10 jaar website 2012-2022: 100.000 bezoekers

Nr.LandLandPercentage
1Nederland40.41%
2België32.82%
3Verenigde Staten19.04%
4Duitsland1.74%
5Zwitserland0.93%

10 jaar website: 2012-2022

Statistieken Telling door WordPress

Bedevaart Chèvremont 4 mei 2022

Woensdag 4 Mei: DAGBEDEVAART NAAR CHÈVREMONT (B) EN HET HEILIGDOM VAN DE H. JULIANA VAN CORNILLON TE LUIK (B).

NADERE INFO VOLGT.

Barmhartigheidszondag Berg en Terblijt 24 april

Zondag 24 April Viering Barmhartigheidszondag in de grote kerk van Berg en Terblijt. 

Programma gebedsmiddag: 14.15 uur biechtgelegenheid (2 priesters aanwezig), 15.00 uur H. Mis met aansluitend Aanbidding tot ongeveer 16.15 uur en daarna gezellig samenzijn in de parochiezaal.

Rozenkrans meebidden in 4 geluidsvideo’s

Initiatief van Rene Laan op Youtube

Maandag & Zaterdag Rozenkransgebed Blijde Geheimen

Dinsdag & Vrijdag Rozenkransgebed Droevige Geheimen

Woensdag & Zondag Rozenkransgebed Glorievolle Geheimen

Donderdag Rozenkransgebed Geheimen van het Licht

Het goddelijk heilsplan!

Beheerder Website's avatarHeer, Jezus Christus

3e Zondag door het jaar, C, 2022

Neh 8,2-6.8-10 en Lucas 1,1-4. 4,14-21.

Het goddelijk heilsplan

Wat het menselijk leven is, hoef ik u niet te vertellen. Het is groot en meeslepend, grandioos en boeiend. Het is top. Maar al te vaak ziet het héél anders uit; onmacht, verbittering en altijd afscheid. Het kwaad ligt op de loer. Rampen bedreigen ons; en dan praat ik nog niet over de gesels van honger, epidemieën en oorlog, die we dan, hier in het Westen, gelukkig de laatste 75 jaar niet meer gekend hebben, maar die grote delen van de wereldbevolking nog steeds teisteren. Zo wás het, en dat zal ook niet veranderen. Is er dan geen uitweg? Wat zal ons helpen? Wie kan ons helpen? Het is de wereld die God geschapen heeft. Het is de wereld, waartegen God gezegd heeft: “Ik wil uw God zijn, en gij zult mijn volk zijn”…

View original post 633 woorden meer

Ontvang drie maal per jaar onze Nieuwsbrief

Stichting Legioen Kleine Zielen geeft 3x per jaar een Nieuwsbrief uit met praktische informatie en mooie geestelijke artikelen. Aanmelden hiervoor kan via e-mail: legioenkleinezielen@live.com. Het abonnement is 10 euro per jaar en u bent dan tevens lid van het Legioen Kleine Zielen.

Ook via e-mail legioenkleinezielen@live.com kunt u diverse producten bestellen, zoals:

– Boodschap van de Barmhartige Liefde á 20 euro per boekdeel (4 delen beschikbaar). 

– Gebedsboekje LKZ á 5 of 7 euro.                   

– Noveenkaarsen (gezegend) van Theresia van Lisieux en de kapel van de Barmhartige Liefde á 3,95 euro per kaars.                           

– Diverse (bijzondere) rozenkransen, medailles, gebedsprentjes, tijdschriften.        

Hiermee steunt u het Legioen Kleine Zielen

“Ik verlang Barmhartigheid”

Aan het begin van de Boodschap van de Barmhartige liefde, horen we:

Jezus: “Mijn Barmhartigheid hunkert ernaar zich mee te delen. (…) Mijn Barmhartigheid breekt in u door. Meer dan anderen, mijn arm klein kind, had ge Mijn Barmhartigheid nodig. Geloof in Mijn liefde. Twijfel nooit aan Mij”.

Jezus hunkert, verlangt zijn Barmhartigheid ons mee te delen. Hij verlangt ook van ons Barmhartigheid.

