Dagbedevaart Chèvremont 28 juni 2022

Dinsdag 28 juni: DAGBEDEVAART naar de Kapel van de Barmhartige Liefde te Chèvremont, het heiligdom van de H. Juliana van Cornillon te Luik en Banneux en OLV Maagd der armen (B).

Geestelijke leiding: Mgr. E. De Jong.

NADERE INFO VOLGT.

Boek van de Barmhartige Liefde (Hoofdstuk 22)

Uittreksels uit de eerste vier boeken van de

“De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen”

van 1965 tot en met 1995

over het “Levend boek van de Barmhartige Liefde”

Hoofdstuk 22

De intimiteit van God tot de mensen, en omgekeerd

Deze Boodschap toont de zielen de intimiteit van een God en zijn schepsel.

B1-438: B 29-7-70

De intimiteit van een God met zijn schepsel geeft u ieder ogenblik wat uw menselijke natuur ontbreekt, namelijk het verstaan van de hemelse dingen, de kennis en de verachting der ijdelheden (vergankelijkheid of nietigheid) van deze jammerlijk ontaarde wereld.

B2-273: B 19-1-78

Luistert naar de Stern van uw God. Ze wordt een stil geruis! Ze wordt tederheid! Ze geeft onderricht! Ze dringt aan! Ze dringt aan en tenslotte stelt ze eisen zonder evenwel te dwingen.

B4-239: B 3-2-92

Op een dag kom Ik in het leven van ieder mens, wie hij ook zij. Dan volstaat het zijn hand uit te steken om Mij te grijpen. Maar voor velen ben Ik slechts het voorwerp van hun ziekelijke verbeelding. Ze zijn niet in staat om de redplank te grijpen die Ik hun aanreik (de enige manier om gered te worden).

B4-384/385: B 16-8-92

Het Hart van de Godmens is nooit ongevoelig voor de roep van de ziel die Hem dierbaar is. Het Hart van de Godmens is medelijden en vergeving (barmhartigheid). Het is ook liefde en bescherming.

B4-655: B 27-6-95

Ik schenk u Mijn Leven Gij schenkt Mij uw leven

Ik schenk u de Hoop Gij schenkt Mij uw vertrouwen

Ik schenk u hemelse Goederen Gij schenkt Mij uw zwakheid.

In deze wisselwerking doen we allebei ons voordeel; gij wint het eeuwig Leven en Ik uw zieltje.

B1-106: B 7-6-66

De ziel moet zich in de Liefde hernieuwen. Intiem leven met Mij is hoegenaamd niet mogelijk zonder deze vernieuwing. Alles geschiedt in Mij, door Mij en met Mij.

B1-179: B 13-11-66

Wat Ik van u verlang, geliefden, is de heilige stoutmoedigheid van kleine kinderen, intieme omgang met uw God. Zoete en liefdevolle overgave van uw ziel in Mij. Vreest niet Mij te zeggen en te herhalen dat ge Mij liefhebt.

B1-212: B 27-1-67

Boek van de Barmhartige Liefde (Hoofdstuk 21)

Uittreksels uit de eerste vier boeken van de

“De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen”

van 1965 tot en met 1995

over het “Levend boek van de Barmhartige Liefde”

Hoofdstuk 21

Geloof – Hoop – Liefde

Keert in tot uw hart en Ik zal u onderrichten.

Geloof; overgave (een gave Gods)

Hoop; licht in de duisternis

Liefde; God, gij en uw naaste

B1-464: B 28-4-72

De Hoop is een gave van de Hemel. De naastenliefde is het wezen zelf van de liefde.

B1-529: B 28-10-74

GELOOF – HOOP – en LIEFDE; drie deugden die Ik u nalaat. Daarmee zult ge de hemel verdienen.

B1-309: B 18-7-67

Het geluk op aarde ligt in het Geloof, de Hoop en de Liefde. Deze drie kleine woorden leiden onfeilbaar naar het Leven, indien gij ze doorgrondt en ze met liefde en in daden beoefent.

B4-669: B 23-9-95

Weest sterk door Mijn Liefde, vast in uw Hoop, standvastig in uw inspanningen, trouw aan uw Geloof, volhardend in het Gebed, vol vertrouwen in Mijn Goedheid, begerig naar de hemelse goederen, verliefd op zijn Godheid.

B1-538: B 1-2-75

Wie in Mij gelooft zal leven. Wie op Mij hoopt, zal niet ontgoocheld worden.

B4-395: B 4-9-92

De Hoop is een goddelijke deugd die mijn kinderen niet mogen verwaarlozen.

B1-187: B 1-12-66

De Hoop is de schat van de arme. Kunnen wachten om meer te ontvangen.

