate dat wij deze gewijde woorden van Jezus beluisteren in een mediterende evangelielezen, kunnen wij delen in het voorrecht van Maria en met haar het beste deel verkiezen.

Het regelmatig contact met de H. Schrift is ongetwijfeld de beste manier van bidden. Daardoor leren wij Jezus in al zijn wezensaspecten kennen. In de mate dat wij Hem kennen, groeit ook onze liefde en in de mate dat wij Hem liefhebben boven alles, maken wij ons geschikt om binnengetrokken te worden in zijn Rijk der Hemelen.

Woorden uit de Boodschap

Er is maar één stap nodig om over te schakelen van het Evangelie naar de Boodschap (Boodschap van de Barmhartige Liefde – Legioen Kleine Zielen); het ene is de oer-boodschap of Blijde Boodschap; de andere is de actualisering ervan voor onze tijd. Tussen Evangelie en Boodschap bestaat in feite geen verschil; de laatste is de vertaling van het eerste voor onze tijd.

Hier staat in al zijn eenvoud de Boodschap van de Barmhartige Liefde, die de geslaagde actualisatie van Jezus’ leer voor onze tijd kan genoemd worden. Deze geslaagde aanpassing wordt echter niet gedoceerd aan een of andere theologische faculteit, maar wordt doorgespeeld als Jezus’ eigen woord, ter beschikking gesteld van een schamel mensenkind (met de naam Marguerite).

Dit is de uiteindelijke reden waarom de Boodschap zo hardnekkig bestreden wordt door de voorstanders van het modernisme. In de Boodschap wordt trouwens weer recht gezet wat door dwaalleraars wordt omver gekegeld.

De Boodschap slaagt er immers in terzelfder tijd 100% trouw te blijven aan de apostolische Traditie en tevens aangepast te zijn aan de noden en het begripsvermogen van de post-conciliaire mens.

Is het waar dat het eigenlijke Evangelie wat moeilijk uitvalt en helaas te weinig gelezen wordt door onze gelovigen, dan is het boek De Boodschap de eenvoud zelf die toegankelijk is voor alle kleine zielen. Ook brengt de Boodschap ons een hemelse waarschuwing tegen de gevaren van afwijkingen in de moderne Kerk. Zovelen helaas juichen de afdwalende trend toe als de frisse vertaling van het christendom voor nu. Niets is gevaarlijker dan dingen toejuichen die men eerder moet afzweren.

Evangelie-bladzijden

Jezus heeft zijn kleine zielen gewaarschuwd met de volgende woorden: “Waarom toch zijn sommigen onder u verwonderd over mijn woorden, die Geest en Leven zijn? Het zijn altoos dezelfde. Zijt gij zodanig veranderd, dat gij Mij helemaal niet meer herkent? Het zijn Evangelie-bladzijden. Ik laat niets weg van wat geweest is en van wat is” (boodschap 24-04-’69).

De Jezus uit het Evangelie en de Jezus uit de Boodschap is dezelfde; zijn boodschap eveneens. Hij brengt alleen op onze dagen de juiste actualisatie waar vele theologen tevergeefs naar zoeken.

Wie Hem niet herkent in zijn Boodschap is verblind door het vooroordeel van de menselijke wetenschap en hoogmoed. Wie Hem wel herkent is begenadigd, want dit is een geschenk uit de Hemel. Dit had Jezus reeds kenbaar gemaakt in zijn parabel van de Goede Herder: “En als Hij zijn schapen heeft uitgedreven, gaat Hij voor hen uit, en de schapen volgen Hem, want ze kennen zijn stem” (Joh.10,4). “De stem van een vreemdeling zullen ze niet volgen; want de stem van vreemden kennen ze niet” (Joh.10,5).

Velen helaas herkennen de stem van Jezus in zijn Boodschap niet, maar volgen de stem van dwaalleraars, als een betrouwbare gids in zaken van geloof of zeden. De getrouwe christen is te herkennen aan het juiste volgen en het juiste afwijzen; hij neemt de stem van Jezus in zijn Boodschap aan, terwijl hij de stem van dwaalleraars verwerpt als van indringers.

