Gebeden (met litanie) tot Mgr. Savelberg

Gebeden met litanie tot Mgr. Savelberg

Savelberg,_PJ_250_0

In de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Goede Monseigneur Savelberg. Wij zijn hier samen gekomen om te bidden voor Uw zalig- en heiligverklaring en hopen dat Onze Lieve Heer U de gunst verleend om een of meer van onze zieken in Zijn naam te genezen. Wij danken God en U hiervoor met de meeste eerbied.

Wij bidden samen de Geloofsbelijdenis

Wij bidden het rozenhoedje van de Blijde Geheimen

1e geheim: De engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria.

2e geheim: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth.

3e geheim: Jezus wordt geboren in de stal van Bethlehem.

4e geheim: Jezus wordt in de tempel aan God opgedragen.

5e geheim: Jezus wordt in de tempel teruggevonden.

Ofschoon Uw naam Monseigneur Savelberg anders doet vermoeden, was U een eenvoudige, hardwerkende kapelaan, die zichzelf volledig wegcijferde en zich nooit opdrong of op Uw recht stond. U heeft zich altijd ingezet voor onze allerarmste medemensen. Nadat U de congregaties van de Kleine Zusters en Broeders van de Heilige Joseph had opgericht, nam U op eigen verzoek ontslag als kapelaan, omdat U het steeds drukker kreeg en U zich geheel aan beide congregaties wilde gaan wijden. Wegens Uw grote verdiensten werd U op 3 september 1904, ter gelegenheid van Uw 50-jarig Priesterfeest benoemd tot erekamerheer van Paus Pius X en kreeg U de daarbij behorende titel van Monseigneur. U wilde dat de zusters en broeders zouden beschikken over de eigenschappen van eenvoud, bescheidenheid en nederigheid, daarom vond U het belangrijk dat zij vaak de volgende litanie bidden:

LITANIE VAN DE NEDERIGHEID (SAMEN BIDDEN):

Jezus, zachtmoedig en nederig van hart, verhoor mij.

Van het verlangen om te worden geacht, verlos mij, Jezus.

Van het verlangen om te worden bemind, verlos mij, Jezus.

Van het verlangen om te worden geprezen, verlos mij, Jezus.

Van het verlangen om te worden geëerd, verlos mij, Jezus.

Van het verlangen om te worden voorgetrokken, verlos mij, Jezus.

Van het verlangen te worden geraadpleegd, verlos mij, Jezus.

Van het verlangen om voor degelijk aangezien te worden, verlos mij, Jezus.

Van de angst om te worden vernederd, verlos mij, Jezus.

Van de angst om te worden geminacht, verlos mij, Jezus.

Van de angst om te worden achtergesteld, verlos mij, Jezus.

Van de angst om te worden belasterd, verlos mij, Jezus.

Van de angst om te worden vergeten, verlos mij, Jezus.

Van de angst om te worden bespot, verlos mij, Jezus.

Van de angst om te worden beledigd, verlos mij, Jezus.

Van de angst om te worden verdacht, verlos mij, Jezus.

Dat mijn medemensen meer achting genieten dan ik, Jezus, geef mij de genade dit te wensen.

Dat zij tot hun recht mogen komen, maar dat ik terzijde word gesteld, Jezus …

Dat zij in de waardering van de wereld mogen groeien en ik achtergesteld word, Jezus …

Dat zij geprezen en ik verwaarloosd word, Jezus …

Dat zij in elk opzicht boven mij worden voorgetrokken, Jezus … Amen.

Wij hopen vurig dat er in Limburg, België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en de rest van Europa en de wereld weer veel jongemannen gaan kiezen voor het ambt van priester, want de huidige pastoors en kapelaans kunnen hun belangrijk werk bijna niet meer aan, daarom bidden wij de volgende litanie:

LITANIE OM HEILIGE PRIESTERS

Heer, ontferm U over ons.

Christus, ontferm U over ons.

Heer, ontferm U over ons.

Christus, aanhoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelse Vader, ontferm U over ons.

God, heilige Geest, ontferm U over ons.

God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

Jezus, eeuwige Hogepriester, geef ons heilige priesters.

Jezus, die uw apostelen met de heilige Geest hebt geheiligd, geef ons,,

Jezus, die hen en alle priesters met Goddelijke macht hebt omkleedt, geef ons,,

Jezus, die aan uw priesters macht hebt gegeven het Offer der Heilige Mis op te dragen, geef ons,,

Jezus, die in de H. Mis de priesters met U en door U offeraar laat zijn, geef ons,,

Jezus, die U door priesterhanden laat uitdelen aan de zielen, geef ons,,

Jezus, die aan uw priesters de verkondiging van het woord Gods hebt opgedragen en toevertrouwd, geef ons,,

Jezus, die aan uw priesters de macht hebt gegeven om de zonden te vergeven, geef ons,,

Jezus, die hun macht gegeven hebt om te zegenen, geef ons,,

Jezus, die uw priesters hebt aangesteld tot uitdelers van uw genademiddelen, geef ons,,

Jezus, Goddelijke Middelaar, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij aan de wereld vele en heilige priesters wilt schenken, wij bidden U,,

Dat de priesterroeping in vele edelmoedige jongenszielen moge ontluiken, wij bidden U,,

Dat zij die heilige roeping ongeschonden mogen bewaren, wij bidden U,,

Dat uw gelovigen de roeping tot het priesterschap mogen eerbiedigen en bevorderen, wij bidden U,,

Dat onze priesters waarlijk het zout der aarde mogen zijn, wij bidden U,,

Dat zij door hun heilig leven het licht der wereld mogen zijn, wij bidden U,,

Dat zij vurige zielenherders mogen zijn, wij bidden U,,

Dat zij gaarne om U en de zielen arm, miskend en lijdend willen zijn, wij bidden U,,

Dat al onze priesters vurige vereerders en apostelen van het H. Hart van Jezus mogen zijn, wij bidden U,,

Dat zij een grote liefde mogen hebben tot de Allerheiligste Maagd Maria, wij bidden U,,

Dat zij de sterkte der martelaars, het licht der belijders en de zuiverheid der maagden mogen bezitten, wij bidden U,,

Dat zij het volk dat aan hen is toevertrouwd, op de weg van het eeuwig heil mogen voeren, wij bidden U,,

Lam Gods, dat de zonden van deze wereld wegneemt, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat de zonden van deze wereld wegneemt, verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat de zonden van deze wereld wegneemt, ontferm U over ons.

 

Het gebed voor de zielen in het vagevuur van de Heilige Gertrudis de Grote van Helfta:

Eeuwige Vader, ik offer U het meest kostbare bloed van Uw Goddelijke Zoon, Jezus, in eenheid met de H. Missen die vandaag over de gehele wereld worden opgedragen, voor alle zielen in het vagevuur, voor zondaars overal ter wereld, voor zondaars in de universele Kerk, zondaars in mijn eigen huis en binnen mijn familie. Amen.

Wij bidden voor de volgende intenties:

Voor eenheid onder de christenen, wij bidden U verhoor ons

Voor wijsheid in geloof voor onze Heiligheid de paus, bisschoppen, priesters, diakens en leken, wij bidden U,,

Tot herstel van het Christelijk gezin, wij bidden U,,

Voor vrede onder de volkeren en in de harten van de mensen, wij bidden U,,

Voor genezing van mensen die blind, of slechtziend zijn, wij bidden U,,

Voor genezing van mensen die doof of slechthorend zijn, wij bidden U,,

Voor genezing van mensen met epilepsie, wij bidden U,,

Voor genezing van verslaafden, vooral van alcohol-, of drugs-, of nicotine-, of gok-, of koop- of seksverslaving wij bidden U,,

Voor genezing van kankerpatiënten, wij bidden U,,

Voor genezing van mensen met diabetes, hoge bloeddruk en hartkwalen, wij bidden U,,

Voor genezing van mensen met keel-, stemband-, long-, maag- en darmkwalen, wij bidden U,,

Voor genezing van mensen met stofwisselingsziekten, wij bidden U,,

Voor genezing van Parkingson-patiënten, wij bidden U,,

Voor genezing van ALS-patiënten, wij bidden U,,

Voor genezing van MS- en ME-patiënten, wij bidden U,,

Voor genezing van mensen die lijden aan depressiviteit, wij bidden U,,

Voor genezing van ziekten die hierboven niet zijn genoemd, wij bidden U,,

Monseigneur Savelberg wees onze voorspreker bij de Heer om genezing te vragen van onze ziekten, handicaps en kwalen. Wij danken U voor Uw voorspraak bij de Heer en hopen dat er spoedig een aantal van ons zal genezen en dat dit zal leiden tot Uw zalig- en heiligverklaring.

