Agenda maart 2022

Zaterdag 19 maartSint-Jozef bedevaart naar de St-Jozef kapel in Kapellen, bij Antwerpen (B). Met nadien een bezoek aan het graf van Herman Wijns. Prijs car € 32,00 Info: A. Demeyer-Maertens V., Vredestraat 80, 8310 St.-Kruis, e-mail: antoinedemeyer51@hotmail.com

Zondag 27 maart, gebedsmiddag LKZ Valkenburg (Proost Pastoor J. Burger) van 15.00 tot 16.00 uur: gebeds- en Aanbiddingsuur met o.a. (Barmhartigheids)rozenkrans, liederen, biechtgelegenheidAansluitend gezellig samenzijn in de parochiezaal. Locatie: RK kerk van Berg en Terblijt. Info: legioenkleinezielen@live.com

Boek van de Barmhartige Liefde (Hoofdstuk 20)

Uittreksels uit de eerste vier boeken van de

“De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen”

van 1965 tot en met 1995

over het “Levend boek van de Barmhartige Liefde”

Hoofdstuk 20

a) Redding

Op aarde zijn er twee werelden; de wereld van hen die gered zijn en de wereld die nog moet gered worden.

B4-127: B 15-9-91

Diegenen zullen nochtans gered worden die, nog tijdens dit leven, tot inkeer zullen komen door een oprecht berouw over hun zonden.

B4-58: B 18-5-91

Wie de redding wenst zal gered worden.

B1-373: B 15-6-68

Bemin, houd niet op te beminnen! Niemand zal ooit de prijs kennen van een ziel die moet gered worden.

B3-157: B 2-10-80

b) Aankloppen

Er is een sterkere verzadiging van het kwaad. Er is een redmiddel op komst! Doorheen het lijden kom Ik waarschuwen, zuiveren, heiligen, genezen, redden en ingrijpen (doorheen het lijden kom Ik = aankloppen).

B4-43: B 104-91

Met is noodzakelijk dat de lijdende ziel mijn hulp met heilig geduld verwacht, en Ik kom! Ik zal komen om haar te vertroosten, haar sterker te maken en waardig om mijn Genaden te ontvangen, omdat mijn Liefde sterker is dan haar angst (Ik kom = aankloppen).

B4-164: B 3-11-91

Mijn Liefde en mijn Gerechtigheid zullen inéénvloeien om te verwelkomen en te straffen, om de verloren zonen te verwelkomen die tot rede kwamen, om de ongerechtigheid te bestraffen van een wereld die koppig weerstaat aan Mijn waarschuwingen. Ik heb hen benaderd, Ik heb ze gepeild, Ik heb elke ziel aangekeken, Ik probeerde een open deur te vinden om (Ik heb aangeklopt) in hun hart binnen te raken.

B4-277: B 2-4-92

Op een dag kom Ik in het Leven van ieder mens, wie hij ook zij. Dan volstaat het zijn hand uit te steken om Mij te grijpen (kom Ik = aankloppen).

B4-384: B 16-8-92

Wilt ge dat Ik het u zeg: “Zij die weigeren hun hart te openen voor de Liefde die aan hun deur klopt, zijn reeds verloren.”

B2-694: B 15-11-79

Ik maak maar gebruik van de roede (verplichtende manier) wanneer Ik vruchteloos alle andere middelen heb uitgeput.”

B1-211: B 24-1-67

c) Genezen

Al ben Ik goed, toch kan Ik ook straffen. Hoe dieper het kwaad zit, des te pijnlijker is de wonde. Men moet lijden om te genezen. Laat het lijden bron van Wijsheid en van Licht worden voor de ziel die in de duisternis van de zonde verkeert. “Ik ben het Licht van de wereld.”

B1-445: B 7-2-71


d) Vergeving

Vertel aan de arme zondaars, hoezéér Ik ernaar verlang hen te beminnen en te vergeven.

B1-106: B 10-6-66

Wie zich voor Mij vernedert en zijn fouten bekent met een waarachtig berouw, verkrijgt van Mij vergeving.

B1-155: B 23-9-66

Komt bij Mij om vergeving, Ik zal u troosten, Ik zal u nieuw maken, Mijn Mart wacht op u en bemint u, niettegenstaande uw fouten, uw ongerechtigheden.

B1-316: B 22-8-67

Zijn vergeving en Zijn Liefde zijn één en hetzelfde, en uw zonden verwijderen Hem niet voor eeuwig van u.

B1-412: B24-10-69

De zondaar moet zich bekeren wil hij vergeving krijgen.

B1-260: B 12-4-67

Mijn vergeving wordt u geschonken door het boetesacrament.

B1-391: B 18-9-68

Ik ben uw vergiffenis, Ik ben Barmhartigheid. Ik kijk enkel naar uw berouw, maar wat verlangt ge nog meer van uw Grote Vriend? Spreek en stort uw hart uit bij uw Jezus.

B4-629: B 9-1-95

Als voor kleine verloren zonen die spijt hebben over hun fouten, zo zal de hemelse Vader zijn armen voor hen openen.

B1-354: B 26-2-68



e) Zuivering

Mijn kinderen, Ik verlang uw hart, naar uw ganse ziel. Ik wil doordringen tot in het diepst van uw wezen. Ja, Ik wil uw centrum zijn en van daaruit u zuiveren en u hervormen.

B4-158: B 27-10-91

Uit hun binnenste komt het kwaad, uit hun binnenste moet ook de bekering komen. Ze zullen getroffen worden aan de Bron (Liefde). Vandaar zal ook de vernieuwing komen (zuivering) en zal Mijn Rijk gevestigd worden over gehéél de wereld.

B-1-514: B 16-4-74

De krachten van Goed en Kwaad zijn aan het Werk.

B4-491: B 17-4-93

Het begin van de tunnel is halfduister, zijn doortocht is een nacht‚ zijn einde is een dageraad. Alles slaapt, volgens de sterkte van de uitzuivering.  

B2-471: B 11-10-79


f) Barmhartigheid

Mijn Barmhartigheid; het is de tedere verwelkoming door mijn goddelijk Hart van hen die mijn Barmhartigheid opspoort en hen die Haar, mééstal onbewust, in hun ellende zoeken.

B2-467: B 6-1-79

Ik ben uw vergiffenis, Ik ben Barmhartigheid. Ik kijk enkel naar uw berouw, maar wat verlangt ge nog méér van uw Grote Vriend? Spreekt en stort uw hart uit bij uw Jezus.

B4-629: B 9-1-95

Twijfel nooit, nooit aan mijn Barmhartigheid.

B4-294: B 20-4-92

Mijn Barmhartigheid hunkert ernaar zich te delen. Ze wordt in bedwang gehouden door mijn Gerechtigheid.

B1-60: B 22-10-65

Ik zeg het u, de groten zullen op hun knieën vallen, met het voorhoofd gebogen tot in het stof, dat ze zelf zullen worden. Tevergeefs zullen ze mijn medelijden inroepen, omdat alléén angst hen zal doen beven en kreunen. Tot op het laatste moment van hun leven zullen ze God verloochend hebben. Omdat ze zich schaamden om Mij, zal Ik, dat zeg Ik u, Mij schamen om hen bij mijn Vader.

B4-384: B 16-8-92

Herinner u alles, maar wees voor niets bang, want voorwaar, Ik zeg u; omdat ge Mij hebt liefgehad heb Ik alles vergeten en vergeven.

B1-356: B 21-3-68

Als ge Mijn Goedheid kent, kunt ge zelf goed zijn. Als ge Mijn Barmhartigheid voor de zondaars kent, kunt ge zelf slechts barmhartigheid zijn. Mijn Barmhartigheid oordeelt niet, ze is Vergeving.

B2-274 :B 18-1-78

Het hart van de mensen gaat maar open onder de inwerking van de genade (barmhartigheid en vergeving).

