Luc Vanstraelen: Gij weet dat ik U bemin

Gij weet dat ik U bemin…

Door Z.E.H. Luc Vanstraelen, interdiocesane proost, Vlaanderen

Mijn lieve Kleine Zielen,

Ik heb het al meer dan eens gezegd en geschreven, maar wil het toch nog eens herhalen: wanneer je de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen leest, wordt je als het ware langs alle kanten gegrepen en omringd door liefde. Wij ontdekken Liefde met een hoofdletter en liefde met een kleine letter, goddelijke Liefde en menselijke liefde, oneindige Liefde en eindige liefde, volmaakte Liefde en gebrekkige liefde, alles omvattende Liefde en beperkte liefde, zichzelf wegschenkende Liefde en eigenliefde, standvastige liefde en twijfelende liefde, vrijmakende liefde en verstikkende liefde… kortom, heel de Boodschap dompelt ons onder in een bad van liefde.

Jezus zelf spoort ons voortdurend aan om te groeien in zijn liefde. Wij mogen geen grenzen stellen aan ons hart. “Mijn liefde omhelst de hele wereld. Verruim uw opvatting van de liefde naar deze maat” zegt Jezus op 2 juni 1968. Op 19 februari 1992 lezen wij: De wereld is door corruptie en de geniepige aanvallen van de vijand der zielen verduisterd. Jezus moedigt ons aan niet op te geven, want, zegt Hij: “De liefde is een kracht die bekwaam is te volharden, te hopen en te strijden” (18 februari 1992).

Wij stellen dus vast dat de wereld Gods liefde niet erkent. Meer nog, de wereld heeft er weinig of geen aandacht voor. Zoals Marguerite op 11 juli 1978 vragen ook wij ons bekommerd af: Mijn God, hoe kan ik U doen beminnen in deze wereld die onverschillig is voor de echte Liefde?

Jezus: “Door te beminnen zult gij Mij doen beminnen”. 

Omdat wij gelovige mensen zijn mogen wij hierop, zoals Marguerite, antwoorden: Gij weet dat ik u bemin.

Laten wij nu even verder kijken naar het antwoord van Jezus. Marguerite meent heel oprecht wat zij zegt. Haar antwoord komt vanuit het diepste van haar hart. Maar in plaats van haar te feliciteren en te beamen dat zij inderdaad goed haar best doet om echt van Hem te houden, en dat Hij dat heel fijn vindt, gaat Jezus in zijn antwoord ineens een heel andere richting uit.

Jezus: “Om echte liefde te worden moet ge alle zielen beminnen”.

Jezus schakelt ineens over van het hebben naar het zijn: Je moet niet alleenliefhebben, je moet echte liefde worden. Ons liefhebben krijgt een diepere inhoud. Iedere Kleine Ziel moet er naar streven zodanig lief te hebben dat hij of zij uiteindelijk hier op aarde een zichtbaar en tastbaar beeld wordt van de liefde van God. En dat niet alleen voor vrienden en kennissen, maar voor alle mensen, zonder onderscheid van ras of taal of geslacht of afkomst. Het onvergetelijke getuigenis dat Johannes over God neerschreef in zijn 1e brief, wordt nu een levende opdracht voor ieder van ons.

“God is Liefde”, zegt Johannes.

Gij moet liefde worden”, zegt Jezus. En dat kan je alleen maar door alle mensen te beminnen.

Hier weerklinkt weer eens de fundamentele opdracht van ieder christen mens, de kernopdracht voor ieder godsdienstig leven, het enige en voornaamste gebod, waarin alle andere geboden en voorschriften hun bestaansrecht vinden. Je kunt de Heer uw God slechts beminnen met heel je hart, heel je ziel en al je krachten, wanneer je de medemens met dezelfde liefde bemint als Jezus zelf je lief heeft. Om zo te kunnen liefhebben moet ik liefde worden. Heel mijn denken, spreken en handelen, vertrekt dan vanuit Zijn liefde. Het is er als het ware een vanzelfsprekend gevolg van. Slechts wanneer wij daar in slagen zullen wij ten volle beantwoorden aan de wens die God voor zijn mensen voor ogen had toen Hij sprak: “Nu gaan wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend” (Gen. 1,26). Hoe meer wij liefde worden, hoe meer wij op God zullen gelijken.

Maar Marguerite heeft op dat ogenblik niet door dat Jezus van golflengte veranderd is. Zij blijft maar verder praten over liefhebben. De tijd is voor haar nog niet rijp om volledig liefde te worden. Zij begrijpt niet wat Jezus bedoelt. En dus begeleidt Hij haar, en ook ons, als een goede leermeester, stap voor stap in haar verdere groei naar Hem toe. Hij schakelt opnieuw over naar het niveau dat zij op dat ogenblik aankan. Maar Hij verliest Zijn uiteindelijk doel geen ogenblik uit het oog. De apostel Paulus handelde – weliswaar in andere omstandigheden – op dezelfde wijze toen hij aan zijn geliefde Korinthiërs schreef: “Melk moest ik u geven, geen vaste spijs; die kondt gij nog niet verdragen” (1Kor. 3,2).

Zo is het ook dikwijls met ons gesteld. De opdracht die de Heer ons geeft begint soms heel klein en haast onopgemerkt. Het was bijvoorbeeld de bedoeling om maar even een handje toe te steken, maar het blijft niet bij dat ene handje. Samenkomen om te bidden en te vieren spreekt je wel aan. Maar stilaan kom je tot het inzicht dat het niet bij woorden mag blijven. Vrij vlug ontdek je dat alleen maar daden, slechts noodoplossingen zijn en dat er meer van je verwacht wordt dan vlug (en vrijblijvend) even te helpen. Zo tuimelen wij in de leerschool van de Heer. Tot de grote menigte sprak Hij heel dikwijls in gelijkenissen en parabels. Maar aan zijn leerlingen en apostelen gaf Hij uitleg. Zo opende Hij hen de ogen voor de opdracht en het engagement die in zijn woorden vervat liggen. Er is geduid nodig en kunnen wachten. Wij moeten niet willen lopen vooraleer wij kunnen kruipen. Durven geloven en Hem volledig vertrouwen, dat is de uitdaging waar Hij ons voor plaatst. Wanneer de tijd er rijp voor is zullen ons wel de ogen open gaan en verandert de melk die de Heer ons te drinken geeft in vaste spijs.

Ook de apostel Thomas geloofde niet in de verrijzenis van de Heer totdat Jezus zelf hem de gunst en de genade schonk van een tastbaar bewijs. Toen Thomas vanuit de grond van zijn hart uitriep: “Mijn Heer en mijn God”, sprak Jezus deze onvergetelijke woorden: “Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben” (Joh. 20,28-29). Jezus verwijt niet, keurt niet af, maar verwijst naar een hoger ideaal, een betere levenshouding. Wanneer je op dit ogenblik nog niet bekwaam of gereed bent om te begrijpen of te aanvaarden wat Hij met je voorheeft, dan zal Hij niets forceren, maar je geduldig blijven begeleiden. Dit zien wij weer in onze tekst van de Boodschap. Marguerite heeft niet gemerkt dat Jezus van onderwerp veranderd is. Zij heeft de stap van liefhebben naar liefde worden nog niet door. Daarom gaat Jezus verder met datgene waar zij mee bezig is en wat zij op dat ogenblik kan begrijpen.

Toen Hij zei: Om echte liefde te worden moet ge alle zielen beminnen, antwoordde Marguerite: “Ik wil iedereen beminnen, maar menselijkerwijze gesproken is dat niet zo gemakkelijk gedaan als gezegd. Liefde laat zich niet dwingen en diep in het menselijk hart bestaat er altijd enige voorkeur. Wat moet ik doen?”

Liefde laat zich effectief niet dwingen. Onbewust speelt mijn eigen sympathie en antipathie mee en beïnvloedt mij, vooral bij de eerste contacten. Sommige mensen liggen mij goed, en met andere kan ik moeilijk opschieten. Wat moet ik doen?