In de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.


Savelberg, Peter Joseph (kapelaan)
Monseigneur; 10 februari 1827 – 11 februari 1907

Peter Joseph Savelberg werd op 10 februari 1827 in Heerlen geboren als zoon van Alexander Savelberg en Anna Elisabeth Mertens. Vader Savelberg was eigenaar van een stadsherberg, waar de postiljon van paard verwisselde en de reizigers konden overnachten. Na de dood van zijn vrouw gaf hij de drukke herberg op en werd wijnhandelaar. Hij behoorde tot de nota­belen van Heerlen. Hij was lid van de gemeenteraad en van het kerkbe­stuur. Van 1830 – 1839 was hij ook lid van de jury bij de rechtbank in Tongeren.

We weten weinig over de kinderjaren van Peter Joseph. Er wordt verteld dat hij als klein kind meetrok met de grote bronk, de jaarlijkse processie met het Heilig Sacrament. Hij speelde eerst herder en later koorknaap. In beide rollen viel hij op door zijn kinderlijke ernst en eerbied. Het is bekend dat hij als kind de mensen voor zich innam. Aanvankelijk wist hij niet wat hij wil­de worden. Zijn vader stuurde hem daarom op vijftienja­rige leeftijd naar Rolduc om lessen aan de handelsschool te vol­gen. Hij ging vervolgens naar Brussel waar hij werkte op het kan­­toor van zijn halfbroer Balthasar, die directeur van een glas­fa­briek was. De stille dorpsjongen Joseph kon echter niet wen­nen aan het werkmilieu en de gesprekken in de fabriek. Hij keerde spoe­dig terug naar het landelijke dorp Heerlen. Zijn toekomst stond nu vast: hij wilde priester worden.Voor zijn studies ging hij opnieuw naar Rolduc. Zijn gods­dienstige aanleg kwam duidelijk tot uiting. Iedere avond na het eten bracht hij veel tijd in de kerk door om te bidden. Toen reeds bleek zijn bijzondere godsvrucht voor Christus in de Hei­lige Eucharistie. Iedere zondag ging hij ter communie en de biecht op zaterdagavond als voorbereiding op de zondag werd nooit overgeslagen. Savelberg was een goed student met niet alleen aanleg voor talen, maar ook voor wiskunde en filosofie. Tevens had hij gevoel voor muziek. In de harmonie van Rolduc speel­de hij klarinet. In 1851 vertrok hij naar Roermond om zijn studie theologie voort te zetten aan het grootsemina­rie. Anderhalf jaar later, nog voordat hij zijn priesterstudie had voltooid, werd hij al benoemd tot leraar aan het bisschoppelijk college voor de vakken geschiedenis, wiskunde en Duits. Hij eiste veel van zijn leerlingen, maar nog meer van zichzelf. Hij ging hartelijk met de leerlingen om, maar eiste plichtsvervulling. Vanwege de nauw­keurigheid waarmee zijn ogen alles opna­men, kreeg hij de bijnaam ‘de valk’.

Op 3 september 1854 werd hij door Mgr. Paredis, bisschop van Roermond, tot priester gewijd. Anderhalf jaar later, in april 1856, werd hij rector van het zustersklooster met meisjespen­sio­naat Nonnenwerth op het Liebfraueneiland in de Rijn bij Bonn. De in zichzelf gekeerde asceet Savelberg, met zijn voor­liefde voor stilte en gebed, bleek toch niet zo op zijn plaats te zijn in een functie als leraar. In Non­­­nenwerth kwam hij in nauw con­tact met het vrou­we­lijke kloos­­terleven en te­vens kon hij in de beslotenheid van het kloos­ter zijn beschouwend le­ven verdiepen door veel ge­bed. De kroniekschrijfster van het kloos­ter vermeldt dat hij onder hen leefde als een be­scheiden en eenvoudig man, die zich nooit opdrong of op zijn recht stond, maar zijn plicht vervulde. Die zonder het te zoeken grote in­vloed uitoefen­de en zonder het te ver­moe­den voor allen een voorbeeld was. De tijd in Nonnen­werth zou een blijvende invloed heb­ben op het verdere leven van Savel­berg. Hij had een beter in­zicht gekregen in de eisen, ge­woon­ten en moeilijkheden van het kloosterleven. Tevens had hij kennis gemaakt met de geest van Franciscus, die hij later aan de zusters en broeders van zijn congregatie zou overdragen.

Op 6 december 1863 werd hij benoemd tot kapelaan in Schaes­berg. Vier maanden na zijn aankomst in deze plaats stierf de pastoor. Kapelaan Savelberg moest een half jaar alleen de ziel­zorg verrichten. Hij trof in Schaesberg sociale wantoestan­den aan. Vele gezinnen leidden een armoedig bestaan, niet door gebrek aan voedsel, maar door een ondoelmatige huishou­ding van de moeders die niet op hun taak waren voorbereid. Bejaarden werden geestelijk en lichamelijk aan hun lot overge­laten. De weeskinderen werden uitbesteed bij vreemden of bij een oom of tante ondergebracht. Zij werden als goedkope arbeidskrachten uitgebuit. De opvoeding en het onderwijs aan deze kinderen bleven achterwege. Daarom richtte de kapelaan in Schaesberg een Vincentiusvereniging op. Daarnaast kwam er een primitief huishoudschooltje waarover de Zusters Francisca­nessen uit Heerlen de leiding kregen. Savelberg had ook plan­nen voor de stichting van een lagere school voor meisjes en een tehuis voor bejaarden en weeskinderen. De door de zus­ters gevraagde financiële garanties kon hij echter niet geven, waar­door de plannen niet konden worden uitgevoerd.

In november 1865 werd Savelberg benoemd tot kapelaan aan de St. Pancratiusparochie in Heerlen. Dezelfde wantoe­stan­­den die hij in Schaesberg had proberen op te lossen, trof hij ook in Heerlen aan. Het lukte hem ook nu weer niet voldoen­de geld voor een tehuis voor bejaarden en weeskinderen bij­een te brengen. Uiteindelijk was zijn overbuurman bereid zijn eigen huis als opvang­huisje ter beschikking te stellen. Op de 4de oktober 1867 werd het godshuisje geopend. Nu was het zaak zusters voor de verzorging te krijgen. Binnen een jaar had hij zeven godsdienstig ingestelde vrouwen gevonden. In 1870 betrokken de Franciscanessen een ander pand en kon Savel­berg het oude gebouw huren. De kapelaan ging ook zelf in het pand wonen. In het begin werd er bittere armoede geleden. De zusters moesten bij de boeren in de omgeving om voedsel gaan bedelen. Op 21 juni 1872 werden de eerste zes novicen ingekleed en was de congregatie van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph gebo­ren. De zusters leefden volgens de regel van de Derde Orde van Sint Franciscus.

De mannelijke tak van de congregatie, de Broeders van de Heilige Joseph, kwam in 1878 tot stand. Op 16 juni van dat jaar wer­den de eerste twee broeders ingekleed. De bedoeling was een religieuze orde van broeders en priesters te stichten. De Latijnse school, die in het begin van de jaren tachtig werd opge­richt, werd geen succes. Het plan om eigen priesters op te leiden moest men toen laten varen.

In de huizen van de congregatie werden veel zenuwpatiën­ten verpleegd. Toen de waterkuur van pastoor Kneipp uit Wö­rishofen in Beieren (D.) een goede geneesmethode voor deze zieken bleek, werd broeder Aloysius naar Beieren gestuurd om de Kneippmethode te leren. De Kneippinrichting van broeder Aloysius in Heerlen werd later een groot succes.