De tweede encycliek die paus Johannes Paulus II schreef ging geheel over de Goddelijke Barmhartigheid. Omdat hij het een heel belangrijk thema vond, dat het volk Gods moest weten, in 1979-1980. En in dit schrijven zegt hij iets heel dramatisch:

“Barmhartigheid vormt de fundamentele inhoud van de Messiaanse boodschap van Christus en de bepalende kracht van Zijn zending”

Wat denken de Joden uit de tijd van Jezus? Velen hadden verschillende ideeën hoe de Messias zou zijn en wat Hij zou gaan doen (waarvoor Hij gekomen was). Sommigen hadden een meer militaristische voorstelling van de Messias die moest komen en die de Joden zou bevrijden van de bezetter, het Romeinse rijk. Dat was één element. Meer Joden dachten aan een Messias als een nieuwe Mozes, die een nieuwe Exodus zou beginnen en mensen zou redden, zoals God had gedaan in de tijd van Mozes en de farao van Egypte. Maar hier zegt paus Johannes Paulus II, dat de fundamentele inhoud van Jezus’ messiaanse boodschap Barmhartigheid is. Een barmhartige Messias! Dit is iets radicaal belangrijks om te begrijpen! Het is zo belangrijk en waar, dat als je de Barmhartigheid niet begrijpt, je Christus niet begrijpt. Als je niet weet waar Barmhartigheid over gaat, dan weet je niet wie Jezus is! Dan weet je niet wat Hij zegt en wat Hij aan het doen is.

We zijn een nieuw kerkelijk jaar binnen gegaan en lezen het gehele jaar op de zondagen uit het Evangelie van Lucas. Het is een zeer mooi Evangelie, het heeft van Maria het meest… Johannes Paulus II zegt dat het Evangelie van Lucas het Evangelie van Barmhartigheid is. In dit Evangelie komt de boodschap van Barmhartigheid van Jezus het meest duidelijk aan het licht.

In dit licht mogen we ook de Boodschap van de Barmhartige Liefde zien — zij geeft het hart aan van Jezus’ komen, zending en Boodschap. Dat we door de Boodschap van de Barmhartige Liefde ook beter Jezus gaan begrijpen, Zijn Evangelie beter gaan begrijpen en verstaan. Dat we door de Boodschap van de Barmhartige Liefde ook beter gaan weten wie Jezus is, en voor ons wil zijn, Kleine Zielen. Het zou dit komende jaar goed zijn om, als u het al niet dagelijks doet, in ieder geval op de zondagen telkens een tekst uit de Boodschap van Barmhartige liefde te lezen en tot u te nemen. En we er samen een soort van jaar van Goddelijke Barmhartigheid van maken.

Zoals het evangelie van Mattheüs de Bergrede kent, zo kent het evangelie van Lucas de veldrede. Daarin zegt Jezus: “Weest barmhartig, zoals Uw Vader Barmhartig is”. Voorafgaand heeft Jezus gezegd dat je je vijanden moet liefhebben. Alles wat Jezus zegt is in de context van het liefhebben van je vijanden. Dit is één van Jezus’ eerste radicale lessen, Jezus’ eerste radicaal onderricht. Zijn radicale boodschap. Het Oude Testament zegt heel duidelijk; bemin je naaste. En dát is al moeilijk genoeg! Maar je vijanden liefhebben?? Dát is gewoon dwaas!! lemand vervloekt je, wat moet jij dan doen; deze persoon zegenen!? Ja! Wil je kind van God zijn, dan moet je doen als de Vader. En de hemelse Vader is goed voor de ondankbaren en slechten. “Weest barmhartig, zoals de Vader barmhartig is”. Mattheüs in de Bergrede zegt het net iets anders: “Wees volmaakt, zoals Uw Vader in de hemel volmaakt is”. Dús, met andere woorden; de volmaakte liefde bestaat in de barmhartige Liefde. De volmaaktheid bestaat in het barmhartig zijn. Zó leert Jezus ons. Daaraan voegt Hij toe: “Oordeelt niet, opdat ge niet geoordeeld wordt’. Met andere woorden; wij moeten niet voor God gaan spelen. Aan Hem is het oordeel. Nu moet wel gezegd worden dat dit woord van Jezus veel misbruikt wordt door de huidige wereld, alsof Jezus alles wel goed vindt. Maar dát zegt Jezus niet. Als de wereld vol zonde dit vers graag wil horen, dan is, diep, diep in hen, dat zij verlangen naar een Barmhartige God, zij weten dat zij Barmhartigheid nodig hebben. Wij moeten dit vers “Oordeelt niet” gebruiken om deze te wereld te onderrichten in déze Jezus, die op hen wacht in Barmhartigheid. God kent Barmhartigheid, God ís Barmhartige Liefde.