Jezus antwoordt: “Als de liefde zich niet laat dwingen, beveelt men haar met de wil. Ge hebt geen idee van de kracht van de wil als het er op aan komt te beminnen. Geloof Mij, de wil kan met de liefde samensmelten tot hij helemaal opgaat in de gevoelsliefde. De wil en het gevoel zijn geen vijanden van elkaar; zij kunnen volmaakt en harmonieus samengaan om Mij die nederige lof van hun eenheid te brengen in de zielen die zich door hen laten vormen”.

Marguerite: “Mijn Jezus, zonder U kan men niet echt beminnen”.

Jezus: “Willen beminnen, dat is beminnen! En inderdaad, niemand kan beminnen tenzij door Mij…”

Laten wij bidden dat de Heer ons helpt om ons liefhebben te laten overgaan in liefde worden, naar het voorbeeld van Jezus, de barmhartige Liefde, van Wie wij zijn Menswording met Kerstmis vol vreugde herdenken.

Bron: ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever Marcel Spreutels, Deurne, Driemaandelijks Tijdschrift, 36ste Jaargang, Nummer 4, December 2008, blz. 24-27.

Luisteren naar Paus Benedictus XVI: De heilige Theresia van Lisieux

Rome, audiëntie van 6 april 2011

Dierbare broeders en zusters,

Ik zou u vandaag willen spreken over de heilige Theresia van Lisieux, Theresia van het Kind Jezus en het Heilig Aanschijn, die slechts 24 jaar op deze wereld leefde, op het einde van de XIX de eeuw en een heel eenvoudig en verborgen leven leidde, maar na haar dood en de publicatie van haar geschriften, een van de meest gekende en geliefde heiligen geworden is. De “kleine Theresia” heeft nooit opgehouden de eenvoudigste zielen te helpen, kleinen, armen, lijdende mensen die tot haar baden, maar zij heeft eveneens met haar diepe spirituele leer heel de Kerk verlicht, zodanig dat de eerbiedwaardige (*1) Paus Johannes Paulus II haar in 1997 de titel van Kerklerares heeft willen verlenen, bij die van Patrones van de Missies, die Pius XI haar in 1939 had verleend. Mijn veelgeliefde voorganger noemde haar “specialiste in de ‘scientia amoris’ (“Novo millennio ineunte”, n. 42) (*2). Deze wetenschap, die heel de waarheid van het geloof ziet schitteren in de liefde, verwoordt Theresia hoofdzakelijk in haar levensverhaal, een jaar na haar dood gepubliceerd onder de titel “Histoire d’une âme” (Geschiedenis van een ziel). Het is een boek dat onmiddellijk enorm succes kende, in vele talen vertaald en over de wereld verspreid werd. Ik zou u willen uitnodigen deze kleine en grote schat te herontdekken, deze lichtende commentaar op het Evangelie die zij ten volle beleefde!

De “Geschiedenis van een ziel” is inderdaad een heerlijke Liefdesgeschiedenis, zo authentiek, eenvoudig en fris verteld dat de lezer niet anders kan dan gefascineerd zijn! Maar wat is die Liefde die heel het leven van Theresia vulde, van haar kindertijd tot haar dood? Dierbare vrienden, deze Liefde heeft een gelaat, draagt een naam, het is Jezus! De heilige spreekt voortdurend over Jezus. Laten wij dan de grote fases van haar leven doorlopen, om door te dringen tot de kern van haar leer.

Theresia wordt geboren op 02 januari 1873 in Alencon, een stad in Normandië, Frankrijk. Zij is de laatste dochter van Louis en Zélie Martin, voorbeeldige echtgenoten en ouders, die samen zalig verklaard werden op 19 oktober 2008. Zij hadden negen kinderen; vier van hen stierven jong. De vijf meisjes bleven in leven en werden allen kloosterlinge. Op de leeftijd van 4 jaar, werd Theresia diep getroffen door de dood van haar moeder. Haar vader vestigde zich toen met zijn dochters in de stad Lisieux, waar heel het leven van de heilige zich zal afspelen. Later werd Theresia, die getroffen werd door een ernstige zenuwziekte, genezen door een genade, die zijzelf omschrijft als de “glimlach van de Maagd”. Zij ontving daarna de Eerste Communie, die zij intens beleefde en plaatste Jezus Eucharistie in het centrum van haar leven.

De “genade van Kerstmis” 1886 tekent een belangrijke wending die zij haar “volledige bekering” noemt. Zij genas namelijk helemaal van haar kinderlijke overgevoeligheid en begint een “reuzenwedloop”. Op de leeftijd van 14 jaar, nadert Theresia met een groot geloof steeds dichter tot de gekruisigde Jezus en neemt het schijnbaar hopeloze geval van een ter dood veroordeelde misdadiger zonder berouw ter harte. “Ik wou tot elke prijs verhinderen dat hij in de hel terechtkwam”, schrijft de heilige, in de zekerheid dat haar gebed hem in contact zou brengen met het verlossende Bloed van Jezus. Het is haar eerste fundamentele ervaring van geestelijk moederschap: “Ik had zoveel vertrouwen in de oneindige Barmhartigheid van Jezus”, schrijft zij. Met de allerheiligste Maagd Maria, bemint, gelooft en hoopt de jonge Theresia met “een moederhart”.

In november 1887 gaat Theresia met haar vader en zus Céline op bedevaart naar Rome. Voor haar is het hoogtepunt de audiëntie bij Paus Leo XIII, aan wie zij de toelating vraagt in te treden in de Karmel van Lisieux; zij was amper 15 jaar. Een jaar later wordt haar verlangen werkelijkheid; zij wordt karmelietes “om de zielen te redden en voor de priesters te bidden”. Tegelijk begint ook de pijnlijke en vernederende geestesziekte van haar vader. Het is een groot verdriet dat Theresia brengt tot de contemplatie van het Aanschijn van Jezus in Zijn lijden. Zo drukt de naam van de kloosterlinge – zuster Theresia van het Kind Jezus en het Heilig Aanschijn – het programma uit van heel haar leven, in de gemeenschap met de centrale mysteries van de Menswording en Verlossing. Haar religieuze professie op het feest van de Geboorte van Maria, op 8 september 1890, is voor haar een waarachtig geestelijk huwelijk in evangelische “kleinheid”, gekenmerkt door het symbool van de bloem. “Welk een mooi feest, de Geboorte van Maria, om Jezus’ bruid te worden!”, schrijft zij. “Zij was de kleine heilige maagd van toen die haar kleine bloem aan de kleine Jezus geeft”. Voor Theresia betekent kloosterlinge zijn, bruid van Jezus zijn en moeder van de zielen. Dezelfde dag schrijft de heilige een gebed dat naar heel haar levensoriëntatie verwijst, zij vraagt Jezus de gave van de oneindige Liefde, de kleinste te zijn, en zij vraagt vooral het heil van alle mensen: “Moge geen enkele ziel vandaag vervloekt zijn”. Haar offerande aan de Barmhartige Liefde op het feest van de Allerheiligste Drie-eenheid, 1895, is van groot belang; een offerande die Theresia onmiddellijk met haar medezusters deelde, zij was reeds assistente novicemeesteres.

Tien jaar na de “genade van Kerstmis”, in 1896, komt de “genade van Pasen” die de laatste periode in het leven van Theresia inzet met de aanvang van haar lijden in diepe vereniging met het lijden van Jezus. Het is lichamelijk lijden, met de ziekte die doorheen veel lijden naar haar dood zal voeren, maar het is vooral zielenlijden, met een heel pijnlijke beproeving van het geloof. Met Maria naast Jezus’ Kruis, beleeft Theresia dan het meest heldhaftige geloof als een licht in de duisternis dat haar ziel overstroomt. De karmelietes is zich ervan bewust deze grote beproeving door te maken voor het heil van alle atheïsten in de moderne wereld, die zij “broeders” noemt. Zij beleeft de broederliefde dan nog intenser; voor de zusters van haar gemeenschap, voor haar twee geestelijke broeders missionarissen, voor de priesters en alle mensen, in het bijzonder die het meest veraf zijn. Zij wordt werkelijk een “universele zuster”! Haar innemende en glimlachende liefde is de uitdrukking van haar diepe vreugde waarvan zij ons het geheim onthult: “Jezus, het is mijn vreugde U te beminnen”. In deze lijdenscontext, door de kleine dingen van het dagelijks leven met een grote liefde te beleven, brengt de heilige haar roeping – in het hart van de Kerk de liefde te zijn – tot voltooiing.