In 1879 vierde kapelaan Savelberg zijn 25-jarig priesterfeest. In hetzelfde jaar werd hij op eigen verzoek ontslagen als kape­laan en kon hij zich geheel aan zijn congregaties gaan wijden. Er kwamen nu van alle kanten verzoeken voor nieuwe stichtingen binnen. In 1876 werd een filiaal in Schaesberg ingericht. De eerste grote stichting buiten Heerlen vond plaats in Heel bij Roermond. Deze in­rich­ting werd een toevluchtsoord voor imbi­ciele en idiote kinderen, epileptici, gebrekkige en kindse bejaar­den, voogdij- en weeskinderen en maatschappelijk onge­schikten. In 1889 werden er kloosters in Waubach en Bugge­num geo­pend. In beide dorpen begonnen de zusters een naai-­ en be­waarschool en verzorgden zij de wijkverpleging. In 1890 na­men de zusters de huishoudelijke zorg in colleges en semina­ries op zich. Zij trokken ook de grens over naar België: Lana­ken, Rot­hem, Gellik en Stokkem. In deze plaatsen verzorgden zij de be­waar­school, het lager onderwijs, de wijkverpleging en de verzor­ging van armen, wezen en ouden van dagen. In het nieuwe St. Jozefziekenhuis van Heerlen, dat in 1904 zijn deu­ren opende, werden de zusters belast met de verpleging. De laatste stichting tijdens het leven van Savelberg was een door­gangshuis voor ongehuwde moeders en hun kinderen in Den Haag.

Bij het 25-jarig bestaan van de congregatie kregen alle broe­ders en zusters van Savelberg een exemplaar van de litanie van de nederigheid. Dit was een typisch cadeau van Savelberg. Een­voud, bescheidenheid en nederigheid waren het kenmerk van zijn leven en hij wilde dat zijn zusters en broeders ook over deze eigen­­schappen zouden beschikken. Zelf was Savelberg een stille, wat schuchtere en bedeesde man. Hij was enigszins gesloten van aard en leefde graag in teruggetrokkenheid en stil­te. Op 3 sep­tember 1904 vierde hij zijn 50-jarig priester­feest. Heel Heerlen bracht hulde aan het “rectörke van het klöster­ke”, zoals hij in Limburg genoemd werd. Bij deze gele­gen­heid werd hij wegens zijn grote verdiensten door paus Pius X tot ereka­mer­heer verheven. Voortaan mocht hij de titel “monseigneur” voe­ren. De deken van Heerlen hing hem de bij deze onder­schei­ding horen­de paarse sjerp om. Nauwelijks was dit ge­beurd, of de uiterst bescheiden man, verlegen met zoveel eer, vroeg om zijn overjas, trok hem aan en knoopte hem van bo­ven tot onder helemaal dicht, zodat er geen snippertje paars meer te zien was. In 1905 werd Savelberg benoemd tot Rid­der in de Orde van Oranje Nassau. Begin 1907 werd hij ziek. Op 16 januari droeg hij zijn laatste Heilige Mis op. De bisschop had al rector Leonard Dries­­sen als zijn opvolger aangewezen. Op 10 februari vierde hij zijn tachtigste verjaardag. Een dag later overleed hij, omringd door zijn opvolger en zijn broe­ders en zus­ters. De begrafenis werd een triomftocht. Van alle kanten stroom­den de mensen toe om deze man, die zoveel voor ar­men en hulpbehoevenden gedaan had, de laatste eer te bewij­zen. Mgr. Savelberg werd in een graf­kelder op het kerkhof bij het klooster van de broeders in Heerlen begraven.

Op 8 september 1960 werd hij, in een speciaal voor hem gebouwde ronde kapel naast het moederhuis van de zusters, her­begraven. Het proces van zaligverklaring is in 1934 gestart. In 1988 kreeg hij de titel Eerbiedwaardig Dienaar Gods. Op 4 juli 1964 werd aan de Putgraaf een standbeeld van de mon­seigneur onthuld. Het is vervaardigd door de bekende beeld­houwer Mari Andriessen. ( Bron )


Congreso Latinoamericano Corriente, Argentina Año 2015.

Almas Pequeñas de Hispanoamérica's avatarLegión Almas Pequeñas de Hispanoamérica

Legión Almas Pequeñas

Congreso Latinoamericano de la Legión de las Almas Pequeñas

Corriente, Argentina Año 2015. 

17, 18 y 19 de Julio 

Recuerde que estos Videos se encuentra en esta página en la sección: Videos del Canal Youtube de las Pequeñas Almas

———————————————————————–

Paz, Alegría y Amor

———————————————————————–

View original post

De Boodschap lezen is bidden

Door Pastoor A. Ory

(Uit: Tijdschrift ‘Het Legioen Kleine Zielen’, December 1976, blz. 8-14)

Bidden zinloos?

Menig mens – en helaas soms hier of daar een priester – beweert dat bidden overbodig is geworden, een nutteloze of zelfs een schadelijke bezigheid, die niet meer hoeft in dit laatste kwartaal van de 20ste eeuw. Onwillekeurig vergelijkt men dan het religieuze leven met een economisch bedrijf, waar de meesten hard werken aan de lopende band, terwijl anderen al dromend zoeken rond te slenteren in een dolce far niente. De eersten zijn bruikbaar voor het rendement; de laatsten worden doorgestuurd omwille van hun nutteloosheid. Bidden wordt door sommigen op dezelfde leest geschoeid als dromen.

Werken, bezig zijn met mensen, produceren, dat alles vindt gemakkelijk instemming; bidden wordt licht in vraag gesteld; men ziet er niet goed de productiviteit van in.

Wat moeten Legioen Kleine Zielen-leden denken over een dergelijke opvatting omtrent het gebed, die tegenwoordig helaas in bredere kringen is verspreid?

Martha en Maria

Bij de evangelist Lucas lezen wij de wondere geschiedenis van Martha en Maria (Lc.10,38-42), waarvan het verhaal gekend is: “terwijl Martha in beslag genomen werd door het vele bedienen.” Beide zusters incarneren duidelijk twee tegenovergestelde levenshoudingen, die sterk contrasterend naar voren komen op onze dagen. Martha is de belichaming van de arbeid, Maria van het gebed of de contemplatie.

Sommige moderne mensen vinden zich gemakkelijker terug in de persoon van Martha en moeten noodgedwongen ernstige bezwaren koesteren jegens Maria. Volgens de economische normen presteert Martha wel en Maria niet, is Martha dus één en al werkdadige liefde voor Jezus en Maria in feite liefdeloos, want de eerste spijzigt de hongerige Jezus, terwijl het de tweede blijkbaar niet deert dat Hij honger lijdt.

Gemakkelijk beweert men daarenboven dat het werk, zoals Martha verricht, het enige echte gebed is dat zinvol blijft. Zich liefdevol inzetten voor de evenmens krijgt niet alleen de decoratie van werklust maar ook van gebedsgeest. In dat perspectief moet Martha evenzeer de goedkeuring als Maria de afkeuring van onze generatie meedragen. Martha zelf is geërgerd door het gemis aan engagement van haar zuster Maria, zodat ze haar ongenoegen niet verbergt. Zij uit haar kritiek aan Jezus als volgt: “Heer, trekt Gij het u niet aan dat mijn zuster mij alleen de bediening overlaat?

Een tegendraads antwoord

Indien Martha haar beklag gemaakt heeft bij Jezus, dan is het in de stellige hoop gelijk van Hem te krijgen. Maria van haar kant heeft geen klacht ingediend tegen haar zuster, ‘omdat die nog geen tijd had om naar Jezus’ woorden te luisteren’. Was Martha ontstemd omwille van Maria, Maria was niet ontstemd omwille van Martha.

Het antwoord van Jezus is uitermate leerrijk, zowel om zijn helderheid als om zijn inhoud. Jezus zoekt niet naar dubbelzinnige taal, om én Maria én Martha evenzeer te behagen. Zijn antwoord laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Wel stelt Hij een waardeoordeel voor dat indruist tegen hetgeen van Hem verwacht wordt. Hoe vaak spreken wij, gewone mensen, dubbelzinnige taal al was het maar om te behagen aan onze respectievelijke gesprekspartners. Aan Martha zouden wij best durven zeggen dat werken en aan Maria dat bidden het beste is.

Jezus doet niet zoals de doorsnee mens. Hij geeft Martha geen gelijk, integendeel, onomwonden vertelt Hij haar zijn mening ook al loopt die uit op een ontgoocheling voor Martha: “Gij zijt bezorgd en bekommerd om vele dingen; slechts één is noodzakelijk en Maria heeft het goede deel verkozen”. Jezus corrigeert diegene die hoopte geprezen te worden en Hij prijst haar die geen angst had voor kritiek van buitenstaanders.

