Pater John A. Hardon SJ: De Werkelijke Tegenwoordigheid van Jezus Christus in de H. Eucharistie

hardonToen Paus Paulus VI zijn nu historische Encycliek Mysterium Fidei publiceerde over de werkelijke tegenwoordigheid, herinnerde hij speciaal ons priesters eraan, dat er een geloofscrisis heerst betreffende de Eucharistie, dat de katholieken zich meer van dat feit bewust zouden moeten worden. Anders lopen zij het risico meegesleept te worden door de subtiele theologie en zal hun geloof in de Eucharistie verzwakt, zo niet, verwoest worden door de huidige aanvallen op dit kardinale mysterie van het Katholieke Christelijke geloof.

Dicht bij de kern van de theologische controverse waarvoor de Paus ons waarschuwde, ligt precies de vraag die geen enkele katholiek zou moeten opwerpen, namelijk: “Is de Heilige Eucharistie aanwezigheid of werkelijkheid, óf is het, zoals de Kerk ons leert, aanwezigheid en werkelijkheid?”

Er is hier meer aan de orde dan op het eerste gezicht lijkt. Mijn bedoeling is om het volgende standpunt te verdedigen: dat de Heilige Eucharistie Jezus Christus is, die in het Heilig Sacrament is als Werkelijkheid én als Aanwezigheid. Hij is in de Eucharistie als Werkelijkheid, omdat de Eucharistie Jezus Christus is. Hij is in de Eucharistie als Aanwezigheid, omdat Hij ons door de Eucharistie aanraakt en wij in contact met Hem staan – afhankelijk van ons geloof en devotie tot de Verlosser, die werkelijk in ons midden leeft.

 

1. De Eucharistie als Werkelijkheid

Er zijn in de geschiedenis van de Katholieke Kerk vóór de moderne tijd twee grote geloofscrisissen geweest over de werkelijke tegenwoordigheid:

De eerste crisis vond plaats in de vroege Middeleeuwen, toen theologische filosofen, hoofdzakelijk in Frankrijk, twijfels opwierpen over de werkelijkheid van het Heilig Sacrament. De eerste crisis bereikte een hoogtepunt in de persoon van ene Berengarius van Tours, die in 1088 stierf. Berengarius ontkende de mogelijkheid van een substantiële verandering van de elementen van brood en wijn en weigerde toe te geven, dat het lichaam van Christus concreet op het altaar aanwezig is. Zijn argument was dat Christus niet vanuit de hemel naar de aarde gebracht kan worden vóór het Laatste Oordeel. Hij hield staande dat het lichaam van Christus, dat alleen in de hemel bestaat, voor de mensheid werkzaam is door zijn sacramentele tegenhanger of symbool en dat Christus daarom niet in werkelijkheid in de Eucharistie is, behalve, zoals hij zei, als ideaal. Paus Gregorius VII beval Berengarius om een geloofsverklaring te onderschrijven, die de hoeksteen is geworden van de Katholieke Eucharistische vroomheid. Het was de eerste definitieve verklaring van de Kerk over wat altijd werd geloofd, maar niet altijd zo duidelijk begrepen. Het is een verklaring van het geloof in de Eucharistie als een onbetwistbare en objectieve en onverdeelde werkelijkheid:

“Ik geloof met heel mijn hart en verklaar openlijk dat het brood en de wijn op het altaar geplaatst, door het geheim van het heilig gebed en de woorden van de Verlosser, substantieel worden veranderd in het ware en levengevende vlees en bloed van Jezus Christus onze Heer, en dat na de Consecratie het ware lichaam van Christus daar aanwezig is, die geboren werd uit de Maagd en opgeofferd voor de redding van de wereld; gehangen heeft aan het kruis en nu aan de rechterhand van de Vader zit; en dat daar het werkelijke bloed van Christus aanwezig is, dat uit zijn zijde vloeide. Zij zijn aanwezig, niet alleen door middel van een teken en door de werkzaamheid van het sacrament, maar ook in de werkelijke realiteit en waarheid van hun aard en substantie”.

De woorden konden niet duidelijker zijn. Als werkelijkheid actualiteit betekent en als actualiteit objectiviteit betekent, dan gelooft de katholiek dat de Christus die in de Eucharistie is, de historische Christus is, degene die werd ontvangen in Nazareth en geboren in Bethlehem, die gestorven is en verrezen uit de doden in Jeruzalem en nu gezeten is aan de rechterhand van God, de Almachtige Vader. Het is de Christus die ons zal roepen wanneer we uit de tijd stappen de eeuwigheid in. Het is de Christus die bij het einde van de wereld zal verschijnen om de levenden en de doden te oordelen. Het is de Christus die de Omega van het heelal is en het doel van de menselijke bestemming.

Vijf eeuwen na Berengarius ontstond de tweede geloofscrisis over de Eucharistie, namelijk in de tijd van de Protestantse Reformatie. Opnieuw werden veelal dezelfde bezwaren geopperd en dezelfde theorieën verspreid als bij de controverse van Berengarius. En opnieuw reageerde de Kerk bij het Concilie van Trente, om de werkelijkheid van Christus’ aanwezigheid die in het Heilig Sacrament is te herbevestigen. De Tridentijnse verklaring over het geloof verschilt niet van die een half millennium daarvoor van Berengarius werd verlangd. “Het heilig Concilie leert,” verklaarde Trente, “en verkondigt open en duidelijk dat het Heilig Sacrament van de Heilige Eucharistie na de consecratie van brood en wijn onze Heer Jezus Christus bevat, waarachtig God en waarachtig mens, waarlijk, werkelijk en substantieel onder de waarneembare gedaanten van brood en wijn.”

Maar Trente voegde er vervolgens met karakteristieke overtuigingskracht aan toe, dat dit de zuivere betekenis is van de woorden van Christus, toen Hij bij het Laatste Avondmaal zei: “Dit is Mijn lichaam. Dit is de kelk van Mijn bloed.” Derhalve werd de gelovigen gezegd: “Het is een schande dat twistzieke, kwade mensen deze woorden verdraaien in fantasierijke, denkbeeldige stijlfiguren, die de waarheid over het lichaam en bloed van Christus ontkennen, in tegenstelling tot de universele opvatting van de Kerk.”