Theresia sterft op de avond van 30 september 1897 terwijl zij de eenvoudige woorden zegt: “Mijn God, ik bemin U!”, en zij naar het kruisbeeld kijkt dat ze in de handen houdt. Deze laatste woorden van de heilige zijn de sleutel van heel haar leer, van haar interpretatie van het Evangelie. De daad van liefde die zij in haar laatste adem verwoordt, was als de onophoudelijke ademhaling van haar ziel, als haar hartstag. De eenvoudige woorden “Jezus, ik bemin U” staan in het centrum van al haar geschriften. De daad van liefde voor Jezus dompelt haar onder in de Allerheiligste Drie-eenheid. Zij schrijft: “Oh, Gij weet het, Goddelijke Jezus, ik bemin U, de Geest van Liefde ontvlamt mij met Zijn vuur, door U te beminnen trek ik de Vader aan [naar mij toe,red.]”.

Dierbare vrienden, ook wij zouden met de heilige Theresia van het Kind Jezus elke dag tot de Heer moeten herhalen dat wij willen leven uit liefde voor Hem en voor de anderen, dat wij in de leerschool van de heiligen willen leren liefhebben op een authentieke en totale manier. Theresia is één van de “kleinen” uit het Evangelie die zich door God laten binnenleiden in de diepte van Zijn mysterie. Een gids voor allen, vooral voor hen die in het volk Gods het ambt beoefenen van theoloog. Met nederigheid en liefde, geloof en hoop, gaat Theresia voortdurend tot in het hart van de Heilige Schrift dat het Mysterie van Christus omsluit. En deze lezing van de Bijbel, gevoed door de kennis van de liefde, is niet tegengesteld aan academische kennis. De wetenschap van de heiligen, waarover zij zelf spreekt op de laatste bladzijde van de “Geschiedenis van een ziel” is inderdaad de hoogste kennis. “Alle heiligen hebben het begrepen en vooral misschien degenen die het heelal vullen met de verlichting van de Evangelische leer. Is het niet uit het gebed dat heiligen als Paulus, Augustinus, Johannes van het Kruis, Thomas van Aquino, Franciscus, Dominicus en zo vele andere beroemde Vrienden van God, deze Goddelijke kennis geput hebben die de grootste genieën in vervoering brengt?”. Onafscheidelijk van het Evangelie, is voor Theresia de Eucharistie het Sacrament van de Goddelijke Liefde die zich tot het uiterste verlaagt om ons tot Hem te verheffen. In haar laatste brief, op een prentje dat het Kind Jezus in de geconsacreerde Hostie voorstelt, schrijft de heilige deze eenvoudige woorden: “Ik kan geen angst hebben van een God die zich voor mij zo klein gemaakt heeft! (…) Ik bemin Hem want Hij is slechts Liefde en Barmhartigheid!”.

In het Evangelie ontdekt Theresia vooral de barmhartigheid van Jezus, zodat zij beweert: “Mij heeft Hij Zijn oneindige barmhartigheid gegeven en daar doorheen schouw en aanbid ik de andere Goddelijke volmaaktheden! (…). Dan lijkt alles mij stralend van liefde, zelfs de Gerechtigheid (en misschien nog meer dan al de andere) lijkt mij met liefde bekleed”. Zo schrijft zij op de laatste regels van de “Geschiedenis van een ziel”: “Ik moet slechts de ogen op het Heilig Evangelie werpen en dadelijk adem ik de geuren in van Jezus’ leven en weet ik naar waar ik lopen moet… het is niet naar de eerste, doch naar de laatste plaats dat ik mij begeef… Ja, ik voel het, zelfs al had ik alle zonden op mijn geweten die men kan begaan, ik zou mij met een gebroken hart van berouw in Jezus’ armen werpen, omdat ik weet hoezeer Hij van de verloren zoon houdt die naar Hem terugkeert”. “Vertrouwen en liefde” zijn dus het eindpunt van haar levensverhaal, twee woorden die heel haar weg van heiligheid verlicht hebben als lichtbakens, om anderen te kunnen leiden op haar eigen “kleine weg van vertrouwen en liefde”, van het geestelijk kindschap. Vertrouwen als dat van een kind dat zich overgeeft aan Gods handen, en onafscheidelijk is van een sterk engagement, radicaal door ware liefde die totale zelfgave is, voor altijd, zoals de heilige zegt wanneer ze Maria schouwt: “Beminnen is alles geven en zichzelf geven”. Zo wijst Theresia iedereen erop dat het christenleven erin bestaat de doopgenade ten volle te beleven in volledige zelfgave aan de liefde van de Vader, om in Christus, in het vuur van de Heilige Geest, zijn liefde voor de anderen te beleven.

Vertaling: Sorores Christi

Voetnoten:

(*1) Vanaf 01 mei 2011; Zalige Paus Johannes Paulus II.

(*2) ’Kennis van de liefde’,“Apostolische brief van Paus Johannes Paulus II”, “Bij de aanvang van het nieuwe millennium” nr. 42.

Bron: ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever Marcel Spreutels, Deurne, Driemaandelijks Tijdschrift, 39ste Jaargang, Nummer 2, Juni 2011, blz. 2-7.

Gebed ter ere van Jezus’ kostbaar Bloed: De 7 Onze Vaders

Het twaalfjarige gebed aan de heilige Brigitta van Zweden

De heilige Brigitta was in bezinning toen Jezus tot haar sprak: “Weet dat Ik diegenen die twaalf jaren lang, dagelijks, zeven Onze Vaders en Weesgegroetjes bidden, ter ere van Mijn kostbaar Bloed, vijf genaden zullen ontvangen:

  • De ziel die bidt zal niet lijden in het Vagevuur.
  • De ziel die bidt zal worden opgenomen tussen de martelaren, alsof deze voor het geloof hun bloed hadden moeten vergieten.
  • Niemand in de volgende vier generaties van de ziel die deze bidt, zal verloren gaan.
  • De ziel die bidt kan drie zielen kiezen die Jezus in een staat van genade zal houden, voldoende om heilig te worden.
  • De ziel die bidt wordt een maand voor de dood hiervan op de hoogte gebracht.

Indien zij voor deze tijd sterven, beschouw Ik het als volbracht, dit wil zeggen, alsof ze deze voorwaarden vervuld hadden.”

*** *** ***

GEBED

O mijn geliefde Jezus, in volledige eenheid met de liefde waarmee U in Uw Hart deze gebeden hebt geheiligd en verheven, wil ik nu de zeven Onze Vaders bidden. Neem deze gebeden van mijn lippen in Uw Heilig Hart aan, en vernieuw en verbeter ze zodanig dat ze dezelfde eer en vreugde brengen aan de Allerheiligste Drie-eenheid, net zoals U dat deed tijdens Uw leven op aarde. Moge deze gebeden U eren omwille van Uw Menswording, tot verheerlijking van Uw heilige Wonden en het kostbare Bloed dat U voor ons vergoten hebt.

EERSTE ONZE VADER

Onze Vader… Weesgegroet Maria…

Ter ere van het Bloed dat Jezus vergoot bij de besnijdenis:

Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op Jezus’ eerste Wonde, Zijn eerste smarten en Zijn eerste bloedvergieten tot verzoening voor mijn jeugdzonden en die van alle mensen. En tot bescherming tegen doodzonden, vooral in mijn familie.

TWEEDE ONZE VADER

Onze Vader… Weesgegroet Maria…

Ter ere van het lijden van Jezus door het Bloed dat Hij zweette in de Hof van de Olijven:

Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op de vreselijke pijnen van Jezus’ Heilig Hart in de Hof van de Olijven, evenals elke druppel van Zijn bloedig zweet; tot verzoening van mijn zonden van het hart en die van alle mensen; tot vermijding van zulke zonden en tot vermeerdering van de liefde voor God en de naaste.

