De kleine ziel en de Heilige Communie

DE KLEINE ZIEL EN DE HEILIGE COMMUNIE

Het heilig Sacrament van het kostbaar Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus, is voedsel voor onze ziel, is drank voor onze ziel. Het heilig Sacrament van zijn kostbaar Lichaam en Bloed als hét voedsel voor de kleine ziel. De kleine verborgen Jezus voor een kleine, verborgen ziel. De kleine verborgen Jezus voor een grote wereld, die zich geeft aan een kleine ziel met een missie en boodschap van Barmhartige Liefde voor geheel de wereld.

“De kleine boodschapster van mijn liefde”

Op straat, thuis, in de kerk, bij het ontwaken, bij het slapen gaan, tijdens een bezoek, na een bezoek, tijdens haar gebed, na een gesprek, een moeilijkheid… Als Jezus tot haar spreekt en boodschapt, als zij tot Jezus spreekt, als zij spreken met elkaar, het kan overal en altijd zijn. Waar ook, wanneer ook.

De verrezen Heer is niet gebonden aan tijd en ruimte. Is het niet dat Hij op de eerste dag van de week, met Pasen, temidden van de leerlingen staat, terwijl de deuren van de zaal gesloten waren! Ze hadden zich opgesloten. Ze waren bang. En dan staat de verrezen Heer in hun midden, geen inbeelding, geen spook, geen geest. Hij staat daar, in hun midden, toont hun Zijn Lichaam, de wonden in zijn Lichaam. Zijn verheerlijkt Lichaam dat de kruiswonden draagt. Het is echt. Hij laat zich aanraken, Hij eet wat brood, wat vis. Hij is waarlijk uit de dood opgestaan, verrezen! Met een verheerlijkt Lichaam is Hij in hun midden en spreekt tot hen, tot hun hart, en schenkt hen zijn Geest, een Geest van verzoening en goddelijke Barmhartigheid: “ontvangt de heilige Geest. Aan wie Gij de zonden vergeeft zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft zijn ze niet vergeven” (Joh. 20,22-23). Hij schenkt hen de geest van zijn Barmhartige Liefde, die verzoent, vergeeft, wonden geneest. Met een verheerlijkt Lichaam staat Hij in hun midden, terwijl de deuren van de verblijfplaats gesloten waren, niet aan tijd en ruimte gebonden, en Hij toont aan die éne, Thomas, en door hem aan ieder van ons, zijn zijde, de openbaring van zijn Goddelijke Barmhartigheid! Het Lichaam van de Verrezene heeft een Hart. Een Hart gevuld met Barmhartige Liefde, met een Goddelijke Barmhartigheid, die met ons communiceert en Zich aan ons geeft en meedeelt. En het is niet zozeer Thomas die de geopende zijde aanraakt, als wel Thomas die door de Verrezen Heer en zijn Goddelijke Barmhartigheid wordt aangeraakt; hij komt op dat ene moment van aanraking tot die uitroep: “Mijn Heer en mijn God!” (Joh. 20,28).

Overal en altijd kan de Verrezen Heer ons tegemoet treden en ons roepen: “Kom hier…”. Op een heel bijzondere wijze, die Hij zelf heeft gewild, komt Hij tot ons in de Eucharistie. Zoals Hij die zelf heeft ingesteld, tijdens het paasmaal: “Dit is mijn Lichaam dat voor U gegeven wordt”(Lc. 22,19), “Dit is mijn Bloed, dat voor U vergoten wordt” (Lc. 22,20).

Op heel bijzondere manier komt het intiem gesprek tot stand in de Eucharistie. Bij de consecratie. Bij de Communie. Gesprek wordt stilte. Stilte is ook bidden. Gesprek wordt aanbidding, een aanbiddelijke blik.

J: En dit, kind, is dat inbeelding? … Enkele ogenblikken maar, een gewone aanbiddelijke blik, en Ik vernieuw u helemaal. (25 februari 1966)
J: Twee blikken die elkaar kruisen. Twee harten die zich verenigen. (bij de consecratie, 15 maart 1966)

Een aanbiddelijk woord: “Mijn Heer en mijn God”. Een zwijgen, zoals bij de Communie op 27 april 1966:

M: Mijn God, ik heb U lief… Wat kan ik U anders zeggen?
J: Zeg niets. Uw zwijgen zegt alles.
M: O Geliefde, wie zal ooit kunnen begrijpen welke wonderen Gij in de zielen bewerkt.

Gesprek wordt vereniging, communio. Een één-zijn van Jezus en de ziel.

J: Hier zijn wij beiden, gij en Ik… (12 februari 1966)

Hij is dan zo dichtbij:

M: Ik ben zo dichtbij U Jezus, ik bemin U zozeer!
J: Vanmorgen waart ge nog dichter bij Mij. (18 februari 1966)

En Jezus zelf ziet naar deze vereniging uit:

J: Met welk een genot neem Ik elke morgen uw ziel in bezit. Ik ben! Gij zijt! Wij zijn! (17 maart 1966)
J: (voor de communie) Zo nabij, zo nabij! Ik ben even ongeduldig om met uw hart te versmelten als gij om in Mij op te gaan. (9 mei 1966)

En wie het sacramenteel Lichaam van Christus ontvangt, het heilig Sacrament des altaars, wordt nog meer ingelijfd in het mystieke Lichaam van Christus, de Kerk. Als het ene lidmaat lijdt dan lijdt het andere mee. We dragen elkaar, we bidden voor elkaar. Christus draagt ook op voor elkaar te bidden. Wie het sacramentele Lichaam van Christus ontvangt, draagt zorg in het bijzonder voor de zielen die behoren tot het mystieke Lichaam van Christus. In het heilig sacrament is Jezus geheel aanwezig, Lichaam en Bloed, Ziel en Godheid van Jezus. Dit sacrament verbindt ons met zielen, kleine zielen, zielen die gebed nodig hebben:

