Zondag 30 mei, gebedsmiddag LKZ Valkenburg van 15.00 tot 16.00 uur; gebeds- en Aanbiddingsuur met biechtgelegenheid (Pastoor J. Burger). Aansluitend gezellig samenzijn in de parochiezaal.
Locatie: RK kerk van Berg en Terblijt.
Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus.
VOORTZETTING VAN DE KLEINE WEG VAN H. THERESIA VAN LISIEUX. Stichting Legioen Kleine Zielen Nederland. Proost: Mgr. Dr. E. de Jong.
Zondag 30 mei, gebedsmiddag LKZ Valkenburg van 15.00 tot 16.00 uur; gebeds- en Aanbiddingsuur met biechtgelegenheid (Pastoor J. Burger). Aansluitend gezellig samenzijn in de parochiezaal.
Locatie: RK kerk van Berg en Terblijt.
Locatie: RK kerk St. Petrus Banden te Heer, Maastricht.
Programma: 11.00 uur rozenkrans en Marialitanie; 11.30 uur H. Mis; 12.15 Pauze in de pastorie. Voor soep, koffie/ thee wordt gezorgd. 13.00 uur Lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde. 13.30 uur Aanbiddingsuur, met o.a. de BarmhartigheidsRozenkrans en andere gebeden/ gezangen. 14.30 uur Sluiting.
Geestelijke leiding: Mgr. Dr. E. De Jong.
Contact: Mevr. Ria Schrijnemaekers. Tel: 043/3618906 of m.schrijnemaekers@ziggo.nl
Door R. Jaouen C.M.
De grootsheid van God is verbijsterend en doet ons duizelen. Eén enkele blik op het oneindig grote heelal enerzijds en op het allerkleinste schepseltje anderzijds is voldoende om ons hiervan te overtuigen. Wij zijn, tot in de kleinste vezel van ons lichaam, volledig afhankelijk van Gods almachtige Goedheid. Als Hij ons naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen, in de mogelijkheid Hem te kennen en te beminnen, dan is dat om ons in staat te stellen een relatie met Hem aan te gaan. Meer nog; om een vertrouwelijke relatie met Hem aan te gaan.
Onze hoedanigheid van eenvoudig schepsel geeft ons geen enkel recht op deze vertrouwelijke omgang. Hiervoor was een bijzondere roeping nodig; die waarmee God de Vader ons heeft begunstigd in Jezus Christus en waarmee Hij ons voorbestemde om gelijkvormig aan Hem te zijn en om in ons Zijn volmaakte beeld te dragen.
Dit grootse plan werd gedwarsboomd door de zonde, maar mislukte niet volledig. De Verlossing door het bloed van Christus heeft ons al onze rechten teruggegeven, onze rijkdommen van genade, die door de fout van Adam en onze persoonlijke fouten verspeeld waren. Tegenwoordig kunnen we niet alleen leven van het leven van God, maar met God, voor zijn Liefde en zijn Glorie. Dit brengt de Heilige apostel Johannes ertoe te zeggen: (1 Joh. 1,3) “En onze gemeenschap is er één met de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon.” In de eenheid van de Geest die hen met elkaar verbindt en onszelf verbindt met hun goddelijke Personen.
1.Fundamentele waarheid: elke ziel wordt geroepen tot vertrouwelijke omgang met God.
Het is geen voorrecht dat voorbehouden is aan de grote mystieken. Elke gedoopte wordt ertoe geroepen vanaf het moment dat de Drievuldigheid in hem woont. “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont?” (1 Kor. 3,16). En dit ander vers van St. Paulus: “Gij weet het, uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest die in u woont, die gij van God hebt ontvangen. Gij zijt niet van uzelf.” (1 Kor. 6,19).
Laat ons eveneens het mooie vers uit het vierde Evangelie niet vergeten: “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn Woord onderhouden”, zegt Jezus, “mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.”