DERDE ONZE VADER

Onze Vader… Weesgegroet Maria…

Ter ere van het Bloed dat Jezus vergoot bij de geseling:

Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op de vele duizenden wonden, de wrede pijnen en het kostbare Bloed van Jezus, dat Hij leed door de martelingen van de geseling; tot verzoening voor mijn zonden tegen de zuiverheid en die van alle mensen. Tot bescherming van de zuiverheid, in het bijzonder in mijn familie.

VIERDE ONZE VADER

Onze Vader… Weesgegroet Maria…

Ter ere van het lijden van Jezus bij de doornenkroning:

Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op de Wonden, de pijnen en het kostbare Bloed van het Heilig Hoofd van Jezus bij de doornenkroning, tot verzoening voor mijn zondige bedoelingen van de geest en die van alle mensen. Tot bescherming tegen zulke zonden en tot de uitbreiding van het Koningschap van Christus op aarde.

VIJFDE ONZE VADER

Onze Vader… Weesgegroet Maria…

Ter ere van het lijden van Jezus toen Hij het Kruis droeg:

Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op het lijden van Jezus op Zijn Kruisweg, in het bijzonder Zijn Heilige schouderwonde en Zijn kostbaar Bloed, tot verzoening voor mijn zonden, en alle mensen die het Kruis verwerpen en tegen Uw Heilige Wil ingaan, en elk misbruik bij het spreken. Tot bescherming tegen zulke zonden van de tong en voor een oprechte liefde voor het Kruis.

ZESDE ONZE VADER

Onze Vader… Weesgegroet Maria…

Ter ere van het lijden van Jezus toen Hij werd gekruisigd:

Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op het lijden van Uw Goddelijke Zoon aan het Kruis, Jezus’ vastnagelen en opheffen aan het Kruis, Zijn Wonden aan handen en voeten en de drie stromen van Zijn Heilig Bloed dat voor ons werd vergoten, Zijn uiterste armoede, Zijn totale gehoorzaamheid en al Zijn lijden van lichaam en ziel, Zijn kostbare dood en de onbloedige vernieuwing ervan in elke Heilige Mis op aarde. Tot verzoening van schendingen tegen de heilige geloften (van religieuzen en priesters), als boete voor mijn zonden en die van de hele wereld, voor de zieken en stervenden, voor vrome priesters en leken, tot herstel van het christelijke gezin. Voor kracht in het geloof, voor ons land, voor de eenheid van alle volkeren in Christus en Zijn Kerk.

ZEVENDE ONZE VADER

Onze Vader… Weesgegroet Maria…

Ter ere van het openen van de Heilige Zijde van Christus:

Eeuwige Vader, wij bidden voor de noden van de Heilige Kerk en vragen U dat U tot verzoening voor de zonden van de mensen het kostbaar Bloed en Water wilt aannemen dat uit de Wonde van het Heilig Hart van Jezus vloeide. Wees ons allen genadig en barmhartig.

Bloed van Christus, kostbare inhoud van Uw Heilig Hart, reinig mij van alle zonden en onreinheden die mij van U scheiden. Water uit Jezus’ zijde, bevrijd mij van de straffen die ik heb verdiend voor mijn zonden en doof de vlammen van het Vagevuur uit voor mij en voor alle arme zielen die daar gezuiverd worden.

SLOT

Eer aan de Vader, de Zoon en de H. Geest, zoals het was, in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gezegende gebedsmiddag vanwege het Grote Feest van Barmhartigheidszondag!

Beste mensen,

We kijken zeer dankbaar terug op een gezegende en genadevolle gebedsmiddag (van 14.15 tot bijna 17.00 uur), vanwege het Grote Feest van Barmhartigheidszondag in de kerk van Berg en Terblijt. Opvallend  en hoopvol was de goede opkomst van zo’n 60 mensen, waarvan de meesten te biecht zijn gegaan. We hebben gisteren zeker de waarheid van de mooie woorden van Jezus aan de H. Poolse Zuster Faustina mogen ervaren: “Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open” (nr. 699).

We zijn daarnaast zo vrij in de bijlage een mooi artikel/toespraak bij te voegen van de Vlaamse priester Armand Ory (met dank aan pastoor J. Geudens) uit 1990, maar nog zeer actueel. Mgr. E. De Jong was recentelijk zeer positief over dit artikel. Mgr. E. De Jong zei letterlijk: “Het is een heerlijk en eerlijk artikel en kan zeker opgenomen gaan worden in de eerstvolgende Nieuwsbrief LKZ”. Het artikel raakt de kern van de roeping van de kleine zielen en geeft mede ook de oorzaak aan voor de geloofscrisis in onze tijden.

In de bijlage hebben we ook de flyer gedaan, zoals we die (gisteren) hebben uitgedeeld in de kerk van Berg en Terblijt. In deze flyer staan de eerstvolgende gebedsbijeenkomsten van de diverse gebedsgroepen van de kleine zielen in Zuid-Limburg.

Tenslotte maken we u alvast attent op de geplande dagbedevaart op vrijdag 16 juli (Feest van OLV van de Berg Carmel) naar Banneux en Vaus-Sous-Chèvremont, de kapel van de Barmhartige Liefde. Hopelijk zijn de coronamaatregelen in Kerk en wereld dan (grotendeels) opgeheven en kunnen we in juli per bus, personenbusjes en/of auto’s op pelgrimage gaan, zeker ook onder de bescherming van de H. Theresia van Lisieux, patrones van het Legioen Kleine Zielen.

Afgelopen jaar was een bedevaart helaas niet mogelijk, maar het verlangen is hierdoor nu des te groter geworden om samen als een soort geestelijke familie weer op pelgrimage te gaan naar Maria, Maagd der Armen in Banneux en de Barmhartige Jezus in Vaux-Sous-Chèvremont.

Actuele informatie (zoals de agenda!) is steeds te vinden op de website: https://hetlegioenkleinezielen.com 

Met hartelijke groet en verbonden in gebed,

Raymond, voorzitter van het Legioen Kleine Zielen

Bijlage 1 in Pdf-bestand;

Bijlage 2 in Pdf-bestand;

Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid 2021

Zondag 11 april 2021. Tweede zondag van Pasen (beloken Pasen). Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

H. Evangelie: Joh.20,19-31

Sinds het heilig Jaar 2000 staat Beloken Pasen in het teken van de Gods Barmhartige Liefde van Jezus. Een en ander houdt verband met de heiligverklaring van ‘de apostel van de Goddelijke Barmhartigheid van Jezus H. Hart’, van zuster Faustina op 30 april in het jaar 2000.

Op 1 augustus 1925 trad Helena Kowalska uit Polen toe tot de Congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid en wel onder de naam: Zuster Maria-Faustina. Er werden haar buitengewone gunsten verleend; visioenen, (verborgen) stigmata, de gave van de profetie, kennis van de geheimen van de ziel en vooral ontving zij openbaringen van de grote Barmhartigheid van Jezus’ Heilig Hart. Ze kreeg tot taak om de medemensen te herinneren aan de waarheid omtrent de barmhartige Liefde van God voor ieder van ons.

In 1931 toonde Jezus zich aan haar en droeg haar dit op: “Maak een afbeelding van Mij zoals u Mij ziet en schrijf eronder: ‘Jezus, ik vertrouw op U!’ Ik zou willen dat deze afbeelding overal in de wereld vereerd wordt. Zij, die haar vereren, beloof Ik dat ze niet verloren zullen gaan. De lichte witte straal betekent het water uit mijn Zijde, dat de ziel reinigt; de rode straal stelt mijn Bloed voor dat de ziel leven geeft. Deze twee stralen verspreidden zich uit het diepst van mijn Barmhartigheid, toen mijn Hart werd doorboord door de lans. Zij beschermen de zielen die eigenlijk straf verdienen voor hun zonden. Gelukzalig de zielen die in de schaduw van deze stralen leven. De goddelijke Rechtvaardigheid zal hen sparen. Ik zal de huizen en zelfs de steden begenadigen en beschermen, waar deze afbeelding vereerd wordt. Rust noch vrede zal de mensheid kennen zolang zij zich niet richt naar Gods Barmhartigheid.”

