De Gezellen en Gezellinnen van de Gekruisigde en Verrezen Jezus en Maria Onbevlekt Ontvangen

Landgraaf, 14 december 2017, PastoorGeudens.com

cropped-johannes-bij-maria-512

‘De Gezellen en Gezellinnen van de Gekruisigde en Verrezen Jezus

en Maria Onbevlekt Ontvangen’

Het boekje ‘Jezus, gekruisigd en verrezen, Heil van de wereld’, heeft me geïnspireerd bij het schrijven van dit hoofdstuk. De lectuur van dit boekje kan het christelijke leven van een leek, kloosterling of priester grondig beïnvloeden. Ik zal het u uitleggen in functie van de Boodschap van de “Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen” door niet alleen de punten van overeenkomst aan te halen, maar eveneens de schijnbare verschilpunten. In feite vullen beide Boodschappen elkaar aan.

De Boodschap van de Barmhartige Liefde en de Heilige Wonden

De Boodschap van 8 april 1966 over het Lijden treft ons diep. Jezus’ eigen overwegingen zijn treffend: zij beslaan twee bladzijden van het boek. We lezen er het volgende:
”Die balk woog zo zwaar op mijn doorwonde schouder.” 
“O, die wonde aan mijn schouder!” 
“Ze rukten het kleed af dat Mij bedekte en aan mijn vlees was gelast door het gestold bloed dat uit mijn wonden was gedropen.” 8.4.66 

Op andere plaatsen lezen we:
“Zie mijn gekneusd lichaam, dat leegbloedt uit de talloze wonden die de liefde voor u allen Mij heeft gekost.” 23.2.67 
“Het bloed dat uit mijn wonden is gevloeid heeft uw ziel van al uw zonden gezuiverd, mijn arm lief kind, en voor zovelen helaas (die mijn oproep niet hebben beantwoord) heeft het zijn doel niet bereikt.” 6.7.68 

In dit verband haalt Jezus twee verschillende houdingen aan die de zielen kunnen aannemen tegenover zijn wonden: Hij zegt:
“Zij strooien zout op Mijn Wonden.” 19.10.65 

De Kleine Zielen mogen niet onverschillig blijven:
“De kleine zielen zijn nog niet talrijk genoeg als balsem voor de wonde van mijn goddelijk Hart.” 6.12.68. 
Jezus vraagt ons dus vooral gevoelig te zijn voor de wonde van Zijn Hart: de wonde van Zijn Hart bij zijn doodsstrijd in Gethsemane. Wat geen afbreuk doet aan de waarde en de rijkdom van Zijn andere wonden.

De Boodschap ‘Jezus, Gekruisigd en Verrezen, Heil van de wereld’ 

Deze Boodschap is duidelijk charismatisch van oorsprong, net zoals die van Marguerite. De auteur is anoniem en laat weten dat we hem zelfs na zijn dood niet zullen kennen. Bewondert de schroom van de echte mysticus! Het gaat om een man die waarschijnlijk uit zuidoost Frankrijk afkomstig is (uit de Savoie): een ontwikkeld zakenman die zich interesseerde aan de Lijkwade van Turijn (de Savoie grenst aan de Italiaanse provincie Piemont) en die ontegensprekelijk mystiek begaafd is. De hemelse Vader heeft hem deze Boodschap toevertrouwd en maakte hem duidelijk dat zijn eeuwige geluk van de vervulling van zijn zending afhing. Deze Boodschap spreekt van het begin tot het einde over niets anders dan over de Wonden van de Gekruisigde en Verrezen Jezus en over de devotie tot het Kruis, die erin bestaat de Heilige Wonden te offeren aan de Eeuwige Vader.

Uit een vergelijking tussen beide Boodschappen blijkt het volgende:

Onze Boodschap van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen is in feite een dringende oproep tot liefde, tot een zeer speciale devotie tot het Hart van Jezus, tot zijn barmhartige Liefde. In de praktijk vraagt deze liefde dat wij bijzondere aandacht zouden schenken aan de evangelische deugden van nederigheid, eenvoud, vertrouwen en overgave (de Teresiaanse weg). Zij benadrukt vooral de zelfverloochening en de strijd tegen de eigenliefde, het egoïsme.

Het treffendste bewijs van de Barmhartige Liefde van Jezus zijn nu precies de “Wonden” die Zijn onschuldig Lichaam vrijwillig opliep. Hij heeft ze voor ons als het ware ‘verdiend’ om de wonden van onze zielen te genezen. Het zijn niet slechts vijf Wonden, maar ontelbaar veel: aan Handen en Voeten, Zijde, Schouders, Hoofd en het hele Lichaam. Geen enkel stukje vlees is onberoerd gebleven.

Het boekje versterkt in dit verband wat we al weten over de wonden van de gekruisigde Jezus vanuit de Boodschap. We mogen de Wonden niet bekijken los van de Persoon van onze Heer.

De Boodschap van de gekruisigde Jezus zegt:
“Zijn wonden zijn de totale Christus, mensgeworden Woord van God, Verlosser, Mystiek Lichaam, Hostie, Woord van God.” (N°83) 
”Om mijn H. Hart te begrijpen, moet gij het niet loszien van mijn Persoon. Bekijk het in mijn gekruisigd lichaam, onderworpen aan de Wijsheid, waarvan mijn met doornen gekroond Hoofd de Zetel is. Er is geen andere wil te bespeuren dan deze van Mijn Vader.” (N°60) 

Hetzelfde kunnen we dus ook zeggen over de H. Wonden van onze Redder. In deze Boodschap spreekt Jezus zelf volgende woorden die mij belangrijk lijken:
Mijn Vader hernieuwt tot honderdmaal toe alle beloften, die in de loop der tijden gedaan werden aan de vereerders van mijn Lijden, mijn Kostbaar bloed, mijn H. Hart, mijn H. Hoofd, mijn H. Aanschijn, de H. Wonden van mijn Handen, Voeten, Schouder, mijn geheel ontwricht Lichaam, mijn Doodsstrijd, mijn Kruis, mijn Doornenkroon evenals de Smarten van mijn Onbevlekte Moeder. Deze openbaringen en die van Mijn Moeder met betrekking tot elk van deze devoties hadden tot doel: de opwekking van een levendige verering van het H. Kruisbeeld en van het Smartelijk en Onbevlekt Hart van Mijn Moeder. De Vader verwacht van de wereld deze vereringen om Mijn terugkeer in glorie voor te bereiden.” (N°48) 

Al deze afzonderlijke vereringen leiden dus naar het Kruisbeeld en de H. Wonden van Jezus, die er een soort samenvatting van zijn. We mogen zijn Wonden dus niet loszien van de Persoon van de Heer, noch van zijn Lijden.