Er kan dus geen sprake van zijn God ergens in de stratosfeer te gaan zoeken of achter de melkwegstelsels, aangezien Hij, in zijn oneindige minzaamheid, zich verwaardigt in ons te wonen. Hij past zich aan ons aan en stelt zichzelf binnen ons bereik, dichter dan een moeder bij haar kind kan komen. Dit verblijf is voor ieder van ons een eer en een uitzonderlijke weldaad. Dat een zo grote God zich zo klein en nederig maakt om in ons zijn genoegen te vinden, is een verbluffend wonder dat ons kan vervullen met vurige dankbaarheid. Er geen aandacht aan schenken en doen alsof we er niets van merken, zou een belediging zijn voor God en zijn Liefde.
Wanneer men een belangrijke persoonlijkheid ontvangt, laat men die dan alleen achter in een hoekje van zijn salon, zonder zich om hem te bekommeren? Wat Hij wil, is dat we ingaan op zijn voorstel, dat we met Hem spreken, aangezien Hij zich over ons ontfermt en op de meest toegewijde manier voor ons zorgt door zijn Voorzienigheid, waaraan geen enkel detail van ons leven ontsnapt. Zuster Elisabeth van de H. Drie-eenheid was hierover, terecht, zodanig verwonderd, dat zij deze geloofswaarheid beschouwde als de grondslag van haar geestelijk leven.
Mensen worden bedolven onder duizend en één aardse zorgen, onder een massa nutteloze bezigheden. Zo erg zelfs, dat zij de Heer helemaal vergeten, die hen nochtans uitnodigt om met Hem een liefdesrelatie aan te gaan.
Niet in God geloven en Hem volledig uit zijn leven bannen betekent voor de mens dat hij zichzelf al op voorhand voorbestemt om door Hem verworpen te worden op de laatste dag. Maar in Hem geloven en zijn leven zo inrichten dat Hij slechts op de tweede plaats komt, is God de eer ontnemen die Hij van ieder van ons verwacht en zichzelf beroven van de immense weldaad van een leven dat ten volle gedeeld wordt met God, bron van een onuitsprekelijk geluk.
Aangezien Hij normaal gezien in iedere gedoopte woont, wordt iedere christen die over zijn volle verstand beschikt, opgeroepen tot een echte vertrouwensrelatie, ongeacht zijn leeftijd, temperament, verstand en sociale situatie.
2.Voorwaarden
Leven met God vereist een voorbereiding, die overigens binnen ieders bereik ligt.
2.1. Een eerste voorwaarde waaraan moet worden voldaan, is dat de mens in staat van genade moet zijn, en dus, zoals wij allen weten, vrij van doodzonden. Men moet dus het goddelijk leven bezitten en God moet werkelijk in ons wonen door zijn Genade. Dat is de eerste zorg die elke christen aan zijn ziel moet geven, opdat hij niet uitgesloten zou worden van de goddelijke vriendschap die zo noodzakelijk is voor zijn heil.
Maar vanaf het moment dat God aanwezig is, in het diepst van onszelf, maakt Hij zich volledig toegankelijk. Het is dan ook gemakkelijk om Hem rechtstreeks te bereiken dankzij deze deugden van onschatbare waarde, namelijk het geloof, de hoop en de liefde, waarvan God zelf het voorwerp is. Ik zou zelfs durven zeggen dat het gemakkelijker is Hem te vinden, dan eender welk menselijk wezen, omdat Hij ons beter begrijpt dan wie ook. Het is dus door middel van onze goddelijke deugden, dat onze vertrouwelijke omgang met God werkelijkheid wordt en zich verder kan ontwikkelen.
We merken hierbij op dat deze vereniging met God niet door onze verbeelding en onze gevoeligheid bereikt kan worden: “Laten we ervan houden, niets te voelen”, zei de Heilige Teresia van het Kind Jezus. Want hier bevinden we ons op het vlak van het zuivere geloof. We moeten dan ook niet ongerust worden, wanneer we in dit verband geen enkel voelbaar genot ervaren. God verleent dit immers of niet, zonder dat wij hieraan ook maar iets kunnen veranderen.