B1-242: B 16-3-67

Weest standvastig in de Hoop. Mijn hulp komt op tijd.

B1-255: B 5-4-67

De Hoop en de overgave zijn noodzakelijk in alles.

B1-322: B 15-9-67

In de verte, zie het tedere blauw van het firmament, het pastelgroen van de Hoop, het vurige rood van de Liefde en het met schitterend Licht omstraalde Hart van de Barmhartige Liefde die onophoudelijk werkzaam is in het leven der zielen.

B4-279: B 6-4-92

Bidt, mijn kleintjes, bidt zonder ophouden. Moge alles in liefde zijn. Als ge hier en daar een bevestiging van hoop ziet, weet dan dat het nog maar een klein teken is van noodzakelijke heropstanding.

B465: B 4-6-91

Kindlief, vergeet het verleden, beleef intens het heden en hoop op de toekomst.

B1-347: B 12-1-68

Blijf standvastig in uw geloof.

B1-437: B 14-7-70

Uw hoop ben Ik, en zolang ge Mij liefhebt zult ge hopen.

B1-350: B 28-1-68

Wie zijn hoop op Mij stelt wordt nooit ontgoocheld.

B1-508: B 10-2-74

En wat is het geloof? Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigd ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen. Om hun geloof zijn de ouden met ere vermeld. Geloof doet ons zien, dat het heelal tot stand is gekomen door Gods Woord, zodat het zichtbare ontstaan is uit het onzichtbare.

Hebr. 11, 1.3

Geloof, aanbid, hoop, heb vertrouwen in Mij door dik en dun (doorheen alle vreugden en tegenslagen in het leven).

B3-24: B 22-1-80

Ik ben de Hoop voor allen, zelfs als ze het niet verstaan!

B3-341: B 25-5-83

De Hoop kan niet sterven. Ze is de goddelijke lichtstraal die ondersteunt en de wanhoop bestrijdt, als de ziel zich leent tot haar tussenkomst.

B3-379: B 27-9-84

Wanneer het kruis een deel van zijn leven (de mens) wordt, verstevigt zijn geloof, vertienvoudigt zijn hoop en wordt zijn naastenliefde gelouterd.

B1-410: B 23-5-69

De Hoop wordt in alle tijden beleefd, en vooral als alles verloren lijkt.

B2-721: B 29-12-79

Het leven is maar droevig en bitter voor hen die helemaal geen hoop hebben.

B1-319: B 6-9-67

Geloof en Hoop zijn en blijven de twee deugden van deze wereld.

B3-175: B 5-11-80

Agenda mei 2022

Woensdag 4 Mei: DAGBEDEVAART NAAR CHÈVREMONT (B) EN HET HEILIGDOM VAN DE H. JULIANA VAN CORNILLON TE LUIK (B). Geestelijke leiding: Mgr. E. De Jong. NADERE INFO VOLGT.

Woensdag 11 mei  gebedsdag LKZ Amsterdam (geestelijke leiding: Pastoor Pater Knudsen of Pater Hagenbeek). Programma: 11.00 uur H. Mis met aansluitend Lof en conferentie in de pastorie tot ongeveer 14.00 uur. Locatie: Sint-Agneskerk aan de Amstelveenseweg 161-163 te Amsterdam. Info: mevr. Anki Garthoff, e-mail: anki.garthoff@kpnmail.nl

Zaterdag 14 mei, gebedsdag LKZ Nijmegen (Geestelijke leiding: Pastoor Jacques Grubben ). Programma: 10.30 uur Rozenhoedje, 11.00 uur H. Mis, 12.00 uur Lunchpauze, 13.00 uur conferentie en Lof  tot ongeveer 15.00 uur. Locatie: Pelgrimshuis Casa Nova, Pastoor Rabouplein 5, Heilig Landstichting. Info: Joep Habets, e-mail habetsjoep@gmail.com of tel. 06-22951332

Dinsdag 17 mei, Gebedsdag LKZ Maastricht. Locatie: RK kerk St. Petrus Banden te Heer, Maastricht. Programma: 10.00 uur rozenkrans/Marialitanie, 10.30 uur H. Mis, 11.00 uur Aanbidding van het H. Sacrament met een lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde, diverse gebeden en biechtgelegenheid, 12.00 uur gezellig samenzijn in de sacristie of tuin. Geestelijke leiding: Mgr. E. De Jong. Contact: Mevr. Ria Schrijnemaekers. Tel: 043/3618906 of m.schrijnemaekers@ziggo.nl

Zondag 29 mei, gebedsmiddag LKZ Valkenburg van 15.00 tot 16.00 uur: gebeds- en Aanbiddingsuur met o.a. (Barmhartigheids)rozenkrans, liederen, biechtgelegenheidAansluitend gezellig samenzijn in de parochiezaal. Locatie: RK kerk van Berg en Terblijt. Info: legioenkleinezielen@live.com

