Inleiding: wat is ARDOR?

A.R.D.O.R.

CHÈVREMONT

Internationale Krant

“Met u ga Ik de wereld rond!” (Jezus tegen Marguerite, 9 augustus 1984)

Internationaal Centrum van het Legioen Kleine Zielen,

Rue de Chèvremont, 99

4051 – VAUX-SOUS-CHÈVREMONT, België

Bent u geïnteresseerd in de toezending per e-mail van ARDOR, de nieuwe Internationale krant uit Chèvremont, dan kunt u hiertoe een verzoek indienen bij de Internationale redactie: e-mail adres: ardor@scarlet.be

A.R.D.O.R. – Waarom deze titel ?

Ardor is een Latijns woord en betekent : Vuur, ijver, enthousiasme, hartstocht, vurig verlangen, extreme warmte.

In de loop van de maand januari 1978 wordt dit woord zevenmaal gebruikt in de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen. We halen enkel twee passages aan:

Op 21 januari 1978 stelt Marguerite een vraag:

Mijn God!

Eén enkel woord vat samen wat ik U wil zeggen:

A.R.D.O.R.

Waarom treft dit kleine woordje me nu nog meer?

En Jezus antwoordt:

Het heeft zijn tijd afgewacht om tevoorschijn te komen

en het klopt aan de deur van uw hart.

Spreek dit kleine woordje langzaam en zachtjes uit;

maak er elke letter van los;

alles steekt erin: A.R.D.O.R.

Drie dagen later (op 24 januari) schrijft Marguerite:

Ik dacht na en ik voelde

dat mijn gedachte in de gedachte van God opging.

Is dit luiheid? Maar ik maak me leeg van alles;

ik heb geen enkele samenhangende gedachte meer.

De stilte is mijn gebed.

Wat kan ik Hem zeggen wat Hij al niet weet?

Is het echt nodig de eenzaamheid te vullen?

Is het niet beter erin verloren te lopen met Hem? …

Het woordje A.R.D.O.R. dringt zich in mijn binnenste op.

Amour (Liefde) – Aanbidding – Bewondering – Eigenschappen -Betrachten – Absoluut – Akten van Liefde:

een hele reeks meditaties in het vooruitzicht.

Remerciements (Dankzeggingen) – Erkentelijkheid – Spijt over de bedreven fouten – Verwerpen van de zonde – Herboren worden tot het leven – Rust in de Stilte van de Liefde.

Demandes… (Vragen…) – Aanbevelingen – Verlangens – Zelfverloochening – Zoetheid van de Liefde – Gave van Zichzelf.

Ik denk ook nog: ook de trap afdalen kan dienen om ons te heiligen. Bij iedere trede: Jezus! Maria! Jozef!

Pater L. heeft mij dit vroeger geleerd.

Offrande (Offer). Alles aan de Liefde geven,

te beginnen met zichzelf.

Zich de ontvangen genaden herinneren.

Dankbaarheid en vurigheid als men iets offert.

Niets weigeren aan de Liefde.

Résolutions (Besluiten). Bij het einde van het gebed, een besluit nemen: elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.

Eraan vasthouden en er voortdurend aan denken dat de goddelijke hulp nodig is om er trouw aan te blijven.

Beminnen, om de meditatie samen te vatten: stilte …

Respirations (Ademhaling): akten van liefde. Elke dag herboren worden in de liefde.

Uren van intieme omgang met Jezus door dit kleine woordje:

A.R.D.O.R.

Elke dag een beetje; en daarna opnieuw beginnen.

Alles schijnt nieuw;

en onvermoeibaar, met onuitputtelijke schittering barst de liefde los.

Welke heerlijke horizonten openen zich voor de ziel die haar God zoekt in de waarheid en in de oprechtheid van haar hart!

Een nieuw hulpmiddel ten dienste van de Kleine Zielen wereldwijd

Deze kleine digitale krant zou de eerste kunnen zijn in een reeks waarvan het bestaan afhankelijk zal zijn van zijn lezers…

Wij willen gebruik maken van de eenvoudige en snelle manier die het internet ons biedt om tussen alle Kleine Zielen wereldwijd informatie uit te wisselen en mekaar te bemoedigingen.

Jezus had reeds tegen Marguerite gezegd:

Het is omdat ge klein zijt dat Ik u bemin,

want in u schittert mijn kracht.