2.2. Andere noodzakelijke voorwaarde: ascese
Om vertrouwelijk met God te kunnen leven, moet aan een noodzakelijke voorwaarde voldaan worden als wij tenminste niet op een mislukking willen uitdraaien. Deze is; vrede brengen in onze ziel door een edelmoedige strijd tegen onze verterende hartstochten, tegen de zonde in al haar vormen, zelfs tegen de dagelijkse zonde. De gewoonte van de dagelijkse zonde die niet bestreden wordt, vormt een grote belemmering voor onze vereniging met God.
Zolang wij dit stadium nog niet bereikt hebben, zal het moeilijk, zelfs onmogelijk zijn, om met God te leven, “om onze schreden naar Hem te richten”, zoals God tegen Abraham zei (Gen. 17,1).
Wij moeten ons dus bevrijden van al onze boeien; een bevrijding die het gelukkige resultaat is van een systematische ascese, van de christelijke versterving die door alle heiligen wordt aanbevolen. De onthechting wordt door Jezus in het Evangelie voorgesteld en is absoluut noodzakelijk voor ons, wanneer wij willen leven met Hem. Hij, die helemaal volmaakt is en die niet zou kunnen aanvaarden dat wij de nietigheid van het geschapene zouden verkiezen boven Hem. “Vrede in de ziel is noodzakelijk voor de vertrouwelijke omgang met God, is de vrucht van ontelbare offers”, lezen we in de Boodschap, waarvan de leer helemaal in de lijn ligt van het Evangelie en van de Kerk. Zij effent het terrein op de weg naar de heiligheid, door ons te leiden via de snelle en zekere weg van de geestelijke kindsheid. Hierdoor krijgt de ziel, die in vrede leeft, de mogelijkheid om met God te leven en zich in te wijden in de kunst van het gewoon vertrouwelijk gesprek met Hem, in “een verbluffend spontane omgang met Hem” (Navolging).
3. De praktijk van de vertrouwelijke omgang met God
Wanneer we aan deze voorwaarden voldoen, wordt het fantastische ideaal van ieder Godskind dat in het trinitaire leven is binnengeleid, eigenlijk gemakkelijk te realiseren. Het ligt binnen bereik van iedere christen, dus zeker van alle Kleine Zielen, die soms ten onrechte de moeilijkheid ervan overdrijven en er als een berg tegen opzien. Welnu, het is zeer eenvoudig. Waarom? Omdat God zelf oneindig eenvoudig is en binnen het bereik van zijn allerkleinste kinderen wil zijn. Deze laatsten begrijpen dit trouwens instinctmatig, terwijl hoogmoedige mensen zich eerder uitsluiten van de vertrouwelijke omgang onder voorwendsel van ‘manhaftige godsvrucht’ of ‘geestelijke rijpheid’, waarvan ze een verkeerde voorstelling hebben en die ook niet eigen is aan het Evangelie: “Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen niet binnentreden.”
3.1. Het gebed
Het gebed is het beste middel om te komen tot een kinderlijke relatie met God. Ik bedoel hiermee het eenvoudige gebed, zonder ingewikkelde formuleringen. Laten we Teresia van Kind Jezus als gids nemen op dit terrein. Zij leed onder de dorheid van haar gebed. Wat deed zij om dit te verhelpen? Zij bad langzaam het ‘Onze Vader’ en haar hart werd geraakt door de gedachte aan de hemelse Vader en zijn oneindig grote Liefde.
Het eenvoudigste gebed, dat langzaam wordt opgezegd, werkelijk ingetogen, met geloof, nederigheid en vertrouwen, brengt ons in een direct contact met God, die zo groot en goed is, die in ons verblijft en wier Liefde nooit inslaapt. Wat we zeker moeten vermijden, is het mechanisch, routinematig opzeggen van formulegebeden, hoe mooi ze ook zijn. Ik veroordeel formulegebeden niet. Men mag ze gebruiken, als ze van nut zijn, maar met mate.