Agenda april 2022

Vrijdag 8 april, Gebedsavond LKZ Parkstad (Pastoor F. Sweer) met om 18.30 uur Rozenhoedje en Marialitanie, 19.00 uur H. Mis, met aansluitend Aanbidding van het H. Sacrament en biechtgelegenheid. Locatie: kerk van Terwinselen, Kerkrade. Info: legioenkleinezielen@live.com

Zondag 24 April Viering Barmhartigheidszondag in de grote kerk van Berg en Terblijt. Programma gebedsmiddag: 14.15 uur biechtgelegenheid (2 priesters aanwezig; pastoor Burger en pastoor Geudens), 15.00 uur H. Mis met aansluitend Aanbidding tot ongeveer 16.15 uur en daarna gezellig samenzijn in de parochiezaal.

Agenda maart 2022

Zaterdag 19 maartSint-Jozef bedevaart naar de St-Jozef kapel in Kapellen, bij Antwerpen (B). Met nadien een bezoek aan het graf van Herman Wijns. Prijs car € 32,00 Info: A. Demeyer-Maertens V., Vredestraat 80, 8310 St.-Kruis, e-mail: antoinedemeyer51@hotmail.com

Zondag 27 maart, gebedsmiddag LKZ Valkenburg (Proost Pastoor J. Burger) van 15.00 tot 16.00 uur: gebeds- en Aanbiddingsuur met o.a. (Barmhartigheids)rozenkrans, liederen, biechtgelegenheidAansluitend gezellig samenzijn in de parochiezaal. Locatie: RK kerk van Berg en Terblijt. Info: legioenkleinezielen@live.com

Boek van de Barmhartige Liefde (Hoofdstuk 20)

Uittreksels uit de eerste vier boeken van de

“De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen”

van 1965 tot en met 1995

over het “Levend boek van de Barmhartige Liefde”

Hoofdstuk 20

a) Redding

Op aarde zijn er twee werelden; de wereld van hen die gered zijn en de wereld die nog moet gered worden.

B4-127: B 15-9-91

Diegenen zullen nochtans gered worden die, nog tijdens dit leven, tot inkeer zullen komen door een oprecht berouw over hun zonden.

B4-58: B 18-5-91

Wie de redding wenst zal gered worden.

B1-373: B 15-6-68

Bemin, houd niet op te beminnen! Niemand zal ooit de prijs kennen van een ziel die moet gered worden.

B3-157: B 2-10-80

b) Aankloppen

Er is een sterkere verzadiging van het kwaad. Er is een redmiddel op komst! Doorheen het lijden kom Ik waarschuwen, zuiveren, heiligen, genezen, redden en ingrijpen (doorheen het lijden kom Ik = aankloppen).

B4-43: B 104-91

Met is noodzakelijk dat de lijdende ziel mijn hulp met heilig geduld verwacht, en Ik kom! Ik zal komen om haar te vertroosten, haar sterker te maken en waardig om mijn Genaden te ontvangen, omdat mijn Liefde sterker is dan haar angst (Ik kom = aankloppen).

B4-164: B 3-11-91

Mijn Liefde en mijn Gerechtigheid zullen inéénvloeien om te verwelkomen en te straffen, om de verloren zonen te verwelkomen die tot rede kwamen, om de ongerechtigheid te bestraffen van een wereld die koppig weerstaat aan Mijn waarschuwingen. Ik heb hen benaderd, Ik heb ze gepeild, Ik heb elke ziel aangekeken, Ik probeerde een open deur te vinden om (Ik heb aangeklopt) in hun hart binnen te raken.

B4-277: B 2-4-92

Op een dag kom Ik in het Leven van ieder mens, wie hij ook zij. Dan volstaat het zijn hand uit te steken om Mij te grijpen (kom Ik = aankloppen).

B4-384: B 16-8-92

Wilt ge dat Ik het u zeg: “Zij die weigeren hun hart te openen voor de Liefde die aan hun deur klopt, zijn reeds verloren.”

B2-694: B 15-11-79

Ik maak maar gebruik van de roede (verplichtende manier) wanneer Ik vruchteloos alle andere middelen heb uitgeput.”

B1-211: B 24-1-67

c) Genezen

Al ben Ik goed, toch kan Ik ook straffen. Hoe dieper het kwaad zit, des te pijnlijker is de wonde. Men moet lijden om te genezen. Laat het lijden bron van Wijsheid en van Licht worden voor de ziel die in de duisternis van de zonde verkeert. “Ik ben het Licht van de wereld.”