B2-603: B 12-6-79

Het hart (met een fijngevoeligheid) zorgt ervoor de Liefde in alle richtingen te sturen, zoals de longen de taak hebben zuiver bloed in alle delen van het lichaam te brengen en alle onzuiverheden af te voeren die het op zijn weg ontmoet. Nadat het in de longen gezuiverd is, wordt het bloed naar het hart gevoerd dat bij elke hartslag wordt vernieuwd. Zo gaat de Liefde door het menselijk hart héén, terwijl het hart de Liefde terugstuurt naar haar Bron (Barmhartigheid – zuivering), nadat ze beladen is met alle onvolmaaktheid en ellende die ze op haar weg ontmoette. Onvermoeibaar vervult de Liefde, zoals de longen, haar zuiveringstaak en stuurt jeugdig en voedend bloed naar de ontvankelijke ziel. Dezelfde, heen en weergaande beweging zal echter nodig zijn om de openstaande ziel van haar kwade neigingen te ontdoen. Ziedaar de rol van de Liefde en van het hart dat ervoor ontvankelijk is. Zo werkt de Barmhartigheid (en zuivering – genade).

B2-301/302: B 16-3-78

Data H. Lof maand maart St. Jozef Smakt

Data: 6 maart, 13 maart, 20 maart en 27 maart 2022.

Door een van de priesters: deken Ed Smeets, pastoor Martinus Rijs of pastoor Jack Geudens.

Aanvang: 15.00 uur.

Aan het begin van deze Veertigdagentijd

Lezing: Lev.19,1-18. Evangelie: Mt.25,31-46.

Gedachtenis van de H. Perpetua en de H. Felicitas. 

We zijn opnieuw de Veertigdagentijd binnengegaan als voorbereiding op het Pasen van de Heer. Hiermee zijn we ook begonnen aan onze geestelijke weg door de woestijn van ons leven. Het zal geen gemakkelijke weg zijn, ieder van ons komt vroeg of laat in zijn of haar leven obstakels tegen of loopt tegen moeilijkheden aan. We zullen door de ‘droogte’ en de ‘hitte’ van ons geestelijk leven heen moeten. Alleen dit brengt ons in het beloofde land. Zonder tegenslag en moeite zullen we dat land nooit bereiken. Zo mogen de martelaressen Perpetua en Felicitas, waarvan wij vandaag de gedachtenis vieren, een voorbeeld voor ons zijn. Beiden waren nog jong en geloofsleerlingen. Perpetua was van goede afkomst en Felicitas was haar slavin. Deze beide vrouwen, rijk en arm, werden vanwege hun bekering tot het christendom voor de wilde beesten geworpen en met het zwaard gedood. Wetend wat hen te wachten stond hebben ze toch standgehouden, hebben ze niet opgegeven. Hoe gemakkelijk geven wij niet op. Voor veel minder leggen wij het bijltje erbij neer en gooien het op een akkoordje met de wereld en verwijderen ons van Onze Lieve Heer. Laten wij ons inspannen en met vallen en opstaan onze geestelijke weg door de woestijn gaan. En waar we dreigden op te geven, waar wij een andere weg wilden bewandelen dan die God ons voorhoudt, is vergeving vragen op zijn plaats.

Wie van ons kent het niet? Tijdens een spel, tijdens de gymlessen op school of bij het verenigingsleven moesten vaak twee groepen gemaakt worden. Daar stonden we dan, hopend in de goede groep gekozen te worden, een groep waar de ‘betere spelers’ toe behoorden, Voor sommigen liep een dergelijke keuze uit op een tegenslag, zeker als je als laatste gekozen werd en dan je toevlucht moest nemen tot de mindere ‘club’, Dat je als laatste gekozen werd zei al genoeg. Men zag niets in je, men beschouwde je als een buitenbeentje. Als dit maar vaak genoeg gebeurt, zeker ook op andere terreinen van het leven, dan kan dat uiteindelijk negatieve psychische gevolgen hebben.

Vandaag horen wij dat God de mensen ook in twee groepen verdeelt. Hij maakt een scheiding tussen schapen en bokken. Hoe we het ook wenden of keren, vroeg of laat zullen we ons bij één van de twee groepen moeten voegen. En zeg eerlijk, we hopen in de goede groep terecht te komen. Nu zal het niet van de Kiezer afhangen in welke groep wij terecht komen. Het hangt helemaal van onszelf af. We zullen door de keuze ‘afgerekend’ worden op hetgeen wij voor onze medemens gedaan hebben. Dit is niet niks, want het is het tweede gebod dat Onze Lieve Heer ons voor ogen houdt en het is even belangrijk als het eerste: God beminnen en de naaste beminnen als jezelf (Mt. 22,38-39). In de eerste lezing van vandaag ontvangen wij richtlijnen hoe te handelen. In het evangelie wordt van ons gevraagd om ons in te zetten voor de geringen, want al wat wij voor hen doen, dat doen we voor Onze Lieve Heer. De voorbeelden die Jezus opsomt kunnen we letterlijk nemen.

Wij worden uitgenodigd om ons in te zetten voor mensen die honger en dorst lijden, voor hen die ziek zijn, die gevangen zitten, die als vreemdeling in ons midden verblijven en mensen die weinig of niets bezitten om zich te kleden. Deze voorbeelden mogen we ook geestelijk opvatten. We denken al snel bij de groep te horen die niet behoeftig is, we wanen ons met ons leven rijk terwijl wij vaak zo arm zijn als Job omdat we een levende verwantschap met God missen. Snakken wij nog naar het levende Woord van God! In geestelijke zin mogen we ons rekenen bij de mensen die honger hebben, die dorst lijden, die ziek zijn en gevangen zitten in het wereldse, die een ziekelijke drang hebben naar dingen die ons van God afhouden. Als we deze werkelijkheid tot ons laten doordringen dan is de slotsom niets anders dan dat wij ons voor elkaar kunnen, ja zelfs dienen in te zetten. Als we elkaar de rug toekeren, dan draaien we Christus de rug toe. Hier zullen we uiteindelijk op afgerekend worden. Waar we verantwoording voor moeten afleggen is of we Christus in onze naaste herkend hebben.

God zal ons nooit beschouwen als een buitenbeentje of nietsnut. In zijn ogen zijn we waardevol. Hij verafschuwt niet wat Hij geschapen heeft. Laten we een verstandige keuze maken om in de goede groep terecht te komen, de groep die in Gods ogen goed is en die ons tot bij Hem brengt. Deze weg zal niet altijd even gemakkelijk zijn maar zij laat ons niet verdwalen in de woestijn van ons leven en zal ons leven ‘rijk’ maken.

BB16

Vandaag H. Lof 15.00 uur St Jozef Smakt

Datum: 6 maart. Priester: pastoor Geudens.

Over St Jozef – Zr. Maria van Agreda

H. Maagd Maria spreekt tot Maria van Agreda over St. Jozef 

“Mijn dochter, wel hebt gij geschreven dat mijn Bruidegom Jozef onder de heiligen en vorsten van het hemelse Jeruzalem een buitengewoon hoge rang bekleedt, maar weet ook dat zijn verheven heiligheid noch door u kan beschreven worden, noch door enig sterveling kan begrepen worden. Pas nadat men tot de aanschouwing van Gods Aanschijn gekomen is, zal men tot zijn zeer grote verwondering en onder lofprijzing van de Heer het geheim van Jozefs grootheid aanschouwen en begrijpen.

In het oordeel zullen vele verworpenen het betreuren dat zij, verblind door hun zonden, zulk een machtig en werkdadig middel ter zaligheid, zoals de voorspraak van Jozef is, niet gekend en niet gebruikt hebben. Het zou hen geholpen hebben om de vriendschap van de rechtvaardige Rechter terug te winnen!

Weinigen kennen de macht van Jozefs voorspraak bij de goddelijke Majesteit en bij Mij. Ik verzeker u, mijn geliefde dochter, dat hij in de hemel één van de intiemste vertrouwelingen is van de Heer, en zeer veel vermag om de straffen van de goddelijke rechtvaardigheid van de zondaars af te wenden. Toon u dankbaar voor de openbaringen, die u over mijn Bruidegom gegeven zijn. Uw leven lang moet gij in godsvrucht tot hem trachten toe te nemen. Wendt u in al uw noden tot hem om zijn voorspraak, en verspreid ijverig de godsvrucht tot hem. Tracht vele vereerders voor hem te winnen. Vooral moeten uw geestelijke dochters in godsvrucht tot hem uitmunten, want alles waarom mijn Bruidegom bidt in de Hemel, ontvangen zijn vereerders op aarde uit de hand van de Allerhoogste.”