De vruchten van deze devotie 

Op de eerste bladzijden van het boekje vindt men:

Mijn wil als Vader is: dat de mens de periode van vrede die aan de wereld gegeven is benut om de verheerlijking van Mijn Gekruisigde en Verrezen Zoon in te stellen en zoveel mogelijk mensen, vooral jongeren, te merken met het teken van zijn goddelijke Wonden. Dit moet geschieden om de wereld voor te bereiden. Op deze wijze zullen de mensen de omwentelingen die aan de vernieuwing van het heelal voorafgaan zodanig benutten dat zij hun heil bewerken. Zij die niet verenigd zijn met de H. Wonden van mijn welbeminde Zoon en met de Smarten van zijn Heilige Moeder, zullen grote moeite hebben om te volharden in het geloof”. (N°3) 

Meer goede moordenaars vinden…

“De moordenaars beledigden Mij. Op dezelfde wijze overstelpt de mensheid Mij met beledigingen. Toch hadden zij nog slechts enkele uren te leven. Zoals zij zal de wereld gruwelijk gekruisigd worden en haar laatste ogenblikken doorbrengen in verschrikkelijk lijden. Om deze reden vraagt Mijn Vader de oprichting van de Gezellen van de Gekruisigde Jezus en van Maria Onbevlekt Ontvangen. Zo zullen zij de gevoelens van de goede moordenaar doen herbeleven en overal een inslaande getuigenis voor Mij afleggen. Zelfs voor diegenen die het meest gesloten zijn voor Mijn Verlossing. De tijd dringt! Daarom zendt de Vader de engelen om te gaan zoeken: op openbare plaatsen, bij de blinden, de doven, de gebrekkigen, bij alle genodigden van het laatste uur, opdat zijzelf mijn trouwe Gezellen zouden worden.” (N°3) 

Een ongekende bloei in de Kerk…

“Een ongekende bloei op alle domeinen zal in Mijn Kerk ontluiken. Dit zal gebeuren doordat mijn verlossende Tegenwoordigheid in ere hersteld wordt door het tentoonstellen van het Kruisbeeld, dat mijn bloedende en glorierijke Wonden toont en door hun voortdurende offerande aan de eeuwige Vader. Alles zal nieuw leven in geblazen worden. De Gezellen van de Gekruisigde Jezus en van Maria Onbevlekt Ontvangen zullen deel hebben aan deze bloei. In de aanbidding van Mijn Wonden, in het begrip en het offer ervan, zal er een vernieuwing plaatsvinden op het vlak van de geloofsleer, het apostolaat en de liturgie. Alles zal duidelijk worden, zuiver, rijker en eenvoudiger. De christenen zullen één worden. De wereld zal vernieuwd worden en zal belijden dat zij haar heil te danken heeft aan mijn goddelijke wonden door de tussenkomst van mijn H. Moeder.” (N°3)

Vruchten van heil…

“Ik heb van de Vader bijzondere genaden bekomen. Opdat de inspanningen van hen die zich inzetten om de devotie tot de Gekruisigde Jezus en Maria Onbevlekt Ontvangen te verspreiden, vooral aan kinderen en jongeren, buitengewone vruchten mogen voortbrengen.” Dit zijn de woorden van de H. Maagd. (N°29)

En Jezus voegt hieraan toe:

De Gezellen en Gezellinnen van de Gekruisigde en Verrezen Jezus en Maria Onbevlekt Ontvangen zullen voor Mij een grenzeloze weg van heiliging en apostolaat openen: de weg van mijn Wonden. Deze weg staat niet alleen open voor de zielen die aan Mij zijn toegewijd, maar ook voor hen die op dit ogenblik ver verwijderd zijn van het geloof.” “Mijn Wonden trekken de zielen naar mijn Koninkrijk, zoals een magneet ijzer aantrekt.” (N°25) 

Nu begrijpen wij beter waarom in de ‘Boodschap van de Gekruisigde Jezus’ de Wonden van zijn Lijden zo benadrukt worden. Deze wonden zijn het tastbare bewijs van zijn Barmhartige Liefde.

De praktische gevolgen voor ons geestelijk leven kunnen we samenvatten in de volgende punten:

  • Dikwijls de H. Wonden offeren, vooral tijdens de H. Mis. We kunnen hierbij gebruik maken van de aanroepingen van Zuster Marie-Marthe Chambon. De woorden van deze offerande stemmen trouwens overeen met de aanroepingen die de H. Michael aan de kinderen van Fatima leerde, nog voor de verschijningen van de H. Maagd.
  • De H. Wonden overwegen in aanwezigheid van het H. Sacrament, voor ons kruisbeeld.
  • Vervolgens ons kruisbeeld met een nieuwe blik bekijken: niet meer uit gewoonte of onverschillig, maar steeds met een ware liefdeblik.

En dan zullen we het oude, vertrouwde gebed, dat werd aanbevolen te bidden na de Communie, nog beter begrijpen: “O goede en zeer zoete Jezus.”

De devotie tot de H. Wonden van Jezus moet verspreid worden als een nieuwe levensstijl. Dit geldt ook voor het Legioen Kleine Zielen. Deze nieuwe levensstijl ligt in ieders bereik. Daardoor zullen wij het H. Hart van Jezus echt blij maken en ons gedragen als echte Kleine Zielen!