Dát ademt ook heel de Boodschap van Barmhartige Liefde uit.

Lucas spreekt ook in een aantal parabels heel duidelijk over de Goddelijke Barmhartigheid, zoals die van het zoeken naar het verloren schaap, naar de verloren drachme en naar de verloren zoon. Welke herder laat 99 schapen achter om één verloren schaap te zoeken. Dat doet geen één. Dat is dwaas, zo is onze reactie daarop. Maar zó is God! Zó dwaas, zo ver gaat Hij in de Barmhartige Liefde: Hij zoekt dat ene verloren schaap! En welke vrouw gaat als ze een drachme (een geldstuk), dat ze kwijt was, gevonden heeft, een groot feest geven? Niemand! Dan ben je nog meer geld kwijt dan dat die ene drachme waard was. Dat is dwaas! Maar zó is God. Zó dwaas dat Hij vol vreugde is, dat de hemel vol vreugde is, over één zondaar die zich bekeert. En de parabel van de verloren zoon is heel mooi; de vader komt niet aanlopen om zijn verloren zoon een oorvijg te geven, hij rent naar buiten om die te gaan omhelzen! Zó is God, zó is de Goddelijke Barmhartigheid! In de familie van God is geen plaats voor boosheid en bitterheid, hoogmoed en trots. Want Gods familie is een familie, een gezin van liefde, dat zich toont in barmhartigheid.

Als wij het Evangelie met mensen delen, plaatsen wij dan de barmhartige liefde in het centrum van die Boodschap! Je zult zien dat er wonderen gebeuren.

Ik wens U een zalig Kerstfeest toe en een zalig nieuw jaar, vol van genade, vol van deze Barmhartige liefde!

Z.E.H. Luc Vanstraelen: Apostelharten om Mijn liefde te bezingen en te verkondigen

Apostelharten om Mijn liefde te bezingen en te verkondigen

Door Z.E.H. Luc Vanstraelen

Op 30 mei 1979 zegt Jezus tegen Marguerite:

“leder mens is een deel — klein of groot — van Mijn mystiek lichaam. Alle delen ervan zijn onderling verbonden om één geheel te vormen. De hooggeplaatste leden gehoorzamen evenzeer als de ondergeschikten aan hetzelfde beginsel; de heilige Geest die hen verenigt!” 

Het ‘mystieke lichaam van Christus’ is een uitdrukking die ons welbekend in de oren klinkt. Maar vanwaar komt deze uitdrukking? Wat betekent ‘mystiek’? Wie of wat is dat lichaam? Veel gelovigen denken dat de uitdrukking ‘mystieke lichaam’ van Sint Paulus komt. Maar hierin vergissen zij zich. Wanneer hij het heeft over de afzonderlijke leden van de Kerk die samen één geheel vormen spreekt sint Paulus wel over een lichaam. Niemand is minder waardig dan de andere. Alle mensen, alle leden vormen samen één geheel zoals de ledematen van een mens samen één lichaam vormen. De term ‘mystiek lichaam’ is sinds de plechtige Pauselijke brief “Unam sanctam” van paus Bonifatius VIII in 1302 in kerkelijke documenten de algemeen gebruikte naam voor “de Kerk” geworden. De uitdrukking ‘mystieke lichaam’ zou voor het eerst gebruikt zijn door Willem van Auxerre. Hij stierf in 1231. Paus Pius XII wijst in zijn encycliek “Mystici Corporis” op het voordeel van deze benaming. Zo kan je gemakkelijk onderscheid maken tussen het fysieke lichaam van Christus, geboren uit de maagd Maria, dat op mysterievolle wijze aanwezig is in de eucharistie en het maatschappelijk lichaam van de Kerk, waarvan Christus het Hoofd en Bestuurder is. De heilige Geest verenigt in dat lichaam alle leden. “Door zijn Geest aan zijn broeders die Hij uit alle volken samengeroepen heeft, mee te delen, heeft Hij hen op geheimvolle wijze tot zijn lichaam gemaakt.” Zo lezen wij in de constitutie over de Kerk, Lumen Gentium in nr. 7. En sint Paulus schrijft in 1 Kor. 12,13: “Want wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn in de kracht van een en dezelfde Geest tot één lichaam gedoopt, en allen zijn wij doordrenkt van één Geest.” In de Catechismus van de Katholieke Kerk staan in nr. 781 – 810 ook enkele verhelderende teksten over de Kerk, volk van God, lichaam van Christus. Tempel van de heilige Geest. 