Luisteren naar het H. Evangelie

Jezus’ woorden rechtstreeks beluisteren, van persoon tot persoon, zoals Maria, ligt natuurlijk niet meer in ons vermogen, sinds de dood en verrijzenis van Jezus. Toch is ons een wonderbaar middel ter beschikking gesteld om met de Meester in contact te treden nl. het Evangelie. In dit boek zijn de woorden en ook de daden van Jezus opgetekend ten gerieve van de christenen van alle tijden. Wie devoot deze woorden beluistert, hoort Jezus zelf. Dank zij de H. Schrift weergalmt Jezus’ woord tot in de 20steén 21ste – eeuw, met een nooit geëvenaarde betrouwbaarheid. Zijn woorden zijn trouwens niet alleen bedoeld voor tijdgenoten, maar voor gelovigen van alle tijden. In de mate dat wij deze gewijde woorden van Jezus beluisteren in een mediterende evangelielezen, kunnen wij delen in het voorrecht van Maria en met haar het beste deel verkiezen.

Het regelmatig contact met de H. Schrift is ongetwijfeld de beste manier van bidden. Daardoor leren wij Jezus in al zijn wezensaspecten kennen. In de mate dat wij Hem kennen, groeit ook onze liefde en in de mate dat wij Hem liefhebben boven alles, maken wij ons geschikt om binnengetrokken te worden in zijn Rijk der Hemelen.

Honderden spelen helaas tegenwoordig de rol van Martha om te verhinderen dat er zou geluisterd worden naar Jezus’ woorden, onder het bedrieglijk voorwendsel Hem des te beter te dienen. Wie reeds echt geluisterd heeft naar zijn woord staat boven deze ongegronde kritiek. Men luistert naarmate men liefheeft en men heeft lief naarmate men luistert.

Woorden uit de Boodschap

Er is maar één stap nodig om over te schakelen van het Evangelie naar de Boodschap (Boodschap van de Barmhartige Liefde – Legioen Kleine Zielen); het ene is de oer-boodschap of Blijde Boodschap; de andere is de actualisering ervan voor onze tijd. Tussen Evangelie en Boodschap bestaat in feite geen verschil; de laatste is de vertaling van het eerste voor onze tijd. Tegenwoordig zoekt menigeen een eigentijdse geloofsvertolking, die nodig is als een opwarming van de boodschap voor alle tijden in onze eeuw. Deze actualisatie is even noodzakelijk als riskant. Hoevelen hebben helaas gefaald in deze noodzakelijke onderneming, door wel de woorden van Jezus te bewaren maar de inhoud ervan te verkwisten? Hoe vaak wordt het marxisme niet opgediend in een christelijke verpakking als zijnde de boodschap van Jezus voor mensen van nu. Dit is ongetwijfeld een van de grootste bekoringen waaraan onze generatie is blootgesteld. Aan de meeste universiteiten is men er helaas het slachtoffer van geworden. Men spreekt nog dapper door van Jezus’ Rijk, dat echter niets te maken heeft met christelijke heiligheid, maar des te meer met profane vrijheid en gerechtigheid. De verpakking blijft christelijk doch de inhoud wordt humanistisch. Het modernisme is de bedrieglijke poging tot actualisatie van Jezus’ boodschap.

Hiertegenover staat in al zijn eenvoud de Boodschap van de Barmhartige Liefde, die de geslaagde actualisatie van Jezus’ leer voor onze tijd kan genoemd worden. Deze geslaagde aanpassing wordt echter niet gedoceerd aan een of andere theologische faculteit, maar wordt doorgespeeld als Jezus’ eigen woord, ter beschikking gesteld van een schamel mensenkind (met de naam Marguerite).

Dit is de uiteindelijke reden waarom de Boodschap zo hardnekkig bestreden wordt door de voorstanders van het modernisme. In de Boodschap wordt trouwens weer recht gezet wat door dwaalleraars wordt omver gekegeld.

De Boodschap slaagt er immers in terzelfder tijd 100% trouw te blijven aan de apostolische Traditie en tevens aangepast te zijn aan de noden en het begripsvermogen van de post-conciliaire mens.

Is het waar dat het eigenlijke Evangelie wat moeilijk uitvalt en helaas te weinig gelezen wordt door onze gelovigen, dan is het boek De Boodschap de eenvoud zelf die toegankelijk is voor alle kleine zielen. Ook brengt de Boodschap ons een hemelse waarschuwing tegen de gevaren van afwijkingen in de moderne Kerk. Zovelen helaas juichen de afdwalende trend toe als de frisse vertaling van het christendom voor nu. Niets is gevaarlijker dan dingen toejuichen die men eerder moet afzweren.

Evangelie-bladzijden

Niet iedereen wordt aangegrepen door Jezus’ woorden in zijn Boodschap. Voor velen is het zelfs principieel een nonsens, omdat zij de mogelijkheid a priori uitschakelen dat Jezus nu tot een mens zou spreken. Indien de mirakelen uit het Evangelie niet meer kunnen, hoeft het niet te verwonderen dat die van nu geloochend worden. Dan is elke private openbaring te herleiden tot een soort ‘ervaring’ van de persoon die de boodschap brengt. In het beste geval spreken deze mensen dan van vrome verzinsels, bedacht door een of andere geïllumineerde. Dan vervalt de betrouwbaarheid van een boodschap natuurlijk van goddelijke garantie tot menselijke twijfelachtigheid.

Op grond van dergelijke ongemotiveerde vooroordelen stellen velen zich aarzelend en zelfs afwijzend op tegen de Boodschap, die ze terzijde schuiven als onbruikbare wildgroei. Hiertegen heeft Jezus zijn kleine zielen gewaarschuwd met de volgende woorden: “Waarom toch zijn sommigen onder u verwonderd over mijn woorden, die Geest en Leven zijn? Het zijn altoos dezelfde. Zijt gij zodanig veranderd, dat gij Mij helemaal niet meer herkent? Het zijn Evangelie-bladzijden. Ik laat niets weg van wat geweest is en van wat is” (boodschap 24-04-’69).

De Jezus uit het Evangelie en de Jezus uit de Boodschap is dezelfde; zijn boodschap eveneens. Hij brengt alleen op onze dagen de juiste actualisatie waar vele theologen tevergeefs naar zoeken.

Wie Hem niet herkent in zijn Boodschap is verblind door het vooroordeel van de menselijke wetenschap en hoogmoed. Wie Hem wel herkent is begenadigd, want dit is een geschenk uit de Hemel. Dit had Jezus reeds kenbaar gemaakt in zijn parabel van de Goede Herder: “En als Hij zijn schapen heeft uitgedreven, gaat Hij voor hen uit, en de schapen volgen Hem, want ze kennen zijn stem” (Joh.10,4). “De stem van een vreemdeling zullen ze niet volgen; want de stem van vreemden kennen ze niet” (Joh.10,5).

Velen helaas herkennen de stem van Jezus in zijn Boodschap niet, maar volgen de stem van dwaalleraars, als een betrouwbare gids in zaken van geloof of zeden. De getrouwe christen is te herkennen aan het juiste volgen en het juiste afwijzen; hij neemt de stem van Jezus in zijn Boodschap aan, terwijl hij de stem van dwaalleraars verwerpt als van indringers.

Wildgroei en wildgroei

Het is even nefast te geloven in een valse private openbaring als niet te geloven in een echte. Is de ene wildgroei, dan is de andere een kwestie van leven of dood. Het is derhalve even gevaarlijk alles te slikken wat aangeboden wordt als private openbaring, als niets ervan aan te nemen. Velen beschouwen daarom alle dragers van hemelse boodschappen als ziekelijke en hysterische mensen, omdat ze Jezus laten spreken in hun naam. Zijn woorden zouden door mensen gefantaseerd worden. Dit is waar voor een valse private openbaring maar niet voor een echte. In de valse laat de mens Jezus spreken in de echte doet Jezus de mens spreken. Wanneer de mens spreekt moet de inhoud dwaalleer bevatten; wanneer Jezus spreekt moet de inhoud onfeilbaar waar zijn.