Wildgroei en wildgroei

Men gelooft niet meer dat Jezus’ woorden echt van Hem afkomstig zijn, sinds dwaalleraars beweren dat ze uitgevonden zijn door zijn apostelen. Hier staan we helaas voor een van de grootste godslasteringen, die ooit verkondigd geweest zijn in de Kerk.

Alle L.K.Z.-leden rekenen het zich als een ereplicht aan Jezus’ woord ernstig op te nemen als afkomstig van Hemzelf om het even of zij het lezen in het Evangelie of in de Boodschap.

Pas dan kan men naar Jezus’ woord luisteren; pas dan wordt deze bezigheid de enig noodzakelijke; pas dan kan men evangelisch bidden; pas dan kan men zich erdoor laten heiligen.

Een passage voor u

Door herhaaldelijk te lezen en te mediteren in de Boodschap maakt men zich meer en meer de geest van Jezus eigen. Instinctmatig voelt men aan of men op het goede spoor is ofwel op verkeerde weg. Wordt men heiliger door het lezen van de Boodschap dan mag men zeker zijn van het goede pad; brokkelt men af kwestie heiligheid dan moet men argwaan koesteren omtrent de ingeslagen weg. Welnu, de vruchten van heiligheid, dank zij de Boodschap, zijn overvloedig.

Het is niet eens nodig alles te lezen, omdat alles niet voor iedereen is. Sommige passages zijn voor de enen, andere voor anderen. Iedereen vindt er zijn gading. Vandaag worden wij getroffen door die waarheid, morgen door een andere. Hoe dikwijls hebben lezers van de Boodschap niet verteld dat ze juist het antwoord vonden in een opengeslagen bladzijde, op het probleem of de moeilijkheid, die op het ogenblik hen gaande hield? Jezus heeft het trouwens uitdrukkelijk gezegd: “De een of ander passage is voor u bestemd. Ontdekt ze in het licht van mijn genade” (24-4-’69). Duizenden hebben de betrouwbaarheid van dit woord door eigen ervaring ondervonden. Het volstaat het boek van de Boodschap te openen om licht en klaarte te ontwaren. Wie deze woorden van Jezus leest is net als Maria aan Jezus’ voeten gezeten. Net als zij luistert hij naar wat Hij zegt.

Jezus zelf trekt de lijn van vroeger naar nu door: “Ten tijde van mijn openbaar leven sprak Ik de menigten toe en ze luisterden naar Mij met grote vurigheid. Urenlang namen zij mijn onderricht gretig in zich op. Ook vandaag nog spreek Ik. Want ge hebt het allen nodig vernieuwd te worden” (24-4-‘69). Maria was derhalve geen uitzondering in haar luisterende houding. Grote menigten luisterden gretig urenlang. Dat luisteren is zuurstof voor de ziel, waardoor ze steeds glanzender wordt in heiligheid. Dat luisteren is het puurste gebed, omdat het ongemerkt de luisteraar omvormt tot erebeeld van Jezus.

Verre van zinloos te zijn, zoals onze perverse generatie op satanische wijze beweert, is dit soort bidden het enige noodzakelijke. Heeft Jezus niet beweerd dat Hij niets weglaat van wat geweest is? Indien luisteren het enige noodzakelijke was voor Maria, dan is het luisterend lezen van de Boodschap even noodzakelijk voor onze generatie. Zo is Boodschap lezen een allerzuiverste vorm van gebed.

 

Vgl. https://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com/2015/08/04/de-boodschap-lezen-is-bidden Tijdschrift ‘Het Legioen Kleine Zielen’, December 1976, blz. 8-14; ‘De Boodschap lezen is bidden’ – Pastoor A. Ory

Link op www.agneskerk.org

Legioen Kleine Zielen

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie. Het zaadje van het legioen werd op de akker van de Heer geplant door het verlangen van de H. Theresia van Lisieux. Haar gebed was: “Ik smeek U een legioen van kleine zoenoffers uit te kiezen die Uw Liefde waardig zijn.”