“De vergelijking van de Kerk met een lichaam werpt een licht op de innige band tussen de Kerk en Christus. Zij is niet alleen rondom Hem verzameld; zij is in Hem, in zijn lichaam verenigd. Drie aspecten van de kerk, als lichaam van Christus, dienen hier in het bijzonder naar voren gebracht te worden: de eenheid van alle leden onderling door hun vereniging met Christus; Christus als hoofd van het lichaam; de kerk als bruid van Christus.” (C.K.K. nr. 789)

Het geheim van de vereniging van de gelovigen in Christus door de heilige Geest is een strikt geloofsgeheim. Wie gelooft in het woord van God en ledemaat wordt van het lichaam van Christus, wordt nauw verenigd met Hem. Dit gebeurt door de sacramenten. Vooral het doopsel dat ons verenigt met de dood en de verrijzenis van Christus. – “Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden gaan leiden. Want indien wij als het ware vergroeid zijn met zijn dood, moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, (Rom. 6,4-5). – en de eucharistie, ‘waardoor wij waarlijk deelhebbend aan het lichaam van Christus, verheven worden tot de gemeenschap met Hem en met elkaar.’ (Lumen Gentium 7) bekleden hier een belangrijke plaats. 

In dit lichaam wordt het leven van Christus uitgestort in de gelovigen, die door de sacramenten op mysterievolle en reële wijze met de gestorven en verheerlijkte Christus verenigd worden. (Lumen Gentium nr. 7) 

In de Kerk bestaat eenheid in verscheidenheid. Dit wil zeggen: niet iedereen moet hetzelfde doen. Er zijn verschillende manieren om hetzelfde geloof te beleven. Maar men moet wel steeds leven onder hetzelfde Hoofd, Jezus Christus en zijn plaatsvervanger hier op aarde, onze heilige Vader de Paus. 

“De eenheid van het lichaam heft de verscheidenheid van ledematen niet op. ‘Ook bij de opbouw van het lichaam van Christus heerst er verscheidenheid van ledematen en functies. Eén is de Geest, die zijn verschillende gaven tot nut van de kerk verdeelt overeenkomstig zijn rijkdom en noodzaak van bedieningen.” (C.K.K. nr. 791) Sint Paulus schrijft klaar en duidelijk: “Welnu, u bent het lichaam van Christus, en ieder van u is van dit lichaam een onderdeel. Nu heeft God in de gemeente allerlei mensen aangesteld, allereerst apostelen, vervolgens profeten, en verder leraren; voorts is er de gave om wonderen te doen, te genezen, te helpen, te besturen en in talen te spreken. Niet iedereen kan apostel zijn, of profeet, of leraar. Kunt u allen wonderen doen? Hebt u allen de gave om te genezen, in talen te spreken en uitleg te geven?” (1 Kor. 12,27-30) 

De eenheid van het mystieke lichaam bewerkt en stimuleert onder de gelovigen de liefde. ‘Als daarom één lid lijdt, delen alle leden in het lijden en evenzo, als één lid geëerd wordt, delen alle in de vreugde’. Tenslotte overwint de eenheid van het mystieke lichaam van Christus iedere menselijke verdeeldheid. ‘Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed. Er is geen jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man of vrouw; allen tezamen zijt gij één persoon in Christus Jezus’ (Gal. 3,27-28) (C.K.K. nr. 791) 

Christus is het hoofd van het lichaam dat de Kerk is, schrijft Paulus in Kol. 1,18. De eenheid van Christus en de Kerk, de eenheid van het Hoofd en de ledematen van het lichaam, houdt ook in dat er in die persoonlijke relatie toch een duidelijk onderscheid van deze twee is. Om dit aan te duiden worden verscheidene beelden gebruikt. Bijvoorbeeld: Jezus Christus is de Bruidegom en de Kerk is de Bruid. In de Apokalyps van Johannes lezen wij: “Toen kwam een van de Zeven engelen met de zeven schalen die gevuld waren met de zeven laatste plagen, naar mij toe en zei: ‘Kom! Ik zal u de bruid, de vrouw van het lam tonen.’ (Apok. 21,9)