Terecht heeft de kerkelijke overheid gewaarschuwd tegen valse private openbaringen door deze ‘wildgroei’ te heten. Gelukkig heeft diezelfde kerkelijke overheid het imprimatur verleend aan onze Boodschap en meteen erkend dat er geen fouten te vinden zijn in dit boek. Dit is, alleszins een unieke prestatie voor een ongeschoold mens, zoals Marguerite, vooral als men vaststelt dat sommige geleerde theologen ook wel boeken schrijven van 600 bladzijden, maar met haast op elk blad een dwaalstelling.

Is een valse private openbaring werkelijk een te mijden wildgroei, dan is onze Boodschap een lectuur, die het voortbestaan van de Kerk in onze dagen moet garanderen.

Opvallend is wel, dat zij die onze Boodschap ook rekenen tot die wildgroei er bedenkelijke theorieën op na houden in verband met het Evangelie. Zij beweren nl. dat de woorden die Jezus uitspreekt in het Evangelie meestal niet zijn woorden zijn, maar Hem slechts in de mond zijn gelegd door de christenen van de primitieve Kerk. Indien dit waar is vervalt ons Heilig Evangelie tot een vulgaire wildgroei, maar dit keer uit de eerste eeuw. De kerkelijke overheid heeft inderdaad heel wat evangelies uit de beginperiode geweerd als ‘apocrief’. Indien Jezus zijn evangeliewoorden niet heeft uitgesproken is er vroom bedrog gepleegd in de eerste Kerk. Dan loont het niet meer de moeite Jezus’ woord te beluisteren, dan vervangt men het best door een of ander ernstige auteur van tegenwoordig. Dit gebeurt maar al te vaak op onze dagen. Men gelooft niet meer dat Jezus’ woorden echt van Hem afkomstig zijn, sinds dwaalleraars beweren dat ze uitgevonden zijn door zijn apostelen. Hier staan we helaas voor een van de grootste godslasteringen, die ooit verkondigd geweest zijn in de Kerk.

Alle L.K.Z.-leden rekenen het zich als een ereplicht aan Jezus’ woord ernstig op te nemen als afkomstig van Hemzelf om het even of zij het lezen in het Evangelie of in de Boodschap.

Pas dan kan men naar Jezus’ woord luisteren; pas dan wordt deze bezigheid de enig noodzakelijke; pas dan kan men evangelisch bidden; pas dan kan men zich erdoor laten heiligen.

Legioen en legioen

Soms spreekt men over het Legioen zonder te weten wie bedoeld wordt, het Marialegioen of Legioen Kleine Zielen. Zoveel verschil is er trouwens niet. Beiden marcheren hand aan hand omdat het nagestreefde doel hetzelfde is nl. de beleving van het authentieke geloof in het hart zelf van de Kerk. Toch is er een verschil: het Marialegioen is preconciliair (van voor het Tweede Vaticaanse Concilie) en L.K.Z. is post-conciliair (van na het 2de Vaticaanse Concilie). Hierdoor is het Legioen Kleine Zielen nog meer afgestemd op onze tijd. De moderne gelovige heeft een moderne formulering nodig; zo heeft L.K.Z. de actualiteit als haar voordeel. Het is immers op providentiële wijze ontstaan in 1965, na het Concilie. Lid worden van L.K.Z. heeft derhalve niets te maken met ouderwets zijn of conservatief. De Boodschap is hypermodern, maar in de goede zin doordat zij de oeroude waarden van het geloof niet verkwist, maar verfrist.

Een passage voor u

Door herhaaldelijk te lezen en te mediteren in de Boodschap maakt men zich meer en meer de geest van Jezus eigen. Instinctmatig voelt men aan of men op het goede spoor is ofwel op verkeerde weg. Wordt men heiliger door het lezen van de Boodschap dan mag men zeker zijn van het goede pad; brokkelt men af kwestie heiligheid dan moet men argwaan koesteren omtrent de ingeslagen weg. Welnu, de vruchten van heiligheid, dank zij de Boodschap, zijn overvloedig.

Het is niet eens nodig alles te lezen, omdat alles niet voor iedereen is. Sommige passages zijn voor de enen, andere voor anderen. Iedereen vindt er zijn gading. Vandaag worden wij getroffen door die waarheid, morgen door een andere. Hoe dikwijls hebben lezers van de Boodschap niet verteld dat ze juist het antwoord vonden in een opengeslagen bladzijde, op het probleem of de moeilijkheid, die op het ogenblik hen gaande hield? Jezus heeft het trouwens uitdrukkelijk gezegd: “De een of ander passage is voor u bestemd. Ontdekt ze in het licht van mijn genade” (24-4-’69). Duizenden hebben de betrouwbaarheid van dit woord door eigen ervaring ondervonden. Het volstaat het boek van de Boodschap te openen om licht en klaarte te ontwaren. Wie deze woorden van Jezus leest is net als Maria aan Jezus’ voeten gezeten. Net als zij luistert hij naar wat Hij zegt.

Jezus zelf trekt de lijn van vroeger naar nu door: “Ten tijde van mijn openbaar leven sprak Ik de menigten toe en ze luisterden naar Mij met grote vurigheid. Urenlang namen zij mijn onderricht gretig in zich op. Ook vandaag nog spreek Ik. Want ge hebt het allen nodig vernieuwd te worden” (24-4-‘69). Maria was derhalve geen uitzondering in haar luisterende houding. Grote menigten luisterden gretig urenlang. Dat luisteren is zuurstof voor de ziel, waardoor ze steeds glanzender wordt in heiligheid. Dat luisteren is het puurste gebed, omdat het ongemerkt de luisteraar omvormt tot erebeeld van Jezus.

Verre van zinloos te zijn, zoals onze perverse generatie op satanische wijze beweert, is dit soort bidden het enige noodzakelijke. Heeft Jezus niet beweerd dat Hij niets weglaat van wat geweest is? Indien luisteren het enige noodzakelijke was voor Maria, dan is het luisterend lezen van de Boodschap even noodzakelijk voor onze generatie. Zo is Boodschap lezen een allerzuiverste vorm van gebed.


Zeer Eerwaarde Heer Pastoor Armand Ory werd geboren te Hoepertingen (Belg. Limburg) op 10 januari 1927 en overleed, uitgeput van zijn noeste arbeid, in de Heer te Sint-Truiden op 9 november 2002. Hij werd priester gewijd te Luik op 22 juli 1952. Was leraar te Genk en te Borgloon en daarna gelijktijdig pastoor te Hendrieken-Voort en Gelinden (Belg. Limburg). Na zijn scheiding van de Kleine Zielen werd hij stichter-schrijver van “Sint-Lambertus kring”. Bij zijn overlijden hield dit op te bestaan. Zijn belangrijkste werk tijdens zijn leven was het aanbieden aan de H. Kerk van de “Funktionele Exegese”, boek met imprimatur van Mgr. Heuschen, over de historiciteit van de Evangeliën, en een aantal boeken waarin deze exegese op de Bijbel (N.T.) wordt toegepast.

Overlijdensbericht pastoor Ory: http://www.inmemoriam.be

Verdieping in de werken van pastoor Ory:

Op de KULeuven KADOC  (Katholiek documentatiecentrum) zie hun website; https://kadoc.kuleuven.be kunt u het volledige werk van A. Ory raadplegen. Dit is wel in de drukvorm en waarschijnlijk moet u dan afspraken maken om in hun archieven in te gaan.  Deze zijn daar vanaf september 2007.
Hierbij de lijst die in principe elektronisch raadpleegbaar zou moeten zijn. Ik denk dat u best met hen contact opneemt.
Elektronisch beschikbaar via KADOC kan nu reeds te lezen worden aangeboden:

AUFERSTANDEN AM DRITTEN TAG!

Armand Ory ISBN 3 80500 111 8, 1981, Verlag Wort und Werk 5205  St Augustin 1.

Augustinus Kardinaal Bea.

De historiciteit van de synoptische evangeliën ,1967, Uitg. H.Nelissen, Bilthoven. Geautoriseerde vertaling van P. van Antwerpen. Vertaling van La Storicità dei vangeli, uitgever Morcelliana, Brescia. Uitgave in boek van twee artikelen oorspronkelijk gepubliceerd in La Civiltà Cattolica te Rome n° 2735 en 2736 (1964). Met de aantekeningen van Armand Ory priester.

Wat is funktionele exegese  A. Ory 1982.