B1-445: B 7-2-71


d) Vergeving

Vertel aan de arme zondaars, hoezéér Ik ernaar verlang hen te beminnen en te vergeven.

B1-106: B 10-6-66

Wie zich voor Mij vernedert en zijn fouten bekent met een waarachtig berouw, verkrijgt van Mij vergeving.

B1-155: B 23-9-66

Komt bij Mij om vergeving, Ik zal u troosten, Ik zal u nieuw maken, Mijn Mart wacht op u en bemint u, niettegenstaande uw fouten, uw ongerechtigheden.

B1-316: B 22-8-67

Zijn vergeving en Zijn Liefde zijn één en hetzelfde, en uw zonden verwijderen Hem niet voor eeuwig van u.

B1-412: B24-10-69

De zondaar moet zich bekeren wil hij vergeving krijgen.

B1-260: B 12-4-67

Mijn vergeving wordt u geschonken door het boetesacrament.

B1-391: B 18-9-68

Ik ben uw vergiffenis, Ik ben Barmhartigheid. Ik kijk enkel naar uw berouw, maar wat verlangt ge nog meer van uw Grote Vriend? Spreek en stort uw hart uit bij uw Jezus.

B4-629: B 9-1-95

Als voor kleine verloren zonen die spijt hebben over hun fouten, zo zal de hemelse Vader zijn armen voor hen openen.

B1-354: B 26-2-68



e) Zuivering

Mijn kinderen, Ik verlang uw hart, naar uw ganse ziel. Ik wil doordringen tot in het diepst van uw wezen. Ja, Ik wil uw centrum zijn en van daaruit u zuiveren en u hervormen.

B4-158: B 27-10-91

Uit hun binnenste komt het kwaad, uit hun binnenste moet ook de bekering komen. Ze zullen getroffen worden aan de Bron (Liefde). Vandaar zal ook de vernieuwing komen (zuivering) en zal Mijn Rijk gevestigd worden over gehéél de wereld.

B-1-514: B 16-4-74

De krachten van Goed en Kwaad zijn aan het Werk.

B4-491: B 17-4-93

Het begin van de tunnel is halfduister, zijn doortocht is een nacht‚ zijn einde is een dageraad. Alles slaapt, volgens de sterkte van de uitzuivering.  

B2-471: B 11-10-79


f) Barmhartigheid

Mijn Barmhartigheid; het is de tedere verwelkoming door mijn goddelijk Hart van hen die mijn Barmhartigheid opspoort en hen die Haar, mééstal onbewust, in hun ellende zoeken.

B2-467: B 6-1-79

Ik ben uw vergiffenis, Ik ben Barmhartigheid. Ik kijk enkel naar uw berouw, maar wat verlangt ge nog méér van uw Grote Vriend? Spreekt en stort uw hart uit bij uw Jezus.

B4-629: B 9-1-95

Twijfel nooit, nooit aan mijn Barmhartigheid.

B4-294: B 20-4-92

Mijn Barmhartigheid hunkert ernaar zich te delen. Ze wordt in bedwang gehouden door mijn Gerechtigheid.

B1-60: B 22-10-65

Ik zeg het u, de groten zullen op hun knieën vallen, met het voorhoofd gebogen tot in het stof, dat ze zelf zullen worden. Tevergeefs zullen ze mijn medelijden inroepen, omdat alléén angst hen zal doen beven en kreunen. Tot op het laatste moment van hun leven zullen ze God verloochend hebben. Omdat ze zich schaamden om Mij, zal Ik, dat zeg Ik u, Mij schamen om hen bij mijn Vader.

B4-384: B 16-8-92

Herinner u alles, maar wees voor niets bang, want voorwaar, Ik zeg u; omdat ge Mij hebt liefgehad heb Ik alles vergeten en vergeven.

B1-356: B 21-3-68

Als ge Mijn Goedheid kent, kunt ge zelf goed zijn. Als ge Mijn Barmhartigheid voor de zondaars kent, kunt ge zelf slechts barmhartigheid zijn. Mijn Barmhartigheid oordeelt niet, ze is Vergeving.

B2-274 :B 18-1-78

Het hart van de mensen gaat maar open onder de inwerking van de genade (barmhartigheid en vergeving).