Om dit verlangen te verwezenlijken heeft Jezus Zelf een kleine boodschapster gekozen. Haar naam is Marguerite, afkomstig uit Wallonië. Gedurende vele jaren heeft Hij haar gevormd en geleid en haar de ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen’ ingeven. Het geestelijk kindschap heeft binnen de Kerk vaste vorm gekregen in een zichtbare ver-wezenlijking, het Legioen Kleine Zielen, waarvan Jezus de stichting aan Zijn kleine boodschapster Marguerite heeft toevertrouwd.

In 1983 heeft de toenmalige bisschop van Luik, mgr G.M. van Zuylen, de statuten van het legioen, die zijn opgesteld naar kerkelijk recht, goedgekeurd. Deze officiële erkenning van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart maakte het mogelijk dat het legioen zich over de hele wereld kon verspreiden met de zekerheid een officiële vereniging binnen de Kerk te zijn.

Het legioen heeft zijn centrum in Chevremont. Van daaruit wordt de boodschap van Jezus’ oproep tot Liefde, als enige remedie tegen het kwaad dat de wereld teistert en zelfs in Zijn Kerk tweedracht zaait, verspreid. De verschrikkelijke storm die door haat wordt aangewakkerd kan alleen verdwijnen door gebed en offerbereidheid. Het is aan de ‘kleine zielen’ om hieraan bij te dragen.

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. De bijeenkomst in de maand mei is op woensdag 10 mei. Na het Marialof en de heilige Mis is er om 11.45 uur de Rozenkrans van de Barmhartige Liefde met toewijding, aansluitend is er in de zaal van de pastorie een kopje koffie of thee en een conferentie.

Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

Beloften van Maria aan hen, die de Rozenkrans bidden

Beheerder Website's avatarBoodschappen van Maria

6281710478_682c17c1feDe zalige Alain de la Roche ontving deze beloften van de H. Maagd Maria:
 
1. Wie de Rozenkrans godvruchtig bidt en daaraan trouw blijft, zal al zijn gebeden verhoord zien.
 
2. Ik beloof een heel speciale bescherming en bijzondere genaden aan ieder die de Rozenkrans bidt.
 
3. De Rozenkrans zal een ondoordringbaar schild zijn en de ketterijen teniet doen. Het zal de zielen bevrijden van het juk van de zonden en van verkeerde nijgingen.
 
4. Door het bidden van de Rozenkrans zal men deugdzamer gaan leven en Gods barmhartigheid verwerven. In de harten zal de liefde tot God de plaats gaan innemen van de vergankelijke genegenheden. Veel zielen zullen zich heiligen.
 
5. De ziel die Mij haar vertrouwen toont door het bidden van de Rozenkrans zal niet verloren gaan.
 
6. Ieder die de Rozenkrans bidt, zal geen ongelukkig einde hebben. De zondaar zal zich…

View original post 187 woorden meer

Mgr E. De Jong: ‘Maria, wij willen graag uw kinderen zijn’

aa Staatsiefoto Mgr_ De Jong 1_04KLEIN (1)Hulpbisschop De Jong licht de toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria toe

“Maria, wij willen graag uw kinderen zijn”

De bisschoppen van Nederland zullen op 13 mei hun bisdommen toewijden aan het Onbevlekt Hart van Maria. Dit doen ze precies honderd jaar na de eerste verschijning van Maria aan de drie herderskinderen, Jacinta, Francisco en Lucia in Fatima, Portugal.

Tijdens deze verschijningen vroeg Maria herhaaldelijk de wereld, en met name Rusland, aan haar Onbevlekt Hart toe te wijden, iets waaraan meerdere pausen gehoor hebben gegeven. Ook afzonderlijke bisschoppen en bisschoppenconferenties hebben dit gedaan, zoals de Nederlandse bisschoppen in 1943, nadat Paus Pius XII een jaar tevoren deze akte van toewijding uitsprak via Radio Vaticana.

