Moge de Advent een periode zijn waarin wij toegroeien naar het geboortefeest van onze Verlosser

advent2Moge voor ons allen de Advent een periode zijn waarin wij toegroeien naar het geboortefeest van onze Verlosser. Maar moge vooral het Kerstfeest zelf ons tot dankbaarheid aanzetten en ons vertrouwen in God vergroten. Mogen wij allen waarachtige kinderen Gods zijn.

KERSTMIS EN HET KINDSCHAP GODS

Ons Kindschap Gods kunnen we met Kerstmis heel bewust beleven. Doordat Jezus Christus mens geworden is, laat zien dat we door God zo bemind worden! Na de zondeval van Adam en Eva werd de toegangspoort tot de Hemel gesloten. De mens was niet meer in staat om bij God thuis te komen. De heilsgeschiedenis – de periode van de zondeval tot de komst van Jezus Christus op aarde – maakt ons duidelijk hoe de mens geworsteld heeft. God heeft immers Zijn volk nooit losgelaten. Altijd heeft Hij het terzijde gestaan met Zijn hulp. Echter de mensen van het volk Israël hebben het nooit gewaardeerd.

GOD TOONT ONS ZIJN GROOTHEID EN LIEFDE

Het grote gebeuren van de bevrijding uit de Egyptische slavernij is een voorafbeelding daarvan.

a) God maakt de weg klaar voor het komen in Egypte

De zonen van Jacob hadden een groot probleem met hun broer Jozef. Ze hadden het voornemen gemaakt om hem uit de weg te ruimen. Broedermoord was al eerder voorgekomen bij Kaïn en Abel. Misschien is dat gebeuren ook wel de reden geweest, dat ze hem uiteindelijk niet hebben vermoord, maar verkocht hebben als slaaf naar het heidense Egypte. Daar komt Jozef in het huis van de Farao terecht. Hoe wonderlijk dat hij niet bij een gemiddelde Egyptenaar terecht is gekomen, maar de heerser van Egypte. Gelaten draagt hij zijn lijden en vertrouwt op God, die hem wel zal helpen. Hij doet buitengewoon goed zijn best en verkrijgt gunsten, die een normale slaaf nooit gekregen zou hebben. Toch wordt zijn geduld weer eens op de proef gesteld. De vrouw van de Farao wil met hem oneerbare zaken doen. Echter Jozef is zo oprecht en vertrouwt zo op God, dat hij daar niet op wil ingaan. Hij vlucht weg, maar het leed is geschied. Hij komt in de gevangenis terecht en het ziet er slecht voor hem uit. Als slaaf in een gevangenis zitten duidt er bepaald niet op dat hij zo gemakkelijk weer eruit zal zijn. Bij God is niets onmogelijk. Farao krijgt dromen waar hij geen raad mee weet. Nu brengt men Farao op de hoogte van de gaven van die gevangen slaaf, die in staat is om dromen uit te leggen. Wederom gebeurt er iets merkwaardigs. Hij wordt uit de gevangenis gehaald. Men kleedt hem opperbest aan alsof men vergeet dat het om een gevangen slaaf gaat. Farao dwingt hem niet om de dromen uit te leggen, maar vraagt hem beleefd en belooft hem zelfs een beloning. Terwijl hij als slaaf van de Farao ertoe gedwongen kon worden! Jozef verwijst naar God, die hem alles openbaart. Hij maakt duidelijk dat deze gave niet van hem komt. Wat hij dus doet, doet hij ter ere van God. Nadat de dromen zijn uitgelegd benoemt Farao hem zelfs tot onderkoning! Hoe God door mensen werkt wordt hier zichtbaar! Nog geen dag geleden was Jozef een slaaf in de gevangenis, die nota bene uit het buitenland kwam. Nu is hij na Farao de machtigste in Egypte.

b) De komst in Egypte

God heeft Jozef op de plaats gezet, die Hij nodig had om de mensen te laten weten dat Hij met hen is. Als de honger de wereld plaagt weet men dat er in Egypte voedsel is. Dit brengt de broers van Jozef ertoe om naar Egypte te gaan om voedsel te verkrijgen. Als zij ontdekken dat die machtige man in Egypte hun broer Jozef is maakt Jozef zijn broers geen verwijten. Het is immers God, die de geschiedenis zo heeft laten lopen. Nu is er voor de familie redding uit de benarde situatie waarin zij verkeren. Zij verlaten hun land van de dood om naar Egypte te gaan waar zij veilig kunnen leven.

