Aan het begin van deze Veertigdagentijd

Lezing: Lev.19,1-18. Evangelie: Mt.25,31-46.

Gedachtenis van de H. Perpetua en de H. Felicitas. 

We zijn opnieuw de Veertigdagentijd binnengegaan als voorbereiding op het Pasen van de Heer. Hiermee zijn we ook begonnen aan onze geestelijke weg door de woestijn van ons leven. Het zal geen gemakkelijke weg zijn, ieder van ons komt vroeg of laat in zijn of haar leven obstakels tegen of loopt tegen moeilijkheden aan. We zullen door de ‘droogte’ en de ‘hitte’ van ons geestelijk leven heen moeten. Alleen dit brengt ons in het beloofde land. Zonder tegenslag en moeite zullen we dat land nooit bereiken. Zo mogen de martelaressen Perpetua en Felicitas, waarvan wij vandaag de gedachtenis vieren, een voorbeeld voor ons zijn. Beiden waren nog jong en geloofsleerlingen. Perpetua was van goede afkomst en Felicitas was haar slavin. Deze beide vrouwen, rijk en arm, werden vanwege hun bekering tot het christendom voor de wilde beesten geworpen en met het zwaard gedood. Wetend wat hen te wachten stond hebben ze toch standgehouden, hebben ze niet opgegeven. Hoe gemakkelijk geven wij niet op. Voor veel minder leggen wij het bijltje erbij neer en gooien het op een akkoordje met de wereld en verwijderen ons van Onze Lieve Heer. Laten wij ons inspannen en met vallen en opstaan onze geestelijke weg door de woestijn gaan. En waar we dreigden op te geven, waar wij een andere weg wilden bewandelen dan die God ons voorhoudt, is vergeving vragen op zijn plaats.

Wie van ons kent het niet? Tijdens een spel, tijdens de gymlessen op school of bij het verenigingsleven moesten vaak twee groepen gemaakt worden. Daar stonden we dan, hopend in de goede groep gekozen te worden, een groep waar de ‘betere spelers’ toe behoorden, Voor sommigen liep een dergelijke keuze uit op een tegenslag, zeker als je als laatste gekozen werd en dan je toevlucht moest nemen tot de mindere ‘club’, Dat je als laatste gekozen werd zei al genoeg. Men zag niets in je, men beschouwde je als een buitenbeentje. Als dit maar vaak genoeg gebeurt, zeker ook op andere terreinen van het leven, dan kan dat uiteindelijk negatieve psychische gevolgen hebben.

Vandaag horen wij dat God de mensen ook in twee groepen verdeelt. Hij maakt een scheiding tussen schapen en bokken. Hoe we het ook wenden of keren, vroeg of laat zullen we ons bij één van de twee groepen moeten voegen. En zeg eerlijk, we hopen in de goede groep terecht te komen. Nu zal het niet van de Kiezer afhangen in welke groep wij terecht komen. Het hangt helemaal van onszelf af. We zullen door de keuze ‘afgerekend’ worden op hetgeen wij voor onze medemens gedaan hebben. Dit is niet niks, want het is het tweede gebod dat Onze Lieve Heer ons voor ogen houdt en het is even belangrijk als het eerste: God beminnen en de naaste beminnen als jezelf (Mt. 22,38-39). In de eerste lezing van vandaag ontvangen wij richtlijnen hoe te handelen. In het evangelie wordt van ons gevraagd om ons in te zetten voor de geringen, want al wat wij voor hen doen, dat doen we voor Onze Lieve Heer. De voorbeelden die Jezus opsomt kunnen we letterlijk nemen.

Wij worden uitgenodigd om ons in te zetten voor mensen die honger en dorst lijden, voor hen die ziek zijn, die gevangen zitten, die als vreemdeling in ons midden verblijven en mensen die weinig of niets bezitten om zich te kleden. Deze voorbeelden mogen we ook geestelijk opvatten. We denken al snel bij de groep te horen die niet behoeftig is, we wanen ons met ons leven rijk terwijl wij vaak zo arm zijn als Job omdat we een levende verwantschap met God missen. Snakken wij nog naar het levende Woord van God! In geestelijke zin mogen we ons rekenen bij de mensen die honger hebben, die dorst lijden, die ziek zijn en gevangen zitten in het wereldse, die een ziekelijke drang hebben naar dingen die ons van God afhouden. Als we deze werkelijkheid tot ons laten doordringen dan is de slotsom niets anders dan dat wij ons voor elkaar kunnen, ja zelfs dienen in te zetten. Als we elkaar de rug toekeren, dan draaien we Christus de rug toe. Hier zullen we uiteindelijk op afgerekend worden. Waar we verantwoording voor moeten afleggen is of we Christus in onze naaste herkend hebben.

God zal ons nooit beschouwen als een buitenbeentje of nietsnut. In zijn ogen zijn we waardevol. Hij verafschuwt niet wat Hij geschapen heeft. Laten we een verstandige keuze maken om in de goede groep terecht te komen, de groep die in Gods ogen goed is en die ons tot bij Hem brengt. Deze weg zal niet altijd even gemakkelijk zijn maar zij laat ons niet verdwalen in de woestijn van ons leven en zal ons leven ‘rijk’ maken.

BB16

Een reactie op “Aan het begin van deze Veertigdagentijd

Reacties zijn gesloten.