De verschijningen van Maria te Fatima 

Nadat de Engel van de vrede in 1917 meerdere malen aan de kinderen van Fatima was verschenen, is Maria, de Moeder Gods, 6 maal aan hen verschenen, telkens op de 13e van de maand, behalve in augustus, toen ze zich liet zien op de 19e omdat de kinderen de 13e gevangen waren genomen. Tijdens die verschijningen toonde ze de hel aan de kinderen, vroeg Ze hen de rozenkrans te bidden en veel boete te doen voor de zondaars. Bij de laatste verschijning, op 13 oktober 1917, sloot Maria haar bezoeken af met het door haar aangekondigde zonnewonder, waarbij zo’n 50.000-100.000 mensen aanwezig waren. Dezen zagen de zon draaien, zich “naar de aarde toe bewegen” en verschillende kleuren aannemen. Zelfs de seculiere, antikerkelijke kranten konden er niet omheen dat hier iets heel bijzonders aan de hand was geweest. De boodschap van Maria was duidelijk: er gaan veel mensen verloren, en daarom is boetvaardigheid heel hard nodig. De kinderen moesten veel bidden en boete doen. Ook gaf ze de kinderen geheimen mee. In het eerste geheim beschreef ze de verschrikkingen van de hel. In het tweede voorspelde zij het einde van de Eerste Wereldoorlog en tevens als mensen zouden doorgaan met God beledigen, het begin van de Tweede Wereldoorlog die zou beginnen na een bijzonder lichtverschijnsel. Het derde geheim betrof o.a. de aanslag op een paus.

Lucia kreeg daarna nog enige verschijningen. Op 10 december 1925 vroeg Maria, terwijl Jezus aan haar zijde stond, opnieuw, zoals op 13 juli 1917, de H. Communie te ontvangen op de vijf eerste zaterdagen van de maand, ter eerherstel van haar Onbevlekt Hart, een verzoek dat Jezus zou herhalen op 15 februari 1926. Op 13 juni 1929 vroeg Maria, zoals ook al op 13 juli 1917, aan Lucia de paus te vragen om Rusland toe te wijden aan haar Onbevlekt Hart, samen met al de bisschoppen van de wereld, en beloofde haar opnieuw daarmee de verspreiding van haar dwalingen tegen te gaan, haar bekering te bewerken en een tijd van vrede te laten aanbreken. 7 juli 1952 zou de paus inderdaad Rusland aan het Onbevlekt Hart van Maria toewijden, iets wat herhaald zou worden door Paus Paulus VI op 21 november 1964. Maar Lucia was uiteindelijk pas tevreden toen de H. Paus Johannes Paulus II de toewijding van de wereld, inclusief Rusland, aan haar Onbevlekt Hart uitsprak met alle bisschoppen van de wereld op 25 maart 1984. Vanaf toen gingen de gebeurtenissen in Rusland snel… in 1989 brak het ijzeren gordijn en met kerstmis 1991 wapperde voor het laatst de vlag met de hamer en de sikkel op het Kremlin…

Betekenisvol is het feit dat op 13 mei 1981 paus Johannes Paulus II werd neergeschoten op het St. Pietersplein, die daarna stelde dat het door de bescherming van O.L. Vrouw van Fatima was dat hij het overleefd had. De kogel liet hij plaatsen in de kroon van het beeld van O.L. Vrouw te Fatima.

Twee van de zieners van Fatima. Jacinta en Francisco, stierven al vroeg aan de Spaanse griep. Lucia leefde tot 13 februari 2005 als kloosterzuster. Jacinta en Francisco zullen door paus Franciscus worden heilig verklaard op 13 mei a.s. in Fatima.

Waarom een toewijding? 

De toewijding heeft twee kanten: een zelfgave en een bescherming. Een mens wordt pas echt gelukkig als hij een doel heeft om voor te leven. Als je ergens helemaal voor kunt leven en je geven. Toewijding is een vrijwillige zelfgave. Zo zijn er toegewijde kunstenaars, sportlieden, journalisten, wetenschappers, zakenmensen, dokters, religieuzen… Je kunt je ook toewijden aan concrete mensen… Je wijdt je aan iemand toe door je beschikbaarheid en het geschenk van jezelf aan de ander. Het huwelijk is een wederzijdse toewijding. Je bent er je hele leven lang voor elkaar. Je kunt heel toegewijd een kind of een zieke verzorgen. Deze soort toewijding, consecratio, is verwant met het wijden van iemand tot diaken, priester of bisschop, of de drie of meer geloften van een religieus. Nog fundamenteler gebeurt deze toewijding aan God in het doopsel. Daardoor wordt iemand “helemaal van God”. Ook altaren, gewaden, rozenkransen en andere voorwerpen van devotie, zoals wijwater, kunnen worden gewijd of gezegend, waarmee ze uit het alledaags gebruik worden afgezonderd, om te dienen voor een hogere, goddelijke taak.