De maand maart is traditioneel toegewijd aan St.Jozef. Daarom willen we ons bezinnen over zijn leven. Dit doen we aan de hand van teksten van de Zalige A.K. Emmerick en de Eerbiedwaardige Maria Agreda.

Maria krijgt Jozef tot Bruidegom toegewezen

Op dit ogenblik was de tijd van Maria’s verblijf in de tempel ten einde. Zij was 14 jaar en had 11 jaar in de tempelgebouwen gewoond. Tempel zelf was klein, maar het gebouwencomplex was uitgestrekt en ingewikkeld. Toen ze dus nu huwbaar geworden was, volgens de gebruiken van die landen, waar men vroeg rijp is, werd haar door de priesters bekend gemaakt dat zij de tempel moest verlaten en zich op een huwelijk voorbereiden. Zij antwoordde dat zij wenste in het huis van God te blijven, daar zij zichzelf en haar maagdelijkheid aan God toegewijd had. Maar haar redenen werden niet aanvaard. Ondertussen ontving een heilige hogepriester, die God omtrent Maria’s bestemming raadpleegde, in een visioen de opdracht de ongehuwde manspersonen uit de familie van David in de tempel samen te roepen. Dan zou door een wonder te kennen gegeven worden wie van hen tot Maria’s echtgenoot bestemd was. Ten gevolge hiervan was het dat Jozef uit Tiberias bij Samaria naar de tempel ontboden werd: wiens tak of staf in het heiligdom zou gaan bloeien, zou die uitverkoren bruidegom zijn.

De handeling en uitslag van het onderzoek beschrijft A.K. Emmerick uitvoerig. Terwijl zij spreekt van een staf die gaat bloeien, maakt Maria van Agreda gewag van een dorre tak die groen wordt. Het wonder is in de grond hetzelfde, met een detailverschil, en bovendien kan hierdoor hetzelfde bedoeld worden.

Op het ogenblik dat Jozef zijn bloeiende of groen geworden staf terug kreeg, daalde volgens A.K. Emmerick een helder licht op Sint Jozef, als ontving hij de H. Geest en, zo bepaalt Maria Agreda nader, in dit licht zweefde een witglanzende duif uit de hoogte op het hoofd van Jozef neer. Deze hoorde tegelijkertijd een stem zeggen: “Maria is tot uw bruid bestemd, neem haar met ontzag en eerbied tot u, want zij is gans rein naar ziel en lichaam, rechtvaardig en heilig in mijn ogen: zij is het voorwerp van Mijn welbehagen.”

Jozef en Maria bewaren hun maagdelijkheid

In de openbaringen van de H. Brigitta, waarin O.L. Vrouw voor Brigitta haar heiligheid en algehele Godgerichtheid vanaf haar eerste levensdagen beschreef, staat het volgende: “Toen ik vernam dat God uit een Maagd zou geboren worden om de wereld te verlossen, vervulde mij zulk een liefde tot Hem, dat ik aan niets, tenzij aan Hem wilde denken en niets verlangde buiten Hem. Ik vermeed de omgang met mensen, zelfs familieleden en zocht God alleen. Ook wilde ik niets bezitten. Alles waarover ik beschikken kon en mocht, schonk ik aan behoeftigen. In God alleen vond ik smaak. Ik wenste hartstochtelijk dat ik zou mogen leven tot de tijd van Gods geboorte en het was mijn vurigste wens de geringe onwaardige dienstmaagd van Zijn Moeder te mogen zijn. In mijn hart wijdde ik Hem onder belofte, indien het Hem aangenaam was, mijn maagdelijkheid toe en niets wilde ik op aarde bezitten (dus ook geen man). Indien God het echter anders wilde, mocht Zijn wil geschieden en niet de mijne.”

Jozef had ongeveer dezelfde visie. Hij had nog nooit aan een huwelijk gedacht en leidde in de eenzaamheid een leven van arbeid en gebed. Hij bezat in de hoogste graad de gave van beschouwing. God alleen was het doel van zijn leven. Maria van Agreda zegt: “De Allerhoogste verleende aan Jozef de volkomenste heerschappij over zijn natuur, zodat hij zonder enig gevaar voor zijn belofte, Maria kon dienen en zodoende ook de goddelijke wil volbrengen in bewonderenswaardige reinheid. Jozef was van een onvergelijkelijke zedigheid en bescheidenheid, rechtvaardig en onberispelijk voor God en de mensen, volmaakt kuis in werken en gedachten; hij leidde een allerzuiverst leven; hij was de meest kuise en heiligste van alle mannen. Hij stak vol heilige verlangens en hemelse neigingen.

Maria zei tegen de H. Brigitta van Zweden: “Hij was zo aan de wereld en het vlees afgestorven dat alleen een bevel van God hem ertoe kon brengen te huwen en mij tot vrouw te nemen. Maar God hielp hem hierbij, vooral door de woorden die Hij tot Jozef richtte, terwijl hij de bloeiende staf in de hand hield. De H. Geest fluisterde hem die toe en stelde hem meteen gerust omtrent zijn zuiverheid.”

Zodra Maria Jozef, na hun huwelijk, van haar belofte op de hoogte had gebracht, kwamen zij aanstonds overeen om in het huwelijk een middel te zien tot wederkerige bescherming en hulp in het nakomen van hun belofte en in het streven naar de hemelse goederen en de hoogste heiligheid. “Bij onze verloving stelde Jozef zich ten doel,” zo zegt Maria tegen de H. Brigitta, “mij als zijn meesteres te dienen en niet met mij als echtgenoot op gelijke voet te leven. Met zekerheid wist ik ook dat mijn maagdelijkheid ongeschonden zou blijven, hoewel ik volgens Gods raadsbesluiten aan een man zou verbonden zijn.”

In overeenstemming hiermee zegt Maria van Agreda: “In de eerste dagen na de verloving maakte de H. Maagd haar zeer kuise bruidegom bekend dat zij reeds in haar vroegste kindsheid de belofte aan God had gedaan van Hem in eeuwige maagdelijkheid te dienen. Jozef was daarover hoog verblijd en bekende dat hij als twaalfjarige knaap dezelfde belofte had gedaan. En beiden waren wonderbaar getroost.” Nu nam Jozefs eerbied en ontzag voor Maria nog toe en vermeerderde, naargelang hij haar als ooggetuige aan het werk zag en haar heiligheid van nabij kon vaststellen. Niet zelden werd hij door buitengewone verschijnselen in Maria verrast en getroffen. Het was niet zo ongewoon dat hij haar in extase aantrof, waarbij Maria met stralend aangezicht zich omhoog geheven boven de grond zweefde. “Dit boezemde hem een eerbied en ontzag in”, verzekert Maria van Agreda, “die niet met woorden te beschrijven zijn. De volheid der genade en aller deugden was aan Jozef geschonken, opdat hij een waardig bruidegom en beschermer zou zijn van haar die de Heer tot Zijn Moeder had gekozen. ”

Wederkerige liefde tussen Maria en Jozef

Aan de hogere en ware liefde ligt wederkerige waardering en hoogachting ten grondslag. Deze hoogachting voor de andere was bij Jozef en Maria onbegrensd en daarom kende hun liefde geen grenzen. Zij vonden vreugde en behagen in elkaar, maar een vreugde die voortvloeide uit de kennis ven elkanders begenadiging en die derhalve geheel geestelijk en hemels was. “Mijn uitverkiezing”, zo sprak Jozef tot een heilige priester, “bracht mij aan de zijde van Jezus en Maria, en dit betekende voor mij een voortdurende diepe verootmoediging. Immers, Jezus was de mensgeworden God en Maria, Zijn Moeder, was de zuiverste spiegel van de maagdelijkheid. Mijn oog kon nauwelijks hun zuivere aanblik verdragen, zo onwaardig voelde ik mij aan hun zijde, zo klein tegenover zoveel grootsheid. Ik beschermde hen met jaloerse ijver, zoals men de grootste zorg draagt voor een enige kostbare parel.” Die geestelijke liefde tussen Jozef en Maria had ook voor het dagelijkse leven haar gevolgen. Die heilige echtgenoten bewezen mekaar met vreugde en om strijd de nederigste diensten.