3.2. Door dagelijks goed te bidden, komen wij tot het echt ‘inwendig gebed’, wat Teresia van Avila noemt: een ‘gesprek van hart tot hart met God, door wie wij ons bemind weten’. Hierbij moeten wij geen formulegebeden gebruiken, maar het volstaat eenvoudigweg tot God te spreken. Hem eerst en vooral eren door te spreken over Zichzelf en over zijn volmaaktheid. Hem vervolgens danken voor zijn weldaden en vergiffenis vragen voor onze fouten. Hem vertellen over hen die wij beminnen, over de Kerk en haar vele noden, over onszelf en alles wat ons bezighoudt: onze plannen, onze tegenslagen, onze successen zelfs. Waarom zouden we het bondig houden, wanneer we Hem zoveel te vertellen hebben?
En zo komen we uiteindelijk tot het veelvuldige en spontane gesprek met God, tot ‘babbelen met God’, zoals een bekende scout, Guy de Larigaudie, het noemde. Ik zou zelfs durven zeggen dat men moet streven naar een ‘liefdesgesprek met Jezus’, omdat niemand kan beminnen zoals Hij ons bemint.
3.3. Eenmaal in dit stadium beland is elke christen in feite een mens van inwendig gebed die zich, bij alles wat hem overkomt, tot God richt en zo permanent met Hem in contact staat. Om dit contact tot iets vanzelfsprekend te maken, volstaat het om te midden van onze dagdagelijkse bezigheden, een blik vol geloof en liefde te werpen op de H. Drie-eenheid, of op Jezus die in ons aanwezig is, of naar Hem te glimlachen, zelfs wanneer het ons niet goed gaat. Dan zal de ziel niets anders verlangen dan haar wil gelijkvormig te maken aan die van God tot in de kleinste details van haar bestaan, in het beoefenen van de totale overgave aan de Voorzienigheid.
Het is heel belangrijk dat wij naar God kunnen kijken in het diepst van onszelf, daar waar wij Hem gemakkelijk kunnen ontmoeten in de nacht van ons geloof, of waar we vreedzaam kunnen genieten van zijn aanwezigheid. Want als God in ons aanwezig is, dan is dat juist opdat wij van Hem zouden genieten. Dit spruit voort uit een gezonde theologie, en niet uit een kinderachtige of ziekelijke sentimentaliteit (*).
En dit is het dan ook waartoe alle bladzijden van de “Boodschap van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen” ons toe uitnodigen.
Leden van het Legioen, laat ons maximaal profiteren van dit voortreffelijke manna, dat onze vertrouwelijke omgang met de Heer kan voeden, waardoor we steeds meer in Zijn handen komen, totdat Zijn wilsbeschikkingen met betrekking tot ons voltooid zijn, tot Zijn meerdere eer en ons groter geluk.
(*) Wij zijn er allereerst voor God. God is het doel van al het geschapene. Hij nodigt ons uit tot wederliefde. Naarmate wij Hem meer verlangen te beminnen, zal Hij die ons liefheeft ons zijn liefde laten ervaren. “Wij zijn geroepen als Zijn ‘kinderen’, tot gemeenschap met God en om deel te hebben aan Gods eigen zaligheid.” – Katholieke Katechismus van A. Schraner.
Uit; R. Jaouen C.M., De gedachten van Jezus’ Hart, Uitreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, 1987, blz. 118-121.
Informatie op de websites:
‘Legioen Kleine Zielen Nederland’: https://hetlegioenkleinezielen.com
‘Blog Marquerite’: https://legioenkleinezielen.com
Dinsdag 18 mei, Gebedsdag LKZ Maastricht.
Locatie: RK kerk St. Petrus Banden te Heer, Maastricht.
Programma: 11.00 uur rozenkrans en Marialitanie, 11.30 uur H. Mis, 12.15 Pauze in de pastorie. Voor soep, koffie/ thee wordt gezorgd. 13.00 uur Lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde. 13.30 uur Aanbiddingsuur, met o.a. de BarmhartigheidsRozenkrans en andere gebeden/gezangen. 14.30 uur Sluiting.
Geestelijke leiding: Mgr. Dr. E. De Jong.
Contact: Mevr. Ria Schrijnemaekers. Tel: 043/3618906 of m.schrijnemaekers@ziggo.nl
Toespraak te Chèvremont, 26 september 1990
Z.E.H. A. Ory wijst op de roeping van de Kleine Zielen tot kleinheid naar het voorbeeld van Maria in tegenstelling tot de houding van Zacharias.