Anderzijds wordt onder toewijding ook verstaan het je stellen onder de bescherming van iemand. Degene aan wie je je toewijdt, toevertrouwt, is je patroon, je hoopt op zijn vaderlijke of haar moederlijke bescherming. Als een gezin, school, buurt, stad, streek of land aan een bepaalde heilige is toegewijd, verwacht je dat die heilige er zich speciaal om bekommert. De patroonheiligen, die je bij je doopsel krijgt, zullen je je hele leven vergezellen en je beschermen. De toewijding aan Maria na het doopsel en het huwelijk plaatst de nieuwgeborene en de gehuwden onder haar schutse.

Toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria 

Maria toont in Fatima haar Onbevlekte Hart. Dit staat in verband met het feit dat Ze altijd zonder zonde is geweest. Haar Hart was geheel puur, vol van genade (Lc. 1,28). Zij was een totaal pure toegewijde ziel van God. “Zie de dienstmaagd des Heren” (Lc. 1,38) zei ze tegen de engel die haar vroeg Moeder van God te worden. Niet voor niets is ze “onbevlekt ontvangen”, gevrijwaard voor de erfzonde. Je toewijden aan haar H. Hart is je dus enerzijds in dienst stellen van de bedoelingen van haar Onbevlekte Hart, d.w.z. van haar zuivere, liefdevolle en heilzame intenties, en je anderzijds plaatsen onder haar bescherming, je geborgen weten in de moederlijke gevoelens van haar Hart. Via haar Hart, dat zo dicht bij het H. Hart van Jezus is, leren we te leven als Christus, steeds meer op Hem te lijken. Haar Hart is de voedingsbodem, en in zekere zin de baarmoeder van de Christenen. Het is zo het beeld van de Kerk.

Noodzaak van de toewijding aan haar in deze tijd

Meerdere redenen nopen de bisschoppen om deze toewijding nu uit te spreken. Allereerst vertrouwen we onze Nederlandse geloofsgemeenschap toe aan de zorgen van moeder Maria. Onze Kerk kan wel een steuntje in de rug gebruiken, zoals iedereen weet. We brengen al de zorgen en uitdagingen van deze tijd naar haar moederlijke, pure Hart… Moge Ze, met de genade die Ze ontvangt van Christus en van Hem mag doorgeven, de gelovigen sterken in hun geloof, de zieken en eenzamen nieuwe moed en zingeving schenken, vrede brengen in de gezinnen waar scheidingen dreigen, de parochies vervullen met inspiratie en moederlijke warmte, de bisdommen heilige roepingen geven tot het priesterschap en het religieuze leven. Mogen de media onder haar schutse steeds meer de waardigheid van de mens uitstralen, zonder toe te geven aan de verleidingen van de onzuiverheid.

Verder willen de bisschoppen, ook namens de gelovigen, Maria zeggen dat we graag haar kinderen zijn, die in haar dienst willen staan, die haar willen bijstaan op haar missie in deze wereld. Zij is onze koningin aan wie we graag hulde brengen en onze toegenegenheid en onze volgzaamheid bevestigen. Immers, als Zij ons leidt, gaan we de goede kant op, de kant van Jezus, naar Wie Ze altijd verwijst… Als we haar H. Hart tot richtsnoer maken voor onze beslissingen en daden, zullen ze volgens Gods wil zijn en de vrede dienend.

De richting van ons leven zal dan ook steeds meer, in navolging van de H. Harten van Jezus en Maria, de kant opgaan van de zelveloze toewijding aan elkaar. In onze tijd van autonomie en zelfgenoegzaamheid, leren we van Jezus’ en Maria’s H. Harten hoe ze open kunnen staan voor ieder, in een onbaatzuchtige liefde, die veel voor anderen over heeft.

Uit; Bisdomblad De Sleutel, Roermond, Jaargang 44, Mei 2017, Nr. 5, blz. 13-15 en 32.