Dit gebeuren is al een heel mooi verhaal. Hoe God iemand gebruikt om aan een heel volk redding te bieden. Overduidelijk toont God hier aan ons dat Hij een God met ons is en ons niet aan ons lot overlaat. Echter God wil Zijn grootheid en Zijn liefde voor ons nog duidelijker maken.

c) Het begin van het einde van het verblijf in Egypte

Na verloop van eeuwen is men die grote Jozef vergeten en de Egyptenaren zijn bang geworden van het grote volk wat toen in Egypte is komen vestigen. Ze zijn bang als er vijanden tegen Egypte zullen opstaan dat zij met de vijand samen tegen Egypte zullen vechten en dat Egypte zal gaan verliezen. Er moeten maatregelen genomen worden om de uitbreiding van dat volk tegen te gaan. Maar wat zij ook besluiten en doen ze blijven maar groeien. Zelfs om hen hard als slaven te laten werken brengt geen oplossing. Echter nu de Israëlieten als slaven moeten werken en dus zelf moeten ondervinden wat Jozef heeft geleden, roepen ze in hun nood om Gods hulp. In de uiterste nood wordt God gesmeekt om hulp. Opnieuw toont God zijn macht en bereidheid om de mensen te helpen. Mozes wordt geroepen om het volk te verlossen. Gods hulp komt nooit op de wijze die wij graag willen, maar altijd hoe God het wil. In eerste instantie schijnt Mozes zending te mislukken en krijgen de Israëlieten het nog moeilijker. Ze vertrouwen Mozes niet meer! Toch blijft God door Mozes werken om Zijn grootheid te tonen. Nu komen de tien beroemde plagen in Egypte waardoor God zijn grootheid openbaart. De tiende en laatste plaag is wel de ergste. De eerstgeborene van mens en vee komen te sterven, behalve in het kamp van de Israëlieten. Zij worden gespaard. In Egypte gebeurt wat de broers met Jozef hadden willen doen. Wanneer Farao ontdekt dat zijn enige zoon dood is door die verschrikkelijke plaag, dan mogen niet alleen de Israëlieten maar ze moeten zelfs weg uit Egypte en wel zo spoedig mogelijk! Hier weer zo’n wending van het vragen om weg te mogen worden ze weg gestuurd. Zo werkt God in de geschiedenis.

d) Het wegtrekken uit Egypte en de woestijntocht

Na de voorbereidingen getroffen te hebben gaan ze op weg. Waarheen? Naar het beloofde land! Onder ede had God aan Abraham beloofd, dat het land wat hij zou verlaten eens als het eigen land aan zijn nakomelingen gegeven zal worden. Na alle ellende in Egypte te hebben meegemaakt gaan ze nu op weg naar dat beloofde land. God geeft zijn volk niet alleen de vrijheid maar ook een land van melk en honing, waar ze gelukkig kunnen leven. Ondertussen krijgt Egypte spijt dat het de Israëlieten heeft laten gaan. Ze zetten de achtervolging in om ze terug te halen. Het leed is immers toch al geschied en ze zijn nu de goedkope werkkrachten kwijt. Nog eens toont God Zijn almacht ten koste van Egypte. Als de Israëlieten door de Rode Zee trekken gaan de Egyptenaren hen achterna. Heel bang zijn de Israëlieten geworden alsof ze er alleen voorstaan. Nog durven ze niet te bouwen op God. Als ze op het droge land zijn gekomen dan wordt voorgoed met de Egyptenaren afgerekend. Het water doet ze verdrinken. Het kwaad gaat in het water ten onder en nieuw leven wordt aan de Israëlieten geschonken. (voorafbeelding van het H. Doopsel)

Onder de leiding van Mozes gaan ze op weg door de woestijn naar het beloofde land. Nog is hun vertrouwen op God niet toegenomen. Ze jammeren als ze honger en dorst krijgen en zeggen zelfs dat ze liever in Egypte waren dan hier! Hoewel God hen water uit de rots te drinken heeft gegeven en Manna om hen te voeden, blijven ze mopperen. Zelfs als Mozes de berg opgaat om de tien geboden in ontvangst te nemen maken ze een gouden stierenbeeld die ze hun God noemen. Deze afgoderij komt hun duur te staan. Mozes bemiddelt tussen volk en God en voorkomt dat God het volk vernietigt. Ze kunnen gedurende de woestijntocht niet in God geloven die hen nabij is.