Zodra Jozef op de hoogte was van Maria’s uitverkiezing tot Moeder van God, diende Jozef haar met nog grotere eerbied dan voorheen, als zijn meesteres, maar ook zij verootmoedigde haar in zijn dienst tot de nederigste werken, zo vertelde Maria aan de H. Brigitta. Maria Agreda vertelt:” Zodra Jozef Maria’s waardigheid als Moeder van God had leren kennen, was zijn bewondering voor haar zo groot dat hij als een ander mens geworden was. Hij nam dan ook het besluit zich in het vervolg nog eerbiediger jegens de hemelkoningin te gedragen dan voorheen, ofschoon reeds vroeger die eerbied niets te wensen overliet.”

Maria vertelde ook nog aan de H. Brigitta: “Jozef diende mij zo, dat ik nooit uit zijn mond een ongeduldig, toornig, oppervlakkig, laat staan lichtzinnig woord vernam. Hij was geduldig in de armoede, die wij streng beoefenden, tevreden met het noodzakelijke: al het overtollige schonken wij weg aan de armen.” A.K. Emmerick vertelt dat hij het geduldig verdroeg toen men hem zijn loon niet betaalde en men misbruik maakte van zijn goedheid.

Het dienstbetoon was wederkerig, het was als het ware een wedstrijd wie van hen beide het hoofd zou zijn en aan de andere bevelen, want alle twee wilden zij de onderdaan zijn. Maar toch droeg in ootmoed de zege weg, zij die de deemoedigste der deemoedigen was, de H. Maagd, want zij beriep zich op het recht en gedoogde niet dat de natuurlijke orde omgekeerd zou worden: volgens haar is de man toch het hoofd zo van vrouw als van gezin. In alles wilde zij haar echtgenoot onderdanig zijn. Ze vroeg slechts dat ze vrij mocht blijven om aalmoezen te geven, en de H. Jozef stond dit graag toe. Op zijn beurt vroeg Jozef haar veelvuldig waarmee hij haar een dienst kon bewijzen.

Uit: De heerlijkheden van Sint Jozef, Antwerpen, 1978

Origineel gepubliceerd op Crux Ave Spes Unica

Boek van de Barmhartige Liefde (Hoofdstuk 19f-g)

Uittreksels uit de eerste vier boeken van de

“De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen”

van 1965 tot en met 1995

over het “Levend boek van de Barmhartige Liefde”

Hoofdstuk 19. Wat staat ons te wachten?

f) De terugkomst van Christus

Ik zal komen op de Dag die Ik gekozen heb; niemand kent die Dag, tenzij de Vader en Ik in Hem.

B3-140: B 17-8-80

Gij zult Mijn Glorie zien in haar voltooiing. Zingt het Alleluja van de Goddelijke Liefde. Zelfs gekruisigd is Zij levend.

B4-508: B 205-93

De oogsttijd is aangebroken en mijn wederkomst komt steeds naderbij.

B4-400: B 89-92

Ik verlang van u een tijd van stilte die Mijn komst vooruitgaat.

B4-416: B 24-12-92

Het zevende Zegel: En toen het Lam het zevende Zegel verbrak werd het stil in de Hemel, wel een half uur lang…

Apocalyps 8, 1

Wanneer Ik in Glorie zal terugkomen, zal dat het einde zijn van het rijk van Satan.

B4-302: B 45-92

Ik herhaal het: Ik beperk Mij tot een kleine ziel, voor de grote Tussenkomst waar Ik Mij helemaal zal laten zien.

B3-189: B 9-12-80

De zwarte rook die de aarde overweldigt met zijn walgelijke stank is het zeker teken van Mijn wederkomst. De zonden van de mensen gaan de maat te buiten.

B4-637: B 132-95

Ik zal wederkomen. Ik kom om u te redden.

B1-442: B 10-12-7

Omwille van hen (de kleine zielen) heb Ik de Dag verschoven.

B2-721: B 28-12-79

Laat u door niemand iets wijs maken (dat Ik daar ben of kom). Eerst moet de grote afval komen en de goddeloze mens zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft boven al wat God heet, of verering ontvangt, zo zelfs dat hij zich neerzet in Gods Tempel en zich voor God uitgeeft. Hij zal zich niet openbaren voor zijn tijd.

2 Tessal. 2, 3-4-6

Ge moet weten dat mijn afwezigheid tijdelijk is! Ik zal terugkomen! Leef in de Hoop op mijn terugkeer. De Hemel wordt verdiend door vertrouwen.

B4-241: B 6-2-92

Wat Mij betreft Ik zal op het einde der Tijden terugkomen om recht te spreken.

B1-409: B 24-4-69

En wanneer Ik zal komen dan zal Ik over een vers tapijt stappen dat heerlijk ruikt naar lavendel en hooi, gerijpt in de Zon van de Liefde. Een Zon die op mijn veld, bloempjes uit mijn hemelse tuin ziet bloeien als evenveel pareltjes van mijn Koninkrijk. (Na de voltooiing van de grote zuivering zullen velen teruggekeerd zijn tot bekering.) (Lavendel is de geur van zuivering.)

B4-252: B 22-2-92

Wat zal er overblijven van mijn Kudde, wanneer Ik wederkom? Ik zeg het u: Ik blijf in doodstrijd tot het einde der tijden.

B4-338: B 28-6-92

Het is doorheen die gehoorzaamheid in u (Marguerite), dat Ik doordring, om de wereld te verwittigen van mijn Komst. Mijn Komst om haar (wereld) te oordelen en te doen herrijzen (herrijzen = bekeren).

B4-374: B 4-8-92

Bied hulp bij mijn Komst op deze aarde, waar alles zal veranderd worden.

B4-396: B 4-9-92

Kom naderbij, zachtjes en onderdanig, in afwachting van mijn Komst.

B4-411: B 8-10-92

De voorloper is aan het werk. Door middel van pijnlijke gebeurtenissen kondigt hij de komst aan van Jezus, Rechter en Barmhartigheid. Wie niet zien wil, veroordeelt zichzelf. Wie niet horen wil, blijft doof en zal doof blijven.

B4-580: B 11-4-94

Als Ik niet in u was, dan zoudt ge niet branden met dit aanstekelijk Vuur (Liefde) dat van Mij komt. Dit gloeiend Vuur zal zich meedelen en de Dag van mijn Komst zal Ik begeleid door mijn Gerechtigheid en mijn Liefde, de kleinen ontmoeten die omstraald zijn met ontelbare seconden van Liefde.

B4-483: B 20-3-93

Ik heb beloofd, Mijn erfgoed te behoeden: u mijn kindertjes, voor wie Ik Mijn Bloed heb vergoten. Ik zal wederkomen. Ik kom terug om u te redden.

B1-442: B 10-12-70

Daarna zal Ik terugkeren en het vervallen Huis van David weer opbouwen. Ja, zijn ruïnen zal Ik weer opbouwen en volledig herstellen, opdat de rest van de mensen de Heer zouden zoeken, samen met alle heidenen over wie mijn Naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer die deze dingen doet; van eeuwigheid zijn ze bekend.

Handelingen 1, 16-18

B2-125: B 11-6-77

Dit is een voortdurend gevaar voor wie niet waakzaam zijn (voor wie in de greep van Satan valt), voor wie hun lampen niet brandend houden (voor wie zich niet voorbereid op de overgang van sterven naar de eeuwigheid!) voor mijn Komst op aarde.

B2-703: B 29-11-79

De arbeiders van de wijngaard moeten zo vlug mogelijk snoeien, want Ik kan elk ogenblik komen.

B490: B 22-7-91

Dit is een Tijd van lijden! (stilte)

Dit is de aankondiging van mijn Komst! (stilte }

Dit is het begin van mijn Komst in het binnenste van de zielen. De gebeurtenissen bevestigen de dringendheid van de bekering der volkeren.