Met u ga ik de wereld rond…

Gij vergezelt Mij overal… (9 augustus 1984)

Marguerite wordpress 2

De redactie

Foto’s Chevremont (met Marguerite en Mgr. Everard de Jong)

IMG_20130406_0001IMG_20130406_0002IMG_20130406_0003IMG_20130406_0005IMG_20130406_0004IMG_20130406_0006

De noveen tot de Barmhartige Liefde

De noveen tot de goddelijke Barmhartigheid

 

Jezus beval zuster Faustina deze noveen op te schrijven als voorbereiding op “het feest van de goddelijke Barmhartigheid”, dat overeenkomstig zijn wens op de eerste zondag na Pasen moet worden gevierd. Vandaar dat op Goede Vrijdag met de noveen moet worden begonnen. Men kan ze echter ook op elk moment van het jaar houden. De Heer wil dat daartoe “de rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid” dagelijks gebeden wordt en wel voor de intenties, die Hijzelf aan zuster Faustina aangaf. “Ik verlang dat je gedurende deze negen dagen alle zielen naar de bron van mijn barmhartigheid leidt, zodat zij daar kracht en troost putten en allerlei genaden, die zij nodig hebben voor de moeilijkheden van het leven, maar vooral in het uur van de dood. Elke dag moet je een andere groep zielen naar mijn Hart brengen en hen onderdompelen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Je zult dat doen in dit leven en in het toekomstige. Aan de bron van mijn barmhartigheid zal ik aan geen enkele ziel iets weigeren. Iedere dag moet je mijn Vader, omwille van mijn smartelijk lijden, om genade smeken voor deze zielen.”

 

Eerste dag

 

Jezus zegt: “Breng vandaag bij mij de hele mensheid, in het bijzonder alle zondaars, en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Daarmee verminder je mijn bittere droefheid om de verloren zielen.”

Bidden wij op voorspraak van “de Moeder van Barmhartigheid” om erbarmen voor de hele mensheid, in het bijzonder voor de zondaars.

Barmhartige Jezus, U die vol erbarmen en vergeving bent, let niet op onze zonden, maar op het vertrouwen dat wij in uw oneindige goedheid stellen. Neem ons op in uw medelijdend hart. Daarom smeken wij U, omwille van de liefde, die U met de vader en de H. Geest verenigt.

Onze Vader…. Wees gegroet Maria…. Eer aan de Vader….

Eeuwige Vader, zie barmhartig neer op de hele mensheid, in het bijzonder op de zondaars. Wees barmhartig voor ons, omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, onze Heer Jezus Christus, zodat wij allen de almacht van uw barmhartigheid prijzen tot in eeuwigheid. Amen.

Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder van God. Versmaad onze gebeden niet in onze nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster. Verzoen ons met uw Zoon, geef ons aan uw Zoon, maak ons bekend met uw Zoon. Amen.

 

Tweede dag

 

Jezus zegt: “Breng vandaag bij mij alle priesters en alle godgewijde personen en dompel hen in mijn onpeilbare barmhartigheid. Zij zijn het, die mij de kracht gaven mij bitter lijden te verduren. Zij zijn de kanalen, waardoor mijn barmhartigheid over de hele mensheid wordt uitgestort.”

Bidden wij voor de priesters en kloosterlingen op voorspraak van de “Moeder van de Kerk, de Middelares van alle genade”.

Barmhartige Jezus, van U komt alle goedheid. Wij bidden U, vermeerder de genaden in de zielen van de priesters en de kloosterlingen, zodat zij zich hun heilige roeping ten diepste bewust zijn en zich vol vertrouwen toeleggen op de werken van uw barmhartigheid. Geef dat zij door hun voorbeeld de zielen brengen naar de Vader van barmhartigheid en hem verheerlijken.

Onze Vader…. Wees gegroet Maria…. Eer aan de Vader….

Hemelse Vader, zie vol goedheid neer op uw uitverkorenen en geef hen de genade van uw zegen, zodat zij door de verdiensten van uw Zoon vol ijver werken voor het heil van de mensen en voor hen de volheid van uw barmhartigheid verkrijgen. Amen.

Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht….

 

Derde dag

 

Jezus zegt: “Breng vandaag bij mij alle trouwe en vrome zielen en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Deze zielen hebben mij getroost op mijn kruisweg. Zij waren de druppel troost in de oceaan van mijn smart.”

Bidden wij voor allen, die trouw blijven aan het ware geloof, op voorspraak van “Maria, hulp der Christenen.”

Barmhartige Jezus, U wilt de genadeschatten van uw barmhartigheid aan alle mensen in overvloed schenken. Wij bidden U, bemoedig alle trouwe zielen met de genade van volharding en ontsteek in hen met uw onpeilbare liefde, de liefde tot uw hemelse Vader.

Onze Vader…. Wees gegroet Maria…. Eer aan de Vader….

Algoede Vader, zie vol liefde neer op de trouwe zielen. Sterk hen, omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, met de volheid van genaden van uw H. Geest, zodat zij met alle engelen en heiligen uw oneindige barmhartigheid prijzen tot in eeuwigheid. Amen.

Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht….

 

Vierde dag

 

Jezus zegt: Breng vandaag bij mij zij, die niet in mij geloven en zij, die mij nog niet kennen. Tijdens mijn bitter lijden dacht ik ook aan hen en hun ijver in de toekomst was een troost voor mijn Hart. Dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid.”

Bidden wij voor degenen, die niet in God geloven en voor degenen, die God nog niet kennen, op voorspraak van “de Moeder van alle Volkeren”.

Barmhartige Jezus, U bent het Licht van de wereld. Bevrijd allen, die U nog niet kennen uit de duisternis van hun geest en laat hen in uw hart rust en de ware vrede vinden. Mogen de stralen van uw genade hen verlichten, zodat ook zij de heerlijkheid van uw barmhartigheid prijzen.