e) De aankomst bij het beloofde land

Na veertig jaar zwerven in de woestijn komt men aan bij het beloofde land. Opnieuw wordt men angstig. Het land wordt bewoond door sterke mensen. Dit hebben de verspieders ontdekt. Men gelooft niet dat men deze zal kunnen overwinnen. Nog steeds denken ze dat ze het zelf moeten doen. Opnieuw toont God Zijn grootheid om hen het land in handen te geven zonder dat er één Israëliet het leven heeft gegeven.

Eenmaal in het beloofde land gaat het toch weer zijn eigen gang en houdt het geen rekening met Gods geboden. Men laat zich zelfs in met de heidense gebruiken en gaat de afgoden dienen. Men is ondankbaar en snel vergeten wat God voor hen heeft gedaan. Er volgt zelfs een ballingschap om hen weer tot verstand te brengen dat God de Schepper van hemel en aarde is en niemand anders. Ook uit de ballingschap verlost God hen.

Door het hele oude – testament ziet men hoe God zijn macht toont en zijn liefde voor het volk. Echter door zijn zoon Jezus laat God pas duidelijk zien dat hij van ons houdt.

ECHTE VERLOSSING BEGINT MET KERSTMIS

a) Wat leert ons de Menswording

Door de komst van de Zoon van God in onze wereld gaat God de mens heil brengen door hem weer heel te maken met God. Gedurende de heilsgeschiedenis heeft God getoond dat Hij met ons is, maar de breuk die door de eerste mensen is veroorzaakt is gebleven. Doordat Jezus Christus mens is geworden en dus ons vlees heeft aangenomen kan hij van Zijn goddelijk leven aan ons meedelen. Jezus Christus heeft dus zowel de menselijke natuur als de goddelijke en kan dus het goddelijke aan de mens geven.

Nu toont God door Zijn zoon Jezus Christus Zijn almacht aan ons. Niet meer door een bemiddelaar zoals Mozes, maar visueel zichtbaar. Heel Zijn openbare leven heeft Jezus gebruikt om Zijn Godheid te openbaren. Toen de leiders van het Joodse volk uiteindelijk doorkregen dat Jezus God gelijk was, kostte dat Hem het leven. Hij is immers ter dood gebracht omdat Hij God Zijn Vader noemde. De mensen konden niet accepteren dat een zichtbare mens God kon zijn. God wilde dit om te tonen hoeveel Hij van ons houdt en niet wil dat wij verloren gaan. Het Kerstfeest is dus een feest van Gods liefde voor ons.

b) Het geschenk van Kerstmis

De mens wordt heel met God en kan hij zijn uiteindelijke bestemming het eeuwig geluk verkrijgen. Het H. Doopsel is het zichtbare teken van deze onzichtbare genezing. Het brengt ons dus de heiligmakende genade. De genade dus die ons heel maakt met God. Jezus Christus zegt: “Als iemand gelooft en gedoopt is zal hij gered worden.” Hoe belangrijk is voor ons om het H. Doopsel te ontvangen. Wanneer we met Kerstmis de geboorte van Jezus Christus herdenken dan denken we ook aan ons kindschap Gods, die we kunnen ontvangen door het H. Doopsel doordat Jezus mens is geworden. We kunnen God nooit genoeg danken voor de menswording van Zijn zoon. Daarom laten we met Kerstmis dit grote geheim overwegen en God ervoor danken. Laten we ook ons voornemen om dit Kindschap Gods bewuster te beleven in het leven van elke dag. Daarmee kunnen we ons Godsvertrouwen laten zien. Tijdens de heilsgeschiedenis hebben de mensen vaak laten zien dat er geen Godsvertrouwen is geweest, hoewel God Zijn grootheid zo vaak getoond heeft. Laten wij ook geen valse goden na lopen en de ware God vergeten. Hij is de Enige die ons leven tot in eeuwigheid kan laten voortduren.

L.T.

Een reactie op “Moge de Advent een periode zijn waarin wij toegroeien naar het geboortefeest van onze Verlosser

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s