De Tijd van het lijden zal voortduren tot de wereld zich aan de Barmhartige Liefde overgeeft.

B4-462: B 20-1-93

De glorierijke Dag van mijn Wederkomst zal alle duisternis verdrijven!

B4-479: B 11-3-93

Want wanneer Zijn Dag komt, zal de Mensenzoon zijn als de opflitsende bliksem, die schittert van het ene einde van de Hemel tot het andere.

Lucas 17, 24

g) De nieuwe wereld en aarde?

Ik herhaal: Ik kom in Glorie om te redden wat er nog te redden valt. Door de terugkeer van de gewetens naar het goede, zullen een nieuwe aarde en een nieuwe Hemel opengaan; en het zal een tijdperk van Vrede en Vreugde zijn. Degenen die elkaar liefhebben, zullen voor eeuwig verenigd zijn. Hetgeen ge zojuist hebt geschreven, zal gebeuren zoals Ik het zeg. Sluit uw hart voor alles wat Ik niet ben.

B4 400/401: B 89-92

De Dag is niet veraf waar ge samen het Alleluja van de Goddelijke Liefde zult zingen, Liefde in de Hemel en op de nieuwe aarde. De tortelduif roept en laat haar liefdeszang horen. Weldra komt de Tijd van de eeuwige Liefde.

B4-481: B 153-93

De Liefde stroomt door in haar allerkleinsten om een nieuwe wereld te baren (om een nieuwe wereld tot stand te brengen).

B4-123: B 109-91

Eén ding echter, vrienden mag u niet ontgaan; voor de Heer is één dag als duizend jaren en duizend jaren als één dag. Maar de Dag des Heren zal komen als een dief. Dan zullen de hemelen dreunend vergaan en de elementen door vuur worden verteerd; en de aarde en de daden op aarde verricht zullen zich bevinden (voor Gods oordeel). Maar volgens zijn belofte verwachten wij “nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen”. In deze verwachting, geliefden, moet gij u beijveren onbevlekt en onberispelijk voor Hem te verschijnen, in vrede met God.

2 Petr. 3, 8-10-13-14

Carnaval vieren? Rusland – Oekraïne? Corona ?

Inleiding

Met carnaval nemen we enkele dagen wat meer afstand van de ernst in de wereld. Het zijn ook de ontspannen dagen voorafgaand aan Aswoensdag.

De oorlog tussen Rusland en Oekraïne gooit echter roet in het eten. Hoe daar mee om te gaan? Kunnen we Carnaval vieren, mogen we überhaupt wel carnaval vieren? De ouderen onder ons herinneren zich de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, de jongeren onder ons zijn echter blij weer samen te mogen en te kunnen komen na de lockdowns en ontspannen bij elkaar te zijn. Ook te begrijpen.

Door de coronamaatregelen wordt carnaval sowieso al een stuk minder gevierd als voorheen. Het maakt ons de broosheid van ons bestaan bewust!

De lezingen van vandaag passen goed bij carnaval en bij de aanstaande Veertigdagentijd. In het evangelie spreekt Jezus vandaag over de innerlijke goedheid van de mens: “Waar het hart vol van is, daar vloeit de mond van over.” Deze hartversterkende woorden nodigen ons uit om hartelijke mensen te zijn die vriendelijk met elkaar omgaan!

Voor zover wij te veel gefixeerd waren op de fouten van de anderen in plaats van die in onszelf, vragen wij nu eerst om vergeving.

Bezinning:

De carnaval laat ons normaliter wat afstand nemen van de ernst in de wereld. De problemen rond de coronacrisis hebben ons allemaal getoond hoe kwetsbaar we zijn als mensen. Het evangelie van deze achtste zondag en carnaval passen goed bij elkaar. Het evangelie nodigt ons uit om onszelf eens af te vragen wat ons ertoe beweegt een naaste te willen corrigeren. De liefde adviseert ons dat als je fouten zoekt, een spiegel te gebruiken in plaats van een vergrootglas of een verrekijker.

Niets schijnt voor de mens zo moeilijk te zijn als zijn eigen fouten te herkennen en te aanvaarden. We leven allemaal met onze eigen splinters, balken en blinde vlekken. Maar bemoedigend zegt Jezus ons, als het hart goed is; dan zijn de vruchten ook goed. Het is goed om ons zelf regelmatig af te vragen wat ons ertoe beweegt een naaste te corrigeren. In de wereld van de media horen we helaas veel negatiefs over personen en situaties en worden zaken soms flink gedramatiseerd.

Carnaval ofwel Vastenavond is sterk verbonden met het katholieke vasten. Over drie dagen vieren wij Aswoensdag. Nog steeds een verplichte vasten- en onthoudingsdag. Veertig dagen waarin we Jezus’ lijden en sterven gedenken. Veertig dagen waarin we ons voorbereiden op het grote feest van Pasen, het feest van Jezus’ verrijzenis. Maar voordat we dat gaan doen is het goed om in dankbaarheid van Gods goede gaven te genieten.

Want zegt ons de prefatie duidelijk en helder: “Om heil en genezing te vinden zullen wij U danken altijd en overal.” Wat willen we nog meer?

Boek van de Barmhartige Liefde (Hoofdstuk 19d-e)

Uittreksels uit de eerste vier boeken van de

“De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen”

van 1965 tot en met 1995

over het “Levend boek van de Barmhartige Liefde”

Hoofdstuk 19. Wat staat ons te wachten?

d) De grote Zuivering?

De Tijd van de grote beproeving nadert. De Tijd is reeds aangebroken in de zielen. Voor de wereld wordt ze een zuivering.

B4-500: B 10-5-93

Ik wil niet de dood van de schuldige, maar zijn bekering. Er zal een Dag komen die nog nooit gekomen is en die op géén enkele zal lijken!

B1-326: B 299-67

Het ogenblik komt dat Ik het kaf zal moeten scheiden van het goede koren. Even nog en alles zal vervuld worden. Want Mijn Woord blijft, en wat moet gebeuren, zal gebeuren.

B1-273: B 35-67

Als mijn waarschuwingen niet beantwoord worden, zal Ik tot de daad overgaan. Ik zal deze wereld vernietigen en op die ruïnes zal Ik een nieuwe wereld bouwen, met mensen die door de Liefde vernieuwd werden.

B3-397: B 24-11-84

Het sap zal opstijgen en zich over héél de aarde verspreiden; het zal alles op zijn doortocht overspoelen en de Dag zal komen dat de mensen op hun knieën zullen vallen om Mijn Hemels Manna te ontvangen dat Ik hen als Voedsel zend: “De Liefde is bij u.”

B2-186: B 99-77

Als een vloedgolf zal de Liefde alles overrompelen en de plaats innemen van de Heilige Gerechtigheid, die ééns te méér overwonnen werd; de Liefde zal over elke weerstand triomferen. En dan zal er tenslotte een zeer lang christelijk tijdperk in volle luister komen, dat het aanschijn van de aarde zal uitzuiveren en in een paradijs van Liefde zal veranderen, waar het goed zal zijn elkaar te beminnen en waaruit leed zal gebannen zijn.’

B4-381: B 128-92

Wat nooit geweest is, zal zijn. Reeds brengen de geestelijke bruidegoms het goede zaad aan. Ze zijn uitzonderingen door uitverkiezing; mijn uitverkiezing. Maar ze zullen een Legioen worden door de opeenvolgende geboorten, en hun kinderen zullen Mijn luister zijn. Bid veel opdat de komende tijden van noodzakelijke zuivering zouden ingekort en beperkt worden.

B4-476: B 27-2-93

Bij het schallen van de Trompet zal Ik de ogen openen, en dat wordt het begin van de Tijd die voorzien is door de Vader; Mijn Vader, de uwe.

B4-377: B 68-92

De orde der “Kleine Zielen” van mijn Barmhartig Hart zal de Verlossing bespoedigen, maar ze zal de heilzame pijnen niet verzachten.

B1-508: B 102-74

De huidige wereld zal verdwijnen, en dan zal mijn Glorie verschijnen in de zuiverheid van de Gave aan de Liefde.