J: Hier zijn wij beiden, gij en Ik… Draag uw communie op voor deze ziel. Ze heeft het nodig. (12 februari 1966)

In de heilige Communie smaken we de grootheid van Zijn liefde. Toen Marguerite het druk had met de voorbereiding van de plechtige Communie van haar jongste zoon:

J: Hecht aan de dingen niet meer belang dan ze hebben en ge zult er niet verstoord door raken. Wilt ge de grootheid van mijn liefde smaken, dan moet ge zeer klein blijven. (28 april 1966)

Het allerheiligst Sacrament des altaars waarin we Hem ontvangen die het “Brood uit de Hemel” (Joh. 6,51) is, doet ons op deze Hemel meer en meer richten, doet ons meer naar het hemelse verlangen:

J: Groei in mijn liefde. Kom mijn welbeminde, kom! Hoe kleiner ge wordt, des te meer zult ge de vreugde kennen, te beminnen, u zelf te geven, u zelf te verloochenen. Wees belust op hemelse goederen. Hadt ge er enig idee van! De volheid der liefde is niet van deze wereld. (…) In de zwakheid openbaart zich mijn kracht. (2 maart 1966)

Dit verlangen naar de Hemel dat tijdens de Mis en in de heilige Communie gevoed wordt, is niet een “naar de hemel staren” (Hand.1,11). Het voedt tegelijk ook het verlangen de wereld in te gaan om “de kleine boodschapster van zijn liefde” te zijn. Je kunt je daarin als kleine ziel zwak voelen, maar Zijn kracht komt juist in zwakheid tot ontplooiing. In dit geestelijk voedsel van de Eucharistie rust Hij je toe met zijn Geest, zoals Jezus haar tijdens de Communie toevertrouwt:

J: Mijn Geest spreekt tot uw geest en mijn Hart tot uw hart. (2 maart 1966)

Het geestelijk voedsel van de Eucharistie wakkert in ons hart het missionaire verlangen en vuur aan:

J: Hoe groter uw verlangens, des te groter uw liefde. Verlang met al uw krachten naar het Rijk van mijn liefde in de wereld! Verlang naar mijn glorie! Verlang naar de bekering van de volkeren! En verlang naar de vrede voor al mijn kinderen! (na de Communie, 16 mei 1966)

Waartoe is Hij op aarde gekomen? “Vuur ben Ik op aarde komen brengen. En hoe verlang Ik dat het reeds oplaait” (Lc. 12,49). Waartoe komt Hij tot ons, in de Communie? Om dit vuur en verlangen aan te wakkeren in onze ziel.

Nadat de verrezen Heer aan de twee leerlingen van Emmaüs is verschenen en zij Hem herkend hebben aan “het breken van brood” (Lc. 24,35), de Eucharistie, is de verrezen Heer opnieuw verschenen aan zijn apostelen. Hij heeft hen wederom moeten overtuigen dat het geen inbeelding was, dat Hij het werkelijk was, met een verheerlijkt Lichaam. Hij gaf hen toen de opdracht naar de volkeren te gaan, de vergeving van de zonden te verkondigen. Ze moeten apostelen zijn van de Goddelijke Barmhartigheid en van de Barmhartige Liefde, aan alle volkeren. Daartoe worden ze met de Geest toegerust. Om die Geest moeten ze bidden.

Het heilig Sacrament, Jezus zelf, ontvangen vraagt zorg en voorbereiding. Het heilig Sacrament vraagt om eerherstel, zo blijkt ook uit één van de vroegste boodschappen:

J: Mij aan een verstokte zondaar geven is een heiligschennis. Ik heb mijn kinderen de vrijheid gegeven, te kiezen tussen goed en kwaad.
Een enkele acte van berouw is de deur waarlangs Ik met spoed de gekwetste ziel van de zondaar binnenga. Heb Ik dan niet mijn Bloed voor allen vergoten? (A9)

En de zorg:

M: Ach Heer, wat zou Ik graag hebben, dat U in een zuiver en oprecht hart werd ontvangen!
J: Oprechtheid is voldoende voor Mij. Mijn tegenwoordigheid zuivert hen van fouten. Wat Ik van u verlang: heiligheid in woord en daad. Een onverdeeld hart in een onverdeelde ziel. ( 31 maart 1966).

Bovenal is er de dankbaarheid voor dit grootste sacrament:

M: Jezus, hoe kan ik U danken voor het geluk dat Gij me elke dag schenkt in de heilige Communie!
J: Lief kind, Ik deel uw geluk. (bij de Communie, 4 juni 1966).

Dank U, Jezus, voor zo’n Barmhartige Liefde die U ons, kleine zielen, schenkt in het Sacrament van Uw kostbaar Lichaam en Bloed, in de heilige Communie!

Brief van Mgr J.P. Delville aan de kleine zielen

Brief van Monseigneur Jean-Pierre Delville, bisschop van Luik, aan de Kleine Zielen

copie-de-img_2810

Dierbare Kleine Zielen,

U zijt in heel de wereld aanwezig! U bidt tot Jezus en U beleeft het evangelie met de hulp van de Boodschap van de Barmhartige Liefde die U vindt in het dagboek van Marguerite! U getuigt van uw geloof en U bewerkt bekeringen in een wereld die dit zo hard nodig heeft! U beleeft de vreugde van het geloof, zoals onze Heilige Vader, Paus Franciscus, vraagt in zijn apostolische exhortatie Evangelii Gaudium.