Vgl: De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 49-52. – Bewerking door pastoor Jack Geudens

Inhoudsopgave Tijdschrift December 2017

Tijdschrift Legioen Kleine Zielen, Landgraaf, Jaargang 1, Nummer 3, December 2017.
Uitgifte: 8 december 2017 (28 pagina’s)
 
Het tijdschrift zal nog voor de Kerstmis bij de leden in de bus liggen.
 
Thema: De H. Communie
 
Wie het sacramenteel Lichaam van Christus ontvangt, het heilig Sacrament des altaars, wordt nog meer ingelijfd in het mystieke Lichaam van Christus, de Kerk. Als het ene lidmaat lijdt dan lijdt het andere mee. We dragen elkaar, we bidden voor elkaar. Christus draagt ook op voor elkaar te bidden. Wie het sacramentele Lichaam van Christus ontvangt, draagt zorg in het bijzonder voor de zielen die behoren tot het mystieke Lichaam van Christus. In het heilig Sacrament is Jezus geheel aanwezig; Lichaam en Bloed, Ziel en Godheid van Jezus. Dit sacrament verbindt ons met zielen, kleine zielen, zielen die gebed nodig hebben.” – Proost pastoor J.M. Burger
 
 
Pagina en Inhoud
 
02 Gebed van de H. Theresia van Lisieux
03 Aanhefje door de proost pastoor J.M. Burger
04 Woord van de voorzitter dhr. R. Keuven
08 Woord van de hoofdredacteur pastoor Geudens
09 Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de kleine zielen; de boodschap van 17 maart 1977
10 Mgr. E. De Jong: De Barmhartige Liefde kwam opeens mijn leven binnen
13 Pater J.A. Hardon SJ: De Werkelijke Tegenwoordigheid van Jezus Christus in de H. Eucharistie
21 Gebedsgroep Amsterdam
22 Gebedsgroep Berg en Terblijt
23 Gebedsgroep Den Haag
24 Gebedsgroep Nijmegen
25 Gebedsgroep Parkstad
26 Gebedsgroep Venlo
27 Stichting – Abonnementen – Contact
28 Gebed H. Hoofd van Jezus

Pater John A. Hardon SJ: De Werkelijke Tegenwoordigheid van Jezus Christus in de H. Eucharistie

hardonToen Paus Paulus VI zijn nu historische Encycliek Mysterium Fidei publiceerde over de werkelijke tegenwoordigheid, herinnerde hij speciaal ons priesters eraan, dat er een geloofscrisis heerst betreffende de Eucharistie, dat de katholieken zich meer van dat feit bewust zouden moeten worden. Anders lopen zij het risico meegesleept te worden door de subtiele theologie en zal hun geloof in de Eucharistie verzwakt, zo niet, verwoest worden door de huidige aanvallen op dit kardinale mysterie van het Katholieke Christelijke geloof.

Dicht bij de kern van de theologische controverse waarvoor de Paus ons waarschuwde, ligt precies de vraag die geen enkele katholiek zou moeten opwerpen, namelijk: “Is de Heilige Eucharistie aanwezigheid of werkelijkheid, óf is het, zoals de Kerk ons leert, aanwezigheid en werkelijkheid?”

Er is hier meer aan de orde dan op het eerste gezicht lijkt. Mijn bedoeling is om het volgende standpunt te verdedigen: dat de Heilige Eucharistie Jezus Christus is, die in het Heilig Sacrament is als Werkelijkheid én als Aanwezigheid. Hij is in de Eucharistie als Werkelijkheid, omdat de Eucharistie Jezus Christus is. Hij is in de Eucharistie als Aanwezigheid, omdat Hij ons door de Eucharistie aanraakt en wij in contact met Hem staan – afhankelijk van ons geloof en devotie tot de Verlosser, die werkelijk in ons midden leeft.

 

1. De Eucharistie als Werkelijkheid

Er zijn in de geschiedenis van de Katholieke Kerk vóór de moderne tijd twee grote geloofscrisissen geweest over de werkelijke tegenwoordigheid:

De eerste crisis vond plaats in de vroege Middeleeuwen, toen theologische filosofen, hoofdzakelijk in Frankrijk, twijfels opwierpen over de werkelijkheid van het Heilig Sacrament. De eerste crisis bereikte een hoogtepunt in de persoon van ene Berengarius van Tours, die in 1088 stierf. Berengarius ontkende de mogelijkheid van een substantiële verandering van de elementen van brood en wijn en weigerde toe te geven, dat het lichaam van Christus concreet op het altaar aanwezig is. Zijn argument was dat Christus niet vanuit de hemel naar de aarde gebracht kan worden vóór het Laatste Oordeel. Hij hield staande dat het lichaam van Christus, dat alleen in de hemel bestaat, voor de mensheid werkzaam is door zijn sacramentele tegenhanger of symbool en dat Christus daarom niet in werkelijkheid in de Eucharistie is, behalve, zoals hij zei, als ideaal. Paus Gregorius VII beval Berengarius om een geloofsverklaring te onderschrijven, die de hoeksteen is geworden van de Katholieke Eucharistische vroomheid. Het was de eerste definitieve verklaring van de Kerk over wat altijd werd geloofd, maar niet altijd zo duidelijk begrepen. Het is een verklaring van het geloof in de Eucharistie als een onbetwistbare en objectieve en onverdeelde werkelijkheid:

“Ik geloof met heel mijn hart en verklaar openlijk dat het brood en de wijn op het altaar geplaatst, door het geheim van het heilig gebed en de woorden van de Verlosser, substantieel worden veranderd in het ware en levengevende vlees en bloed van Jezus Christus onze Heer, en dat na de Consecratie het ware lichaam van Christus daar aanwezig is, die geboren werd uit de Maagd en opgeofferd voor de redding van de wereld; gehangen heeft aan het kruis en nu aan de rechterhand van de Vader zit; en dat daar het werkelijke bloed van Christus aanwezig is, dat uit zijn zijde vloeide. Zij zijn aanwezig, niet alleen door middel van een teken en door de werkzaamheid van het sacrament, maar ook in de werkelijke realiteit en waarheid van hun aard en substantie”.