Sinds 1965 krijgt Marguerite boodschappen uit de Hemel. Nu leven wij in het jaar 1990. Vijfentwintig jaar zijn er verstreken sinds het begin. Wij mogen derhalve spreken van een zilveren Legioen. Intussen hebben wij ruimschoots de tijd gehad om de boodschappen te overwegen. Soms is dat meer dan nodig. Aanvankelijk waren heel wat bestuursleden van LKZ niet gelukkig met de uitdrukking ‘kleine zielen’. In de titel van de eerste Nederlandstalige uitgave waren de ‘kleine’ zielen vervangen door ’eenvoudige’ zielen. Hiertegen heeft Jezus zelf zich verzet en gevraagd dat de uitdrukking ‘kleine zielen’ behouden zou blijven. Schoorvoetend hebben wij ons dan bij die wilsbeschikking neergelegd. Wij wilden wijzer zijn dan de Heer Jezus zelf. Is dat geen duidelijk bewijs dat we de evangelische betekenis van ‘klein’ nog niet hadden begrepen? Waarom anders het beter willen weten dan Jezus? Gedurende al die jaren was ikzelf evenmin gelukkig met die benaming ‘kleine zielen’. Buitenstaanders bespotten ons door ons ’kleinzieligen’ te noemen. Soms zei ik stiekem tegen Jezus: ’Lieve Heer, kondt Gij niets beters bedenken voor uw Legioen? Als christenen worden we al bespot in een geseculariseerde wereld; op kleine zielen weegt de spot dubbel zwaar.’ In het Evangelie spreekt men nochtans ook over die mysterieuze ’kleinheid’: ’Voorwaar Ik zeg u, als gij u niet bekeert en wordt als kleinen, zult ge niet binnengaan in het Rijk der hemelen’ (Mt. 18,3). Dan dacht ik: ‘Lieve Heer, zeker weer een van uw vele overdrijvingen?’ Wij moeten ons dus bekeren! Wij moeten ons veranderen? Worden als kleine kinderen! Belachelijk! Ik voelde me zoals Nicodemus, toen hij uit de mond van Jezus vernam dat hij herboren moest worden. Zijn vraag aan Jezus was: ‘Als men volwassen is, kan men toch niet opnieuw geboren worden! Kan men terugkeren in de schoot van zijn moeder om herboren te worden?’ (Joh. 3,4). Vier maand geleden ongeveer heb ik een beetje mogen begrijpen wat Jezus bedoelt met die mysterieuze ‘kleinheid’. Dat heeft jaren geduurd. Meer dan vijftig jaren christelijke opvoeding - theologische studies inbegrepen - en bijna twintig jaar levendig contact met de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen. Maar beter laat dan nooit. Ik voel me thans zo gelukkig met deze ontdekking dat ik ze u verlang mee te delen. Zoals de Engelsman die na een reis rond de wereld Engeland ontdekt! Een kleine ziel, die na 25, ja 50 jaar, ontdekt wat ’kleinheid’ betekent. Wat is er nu typisch voor een kind? Het aanvaardt wat een volwassene zegt, niet in zover het begrijpt wat hij vertelt, maar omdat hij vertrouwt op die volwassene. Een kind gelooft zijn vader, zijn moeder, zijn meester, zijn juffrouw. Het tracht niet steeds te verstaan. Een volwassene reageert totaal anders. Hij aanvaardt wat de andere vertelt op voorwaarde dat hij redelijk acht wat hij hoort. Hij is kritisch ingesteld. Hij wil in allereerste instantie 'begrijpen’. Er is steeds een zender en een ontvanger. De ene zendt een boodschap uit; de andere aanvaardt ze, of verwerpt ze. Een paar voorbeelden uit het Evangelie ter illustratie. De engel Gabriel brengt zijn boodschap uit de Hemel, eerst aan Zacharias, daarna aan Maria. In beide gevallen gaat het om de geboorte van een kind dat niet verwacht wordt. In beide gevallen is de geboorte zelfs onmogelijk, in het ene geval omwille van de gevorderde leeftijd, in het andere geval omwille van de gelofte van maagdelijkheid. Zacharias verwerpt de boodschap van de engel op basis van zijn redelijk oordeel. Een vrouw wordt onvruchtbaar op bepaalde ouderdom. Dat is een onbetwistbare waarheid onder mensen. Met dat argument sluit hij zich voor de boodschap van de engel. Hij