Het beeld van de wijnstok en de ranken is ons ook goed bekend. (zie Joh. 15) Paulus spreekt over de geestelijke tempel, met Christus als hoeksteen of als fundament. “Want door Hem hebben wij beiden in één Geest toegang tot de Vader. Zo bent u dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Christus Jezus zelf de hoeksteen is. Op Hem, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt, groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. Op Hem wordt ook u mee opgebouwd tot een woning van God, in de Geest.” (zie: Ef.2, 1822) Het meest bekend is het beeld van het lichaam met zijn vele ledematen die alle verschillend zijn en toch bijeen horen en samenwerken. Dit beeld werd in de Oudheid al vaak gebruikt om de samenhorigheid van een gemeenschap te belichten. Paulus heeft in zijn eerste verkondiging deze beeldspraak toegepast op de Kerk om haar eenheid in verscheidenheid naar voor te brengen. Maar tegelijkertijd liet hij al aanvoelen dat deze gemeenschap iets heel bijzonders is.

Want de heilige Geest werkt in deze gemeenschap. Hij verbindt de leden niet alleen onderling, met elkaar, maar ook met Christus.

Wij kunnen het als volgt samenvatten:

In het mystieke Lichaam van Christus worden drie aspecten van de Kerk als lichaam van Christus samen benadrukt:

* de eenheid van alle leden onderling door hun vereniging met Christus;

* Christus als hoofd van het lichaam;

* de Kerk als Bruid van Christus.

Paulus eindigt zijn betoog als volgt: 

Het is niet omdat men verschillende functies bekleedt in het Lichaam van Christus, dat men daarom meer zou zijn dan de andere. “Uit kracht van de genade die God mij gegeven heeft zeg ik tegen ieder van u: Acht uzelf niet hoger dan u kunt verantwoorden, denk over uzelf met bedachtzaamheid, ieder naar de maat van het geloof dat God aan hem heeft toebedeeld. Want Zoals het menselijk lichaam vele ledematen heeft en niet alle ledematen dezelfde functie hebben, zo vormen wij allen tezamen in Christus 6én lichaam, en ieder afzonderlijk zijn wij elkaars ledematen. De geestelijke gaven die wij bezitten, verschillen naar de bijzondere genade die ieder van ons is geschonken. Is het de gave van de profetie, gebruik die dan in overeenstemming met het geloof. Is het de gave van dienstbetoon of van lering, leg u dan toe op dienstbetoon of onderricht. Wie anderen kan bemoedigen, moet dat doen. Wie iets heeft uit te delen, moet het zonder bijbedoelingen wegschenken. Als u leiding geeft, doe het met ijver, als u barmhartigheid bewijst, doe het blijmoedig.” (Rom; 12, 3-8)

De Boodschap van 30 mei 1979 zegt verder:

Jezus: “De belangrijkste gave in de Geest is edelmoedigheid in dienst van de liefde. Andere gaven vormen een onderlinge harmonie: eenvoud van de kinderen Gods in kleinheid en deemoed als fundering van elk goddelijk bouwwerk. Mijn gaven zijn ontelbaar en ieder ontvangt het deel dat bij hem past in de mate van wat hij kan geven”.

Wij denken hier aan de parabel van Jezus over de talenten. Het woordje ‘talent doet ons denken aan een natuurlijke begaafdheid, een gave, een aanleg of een bekwaamheid. Zo heb je bv. een muzikaal taltent, of een talent voor tekenen of talen. Een talent wordt als iets positief gezien. Maar dit is een afgeleide betekenis. In de tijd van Jezus was een talent een geldeenheid van grote waarde. Eén talent had de waarde van 6000 Romeinse denariën of Griekse drachmen. Zo werd in de parabel van de werkers van het elfde uur bv. de landeigenaar het met de arbeiders van het eerste uur eens om die dag voor 1 denarie in zijn wijngaard te gaan werken. (Mt. 20, 2) Eén denarie was toen het dagloon van een arbeider. Wanneer de eigenaar aan zijn slaven vijf, twee en een talent toevertrouwt, dan geeft hij aan de eerste een som die gelijk is aan 30000 daglonen (= meer dan 100 jaar als dagloner werken), aan de tweede 12000 en aan de derde 6000 denariën. Jezus heeft het hier over enorme bedragen, die zeker tot de verbeelding van zijn toehoorders spraken. 