De verering van de Barmhartigheid van Jezus Heilig Hart, waartoe zij de aanzet had gegeven beleefde een aanmerkelijke groei en dit vooral dankzij de verspreiding van de afbeelding van de barmhartige Christus met daarbij het opschrift: “Jezus ik vertrouw op U”.

Zuster Faustina werd op 18 april 1993 door Paus Johannes-Paulus II zalig verklaard en op 30 april 2000 heilig, eveneens door paus Johannes-Paulus II. Zelf noemde deze paus die dag de meest bijzondere van zijn leven, vanwege de instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid!

Opmerkelijk is dat Paus Johannes Paulus II stierf op de vooravond van de Zondag van de Barmhartigheid. Deze zondag werd door hem in het jaar 2000 voor heel de Kerk ingesteld om “vooral in de H. Eucharistie (de H. Mis) de Goddelijke Barmhartigheid te vieren, waarin God in zijn goedheid zijn eniggeboren Zoon als Verlosser heeft geschonken, opdat door het Paasmysterie van zijn Zoon‚ Jezus Christus, de mensheid het eeuwig leven kan verwerven en opdat zijn aangenomen kinderen door het ontvangen van zijn Barmhartigheid, zijn lof verkondigen tot aan de uiteinden van de aarde.”

Deze instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid is van groot belang voor de hele Kerk. Tevens van groot belang zijn de dagboekaantekeningen van zuster Faustina voor de wijze waarop de Goddelijke Barmhartigheid wil worden gevierd en wel door de volgende woorden: “Op die dag staan de diepste diepten van mijn tedere Barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van mijn Barmhartigheid zullen naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de Heilige Communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en kwijtschelding van straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de Hemel, waardoor de genade vloeit, open.”

Op grond van deze belofte zijn wij allen uitgenodigd om onze harten te openen voor Gods Barmhartige Liefde. Mogen velen juist vandaag Gods Barmhartigheid (her)ontdekken.

Gebedsmiddag LKZ Valkenburg 30 mei

Zondag 30 mei, gebedsmiddag LKZ Valkenburg van 15.00 tot 16.00 uur; gebeds- en Aanbiddingsuur met biechtgelegenheid (Pastoor J. Burger). Aansluitend gezellig samenzijn in de parochiezaal. 

Locatie: RK kerk van Berg en Terblijt. 

Info: legioenkleinezielen@live.com

Gebedsdag LKZ Maastricht 18 mei

Locatie: RK kerk St. Petrus Banden te Heer, Maastricht. 

Programma: 11.00 uur rozenkrans en Marialitanie; 11.30 uur H. Mis; 12.15 Pauze in de pastorie. Voor soep, koffie/ thee wordt gezorgd. 13.00 uur Lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde.  13.30 uur Aanbiddingsuur, met o.a. de BarmhartigheidsRozenkrans en andere gebeden/ gezangen. 14.30 uur Sluiting.

Geestelijke leiding: Mgr. Dr. E. De Jong. 

Contact: Mevr. Ria Schrijnemaekers. Tel: 043/3618906 of m.schrijnemaekers@ziggo.nl

De vertrouwelijke omgang met God

Door R. Jaouen C.M.

De grootsheid van God is verbijsterend en doet ons duizelen. Eén enkele blik op het oneindig grote heelal enerzijds en op het allerkleinste schepseltje anderzijds is voldoende om ons hiervan te overtuigen. Wij zijn, tot in de kleinste vezel van ons lichaam, volledig afhankelijk van Gods almachtige Goedheid. Als Hij ons naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen, in de mogelijkheid Hem te kennen en te beminnen, dan is dat om ons in staat te stellen een relatie met Hem aan te gaan. Meer nog; om een vertrouwelijke relatie met Hem aan te gaan.

Onze hoedanigheid van eenvoudig schepsel geeft ons geen enkel recht op deze vertrouwelijke omgang. Hiervoor was een bijzondere roeping nodig; die waarmee God de Vader ons heeft begunstigd in Jezus Christus en waarmee Hij ons voorbestemde om gelijkvormig aan Hem te zijn en om in ons Zijn volmaakte beeld te dragen.

Dit grootse plan werd gedwarsboomd door de zonde, maar mislukte niet volledig. De Verlossing door het bloed van Christus heeft ons al onze rechten teruggegeven, onze rijkdommen van genade, die door de fout van Adam en onze persoonlijke fouten verspeeld waren. Tegenwoordig kunnen we niet alleen leven van het leven van God, maar met God, voor zijn Liefde en zijn Glorie. Dit brengt de Heilige apostel Johannes ertoe te zeggen: (1 Joh. 1,3) “En onze gemeenschap is er één met de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon.” In de eenheid van de Geest die hen met elkaar verbindt en onszelf verbindt met hun goddelijke Personen.

1.Fundamentele waarheid: elke ziel wordt geroepen tot vertrouwelijke omgang met God.

Het is geen voorrecht dat voorbehouden is aan de grote mystieken. Elke gedoopte wordt ertoe geroepen vanaf het moment dat de Drievuldigheid in hem woont. “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont?” (1 Kor. 3,16). En dit ander vers van St. Paulus: “Gij weet het, uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest die in u woont, die gij van God hebt ontvangen. Gij zijt niet van uzelf.” (1 Kor. 6,19).

Laat ons eveneens het mooie vers uit het vierde Evangelie niet vergeten: “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn Woord onderhouden”, zegt Jezus, “mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.”

Er kan dus geen sprake van zijn God ergens in de stratosfeer te gaan zoeken of achter de melkwegstelsels, aangezien Hij, in zijn oneindige minzaamheid, zich verwaardigt in ons te wonen. Hij past zich aan ons aan en stelt zichzelf binnen ons bereik, dichter dan een moeder bij haar kind kan komen. Dit verblijf is voor ieder van ons een eer en een uitzonderlijke weldaad. Dat een zo grote God zich zo klein en nederig maakt om in ons zijn genoegen te vinden, is een verbluffend wonder dat ons kan vervullen met vurige dankbaarheid. Er geen aandacht aan schenken en doen alsof we er niets van merken, zou een belediging zijn voor God en zijn Liefde.

Wanneer men een belangrijke persoonlijkheid ontvangt, laat men die dan alleen achter in een hoekje van zijn salon, zonder zich om hem te bekommeren? Wat Hij wil, is dat we ingaan op zijn voorstel, dat we met Hem spreken, aangezien Hij zich over ons ontfermt en op de meest toegewijde manier voor ons zorgt door zijn Voorzienigheid, waaraan geen enkel detail van ons leven ontsnapt. Zuster Elisabeth van de H. Drie-eenheid was hierover, terecht, zodanig verwonderd, dat zij deze geloofswaarheid beschouwde als de grondslag van haar geestelijk leven.

Mensen worden bedolven onder duizend en één aardse zorgen, onder een massa nutteloze bezigheden. Zo erg zelfs, dat zij de Heer helemaal vergeten, die hen nochtans uitnodigt om met Hem een liefdesrelatie aan te gaan.

Niet in God geloven en Hem volledig uit zijn leven bannen betekent voor de mens dat hij zichzelf al op voorhand voorbestemt om door Hem verworpen te worden op de laatste dag. Maar in Hem geloven en zijn leven zo inrichten dat Hij slechts op de tweede plaats komt, is God de eer ontnemen die Hij van ieder van ons verwacht en zichzelf beroven van de immense weldaad van een leven dat ten volle gedeeld wordt met God, bron van een onuitsprekelijk geluk.

Aangezien Hij normaal gezien in iedere gedoopte woont, wordt iedere christen die over zijn volle verstand beschikt, opgeroepen tot een echte vertrouwensrelatie, ongeacht zijn leeftijd, temperament, verstand en sociale situatie.

2.Voorwaarden

Leven met God vereist een voorbereiding, die overigens binnen ieders bereik ligt.