De werkelijkheid van Christus in de Eucharistie is daarom geen stijlfiguur. Het is geen fantasierijke retoriek. Het is, op de duidelijkste wijze uitgedrukt: de Vleeswording, uitgebreid in tijd en ruimte. Het is letterlijk de vleesgeworden Emmanuël – de Godmens, die hier en nu in ons midden leeft.

De crisis van vandaag de dag

Vier eeuwen na het Concilie van Trente verkeert de Kerk nu in een nieuwe crisis over het Eucharistisch geloof, speciaal over het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid. Duidelijke bewijzen voor deze crisis kunnen worden gezien in de navolgende feiten:

– De wijdverspreide veronachtzaming van het tonen van de gebruikelijke tekens van eerbied voor Christus’ werkelijke tegenwoordigheid in het tabernakel.

– Het verplaatsen van het tabernakel in de kerken naar een duistere en onopvallende plaats, waar de werkelijke tegenwoordigheid afgesloten is van een nog mogelijke devotie door de gelovigen.

– De in omvang toenemende literatuur in zich nog katholiek noemende kringen, die zelden de werkelijke tegenwoordigheid aanroert of die deze verklaart op een manier die past bij protestanten die niet in Christus’ lichamelijke aanwezigheid in de Eucharistie geloven, maar volledig in strijd is met het historische geloof van het katholicisme.

– De verbreiding van religieuze opvoedkundige leerboeken, leidraden voor leraren en studiehandleidingen, die zogenaamd verdedigend melding maken van de fysieke aanwezigheid van Christus in het Heilig Sacrament, maar duidelijk de indruk wekken dat deze aanwezigheid tot de buitenzijde van het katholieke geloof en praktijk behoort en zeker niet tot een van de hoofdmysteries van de Kerk, gesticht door Jezus Christus.

Hoewel er zelden de aandacht op wordt gevestigd, is de tegenwoordige de-sacramentalisatie van het katholieke priesterschap een deel van dezelfde crisis rond het Heilig Sacrament. De priesters worden wezenlijk beschouwd als predikers van het Woord of verkondigers van het Evangelie of managers van Christelijke gemeenschappen, of spreekbuizen van de armen of verdedigers van de verdrukten of sociale leiders of politieke katalysatoren, of academisch geschoolden of theologische bewakers van het geloof van de gelovigen. Dat zijn zij ook, maar is dat alles? En is dat de voornaamste betekenis van het katholieke priesterschap? Nee. De voornaamste betekenis van het priesterschap is de relatie met de Eucharistie – als Werkelijkheid, als Sacrament en Offer. En van deze drie geldt als voornaamste de Werkelijkheid zoals die mogelijk wordt gemaakt door de priesterlijke consecratie. Opnieuw hebben, zoals in voorgaande eeuwen, de gezagsdragers van de Kerk de werkelijke tegenwoordigheid bevestigd, maar met accenten en nuancen die in voorgaande tijden nog niet aan de orde waren.

Paus Paulus VI was in Mysterium Fidei bezorgd over degenen, die in gesproken en geschreven woord “meningen verspreiden die de gelovigen verontrusten en hun geest verzadigen met niet geringe verwarring over geloofszaken.” Onder deze meningen bevond en bevindt zich de theorie die de betekenis van de Eucharistische Tegenwoordigheid zodanig herdefinieert dat het feit van de Eucharistische Werkelijkheid verduisterd, zo niet ontkend worden. Het is alsof iemand zegt: “Ik geloof in de Eucharistische Aanwezigheid, maar niet als werkelijkheid, of als werkelijkheid die slechts aanwezigheid is en niet een objectieve realiteit.”

 

2. De Eucharistie als Aanwezigheid

Dit brengt ons tot het tweede aspect van ons onderwerp: de Eucharistie als aanwezigheid. Als we het woord “aanwezigheid” horen, denken wij aan een persoonlijke relatie tussen twee of meer mensen. Wij zijn voor iemand aanwezig of iemand is aanwezig voor ons, wanneer wij ons bewust zijn van hen en zij van ons; wanneer wij hen in onze gedachten en ons hart hebben zoals zij aan ons denken en een affiniteit en genegenheid voor ons voelen. Voor stenen en bomen zijn wij niet echt aanwezig, noch zij voor ons. Dus de term ‘aanwezigheid’ impliceert dat het gaat om verstandelijke wezens.

Een dergelijke niet op objectieve realiteit gebaseerde aanwezigheid gaat ook voorbij aan tijd en ruimte. St. Paulus of St. Augustinus kunnen voor mij aanwezig zijn, hoewel zij allang dood zijn en hoewel zij niet fysiek zijn waar ik fysiek ben. Zo kunnen anderen voor mij aanwezig zijn in gedachten, door de wil, of zoals wij zeggen: ze kunnen mij voor de geest staan. De een kan in New York zijn en de ander in San Francisco. Toch, zodra (en zo vaak) ik met liefde aan een ander denkt, is die voor mij aanwezig. En wanneer anderen hetzelfde doen, ben ik voor hen aanwezig, de kilometers afstand overbruggend en ongeacht het feit dat geen van ons is waar de ander in het lichaam is. Maar toch – we zijn in de geest bij elkaar. Aanwezigheid ontkent daarom de fysieke werkelijkheid niet, omdat twee mensen dicht bij elkaar kunnen zijn, zowel lichamelijk als intiem verenigd in de geest. Aanwezigheid vereist de nabijheid van het lichaam niet en kan evenzeer de intimiteit van geest en hart inhouden. Hierin ligt meteen de legitimiteit voor de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie, maar tevens het gevaar van enkele van de huidige theorieën daarover. Er zijn mensen die loffelijk het subjectieve aspect van Christus’ aanwezigheid wel volmondig benadrukken, maar ten koste van de objectieve werkelijkheid.

Begrijp mij niet verkeerd. Er is een grote, zelfs een essentiële behoefte om te spreken over en zich te laten leiden door het bewustzijn van Christus in de Eucharistie en om onze gevoelens van liefde tegenover Hem te versterken. Maar dit kan niet gebeuren in ruil voor het negeren of het wegwuiven van het voornoemde feit dat Christus werkelijk in de Eucharistie is, dat Hij met de woorden van de plechtige verkondiging van de Kerk “wordt omvat onder de gedaanten van brood en wijn.” Wat brood en wijn was, is na de woorden van de consecratie niet langer brood en wijn, maar een levende, tastbare, lichamelijke – in één woord de werkelijke – Jezus Christus.