B2-603: B 12-6-79

Het hart (met een fijngevoeligheid) zorgt ervoor de Liefde in alle richtingen te sturen, zoals de longen de taak hebben zuiver bloed in alle delen van het lichaam te brengen en alle onzuiverheden af te voeren die het op zijn weg ontmoet. Nadat het in de longen gezuiverd is, wordt het bloed naar het hart gevoerd dat bij elke hartslag wordt vernieuwd. Zo gaat de Liefde door het menselijk hart héén, terwijl het hart de Liefde terugstuurt naar haar Bron (Barmhartigheid – zuivering), nadat ze beladen is met alle onvolmaaktheid en ellende die ze op haar weg ontmoette. Onvermoeibaar vervult de Liefde, zoals de longen, haar zuiveringstaak en stuurt jeugdig en voedend bloed naar de ontvankelijke ziel. Dezelfde, heen en weergaande beweging zal echter nodig zijn om de openstaande ziel van haar kwade neigingen te ontdoen. Ziedaar de rol van de Liefde en van het hart dat ervoor ontvankelijk is. Zo werkt de Barmhartigheid (en zuivering – genade).

B2-301/302: B 16-3-78

Data H. Lof maand maart St. Jozef Smakt

Data: 6 maart, 13 maart, 20 maart en 27 maart 2022.

Door een van de priesters: deken Ed Smeets, pastoor Martinus Rijs of pastoor Jack Geudens.

Aanvang: 15.00 uur.

Aan het begin van deze Veertigdagentijd

Lezing: Lev.19,1-18. Evangelie: Mt.25,31-46.

Gedachtenis van de H. Perpetua en de H. Felicitas. 

We zijn opnieuw de Veertigdagentijd binnengegaan als voorbereiding op het Pasen van de Heer. Hiermee zijn we ook begonnen aan onze geestelijke weg door de woestijn van ons leven. Het zal geen gemakkelijke weg zijn, ieder van ons komt vroeg of laat in zijn of haar leven obstakels tegen of loopt tegen moeilijkheden aan. We zullen door de ‘droogte’ en de ‘hitte’ van ons geestelijk leven heen moeten. Alleen dit brengt ons in het beloofde land. Zonder tegenslag en moeite zullen we dat land nooit bereiken. Zo mogen de martelaressen Perpetua en Felicitas, waarvan wij vandaag de gedachtenis vieren, een voorbeeld voor ons zijn. Beiden waren nog jong en geloofsleerlingen. Perpetua was van goede afkomst en Felicitas was haar slavin. Deze beide vrouwen, rijk en arm, werden vanwege hun bekering tot het christendom voor de wilde beesten geworpen en met het zwaard gedood. Wetend wat hen te wachten stond hebben ze toch standgehouden, hebben ze niet opgegeven. Hoe gemakkelijk geven wij niet op. Voor veel minder leggen wij het bijltje erbij neer en gooien het op een akkoordje met de wereld en verwijderen ons van Onze Lieve Heer. Laten wij ons inspannen en met vallen en opstaan onze geestelijke weg door de woestijn gaan. En waar we dreigden op te geven, waar wij een andere weg wilden bewandelen dan die God ons voorhoudt, is vergeving vragen op zijn plaats.

Wie van ons kent het niet? Tijdens een spel, tijdens de gymlessen op school of bij het verenigingsleven moesten vaak twee groepen gemaakt worden. Daar stonden we dan, hopend in de goede groep gekozen te worden, een groep waar de ‘betere spelers’ toe behoorden, Voor sommigen liep een dergelijke keuze uit op een tegenslag, zeker als je als laatste gekozen werd en dan je toevlucht moest nemen tot de mindere ‘club’, Dat je als laatste gekozen werd zei al genoeg. Men zag niets in je, men beschouwde je als een buitenbeentje. Als dit maar vaak genoeg gebeurt, zeker ook op andere terreinen van het leven, dan kan dat uiteindelijk negatieve psychische gevolgen hebben.

Vandaag horen wij dat God de mensen ook in twee groepen verdeelt. Hij maakt een scheiding tussen schapen en bokken. Hoe we het ook wenden of keren, vroeg of laat zullen we ons bij één van de twee groepen moeten voegen. En zeg eerlijk, we hopen in de goede groep terecht te komen. Nu zal het niet van de Kiezer afhangen in welke groep wij terecht komen. Het hangt helemaal van onszelf af. We zullen door de keuze ‘afgerekend’ worden op hetgeen wij voor onze medemens gedaan hebben. Dit is niet niks, want het is het tweede gebod dat Onze Lieve Heer ons voor ogen houdt en het is even belangrijk als het eerste: God beminnen en de naaste beminnen als jezelf (Mt. 22,38-39). In de eerste lezing van vandaag ontvangen wij richtlijnen hoe te handelen. In het evangelie wordt van ons gevraagd om ons in te zetten voor de geringen, want al wat wij voor hen doen, dat doen we voor Onze Lieve Heer. De voorbeelden die Jezus opsomt kunnen we letterlijk nemen.