B4-387: B 17-8-92

Weldra zal het Grote Geheim voltrokken worden en zal de heilige Kerk triomfantelijk uit de vervolgingen tevoorschijn treden. Het is het eindige in de Oneindige. Het is de strijd van de mensheid met de Godheid. Het is de zwakheid van kleinen en sterken, bekleed met de sterkte van God; het is dood en Leven. Het is armoede en ellende onder al hun vormen. Het is gehoorzaamheid samen met de omstreden vrijheid. Het is lijden samen met geluk: ieder offerde aan de Liefde, die steeds tegenwoordig is en die verlangt om in ieder menselijk leven tussenbeide te komen.

B4-587: B 66-94

Het is stééds de Liefde die altijd triomfeert.

B4-587: B 6-6-94

Wanneer de Tijd die aan de vijand is toegemeten, zal verstreken zijn, zulten de mensen elkaar vinden, herkennen en beminnen in de doorschijnendheid van het Licht dat de volkeren verlicht van de Waarheid en de Liefde.

B4-301: B 45-92

Kind, de tijd van de grote omwenteling is nabij! Ik kan nog handelen voor die Dag, maar Ik weet dat de mens min of meer lange tijd van lijden moet kennen voor ze gezuiverd is, een nieuwe tijd, een nieuwe aarde, een tijd van Genade, voor de totale verwoesting. Alleen vreugde in de Liefde zal voor altijd blijven bestaan in het Oneindige van wat niet kan eindigen.

B4-585: B 235-94

Weldra zal het Grote Geheim voltrokken worden en zal de Heilige Kerk triomfantelijk uit de vervolgingen tevoorschijn treden.

B4-587: B 66-94

M. Jezus mag Ik u nederig vragen wat er gaat gebeuren in onze arme ongelukkige wereld? Een onbeschrijfelijke chaos waarin goed en kwaad nauw gemengd aanwezig zijn.

J. Mijn kleine rest zal actief deelnemen aan de strijd en haar actie zal belangrijk zijn; doch allen zullen lijden op een verschillende wijze.

M. O mijn God, kunt ge de wereld niet bekeren?

J. Niet vooraléér vernietigd te hebben wat schadelijk is voor haar bekering!

B4-237/238: B 22-92

Ja, laat u niet leiden door de schijn. Er is nog véél goeds op de wereld en eens zal Ik komen om de wereld te hernieuwen. De grote was zal pijn doen. Vélen zullen het niet verdragen, maar het kleine aantal zal gered worden.

B4-482: B 153-93

Ik kan Me slechts meedelen aan hen die Mij, zoeken en beminnen. Ik ben de Almachtige, het Vuur van de Liefde, die, na de aarde in gereedheid te hebben gebracht om Hem te ontvangen, de wijngaard zal doen bloeien, waarvan Ik de Wijngaardenier ben; een Wijngaard die honderdvoudig de heerlijke vruchten zal opbrengen van de Verlossing. Zo zal Ik alle volkeren tot Mij trekken in éénzelfde éénheid.

B4-256: B 25-242

Zie, thans nadert het kleine aantal tot het Verlossende Kruis, een legioen kleine zielen van de Barmhartige Liefde, geboren uit de Maagdelijke Schoot van Maria, in Haar gevormd, in Haar door Mij onderricht (door de Liefde).

B4-443: B 14-12-92

Ik zal verterend Vuur zijn.

B1-388: B 298-68

Een Levensadem (waakvlam van de Liefde) zal haar (de wereld) doen herleven als het ogenblik zal gekomen zijn. Een grote en klare Vlam zal de aarde van alle smetten zuiveren. Vooraleer dit gebeurt, geef Ik de mensheid nog een kans, want het geloof van de trouwe christenen vertraagt nog mijn Uur. Voor de enen en voor de anderen, stel Ik nog een tijdje uit. Ga en zeg aan de wereld dat Gods Liefde niet verandert, maar dat er in Hem drie facetten zijn: Liefde – Gerechtigheid – Barmhartigheid.

B4-364: B 22-7-92

e) De Toekomst?

Er zullen wonden verborgen blijven onder uiterlijk vertoon angst voor het onbekende dat zich aftekent, toekomstplannen die vervallen tot vodjes papier voor de prullenmand, bedrogen verwachtingen, mislukking en opstanden. Maar Hij Die Is zal er zijn en Hij zal het tonen!

B2-367: B 88-78

Het uur is nabij dat de wereld voor een dilemma zal staan dat haar voortbestaan bepaalt. (Dilemma = toestand waarin tussen twee wegen die beide grote bezwaren opleveren een keuze moet worden gedaan.)

B4-213: B 11-92

Ik ga die corrupte wereld vernietigen, en als die ondankbare wereld van haar zonden verlost zal zijn, zal Ik er miljarden bloempjes laten bloeien, waarover Ik zal regeren.

B3-135: B 9-8-80

M. Mijn Jezus, wat gaat er van de wereld worden?

J. Een bijna totale ruïne.

M. Ik vraag U niet wannéér dit zal gebeuren.

J. Ik zal het u niet zeggen, maar weet dat Ik Mij op de aarde zal storten als een arend op zijn prooi.

B4-512: B 16-93

Ik zeg het u: het is laat, héél laat! De bekering van de wereld tekent zich nog niet af… zelfs niet aan de horizon.

B3-125: B 277-80

Als het Uur komt, zal Ik hun gouden kalf vernietigen. Ik ben niet de God van vergelding! Ik ben Liefde, Rechtvaardigheid en Waarheid!

B4-126: B 149-91

Het heden is een afwachten van de toekomst. Waarom er u om bekommeren? Ben Ik er soms niet? Laat Mij doen en maak u niet ongerust!

B4-116: B 318-91

Het uur nadert waarop de lotsbestemming van de mens wordt voltooid.

B4-525: B 267-93

Als Ik tot u spreek, luister en geef het door aan uw Pater: Voorwaar Ik zeg u; gij hoort reeds in de verte de opmars van het hemelse Leger dat zich in beweging zet. Er zijn rééds grote vooruitgangen, haltes en terugtochten teweeg gebracht door de allerkleinsten die de weg versperren aan mijn Gerechtigheid, en die trotseren wat Ik verwerp; de kwalen van een wereld, die in groot gevaar verkeert. Door de dapperheid van mijn “Kleine Zielen” is er een tijdelijke terugtocht van het hemels lege geloof in mijn Liefde – geloof in mijn Woord.

B4-655/656: B 296-95

Ja, totdat de zonde volledig verdwenen is, zal de wereld nog veel méér lijden moeten ondergaan.

B4-405: B 259-92

Na deze rampen, zullen de korenaren, bevrijd van verstikking door het kwaad, in de Zon van de Liefde rijpen, en een groot aantal bloempjes, die door hun kleinheid aan de ramp ontsnapt zijn, zullen héén en wéér wiegen in de zachte adem van een lichte bries. Een Liefdeslied zal opstijgen uit mijn Veld dat door het kontakt tussen aren en bloemen gezuiverd is. Dit lied zal een dankgebed worden en vergezeld zijn door de welluidende stemmen die uit de Hemelen komen. En allen zullen zij het Alleluja van de triomferende Hemelse Liefde zingen.

B4-348: B 77-92

Ik heb met tederheid naar u gekeken. Ieder van u heb Ik bij zijn naam genoemd. Zo heb Ik u als apostelen van de nieuwe Tijd een precieuze zending toevertrouwd.

B1-458: B 4-11-71

De huidige wereld verdwijnt om het ontstaan te geven aan de heropstanding van zielen en lichamen, door het openbloeien van de Liefde. Dit alles in een vreesaanjagende ineenstorting voor de enen, maar blijdschap voor de anderen. Want het is Mijn Dag (lichamen = doordat de ziel in blijdschap verheven wordt, komt deze blijdschap zich te voegen in het lichaam, daar ziel en lichaam met elkaar nauw verbonden zijn).

B4-518: B 20-6-93

Weldra zal de Morgenster zich verheffen over een wereld die weggeteerd is door de nacht van het geloof (ongeloof: waar géén geloof meer te bespeuren is).