Wij zouden daarom kunnen zeggen dat de Eucharistische Aanwezigheid van Christus zowel een werkelijkheid is als een relatie. Het is een werkelijkheid, omdat Christus werkelijk in de Eucharistie is en wel zodanig, dat de Werkelijke Aanwezigheid van Christus vooronderstelt de werkelijke afwezigheid van brood en wijn. Hij is nu waar vóór de consecratie brood en wijn waren. Deze zijn verdwenen en Hij is daar nu. Waar voordien werkelijk brood en wijn waren, daar zijn nu slechts de uiterlijke kenmerken van brood en wijn. Christus is hier in de Eucharistie werkelijk aanwezig. Brood en wijn zijn niet langer aanwezig, maar slechts hun vorm of zoals wij zeggen: de gedaanten.

Transsubstantiatie is een geloofswaarheid

De leer van de Kerk is de uitdrukking van de waarheid. De Griekse woorden houden een meta-ousiosis (verandering van wezen) in. De ‘ousia’ of het wezen van brood en wijn worden de ‘ousia’ of het wezen van wat Jezus Christus uitmaakt – lichaam, bloed, ziel en goddelijkheid. Kortom, in de Eucharistie is de ‘totus Christus’ aanwezig, precies zo waarachtig als Hij aanwezig was op aarde in Palestina en zoals Hij nu in de hemel is. Het is de totale Christus in de volheid van wat Hem tot Christus maakt, zonder objectief verschil tussen wie Hij toen was (in de eerste eeuw op aarde) en die Hij nu is (in de eenentwintigste eeuw op aarde). Jezus Christus is zoals Hij overal is, waar een wettig gewijde priester brood en wijn heeft veranderd in het Lichaam en Bloed van de Verlosser.

Als vanzelfsprekend beschouwd

Echter, nu dit alles gezegd is – en hoe noodzakelijk is het om het opnieuw te zeggen in de huidige verwarde katholieke wereld – wij zijn nog niet klaar. Zoals zo vaak gebeurt, ontstaat er dwaling onder de mensen, omdat zij de waarheid hebben veronachtzaamd. De hydra (= veelkoppige monster) van het Communisme was ten dele al het antwoord van God op het verwaarlozen door Christenen van hun praktijk van de gemeenschappelijke liefde. Dat is ook het geval ten aanzien van de Eucharistie. Te veel katholieken, inclusief priesters, hebben de Werkelijke Tegenwoordigheid als te vanzelfsprekend beschouwd. Ze gingen er te zelfgenoegzaam mee om dat Christus in de Eucharistie is en ze begonnen Hem daar te laten. Lege kerken, lege kapellen, zelden een aanbidder voor het tabernakel en zelden een Eucharistische gedachte onder miljoenen gelovigen, die verontwaardigd zouden zijn wanneer hun gezegd zou worden, dat juist zij de grootste Werkelijkheid in hun midden hebben genegeerd. Het gaat (in de Eucharistie) immers niet om woorden uit de poëzie. Het is de taal van het geloof.

Wat moet er gebeuren? Wat wij vandaag de dag in de huidige crisis aangaande de Eucharistie nodig hebben, is een andere Franciscus van Assisië, een door God geroepene, om de wereld van vandaag eraan te herinneren wat priester zijn betekent en wat zijn consecratiewoorden kunnen bewerkstelligen in dit dal van tranen. Franciscus is zoals bekend nooit tot priester gewijd, maar hij had een buitengewone eerbied voor priesters, omdat hij hen zag als de goddelijk gemachtigde consecrators van de Heilige Eucharistie.

In zijn laatste wilsbeschikking en testament schreef Franciscus wat wij vandaag in onze intellectualistische eeuw van agnosticisme zouden moeten horen en waar wij naar zouden moeten luisteren: “God inspireert mij”, zo zei hij, “tot zulk een groot geloof in priesters die leven overeenkomstig de wetten van de Heilige Kerk van Rome, dat ik vanwege hun waardigheid, dat als zij mij zouden vervolgen, ik nog steeds bereid zou zijn om mij tot hen te wenden om hulp. Dit omdat ik bij hetgeen zij (in de Eucharistie) bewerken de Allerhoogste Zoon van God niet met mijn eigen ogen kan zien, maar alleen zijn Allerheiligst Lichaam en Bloed dat alleen zij aan anderen kunnen toedienen.” Hoewel hij dat niet gewoon was, eindigde Franciscus in superlatieven: “Boven al het andere” – dat betekent: belangrijker dan al het andere – zo benadrukte hij zijn volgelingen op het hart –  “Boven al het andere, wil ik dat dit Allerheiligst Sacrament wordt aanbeden en geëerd en wordt bewaard op plaatsen die rijk versierd zijn.”

En dat van de eenvoudige ‘Poverello’, wiens naam synoniem is geworden met volledige armoede, zelfs tot schamelheid toe, in navolging van zijn arme Meester. Maar dat is ook de mystieke ziener, die helderder dan de meesten van zijn tijdgenoten zag wie het was die onder ons verblijft in het Heilig Sacrament. Het is met de woorden van Franciscus: “de Allerhoogste Zoon van God” in menselijke vorm die hier altijd in werkelijkheid aanwezig is, maar Hij staat ons niet altijd zo levendig voor de geest. Wij eren en aanbidden Hem in de Eucharistie, maar Hij wordt niet altijd bewaard met rijk versierde plaatsen, niet versierd met zilver en goud, en ook niet met akten van geloof, hoop en liefde, waarmee we ons verlangen naar Jezus uitdrukken, zoals ook zijn verlangen naar ons uitgaat. Want daarvoor is Hij hier; opdat wij ook zouden zijn waar Hij is, verenigd met Hem in de geest, zoals Hij Zichzelf met ons heeft verenigd in het lichaam, vooruitlopend op die vereniging, wanneer de Eucharistie ontsluierd zal worden en wij zullen zien dat die vervangen wordt door wat wij nu nog in geloof als waarheid moeten aanvaarden, namelijk door de Waarheid die Vlees werd om ons te leren hoezeer God de zonen en dochters van de menselijke familie bemint.