Ik wil U heel graag aanmoedigen en bemoedigen in het beleven van het geloof en in uw engagement. Om het Legioen van de Kleine Zielen te consolideren heb ik aanvaard dat P. Yves-Marie Legrain, omwille van gezondheidsredenen, zijn ontslag heeft gevraagd als internationale proost van het Legioen Kleine Zielen. Ik dank hem uit de grond van mijn hart voor alles wat hij voor U gedurende 23 jaar gedaan heeft. Als steun en geestelijke raadsman van Marguerite, als opvolger van drie andere geestelijke begeleiders die haar hebben begeleid, is hij in zekere mate medestichter van de Kleine Zielen. Met hart en ziel en met de inzet van al zijn krachten heeft hij zich ten dienste gesteld van deze “beweging”. Hij heeft gewetens wakker geschud, retraites en recollecties gegeven en heel wat artikels geschreven voor het driemaandelijks tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart. Iedereen in het Legioen, zonder onderscheid, lag hem nauw aan het hart. Hij was en hij blijft “de ziel” van de Kleine Zielen!

Het verheugt mij zeer dat ik als opvolger van P. Yves-Marie, als internationale proost van het Legioen Kleine Zielen kan benoemen: Pater Marcel Blanchet, priester van het bisdom Coutances. Enkele jaren geleden is hij in ons bisdom Luik opgenomen en aangesteld als rechterhand en helper van Pater Yves-Marie. Dat is hij gebleven tot vandaag. Zijn onwankelbaar vertrouwen in de Kerk en in het Legioen van de Kleine Zielen, zijn spiritualiteit en zijn hartelijkheid verdienen uw waardering en uw steun.

Ik maak van deze gelegenheid ook gebruik om de nationale proosten, en in het bijzonder E.H. Luc Vanstraelen, interdiocesane proost voor het Nederlandstalig gedeelte van België, te bedanken voor hun toewijding en hun volgehouden inzet in dienst van de beweging van de Kleine Zielen.

Ik dank ook alle leden van de verschillende “Raden” in het Legioen die vrijwillig en gratis zich inzetten voor het werk van de Heer.

Ik vraag U om voor hen allen te bidden. Ik vraag U om vooral te bidden voor de nieuwe internationale proost die zich volledig ten uwen dienste wil stellen, en voor P. Yves-Marie, vanuit een gevoelen van dankbaarheid en liefdevolle broederlijkheid.

Moge de Heer Jezus de vreugde van het Evangelie aan ieder van U influisteren en de kracht geven om het te beleven; een kracht die iedere Kleine Ziel tekent.

Dat Hij U onvoorwaardelijk trouw laat blijven aan de Kerk, ook al loopt U dan het risico om – zoals paus Franciscus het zei, als “tegenstroom opwaarts te gaan” in deze maatschappij bezien te worden.
Onze stichteres van de Kleine Zielen schreef in haar dagboek op 04 juni 1977: ““Ik wil een dochter van de Kerk zijn …Ik bemin de Kerk met heel mijn ziel en ik ben er met hart en ziel aan verkleefd.”

Mgr. Jean-Pierre Delville

26 januari 2014

In naam van alle Kleine Zielen ter wereld hebben P. Yves-Marie en P. Marcel aan Mgr. Jean-Pierre Delville beloofd om in volhardende trouw iedere dag speciaal voor hem te bidden, omdat hij de vertegenwoordiger is van Jezus Christus, het Hoofd van het Lichaam, waarvan wij de ledematen zijn. Marguerite heeft (in een opgenomen conferentie in 1998) gezegd: “De verantwoordelijke bisschop voor het wereldwijde Legioen van de Kleine Zielen is de bisschop van Luik. (…) Wij zijn, door het internationaal Centrum te Chèvremont, dicht bij Luik, verbonden in gehoorzaamheid aan een bisschop die gehoorzaamt aan de Kerk, en tegelijkertijd zijn wij verbonden met de gehoorzaamheid aan Jezus zelf die in en doorheen zijn Boodschap spreekt.”

P. Yves-Marie Legrain, P. Marcel Blanchet

ARDOR 004 (Febr. ’14)

A.R.D.O.R.

CHÈVREMONT

Internationaal journaal

Brief van Monseigneur Jean-Pierre Delville, Bisschop van Luik, aan de Kleine Zielen

INTERNATIONAAL CENTRUM

VANHET LEGIOEN KLEINE ZIELEN

RUE DE CHEVREMONT, 99

4051 – VAUX-SOUS-CHEVREMONT

België

Speciale uitgave – februari 2014 – NL 004

 

Brief van de Bisschop van Luik, Jean-Pierre Delville, aan de Kleine Zielen op 26 januari 2014

Dierbare Kleine Zielen,

U zijt in heel de wereld aanwezig! U bidt tot Jezus en U beleeft het evangelie met de hulp van de Boodschap van de Barmhartige Liefde die U vindt in het dagboek van Marguerite! U getuigt van uw geloof en U bewerkt bekeringen in een wereld die dit zo hard nodig heeft! U beleeft de vreugde van het geloof, zoals onze Heilige Vader, Paus Franciscus, vraagt in zijn apostolische exhortatie Evangelii Gaudium (= de Vreugde van het Evangelie). 

Ik wil U heel graag aanmoedigen en bemoedigen in het beleven van het geloof en in uw engagement. Om het Legioen van de Kleine Zielen te consolideren (= de duurzaamheid ervan te versterken en te verzekerenMarie Legrain, als internationale proost van het Legioen Kleine Zielen.