Waarom gaf de heer aan de eerste dienaar vijf talenten en aan de derde slechts één? Waarom gaf hij aan een andere slaaf er drie? Omdat hij wist dat niet iedere dienaar even verstandig, handig, ondernemend of bekwaam was om met een gelijke hoeveelheid talenten om te gaan. Hij gaf aan ieder van hen naargelang hun mogelijkheden. En hij verwacht ook dat ieder die eigen mogelijkheden ten volle zal gebruiken. Ook wij bezitten niet allemaal eenzelfde hoeveelheid aan gaven of talenten. De ene mens kan al meer dan de andere en gene is al bekwamer dan deze. Maar wij kunnen en moeten allemaal evenveel teruggeven aan God. Wiskundig gezien lijkt dit onmogelijk. En toch is het zo. God vraagt niet het onmogelijke. 

Om dit beter te kunnen begrijpen lezen wij nu opnieuw een gedeelte van deze boodschap. Mijn gaven zijn ontelbaar en ieder ontvangt het deel dat bij hem past in de mate van wat hij kan geven. Wie over meer mogelijkheden of talenten beschikt moet ook meer teruggeven. Wij zullen nooit gelijk zijn aan elkaar. Maar als je alles geeft wat in je zit ben je wel evenwaardig aan elkaar. Niet de hoeveelheid telt, maar de volledige gave van zichzelf. Gods wegen zijn anders dan onze wegen. Hij rekent niet met dezelfde getallen en maatstaven als mensen doen. Zijn gedachten zijn de onze niet. Vandaar dat de profeet Jesaja, eeuwen geleden, al kan schrijven: “Want uw gedachten zijn niet mijn gedachten, en mijn wegen zijn niet uw wegen – godsspraak van de Heer. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo gaan ook mijn wegen uw wegen te boven, en mijn gedachten uw gedachten.” (Jes. 55, 8-9) 

Jezus zegt niet: “leder ontvangt het deel dat bij hem past in de mate van wat hij kan VERWERKEN, maar wel: ieder ontvangt het deel dat bij hem past in de mate van wat hij kan GEVEN.” Het is weer de andere die op de eerste plaats komt. Liefde is geven … geven … geven … en nog eens geven … altijd weer opnieuw … geven! 

In het vervolg van zijn Boodschap verklaart Jezus nu zelf wat Hij feitelijk bedoelt. Hij doet dat met een concreet voorbeeld.

Jezus: “Er zijn rozen en kleine veldbloemen. Voor ieder van hen zijn er verschillende voedingsstoffen; maar om te ontluiken en haar voile schoonheid te geven heeft de veldbloem eigenlijk evenzeer als de roos behoefte aan iets speciaals, dat uit dezelfde Liefde voortkomt. Als ze allebei aan God hun hoogste schoonheid geven, staan ze bij Hem even hoog en op hetzelfde peil. De roos dringt tot Hem door met haar parfum. De kleine bloem bekoort zijn Hart met haar sierlijkheid en broosheid”. 

Wanneer wij, ieder volgens onze eigen talenten en mogelijkheden, geven wat wij kunnen, zal God ons op gelijke manier danken en belonen.

Nu geeft Jezus in het laatste deel van deze boodschap aan zijn Kleine Zielen een heel concrete opdracht mee.

* Hij heeft niet zozeer mensen nodig die het goed kunnen uitleggen. 

* Hij heeft niet zozeer behoefte aan heel bekwame organisatoren.

* Hij heeft niet zozeer nood aan slimme theologen.

Deze mogen en moeten er allemaal zijn.

Maar…

Jezus heeft vooral mensen nodig

* met een hart

* die spreken vanuit het diepste van hun hart.

* mensen uit één stuk,

* voor wie zijn woord geen theorie is

* die zelf beleven wat zij zeggen 

Jezus: “In de huidige tijd heb Ik vooral getuigenharten van mijn Liefde nodig; toevluchtharten om er de kracht van mijn werking in te ontplooien; heilige harten, levende voorbeelden van het mijne; apostelharten, om mijn liefde te bezingen en te verkondigen; barmhartige harten, naar het beeld van mijn Hart.”

Jezus vraagt mensen die bereid zijn om van en voor Hem te getuigen. Dit getuigenis moet komen vanuit het hart en niet alleen vanuit het verstand.