Qu’est-ce que l’exégèse foncionnelle? 1983, Armand Ory (1927-2002). RETROUVER l’historicité des éVANGILES, une initiation à l’exégèse fonctionnelle, O.E.I.L., 12 rue du Dragon, 75006 Paris, Origine-Théorie- applications. Nouvelle édition corrigée et adaptée par L. Kiebooms. Imprimi potest Hasseleti 30.1.84, J.M.Heuschen, évêque de Hasselt. ISBN 2-86839-004-8

Risoprire la verità storica dei vangeli; una iniziazione all’esegesi funzionale

Uitgever: Massimo Milano Corso di Porta Romana 122 – 20122 Milano  ISBN 88-7030-720-4  novembre 1986 traduzione di Sergio Terribile

http://libri.dvd.it/bibbia/riscoprire-la-verita-storica-dei-vangeli/dettaglio/id-60107/

http://www.libreriauniversitaria.it/riscoprire-verita-storica-vangeli-ory/libro/9788870307207

Titolo: Riscoprire la verità storica dei vangeli. Autore: Ory Armand. Traduttore: Terribile S.  Editore: Massimo. Data di Pubblicazione: 1986 .Collana: Sorgenti di vita. ISBN: 8870307204. ISBN-13: 9788870307207.  Pagine: 240. Reparto: Religione e teologia.

Uit; Tijdschrift ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Orgaan van het Legioen Kleine Zielen van Het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever A. Terryn, Sint Niklaas, Vierde Jaargang, Nr. 4, December 1976, blz. 8-14. Afbeelding van het Tijdschrift:

lkz dec 1976

LKZ: Boodschappen van de Barmhartige Liefde

16 MEI 1966

Jezus: Ik zal u nooit meer geven dan gij kunt dragen.

Marguerite: Gij zijt mijn sterkte, Jezus.

JezusJa, kind. Maar Ik heb medelijden met uw menselijke zwakheid.

Hoe groter uw verlangen, des te groter uw liefde. Verlang met al uw krachten naar het Rijk van mijn liefde in de wereld! Verlang naar mijn glorie! Verlang naar de bekering van de volkeren! En verlang naar mijn vrede voor al mijn kinderen!

Bewaar in alle omstandigheden uw waardigheid als kind van God. Geef Mij heel de verantwoordelijkheid in al wat gij doet en onderneemt tot meerdere eer en glorie van Mij.


30 MEI 1978

Jezus

Ge weet, mijn kind, dat men de Liefde niet ziet, zelfs niet als ze daar is. Men voelt ze aan; men beleeft ze. Men laat ze zachtjes sudderen zonder te weten wat de goed bereide schotel te bieden heeft voor de gasten. Soms zwijgt de Liefde, maar nooit is ze werkloos. Haar werkzame rust? … Dat zijn haar Kleine Zielen die Haar in hun hart verwelkomen. Ze laat zich kennen in de stilte. Haar adem is levenscheppend; adem die soms bijna onmerkbaar is, maar altijd heiligheid voortbrengt. Een onophoudelijk heen en weer gaan dat tot een zacht briesje wordt om een noodzakelijk geachte rust niet te verstoren. Een versterking voor de menselijke natuur en een herbronning van de ziel in een vredesbrengende stilte.

Of de Liefde spreekt of zwijgt, ze blijft altijd liefde en ze komt altijd op een gunstig moment. Of ze zingt of weent, ze blijft altijd dezelfde. De Liefde is de uitgelezen gave van de Ongeschapen Liefde. In de ziel van de rechtvaardige brengt ze wonderen tot stand; in de ziel van de zondaar omfloerst ze haar gelaat, maar altijd blijft ze aanwezig. Licht en schaduw! Dezelfde tederheid, dezelfde barmhartigheid voor allen.


01 januari 1968

Jezus

Hebt de Waarheid lief. Ontvangt alles als van Mij afkomstig. Kunt ge zeggen dat ge Mij liefhebt als ge mijn leer niet toepast? De gave van mijn liefde is kosteloos. Om ze te ontvangen is niets anders nodig dan uw jawoord.

Waaruit bestaat het gezin? Uit vader, moeder en kinderen. Zo is ook mijn Rijk. Maar hoeveel verloren zonen moet Ik naar de haardsted terugbrengen? En de onverbeterlijken? Wat ga Ik met hen aanvangen?
De wereld is tot in haar grondvesten overhoop gehaald en ze is zich toch niet bewust van de werkelijkheid. Haar natuurlijke verdorvenheid verdraagt geen discussie over de ijdelhied van wat ze graag geniet. Het geweten is in talrijke zielen volledig uitgeschakeld.
Eén grote leegte tot in het diepste van de zielen.
En deze “kleinen” die Ik verlang worden Mij ontzegd.
Maar niemand zal het tegen Mij opnemen.
De levenskracht van de Kerk wordt verstoord door elementen die strijdig zijn met haar onberispelijkheid.


08 december 1966

Jezus

De wereldse roem gaat voorbij zoals de lichamen voorbijgaan. (..) De hemelse glorie is onsterfelijk. En elke hemelse glorie heeft haar eigen trekken, zoals bedoeld bij haar schepping. En niemand kan ze vervangen omdat ze van Mij komt. En omdat Ik het zo heb gewild.

Wie van zijn moeder houdt staat meer open voor de lessen van goedheid en liefde die zij geeft.

Als ge van mijn goddelijke Moeder houdt, zal zij het zich tot plicht rekenen u te beschermen en u vol liefde de weg van de heiligheid te wijzen. Denk aan haar liefde voor al haar kinderen, en voor u in het bijzonder. Zie welke plaats zij steeds in uw leven heeft ingenomen, zelfs in de tijd van uw ellende, welke weldoende invloed zij uitgeoefend heeft op uw arme ziel, die blootgesteld was en bezweek aan zoveel gevaren. En Ik heb mij op haar verlaten om u naar Mij te brengen.

Marguerite

Heer, mochten allen uw Woord beluisteren en het ontvangen in een hart dat openstaat voor de Waarheid. Vreemde intimiteit, deze intimiteit van een God met zijn schepsel. Om dit mysterie te begrijpen en het te benaderen moet men in zich de kritische geest, die zo gemakkelijk tot tegenspraak geneigd is, tot zwijgen brengen. Een levendig geloof is nodig om te aanvaarden en te vatten wat het verstand van de doorsnee mens te boven gaat.

 LKZ: www.hetlegioenkleinezielen.eu


IMG_20150804_0004 1
IMG_20150804_0004 2

Wolven… binnen de omheining

424051Door Pastoor A. Ory

(Uit: Tijdschrift ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Juni 1977, blz. 18-26)

Wie de Boodschap van Marguerite leest wordt herhaaldelijk geconfronteerd met akelige en tragische waarschuwingen in verband met de noodsituatie in de Kerk: dwaalleer is binnengedrongen en wordt verspreid, niet alleen door buitenstaanders, maar ook en vooral door mensen die de sleutelposities bekleden. Luisteren wij naar Jezus’ woorden:

“Er zijn wolven in de schaapskooi. En daar ze met een schapenvacht bedekt zijn, voelen de rechtgelovigen zelf zich geheel van streek. Een bedreiging hangt boven mijn kleine lammeren. Men heeft een zesde zintuig nodig om de indringer te ontmaskeren” (28.9.66).

“Er zijn schurftige schapen in mijn schaapskooi. Ze zijn met een vreedzaam uiterlijk binnengedrongen en ze staan op de goede plaats om hun dwalingen te verspreiden” (16.4.67).

“Mijn meest onverzettelijke tegenstrevers komen niet steeds uit de kringen der tegenstrevers, maar men vindt hen ook vaak in de schoot van mijn Kerk” (1.12.66).

“De vermomming zal hun niet baten, want ze zullen als vijanden van God en van de Kerk herkend worden door hen die ze willen verleiden” (5.3.67). “Bid opdat verdedigers van het geloof, dat door de huidige scheuring op de helling is gesteld, in groot getal opstaan voor de goede strijd” (24.5.67).

Een woord ter verduidelijking

Voor zeer veel gelovigen is het nog onvoorstelbaar dat er wolven zijn binnen in de schaapskooi. Tot voor kort waren de christenmensen opgevoed in een blind vertrouwen op hun herder, om het even of het ging om de parochiepriester of een professor aan een theologische faculteit. Wat hij zei was waar, helemaal in de lijn van wat Jezus had gezegd: “Wie u hoort, hoort Mij” (Lc. 10, 16).