Onze Vader…. Wees gegroet Maria…. Eer aan de Vader….

Eeuwige vader, zie genadig neer op de zielen van degenen, die niet in U geloven en degenen die U nog niet kenden. Breng hen tot de erkenning van de waarheid van het evangelie van uw Zoon, zodat zij de eeuwige vreugde van de hemel verwerven en tot in eeuwigheid uw barmhartigheid prijzen. Amen.

Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht….

 

Vijfde dag

 

Jezus zegt: “Breng mij vandaag de zielen van de afgescheiden broeders en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Tijdens mijn bitter lijden verscheurden zij mijn lichaam en mijn Hart. Wanneer zij terugkeren in de schoot van de Kerk, genezen zij mijn wonden en troosten mij in mijn smart.”

Bidden wij voor degenen die van het geloof zijn afgevallen en voor de verdwaalden met groot vertrouwen op de machtige voorspraak van Maria, “Toevlucht van de zondaars”, de overwinnares van alle duivelse boosheid en van alle misstanden.

Barmhartige Jezus, U bent de goedheid zelf en weigert niemand het licht van uw genade, als hij U erom vraagt. Neem alle afgescheiden broeders op in uw barmhartig Hart en breng hen terug in de schoot van de Kerk, zodat zij uw onpeilbare barmhartigheid loven en prijzen.

Onze Vader…. Wees gegroet Maria…. Eer aan de Vader….

Oneindig heilige God, eeuwige Vader, heb medelijden met de afgescheiden en ontrouw geworden broeders, die uw genaden misbruiken. Let niet op hun slechtheid, omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, die zo innig voor de eenheid van zijn Kerk gebeden heeft.

Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht….

 

Zesde dag

 

Jezus zegt: “Breng vandaag bij mij de zachtmoedige, nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen en dompel hen in mijn barmhartigheid. Zij lijken het meest op mijn Hart. Zij sterkten mijn in mijn bittere doodsangst. Over hen stort ik stromen van genade uit. Alleen nederige zielen zijn in staat mijn genaden te ontvangen. Aan nederige zielen schenk ik mijn vertrouwen.”

Bidden wij voor de zachtmoedige zielen, die een kinderlijk vertrouwen bezitten en voor de kinderen op voorspraak van onze hemelse Moeder, de nederigste “Dienstmaagd van de Heer”. Haar heeft God verheven tot Koningin van hemel en aarde.

Barmhartige Jezus, U hebt gezegd: “Leert van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van Hart” (Mt. 11,29). Wij vragen u, trek de kinderen en de zielen, die zoals zij zachtmoedig en nederig geworden zijn, tot uw heilig Hart. Mogen zij U verblijden als geurige bloemen voor uw goddelijke troon. Bewaar ze in uw hart als een loflied op uw barmhartige liefde.

Onze Vader…. Wees gegroet Maria…. Eer aan de Vader….

“Vader vol ontferming en God van alle vertroosting” (2 Kor 1,3), zie genadig neer op deze zielen, die u welgevallig zijn en lijken op het hart van uw Zoon. Zegen omwille van hen de hele wereld, zodat allen uw onmetelijke barmhartigheid mogen prijzen. Amen.

Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht….

 

Zevende dag

 

Jezus zegt: “Breng vandaag bij mij de zielen die mijn barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken. Deze zielen delen het meest in mijn lijden en dringen het diepste door in mijn geest. Als levende, afbeeldingen van mijn barmhartig Hart zullen zij in het hiernamaals met een bijzondere glans schitteren. Geen van hen zal in het vuur van de hel terechtkomen. In het uur van de dood zal ik hen allen bijstaan.”

Bidden wij voor degenen die Gods barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken op voorspraak van de “Moeder van Barmhartigheid”.

Goede Jezus, uw hart stroomt over van barmhartige liefde. Laat alle apostelen van uw barmhartigheid zich veilig weten in uw bescherming. Sterk hun vertrouwen op uw almachtige hulp in alle lijden en beproevingen, die zij op zich nemen, om in vereniging met U van de hemelse Vader onafgebroken genade en barmhartigheid voor de hele mensheid te verkrijgen. Geef dat zij nooit verflauwen in hun ijver. Wees voor hen in het uur van de dood geen rechter, maar de barmhartige verlosser.

Onze Vader…. Wees gegroet Maria…. Eer aan de Vader….

Eeuwige Vader, zie genadig neer op de zielen, die uw ondoorgrondelijke barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken. In de trouwe navolging van uw Zoon doen zij vol overgave hun best getuigen te zijn van uw barmhartigheid. Ontsteek in hen een steeds grotere liefde en schenk hen een grenzeloos vertrouwen in uw goedheid, zodat zij tijdens hun leven de belofte van de Verlosser verkrijgen. Laat hen in het uur van de dood heel bijzonder de bescherming van uw barmhartigheid ervaren. Amen.

Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht….