 

Stella NL mei 2017

Voorwoord

logoBroeders en Zusters Kleine Zielen van alle talen,

Ziehier het mariale nummer van ons maandelijks blad STELLA.

Meimaand, maand van Maria, honderdste verjaardag van Fatima.

Velen onder u ontvangen dit nummer in een taal die niet de mijne is. Ik neem de gelegenheid te baat om de vrijwillige Kleine Zielen te bedanken die de maandelijkse vertaling verzekeren. De meesten hebben mij gezegd dat zij anoniem wensen te blijven. Maar ik doe een dubbele oproep:

  1. Bid voor deze kostbare medewerkers en medewerksters die een lang en moeilijk werk leveren… Maar onmisbaar.
  2. Aarzel niet deze ploeg te vervoegen indien de Heer u met de Gave van de Talen voorzien heeft. De gaven die wij ontvangen hebben moeten ten dienste van de anderen gesteld worden!

Goede weg met onze Moeder in de Hemel!

Pater Marcel

Broeders en zusters,

Kleine Zielen van alle landen,

lkz-website-3

Deze maand vieren wij de honderdste verjaardag van de verschijning van de Heilige Maagd aan drie kleine herders van Fátima: Lucia, Jacinta en Francisco (13 mei 1917). De geschiedenis is in ieders geheugen geprent en wij moeten een inspanning doen om dit zo gekende gebeuren niet naar de achtergrond te verdringen.

Laat ons proberen de Boodschap die Zij – die zich voorstelt als “de Koningin van de Rozenkrans” – doorgeeft, in ons hart te laten bezinken: «Bid dagelijks de rozenkrans om de vrede voor de wereld te bekomen.»

De inzet is kosmisch. Het is het gevecht van het Licht tegen de Duisternis. Het is het gevecht tussen de Vrouw en de Draak, zoals het wordt voorgesteld in het boek van de Apocalyps*.

Tot Maria bidden is het zekerste middel om ons opnieuw op het mysterie van Jezus te concentreren. In de «Boodschap van de Barmhartige Liefde», herinnert Jezus ons vaak aan de kracht die Hij ons ter beschikking stelt door middel van de Rozenkrans**. Niet alleen voor onze persoonlijke heiliging maar wel voor de Vrede in de wereld… namelijk voor het bevorderen van het Rijk van God in de harten van de mensen.

Moge deze Mariamaand de vrede doen vooruitgaan in onze harten en in dat van alle mensen van deze tijd zo beproefd door de gebeurtenissen die dagelijks in de kranten staan.

Pater Marcel

(*) Apocalyps 12,1-5 – “Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een Vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten, en op haar hoofd een krans van twaalf sterren. Zij was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood. Er verscheen een ander teken aan de hemel: een grote draak, vuurrood, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een diadeem. Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De Draak ging voor de Vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren om het te verslinden zodra ze bevallen was. Maar, zij baarde een zoon, een mannelijk kind dat de herder zal zijn van alle volkeren en hen met een ijzeren staf zal leiden. Het Kind werd weggevoerd naar God en zijn Troon.

(**) Hervatten van de rozenkrans voor de wereldvrede

Marguerite lkz

Woord van Jezus tot Marguerite op 24 augustus 1966:

“Ik zegen je en vraag jouw medewerking om mijn Rijk in deze wereld bekend te maken en te verbreiden in het hart van de mensen.

Tot hen die twijfelen zeg Ik: Misprijs niet wat van Mij komt en wat Ik jullie in mijn barmhartigheid zend om jullie te herinneren aan jullie essentiële plichten tegenover Mij en mijn Heilige Moeder.

Ik heb je gezegd: al het overige is voor jou. Maar begrijp goed: voor jou die de kleine zielen vertegenwoordigt.

Voor de wereldvrede: hervatten van de rozenkrans in elke parochie door hen die hem hebben laten varen of die hem tot een kwezelachtig ritueel hebben gemaakt. En de Herder moet aan het hoofd van zijn kudde zijn.

Mijn Moeder moet Satan overwinnen. En heeft Zij jullie niet altijd gezegd te bidden en boete te doen? Doen jullie dat?

Het dagelijkse gebed van de rozenkrans is een actuele noodzaak.