verkiest zijn redelijk inzicht boven de boodschap van de engel. Hij gedraagt zich als een volwassene. Daarom geraakt hij ook niet binnen in dat onderdeel van het Rijk der hemelen. Zijn ongeloof - zijn uitsluiting - is duidelijk onderlijnd door zijn stomheid. Om binnen te geraken in dat deel van het Rijk der hemelen moet hij veranderen, moet hij zich bekeren, moet hij worden als een kind. Pas wanneer hij de naam ‘Johannes’ schrijft op een schrijftafel (Lc. 1,63), volgens de boodschap van de engel (Lc. 1,13), kan hij opnieuw spreken, uiterlijk teken van zijn ommekeer. Van ongelovige is hij gelovige geworden. Hij heeft moeten leren reageren zoals een kind; niet zijn verstand stellen boven de boodschap, maar de boodschap stellen boven zijn verstand. Deze boodschap heeft hij niet begrijpelijk moeten vertalen; hij heeft haar moeten nemen zoals zij is, zonder te begrijpen; zijn vrouw zou een kind krijgen ondanks haar hoge leeftijd. O.L.Vrouw daarentegen heeft heel anders gereageerd. Nochtans was de boodschap die zij van de engel kreeg sterk gelijkend op die aan Zacharias. Zij bezat haar redenen die even sterk waren als die van de priester om zich te sluiten voor de boodschap. Haar maagdelijkheid woog even zwaar door - misschien zelfs zwaarder - als de hoge ouderdom bij Zacharias. Heeft Zij niet gezegd: ‘Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken’ (Lc. 1,34)? Men kan moeilijk veronderstellen dat Maria geloof gehecht heeft aan de boodschap van de engel uit onwetendheid. En toch is haar reactie totaal verschillend van die bij Zacharias. Verkoos de priester zijn verstand boven de boodschap, dan verkoos Maria de boodschap boven haar verstand. Zij verstaat evenmin als hij. Toch spreekt Zij die wonderbare woorden uit: ’Mij geschiede naar Uw woord’ (Lc. 1,37). Maria heeft zich gedragen als een kind; Zacharias als een volwassene. Daarom werd Zacharias gestraft door de engel om zijn ongeloof (Lc, 1,20) en werd Maria geloofd door Elisabeth om haar geloof (Lc. 1,45). Maria had geen bekering nodig. Daar Zij vol was van genade (Lc. 1,28), was het voor haar niet zo moeilijk af te zien van haar kritische ingesteldheid. Van meet af aan kon Zij instemmen met de boodschap van de engel, zonder er iets van te begrijpen. Alle anderen, te beginnen met Zacharias en met Sint Jozef, die op zeker ogenblik eraan dacht te scheiden van Maria, hebben zich moeten bekeren, zijn moeten worden als kinderen, om zo binnen te geraken in de geheimen van het Rijk der hemelen. Van nature uit is de mens geneigd zijn zienswijze, die hij begrijpt, te stellen boven een boodschap uit de Hemel, die hij niet begrijpt. Alleen als hij zich bekeert en de boodschap uit de Hemel die hij niet begrijpt toch voorrang verleent op zijn zienswijze die hij wel begrijpt, wordt hem de toegang tot het Rijk der hemelen gewaarborgd. Dat bedoelt Jezus als Hij vraagt dat we ons moeten bekeren en worden als kinderen. Op onze dagen is de maatschappij ’volwassen’ geworden. Velen bezitten een universitair diploma, velen denken 'wetenschappelijk’. Vaak spreekt men over ‘catechese voor volwassenen’. Dat kan op twee manieren verstaan worden, nu eens als goede catechese voor volwassenen, mysteries en mirakels inbegrepen, dan weer als onbetrouwbare catechese, zonder mysteries en zonder mirakels, in dienst van mensen die voortaan zich niet meer wensen te gedragen als kinderen, maar veeleer als volwassenen, die alles verwerpen wat ze niet begrijpen. Op deze dagen reageren velen zoals Zacharias voor zijn bekering. Hij had de boodschap van de engel verworpen, zolang hij zijn zienswijze stelde boven de boodschap. Gedurende eeuwen heeft men, uit trouw aan de Overlevering, de mysteries en mirakels uit