 

Achtste dag

 

Jezus zegt: “Breng vandaag bij mij de zielen die in het vagevuur zijn en dompel hen in de afgrond van mijn barmhartigheid, zodat de stromen van mijn bloed hun lijden verzachten. Deze zielen heb ik zeer lief, daar zij genoegdoening verschaffen aan mijn gerechtigheid. Jullie kunnen hen verlichting bezorgen uit de schatten van de Kerk: door aflaten, gebeden en offers van eerherstel. O, als jullie wisten welke kwellingen zij ondergaan, dan zouden jullie onafgebroken voor hen bidden en offers brengen om hun schuld aan mijn gerechtigheid af te lossen.”

Bidden wij voor de arme zielen in het vagevuur op voorspraak van de “Troosteres der bedroefden”, die onophoudelijk bij Gods troon voor hen ten beste spreekt.

Barmhartige Heiland, U hebt gezegd: “Weest barmhartig, zoals mijn Vader barmhartig is” (Lc 6,36), wij vragen U ontferm U over de zielen in het vagevuur. Laat de stromen van uw kostbaar bloed en water, die uit uw Hart gekomen zijn, de gloed doven van het vuur dat hen reinigt, zodat het onmetelijk leed van deze zielen veranderd wordt in bevrijdende vreugde en zij tot in eeuwigheid de macht van uw barmhartigheid prijzen.

Onze Vader…. Wees gegroet Maria…. Eer aan de Vader….

Barmhartige Vader, zie met uw oneindige liefde neer op de zielen in het vagevuur. Omwille van het smartelijk lijden van uw Zoon, schenk hen door zijn bloed en zijn wonden de volheid van uw erbarmen. Amen.

Salve Regina – Wees gegroet, Koningin, Moeder van Barmhartigheid; ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet! Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva; tot u smeken wij, zuchtend en wenend in dit dal van tranen. Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons uw barmhartige ogen, en toon ons na deze ballingschap Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot. O goedertieren, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria.

 

Negende dag

 

Jezus zegt: “Breng mij vandaag de lauwe zielen en dompel hen in de oceaan van mijn barmhartigheid. Deze zielen verwonden mijn Hart het meest pijnlijk. In de Hof van olijven ondervond mijn ziel de grootste walging door deze zielen. Zij deden mij de klacht slaken: “Vader, als gij wilt, laat dan deze beker aan mij voorbijgaan. Maar toch: niet mijn wil, maar uw wil geschiede” (Luc. 22,42). Voor hen is mijn barmhartigheid de laatste redding.”

Bidden wij voor de lauwe zielen en bevelen wij hen aan de bijzondere voorspraak van Maria “Toevlucht van de zondaars” aan.

Aller welwillendste Jezus, met uw verlossend lijden omvat U alle zielen. Berg, in uw oneindige barmhartigheid, alle lauwe en koud geworden zielen in uw gemarteld Hart en verwarm hen met het vuur van uw goddelijke liefde. Beziel hen met nieuwe ijver om U te dienen en om door uw oneindige verdiensten hun eeuwig heil te verlangen.

Onze Vader…. Wees gegroet Maria…. Eer aan de Vader….

Eeuwige Vader, zie vol erbarmen neer op de lauwe zielen, die het hart van uw Zoon onmetelijk pijn hebben gedaan. Laat U verzoenen door zijn heilig lijden en sterven, dat Hij op onze altaren in elk heilig Misoffer tegenwoordig stelt. Schenk hen de genade van bekering, zodat zij uw goddelijke barmhartigheid nu en later in de hemel zalig prijzen. Amen.

Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht….

 

Op 7 april Gebedsmiddag met Mgr. E. de Jong

Barmhartigheidszondag 7 April 2013 Kerk Berg en Terblijt

(Organisatie door Stichting LKZ Nederland)

 

Gebedsmiddag met

Mgr. De Jong

 

Programma:

–          15.00 tot ruim 16.00 uur Heilig Uur met biechtgelegenheid in de kapel (pastorie)

–           16.00 tot 17.00 uur gezellig samenzijn in het parochiezaaltje  van de pastorie

–           17.00 uur tot ongeveer 18.00 uur Inzegening van het vaandel en de afbeeldingen van de  Barmhartige Jezus (H. Zr. Faustina) en lezing door Mgr. De Jong

 

Verdere info:

Waar: Kapel in de pastorie van Berg en Terblijt.

Adres: Rijksweg 73,6325 AB Berg en Terblijt.

Het programma van het Heilig Uur zal er globaal als volgt uitzien:

Barmhartigheidsrozenkrans, Lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde met korte overweging, stille Aanbidding, gezamenlijk gezang en gebeden, rozenhoedje en biechtgelegenheid.

Meer informatie op de website:   https://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com                                                                     

Of via telefoonnummer: 045-5432900 /  e-mail: legioenkleinezielen@live.com

Foto’s Stichting Legioen Kleine Zielen Nederland

beb 5 (664)tn1111beb 5 (658)

“IK GELOOFDE IN GODS LIEFDE” (H. Theresia van Lisieux)

Ik geloofde in Gods liefde (H. Theresia van Lisieux),

Jaar van het Geloof 2012-2013

In dit eerste artikeltje willen we met u stilstaan bij het kernachtige credo van de kleine ziel, Theresia, en bij het geloof waartoe Jezus de kleine ziel oproept, als een bijdrage aan uw geloofsgroei in dit Jaar van het Geloof, dat paus Benedcitus XVI ons geschonken heeft.