Ik dank hem uit de grond van mijn hart voor alles wat hij voor U gedurende 23 jaar gedaan heeft. Als steun en geestelijke raadsman van Marguerite, als opvolger van drie andere geestelijke begeleiders die haar hebben begeleid, is hij in zekere mate medestichter van de Kleine Zielen. Met hart en ziel en met de inzet van al zijn krachten heeft hij zich ten dienste gesteld van deze “beweging”. Hij heeft gewetens wakker geschud, retraites en recollecties gegeven en heel wat artikels geschreven voor het driemaandelijks tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart. Iedereen in het Legioen, zonder onderscheid, lag hem nauw aan het hart. Hij was en hij blijft “de ziel” van de Kleine Zielen!

Marie, als internationale proost van het Legioen Kleine Zielen kan benoemen: Pater Marcel Blanchet, priester van het bisdom Coutances (Bisdom in Frankrijk).  Enkele jaren geleden is hij in ons bisdom Luik opgenomen en aangesteld als rechterhand en helper van Pater Yves-Marie. Dat is hij gebleven tot vandaag. Zijn onwankelbaar vertrouwen in de Kerk en in het Legioen van de Kleine Zielen, zijn spiritualiteit en zijn hartelijkheid verdienen uw waardering en uw steun.

Ik maak van deze gelegenheid ook gebruik om de nationale proosten, en in het bijzonder E.H. Luc Vanstraelen, interdiocesane proost voor het Nederlandstalig gedeelte van België, te bedanken voor hun toewijding en hun volgehouden inzet in dienst van de beweging van de Kleine Zielen. Ik dank ook alle leden van de verschillende “Raden” in het Legioen die vrijwillig en gratis zich inzetten voor het werk van de Heer.

Ik vraag U om voor hen allen te bidden. Ik vraag U om vooral te bidden voor de nieuwe internationale proost die zich volledig te uwen dienste wil stellen, en voor P. Yves-Marie, vanuit een gevoelen van dankbaarheid en liefdevolle broederlijkheid.

Moge de Heer Jezus de vreugde van het Evangelie aan ieder van U influisteren en de kracht geven om het te beleven; een kracht die iedere Kleine Ziel tekent.

Dat Hij U onvoorwaardelijk trouw laat blijven aan de Kerk, ook al loopt U dan het risico om – zoals paus Franciscus het zei, als “tegenstroom opwaarts te gaan” in deze maatschappij bezien te worden.

Onze stichteres van de Kleine Zielen schreef in haar dagboek op 04 juni 1977: “”Ik wil een dochter van de Kerk zijn …Ik bemin de Kerk met heel mijn ziel en ik ben er met hart en ziel aan verkleefd.”

Mgr. Jean-Pierre Delville

In naam van alle Kleine Zielen ter wereld hebben P. Yves-Marie en P. Marcel aan Mgr. Jean-Pierre Delville beloofd om in volhardende trouw iedere dag speciaal voor hem te bidden, omdat hij de vertegenwoordiger is van Jezus Christus, het Hoofd van het Lichaam, waarvan wij de ledematen zijn.

Marguerite heeft (in een opgenomen conferentie in 1998) gezegd: “De verantwoordelijke bisschop voor het wereldwijde Legioen van de Kleine Zielen is de bisschop van Luik. (…) Wij zijn, door het internationaal Centrum te Chèvremont, dicht bij Luik, verbonden in gehoorzaamheid aan een bisschop die gehoorzaamt aan de Kerk, en tegelijkertijd zijn wij verbonden met de gehoorzaamheid aan Jezus zelf die in en doorheen zijn Boodschap spreekt.”

P. Yves-Marie Legrain P. Marcel Blanchet

WAT GAAT ER MET ARDOR GEBEUREN ?

Ons internationaal journaal ARDOR werd na drie nummers stopgezet … Het was te snel gegaan en het was in ademnood geraakt … Het heeft een jaar lang moeten rusten … De dokters die aan zijn bed zijn geroepen hebben nu een gunstig advies gegeven, zodat het zijn werkzaamheden weer mag verder zetten.

Dit minder uitgebreide speciaal nummer met daarin de mooie Boodschap van de Bisschop van Luik, is een providentiële gelegenheid om met wat minder bagage, opnieuw op wereldreis te gaan …

Wij hopen dat ARDOR ons het bewijs zal leveren van zijn herwonnen gezondheid!

U moet niet verwonderd zijn dat niet alle uitgaven in de verschillende talen op dezelfde dag verschijnen. Om het werk van iedere medewerk(st)er te verlichten, zal iedere vertaling gepubliceerd worden op het ogenblik dat zij gereed is.

Want onze vertalers (die allen vrijwilligers zijn en die wij hier hartelijk bedanken zonder dat wij hen kunnen vergoeden) hebben vaak familiale, professionele of andere verplichtingen. En die moeten wij respecteren … Wij zijn er zeker van dat iedereen hier wel begrip kan voor opbrengen.

Het is een opdracht die veel werkt vergt en er zijn weinig bekwame medewerkers … Indien u over de nodige kennis en vaardigheid beschikt en indien u er tijd voor heeft, wil u dan aanmelden om als vrijwilliger mee te werken aan het vertalen van teksten. Dit is ook een manier om de Boodschap van de Barmhartige Liefde te verspreiden …

Het is wel wenselijk dat u aangesloten zijt op het internet. Zo kunt u gellijktijdig en samen met het Internationaal Centrum werken.

Adres: petitesames@scarlet.be

Laten wij ook niet vergeten dat iedere Kleine Ziel, om het even waar zij of hij zich bevindt en om het even welke taal zij of hij spreekt, een mogelijke redacteur is … Stuur ons uw meditaties over de Boodschap, of uw getuigenissen (max. 10 regels). Wij zullen de meest betekenisvolle, de meest aansprekende teksten publiceren, als stimulans voor onze overgave aan de Barmhartige Liefde.