Daarom is het des te moeilijker voor diezelfde gelovigen argwaan te koesteren jegens sommige herders, ‘die op de goede plaats staan om hun dwaalleer te verkondigen’. Atheïsten, communisten en humanisten zijn eerlijke lui voor zover ze ‘openlijk’ het christendom bestrijden. Voor hen kan men op zijn hoede zijn.

Wanneer echter dwaalleer verkondigd wordt op de kansel, op de katheder, in de catechese of zelfs tijdens de liturgieviering, verwacht men dat niet. In deze omstandigheden is men vol vertrouwen en niet vol argwaan. Men heeft een zesde zintuig nodig om de dwaalleraren te ontmaskeren. Zij zullen echter herkend worden als vijanden van God en zijn Kerk in de mate de L.K.Z.-leden bidden voor verdedigers van het geloof, dat door de huidige scheuring op de helling is gebracht. Verschrikkelijke, eenvoudige, ongelooflijke en helaas toch ware boodschap van Jezus aan de misleide generatie van dit laatste kwartaal van de 20ste eeuw.

Vier Systemen

De kinderen van de duisternis zijn altijd sluwer geweest dan de kinderen van het licht. Ook hier blijft dit waar. Zij beschikken over een onoverzichtelijke reeks knepen, waarmee ze de gelovigen misleiden. Bij wijze van illustratie willen wij er een viertal ter sprake brengen.

  1. Een eerste afbraaksysteem bestaat uit de samenkoppeling van een tegenstelling en een aanknoping. Eerst bevestigt men een aanvaardbare stelling, vaak in vorm van contrast; daarna plaatst men deze in een concrete context waardoor de eerste betekenis totaal van zin verandert.
  2. Een tweede afbraaksysteem bestaat in het hanteren van twee magische begrippen: kader of structuur enerzijds en intentie of bedoeling anderzijds.
  3. Een derde afbraaksysteem is het kille doodzwijgen van bepaalde geloofswaarheden of het niet meer beoefenen van geloofspraktijken, die evenwel onvervreemdbaar zijn voor het voortbestaan van het christendom.
  4. Een vierde afbraaksysteem is het vervangen van een bestaande praktijk door een betere. Deze betere praktijk schakelt vaak een goede gewoonte uit en slaagt er zelf niet in gewoonte te worden. Na een vijftal loffelijke pogingen is er voldoende tijd verstreken opdat de bestaande goede gewoonte is afgestorven en de betere praktijk bewezen heeft onleefbaar te zijn. Hierdoor verspeelt men niet alleen de tien vogels in de lucht, maar ook de ene die men had in de hand.

Achtereenvolgens willen wij deze vier afbraaksystemen ter sprake brengen. Beginnen wij met de ‘tegenstelling – aanknoping’.

1) Tegenstelling – Aanknoping

Wie bijvoorbeeld zegt dat men ‘het goud niet mag aanbidden, maar alleen door de knieën mag gaan voor de God en Vader van Jezus’, huldigt een stelling die door alle weldenkende christenen kan worden bijgetreden. Wie evenwel op het feest van de ‘Aanbidding van het Kind Jezus door de drie Wijzen’ zegt dat men ‘alleen voor de God en Vader van Jezus mag door de knieën gaan’ zegt tezelfdertijd dat hij het pasgeboren Kind van Maria niet meer als God wenst te aanbidden. Dit is een geniepige, maar voor de gewaarschuwde lezer, een duidelijke uiting dat men tracht de godheid van Jezus vanaf zijn geboorte te ontkennen zonder er het uitzicht van te hebben. (..)

2) Twee magische begrippen: Kader en Intentie

Tegenwoordig zijn er heel wat begrippen uit het evangelie, die niet meer in de smaak vallen van onze wetenschappelijk gevormde generatie. Wij denken aan; de duivel, de boodschap van de engel Gabriël aan Maria, de wonderen, de verheerlijking van Jezus’ Lichaam op de berg Tabor, de lichamelijke opstanding uit de doden op de derde dag, de Hemel, de hel, het laatste oordeel, enz.”

Anderzijds is onze generatie als het ware gehypnotiseerd door een reeks horizontale begrippen, die niet zo duidelijk te vinden zijn in het evangelie. Wij denken aan het typisch marxistisch begrip van strijden voor rechtvaardigheid, aan het vrijmetselaarstrio: gelijkheid, broederlijkheid, vrijheid, aan het vervangen van het Rijk der Hemelen door de uitbouw van een aarde paradijs.

Gedurende eeuwen heeft men ‘strijd gevoerd tegen de Kerk’ met haar hemelse idealen, op basis van de humanistische idealen, die passen bij wereldopbouw. Tegenwoordig gaat men sluwer te werk nu men erin slaagt de Kerk ertoe te brengen te zwijgen over haar eigen idealen, die gespannen staan op het Rijk der Hemelen (heiligheid), om de boodschap van de horizontale -ismen te verspreiden als zijnde de nieuwe vertaling van het christendom voor onze tijd (exclusieve rechtvaardigheid). Meteen staan we voor de meest geraffineerde zelfvernietiging van de Kerk op het ogenblik dat men voorhoudt haar te vernieuwen als een feniks die oprijst uit zijn as.

Keizer Nero eiste ook van zijn oud-leraar Seneca dat hij zelfmoord zou plegen. Dat is voor de opdrachtgever altijd ‘properder’ dan een moord. Om de Kerk over te halen aan zelfvernietiging te doen hebben haar vijanden twee toverbegrippen bedacht: kader en intentie. Opdat de christenen hun eigen boodschap zonder tegenstribbelen zouden prijsgeven als waardeloos spul, leert men dat deze slechts behoort tot een voorbijgestreefd kader of tot de verouderde structuren. Wie is niet bereid een verouderd kader te vervangen door iets nieuws? Bij nader toezien, stelt men echter vast dat de ‘verouderde structuren’ die men wil overboord gooien niets anders zijn dan de meest typische dogma’s van de Kerk en zelfs het episcopaat dat als taak heeft te waken over het behoud van deze geloofswaarheden. Bij dat ‘voorbijgestreefd kader’ rekent men dan; o.m. de Godheid van Jezus, het Rijk der Hemelen, de duivel, de maagdelijkheid van Maria, de opstanding van Jezus op de derde dag, het credo enz.

Om de humanistische, marxistische en maçonnieke idealen door de gezagdragers in de Kerk te laten verkondigen, ook al treft men deze als zodanig niet (al te duidelijk) aan in het evangelie, leert men dat ze behoren tot de ‘eigenlijke intentie of bedoeling’ ervan.

Met behulp van het toverwoord ‘kader’ of ‘structuur’ slaagt men erin te beletten dat de Kerk haar eigen verticale boodschap brengt en door het tweede toverwoord ‘intentie of bedoeling’ slaagt men erin de Kerk de horizontale idealen van de moderne -ismen te laten verkondigen als de vernieuwde vorm van het christendom. Dit is reinste zelfvernietiging. De politieke theologie leert zo o.m. dat ook het evangelie een politieke vertaling nodig heeft. “Materiële trouw aan het evangelie (= aan het kader waarin het is ontstaan) staat gelijk met ontrouw aan de intentie ervan”.

3) Het kille doodzwijgen van geloofswaarheden

Vele moderne theologen zullen zich er voor hoeden overgeleverde dogma’s publiek aan te vallen, maar zij zullen ook nooit iets doen om ze nog langer in stand te houden. Denken wij bv. Aan; de Onbevlekte Ontvangenis van Maria of de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus in de H. Eucharistie. Hetzelfde kan gezegd worden in verband met geestelijke oefeningen zoals het bidden van het rozenhoedje of de Aanbidding van het Allerheiligste.

Priesters met modernistische scholing [‘via moderna’] zullen nooit uitdrukkelijk iets zeggen of doen tegen deze dogma’s of praktijken. Hierdoor willen zij zich een imago van onschuld verwerven bij hun gehoor. Uit eigen beweging zullen ze nooit collega’s of gelovigen overhalen het rozenhoedje te bidden of de H. Eucharistie te aanbidden. Worden zij door de omstandigheden genoopt toch mee te doen met een ‘aanbidding of een rozenhoedje’ dan verkiezen zij wel een materiële medewerking boven het schandaal van weigering.