De woorden konden niet duidelijker zijn. Als werkelijkheid actualiteit betekent en als actualiteit objectiviteit betekent, dan gelooft de katholiek dat de Christus die in de Eucharistie is, de historische Christus is, degene die werd ontvangen in Nazareth en geboren in Bethlehem, die gestorven is en verrezen uit de doden in Jeruzalem en nu gezeten is aan de rechterhand van God, de Almachtige Vader. Het is de Christus die ons zal roepen wanneer we uit de tijd stappen de eeuwigheid in. Het is de Christus die bij het einde van de wereld zal verschijnen om de levenden en de doden te oordelen. Het is de Christus die de Omega van het heelal is en het doel van de menselijke bestemming.

Vijf eeuwen na Berengarius ontstond de tweede geloofscrisis over de Eucharistie, namelijk in de tijd van de Protestantse Reformatie. Opnieuw werden veelal dezelfde bezwaren geopperd en dezelfde theorieën verspreid als bij de controverse van Berengarius. En opnieuw reageerde de Kerk bij het Concilie van Trente, om de werkelijkheid van Christus’ aanwezigheid die in het Heilig Sacrament is te herbevestigen. De Tridentijnse verklaring over het geloof verschilt niet van die een half millennium daarvoor van Berengarius werd verlangd. “Het heilig Concilie leert,” verklaarde Trente, “en verkondigt open en duidelijk dat het Heilig Sacrament van de Heilige Eucharistie na de consecratie van brood en wijn onze Heer Jezus Christus bevat, waarachtig God en waarachtig mens, waarlijk, werkelijk en substantieel onder de waarneembare gedaanten van brood en wijn.”

Maar Trente voegde er vervolgens met karakteristieke overtuigingskracht aan toe, dat dit de zuivere betekenis is van de woorden van Christus, toen Hij bij het Laatste Avondmaal zei: “Dit is Mijn lichaam. Dit is de kelk van Mijn bloed.” Derhalve werd de gelovigen gezegd: “Het is een schande dat twistzieke, kwade mensen deze woorden verdraaien in fantasierijke, denkbeeldige stijlfiguren, die de waarheid over het lichaam en bloed van Christus ontkennen, in tegenstelling tot de universele opvatting van de Kerk.”

De werkelijkheid van Christus in de Eucharistie is daarom geen stijlfiguur. Het is geen fantasierijke retoriek. Het is, op de duidelijkste wijze uitgedrukt: de Vleeswording, uitgebreid in tijd en ruimte. Het is letterlijk de vleesgeworden Emmanuël – de Godmens, die hier en nu in ons midden leeft.

De crisis van vandaag de dag

Vier eeuwen na het Concilie van Trente verkeert de Kerk nu in een nieuwe crisis over het Eucharistisch geloof, speciaal over het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid. Duidelijke bewijzen voor deze crisis kunnen worden gezien in de navolgende feiten:

– De wijdverspreide veronachtzaming van het tonen van de gebruikelijke tekens van eerbied voor Christus’ werkelijke tegenwoordigheid in het tabernakel.

– Het verplaatsen van het tabernakel in de kerken naar een duistere en onopvallende plaats, waar de werkelijke tegenwoordigheid afgesloten is van een nog mogelijke devotie door de gelovigen.

– De in omvang toenemende literatuur in zich nog katholiek noemende kringen, die zelden de werkelijke tegenwoordigheid aanroert of die deze verklaart op een manier die past bij protestanten die niet in Christus’ lichamelijke aanwezigheid in de Eucharistie geloven, maar volledig in strijd is met het historische geloof van het katholicisme.

– De verbreiding van religieuze opvoedkundige leerboeken, leidraden voor leraren en studiehandleidingen, die zogenaamd verdedigend melding maken van de fysieke aanwezigheid van Christus in het Heilig Sacrament, maar duidelijk de indruk wekken dat deze aanwezigheid tot de buitenzijde van het katholieke geloof en praktijk behoort en zeker niet tot een van de hoofdmysteries van de Kerk, gesticht door Jezus Christus.

Hoewel er zelden de aandacht op wordt gevestigd, is de tegenwoordige de-sacramentalisatie van het katholieke priesterschap een deel van dezelfde crisis rond het Heilig Sacrament. De priesters worden wezenlijk beschouwd als predikers van het Woord of verkondigers van het Evangelie of managers van Christelijke gemeenschappen, of spreekbuizen van de armen of verdedigers van de verdrukten of sociale leiders of politieke katalysatoren, of academisch geschoolden of theologische bewakers van het geloof van de gelovigen. Dat zijn zij ook, maar is dat alles? En is dat de voornaamste betekenis van het katholieke priesterschap? Nee. De voornaamste betekenis van het priesterschap is de relatie met de Eucharistie – als Werkelijkheid, als Sacrament en Offer. En van deze drie geldt als voornaamste de Werkelijkheid zoals die mogelijk wordt gemaakt door de priesterlijke consecratie. Opnieuw hebben, zoals in voorgaande eeuwen, de gezagsdragers van de Kerk de werkelijke tegenwoordigheid bevestigd, maar met accenten en nuancen die in voorgaande tijden nog niet aan de orde waren.

Paus Paulus VI was in Mysterium Fidei bezorgd over degenen, die in gesproken en geschreven woord “meningen verspreiden die de gelovigen verontrusten en hun geest verzadigen met niet geringe verwarring over geloofszaken.” Onder deze meningen bevond en bevindt zich de theorie die de betekenis van de Eucharistische Tegenwoordigheid zodanig herdefinieert dat het feit van de Eucharistische Werkelijkheid verduisterd, zo niet ontkend worden. Het is alsof iemand zegt: “Ik geloof in de Eucharistische Aanwezigheid, maar niet als werkelijkheid, of als werkelijkheid die slechts aanwezigheid is en niet een objectieve realiteit.”