“Waar twee of meer in mijn Naam samen zijn, zal Ik in hun midden zijn.”

legioen-kleine-zielen-1c

Website Legioen Kleine Zielen


Boodschap 15-1-1977

paus


UIT DE BOODSCHAP VAN DE BARMHARTIGE LIEFDE AAN DE KLEINE ZIELEN;

Jezus zegt ons:

“Ge geeft Mij uw mensheid; Ik geef u mijn Godheid.
En dit Verbond maakt u tot een kind van de Hemel en een dochter van een Kerk die Ik als erfdeel aan de wereld heb geschonken.
Beminnen is offeren naar de maat die u gegeven is.
Ik bemin u zoals ge zijt;
sta niet stil bij uw gebreken.
Ik heb alle macht om ze ten goede te keren.
Mocht uw liefde uw onbekwaamheid overtreffen door haar trouw.
Ik vraag u aanwezig te zijn en aan Mij te denken.
Er moeten zielen gered worden, waaronder die van u, die me bijzonder dierbaar is.
Vroeger hebt ge geleefd vanuit het gevoel,
nu leeft ge in het naakte geloof.
Volhard, opdat uw geloof sterker wordt.
Vraag zonder ophouden om meer geloof, meer kracht in de hoop, meer bekwaamheid tot liefde.
Vermoeidheid brengt verveling teweeg.
Zo ge verlangt dat uw lichaam dienstbaar blijft aan uw geest, neem dan de nodige rust voor het evenwicht van uw lichaam.
Wees geduldig met uzelf en met de anderen.
Wees erkentelijk voor de genegenheid die men u betuigt:
het is Mijn genegenheid die doorheen het hart van mijn schepselen naar u
toekomt.” (Boodschap: 15-01-1977)


 

Tijdschrift voor u, uw parochie of uw kloostergemeenschap

Opgave nieuwe abonnementen:

1. Stuur een bericht per e-mail met vermelding van uw naam en adres én met vermelding van: ‘aanmelding voor een nieuw abonnement via de website Legioen Kleine Zielen’  naar:

hbcb@hetnet.nl (Mevr. L.E.J. Beurskens-van de Rijdt)

2. Stuur een brief met vermelding van uw naam en adres én met vermelding van: ‘aanmelding voor een nieuw abonnement via de website Legioen Kleine Zielen’ naar:

‘Stichting Legioen Kleine Zielen’,
P/A Mevr. L.E.J. Beurskens-van de Rijdt,
Rijksweg 90,
5941 AH Velden.

40.000 bezoekjes sinds januari 2013

LANDEN TOP 10

No. Country Percent
1 Netherlands 52.69%
2 Belgium 33.41%
3 United States 7.63%
4 Europe 1.42%
5 Germany 1.33%
6 Ireland 0.78%
7 France 0.50%
8 Italy 0.41%
9 Czech Republic 0.36%
10 Suriname 0.29%

Barmhartigheidszondag 8 april 2018

Gebedsgroep Legioen Kleine Zielen te Berg en Terblijt

Adres: Rijksweg 73, Berg en Terblijt (Google Maps).

Programma in de grote kerk

Vanaf 14.30 uur biechtgelegenheid
Om 15.00 uur H. Mis
Met aansluitend Aanbidding
Na afloop gezellig samenzijn met koffie en vlaai

img_jezus

Op elke Barmhartigheidszondag is het mogelijk een volle aflaat te ontvangen. Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 1. Binnen tien dagen voor de dag van ‘Barmhartigheidszondag’ of binnen tien dagen na de dag van ‘Barmhartigheidszondag’ gaan biechten (dit geldt in ieder geval voor de Nederlandse Kerkprovincie: het zal praktisch gezien namelijk niet lukken dat zoveel mensen op een en dezelfde dag kunnen gaan biechten). 2. De Heilige Mis bijwonen (vanzelfsprekend!). 3. De dag zelf vieren tere van Gods Barmhartige Liefde. 4. De geloofsbelijdenis bidden. 5. Die dag bidden voor de intenties van de Paus. Als aan deze 5 voorwaarden wordt voldaan: dan worden je de zonden vergeven (schuld door de zonde) en worden de zondestraffen van je weggenomen (de boetedoening vanwege de zonde).

Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

Sinds het heilig Jaar 2000 staat Beloken Pasen in het teken van de Gods Barmhartige Liefde van Jezus. Een en ander houdt verband met de heiligverklaring van ‘de apostel van de Goddelijke Barmhartigheid van Jezus H. Hart’, van zuster Faustina op 30 april in het jaar 2000. Op 1 augustus 1925 trad Helena Kowalska uit Polen toe tot de Congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid en wel onder de naam: Zuster Maria-Faustina. Er werden haar buitengewone gunsten verleend; visioenen, (verborgen) stigmata, de gave van de profetie, kennis van de geheimen van de ziel en vooral ontving zij openbaringen van de grote Barmhartigheid van Jezus’ Heilig Hart. Ze kreeg tot taak om de medemensen te herinneren aan de waarheid omtrent de barmhartige Liefde van God voor ieder van ons.

In 1931 toonde Jezus zich aan haar en droeg haar dit op: “Maak een afbeelding van Mij zoals u Mij ziet en schrijf eronder: ‘Jezus, ik vertrouw op U!’ Ik zou willen dat deze afbeelding overal in de wereld vereerd wordt. Zij, die haar vereren, beloof Ik dat ze niet verloren zullen gaan. De lichte witte straal betekent het water uit mijn Zijde, dat de ziel reinigt; de rode straal stelt mijn Bloed voor dat de ziel leven geeft. Deze twee stralen verspreidden zich uit het diepst van mijn Barmhartigheid, toen mijn Hart werd doorboord door de lans. Zij beschermen de zielen die eigenlijk straf verdienen voor hun zonden. Gelukzalig de zielen die in de schaduw van deze stralen leven. De goddelijke Rechtvaardigheid zal hen sparen. Ik zal de huizen en zelfs de steden begenadigen en beschermen, waar deze afbeelding vereerd wordt. Rust noch vrede zal de mensheid kennen zolang zij zich niet richt naar Gods Barmhartigheid.” De verering van de Barmhartigheid van Jezus Heilig Hart, waartoe zij de aanzet had gegeven beleefde een aanmerkelijke groei en dit vooral dankzij de verspreiding van de icoon van de barmhartige Christus met daarbij het opschrift: “Jezus ik vertrouw op U”.

Zuster Faustina werd op 18 april 1993 door Paus Johannes-Paulus II zalig verklaard en op 30 april 2000 heilig, eveneens door paus Johannes-Paulus II. Zelf noemde deze paus die dag de meest bijzondere van zijn leven, vanwege de instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid!

Opmerkelijk is dat Paus Johannes Paulus II stierf op de vooravond van de Zondag van de Barmhartigheid. Deze zondag werd door hem in het jaar 2000 voor heel de Kerk ingesteld om “vooral in de H. Eucharistie (de H. Mis) de Goddelijke Barmhartigheid te vieren, waarin God in zijn goedheid zijn eniggeboren Zoon als Verlosser heeft geschonken, opdat door het Paasmysterie van zijn Zoon‚ Jezus Christus, de mensheid het eeuwig leven kan verwerven en opdat zijn aangenomen kinderen door het ontvangen van zijn Barmhartigheid, zijn lof verkondigen tot aan de uiteinden van de aarde.”
Deze instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid is van groot belang voor de hele Kerk. Tevens van groot belang zijn de dagboekaantekeningen van zuster Faustina voor de wijze waarop de Goddelijke Barmhartigheid wil worden gevierd en wel door de volgende woorden: “Op die dag staan de diepste diepten van mijn tedere Barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van mijn Barmhartigheid zullen naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de Heilige Communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en kwijtschelding van straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de Hemel, waardoor de genade vloeit, open.” Op grond van deze belofte zijn wij allen uitgenodigd om onze harten te openen voor Gods Barmhartige Liefde. Mogen velen juist vandaag Gods Barmhartigheid (her)ontdekken.

Vgl. bron: Bezinning op het Woord, Inleiding in de liturgie van iedere dag, Bisdom Roermond, April 2017, blz. 51-53. Bewerking door pastoor Geudens.