Uit; Tijdschrift Legioen Kleine Zielen, Contactblad van de Stichting LKZ NL, Landgraaf, Jaargang 1, Nummer 3, December 2017, blz. 13-20.

 

Tijdschrift Legioen Kleine Zielen, deel 3: Woord van de Voorzitter

Woord van de Voorzitter Legioen Kleine Zielen Nederland

Hierbij ontvangt u de derde uitgave (Kerstuitgave) van het tijdschrift van Stichting Legioen Kleine Zielen Nederland en mogen we terugkijken op een geslaagd en gezegend Fatimajaar 2017 met vele positieve reacties op ons nieuwe tijdschrift.

Ook persoonlijk gezien, want in juli hebben we tot onze vreugde een (web)winkel (www.hildegardwinkel.nl) van de H. Hildegard von Bingen van een huisarts uit Huizen mogen overnemen. Echt een grote heilige voor onze tijd.

 s-hildegardisHildegard von Bingen werd in 1098 te Bermersheim, Mainz in de streek van Rheinessen geboren uit een adellijk geslacht. Zij geldt als de eerste vertegenwoordiger van de Duitse middeleeuwse mystiek. Reeds in haar derde levensjaar was ze zozeer doorstraald door een innerlijk genadelicht, dat haar geest onzichtbare en bovennatuurlijke dingen evengoed waarnam als haar lichamelijk oog de uiterlijke en zichtbare dingen. Hildegard ging op vroege leeftijd het klooster in. In visioenen openbaarde God haar de dimensies en achtergronden van de schepping en verlossing. God gaf ook een hele geneeswijze door en liet haar invloedrijke boeken schrijven. De paus bevestigde de zienswijze van Hildegard en door deze erkenning van de Kerk werd zij beroemd. Hildegard werd ook bekend als de eerste componiste uit de geschiedenis van de klassieke muziek die bij naam bekend is. In 2012 werd Hildegard heilig verklaard en bovendien uitgeroepen tot Kerklerares door Paus Benedictus.

Op de leeftijd van acht jaar werd ze aan gravin Jutta von Sponheim, de abdis van de Benediktinessen toevertrouwd, die op de Disibodenberg enkele leerlingen in lezen en schrijven, in zingen en handenarbeid onderrichtte. Hier leerde Hildegard lezen en psalmen zingen, doch bleef verder verstoken van elke wetenschappelijke vorming. Haar visioenen duurden voort, altijd in wakkere toestand, nooit onder de vorm van extases. Tot ze op vijftienjarige leeftijd plots met schrik moest vaststellen dat anderen dit ‘charisma’ niet bezaten dat voor haarzelf vanzelfsprekend was. Toen ze ouder geworden was legde ze de kloostergeloften af en ontwikkelde zich als een voorbeeld van kloosterlijke deugden. Na de dood van abdis Jutta, in 1136, werd ze tot abdis verkozen. Elf jaar later werd haar klooster op de Rupertsberg naar Bingen verplaatst. Rond die tijd beval een inwendige Stem haar alles op te schrijven wat ze zag en hoorde. Doch uit vrouwelijke schuchterheid en nederigheid liet ze dit na, tot ze als verlamd op het ziekbed geworpen, alles aan haar biechtvader openbaarde. Die gaf haar de opdracht aan deze inwendige Stem streng te gehoorzamen. En zie, van zodra ze met schrijven begon, werd ze weer gezond. Zoals een bliksem uit de hemel brak God in haar leven binnen. Nu ontstonden op de Rupertsberg onvergankelijke werken:

–        De volgende tien jaar schreef ze haar eerste werk ‘Scivias: Erken de wegen van de Heer’. Daaruit blijkt dat God de volheid van zijn rijkdom aan haar had medegedeeld: ze doorschouwde de schepping als een kristal. In geweldige visioenen worden de dimensies en achtergronden van de schepping en verlossing opengerold. In de alomtegenwoordige God zag ze het verleden en de toekomst en wat in de tegenwoordigheid verborgen was.

–        Het volgende boek ‘Liber vitae meritorum: het boek van het verdienstelijke leven’, is een soort levenskunst, waarin de vergelding van de goede en kwade werken beschreven wordt. Hierin ligt ook -gesluierd – de hele psychotherapie van Hildegard vervat, die thans stap voor stap moeizaam wordt onthuld.

–        Daarna ontstond het ‘Liber divinum operum: het boek van de goddelijke werken’. Het is een soort theologie van de kosmos, waarin ook de samenhang tussen mens (met zijn geestelijke en lichamelijke gezondheid) met de kosmos wordt beschreven.

–        Daartussen lagen haar gedichten en gezangen, mysteriespelen en heiligenlegenden, en haar natuurwetenschappelijke en medische boeken, die van grote cultuur- en literatuurhistorische waarde zijn.

Al haar werken heeft ze in de Latijnse taal gedicteerd, waarbij de monnik Volmar als secretaris en de Benediktines Richardis von Stade haar als secretaresse bijstonden. Hildegard beheerste het Latijn niet perfect. Ze had vooral last met de regels van de grammatica.

Het klooster op de Rupertsberg werd een Europese spreekkamer. Als door een magneet aangetrokken kwamen duizenden mensen om raad bij Hildegard, waaronder ook bisschoppen en pausen, keizers en koningen. Uit Frankrijk, België en heel Duitsland kwamen geestelijken en leken tot haar, rijken en armen en voor allen had ze troost en hulp bereid. Ze las in de zielen van wie haar om raad verzochten als in een open boek, zelfs als ze ver van haar verwijderd waren. Deze tere en vaak zwaar zieke vrouw heeft menigmaal haar geliefd klooster verlaten om, door Gods Geest gedreven, missiereizen in grote steden, zelfs tot in Parijs te ondernemen, om de geestelijkheid en het volk tot bekering en boete op te roepen. Hildegard stierf op 17 september 1179 in de ouderdom van 81 jaar. Bij haar dood straalde een klaar lichtend kruis aan de hemel: een getuigenis dat zij het ‘levende Licht’ nu mocht aanschouwen. 700 jaar later zou Anna-Katharina Emmerich van haar getuigen dat ze van alle zieners op de meest onvervalste manier geschouwd heeft. De Heilige Hildegard van Bingen is geworden tot een van de meest betekenisvolle vrouwengestalten van de middeleeuwen, een ster aan het firmament van de geestelijke geschiedenis van Europa.