Wij worden uitgenodigd om ons in te zetten voor mensen die honger en dorst lijden, voor hen die ziek zijn, die gevangen zitten, die als vreemdeling in ons midden verblijven en mensen die weinig of niets bezitten om zich te kleden. Deze voorbeelden mogen we ook geestelijk opvatten. We denken al snel bij de groep te horen die niet behoeftig is, we wanen ons met ons leven rijk terwijl wij vaak zo arm zijn als Job omdat we een levende verwantschap met God missen. Snakken wij nog naar het levende Woord van God! In geestelijke zin mogen we ons rekenen bij de mensen die honger hebben, die dorst lijden, die ziek zijn en gevangen zitten in het wereldse, die een ziekelijke drang hebben naar dingen die ons van God afhouden. Als we deze werkelijkheid tot ons laten doordringen dan is de slotsom niets anders dan dat wij ons voor elkaar kunnen, ja zelfs dienen in te zetten. Als we elkaar de rug toekeren, dan draaien we Christus de rug toe. Hier zullen we uiteindelijk op afgerekend worden. Waar we verantwoording voor moeten afleggen is of we Christus in onze naaste herkend hebben.

God zal ons nooit beschouwen als een buitenbeentje of nietsnut. In zijn ogen zijn we waardevol. Hij verafschuwt niet wat Hij geschapen heeft. Laten we een verstandige keuze maken om in de goede groep terecht te komen, de groep die in Gods ogen goed is en die ons tot bij Hem brengt. Deze weg zal niet altijd even gemakkelijk zijn maar zij laat ons niet verdwalen in de woestijn van ons leven en zal ons leven ‘rijk’ maken.

BB16

Vandaag H. Lof 15.00 uur St Jozef Smakt

Datum: 6 maart. Priester: pastoor Geudens.

Over St Jozef – Zr. Maria van Agreda

H. Maagd Maria spreekt tot Maria van Agreda over St. Jozef 

“Mijn dochter, wel hebt gij geschreven dat mijn Bruidegom Jozef onder de heiligen en vorsten van het hemelse Jeruzalem een buitengewoon hoge rang bekleedt, maar weet ook dat zijn verheven heiligheid noch door u kan beschreven worden, noch door enig sterveling kan begrepen worden. Pas nadat men tot de aanschouwing van Gods Aanschijn gekomen is, zal men tot zijn zeer grote verwondering en onder lofprijzing van de Heer het geheim van Jozefs grootheid aanschouwen en begrijpen.

In het oordeel zullen vele verworpenen het betreuren dat zij, verblind door hun zonden, zulk een machtig en werkdadig middel ter zaligheid, zoals de voorspraak van Jozef is, niet gekend en niet gebruikt hebben. Het zou hen geholpen hebben om de vriendschap van de rechtvaardige Rechter terug te winnen!

Weinigen kennen de macht van Jozefs voorspraak bij de goddelijke Majesteit en bij Mij. Ik verzeker u, mijn geliefde dochter, dat hij in de hemel één van de intiemste vertrouwelingen is van de Heer, en zeer veel vermag om de straffen van de goddelijke rechtvaardigheid van de zondaars af te wenden. Toon u dankbaar voor de openbaringen, die u over mijn Bruidegom gegeven zijn. Uw leven lang moet gij in godsvrucht tot hem trachten toe te nemen. Wendt u in al uw noden tot hem om zijn voorspraak, en verspreid ijverig de godsvrucht tot hem. Tracht vele vereerders voor hem te winnen. Vooral moeten uw geestelijke dochters in godsvrucht tot hem uitmunten, want alles waarom mijn Bruidegom bidt in de Hemel, ontvangen zijn vereerders op aarde uit de hand van de Allerhoogste.”


De maand maart is traditioneel toegewijd aan St.Jozef. Daarom willen we ons bezinnen over zijn leven. Dit doen we aan de hand van teksten van de Zalige A.K. Emmerick en de Eerbiedwaardige Maria Agreda.

Maria krijgt Jozef tot Bruidegom toegewezen

Op dit ogenblik was de tijd van Maria’s verblijf in de tempel ten einde. Zij was 14 jaar en had 11 jaar in de tempelgebouwen gewoond. Tempel zelf was klein, maar het gebouwencomplex was uitgestrekt en ingewikkeld. Toen ze dus nu huwbaar geworden was, volgens de gebruiken van die landen, waar men vroeg rijp is, werd haar door de priesters bekend gemaakt dat zij de tempel moest verlaten en zich op een huwelijk voorbereiden. Zij antwoordde dat zij wenste in het huis van God te blijven, daar zij zichzelf en haar maagdelijkheid aan God toegewijd had. Maar haar redenen werden niet aanvaard. Ondertussen ontving een heilige hogepriester, die God omtrent Maria’s bestemming raadpleegde, in een visioen de opdracht de ongehuwde manspersonen uit de familie van David in de tempel samen te roepen. Dan zou door een wonder te kennen gegeven worden wie van hen tot Maria’s echtgenoot bestemd was. Ten gevolge hiervan was het dat Jozef uit Tiberias bij Samaria naar de tempel ontboden werd: wiens tak of staf in het heiligdom zou gaan bloeien, zou die uitverkoren bruidegom zijn.