Dank bij voorbaat!

Internationale Bedevaart op zaterdag 21 juni 2014

Honderdste verjaardag van de geboorte van Marguerite

Zoals iedereen al weet gaan wij op 21 juni 2014 de honderdste verjaardag van de geboorte van onze kleine Boodschapster vieren.

De voorbereidende werkzaamheden vorderen goed.

Wij willen zo vlug mogelijk weten hoeveel deelnemers wij mogen verwachten. Daarom vragen wij aan de presidenten of aalmoezeniers van de verschillende afdelingen in België en aan de nationale voorzitters in de andere landen ons te laten weten (ook al is het bij benadering) hoeveel Kleine Zielen vanuit hun streek of land naar Chèvremont zullen komen.

De snelste en eenvoudigste manier hiervoor is gebruik te maken van ons e-mailadres:

petitesames@scarlet.be

U kunt natuurlijk ook uw gegevens per brief sturen op het adres op onze eerste bladzijde.


De spreuk die Mgr. Jean-Pierre Delville gekozen heeft komt uit Psalm 46,5: Fluminis impetus laetificat civitatem Dei. Dit betekent: Stromend water verblijdt de stad van God ofwel, in een vrijere vertaling: Een wijdvertakte rivier brengt vreugde in de stad van God. Deze bisschoppelijke leuze is en van toepassing op de Maas die de stad Luik bespoelt en op het doopwater dat een nieuwe stad schept, in verbondenheid met God. In ruime zin duidt deze leuze op het woord van God, een leven dragend water, dat aan de stad vreugde en vrede geeft (Ps. 46,10). (naar; de web site van het Bisdom Luik)

Mogen wij het ons hier veroorloven met een knipoogje te spreken over een stroom die stroomt tot aan de uiteinden van de wereld?

In de boodschap van de Barmhartige Liefde op 5 mei 1992 schrijft Marguerite wat zij van Jezus in haar hart verneemt.

De bron is Chèvremont.

Die bron is een stroom geworden in de hele wereld.

Dit woord van Jezus is meer en meer actueel omdat het onmiddellijk volgt op een andere opdracht.

Een nauw contact moet onderhouden worden tussen de verantwoordelijken, geestelijken en leken. De internationale geestelijke leidsman zal erover waken, vooral in de verschillende landen waar het Legioen is gesticht.

Deze “leidsman” vraagt aan alle Kleine Zielen die deze regels lezen, om voor hem te bidden, opdat hij zo goed mogelijk de taak en opdracht waarvoor hij nu is aangesteld, kan volbrengen. Dank u!

Wat te doen indien U ARDOR nog niet kent?

U kunt de eerste nummers nog ontvangen, hetzij langs internet, hetzij met de Post in gedrukte versie.

Zijn al verschenen:

ARDOR 001 – augustus 2012

ARDOR 002 – november 2012

ARDOR 003 – februari 2013

Wil duidelijk aangegeven in welke taal u ARDOR wenst te ontvangen (tot vandaag zijn in sommige talen sommige nummers nog niet vertaald).

Duits: 001

Engels: 001 – 002 – 003

Spaans: 001 – 002 – 003

Frans: 001 – 002 – 003

Italiaans: 001 – 002 – 003

Nederlands: 001 – 002

Pools: 001 – 002

Vietnamees: 001 – 002 – 003

Een e-mailabonnement op dit journaal is gratis. Doe uw aanvraag of bestelling langs uw mailadres op;

ardor@outlook.be

(Let op: ons elektronisch adres is veranderd.)

Volgende gedrukte brochures ARDOR kunt u kopen in het internationaal Centrum (adres: zie hier beneden):

ARDOR 001 : 2 € ‒ ARDOR 002 : 4 € ‒ ARDOR 003 : 4 €

Wanneer u een gedrukte versie per Post bestelt, houd dan rekening met de verzendingskosten. Wil pas betalen na het ontvangen van de bijgevoegde factuur. Dank u. De voorziene prijs voor volgende journaals zal zijn: € 4,00. (+ verzendingskosten). Meer precieze gegevens zullen meegedeeld worden in het volgende journaal.

Ons Postadres:

La Légion des Petites Âmes

Centre international

rue de Chèvremont, 99

4051 – VAUX-SOUS-CHÈVREMONT

Belgique

Telefoon: 00 32 (0)4 365 44 72

Fax: 00 32 (0)4 365 30 56

e-mail: petitesames@scarlet.be

website: http://www.hetlegioenkleinezielen.eu

***

Dit speciale nummer kost € 1,00 (+ verzendingskosten)