 

2. De Eucharistie als Aanwezigheid

Dit brengt ons tot het tweede aspect van ons onderwerp: de Eucharistie als aanwezigheid. Als we het woord “aanwezigheid” horen, denken wij aan een persoonlijke relatie tussen twee of meer mensen. Wij zijn voor iemand aanwezig of iemand is aanwezig voor ons, wanneer wij ons bewust zijn van hen en zij van ons; wanneer wij hen in onze gedachten en ons hart hebben zoals zij aan ons denken en een affiniteit en genegenheid voor ons voelen. Voor stenen en bomen zijn wij niet echt aanwezig, noch zij voor ons. Dus de term ‘aanwezigheid’ impliceert dat het gaat om verstandelijke wezens.

Een dergelijke niet op objectieve realiteit gebaseerde aanwezigheid gaat ook voorbij aan tijd en ruimte. St. Paulus of St. Augustinus kunnen voor mij aanwezig zijn, hoewel zij allang dood zijn en hoewel zij niet fysiek zijn waar ik fysiek ben. Zo kunnen anderen voor mij aanwezig zijn in gedachten, door de wil, of zoals wij zeggen: ze kunnen mij voor de geest staan. De een kan in New York zijn en de ander in San Francisco. Toch, zodra (en zo vaak) ik met liefde aan een ander denkt, is die voor mij aanwezig. En wanneer anderen hetzelfde doen, ben ik voor hen aanwezig, de kilometers afstand overbruggend en ongeacht het feit dat geen van ons is waar de ander in het lichaam is. Maar toch – we zijn in de geest bij elkaar. Aanwezigheid ontkent daarom de fysieke werkelijkheid niet, omdat twee mensen dicht bij elkaar kunnen zijn, zowel lichamelijk als intiem verenigd in de geest. Aanwezigheid vereist de nabijheid van het lichaam niet en kan evenzeer de intimiteit van geest en hart inhouden. Hierin ligt meteen de legitimiteit voor de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie, maar tevens het gevaar van enkele van de huidige theorieën daarover. Er zijn mensen die loffelijk het subjectieve aspect van Christus’ aanwezigheid wel volmondig benadrukken, maar ten koste van de objectieve werkelijkheid.

Begrijp mij niet verkeerd. Er is een grote, zelfs een essentiële behoefte om te spreken over en zich te laten leiden door het bewustzijn van Christus in de Eucharistie en om onze gevoelens van liefde tegenover Hem te versterken. Maar dit kan niet gebeuren in ruil voor het negeren of het wegwuiven van het voornoemde feit dat Christus werkelijk in de Eucharistie is, dat Hij met de woorden van de plechtige verkondiging van de Kerk “wordt omvat onder de gedaanten van brood en wijn.” Wat brood en wijn was, is na de woorden van de consecratie niet langer brood en wijn, maar een levende, tastbare, lichamelijke – in één woord de werkelijke – Jezus Christus.

Wij zouden daarom kunnen zeggen dat de Eucharistische Aanwezigheid van Christus zowel een werkelijkheid is als een relatie. Het is een werkelijkheid, omdat Christus werkelijk in de Eucharistie is en wel zodanig, dat de Werkelijke Aanwezigheid van Christus vooronderstelt de werkelijke afwezigheid van brood en wijn. Hij is nu waar vóór de consecratie brood en wijn waren. Deze zijn verdwenen en Hij is daar nu. Waar voordien werkelijk brood en wijn waren, daar zijn nu slechts de uiterlijke kenmerken van brood en wijn. Christus is hier in de Eucharistie werkelijk aanwezig. Brood en wijn zijn niet langer aanwezig, maar slechts hun vorm of zoals wij zeggen: de gedaanten.

Transsubstantiatie is een geloofswaarheid

De leer van de Kerk is de uitdrukking van de waarheid. De Griekse woorden houden een meta-ousiosis (verandering van wezen) in. De ‘ousia’ of het wezen van brood en wijn worden de ‘ousia’ of het wezen van wat Jezus Christus uitmaakt – lichaam, bloed, ziel en goddelijkheid. Kortom, in de Eucharistie is de ‘totus Christus’ aanwezig, precies zo waarachtig als Hij aanwezig was op aarde in Palestina en zoals Hij nu in de hemel is. Het is de totale Christus in de volheid van wat Hem tot Christus maakt, zonder objectief verschil tussen wie Hij toen was (in de eerste eeuw op aarde) en die Hij nu is (in de eenentwintigste eeuw op aarde). Jezus Christus is zoals Hij overal is, waar een wettig gewijde priester brood en wijn heeft veranderd in het Lichaam en Bloed van de Verlosser.

Als vanzelfsprekend beschouwd

Echter, nu dit alles gezegd is – en hoe noodzakelijk is het om het opnieuw te zeggen in de huidige verwarde katholieke wereld – wij zijn nog niet klaar. Zoals zo vaak gebeurt, ontstaat er dwaling onder de mensen, omdat zij de waarheid hebben veronachtzaamd. De hydra (= veelkoppige monster) van het Communisme was ten dele al het antwoord van God op het verwaarlozen door Christenen van hun praktijk van de gemeenschappelijke liefde. Dat is ook het geval ten aanzien van de Eucharistie. Te veel katholieken, inclusief priesters, hebben de Werkelijke Tegenwoordigheid als te vanzelfsprekend beschouwd. Ze gingen er te zelfgenoegzaam mee om dat Christus in de Eucharistie is en ze begonnen Hem daar te laten. Lege kerken, lege kapellen, zelden een aanbidder voor het tabernakel en zelden een Eucharistische gedachte onder miljoenen gelovigen, die verontwaardigd zouden zijn wanneer hun gezegd zou worden, dat juist zij de grootste Werkelijkheid in hun midden hebben genegeerd. Het gaat (in de Eucharistie) immers niet om woorden uit de poëzie. Het is de taal van het geloof.

Wat moet er gebeuren? Wat wij vandaag de dag in de huidige crisis aangaande de Eucharistie nodig hebben, is een andere Franciscus van Assisië, een door God geroepene, om de wereld van vandaag eraan te herinneren wat priester zijn betekent en wat zijn consecratiewoorden kunnen bewerkstelligen in dit dal van tranen. Franciscus is zoals bekend nooit tot priester gewijd, maar hij had een buitengewone eerbied voor priesters, omdat hij hen zag als de goddelijk gemachtigde consecrators van de Heilige Eucharistie.