2.1. Een eerste voorwaarde waaraan moet worden voldaan, is dat de mens in staat van genade moet zijn, en dus, zoals wij allen weten, vrij van doodzonden. Men moet dus het goddelijk leven bezitten en God moet werkelijk in ons wonen door zijn Genade. Dat is de eerste zorg die elke christen aan zijn ziel moet geven, opdat hij niet uitgesloten zou worden van de goddelijke vriendschap die zo noodzakelijk is voor zijn heil.

Maar vanaf het moment dat God aanwezig is, in het diepst van onszelf, maakt Hij zich volledig toegankelijk. Het is dan ook gemakkelijk om Hem rechtstreeks te bereiken dankzij deze deugden van onschatbare waarde, namelijk het geloof, de hoop en de liefde, waarvan God zelf het voorwerp is. Ik zou zelfs durven zeggen dat het gemakkelijker is Hem te vinden, dan eender welk menselijk wezen, omdat Hij ons beter begrijpt dan wie ook. Het is dus door middel van onze goddelijke deugden, dat onze vertrouwelijke omgang met God werkelijkheid wordt en zich verder kan ontwikkelen.

We merken hierbij op dat deze vereniging met God niet door onze verbeelding en onze gevoeligheid bereikt kan worden: “Laten we ervan houden, niets te voelen”, zei de Heilige Teresia van het Kind Jezus. Want hier bevinden we ons op het vlak van het zuivere geloof. We moeten dan ook niet ongerust worden, wanneer we in dit verband geen enkel voelbaar genot ervaren. God verleent dit immers of niet, zonder dat wij hieraan ook maar iets kunnen veranderen.

2.2. Andere noodzakelijke voorwaarde: ascese

Om vertrouwelijk met God te kunnen leven, moet aan een noodzakelijke voorwaarde voldaan worden als wij tenminste niet op een mislukking willen uitdraaien. Deze is; vrede brengen in onze ziel door een edelmoedige strijd tegen onze verterende hartstochten, tegen de zonde in al haar vormen, zelfs tegen de dagelijkse zonde. De gewoonte van de dagelijkse zonde die niet bestreden wordt, vormt een grote belemmering voor onze vereniging met God.

Zolang wij dit stadium nog niet bereikt hebben, zal het moeilijk, zelfs onmogelijk zijn, om met God te leven, “om onze schreden naar Hem te richten”, zoals God tegen Abraham zei (Gen. 17,1).

Wij moeten ons dus bevrijden van al onze boeien; een bevrijding die het gelukkige resultaat is van een systematische ascese, van de christelijke versterving die door alle heiligen wordt aanbevolen. De onthechting wordt door Jezus in het Evangelie voorgesteld en is absoluut noodzakelijk voor ons, wanneer wij willen leven met Hem. Hij, die helemaal volmaakt is en die niet zou kunnen aanvaarden dat wij de nietigheid van het geschapene zouden verkiezen boven Hem. “Vrede in de ziel is noodzakelijk voor de vertrouwelijke omgang met God, is de vrucht van ontelbare offers”, lezen we in de Boodschap, waarvan de leer helemaal in de lijn ligt van het Evangelie en van de Kerk. Zij effent het terrein op de weg naar de heiligheid, door ons te leiden via de snelle en zekere weg van de geestelijke kindsheid. Hierdoor krijgt de ziel, die in vrede leeft, de mogelijkheid om met God te leven en zich in te wijden in de kunst van het gewoon vertrouwelijk gesprek met Hem, in “een verbluffend spontane omgang met Hem” (Navolging).

3. De praktijk van de vertrouwelijke omgang met God

Wanneer we aan deze voorwaarden voldoen, wordt het fantastische ideaal van ieder Godskind dat in het trinitaire leven is binnengeleid, eigenlijk gemakkelijk te realiseren. Het ligt binnen bereik van iedere christen, dus zeker van alle Kleine Zielen, die soms ten onrechte de moeilijkheid ervan overdrijven en er als een berg tegen opzien. Welnu, het is zeer eenvoudig. Waarom? Omdat God zelf oneindig eenvoudig is en binnen het bereik van zijn allerkleinste kinderen wil zijn. Deze laatsten begrijpen dit trouwens instinctmatig, terwijl hoogmoedige mensen zich eerder uitsluiten van de vertrouwelijke omgang onder voorwendsel van ‘manhaftige godsvrucht’ of ‘geestelijke rijpheid’, waarvan ze een verkeerde voorstelling hebben en die ook niet eigen is aan het Evangelie: “Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen niet binnentreden.”

3.1. Het gebed

Het gebed is het beste middel om te komen tot een kinderlijke relatie met God. Ik bedoel hiermee het eenvoudige gebed, zonder ingewikkelde formuleringen. Laten we Teresia van Kind Jezus als gids nemen op dit terrein. Zij leed onder de dorheid van haar gebed. Wat deed zij om dit te verhelpen? Zij bad langzaam het ‘Onze Vader’ en haar hart werd geraakt door de gedachte aan de hemelse Vader en zijn oneindig grote Liefde.

Het eenvoudigste gebed, dat langzaam wordt opgezegd, werkelijk ingetogen, met geloof, nederigheid en vertrouwen, brengt ons in een direct contact met God, die zo groot en goed is, die in ons verblijft en wier Liefde nooit inslaapt. Wat we zeker moeten vermijden, is het mechanisch, routinematig opzeggen van formulegebeden, hoe mooi ze ook zijn. Ik veroordeel formulegebeden niet. Men mag ze gebruiken, als ze van nut zijn, maar met mate.

3.2. Door dagelijks goed te bidden, komen wij tot het echt ‘inwendig gebed’, wat Teresia van Avila noemt: een ‘gesprek van hart tot hart met God, door wie wij ons bemind weten’. Hierbij moeten wij geen formulegebeden gebruiken, maar het volstaat eenvoudigweg tot God te spreken. Hem eerst en vooral eren door te spreken over Zichzelf en over zijn volmaaktheid. Hem vervolgens danken voor zijn weldaden en vergiffenis vragen voor onze fouten. Hem vertellen over hen die wij beminnen, over de Kerk en haar vele noden, over onszelf en alles wat ons bezighoudt: onze plannen, onze tegenslagen, onze successen zelfs. Waarom zouden we het bondig houden, wanneer we Hem zoveel te vertellen hebben?

En zo komen we uiteindelijk tot het veelvuldige en spontane gesprek met God, tot ‘babbelen met God’, zoals een bekende scout, Guy de Larigaudie, het noemde. Ik zou zelfs durven zeggen dat men moet streven naar een ‘liefdesgesprek met Jezus’, omdat niemand kan beminnen zoals Hij ons bemint.

3.3. Eenmaal in dit stadium beland is elke christen in feite een mens van inwendig gebed die zich, bij alles wat hem overkomt, tot God richt en zo permanent met Hem in contact staat. Om dit contact tot iets vanzelfsprekend te maken, volstaat het om te midden van onze dagdagelijkse bezigheden, een blik vol geloof en liefde te werpen op de H. Drie-eenheid, of op Jezus die in ons aanwezig is, of naar Hem te glimlachen, zelfs wanneer het ons niet goed gaat. Dan zal de ziel niets anders verlangen dan haar wil gelijkvormig te maken aan die van God tot in de kleinste details van haar bestaan, in het beoefenen van de totale overgave aan de Voorzienigheid.

Het is heel belangrijk dat wij naar God kunnen kijken in het diepst van onszelf, daar waar wij Hem gemakkelijk kunnen ontmoeten in de nacht van ons geloof, of waar we vreedzaam kunnen genieten van zijn aanwezigheid. Want als God in ons aanwezig is, dan is dat juist opdat wij van Hem zouden genieten. Dit spruit voort uit een gezonde theologie, en niet uit een kinderachtige of ziekelijke sentimentaliteit (*).

En dit is het dan ook waartoe alle bladzijden van de “Boodschap van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen” ons toe uitnodigen.