De Goddelijke Barmhartigheid

DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID

We hebben de Kersttijd nu achter de rug. Ook Maria Lichtmis, ofwel de Opdracht van de Heer in de tempel. Veertig dagen na zijn geboorte werd het Kind Jezus aan de Heer opgedragen. Reeds bij zijn geboorte werpt het kruis zijn schaduw vooruit: “Zie, dit Kind zal bestemd zijn tot val of opstandig van velen in Israël, tot een teken dat weersproken wordt” (Lc. 2,34). Ook bij Maria werpt het Kruis zijn schaduw vooruit, zo blijkt uit de profetie van de grijsaard Simeon: “en uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord” (Lc. 2,35). Als hier, bij de geboorte, al vooruit gelopen wordt op de smart van Maria en haar doorboord hart als ze staat onder het Kruis, dan wordt hiermee ook vooruitgelopen op de geopende zijde van de Gekruisigde, na zij sterven. Hier licht het paasmysterie al op, meteen bij de geboorte en vlak na de geboorte. De weg van Betlehem naar Jeruzalem is kort. De weg van de kribbe naar het Kruis is kort. De weg van onze wieg tot ons graf is, hoe lang we hier op aarde ook leven, kort. Zoals gezegd: het paasmysterie licht bij de geboorte al op. Het wordt ons door een boodschap van de engel duidelijk gemaakt: “Heden is u een Redder geboren” (Lc. 2,11). En het wordt ons meegedeeld door iemand die door de Heer daartoe is uitgekozen, als een uitverkoren instrument. Door de Geest bewogen. De oude Simeon. Een gewoon mens, zoals we zeggen. Niet opvallend. Hij is begenadigd met een heel vertrouwelijke en intieme omgang met de Heer. Ja, de Heer spreekt tot hem, door de Geest: “Hij had een godspraak ontvangen van de heilige Geest dat de dood hem niet zou treffen, voordat hij de Gezalfde van de Heer zou hebben aanschouwt” (Lc. 2,26). Simeon ontvangt blijkbaar in een hemelse boodschap, in een persoonlijk woord van de Heer in de Geest aan hem, specifieke informatie over zijn eigen leven en dood (“Laat nu Heer, uw dienaar in vrede heengaan” – Lc. 2,29), en over de smarten van de moeder Gods, én over het Kind. De boodschap van Gods heilsplan die hem, een gewone man, is toevertrouwt deelt hij mee aan anderen: “Een licht dat voor alle heidenen straalt, een glorie voor Israël zijn volk” (Lc. 2,32). De glorie van Pasen werpt zijn licht vooruit! Overigens bevindt zich in de tempel naast de gewone man Simeon, ook een gewone vrouw: Hanna is haar naam. Een bidziel. Ook zij spreekt. In de Geest. Als een instrument door God uitverkoren. Tot mensen die hun vertrouwen op God hebben gesteld. Ze bemoedigt. En ze dankt God.

Zo kiest door de geschiedenis heen, God, in zijn goedheid en barmhartigheid, mensen uit, tot wie Hij op een bijzondere wijze spreekt. In de Geest. In een godspraak van de Geest. En wat ook door de Kerk wordt getoetst. Eenvoudige zielen, vrouwen en mannen, die uitverkoren worden, om anderen met een Boodschap te sterken en te bemoedigen. Zo is er Marguerite, wiens 100ste geboortedag dit jaar gevierd wordt. Haar intieme dialoog met de Heer die tot haar spreekt, en wat we mogen bestempelen als een ‘godspraak in de Geest’, ligt vervat in de Boodschap van de Barmhartige Liefde, die we ter harte moge nemen, ter bemoediging en ter versterking. In de Boodschap van de Barmhartige Liefde licht voor ons het paasmysterie op: ‘teken van tegenspraak’, de smarten van een doorbroord hart, én ook het licht en de glorie, de vervulling van onze verwachtingen. Goede Vrijdag en Pasen.

Zo heeft God de Heer ook een gewone, eenvoudige zuster, met een diep geestelijk leven, heilige Faustina, uitverkoren om de boodschap van de Goddelijke Barmhartigheid wereldkundig te maken, en dit met de hulp van een priester, zalige Michaël Sopolcko, haar geestelijk leidsman, die haar in de Geest heeft bijgestaan, in de verspreiding van de verering van de Goddelijke Barmhartigheid.

Op het negende uur gaf de Heer Jezus de geest. Zijn zijde werd doorboord en er stroomde bloed en water uit. Dat is het uur van de Goddelijke Barmhartigheid. Voor geheel de wereld, voor alle volken en het volk Israël. De Barmhartige Liefde stroomt naar ons toe, en neemt de zonde van verdeeldheid weg. De geest van mededogen komt over ons, die opzien naar Hem die voor ons is doorstoken. Dit is het heilige uur. Ook voor Maria, wiens ziel is doorboord, en in dit uur Moeder van Barmhartigheid wordt.

Van Goede Vrijdag tot Beloken Pasen is een noveen. Negen dagen. Met Pasen schenkt de verrezen Heer zijn Geest aan de apostelen: om zonden te vergeven. Hij schenkt zijn Geest van mededogen en barmhartigheid. Hij schenkt in zijn Goddelijke Barmhartigheid de apostelen de macht om zonden te vergeven. En acht dagen later, beloken Pasen, roept de verrezen Heer apostel Thomas bij zich. Hij was er de vorige keer niet bij, de groep van de apostelen was uiteengevallen. Zonde verdeelt en verstrooit. Zonde van jaloezie, geldzucht, hooghartigheid en ongehoorzaamheid brengen verdeeldheid. Verdeeldheid mag niet onder ons heersen! De verrezen Heer brengt de uiteengevallen groep van apostelen bijeen: Thomas is er bij. En Thomas mag zijn hand leggen in de geopende zijde, de bron van de Goddelijke Barmhartigheid. Hij kan niet anders uitroepen, met zekerheid: “Mijn Heer en mijn God!” (Joh. 20,28). “Vroeger, dat herinner ik mij wel, zouden zoveel gunsten mijn ziel tot overmoed verleid hebben. Want ik ben thans blij als ik mijn ziel in heel haar nietigheid zie, maar overladen met tedere liefde. Mijn Heer en mijn God!” (Boodschap van de Barmhartige Liefde, 2 februari 1967). Als wij in aanraking komen met de bron van de Goddelijke Barmhartigheid en van de Barmhartige Liefde, kunnen we niets anders dan uitroepen: “Mijn Heer en mijn God!” ofwel “Jezus, ik vertrouw op U!”