De handeling en uitslag van het onderzoek beschrijft A.K. Emmerick uitvoerig. Terwijl zij spreekt van een staf die gaat bloeien, maakt Maria van Agreda gewag van een dorre tak die groen wordt. Het wonder is in de grond hetzelfde, met een detailverschil, en bovendien kan hierdoor hetzelfde bedoeld worden.

Op het ogenblik dat Jozef zijn bloeiende of groen geworden staf terug kreeg, daalde volgens A.K. Emmerick een helder licht op Sint Jozef, als ontving hij de H. Geest en, zo bepaalt Maria Agreda nader, in dit licht zweefde een witglanzende duif uit de hoogte op het hoofd van Jozef neer. Deze hoorde tegelijkertijd een stem zeggen: “Maria is tot uw bruid bestemd, neem haar met ontzag en eerbied tot u, want zij is gans rein naar ziel en lichaam, rechtvaardig en heilig in mijn ogen: zij is het voorwerp van Mijn welbehagen.”

Jozef en Maria bewaren hun maagdelijkheid

In de openbaringen van de H. Brigitta, waarin O.L. Vrouw voor Brigitta haar heiligheid en algehele Godgerichtheid vanaf haar eerste levensdagen beschreef, staat het volgende: “Toen ik vernam dat God uit een Maagd zou geboren worden om de wereld te verlossen, vervulde mij zulk een liefde tot Hem, dat ik aan niets, tenzij aan Hem wilde denken en niets verlangde buiten Hem. Ik vermeed de omgang met mensen, zelfs familieleden en zocht God alleen. Ook wilde ik niets bezitten. Alles waarover ik beschikken kon en mocht, schonk ik aan behoeftigen. In God alleen vond ik smaak. Ik wenste hartstochtelijk dat ik zou mogen leven tot de tijd van Gods geboorte en het was mijn vurigste wens de geringe onwaardige dienstmaagd van Zijn Moeder te mogen zijn. In mijn hart wijdde ik Hem onder belofte, indien het Hem aangenaam was, mijn maagdelijkheid toe en niets wilde ik op aarde bezitten (dus ook geen man). Indien God het echter anders wilde, mocht Zijn wil geschieden en niet de mijne.”

Jozef had ongeveer dezelfde visie. Hij had nog nooit aan een huwelijk gedacht en leidde in de eenzaamheid een leven van arbeid en gebed. Hij bezat in de hoogste graad de gave van beschouwing. God alleen was het doel van zijn leven. Maria van Agreda zegt: “De Allerhoogste verleende aan Jozef de volkomenste heerschappij over zijn natuur, zodat hij zonder enig gevaar voor zijn belofte, Maria kon dienen en zodoende ook de goddelijke wil volbrengen in bewonderenswaardige reinheid. Jozef was van een onvergelijkelijke zedigheid en bescheidenheid, rechtvaardig en onberispelijk voor God en de mensen, volmaakt kuis in werken en gedachten; hij leidde een allerzuiverst leven; hij was de meest kuise en heiligste van alle mannen. Hij stak vol heilige verlangens en hemelse neigingen.

Maria zei tegen de H. Brigitta van Zweden: “Hij was zo aan de wereld en het vlees afgestorven dat alleen een bevel van God hem ertoe kon brengen te huwen en mij tot vrouw te nemen. Maar God hielp hem hierbij, vooral door de woorden die Hij tot Jozef richtte, terwijl hij de bloeiende staf in de hand hield. De H. Geest fluisterde hem die toe en stelde hem meteen gerust omtrent zijn zuiverheid.”

Zodra Maria Jozef, na hun huwelijk, van haar belofte op de hoogte had gebracht, kwamen zij aanstonds overeen om in het huwelijk een middel te zien tot wederkerige bescherming en hulp in het nakomen van hun belofte en in het streven naar de hemelse goederen en de hoogste heiligheid. “Bij onze verloving stelde Jozef zich ten doel,” zo zegt Maria tegen de H. Brigitta, “mij als zijn meesteres te dienen en niet met mij als echtgenoot op gelijke voet te leven. Met zekerheid wist ik ook dat mijn maagdelijkheid ongeschonden zou blijven, hoewel ik volgens Gods raadsbesluiten aan een man zou verbonden zijn.”