Getuigen met heel je hart is ieder ogenblik van je bestaan leven als getuige. Getuigen met heel je hart is beleven wat jij Zo dikwijls belijdt bij het uitspreken van het woordje “Amen”.

* Ik bevestig dat het zo is.

* Ik ga daarmee akkoord en ik wil mij ook inzetten voor de verwezenlijking van wat ik geloof met heel mijn hart, heel mijn ziel en al mijn krachten.

* Met andere woorden: ik wil mij engageren met heel mijn persoonlijkheid, met al mijn talenten en met alle mogelijkheden die ik bezit.

Samengevat: Ik wil dus volledig voor dit ideaal leven en indien nodig ook ervoor sterven. 

Zulke getuigen zoekt de Heer. Mensen uit één stuk. Mensen die rechtlijnig kunnen en durven leven.

Jezus vraagt getuigenharten van zijn Liefde.

Hij vraagt mensen die in en door hun leven getuigen van God en zelf leven vanuit de goedheid, de ontvankelijkheid en het gegeven zijn van hun hart. Alleen dan kun je getuige zijn van de Liefde met een hoofdletter. Alleen dan kun je een oprechte, waardevolle en overtuigende getuige zijn van Jezus zelf. In zijn Oneindige barmhartige liefde heeft Hij zichzelf geschonken. En dat doet Hij nog altijd. Iedere dag weer opnieuw schenkt Hij zich aan de mensen, tot losprijs van hun zonden. Hij is onze Redder uit het kwade. Hij blijft voor altijd bij ons in de Eucharistie als voedsel ten leven op onze weg naar de hemel.

Jezus zoekt toevluchtharten.

Hij zoekt onbaatzuchtige mensen die gedreven door Zijn liefde. Hij zoekt mensen die open staan voor de noden en verzuchtingen van medemensen. Hij zoekt mensen van wie het hart vrij is van bijbedoelingen en winstbejag of streven naar eigen roem. Hij zoekt mensen bij wie anderen altijd terecht kunnen. Hun enige zorg moet zijn doorheen hun liefde de liefde van de Heer te laten schijnen. God wil zich laten helpen. Hij heeft mensen willen nodig hebben om zijn werk hier op aarde in iedere tijd verder te zetten. 

Op 05 juli 1992 zegt Jezus: “Mijn kind, Ik heb uw blik nodig om de Mijne te weerspiegelen. Ik heb uw lippen nodig om aan iedereen het Woord van het Leven te verkondigen. Ik heb uw hart nodig. Geef Mij uw hart, zodat het het Mijne wordt, om nog meer te houden van de ongelukkige zondaars die hun ondergang tegemoet gaan. Weiger Mij niets, geef u over”.

Wij kennen allen afbeeldingen van een Christusbeeld zonder armen, handen of voeten. In de collegiale kerk te Levroux in Frankrijk zag ik eens dit beeld van Christus: los van het kruis, zonder hoofd, zonder armen, zonder handen en met doorboorde voeten. Het was of Jezus tot mij zei: 

“Jij bent mijn hoofd om aan het goede voor de anderen te denken. Jij bent mijn ogen, om rondom je te kijken. Jij bent mijn oren om naar je medemens te luisteren. Jij bent mijn mond mijn woord te Spreken. Jij bent mijn armen om in liefde te omhelzen. Jij bent mijn handen om te zegenen. Jij bent mijn voeten om naar de andere te gaan en de Blijde Boodschap van mijn Barmhartige Liefde uit te dragen. Jij bent mijn hart om te beminnen, gratis en zonder voorkeur of onderscheid. Ik heb jou dit alles gegeven. Ik verwacht alles van jou. Ik heb nood aan echte Kleine Zielen, die de ware weg van de liefde tonen aan hen die er zich van verwijderen door hun zelfgenoegzaamheid.”

In het hart van een echte Kleine Ziel is er steeds plaats en tijd om de andere met liefde en geduld te ontvangen. Nooit mag iemand tevergeefs bij haar een toevlucht zoeken of er beroep op doen. Vang de mensen op in mijn naam …. zegt Jezus.

Jezus vraagt heilige harten.

Hij vraagt van zijn Kleine Zielen dat ze een weerspiegeling zijn van de heiligheid van zijn Hart. Daarom moeten wij elke dag weer opnieuw streven naar heiligheid.