Op Beloken Pasen zal Johannes Paulus II heiligverklaard worden. Hij heeft “met onderscheiding van geesten” en in toetsing van de charisma’s, mensen met bijzondere geestesgaven, mensen bewogen door de Geest, bijzonder bemoedigt en gesterkt, zoals ook Marguerite, in het uitdragen van de Boodschap van Barmhartige Liefde. En zo heeft hij ook krachtig meegewerkt aan de verspreiding van de verering van de Goddelijke Barmhartigheid.

In de jaren zeventig heeft Johannes Paulus II, toen nog kardinaal Karol Wjotyla, in de vastentijd een retraite geleid voor paus Paulus VI en zijn medewerkers. De retraite heeft als titel “Teken van tegenspraak”. Een kleine ziel vindt in dit Teken van Tegenspraak, in Kruis en Verrijzenis, de redding en de bron van Goddelijke Barmhartigheid en Barmhartige Liefde. Voor ons kleine zielen! U allen, een vruchtbare vastentijd en een zalig Pasen gewenst, alsook een zegenrijk feest van de Goddelijke Barmhartigheid!

Kindlief, ontvang de zalving van Mijn Geest

“Kindlief, ontvang de zalving van Mijn Geest”

Het leven van een kleine ziel is een geestelijk leven.  De weg van een kleine ziel is een opgang in het geestelijk leven.  En deze ‘opgang’ is een aan afdaling, een met Jezus afdalen tot in de zelfverloochening: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen” (mt. 16,24).

Het leven van een kleine ziel is een geestelijk leven, dat gekenmerkt wordt door het gewone. Het gewone op een buitengewone wijze te doen. In liefde. In vereniging met de Liefde. Uit liefde voor Jezus en de naasten.

Dit geestelijke leven van een kleine ziel wordt bovenal gekenmerkt door vertrouwen op God.  Het geestelijke kindschap Gods is niet iets louter ‘geestelijks’, het wordt ‘vlees en bloed’ in een kinderlijk vertrouwen op God, in een kinderlijke overgave aan Jezus.

“De geest die gij ontvangen hebt, is er niet een van slaafsheid, die u opnieuw vrees zou  aanjagen. Gij hebt een geest van kindschap ontvangen,  die ons doet uitroepen: ‘Abba, Vader’ (Rom. 8,15), zo schrijft de apostel Paulus aan de chirstenen van Rome.

Zoals een kind in de armen van zijn vader valt, zo dat je je toevertrouwt aan de Vader.

Een kleine ziel leeft vanuit en in deze Geest.

Meerdere keren spreekt  Jezus door Marguerite bemoedigend tot ons:

J:  “Ontvang de zalving van Mijn Geest”  ( 3 april 1966).

Als een echo van de woorden die gesproken zijn toen we het sacrament van het vormsel – bij de meeste als jonge tiener – hebben ontvangen: “Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods”, terwijl de vormheer zalft met het chrisma en je naam noemt.

Iedere keer moge wij herhalen als een schietgebed: “Kom, heilige Geest,  voltooi, wat Gij in ons begonnen zijt”.

J:  “Soms ziet een ziel zich met weldaden overladen zonder zelf goed te weten hoe het mogelijk is. Anderen schenk Ik de zalving van de Geest, want zonder zouden ze in hun opgang naar Mij geremd worden”.  (1 december 1965).

De zalving van de Geest in dienst van de ‘opgang’ naar Jezus.

De zalving die we hebben ontvangen bij ons doopsel en bij ons vormsel.

Die zalving is niet iets wat ergens opgeborgen ligt in ons binnenste om te laten wegkwijnen. Deze dient in ons telkens weer ge-activeerd te worden. Net  zoals zalf de huid en het lichaam doordringt, zo ook dat de zalving van de Geest ons hart, onze gevoelens, onze gedachten,  onze beweegredenen, ons lichaam geheel doordrenkt en doordringt.

J:  “Ik dring in de diepten van uw wezen. Met tederheid zalf Ik uw ziel met mijn Geest” (21 juni 1966)

Elke keer weer  bekrachtigt en bevestigt Jezus die zalving met de Geest, als zou je deze ontvangen voor de eerste keer:

J:  “Mijn Kruis heeft de wereld overwonnen. En toch… voor een helaas al te groot aantal is het licht veranderd in duisternis. Ik zegen u, kindlief. Ontvang de zalving van mijn Geest.  (…) Bant uit uw hart alle aardse denken. Trekt er op uit ter verovering van de zielen en laat u dragen door de vleugels van de Liefde. Ik zal in uw ziel blijven stralen. Weest in Mij zoals Ik in u ben”  (3 april 1966)”.

De zalving van de Geest is niet voor de gemoedsrust van de kleine ziel alleen, maar wil de kleine ziel zalven tot getuigenis, tot een missionair vuur: “trek er op uit ter verovering van de zielen”.

Het is:  “kleine zielen voor de zielen”.  Voor de redding van andere zielen, voor de arme zielen, de arme zondaars.   Het is niet alleen bidden voor de bekering van arme zielen, maar ook echt een actief “erop uit trekken”. “Gaat dus”, zo heeft Jezus gezegd, “Ik ben met U” (Mt. 28,19.20). Weet je  gedragen door “de vleugels van zijn Liefde”: Hij is met je!  Juist in alle moeilijkheden van het “er op uit trekken om zielen te veroveren” wordt je door zijn Liefde gedragen!

“Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen” (Mt. 28,19). “Gaat uit en verkondigt het evangelie aan heel de schepping” (Mc. 16,15).  De kleine ziel heeft zijn kleine bijdrage aan de evangelisering.  De nieuwe evangelisatie in deze tijd, in deze wereld. In de nieuwe evangelisatie zijn de lekengelovigen de nieuwe ‘hoofdrolspelers’.  Zij dus die gedoopt en gevormd zijn.  Ja, zijn de jonge gelovigen, die de zalving van de Geest hebben ontvangen, de nieuwe ‘hoofdrolspelers’ om de Blijde Boodschap van Gods liefde in de wereld te verkondigen, uit te dragen.  Dat wij zielen winnen voor Christus.

Daartoe is de zalving van de heilige Geest. “Er op uit trekken ter verovering van zielen” behoort óók tot ons geestelijk kindschap.  En dit houdt de Kerk ‘jong’.  Dit houdt ook de oudere kleine ziel ‘jong’.  Er zijn werelddelen, volksstammen ‘veroverd’ in de ‘gouden’ tijden van de missionering.  Nu kunnen wij blij zijn – en de Vader in de hemel ís blij – als we één enkele ziel ‘veroveren’, winnen voor Christus en Zijn Kerk.

Soms kunnen eigen onvolmaaktheden de kleine ziel flink dwars zitten:

J:  “Wees niet ongerust over uw eigen onvolmaaktheden. Ik heb alles op Mij genomen. Ik was ze elke dag in mijn bloed. Ge wordt geleid door mijn Geest”.  (A-9)

We moeten niet met getuigen en missie wachten tot we engelen zijn, volmaakte  zielen. Juist het getuigen en ‘er op uitgaan’  doet een kleine ziel zuiveren van zijn onvolmaaktheden, zuiveren van zijn zelfzucht. Hier leidt de Geest van God de kleine ziel.

J:  “De zielen worden anders door de aansporingen van mijn Geest. Proef hoe goed uw God is en hoe barmhartig. Laat uw zachtzinnigheid en uw beminnelijkheid Mij aan allen openbaren” (1 maart 1966).

Door de aansporingen van de Geest te volgen worden we ‘anders’, ‘veranderen’ zielen.  Je gaat anders denken, ook in omgang met anderen, niet meer denken naar “het vlees, maar naar de Geest” (Rom. 8,4).  Een verandering ten goede. “Proef hoe goed uw God is en hoe barmhartig”.  Het goede is, dat mensen niet zozeer zeggen: “wat een goede ziel”, maar: “Wat is God goed”! Dat mensen proeven en merken hoe goed en barmhartig Gód is. Hij heeft al onze onvolmaaktheden op zich genomen, Hij was ze elke dag in zijn Bloed!

Het is door dit ‘anders zijn’, een beetje meer zachtmoediger, een beetje meer beminnelijker,  dat Jezus aan mensen geopenbaard wordt:

J:   “Laat uw zachtzinnigheid en uw beminnelijkheid Mij aan allen openbaren”.

En een van de aansporingen én zalving van de Geest is: “trekt er op uit ter verovering van zielen”.

Paulus spreekt over het feit dat we niet eens weten hoe te bidden: “Zo komt de Geest onze zwakheid te hulp. We weten niet eens hoe we behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen” (Rom. 8,26).  Het is de Geest die ons doet spreken.  “Mijn Geest spreekt tot uw geest en mijn Hart tot uw hart” (2 maart 1966).  Soms kunnen we ons een ‘dummy’ vinden in het gebed. Weten we niet hoe te bidden of hoe onze dankbaarheid en blijdschap te uiten aan onze lieve Heer:

J:  “Kind, wat ge meent dat ge zijt heeft geen enkel belang. De Geest spreekt in u, daarvan moogt ge zeker zijn” (22 mei 1966).

Deze Geest geeft een innerlijke diepe zekerheid, ook als je zelf onzekere gevoelens hebt.  Zelfverzekerdheid is nooit goed, maar met de zekerheid van de Geest die in ons spreekt, kunnen we “erop uit trekken ter verovering van zielen”.

Jezus waarschuwt ons voor onverschilligheid. Daarmee kunnen we de Geest bedroeven:

J:  “Lieve kinderen, doet de Geest, die in u spreekt, geen verdriet aan door uw onverschilligheid. Weest integendeel liefdevol met Hem verenigd. Verheft uw hart hemelwaarts, daar waar uw vaderland is” (16 juni 1966).

Zoals ook Paulus waarschuwt: “Wilt Gods heilige Geest niet bedroeven” (Ef. 4,30).  Laat geen onverschilligheid vat krijgen op onze ziel. Laten we als kleine zielen niet onverschillig blijven jegens het heil van de zielen van zovele anderen. Moge Pinksteren, de zalving met de Geest,  ons geven dat wij nog vuriger en nog trouwer vanuit een innige en liefdevolle communio en vereniging met Jezus “erop uit trekken ter verovering van zielen”.   Een Zalig Pinksteren!

Marguerite spreekt over het gebed (62 min. in 5 delen)

Marguerite spreekt over het gebed (totaal 61.42 min. – 5 delen – in het Nederlands ingesproken

door de Heer Armand Van Laere met fragmenten in het Frans door Marguerite zelf):

Beschouwingen over het gebedsleven zoals Jezus het haar zelf gezegd en geleerd heeft.

Deel 1

Deel 2

Deel 3

Deel 4

Deel 5 (slot)

Video Barmhartigheidszondag 2013 – Lezing Mgr. E. de Jong

Deel 1

Deel 2

Deel 3

Foto’s Barmhartigheidszondag 2013 in Berg en Terblijt

beb 5 (656)

2013 050

beb 5 (657)beb 5 (658)beb 5 (1)

2013 058

beb 5 (664)beb 5 (662)beb 5 (661)

2013 061

beb 5 (660)beb 5 (659)