Haar “geschiedenis van een ziel”, de herinneringen van Theresia van Lisieux welke in een boek zijn gevat hebben in de Nederlandse uitgave de titel gekregen: “Ik geloofde in Gods liefde”. Als haar “credo”, haar geloofsbelijdenis: “Ik geloof in God die Liefde is”. Zoals de apostel Johannes zijn evangelie heeft opgebouwd. In het eerste deel van zijn evangelie draait het om “geloof”: “Opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben” (Joh. 3,15). In het tweede deel van zijn evangelie gaat het om de liefde, om de vereniging van hart tot Hart: “Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde” (Joh. 15,9). Het geloof uit zich in de liefde. Zoals dezelfde apostel Johannes in zijn brief, die we in de Kersttijd vooral lezen, getuigt: “Wat liefde is hebben wij geleerd van Christus: Hij heeft zijn leven voor ons gegeven. Dus zijn ook wij verplicht ons leven te geven voor onze broeders. …Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is, woont God in hem en woont hij in God. Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en wij gelóven in haar. God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem” (1 Joh. 3,16.4,15-16).

Haar roeping was de liefde, zoals ze die vond bij apostel Paulus in zijn brief aan de christenen van Korinthe: “Gij moet naar de hoogste gave streven…Als ik de liefde niet hebt….” (1 Kor. 12,31.13,1.2.3). “De liefde vergaat nimmer…Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste” (1 Kor. 13, 8.13).

Dit is het wat Jezus vraagt van Marguerite:

J:  Denk eraan wat ge zijt. Denk eraan wie Ik ben. Mijn liefde heeft de afstand die Mij van u scheidde overbrugd. Mijn barmhartigheid breekt in u door. Meer dan anderen, mijn arm klein kind, hadt ge mijn barmhartigheid nodig. Geloof in mijn liefde. Twijfel nooit aan Mij”. (22-10-1965)

Dit vraagt Jezus ook van ons: “Geloof in mijn liefde”.

Geloof in zijn barmhartige liefde! Want de leer van Theresia, deze ‘kleine’ die ook kerklerares is, is een nieuwe relatie bevorderen tussen de zondige mens en de barmhartige God.

Met deze vraag van Jezus: “Geloof in mijn liefde. Twijfel nooit aan Mij” kunnen wij een diepgang geven aan het Jaar van het Geloof. De weg van het geloof gaan is de kleine weg gaan van leven in overgave aan de liefde en barmhartigheid van God.

Geloof kan altijd aangevochten worden, er zijn altijd genoeg geloofshindernissen. Dat weet Jezus ook. Hij kende de kleingelovigheid van zijn leerlingen, Hij kent ook onze kleingelovigeheid: “Waarom zijt ge ze bang, kleingelovigen” (Mt. 8,26).

Juist in haar duistere uren, in de donkerste uren van lijden en strijd, als ze door de “donkere nacht van geloof” gaat, voelen wij de overgave van de kleine Theresia aan Gods dragende liefde. Jezus vraagt ook van ons, in onze moeilijkheden en problemen, als we niet vooruit lijken te komen, dat we ons toevertrouwen aan zijn dragende liefde: “Je wordt gedragen”. In liefde heeft Hij onze lasten op zich genomen! Als Hij uit liefde het kruis opneemt en draagt, dan heeft Hij u reeds opgenomen en draagt Hij u in liefde, in de uren van uw lijden en beproevingen. “Twijfel nooit aan Mij”.

Het is dit geloof dat Jezus vraagt aan de leerlingen als Hij de nacht ingaat, bij het Laatste Avondmaal:

“Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij”(Joh.14,1)

Herhaaldelijk roept Jezus op tot dit geloof, ook bij Marguerite:

J:  Kind, …Geloof in mijn liefde voor u. Hoop. Ik ben de Koning van hemel en aarde. Ik ben de Koning van de harten. Laat ieder ogenblik van uw leven een onophoudelijke hernieuwde offergave aan mijn goddelijke liefde wezen. Geloof, aanbid, hoop”. (19-11-1965)

Geloven in Jezus, betekent vertrouwen op Jezus: “Jezus, ik vertrouw op U”. Geloven in Jezus is vertrouwen op zijn goddelijke barmhartigheid. Geloven in Jezus is geloven in zijn liefde voor u! Heel persoonlijk! Hij bemint u met een onvoorwaardelijke liefde. Vanwege onze kleinheid en zondigheid kunnen we maar moeilijk inzien en soms moeilijk aanvaarden dat Hij van ons houdt.