Op 04 november 1993 zegt Jezus:

Jezus: “Kinderen, hecht aan de dingen niet meer belang dan ze hebben. Bevrijd uw zielen van de zorgen die u terneerdrukken. Wilt ge dat Ik het doe voor u, dat Ik bemin in uw plaats, dat Ik van u heiligen maak? Wel, laat Mij dan handelen in het diepste van uw harten. Ik zal in uw plaats spreken. Ik zal in uw plaats liefde en vastberadenheid zijn in de vervulling van de taken die op u rusten”.

Een Kleine Ziel wil zichzelf kunnen vergeten en de Heer vanuit zijn hart doorheen heel zijn leven laten spreken. Jezus vraagt doorzichtigheid om van uit het diepste van onze zie zijn liefde en zijn heiligheid uit te stralen. Dan pas zullen wij naar buiten uit getuigen zijn van zijn heiligende liefde. 

Jezus vraagt apostelharten om zijn Liefde te bezingen en te verkondigen.

Apostel betekent gezonden om te getuigen. Het hoort tot de roeping en tot de opdracht van elke Kleine Ziel om de liefde van de Heer in zijn grote barmhartigheid, maar ook in zijn grote rechtvaardigheid aan iedere medemens bekend te maken. Dit doen 2ij niet alleen met woorden, maar vooral doorheen de daden. God liefhebben en zijn liefde uitdragen moet als het ware een tweede natuur worden. Een Kleine Ziel is per definitie een missionaris van de barmhartige liefde van God. Iedere Kleine Ziel is een gezondene. Zij gaat iedere dag weer opnieuw op weg naar elke medemens, zonder onderscheid. Haar hart staat open voor lief en leed en zij ziet de andere met de ogen van God. Een Kleine Ziel heeft altijd tijd voor de andere, omdat zij altijd tijd heeft voor God. Het hart van een Kleine Ziel is een apostelhart, dat gezonden is om het Hart van God bij de medemens te brengen. 

Zo zou het toch moeten zijn … 

Jezus is ook op zoek naar barmhartige harten. 

Liefde en barmhartigheid gaan samen. Het een kan niet zonder het ander. Wanneer jij naar Jezus kijkt, weet jij meestal, zonder enige twijfel, wat je te doen staat!

Jezus besluit deze boodschap met deze zending: 

Jezus: “Ik heb nood aan echte Kleine Zielen, die de ware weg van de liefde tonen aan hen die er zich van verwijderen door hun zelfgenoegzaamheid”.

Laat ons bidden. 

Heer Jezus Christus, Gij verwacht heel veel van uw Kleine Zielen. Ik wil mijn best doen om te leven volgens uw wil. Moge uw Boodschap mij iedere dag weer inspireren tot daden van edelmoedige liefde en van liefdevolle edelmoedigheid. Maak van mijn leven een geloofwaardig getuigenis van mijn oprechtheid en mijn gegeven zijn aan U. Moge uw evangelie voor mij geen dode letter zijn, maar een bron van leven. 

Ik bid heel in het bijzonder voor uw uitverkoren “niemendalletje” Marguerite, die Gij vanuit deze wereld bij U geroepen hebt om nu voor eeuwig te verblijven in de vreugde van uw oneindig barmhartige liefde.

Moge zij, vanuit de hemel, haar geliefde Kleine Zielen steunen en verder begeleiden in uw Naam. Dat vraag ik U, op voorspraak van onze Moeder, de heilige maagd Maria, die is en blijft uw schitterende en lichtende “Ster van Hoop en Vertrouwen”. Amen. 

Uit: Het Legioen Kleine Zielen, Tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus,  37ste Jaargang nr. 4, December 2009, blz. 30-41.

Gebedsdag 17 augustus LKZ Maastricht

Dinsdag 17 augustus, Gebedsdag LKZ Maastricht. 

Locatie: RK kerk St. Petrus Banden te Heer, Maastricht. 

Programma: 11.00 uur rozenkrans en Marialitanie 11.30 uur H. Mis 12.15 Pauze, voor soep, koffie/ thee wordt gezorgd. 13.00 uur tot 14.00 uur Gebedsuur met Aanbidding van het H. Sacrament en een overweging uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde.  

Geestelijke leiding: Mgr. Dr. E. De Jong. 

Contact: Mevr. Ria Schrijnemaekers. Tel: 043/3618906 of m.schrijnemaekers@ziggo.nl