B4-665: B 12-9-95

De wereld bevindt zich op een kruispunt. De tijd verstrijkt! Weldra zal alles voltooid worden in de Liefde, die zal oordelen in haar Barmhartigheid en Gerechtigheid.

B4-677: B 2-11-95

De Dag is niet veraf waar ge samen het Alleluja van de Goddelijke Liefde zult zingen, Liefde in de hemel en op de nieuwe aarde. De tortelduif roept en laat haar liefdeszang horen. Weldra komt de Tijd van de eeuwige Liefde.

B4-481: B 15-3-93

Boek van de Barmhartige Liefde (Hoofdstuk 19b-c)

Uittreksels uit de eerste vier boeken van de

“De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen”

van 1965 tot en met 1995

over het “Levend boek van de Barmhartige Liefde”

Hoofdstuk 19. Wat staat ons te wachten?

b) Vrede – de Wereldvrede: de Tijd dringt?

Er zal een dag komen die op geen andere zal gelijken. Stel de dag van mijn toorn uit door uw liefde.

B2-61:B 173-77

Het wordt méér dan de tijd dat de christenen mijn geboden opnieuw beleven. De Apocalyps is een tekst uit de bijbel die niet geciteerd wordt om kinderen bang te maken, wel integendeel, het is een werkelijkheid die van dag tot dag duidelijker wordt.

B3-295: B 86-82

De wereldvrede is bedreigd. Maar hoeveel méér, de vrede in de harten. Wat haalt de tijd die de Stem van zijn God niet meer herkent, omver!

B1-325: B 299-67

Voorwaar Ik zeg het u: de chaos zal voortdurend verergeren, want de mens is ontrouw geworden aan zijn God.

B4-266: B 173-92

Bid, bid, want de toestand is ernstig voor de wereld. Haar ondergang wordt dag na dag duidelijk, en dit wordt momenteel bevestigd.

B4-619 B 13-11-94

De vrede zal enkel tot stand komen door rechtvaardigheid en goedheid.

B1-157: B 28-9-66

Ze (kleine zielen) zullen zich bovendien ertoe verbinden dagelijks met hart en ziel het rozenhoedje te bidden. Voor de wereldvrede en de vrede van elke ziel in het bijzonder.

B1-286: B 225-67

Iedereen moet diep in zichzelf binnendringen met gebed tot de heilige Geest. Dan zal hij zich bewust worden van wat goed of kwaad is. Hij zal op de juiste manier weten te onderscheiden wat hij kan doen.

B4-468: B 132-93

Men kan niet ongestraft blijven spotten met God die niet ophoudt uit te stellen. De tijdslimiet wordt van dag tot dag kleiner dat Jezus zegt; wat ge te doen hebt, doe het uit liefde, niet uit dwang. Dwang veronderstelt inspanningen zonder liefde noch overtuiging, maar als de dwang die gij uw hart oplegt, kan bijdragen tot meerdere glorie van God, dan is hij goed, zéér goed, dan wordt hij een maatstaf!

(Als de wereld zich niet inspant met liefde tot vrede, kan de vrede zich niet ontplooien.)

B4-342/343: B 27-92

De wereld hunkert naar Vrede. Maar de hoogmoed richt verwoestingen aan.

B164 :B 12-11-65

Maar uit de as van de brandende stad zal Vrede weer oprijzen. Gij kunt Mij verstaan | (as=overschot na de zuivering. Stad= mensenmassa)

B4-581: B 164-94

Vrede laat Ik u na; Mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u.

Joh. 14, 27

De wereld denkt niet meer aan Mijn Vrede!

B2-722: B 29-12-79

c) Rampen, ziekten, beproevingen

De Liefde gaat dwars doorheen alle rampen van de wereld, doorheen de wanhoop van de enen, de Hoop van de anderen.

B3-304: B 20-7-82

Nu komt de tijd van de beproeving. Nu komt de tijd van de gerechtigheid. Ik kan ze niet meer tegenhouden. Nu komt de tijd van de tegenspoed.

B1-513 :B 12-4-74

De aarde wordt helemaal ontredderd door de dwaasheid van de mensen. Dan komen de gevolgen van de manier waarop men leeft!

B2-589: B 285-79

De vrees voor de rampen die de wereld kent, reserveer Ik voor hen die de opdracht hebben bekend te maken en te waarschuwen voor het gevaar dat ze lopen.

B3-121:B237-80

De rampen die de wereld teisteren maken de mensen niet wijzer. Sommigen betreuren weliswaar wat er gebeurt, maar wat doen ze om eraan te verhelpen?  

B1-135:B 18-8-66

Waar is de liefde hierbeneden? Haar afwezigheid in de harten zal oorzaak zijn van grote kwalen!

B1-357 :B 213-68

De tijd van de grote beproeving nadert! Deze tijd is rééds aangebroken in de zielen. Voor de wereld wordt ze een zuivering.

B4-500:B10-5-93

Wanneer de dag gekomen is, zullen velen door hevige schrik bevangen, tot Mij roepen!

B1-184:B 22-11-66

De schim van de verwoesting waait over de wereld. Als de volkeren zich niet bekeren mogen ze zware rampen op aarde, op zee en in de lucht verwachten. Laat ze in hun ijdelheid en overmoed op hun hoede zijn, dat ze niet ten gronde gaan door de machten van het kwaad, die ze zelf zullen ontketend hebben. Maar Ik zal mijn getrouwen niet in de steek laten.

B1-207: B 151-67

De tijd van de Barmhartigheid is geteld voor vélen onder u! Een andere tijd begint; de tijd van de bestraffing vanwege een bedroefde Vader, die méér dan Vader ook, verdrietig is omdat Hij zich verplicht ziet zijn ongehoorzame kinderen te kastijden.

B3-117: B 147-80

Als de mensen de angst zullen kennen voor wat aan de horizon opdoemt, zullen ze nadenken, en vélen zullen hun nood naar Mij uitschreeuwen!

B3-119: B 217-80

Indien de mensen niet ophouden, zal de dag van morgen brengen wat ze gezocht hebben! Het is nog maar een begin, want elke dag wordt de Immanente Gerechtigheid wat verder losgemaakt.

B2-474: B 161-79

Zij hebben mijn waarschuwingen in de wind geslagen, daarom zeg Ik u: zelfs de schijnvrede die ze genoten, wordt hun ontnomen. Hun lachen zal veranderen in een grijns, hun schandelijke genoegens zullen in bitterheid verkeren.

B2-362/363: B 29-7-78

Op een dag zullen genaden en straffen uit de hemel vallen.

B4-553: B 28-10-93

Als de mensen de waarheid loochenen, die hen voortdurend waarschuwt, dan zullen de kastijdingen zich vermenigvuldigen/

B4-634: B 251-95

De schokgolf die de aarde zal dooreenschudden, zal een weerslag hebben op de geest en de materie.

B4-658: B 317-95

En de Liefde komt, voorafgegaan door algemene rampen, maar als overwinnaar. Ik verzeker het u.

B4-381: B 128-92

De huidige wereld vernietigt zichzelf als Ik niet ingrijp.

B4-445: B 20-12-92. M. Apocalyps: 6, 9-17

De gebeden van de heiligen zullen de komst van de “Grote Dag” verhaasten.

B2-701: B 26-11-79

Nochtans zal Kerstmis altijd het feest van de Hoop blijven, tot de Dag komt die nog nooit gekomen is!

(Apocalyps: 9.17.)

Deze Dag, Kerstmis, zal er alléén maar zijn voor de kleinen. (Voor de gelovigen in hoop en liefde)

B2-714: B 20-12-79

Ondergang van Tempel en stad. (Tempel = Godshuis – Kerk. Stad = de mensen); einde van de wereld.

Lucas 21, 5.28

Boek van de Barmhartige Liefde (Hoofdstuk 19a)

Uittreksels uit de eerste vier boeken van de

“De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen”

van 1965 tot en met 1995

over het “Levend boek van de Barmhartige Liefde”

Hoofdstuk 19. Wat staat ons te wachten?

a) De wereld, bedreigingen over het mensdom?