Zoals Petrus zegt als hij overweldigd is door de wonderbare visvangst: “Ga weg, Heer, ik ben een zondig mens” (Lc. 5…). Heel de geschiedenis van Petrus en zijn roepingsgeschiedenis is een geschiedenis van de Barmhartige Jezus die roept. “Ik maak u tot een mensenvisser” (Lc. 5,). Vertrouw je toe met al je kleinheden en beperktheden aan deze Jezus, aan zijn woord, aan zijn barmhartigheid en liefde, die alomvattend is en alle mensen tot Zich wil trekken. “Geloof in mijn liefde voor u”. Dit geloof in zíjn liefde voor u, voor ieder van ons persoonlijk, verlost ons van onze eigenliefde, onze ik-zucht. Jezus zegt niet alleen dat Hij van u houdt, Hij laat ook u voelen dat Hij van u houdt. En als u zijn liefde voor u in u toelaat dan vervalt de noodzaak om liefde op te eisen van anderen, aandacht te eisen van anderen, aanzien of eer te zoeken van anderen. “Geloof in mijn liefde voor u”.

Aan dit “geloof in mijn liefde voor u” is een roeping, een zending, een missie, een opdracht verbonden: “laat ieder ogenblik van uw leven een onophoudelijke hernieuwde offergave aan mijn goddelijke liefde wezen”. Je leven als een offergave aan de goddelijke liefde, aan de barmhartige liefde. Je leven als een werktuig van de goddelijke liefde, om anderen met de liefde van God te beminnen en anderen met deze barmhartige liefde van God vertrouwd te maken.

We kunnen soms worstelen met onze kleinheid, “wie ben ik eigenlijk?”. Ja, we zijn een “niemendalletje”. Dat kan wel zijn:

J:  Ja, een niemendal die Mij toebehoort. Geloof in mijn liefde voor u. Reeds lang vóór gij geboren werdt, beminde Ik u.” (3-8-1966)

Wie zijn leven vult met nietigheden behoort Jezus niet toe. Soms denken mensen uit een minderwaard gevoel niets waard te zijn, dat alles zonder zin is. De kunst is om je echt een “niemendal” te weten, klein, maar wel één die Hem toebehoort. “Geloof in mijn liefde voor u”. Je bent kostbaar in zijn ogen! Voor je geboren was, werd u door Hem bemind, was u reeds in de gedachten van zijn Hart. Dat is ons geloof!

Jezus blijft vragen om geloof in zijn liefde:

J:  Ach kind, kondt ge zoals Ik diep in de zielen zien! Wie doet boete? Iedereen denkt dat hij zonder zonde is en waant zich boven de anderen verheven. Weinigen bidden voor hun geestelijke groei en om behoed te worden voor het kwaad….

Wat voor de menselijke natuur hard lijkt, wordt gemakkelijk met Mij.

..Let aandachtig op mijn stem in de stilte van uw hart. Geloof in mijn liefde voor u. (6-1-1966).

Ook hier zien we wat Jezus zegt:

“Leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van Hart en ge zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht” (Mt. 11,29-30).

Met de liefde van Jezus wordt iedere last licht. Liefde maakt iedere last licht. Ook wat voor ons menselijke natuur niet gemakkelijk valt, wordt licht, lichter, gemakkelijk zelfs. Ook het doen van boete. “Geloof in mijn liefde voor u”.

Na een pijnlijk bezoek zal Jezus opnieuw bevestigen:

J:  … Geloof in mijn barmhartigheid. Laat uw hart niet van streek brengen. Ach, de zonden van de wereld doen Mij veel meer lijden dan u, arm kind. (29-5-1966)

Het gaat over van “geloof in mijn liefde voor u” in “geloof in mijn barmhartigheid”. Laat niets ons verontrusten, zijn liefde, zijn barmhartigheid is genoeg! Genoeg voor u.

VASTE HOOP, VRUCHT VAN GELOOF

Vaste Hoop, vrucht van geloof

M:  Heer, Ge waarschuwt mij voor ontmoediging; nu overrompelt ze mij. Hoe kan ik dit vermijden?
J:  Door veel akten van hoop! Schreeuw uw hoop uit naar de hemel. Hou niet op te bidden, zelfs als ge er geen zin in hebt. Ik ben er om u te helpen. Als ge onder lasten gebukt gaat, steun
dan op Mij, Ik zal u overeind houden! (16-1-1977)

Een waarschuwing. Jezus waarschuwt ons voor ontmoediging. En die kan je zomaar overrompelen. Als de ontmoediging je overvalt, stel een akte van hoop. Ja, “veel” akten van hoop.

J:  “Schep moed, Ik ben er” (16-1-1977)

Jezus wil onze vreugde zijn, maar het is een “niet-gevoelsmatige vreugde”. Over wat voor een soort vreugde heeft Jezus het, die onze droefheid overwint?