De bovengenoemde boeken van de Heilige Hildegard bevatten een ware schat aan recepten, die echter voor het grootste deel onder zware arbeid toegankelijk moeten worden gemaakt voor de mensen van deze tijd. Want haar medische aantekeningen bleven eeuwen onopgemerkt. Vergeten? Of door God bewaard voor een welbepaalde tijd, misschien onze tijd, 900 jaar later!

Een dokter uit Konstanz, Dr. Gotfried Hertzka, begon de geneeskunde van Hildegard in zijn praktijk te beproeven. Hij werd geboren in 1913 en besloot, na zijn studies van de klassieke geneeskunde aan de Universiteit van Wenen, ook nog eens de natuurgeneeskunde te gaan bestuderen. Bovendien studeerde hij ook nog op wens van zijn vader, eveneens arts, de geschiedenis van de geneeskunde. Daar ontdekte hij Hildegard von Bingen. Dertig jaar lang beproefde en praktiseerde Dr. Hertzka in zijn praktijk de eerste Hildegardmiddelen. Toen schreef hij zijn eerste boek. De echo ervan overtrof alle verwachtingen. Sedertdien is de interesse voor de Hildegard geneeskunde steeds meer toegenomen in vele Europese landen en daarna ook in Amerika.

Meer informatie over haar voedings- en genezingsleer is te vinden op: www.hildegard.nu en www.hildegardwinkel.nl

In dit woordje zou ik tevens graag met u alvast willen vooruitkijken naar het Programma voor 2018. Naast de normale, reguliere gebedsbijeenkomsten van de Nederlandse eilandjes van Heiligheid, zijn er de volgende “bijzondere bijeenkomsten” gepland. Deze zijn uiteraard voor iedereen vrij toegankelijk.

Zondag 8 April: Barmhartigheidszondag. Locatie: Kerk Berg en Terblijt. Programma: vanaf 14.30 uur Biechtgelegenheid, 15.00 uur H. Mis, aansluitend Aanbidding en gezellig samenzijn met koffie en vlaai.

Zondag 22 April: Hildegardmiddag met proeverij van 16.30 uur tot 19.30 uur in Voerendaal, Kunderkampstraat 12. Om 18.30 uur Rozenkransgebed.

Donderdag 7 Juni: Pater Pio gebedsavond met Mgr. E. De Jong  Locatie: Kerk Terwinselen te Kerkrade. Programma: 18.30 uur Rozenkrans met Aanbidding, 19.00 uur H. Mis en daarna diavoorstelling over Pater Pio en zegening met het handschoentje van de H. Pater, waarna gezellig samenzijn.

Vrijdag 13 Juli: Dagbedevaart naar Chèvremont en Banneux Programma volgt.

Zondag 30 September: Vierde Nationale bedevaart met Mgr. E. De Jong naar het Karmelklooster Regina Carmeli te Sittard. Programma: 14.00 uur aankomst, 14.15 uur Aanbidding met rozenkransgebed en biechtgelegenheid, en een boodschap (evt. met toelichting van de Monseigneur) uit het boek van de Barmhartige Liefde, om 15.00 uur Eucharistische Zegen. Aansluitend rond 15.10 uur H. Mis met de Monseigneur en ongeveer om 16.00/16.10 uur gezellig samenzijn en bezichtiging van het klooster Museum. Om 17.00 uur afsluiting met de vespers samen met de Karmelzusters.

Voor u allen, een zalig Kerstfeest en een gezegend, gezond en vredig 2018 toegewenst!
Namens het gehele bestuur van LKZ Nederland.

Uit; Tijdschrift Legioen Kleine Zielen, Contactblad van de Stichting LKZ NL, Landgraaf, Jaargang 1, Nummer 3, December 2017, blz. 4-7.

De Tederheid van God (deel 1)

Beheerder Website's avatarBlog Marguerite

conferentie-lkz-15-7-2017.jpgDierbare kleine zielen, tijdens de conferentie van de derde landelijke gebedsdag jongstleden 15 juli te Nijmegen hebben we nagedacht over Gods tedere liefde voor iedere mens; de tedere liefde van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Maar ook de tedere liefde van de H. Maagd Maria kwam aan bod. Jezus spreekt tot Marguerite over Zijn overgrote liefde voor Gods schepsels.

De Liefde in God verleent alle typische goddelijke eigenschappen een oneindig karakter: zijn Grootsheid, zijn Almacht, zijn Schoonheid, enzovoorts. Hij is grenzeloos zoals zijn eigenschappen grenzeloos zijn. Er bestaat een nuance van de Liefde die verwant is aan de Barmhartigheid, namelijk de Tederheid. Terwijl de transcendentie (‘grootheid’) van God ons, die slechts nietige wezens zijn tegenover Hem, een zekere angst inboezemt, stelt zijn tederheid ons gerust en weerhoudt ons ervan om ons afstandelijk te gedragen tegenover Hem. Onze terughoudendheid zou Hem kwetsen.

De ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde’

View original post 660 woorden meer

Betekenis logo van de Kleine Zielen

Dit jaar 2017 wordt het 100 jarig jubileum gevierd van de verschijning van Onze Lieve Vrouw aan de drie kinderen van Fatima. Het thema van dit jubileumjaar luidt: “Mijn Onbevlekt Hart wordt uw toevlucht en zal de weg zijn die leidt naar God”. Het zijn de woorden van Onze lieve Vrouw van Fatima. Een weerklank daarvan vinden we in de Boodschap van Barmhartige Liefde:

J       Bezie dit kruis en wat het heeft voortgebracht: de GEKRUISIGDE LIEFDE! … Als ze (de mensen) niet sterk genoeg zijn om de vijand die hen naar de ondergang leidt te trotseren, dat ze dan vluchten! Laat hen dan een toevlucht zoeken in de schuilplaats van MIJN GODDELIJK HART en in het zo liefhebbend HART VAN MIJN MOEDER, waar de vijand hen niet zal bereiken. Het is nog tijd… DE LIEFDE WORDT HET NIET MOE TE ROEPEN! (4 juli 1975).