het Evangelie aanvaard, zoals de Kerk ons voorhoudt te geloven. Sinds enkele decennia - meer bepaald sinds 1960 - weigeren sommigen, zelfs op de sleutelposities in de Kerk, de leer van die Kerk. Zij steunen op hun eigen redelijkheid, die heel wat gegevens uit de openbaring afwijst. Deze averechtse bekering, waardoor menig ’gelovige’ van het einde van de twintigste eeuw zijn kind-zijn afzweert om volwassen te worden, ligt aan de basis van de geloofscrisis op onze dagen. Tegen deze achtergrond, nu velen deze kinderlijke houding afzweren, en de mentaliteit van de volwassene aankleven, vraagt Jezus, sinds 1965 een ’Legioen Kleine Zielen’, om zovele afgewekenen uit te nodigen zich te bekeren en opnieuw te worden als kinderen. Hij heeft Zijn ‘Legioen’ gewild bestaande uit mensen die bereid zijn zich te gedragen als kinderen, d.w.z. zijn Boodschap, die geen andere is dan die van het Evangelie, te aanvaarden, ook zonder te begrijpen. In plaats van de geloofsmysteries verstaanbaar te vertalen, vraagt Jezus ze te aanvaarden zoals ze zijn, ook zonder ze te verstaan. Velen huiveren op onze dagen voor elk mysterie, voor elk mirakel, omdat men ze niet begrijpt. Men loochent ze wel niet expliciet, maar vaak zoekt men zo'n afwijkende vertaling, dat deze gelijk staat met een loochening ervan. Men doet het Evangelie vaak het tegenovergestelde zeggen van wat er staat. Onlangs schreef mij iemand in een naamloze brief: Het kan mij niet schelen of Maria maagd is of niet; het kan mij niet schelen of Jezus verrezen is de derde, de vierde, de vijfde of de zesde dag, hoofdzaak is vriendelijk te zijn tegenover onze evenmens. Elk geloofsmysterie was bij hem overtollig geworden. Waarom nog leuren met ‘geloofsartikels’, die niemand lust? Deze ingesteldheid betekent het einde van het christendom en leidt regelrecht naar het humanisme. Het merendeel van de ’moderne gelovigen’ moet zich bekeren uit deze volwassen-mentaliteit en terug worden als kinderen, indien ze althans willen binnentreden in de mysteries van het Rijk der hemelen. Kinderen die nog naar de kerk komen, worden zeldzaam. Waarom? Voor hen heeft de H. Eucharistie geen waarde meer, ook al leert de Kerk nog steeds dat de H. Mis het hoogtepunt is van ons christelijk leven. Het merendeel van de kinderen - en ook van de volwassenen - heeft geen oor meer voor een dergelijke boodschap. Er bestaan zoveel interessante ontspanningen: sport, televisie, dans, muziek... Daarin gedragen kinderen uit onze tijd zich als volwassenen. Zij hechten waarde aan wat zij waardevol ervaren, niet aan wat de Kerk als waardevol voorhoudt. Wat voor hen telt is niet de leer van de Kerk, maar de keuze van hun leeftijdgenoten. Leven die zonder godsdienst, dan leven ook zij zonder godsdienst. Daarom verlangt Jezus dat in elke parochie een kern van kleine zielen tot stand zou komen, eilandjes van heiligheid, om aan te tonen dat het op onze dagen even gemakkelijk - of even moeilijk - is om te geloven als in de tijd van Zacharias, Jozef en Maria. Deze verspreide kernen van kleine zielen vormen samen een ‘legioen’. Toch merkwaardig dat Jezus zijn ’kleine zielen’ uitvindt op het zelfde ogenblik nu velen hun overgeërfde kleinheid afzweren om godsdienstig te gaan leven als volwassenen. Deze averechtse bekering, deze terugkeer tot het heidendom, sluit hun onverbiddelijk buiten de geloofsmysteries. De taak van het LKZ is van levensbelang voor het christendom op onze dagen. Als men zich niet bekeert en opnieuw wordt als ‘kleinen’ zal men beslist niet binnen geraken in de geheimen van het Rijk der hemelen. Lid worden van het Legioen is een eerste stap; zich bekeren en worden als kinderen is hetgeen wat Jezus uiteindelijk op het oog heeft.