Op een studiedag over ‘eigentijds bidden’ kwamen een tiental degelijke en nieuwe gebedsvormen ter sprake o.m. plat op de buik liggen vóór een rol behangpapier om persoonlijke bedenkingen neer te schrijven over een evangelietekst. Uiteindelijk is dit zeer positief. Alleen het bidden van het rozenhoedje en de Aanbidding van het Allerheiligste kwamen niet ter sprake. Als uitleg voor deze reticentie werd door de verantwoordelijken aangehaald dat deze gebedsvormen reeds voldoende gekend waren. Dit is waar. Priester Poppe wist echter ook dat het bidden van het rozenhoedje en de Aanbidding van het Allerheiligste door iedereen gekend waren en toch heeft hij heel zijn leven geijverd voor een nog grotere beoefening van deze gebedsvormen. Het verschil tussen een christelijke en een modernistische priester bestaat hierin dat de ene alles doet voor- en de andere niets doet tegen bepaalde levensnoodzakelijke geloofswaarheden en geloofspraktijken.

Ofschoon de houding van ‘niets doen tegen’ de indruk geeft van onschuld, willen wij bij wijze van vergelijking aantonen hoe verderfelijk uiteindelijk deze houding is: “Een ontaarde moeder wenste niet dat haar pasgeboren kindje in leven bleef. Het wurgen of vergiftigen kon gevaarlijk worden voor haar als een dokter de doodsoorzaak zou moeten vaststellen. Zij zou het risico lopen als moordenares in de gevangenis te belanden. Daarom een vreedzame behandeling uitgedacht! De moeder liet haar boreling zijn eerste levensnacht zo maar doorbrengen in de kelder. Indien hij goesting had om voort te leven mocht hij dat rustig doen. De moeder heeft niets gedaan tegen zijn leven: geen vergif, geen kneep op de luchtpijp”.

Het geloof is als een pasgeboren baby. Verantwoordelijke priesters, die niets doen om essentiële dogma’s en geloofspraktijken in leven te houden zijn even schuldig als de moeder die haar boreling in de kelder legt…

4) Een betere praktijk!

Zelden heeft men een goede geestelijke oefening ‘afgeschaft’, zoals de kruisweg, het Lof, het rozenhoedje, de biecht, het avondgebed… Steeds is men begonnen deze godsdienstige gewoonten te vervangen door ‘iets beters’. Aan verouderde vormen moet men zich niet mordicus vastklampen. In vele scholen heeft men het dagelijks avondgebed vervangen door iets dat ‘aanspreekt’. Dit gebeurde een vijftal keren met succes en de zesde keer was de inspanning te groot, zodat de oude vorm verdween en de nieuwe het niet tot een gewoonte bracht.

De biecht werd zo vervangen door de gezamenlijke biechtviering, die alle geoorloofde en ongeoorloofde vormen heeft aangenomen. Iedereen heeft aan dit Sacrament gedokterd op zijn manier, omdat ‘de oorbiecht de jeugd niet meer aansprak’. Resultaat: de biecht is praktisch tot nul herleid.

Met de jeugdmis is het vaak ook zo verlopen. In de scholen bestaat er een apart lokaal voor geschiedenis en voor aardrijkskunde, maar voor de Eucharistieviering moest het apart lokaal; de kapel, vervangen worden door een kader ‘uit-het-leven-gegrepen’. Eerst werd er ‘gevierd’ door de priester-leraar op zijn kamer, daarna in het klaslokaal, vervolgens in een pracht van een kelder en tenslotte op een romantische zolder. Sindsdien ziet de parochiepriester deze jongeren, die ‘beter gewend zijn’ haast nooit meer in zijn kerk om de H. Mis bij te wonen.

Hieruit blijkt hoe gevaarlijk het is goede religieuze gewoonten lichtzinnig te vervangen, door betere en nieuwere vormen die meer ‘aanspreken’. Vaak valt de goede gewoonte weg en haalt de ‘creativiteit’ haar zesde poging niet.

Algemeen besluit

Momenteel ondergaat de Kerk een crisis die zeker tot de allerergste mag gerekend worden uit heel haar geschiedenis. Ze wordt niet meer van buiten aangevallen, maar van binnen. De wolven zijn binnengedrongen in de schaapskooi en ze bekleden de sleutelposities om er hun dwaalleer te verspreiden.

Tijdens de Franse Revolutie heeft men kerken afgebrand en priesters in ballingschap doen gaan. Het bloed van de martelaren werd echter zaad voor nieuwe christenen. Nu treden de priesters vrijwillig uit en breekt men voortdurend kerken af, omdat er geen gelovigen meer opdagen.

Eerst leren godsdienstleraren dat de jeugd nog alleen naar de kerk moet gaan en bidden als ‘ze-er-zin-in-hebben’; achteraf stellen ze vast dat de jeugd de grote afwezige is in de christelijke praktijk.

Het ergste van al is dat zeer vele priesters meewerken aan de innerlijke ontmanteling van de Kerk, zonder er veel erg in te hebben (zonder het in de gaten te hebben). Terwijl ze ijveren om een ‘vernieuwde Kerk’ op te bouwen, die vaak een Kerk is die Jezus nooit heeft gewild, breken ze Jezus Kerk af; tot op de grond. Terwijl ze menen God te dienen op een moderne manier, stellen zij zich op als media voor de duivel. Voor deze afbrekers van het geloof geldt Jezus’ woord van weleer aan de Joden: “Uw vader is de duivel en gij zijt bezig zijn werken te doen” (Jo. 8, 44).


Zeer Eerwaarde Heer Pastoor Armand Ory werd geboren te Hoepertingen (Belg. Limburg) op 10 januari 1927 en overleed, uitgeput van zijn noeste arbeid, in de Heer te Sint-Truiden op 9 november 2002. Hij werd priester gewijd te Luik op 22 juli 1952. Was leraar te Genk en te Borgloon en daarna gelijktijdig pastoor te Hendrieken-Voort en Gelinden (Belg. Limburg). Na zijn scheiding van de Kleine Zielen werd hij stichter-schrijver van “Sint-Lambertus kring”. Bij zijn overlijden hield dit op te bestaan. Zijn belangrijkste werk tijdens zijn leven was het aanbieden aan de H. Kerk van de “Funktionele Exegese”, boek met imprimatur van Mgr. Heuschen, over de historiciteit van de Evangeliën, en een aantal boeken waarin deze exegese op de Bijbel (N.T.) wordt toegepast.

Overlijdensbericht pastoor Ory: http://www.inmemoriam.be

Verdieping in de werken van pastoor Ory: Op de KULeuven KADOC  (Katholiek documentatiecentrum) zie hun website; https://kadoc.kuleuven.be

Bron: Tijdschrift ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Orgaan van het Legioen Kleine Zielen van Het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever A. Terryn, Sint Niklaas, Vijfde Jaargang, Nr. 2, Juni 1977, blz. 18-26.

Rouwbrief 2005 Marguerite z.g.


Uw liefde tot Mij zal uw heilgang zijn, en die van vele anderen. Ik zelf zal u de gloriekroon opzetten. Ik zal u in jubel tot mijn bruid maken. (woorden van Jezus tot Marguerite in het jaar 1965) Het Legioen Kleine Zielen, geestelijke beweging binnen de Kerk, melden u met droefheid, maar in geloof en hoop in Jezus Christus het overlijden van

Léona Marguerite Balhan

Weduwe van Julien Pirard

452571

Stichteres van het «Legioen Kleine Zielen» onder de naam «Marguerite».

Geboren te Romsée op 21 juni 1914 en overleden in Luik op 14 maart 2005, gesterkt door het Heilig Sacrament van de Zieken.

De uitvaartplechtigheid met Heilige Eucharistieviering, waartoe U wordt uitgenodigd, zal plaatshebben in de Basiliek van Chèvremont, op zaterdag 19 maart 2005 om 11.00 uur. De gebedswake voor de overledene zal plaatshebben op vrijdag 18 maart 2005 om 19.00 uur, in het Centrum van het «Legioen Kleine Zielen», Rue de Chèvremont 99 te 4051 Vaux-sous-Chèvremont». De overledene rust in het Centrum van het Legioen Kleine Zielen, waar haar een laatste eerbetoon kan gebracht worden van dinsdag 15 maart tot vrijdag 18 maart 2005 van 14.00 uur tot 17.00 uur. (Bron)