In haar boodschap aan de kinderen van Fatima vraagt Maria het heilig Hart van haar Zoon te eren en haar onbevlekt Hart te vereren en zich toe te wijden aan haar onbevlekt Hart. In de Boodschap van de Barmhartige liefde worden ook wij aangespoord samen met het heilig Hart van Jezus het onbevlekt Hart van Maria te vereren.

Dit is in zekere zin de samenvatting van geheel de boodschap, vervat ook in het logo van de Kleine Zielen:

779f0-logo-legioen-kleine-zielen-nederlandDe twee harten, het hart van Jezus afgebeeld met daarin het hart van Maria: Jezus heeft het Hart van zijn Moeder in zijn Hart ingesloten!

J       De liefdesboodschap aan de kleine zielen is voorbestemd om ruim verspreid te worden over de wereld. Nederige en vertrouwende kleine zielen, komt onbevreesd naar uw God toe. Vormt rondom Hem en tot meerdere eer en glorie van Hem een onoverwinnelijk leger onder de zoete en lieflijke leiding van mijn zeer beminnelijke Moeder. Houdt met uw geloof en uw liefde de vijand in bedwang. Op uw embleem, lieve kinderen, de Allerheiligste Harten van Jezus en Maria. Bekleedt u met dit heilig gewaad, dat zal u beschermen en dat u op de koninklijke weg naar de hemel geleiden tot de gelukzalige eeuwigheid met Mij (14 augustus 1966).

Ja, Maria vraagt toewijding aan het onbevlekt Hart van Maria. Opdat we door Maria nog beter toegewijd zijn aan haar Zoon. De dag (25 augustus 1974) waarop Marguerite het schetsplan vraagt aan Jezus voor het Centrum van de Kleine Zielen is, zo zegt Marguerite, voor het Legioen een zo gedenkwaardige dag, die aan het Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria zal zijn toegewijd.

J       Ja, Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. (…) De daden van mensen hebben grotere waarde wanneer ze verricht worden in haar en door haar. Mijn hart zindert van vreugde wanneer ze met haar moederlijke handen Mij uw gaven aanbiedt. Als ge beter het Hart van uw lieve Moeder kende, zoudt ge mijn liefdesgave meer op prijs stellen. Bemint haar, schenkt haar u zelf. Het is Mij veel aangenamer u uit haar handen te ontvangen. (…) Vertrouwt u aan Maria toe. (…) (3 december 1966)

En dat willen dan ook wij bijzonder in dit jubileumjaar doen: ieder persoonlijk zich schenken, toevertrouwen en toewijden aan Maria. Maar ook sámen aan haar toewijden.

Uit; Tijdschrift Legioen Kleine Zielen, Contactblad van de Stichting LKZ NL, Landgraaf, Jaargang 1, Nummer 2, Augustus 2017, blz. 12-13.

Armand Ory: “Als gij niet opnieuw wordt als kleine kinderen…”

424051DE SLEUTEL VAN HET RIJK

Op zekere dag bracht Jezus een kind in de kring. Zijn commentaar hierbij is wereldberoemd: “Als gij niet opnieuw wordt als kleine kinderen (sicuti parvuli) zult gij het Rijk der Hemelen niet binnengaan” (Mt.18.3). Met dit gebaar heeft Hij de ‘kleinheid’ ter sprake gebracht, niet in een zwevend begrip, maar in een springlevend kind. Deze taal verstond iedereen. Nogal straf: Klein worden of zijn Rijk niet binnen. Is dit een idyllisch gebaar van Jezus, de kindervriend of meent Hij het echt? In dat geval is ‘kleinheid’ niet meer vrijblijvend. Dan is het geen randverschijnsel meer, maar de sleutel die toegang geeft tot het Rijk.

Bij een andere gelegenheid heeft Hij nog wat meer uitleg gegeven: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor ‘wijzen en verstandigen’ en ze geopenbaard hebt aan ‘kleinen’“ (Mt.11,25). De ‘kleinen’ staan hier duidelijk tegenover de ‘wijzen en verstandigen’. Aan de eersten kan God zijn geheimen openbaren, aan de laatsten niet. Het gaat uiteindelijk om openheid of geslotenheid tegenover God. Deze heeft iedereen zonder uitzondering op het oog om zijn geheimen mee te delen. Indien Hij desondanks voor ‘wijzen en verstandigen’ verborgen houdt wat Hij aan ‘kleinen’ kan openbaren, ligt dit uitsluitend aan de gesteltenis bij de mensen. De enen zeggen ‘neen’, de anderen ‘ja’ op zijn aanbod.

KLEINHEID MOET MEN LEREN

Jezus heeft allerhande mensen ontmoet in zijn leven o.m. vissers en geleerden. Bij de eersten vond Hij vooral gehoor, bij de laatsten verzet. De enen waren klein, de anderen wijs en verstandig. De eersten leerden Jezus als ware God aanbidden, de anderen stelden Hem als boosdoener terecht aan een kruis.

Wijs en verstandig is men van nature uit, omdat men spontaan voortbouwt op de normen waarover men beschikt. Kleinheid moet men leren, in zoverre men zijn eigen normen inlevert tegen vreemde normen. Klein worden is riskant als de sprong van een parachutist. Men moet leren oordelen volgens de normen van God.

In het evangelie treffen wij enkele sprekende voorbeelden aan; Zacharias, Johannes de Doper, Simon Petrus en Maria.

Toen Zacharias de boodschap kreeg dat zijn vrouw een kind zou krijgen stelde hij zijn zienswijze boven die van de engel. Dat kon onmogelijk, omdat Elisabeth al op gevorderde leeftijd was (Lc.1,18). Zijn stomheid is het uiterlijk teken geworden hoe wijs en verstandig hij was. Kleinheid heeft hij achteraf wel geleerd.

Zijn zoon, Johannes de Doper, stond er niet beter voor. Op zekere dag stuurde hij twee van zijn leerlingen naar Jezus met de vraag: “Zijt Gij Diegene die komen moet, of hebben wij een andere te verwachten?” (Mt.11,3) Hij zat toen namelijk opgesloten in de gevangenis en vanuit Jesaja wist hij dat de Messias zou komen “om aan gevangenen verlossing te melden” (Jes.61,1). Vooralsnog had Jezus geen poging ondernomen om hem te bevrijden. Na Jezus’ antwoord heeft Johannes zijn wijsheid ingeruild voor die van zijn Meester. Ook hij heeft kleinheid moeten leren.