In zijn laatste wilsbeschikking en testament schreef Franciscus wat wij vandaag in onze intellectualistische eeuw van agnosticisme zouden moeten horen en waar wij naar zouden moeten luisteren: “God inspireert mij”, zo zei hij, “tot zulk een groot geloof in priesters die leven overeenkomstig de wetten van de Heilige Kerk van Rome, dat ik vanwege hun waardigheid, dat als zij mij zouden vervolgen, ik nog steeds bereid zou zijn om mij tot hen te wenden om hulp. Dit omdat ik bij hetgeen zij (in de Eucharistie) bewerken de Allerhoogste Zoon van God niet met mijn eigen ogen kan zien, maar alleen zijn Allerheiligst Lichaam en Bloed dat alleen zij aan anderen kunnen toedienen.” Hoewel hij dat niet gewoon was, eindigde Franciscus in superlatieven: “Boven al het andere” – dat betekent: belangrijker dan al het andere – zo benadrukte hij zijn volgelingen op het hart –  “Boven al het andere, wil ik dat dit Allerheiligst Sacrament wordt aanbeden en geëerd en wordt bewaard op plaatsen die rijk versierd zijn.”

En dat van de eenvoudige ‘Poverello’, wiens naam synoniem is geworden met volledige armoede, zelfs tot schamelheid toe, in navolging van zijn arme Meester. Maar dat is ook de mystieke ziener, die helderder dan de meesten van zijn tijdgenoten zag wie het was die onder ons verblijft in het Heilig Sacrament. Het is met de woorden van Franciscus: “de Allerhoogste Zoon van God” in menselijke vorm die hier altijd in werkelijkheid aanwezig is, maar Hij staat ons niet altijd zo levendig voor de geest. Wij eren en aanbidden Hem in de Eucharistie, maar Hij wordt niet altijd bewaard met rijk versierde plaatsen, niet versierd met zilver en goud, en ook niet met akten van geloof, hoop en liefde, waarmee we ons verlangen naar Jezus uitdrukken, zoals ook zijn verlangen naar ons uitgaat. Want daarvoor is Hij hier; opdat wij ook zouden zijn waar Hij is, verenigd met Hem in de geest, zoals Hij Zichzelf met ons heeft verenigd in het lichaam, vooruitlopend op die vereniging, wanneer de Eucharistie ontsluierd zal worden en wij zullen zien dat die vervangen wordt door wat wij nu nog in geloof als waarheid moeten aanvaarden, namelijk door de Waarheid die Vlees werd om ons te leren hoezeer God de zonen en dochters van de menselijke familie bemint.

Uit; Tijdschrift Legioen Kleine Zielen, Contactblad van de Stichting LKZ NL, Landgraaf, Jaargang 1, Nummer 3, December 2017, blz. 13-20.

 

Tijdschrift Legioen Kleine Zielen, deel 3: Woord van de Voorzitter

Woord van de Voorzitter Legioen Kleine Zielen Nederland

Hierbij ontvangt u de derde uitgave (Kerstuitgave) van het tijdschrift van Stichting Legioen Kleine Zielen Nederland en mogen we terugkijken op een geslaagd en gezegend Fatimajaar 2017 met vele positieve reacties op ons nieuwe tijdschrift.

Ook persoonlijk gezien, want in juli hebben we tot onze vreugde een (web)winkel (www.hildegardwinkel.nl) van de H. Hildegard von Bingen van een huisarts uit Huizen mogen overnemen. Echt een grote heilige voor onze tijd.

 s-hildegardisHildegard von Bingen werd in 1098 te Bermersheim, Mainz in de streek van Rheinessen geboren uit een adellijk geslacht. Zij geldt als de eerste vertegenwoordiger van de Duitse middeleeuwse mystiek. Reeds in haar derde levensjaar was ze zozeer doorstraald door een innerlijk genadelicht, dat haar geest onzichtbare en bovennatuurlijke dingen evengoed waarnam als haar lichamelijk oog de uiterlijke en zichtbare dingen. Hildegard ging op vroege leeftijd het klooster in. In visioenen openbaarde God haar de dimensies en achtergronden van de schepping en verlossing. God gaf ook een hele geneeswijze door en liet haar invloedrijke boeken schrijven. De paus bevestigde de zienswijze van Hildegard en door deze erkenning van de Kerk werd zij beroemd. Hildegard werd ook bekend als de eerste componiste uit de geschiedenis van de klassieke muziek die bij naam bekend is. In 2012 werd Hildegard heilig verklaard en bovendien uitgeroepen tot Kerklerares door Paus Benedictus.

Op de leeftijd van acht jaar werd ze aan gravin Jutta von Sponheim, de abdis van de Benediktinessen toevertrouwd, die op de Disibodenberg enkele leerlingen in lezen en schrijven, in zingen en handenarbeid onderrichtte. Hier leerde Hildegard lezen en psalmen zingen, doch bleef verder verstoken van elke wetenschappelijke vorming. Haar visioenen duurden voort, altijd in wakkere toestand, nooit onder de vorm van extases. Tot ze op vijftienjarige leeftijd plots met schrik moest vaststellen dat anderen dit ‘charisma’ niet bezaten dat voor haarzelf vanzelfsprekend was. Toen ze ouder geworden was legde ze de kloostergeloften af en ontwikkelde zich als een voorbeeld van kloosterlijke deugden. Na de dood van abdis Jutta, in 1136, werd ze tot abdis verkozen. Elf jaar later werd haar klooster op de Rupertsberg naar Bingen verplaatst. Rond die tijd beval een inwendige Stem haar alles op te schrijven wat ze zag en hoorde. Doch uit vrouwelijke schuchterheid en nederigheid liet ze dit na, tot ze als verlamd op het ziekbed geworpen, alles aan haar biechtvader openbaarde. Die gaf haar de opdracht aan deze inwendige Stem streng te gehoorzamen. En zie, van zodra ze met schrijven begon, werd ze weer gezond. Zoals een bliksem uit de hemel brak God in haar leven binnen. Nu ontstonden op de Rupertsberg onvergankelijke werken:

–        De volgende tien jaar schreef ze haar eerste werk ‘Scivias: Erken de wegen van de Heer’. Daaruit blijkt dat God de volheid van zijn rijkdom aan haar had medegedeeld: ze doorschouwde de schepping als een kristal. In geweldige visioenen worden de dimensies en achtergronden van de schepping en verlossing opengerold. In de alomtegenwoordige God zag ze het verleden en de toekomst en wat in de tegenwoordigheid verborgen was.