Nochtans, een dag nadert die NIET gelijkt op de andere dagen. En Ik zeg het u, dat is de reden van mijn Lijden in de zielen. Ik ben Vader, begrijpt ge? Maar de TIJD is BEPERKT. Hij gaat voorbij, hij komt, hij DOET pijn. In het lijden van deze wereld ben Ik aanwezig, en Ik kan NIETS doen omdat Ik door de zonden van de mensen aan het Kruis geslagen ben.

*In mijn Glorie, waar Ik verblijf, houd Ik NIET op te lijden, in u en ter wille van u*

B4-456: B 31-93

Een Grote BEDREIGING weegt op het mensdom. Ik beloof u NIET ze af te wenden! En als Ik ze AFWEND, zal ze blijven voortbestaan zolang de wereld zich NIET bekeert!

B1-350: B 261-68

De angst GROEIT in de wereld, en de zielen zijn in hun stuwkracht verstoord en ontredderd. Zovéél drama’s smeulen onder de as!

B1-350: B 22-68

De golf van verdwazing die de wereld overspoelt zal verzwinden en verzwolgen worden in de bodemloze afgrond waaruit NIEMAND wederkeert, en allen die tégen Mijn WET rebelleren, zullen erin meegesleurd worden. De storm volgt steeds een stille zee. Het goddelijk VUUR dat onder de as smeult zal heropleven en héél de aarde omvatten met zijn felle LIEFDEGLOED.

B1-470: B 147-72

Deze wereld heeft NIET opgehouden haar Schepper te ontgoochelen. Thans is de maat vol, en als de wereld zich NIET bekeert zal ze de straf voor haar trouweloosheid ondergaan. Ze zal terugkeren tot het NIETS waaruit Ik haar heb doen ontstaan. Ze zijn vergeten dat ze slechts STOF en AS zijn.

B1-475: B 79-72

Voorwaar Ik zeg u: heilige zielen zullen wenen van vreugde. De ongelovigen zullen op hun knieën vallen.

B1-297 :B 155-67

De huidige gebeurtenissen verraden de denkbeelden van een hebzuchtige, egoïstische en leugenachtige wereld. De bozen zien de DAG van de Heer onbevreesd tegemoet omdat zij er NIET in geloven. En toch zal deze DAG vroeg of laat komen en op het door Mij gewenste tijdstip.

B1-502: B 1-12-73

Het hemels Heir is aan het werk, en rééds licht een straal van Hoop!| Wat zal de overwinning kosten? De PRIJS zal hoog zijn!

B1-408 :B 7-3-69

De duisternis heeft de aarde overrompeld, maar ze bemerken het NIET. De hoogmoed is hun Licht.

B3-429: B 55-85

Begrijpt dat Ik de vernieling NIET kan beletten van een wereld die haar God NIET meer erkent!

B2-721:-B 28-12-79

Een verschrikkelijke bedreiging hangt over de wereld. Zal Ik dan om uwentwil mijn uur MOETEN vervroegen? In uw onwetendheid en domheid wilt ge uw God evenaren. Zorg dat mijn Barmhartigheid NIET wijkt voor mijn Gerechtigheid. De maat is vol! Betert u! Anders zie Ik Mij verplicht u ertoe te dwingen. Dan zult ge huilen van verbijstering.

B1-153 :B 219-66

Bidt, want het uur is ernstig voor de mensheid, en Ik zal het bewijzen.

B4-287: B 134-92

Op een dag die NIET is als de andere, zal de dageraad zich aanmelden met een verschrikkelijke Storm die het onkruid dat met het goede graan vermengd is, zal verdelgen, zal het goede graan onderwerpen aan een controle over zijn kennis van het kwaad waar het rééds besmet is door zijn contact met het onkruid. Ik zal snoeien opdat het goede in het graan zou overleven.

B4-348: B 7-7-92

Als mijn Liefde terrein verliest in een wereld die haar NIET aanvaardt, is het normaal dat mijn Gerechtigheid de lege plaatsen inneemt.

B2-641: B 318-79

Voor het ogenblik doordringen Liefde en Gerechtigheid elkaar. De rampen die de wereld teisteren, zijn NIETS, vergeleken met WAT de toekomst in beraad houdt voor de mensen, als ze zich NIET bekeren. Het is gemakkelijk het gouden kalf te onttronen zonder stukken te maken.

B424: B 14-2-91

Vraag Me NIET naar Dag of Uur! Een tot bedaren gebrachte Toorn wil NIET zeggen… bekering van een dwaze wereld. Tot bedaren gebracht betekent NIET voleinding! Een vulkaan slaapt in gedurende een periode; de uitbarsting is dikwijls plotseling en onstuimig. Dan komt er een vloed van vuur uit de krater, die alles op zijn doortocht verslindt. Zo zal het Vuur van de Hemel de aarde overrompelen als de mensen zich NIET bekeren.

B3-435: B 65-85

De wereld bevindt zich tussen de hamer en het aambeeld.

B4-356: B 157-92

Ik ben Schepper, maar Ik kan evenzeer Vernieler en Heropbouwer zijn. Kind (kinderen), maak u vooral NIET ongerust over DAG noch UUR van Mijn komst. Nu reeds, in deze smartvolle Tijden, gaan velen verloren in hun zonden van hoogmoed. Onschuldigen worden getroffen door de schuld van de mensen, maar dat is NIETS tegenover WAT deze verworden wereld wacht, als ze zich NIET bekeert, maar Ik wil uw bedroefde hart troosten. Aan de horizon daagt er een straaltje Hoop de zwarte wolk die de aarde bedekt is een doortocht van straf van uitzuivering. Dan zullen de kleinen uit hun schuilplaats komen (zoals uit de Ark van Noah) en het Licht zal schijnen. Bid, kinderen en wees altijd bereid, want niemand kent DAG noch UUR.

B4-530/531: B 178-93

Sombere dagen voor de mensheid worden aangekondigd. De hoop die de wetenschap aan de mensen voorspiegelt, veroorzaakt vaak de teloorgang van zielen. Voorwaar Ik zeg u: NIETS kan zich tégen God verzetten. Wat zich thans afspeelt is de stuiptrekking van het beest dat in het nauw is gedreven.

B4-553: B 28-10-93

Een groot onheil tekent zich af voor de wereld!

B4-321 :B 285-92

De wereld lijdt, zal lijden en zal nog méér lijden, want haar verval gaat alle perken te buiten. Maar de Liefde, die nu als een waakvlam brandt, is NIET dood. Een levensadem zal haar doen herleven als het ogenblik zal gekomen zijn. Een grote en klare Vlam zal de aarde van alle smetten zuiveren. Vooraleer dit gebeurt, geef Ik de mensheid nog een kans, want het geloof van de trouwe christenen vertraagt nog mijn UUR. Voor de enen en voor de anderen stel Ik nog een tijdje uit. Ga en zeg aan de wereld dat GOD – LIEFDE niet verandert, maar dat er in Hem drie facetten zijn “LIEFDE – GERECHTIGHEID – en BARMHARTIGHEID”. Een van deze maakt zich op dit moment los en slaat links en slaat rechts toe. Als ze het centrum zal bereiken, zal Ze de hele aarde slaan, indien zij mijn laatste waarschuwing NIET aanneemt.

* De verblinding van de menigten staat op haar hoogtepunt.*

B4-364: B 227-92

Het gevaar van een onherroepelijke veroordeling tekent zich duidelijker af.

B2-640 :B 298-79

Voorwaar, Ik zeg u, kind: de wereld vernielt zichzelf door de machten van het kwaad los te laten en zijn vrijheid geven. Zal ze gered worden door berouw?

B1-445: B 7-2-/1

De golf van verdwazing die de wereld overspoelt zal verzwinden en verzwolgen worden in de bodemloze afgrond waaruit NIEMAND wederkeert en allen die tegen mijn Wet rebelleren zullen erin meegesleurd worden. Op de storm volgt stééds een stille zee. Het goddelijk Vuur dat onder de as smeult zal heropleven en héél de aarde omvangen met felle Liefdegloed.

B1-470: B 14-7-72

M. Heer, zeg me: wat zal er van de wereld worden?

J. Dat is mijn zaak! Uw redding is voor u voldoende.

B2-510: B 8-3-79