Leden van het Legioen, laat ons maximaal profiteren van dit voortreffelijke manna, dat onze vertrouwelijke omgang met de Heer kan voeden, waardoor we steeds meer in Zijn handen komen, totdat Zijn wilsbeschikkingen met betrekking tot ons voltooid zijn, tot Zijn meerdere eer en ons groter geluk.

(*) Wij zijn er allereerst voor God. God is het doel van al het geschapene. Hij nodigt ons uit tot wederliefde. Naarmate wij Hem meer verlangen te beminnen, zal Hij die ons liefheeft ons zijn liefde laten ervaren. “Wij zijn geroepen als Zijn ‘kinderen’, tot gemeenschap met God en om deel te hebben aan Gods eigen zaligheid.” – Katholieke Katechismus van A. Schraner.

Uit; R. Jaouen C.M., De gedachten van Jezus’ Hart, Uitreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, 1987, blz. 118-121.

Informatie op de websites:

‘Legioen Kleine Zielen Nederland’: https://hetlegioenkleinezielen.com

‘Blog Marquerite’: https://legioenkleinezielen.com

Gebedsdag LKZ Maastricht 18 mei

Dinsdag 18 mei, Gebedsdag LKZ Maastricht. 

Locatie: RK kerk St. Petrus Banden te Heer, Maastricht. 

Programma: 11.00 uur rozenkrans en Marialitanie, 11.30 uur H. Mis, 12.15 Pauze in de pastorie. Voor soep, koffie/ thee wordt gezorgd. 13.00 uur Lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde.  13.30 uur Aanbiddingsuur, met o.a. de BarmhartigheidsRozenkrans en andere gebeden/gezangen. 14.30 uur Sluiting.

Geestelijke leiding: Mgr. Dr. E. De Jong. 

Contact: Mevr. Ria Schrijnemaekers. Tel: 043/3618906 of m.schrijnemaekers@ziggo.nl

A. Ory – ‘Klein worden’

Toespraak te Chèvremont, 26 september 1990

Z.E.H. A. Ory wijst op de roeping van de Kleine Zielen tot kleinheid naar het voorbeeld van Maria in tegenstelling tot de houding van Zacharias.

Sinds 1965 krijgt Marguerite boodschappen uit de Hemel. Nu leven wij in het jaar 1990. Vijfentwintig jaar zijn er verstreken sinds het begin. Wij mogen derhalve spreken van een zilveren Legioen. 

Intussen hebben wij ruimschoots de tijd gehad om de boodschappen te overwegen. Soms is dat meer dan nodig. Aanvankelijk waren heel wat bestuursleden van LKZ niet gelukkig met de uitdrukking ‘kleine zielen’. In de titel van de eerste Nederlandstalige uitgave waren de ‘kleine’ zielen vervangen door ’eenvoudige’ zielen. Hiertegen heeft Jezus zelf zich verzet en gevraagd dat de uitdrukking ‘kleine zielen’ behouden zou blijven. Schoorvoetend hebben wij ons dan bij die wilsbeschikking neergelegd. Wij wilden wijzer zijn dan de Heer Jezus zelf. Is dat geen duidelijk bewijs dat we de evangelische betekenis van ‘klein’ nog niet hadden begrepen? Waarom anders het beter willen weten dan Jezus? 

Gedurende al die jaren was ikzelf evenmin gelukkig met die benaming ‘kleine zielen’. Buitenstaanders bespotten ons door ons ’kleinzieligen’ te noemen. Soms zei ik stiekem tegen Jezus: ’Lieve Heer, kondt Gij niets beters bedenken voor uw Legioen? Als christenen worden we al bespot in een geseculariseerde wereld; op kleine zielen weegt de spot dubbel zwaar.’ 

In het Evangelie spreekt men nochtans ook over die mysterieuze ’kleinheid’: ’Voorwaar Ik zeg u, als gij u niet bekeert en wordt als kleinen, zult ge niet binnengaan in het Rijk der hemelen’ (Mt. 18,3). 

Dan dacht ik: ‘Lieve Heer, zeker weer een van uw vele overdrijvingen?’ Wij moeten ons dus bekeren! Wij moeten ons veranderen? Worden als kleine kinderen! Belachelijk! Ik voelde me zoals Nicodemus, toen hij uit de mond van Jezus vernam dat hij herboren moest worden. Zijn vraag aan Jezus was: ‘Als men volwassen is, kan men toch niet opnieuw geboren worden! Kan men terugkeren in de schoot van zijn moeder om herboren te worden?’ (Joh. 3,4). 

Vier maand geleden ongeveer heb ik een beetje mogen begrijpen wat Jezus bedoelt met die mysterieuze ‘kleinheid’. Dat heeft jaren geduurd. Meer dan vijftig jaren christelijke opvoeding - theologische studies inbegrepen - en bijna twintig jaar levendig contact met de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen. Maar beter laat dan nooit. Ik voel me thans zo gelukkig met deze ontdekking dat ik ze u verlang mee te delen. Zoals de Engelsman die na een reis rond de wereld Engeland ontdekt! Een kleine ziel, die na 25, ja 50 jaar, ontdekt wat ’kleinheid’ betekent. 

Wat is er nu typisch voor een kind? Het aanvaardt wat een volwassene zegt, niet in zover het begrijpt wat hij vertelt, maar omdat hij vertrouwt op die volwassene. Een kind gelooft zijn vader, zijn moeder, zijn meester, zijn juffrouw. Het tracht niet steeds te verstaan. 

Een volwassene reageert totaal anders. Hij aanvaardt wat de andere vertelt op voorwaarde dat hij redelijk acht wat hij hoort. Hij is kritisch ingesteld. Hij wil in allereerste instantie 'begrijpen’. Er is steeds een zender en een ontvanger. De ene zendt een boodschap uit; de andere aanvaardt ze, of verwerpt ze. 

Een paar voorbeelden uit het Evangelie ter illustratie. De engel Gabriel brengt zijn boodschap uit de Hemel, eerst aan Zacharias, daarna aan Maria. In beide gevallen gaat het om de geboorte van een kind dat niet verwacht wordt. In beide gevallen is de geboorte zelfs onmogelijk, in het ene geval omwille van de gevorderde leeftijd, in het andere geval omwille van de gelofte van maagdelijkheid. 

Zacharias verwerpt de boodschap van de engel op basis van zijn redelijk oordeel. Een vrouw wordt onvruchtbaar op bepaalde ouderdom. Dat is een onbetwistbare waarheid onder mensen. Met dat argument sluit hij zich voor de boodschap van de engel. Hij verkiest zijn redelijk inzicht boven de boodschap van de engel. Hij gedraagt zich als een volwassene. Daarom geraakt hij ook niet binnen in dat onderdeel van het Rijk der hemelen. Zijn ongeloof - zijn uitsluiting - is duidelijk onderlijnd door zijn stomheid. 

Om binnen te geraken in dat deel van het Rijk der hemelen moet hij veranderen, moet hij zich bekeren, moet hij worden als een kind. Pas wanneer hij de naam ‘Johannes’ schrijft op een schrijftafel (Lc. 1,63), volgens de boodschap van de engel (Lc. 1,13), kan hij opnieuw spreken, uiterlijk teken van zijn ommekeer. Van ongelovige is hij gelovige geworden. Hij heeft moeten leren reageren zoals een kind; niet zijn verstand stellen boven de boodschap, maar de boodschap stellen boven zijn verstand. Deze boodschap heeft hij niet begrijpelijk moeten vertalen; hij heeft haar moeten nemen zoals zij is, zonder te begrijpen; zijn vrouw zou een kind krijgen ondanks haar hoge leeftijd. 

O.L.Vrouw daarentegen heeft heel anders gereageerd. Nochtans was de boodschap die zij van de engel kreeg sterk gelijkend op die aan Zacharias. Zij bezat haar redenen die even sterk waren als die van de priester om zich te sluiten voor de boodschap. Haar maagdelijkheid woog even zwaar door - misschien zelfs zwaarder - als de hoge ouderdom bij Zacharias. 