In verband met Jezus’ lijden heeft Simon Petrus geprotesteerd: “Zo iets mag U nooit overkomen” (Mt.16,22). Verzet tegen het lijden was de enige zinvolle vorm van liefde bij Petrus voor Jezus. En toch was deze eigenwijs. Het antwoord van Jezus was schrikwekkend: “Weg, Satan, gij zijt Mij een aanstoot. Gij oordeelt volgens de normen van mensen en niet volgens de normen van God” (Mt. 16, 23). Deze zin bevat de bepaling van wat ‘kleinheid’ is: oordelen volgens de normen van God en niet volgens die van mensen.

Maria incarneert ten volle dat uitzonderlijk ideaal. Toen de engel Gabriël haar de boodschap bracht dat zij in haar maagdelijkheid moeder zou worden, stelde zij haar bezwaren onmiddellijk terzijde om geloof te hechten aan de woorden van Gods gezant. Zij zei niet: “Dat is onmogelijk daar ik geen man beken”, maar wel: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen man beken” (Lc.1.34). Door haar fiat heeft Maria de menswording mogelijk gemaakt.

De Schriftgeleerden, hogepriesters en farizeeën daarentegen zijn bij hun zienswijze gebleven. Zij zijn nooit tot kleinheid gekomen. Hierdoor hebben zij zich buiten zijn Rijk gesloten.

HET LEGIOEN KLEINE ZIELEN

Op onze dagen blijft die ‘kleinheid’ even noodzakelijk als tijdens Jezus‘ openbaar leven op aarde. Meer dan ooit krioelt het van ‘wijzen en verstandigen’ die zich sluiten voor zijn boodschap, omdat ze hun normen verkiezen boven die van God. Zij heten humanisten, atheïsten, enz.

Ook binnen de kring van de katholieke Kerk zijn er velen die met misprijzen neerzien op de ‘kleinheid’. Hoevelen stellen hun inzichten boven de leer van de Kerk? Dwaalleer wordt verspreid vanuit theologische faculteiten en opvoedingscentra, vanuit godsdienstige tijdschriften en catecheselessen. Daarom wil Jezus zijn gebaar van het kind in de kring duizenden keren herhalen. Hij wil een legioen kleine zielen om in elk dorp, in elke stad te getuigen van zijn BOODSCHAP VAN DE BARMHARTIGE LIEFDE AAN DE KLEINE ZIELEN. Dit is geen reden tot fierheid en nog minder tot ijdelheid. Het roept alleen een huiveringwekkende verantwoordelijkheid voor de geest.

Tussen EVANGELIE en BOODSCHAP bestaat een zeker verschil wat betreft de ‘kleinheid’. In het evangelie is zij bijna verborgen tussen duizend andere parels; in de boodschap wordt zij in het volle daglicht gesteld. Zowel in de titel van het boek als in de benaming van de leden is er sprake van.

TAKKEN VAN EEN BOOM

Wat betekent dan dit kostbaar kleinood? Is het synoniem van eenvoud of nederigheid? Destijds heeft men de benaming ‘kleine zielen‘ willen vervangen door ‘eenvoudige zielen’, omdat men nogal botste op de spot ‘kleinzieligheid’. Hierop heeft Jezus geantwoord: “Klein behoudt heel zijn betekenis en moet deze bewaren in elke taal. Als gij niet wordt als kleine kinderen zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan. Mijn rijk wordt op aarde gevestigd door het beoefenen van de kleinheid. Gij zult Mij enkel vinden in de allerkleinsten. Weest klein genoeg om te begrijpen en over de futiliteiten van dit leven heen te stappen. Ik ben in u, mijn kleine kinderen, en met u zal Ik de machtigen beschamen.” (26.11.1972)

De kleinheid is voor de andere deugden wat de stam van een boom is voor de takken. Kleinheid is de familienaam, de andere deugden zijn voornamen: nederigheid, liefde, zin voor gebed, vertrouwen, zuiverheid, waarachtigheid, gehoorzaamheid, vurigheid, offerzin, eerbied voor de Eucharistie, strijdvaardigheid. Deze boodschap ter illustratie: “Ik vraag nederige kleine zielen, om de hoogmoed te bestrijden, liefdevolle, om het gebrek aan liefde te bestrijden, edelmoedige, om de zelfzucht te bestrijden, kleine zielen die bidden, om te strijden tegen het gebrek aan gebed, kleine zielen vol vertrouwen, om het pessimisme te bestrijden, kleine zielen die zuiver zijn, om de onzuiverheid te bestrijden, kleine zielen die waarachtig zijn, om de leugen en de huichelarij te bestrijden, kleine zielen met de geest van onderdanigheid, om de ongehoorzaamheid te bestrijden, vurige kleine zielen, om de lauwheid en de lafhartigheid te bestrijden, kleine zielen die zichzelf slachtofferen, om de ketterij te bestrijden. En aan ieder van hen vraag Ik een mateloze eerbied voor mijn Liefdesacrament. Ik wil geestdriftige verdedigers van dit zozeer door smaad getroffen sacrament.” (17.2.1970)

De ketterij die op onze dagen te bestrijden valt, heet modernisme. Zij is gebaseerd op de uitschakeling van de kleinheid. Systematisch wil zij de Blijde Boodschap herknippen op mensenmaat. Op alle domeinen stelt zij de normen van de mens boven de normen van God: de moraal, de kerkopvatting, de liturgie, de catechese, de schriftverklaring. Achtereenvolgens komen deze vijf punten ter sprake.