J:  “Uw vreugde? Ze bestaat erin te lijden omwille van mijn liefde; te offeren aan de Liefde; zielen te geven aan de Liefde! Deze niet-gevoelsmatige liefde is pijnlijk voor de menselijke natuur, maar zo heerlijk voor het innerlijk, als alles edelmoedig wordt opgeofferd aan de Liefde. Schenk Mij uw tegenslagen, uw smarten; in ruil daarvoor zal Ik u al de Liefde van de wereld schenken” (6-1-1977)

“Houdt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen” (Joh. 16, 33), zo bemoedigt Jezus zijn leerlingen bij het Laatste Avondmaal. “Uw droefheid zal in vreugde verkeren” (Joh. 16,20).
“Weliswaar leeft ge in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”, is een woord van Jezus. In de tijd van de ‘ontdekking’ van de Barmhartige Liefde, in mijn tienerjaren, was dit het woord van Jezus dat weerklonk in het Evangelie tijdens de Eucharistie op een door de weekse dag, en dat me raakte: “Hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen”. Als Hij de grootste nood overwint, de dood, en de grootste zonde overwint, zal Hij dan niet al het overige voor ons overwinnen. Dat wat ons terneerdrukt, dat wat ons bedroefd maakt…

Dit woord van bemoediging weerklinkt ook voor Paulus: “Houdt goede moed, gij zult voor Mij getuigen…” (Hand.23,11). De Kerk is geboren in de kracht van de heilige Geest, en die Geest is de kracht en de dynamiek van de Kerk, door alle tijden heen. En we bidden de heilige Geest: “Kom, heilige Geest, voltooi wat Gij in ons begonnen zijt”! De lijdensweg is reeds voor Paulus begonnen. De weg naar zijn dood zal nu worden voortgezet. Hij heeft nog een lijdensweg voor de boeg. Maar “houdt goede moed”. Paulus zal in dit lijden juist getuigen zijn van de verrezen Christus. Zijn kracht komt in onze zwakheid tot ontplooiing. Ja, zijn lijden is omwille van Christus’ liefde.

Paulus heeft in het lijden één vaste hoop, die voor hem zekerheid is. “Wie zal ons kunnen scheiden van de liefde van Christus”, zo vraagt Paulus, “verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard? … geen macht in den hoge of in de diepte zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus” Rom. 8,35.39). In al onze beproevingen, moeilijkheden, teleurstellingen…niets kan ons scheiden van de liefde van Christus. Die liefde overbrugt elke afstand, overwint elke moeilijkheid, elke hindernis, elke kwaal.

Als Marguerite een keer de voor haar dierbaar geworden afbeelding van Christus-Koning beschouwt, beseft ze hoe Zijn ogen doordringen tot de grond van haar wezen:

M:  In mijzelf herken ik de nood van zovele kleine zielen; ik wil ze de enige remedie voor hun kwalen aanreiken: Vertrouwen en overgave aan Gods wil. (16-1-1977)

Laat dit in iedere nood het gebed dan zijn aan de Goddelijke Barmhartigheid en de Barmhartige Liefde: “Jezus, Ik vertrouw op U”. Laat dit onze “akte van hoop” zijn; laten wij dit “gebed tot de hemel”, deze “schreeuw tot de hemel” ook “veel” bidden: “Jezus, ik vertrouw op U”. Dit jaar van het geloof eindigt met het feest van Christus-Koning, de Koning der eeuwen, die blijft. Dat wij als kleine zielen iedere dag, met al z’n noden, leven onder het oog van deze Christus Koning, die onze harten en nieren doorgrond, en leven we in vertrouwen, op Hem. Leven in een vaste hoop. De hoop op Hem is de eerste vrucht van geloof in Hem, geloof in zijn Barmhartige Liefde. Zo dragen wij als kleine zielen bij aan Zijn koninkrijk in ons midden.

Mgr. E. De Jong: “De Barmhartige liefde kwam opeens mijn leven binnen”

“De Barmhartige liefde kwam opeens mijn leven binnen”

door Mgr. E. de Jong (november 2012)

aa Staatsiefoto Mgr_ De Jong 1_04KLEIN (1)De Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de kleine zielen kwam op een gegeven moment opeens mijn leven binnen. Ik hoor nog de twee mensen die op een gegeven avond ’s avonds aan de deur kwamen om het boek te verkopen, terwijl ik al, als tiener, in bed lag. Het waren mensen van de Kleine Zielen, die mijn ouders kenden van een gebedsgroep. Op dat moment realiseerde ik me niet welke impact dit prachtige boek op me zou hebben. Pas een paar maanden later kwam ik ’s middags thuis van de Middelbare Technische School en tijdens een kopje thee, vóór het huiswerk maken, nam ik toevallig dit boek uit de boekenkast. Ik begon er zomaar ergens in te lezen, en begreep er niet veel van. Tot ik de inleiding gelezen had, en nu begreep dat de J voor Jezus stond. Bij het opnieuw lezen van enige dialogen realiseerde ik me plotseling tot in het diepst van mijn hart dat het Jezus was, die dit zei! Dat betekende dus dat Hij bestond! Opeens was Hij weer levend, na een heel aantal jaren weg geweest te zijn. Ik realiseerde me plotseling dat Hij er was. Dat Hij mij kende. En, dat maakte ik op uit de gesprekken van Marguerite, me erg beminde. Het was als een bliksem die insloeg. Een nieuw bewustzijn van een andere dimensie van het leven opende zich. Ik moest in die tijd van mijn ouders nog wel naar de Kerk, maar het had me al lang niet meer veel meer gezegd. Toen ook nog de kapelaan, die m.i. het best kon preken, vanuit Israël een brief aan de pastoor schreef, die vervolgens zondags in de kerk werd voorgelezen, met de mededeling dat hij een vriendin had gevonden en met haar verder wilde, was de Kerk voor mij niet interessant meer… En Jezus verdween uit het gezicht.