Heeft Zij niet gezegd: ‘Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken’ (Lc. 1,34)? Men kan moeilijk veronderstellen dat Maria geloof gehecht heeft aan de boodschap van de engel uit onwetendheid. En toch is haar reactie totaal verschillend van die bij Zacharias. Verkoos de priester zijn verstand boven de boodschap, dan verkoos Maria de boodschap boven haar verstand. Zij verstaat evenmin als hij. Toch spreekt Zij die wonderbare woorden uit: ’Mij geschiede naar Uw woord’ (Lc. 1,37). Maria heeft zich gedragen als een kind; Zacharias als een volwassene. Daarom werd Zacharias gestraft door de engel om zijn ongeloof (Lc, 1,20) en werd Maria geloofd door Elisabeth om haar geloof (Lc. 1,45). 

Maria had geen bekering nodig. Daar Zij vol was van genade (Lc. 1,28), was het voor haar niet zo moeilijk af te zien van haar kritische ingesteldheid. Van meet af aan kon Zij instemmen met de boodschap van de engel, zonder er iets van te begrijpen.

Alle anderen, te beginnen met Zacharias en met Sint Jozef, die op zeker ogenblik eraan dacht te scheiden van Maria, hebben zich moeten bekeren, zijn moeten worden als kinderen, om zo binnen te geraken in de geheimen van het Rijk der hemelen. Van nature uit is de mens geneigd zijn zienswijze, die hij begrijpt, te stellen boven een boodschap uit de Hemel, die hij niet begrijpt. Alleen als hij zich bekeert en de boodschap uit de Hemel die hij niet begrijpt toch voorrang verleent op zijn zienswijze die hij wel begrijpt, wordt hem de toegang tot het Rijk der hemelen gewaarborgd. Dat bedoelt Jezus als Hij vraagt dat we ons moeten bekeren en worden als kinderen.

Op onze dagen is de maatschappij ’volwassen’ geworden. Velen bezitten een universitair diploma, velen denken 'wetenschappelijk’. Vaak spreekt men over ‘catechese voor volwassenen’. Dat kan op twee manieren verstaan worden, nu eens als goede catechese voor volwassenen, mysteries en mirakels inbegrepen, dan weer als onbetrouwbare catechese, zonder mysteries en zonder mirakels, in dienst van mensen die voortaan zich niet meer wensen te gedragen als kinderen, maar veeleer als volwassenen, die alles verwerpen wat ze niet begrijpen.

Op deze dagen reageren velen zoals Zacharias voor zijn bekering. Hij had de boodschap van de engel verworpen, zolang hij zijn zienswijze stelde boven de boodschap. Gedurende eeuwen heeft men, uit trouw aan de Overlevering, de mysteries en mirakels uit het Evangelie aanvaard, zoals de Kerk ons voorhoudt te geloven. Sinds enkele decennia - meer bepaald sinds 1960 - weigeren sommigen, zelfs op de sleutelposities in de Kerk, de leer van die Kerk. Zij steunen op hun eigen redelijkheid, die heel wat gegevens uit de openbaring afwijst.

Deze averechtse bekering, waardoor menig ’gelovige’ van het einde van de twintigste eeuw zijn kind-zijn afzweert om volwassen te worden, ligt aan de basis van de geloofscrisis op onze dagen.

Tegen deze achtergrond, nu velen deze kinderlijke houding afzweren, en de mentaliteit van de volwassene aankleven, vraagt Jezus, sinds 1965 een ’Legioen Kleine Zielen’, om zovele afgewekenen uit te nodigen zich te bekeren en opnieuw te worden als kinderen. Hij heeft Zijn ‘Legioen’ gewild bestaande uit mensen die bereid zijn zich te gedragen als kinderen, d.w.z. zijn Boodschap, die geen andere is dan die van het Evangelie, te aanvaarden, ook zonder te begrijpen. In plaats van de geloofsmysteries verstaanbaar te vertalen, vraagt Jezus ze te aanvaarden zoals ze zijn, ook zonder ze te verstaan.

Velen huiveren op onze dagen voor elk mysterie, voor elk mirakel, omdat men ze niet begrijpt. Men loochent ze wel niet expliciet, maar vaak zoekt men zo'n afwijkende vertaling, dat deze gelijk staat met een loochening ervan. Men doet het Evangelie vaak het tegenovergestelde zeggen van wat er staat.

Onlangs schreef mij iemand in een naamloze brief: Het kan mij niet schelen of Maria maagd is of niet; het kan mij niet schelen of Jezus verrezen is de derde, de vierde, de vijfde of de zesde dag, hoofdzaak is vriendelijk te zijn tegenover onze evenmens. Elk geloofsmysterie was bij hem overtollig geworden. Waarom nog leuren met ‘geloofsartikels’, die niemand lust? Deze ingesteldheid betekent het einde van het christendom en leidt regelrecht naar het humanisme.

Het merendeel van de ’moderne gelovigen’ moet zich bekeren uit deze volwassen-mentaliteit en terug worden als kinderen, indien ze althans willen binnentreden in de mysteries van het Rijk der hemelen.

Kinderen die nog naar de kerk komen, worden zeldzaam. Waarom? Voor hen heeft de H. Eucharistie geen waarde meer, ook al leert de Kerk nog steeds dat de H. Mis het hoogtepunt is van ons christelijk leven. Het merendeel van de kinderen - en ook van de volwassenen - heeft geen oor meer voor een dergelijke boodschap. Er bestaan zoveel interessante ontspanningen: sport, televisie, dans, muziek... Daarin gedragen kinderen uit onze tijd zich als volwassenen. Zij hechten waarde aan wat zij waardevol ervaren, niet aan wat de Kerk als waardevol voorhoudt. Wat voor hen telt is niet de leer van de Kerk, maar de keuze van hun leeftijdgenoten. Leven die zonder godsdienst, dan leven ook zij zonder godsdienst.

Daarom verlangt Jezus dat in elke parochie een kern van kleine zielen tot stand zou komen, eilandjes van heiligheid, om aan te tonen dat het op onze dagen even gemakkelijk - of even moeilijk - is om te geloven als in de tijd van Zacharias, Jozef en Maria. Deze verspreide kernen van kleine zielen vormen samen een ‘legioen’.

Toch merkwaardig dat Jezus zijn ’kleine zielen’ uitvindt op het zelfde ogenblik nu velen hun overgeërfde kleinheid afzweren om godsdienstig te gaan leven als volwassenen. Deze averechtse bekering, deze terugkeer tot het heidendom, sluit hun onverbiddelijk buiten de geloofsmysteries.

De taak van het LKZ is van levensbelang voor het christendom op onze dagen. Als men zich niet bekeert en opnieuw wordt als ‘kleinen’ zal men beslist niet binnen geraken in de geheimen van het Rijk der hemelen. Lid worden van het Legioen is een eerste stap; zich bekeren en worden als kinderen is hetgeen wat Jezus uiteindelijk op het oog heeft.

Bron: ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Orgaan van het Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever G. de Winter, Deurne, 18de Jaargang, September 1990, blz. 10-13.

  • Pastoor Armand Ory 
  • Hij werd geboren te Hoepertingen (Belg. Limburg) op 10 januari 1927 en overleed, uitgeput van zijn noeste arbeid, in de Heer te Sint-Truiden op 9 november 2002. Hij werd priester gewijd te Luik op 22 juli 1952. Was leraar te Genk en te Borgloon en daarna gelijktijdig pastoor te Hendrieken-Voort en Gelinden (Belg. Limburg). Hij werd stichter-schrijver van “Sint-Lambertus kring”. Bij zijn overlijden hield dit op te bestaan. Zijn belangrijkste werk tijdens zijn leven was het aanbieden aan de H. Kerk van de “Funktionele Exegese”, boek met imprimatur van Mgr. Heuschen, over de historiciteit van de Evangeliën, en een aantal boeken waarin deze exegese op de Bijbel (N.T.) wordt toegepast.Overlijdensbericht pastoor Ory: http://www.inmemoriam.be. – Verdieping in de werken van pastoor Ory: Op de KULeuven KADOC (Katholiek documentatiecentrum) zie hun website; https://kadoc.kuleuven.be