–        Het volgende boek ‘Liber vitae meritorum: het boek van het verdienstelijke leven’, is een soort levenskunst, waarin de vergelding van de goede en kwade werken beschreven wordt. Hierin ligt ook -gesluierd – de hele psychotherapie van Hildegard vervat, die thans stap voor stap moeizaam wordt onthuld.

–        Daarna ontstond het ‘Liber divinum operum: het boek van de goddelijke werken’. Het is een soort theologie van de kosmos, waarin ook de samenhang tussen mens (met zijn geestelijke en lichamelijke gezondheid) met de kosmos wordt beschreven.

–        Daartussen lagen haar gedichten en gezangen, mysteriespelen en heiligenlegenden, en haar natuurwetenschappelijke en medische boeken, die van grote cultuur- en literatuurhistorische waarde zijn.

Al haar werken heeft ze in de Latijnse taal gedicteerd, waarbij de monnik Volmar als secretaris en de Benediktines Richardis von Stade haar als secretaresse bijstonden. Hildegard beheerste het Latijn niet perfect. Ze had vooral last met de regels van de grammatica.

Het klooster op de Rupertsberg werd een Europese spreekkamer. Als door een magneet aangetrokken kwamen duizenden mensen om raad bij Hildegard, waaronder ook bisschoppen en pausen, keizers en koningen. Uit Frankrijk, België en heel Duitsland kwamen geestelijken en leken tot haar, rijken en armen en voor allen had ze troost en hulp bereid. Ze las in de zielen van wie haar om raad verzochten als in een open boek, zelfs als ze ver van haar verwijderd waren. Deze tere en vaak zwaar zieke vrouw heeft menigmaal haar geliefd klooster verlaten om, door Gods Geest gedreven, missiereizen in grote steden, zelfs tot in Parijs te ondernemen, om de geestelijkheid en het volk tot bekering en boete op te roepen. Hildegard stierf op 17 september 1179 in de ouderdom van 81 jaar. Bij haar dood straalde een klaar lichtend kruis aan de hemel: een getuigenis dat zij het ‘levende Licht’ nu mocht aanschouwen. 700 jaar later zou Anna-Katharina Emmerich van haar getuigen dat ze van alle zieners op de meest onvervalste manier geschouwd heeft. De Heilige Hildegard van Bingen is geworden tot een van de meest betekenisvolle vrouwengestalten van de middeleeuwen, een ster aan het firmament van de geestelijke geschiedenis van Europa.

De bovengenoemde boeken van de Heilige Hildegard bevatten een ware schat aan recepten, die echter voor het grootste deel onder zware arbeid toegankelijk moeten worden gemaakt voor de mensen van deze tijd. Want haar medische aantekeningen bleven eeuwen onopgemerkt. Vergeten? Of door God bewaard voor een welbepaalde tijd, misschien onze tijd, 900 jaar later!

Een dokter uit Konstanz, Dr. Gotfried Hertzka, begon de geneeskunde van Hildegard in zijn praktijk te beproeven. Hij werd geboren in 1913 en besloot, na zijn studies van de klassieke geneeskunde aan de Universiteit van Wenen, ook nog eens de natuurgeneeskunde te gaan bestuderen. Bovendien studeerde hij ook nog op wens van zijn vader, eveneens arts, de geschiedenis van de geneeskunde. Daar ontdekte hij Hildegard von Bingen. Dertig jaar lang beproefde en praktiseerde Dr. Hertzka in zijn praktijk de eerste Hildegardmiddelen. Toen schreef hij zijn eerste boek. De echo ervan overtrof alle verwachtingen. Sedertdien is de interesse voor de Hildegard geneeskunde steeds meer toegenomen in vele Europese landen en daarna ook in Amerika.

Meer informatie over haar voedings- en genezingsleer is te vinden op: www.hildegard.nu en www.hildegardwinkel.nl

In dit woordje zou ik tevens graag met u alvast willen vooruitkijken naar het Programma voor 2018. Naast de normale, reguliere gebedsbijeenkomsten van de Nederlandse eilandjes van Heiligheid, zijn er de volgende “bijzondere bijeenkomsten” gepland. Deze zijn uiteraard voor iedereen vrij toegankelijk.

Zondag 8 April: Barmhartigheidszondag. Locatie: Kerk Berg en Terblijt. Programma: vanaf 14.30 uur Biechtgelegenheid, 15.00 uur H. Mis, aansluitend Aanbidding en gezellig samenzijn met koffie en vlaai.

Zondag 22 April: Hildegardmiddag met proeverij van 16.30 uur tot 19.30 uur in Voerendaal, Kunderkampstraat 12. Om 18.30 uur Rozenkransgebed.

Donderdag 7 Juni: Pater Pio gebedsavond met Mgr. E. De Jong  Locatie: Kerk Terwinselen te Kerkrade. Programma: 18.30 uur Rozenkrans met Aanbidding, 19.00 uur H. Mis en daarna diavoorstelling over Pater Pio en zegening met het handschoentje van de H. Pater, waarna gezellig samenzijn.

Vrijdag 13 Juli: Dagbedevaart naar Chèvremont en Banneux Programma volgt.