In overeenstemming hiermee zegt Maria van Agreda: “In de eerste dagen na de verloving maakte de H. Maagd haar zeer kuise bruidegom bekend dat zij reeds in haar vroegste kindsheid de belofte aan God had gedaan van Hem in eeuwige maagdelijkheid te dienen. Jozef was daarover hoog verblijd en bekende dat hij als twaalfjarige knaap dezelfde belofte had gedaan. En beiden waren wonderbaar getroost.” Nu nam Jozefs eerbied en ontzag voor Maria nog toe en vermeerderde, naargelang hij haar als ooggetuige aan het werk zag en haar heiligheid van nabij kon vaststellen. Niet zelden werd hij door buitengewone verschijnselen in Maria verrast en getroffen. Het was niet zo ongewoon dat hij haar in extase aantrof, waarbij Maria met stralend aangezicht zich omhoog geheven boven de grond zweefde. “Dit boezemde hem een eerbied en ontzag in”, verzekert Maria van Agreda, “die niet met woorden te beschrijven zijn. De volheid der genade en aller deugden was aan Jozef geschonken, opdat hij een waardig bruidegom en beschermer zou zijn van haar die de Heer tot Zijn Moeder had gekozen. ”

Wederkerige liefde tussen Maria en Jozef

Aan de hogere en ware liefde ligt wederkerige waardering en hoogachting ten grondslag. Deze hoogachting voor de andere was bij Jozef en Maria onbegrensd en daarom kende hun liefde geen grenzen. Zij vonden vreugde en behagen in elkaar, maar een vreugde die voortvloeide uit de kennis ven elkanders begenadiging en die derhalve geheel geestelijk en hemels was. “Mijn uitverkiezing”, zo sprak Jozef tot een heilige priester, “bracht mij aan de zijde van Jezus en Maria, en dit betekende voor mij een voortdurende diepe verootmoediging. Immers, Jezus was de mensgeworden God en Maria, Zijn Moeder, was de zuiverste spiegel van de maagdelijkheid. Mijn oog kon nauwelijks hun zuivere aanblik verdragen, zo onwaardig voelde ik mij aan hun zijde, zo klein tegenover zoveel grootsheid. Ik beschermde hen met jaloerse ijver, zoals men de grootste zorg draagt voor een enige kostbare parel.” Die geestelijke liefde tussen Jozef en Maria had ook voor het dagelijkse leven haar gevolgen. Die heilige echtgenoten bewezen mekaar met vreugde en om strijd de nederigste diensten.

Zodra Jozef op de hoogte was van Maria’s uitverkiezing tot Moeder van God, diende Jozef haar met nog grotere eerbied dan voorheen, als zijn meesteres, maar ook zij verootmoedigde haar in zijn dienst tot de nederigste werken, zo vertelde Maria aan de H. Brigitta. Maria Agreda vertelt:” Zodra Jozef Maria’s waardigheid als Moeder van God had leren kennen, was zijn bewondering voor haar zo groot dat hij als een ander mens geworden was. Hij nam dan ook het besluit zich in het vervolg nog eerbiediger jegens de hemelkoningin te gedragen dan voorheen, ofschoon reeds vroeger die eerbied niets te wensen overliet.”

Maria vertelde ook nog aan de H. Brigitta: “Jozef diende mij zo, dat ik nooit uit zijn mond een ongeduldig, toornig, oppervlakkig, laat staan lichtzinnig woord vernam. Hij was geduldig in de armoede, die wij streng beoefenden, tevreden met het noodzakelijke: al het overtollige schonken wij weg aan de armen.” A.K. Emmerick vertelt dat hij het geduldig verdroeg toen men hem zijn loon niet betaalde en men misbruik maakte van zijn goedheid.

Het dienstbetoon was wederkerig, het was als het ware een wedstrijd wie van hen beide het hoofd zou zijn en aan de andere bevelen, want alle twee wilden zij de onderdaan zijn. Maar toch droeg in ootmoed de zege weg, zij die de deemoedigste der deemoedigen was, de H. Maagd, want zij beriep zich op het recht en gedoogde niet dat de natuurlijke orde omgekeerd zou worden: volgens haar is de man toch het hoofd zo van vrouw als van gezin. In alles wilde zij haar echtgenoot onderdanig zijn. Ze vroeg slechts dat ze vrij mocht blijven om aalmoezen te geven, en de H. Jozef stond dit graag toe. Op zijn beurt vroeg Jozef haar veelvuldig waarmee hij haar een dienst kon bewijzen.

Uit: De heerlijkheden van Sint Jozef, Antwerpen, 1978

Origineel gepubliceerd op Crux Ave Spes Unica