Bron: ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Orgaan van het Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever G. de Winter, Deurne, 18de Jaargang, September 1990, blz. 10-13.

BOODSCHAPPEN van de BARMHARTIGE LIEFDE
De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen is een dialoog tussen Jezus, onze Verlosser en Marguerite, een eenvoudige moeder.
Deze Boodschap heeft een grote invloed doordat zij reeds in 21 talen vertaald werd en in 91 landen verspreid. Zij kent een groot succes, omdat zij een zuivere weerklank is van de H. Schrift.
“Deze handleiding voor het geestelijke leven is in het bereik van ieder verstand en Ik ben erop gesteld alle kleine zielen te treffen. Want Ik verwacht veel van hun edelmoedigheid. “ (Boodschap 24.6.67)
“Ik ben u geen nieuwigheden komen leren. Wie hoopt in deze Boodschap ‘openbaringen’ te vinden zal ontgoocheld zijn. Bezorgdheid om gebed en boete, zelfovergave aan de liefde: ziedaar wat Ik u opleg.” (Boodschap 12.2.67)
In 1971 verscheen de Boodschap met het Nihil Obstat en het Imprimatur van de Bisschop van Luik (België). Zij is de bron van de ‘gedachten van Jezus’ die in dit werk aan bod komen en die vroeger reeds gepubliceerd werden als een reeks artikelen in het maandelijkse tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen.
Toen de Voorzitter van het Internationaal Centrum van het Legioen Kleine Zielen de auteur, R. Jaouen, vroeg om zijn artikelen uit te brengen, heeft deze geprobeerd de gedachten van Jezus te rangschikken volgens thema om zo de lezer een idee te geven van wat het geestelijk leven kan inhouden.
De allerheiligste Drievuldigheid
Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen.
Onze Website: www.hetlegioenkleinezielen.com
Woensdag 12 mei, gebedsdag LKZ Amsterdam (geestelijke leiding: Pastoor Pater Knudsen of Pater Hagenbeek).
LET OP, aangepast programma: 11.00 uur H. Mis met aansluitend Lof. Conferentie wordt meegegeven, nog geen bijeenkomst in de pastorie.
Locatie: Sint-Agneskerk aan de Amstelveenseweg 161-163 te Amsterdam.
Info: mevr. Anki Garthoff, e-mail: anki.garthoff@kpnmail.nl
Zondag 9 mei, gebedsmiddag LKZ Sittard
Locatie: Karmelklooster Regina Carmeli, Kollenberg 2, Sittard.
Programma: 15.00 uur Barmhartigheidsrozenkrans, 15.10 uur Heilige Mis, aansluitend Aanbidding, met o.a. de Rozenkrans, biechtgelegenheid, lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde, 16.45 uur Eucharistische Zegen.
Vrijdag 7 mei Gebedsavond LKZ Parkstad (Pastoor F. Sweer) met om 18.30 uur Rozenhoedje, 19.00 uur H. Mis, met aansluitend Lof (tot 20.15 uur).
Locatie: grote kerk Terwinselen, Kerkrade.
Programma: 10.30 uur Rozenhoedje, 11.00 uur H. Mis met aansluitend Lof en conferentie (Pastoor Jacques Grubben), tot 14.00 uur.
Locatie: Pelgrimshuis Casa Nova, Pastoor Rabouplein 5, Heilig Landstichting.
Info: Bob Bechtold, tel. 024-3554505
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.