Zondag 30 September: Vierde Nationale bedevaart met Mgr. E. De Jong naar het Karmelklooster Regina Carmeli te Sittard. Programma: 14.00 uur aankomst, 14.15 uur Aanbidding met rozenkransgebed en biechtgelegenheid, en een boodschap (evt. met toelichting van de Monseigneur) uit het boek van de Barmhartige Liefde, om 15.00 uur Eucharistische Zegen. Aansluitend rond 15.10 uur H. Mis met de Monseigneur en ongeveer om 16.00/16.10 uur gezellig samenzijn en bezichtiging van het klooster Museum. Om 17.00 uur afsluiting met de vespers samen met de Karmelzusters.

Voor u allen, een zalig Kerstfeest en een gezegend, gezond en vredig 2018 toegewenst!
Namens het gehele bestuur van LKZ Nederland.

Uit; Tijdschrift Legioen Kleine Zielen, Contactblad van de Stichting LKZ NL, Landgraaf, Jaargang 1, Nummer 3, December 2017, blz. 4-7.

De Tederheid van God (deel 1)

Beheerder Website's avatarBlog Marguerite

conferentie-lkz-15-7-2017.jpgDierbare kleine zielen, tijdens de conferentie van de derde landelijke gebedsdag jongstleden 15 juli te Nijmegen hebben we nagedacht over Gods tedere liefde voor iedere mens; de tedere liefde van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Maar ook de tedere liefde van de H. Maagd Maria kwam aan bod. Jezus spreekt tot Marguerite over Zijn overgrote liefde voor Gods schepsels.

De Liefde in God verleent alle typische goddelijke eigenschappen een oneindig karakter: zijn Grootsheid, zijn Almacht, zijn Schoonheid, enzovoorts. Hij is grenzeloos zoals zijn eigenschappen grenzeloos zijn. Er bestaat een nuance van de Liefde die verwant is aan de Barmhartigheid, namelijk de Tederheid. Terwijl de transcendentie (‘grootheid’) van God ons, die slechts nietige wezens zijn tegenover Hem, een zekere angst inboezemt, stelt zijn tederheid ons gerust en weerhoudt ons ervan om ons afstandelijk te gedragen tegenover Hem. Onze terughoudendheid zou Hem kwetsen.

De ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde’

View original post 660 woorden meer

Betekenis logo van de Kleine Zielen

Dit jaar 2017 wordt het 100 jarig jubileum gevierd van de verschijning van Onze Lieve Vrouw aan de drie kinderen van Fatima. Het thema van dit jubileumjaar luidt: “Mijn Onbevlekt Hart wordt uw toevlucht en zal de weg zijn die leidt naar God”. Het zijn de woorden van Onze lieve Vrouw van Fatima. Een weerklank daarvan vinden we in de Boodschap van Barmhartige Liefde:

J       Bezie dit kruis en wat het heeft voortgebracht: de GEKRUISIGDE LIEFDE! … Als ze (de mensen) niet sterk genoeg zijn om de vijand die hen naar de ondergang leidt te trotseren, dat ze dan vluchten! Laat hen dan een toevlucht zoeken in de schuilplaats van MIJN GODDELIJK HART en in het zo liefhebbend HART VAN MIJN MOEDER, waar de vijand hen niet zal bereiken. Het is nog tijd… DE LIEFDE WORDT HET NIET MOE TE ROEPEN! (4 juli 1975).

In haar boodschap aan de kinderen van Fatima vraagt Maria het heilig Hart van haar Zoon te eren en haar onbevlekt Hart te vereren en zich toe te wijden aan haar onbevlekt Hart. In de Boodschap van de Barmhartige liefde worden ook wij aangespoord samen met het heilig Hart van Jezus het onbevlekt Hart van Maria te vereren.

Dit is in zekere zin de samenvatting van geheel de boodschap, vervat ook in het logo van de Kleine Zielen:

779f0-logo-legioen-kleine-zielen-nederlandDe twee harten, het hart van Jezus afgebeeld met daarin het hart van Maria: Jezus heeft het Hart van zijn Moeder in zijn Hart ingesloten!

J       De liefdesboodschap aan de kleine zielen is voorbestemd om ruim verspreid te worden over de wereld. Nederige en vertrouwende kleine zielen, komt onbevreesd naar uw God toe. Vormt rondom Hem en tot meerdere eer en glorie van Hem een onoverwinnelijk leger onder de zoete en lieflijke leiding van mijn zeer beminnelijke Moeder. Houdt met uw geloof en uw liefde de vijand in bedwang. Op uw embleem, lieve kinderen, de Allerheiligste Harten van Jezus en Maria. Bekleedt u met dit heilig gewaad, dat zal u beschermen en dat u op de koninklijke weg naar de hemel geleiden tot de gelukzalige eeuwigheid met Mij (14 augustus 1966).

Ja, Maria vraagt toewijding aan het onbevlekt Hart van Maria. Opdat we door Maria nog beter toegewijd zijn aan haar Zoon. De dag (25 augustus 1974) waarop Marguerite het schetsplan vraagt aan Jezus voor het Centrum van de Kleine Zielen is, zo zegt Marguerite, voor het Legioen een zo gedenkwaardige dag, die aan het Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria zal zijn toegewijd.

J       Ja, Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. (…) De daden van mensen hebben grotere waarde wanneer ze verricht worden in haar en door haar. Mijn hart zindert van vreugde wanneer ze met haar moederlijke handen Mij uw gaven aanbiedt. Als ge beter het Hart van uw lieve Moeder kende, zoudt ge mijn liefdesgave meer op prijs stellen. Bemint haar, schenkt haar u zelf. Het is Mij veel aangenamer u uit haar handen te ontvangen. (…) Vertrouwt u aan Maria toe. (…) (3 december 1966)

En dat willen dan ook wij bijzonder in dit jubileumjaar doen: ieder persoonlijk zich schenken, toevertrouwen en toewijden aan Maria. Maar ook sámen aan haar toewijden.

Uit; Tijdschrift Legioen Kleine Zielen, Contactblad van de Stichting LKZ NL, Landgraaf, Jaargang 1, Nummer 2, Augustus 2017, blz. 12-13.