Diezelfde avond ben ik gaan bidden voor het slapen gaan. Op m’n knieën voor het kruisbeeld dat boven mijn bed hing. Gewoon, heel langzaam, het Onze Vader en het Wees gegroet. Dit bidden groeide uit tot soms wel een uur of nog langer. Niemand wist ervan, ik was te verlegen om hierover te spreken. Ik kende de opvatting van mijn broers en zussen over religie. Ze zouden alleen maar lachen…

Tegelijkertijd was er een andere ontwikkeling op gang gekomen door mijn interesse in helderziendheid. In een boek van een Nederlandse helderziende had ik gelezen dat iedereen eigenlijk helderziend is. Dat we dat eigenlijk alleen moeten ontdekken. Toen ik op een gegeven moment naar school fietste, voelde ik een soort onrust in mijn hart als ik dacht aan een bepaalde les technisch tekenen. Tijdens die les liet ik m’n liniaal op de grond vallen, en moest 50 strafregels schrijven… Tijdens het terugfietsen realiseerde ik me dat ik bij het denken aan die les een bepaalde onrust in mijn hart had gevoeld. Dat was dan blijkbaar die helderziendheid. En inderdaad, ik bleek wel vaker een onrust te krijgen bij het denken aan, of plannen van dingen, die dan consequent verkeerd afliepen als ik die plannen toch zo uitvoerde. Die gevoeligheid werd steeds groter, zodat ik op een gegeven moment zelfs aanvoelde wat ik voor het examen moest studeren…

Deze twee lijnen, mijn geloof in Jezus, en het ‘helder voelen’, hebben zich op een gegeven moment verweven. Steeds meer zag ik ‘mijn gevoel’, zoals ik de onrust noemde, als de stem van Jezus die me ergens vanaf probeerde te houden of ergens op attendeerde of tot iets aanzette. Bij zijn spreken in de Boodschap voelde ik telkens een grote vrede in m’n hart.

Toen nu het moment gekomen was om naar een volgende school te gaan, de Hogere Technische School, (ik wilde al vanaf de kleuterschool radio-ingenieur worden), voelde ik telkens de onrust opkomen bij het me voorstellen van die keuze. Dus niet naar de H.T.S.? Wat dan wel? Ik ben overal gaan rondkijken in Eindhoven waar ik toen woonde, maar kreeg telkens dezelfde onrust. Op een gegeven moment was de inschrijftermijn van de H.T.S. verstreken, en men begon wat ongeduldig te vragen wat ik dan wel wilde… Op 30 maart 1976 kwam ik met deze dringende vraag in mijn hoofd uit school, ging meteen naar boven, viel op mijn knieën voor mijn bed, en vroeg Jezus aan het kruis: “Jezus, wat wilt U dan dat ik doe?” Opeens verscheen er een woord in gele letters, midden in mijn hoofd: PRIESTER. Toen ik me overgaf aan het idee om priester te worden, was ineens alle onrust weg. Ik wist het zeker: Jezus wil dat ik priester word. Dat was me even wat. Daar had ik nooit aan gedacht, tenzij misschien bij de 1e Communie, om missionaris te worden. Maar als ik priester zou worden, kon ik niet meer geloven in het verborgene, voor mezelf. Jezus wilde dat ik ermee naar buiten trad. Gelukkig kon ik meteen bij mezelf besluiten: als Hij het wil: o.k. Na dat besluit om ja te zeggen op deze roeping, ging de rest van een leien dakje. Dezelfde avond vertelde ik het m’n moeder, die nuchter reageerde: “Oh, dat moet je dan maar doen.” Zij heeft het de dag erna aan mijn vader verteld, die zo mogelijk nog nuchterder reageerde met: “Je kunt altijd terugkomen…”. Mijn ouders hebben het toen de dag daarna, 1 april aan mijn broers en zussen meegedeeld…. U kunt zich de reactie wel voorstellen. Sindsdien heb ik nooit getwijfeld aan mijn roeping tot het priesterschap. Integendeel, die is alleen maar sterker geworden. Ik ben dus Jezus en Marguerite, mijn ouders en degenen van wie ze het boek gekocht hebben, en alle anderen die de uitgave mogelijk maakten, uitermate dankbaar dat ze door dit wonderlijke boek mijn leven, en dat van vele anderen, een meer geestelijke vorm hebben gegeven. Graag wil ik dan ook nu, ook als hulpbisschop, mijn beste krachten inzetten om deze zeer actuele Boodschap van de Barmhartige Liefde te verspreiden! Ik heb inmiddels gemerkt dat ze wondertjes kan doen. Mogen door het lezen van de Boodschap velen geraakt worden en de weg naar Jezus en zijn overgrote barmhartige liefde (her)vinden!