DE MORAAL

De christelijke moraal is gebaseerd op de tien geboden, die reeds bestaan vanaf Mozes in het Oude Verbond. Hierbij sluit Jezus aan als Hij zegt tot de rijke jongeling: “Als gii het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden” (Mt. l9. l7). Op zedelijk gebied beleeft onze tijd een Copernicaanse revolutie. De geboden van God worden vervangen door de rechten van de mens. In plaats van God te dienen op zondag eist men het recht op uit te slapen. In plaats van eerbied op te brengen voor de ouders laat men hen in de steek en gaat een deel van de jeugd op kamers wonen, om vrijer te zijn. In plaats van de zonde van onkuisheid te vermijden, eist men het recht op zich sexueel uit te leven. Ofschoon de tien geboden voorhouden niet te doden wordt de moord op ongeboren kinderen opgenomen in de grondwetten van vele landen die van oudsher christelijk zijn. De laatste norm van goed en kwaad is niet meer wat God voorhoudt langs zijn Kerk om, maar wat de mensen gaarne hebben. De pastoraalsociologie is de nieuwe wetenschap die deze revolutie in de hand werkt. Zij houdt enquêtes, om te ontdekken hoe de mensen in werkelijkheid zich gedragen. Ontdekt men een tegenstelling tussen wat God gebiedt en wat de mens beleeft, dan krijgt deze laatste automatisch gelijk. De geboden worden als verouderd spul terzijde geschoven. Het inwilligen van de (vaak zondige) verlangens van de mens wordt geprezen als een uiting van vooruitstrevendheid. Telkens wanneer de (onrechtmatige) rechten van de mens in plaats komen van de geboden van God, stelt men menselijke normen boven die van God. Hier verdwijnt de ‘kleinheid’, waardoor de toegang tot het rijk der hemelen bemoeilijkt wordt.

DE KERKOPVATTING

Naast de hiërarchische Kerk treedt tegenwoordig een ander type naar voor: de volkskerk, ook participatieve Kerk of basiskerk genaamd. De hiërarchische Kerk werd door Jezus gesticht op de rots van Petrus. Zij moet de Openbaring van haar Stichter trouw doorgeven van generatie tot generatie. De laatste norm van haar zijn en haar handelen is Christus. Vanuit haar oorsprong wordt haar liturgie bepaald: Doe dit tot mijn gedachtenis. Van bovenaf worden haar geloofspunten bepaald: Drievuldigheid en transcendentie voor God. Verrijzenis en Godheid voor Jezus, maagdelijkheid en Onbevlekte Ontvangenis voor Maria. Ook het celibaat van de priester steunt op een woord van de Heer.

In de volkskerk daarentegen wordt alles bepaald vanuit de basis. Men vraagt aan de gelovigen wat zij nog verlangen te geloven. Men vraagt aan de priester of hij verlangt te trouwen. De gemeenschap vraagt het recht haar bedienaar te kiezen. Priesters die door Rome veroordeeld zijn om hun dwaalleer zouden dan best in een of andere studentenecclesia uitgeroepen kunnen worden tot ideale voorgangers. Geloofspunten of zedelijke normen die bij een enquête de 50% niet meer halen zouden afschafbaar zijn. Na een paar decennia zou heel het geloofspatrimonium van de Kerk verkwist zijn. De oorzaak van deze teloorgang is andermaal gemis aan kleinheid. De mensen willen eigenwijs hun oordeel verheffen boven dat van God, Jezus en zijn Kerk.

DE LITURGIE

Tijdens Vaticanum II werd een nieuwe vorm voor de eredienst uitgevaardigd. Zowel van rechts als van links is deze liturgie betwist geworden. Voor de enen gaat zij te ver; voor de anderen niet ver genoeg. Zij zou het tridentijns offerkarakter prijsgeven, beweren de enen; zij zou nog steeds een viering blijven die te ver afstaat van het gewone leven, beweren de anderen. (..)

Op 23.5.1980 verscheen de instructie Inaestimabile Donum (Onschatbare Gave), uitgevaardigd door de Congregatie voor de Sacramenten en de Goddelijke Eredienst en goedgekeurd door de paus. Hierin worden een reeks misbruiken aan de kaak gesteld, die een beetje overal binnengeslopen zijn bij de eucharistievieringen: het verwaarlozen van het voorgeschreven missaal, het preken door leken, het aanwenden van lezingen die niet uit de Bijbel komen, het bezigen van niet goedgekeurde canongebeden, zonder ernstige redenen celebreren buiten de kerk of zonder liturgische gewaden, leken die de communie uitreiken terwijl de priester toekijkt, het volk toelaten de canongebeden en dus ook de consecratiewoorden uit te spreken, meisjes die misdienaar zijn…

De eucharistieviering is het meest vitale onderdeel van het katholiek geloof. Wie een afwijkende canon invoert belandt automatisch in een andere godsdienst. Ongetwijfeld is de consecratie niet alleen het hoogtepunt van de goddelijke eredienst, maar ook haar meest kwetsbare plek.

Een maand na het verschijnen van de Romeinse instructie verscheen een dossier “Geen viering zonder Leven” in; Kerk en Leven, 1980, nr. 26. Hierin worden de misbruiken als idealen geprezen. Er wordt gepleit tegen de kerk, tegen de priester en tegen de kern van de eucharistieviering, niet brutaal maar uiterst voorzichtig. Men wil weg uit het kerkgebouw, omdat het te groot is en ongezellig, men moet er zwijgen en men mag er niets aanraken. Het merendeel van de priesters – in de mate dat zij de richtlijnen van Rome volgen – zijn ongewenst, omdat ze een one-man-show opvoeren en zich houden aan een ritueel waarvan jongeren niets begrijpen.

Jongens van 16 pleiten voor eigen gemaakte gebeden en voor het gebruiken van andere lezingen dan de bijbelse, bv. de krant. Men is verontwaardigd dat het hele volk de canongebeden niet mag meezeggen en om leven te brengen in de viering organiseert men betogingen op minischaal. Stel u Johannes voor onder het kruis terwijl hij een tiental lummels zou laten defileren met een spandoek “Romeinen buiten”, om het gebeuren van Calvarië wat meer te betrekken bij het dagelijkse leven!

Ook de kern van de eucharistieviering wordt grondig verdraaid: “Het is een samenkomen rond brood en wijn als bewerkende tekens van Jezus’ aanwezigheid. Dat mag je echter niet vrijblijvend doen. Wie echt viert rond Jezus, zal van hieruit zijn brood breken en de beker reiken aan de anderen met wie hij dagelijks samenleeft.” (Kerk en Leven, 1980, nr. 26, p. 9)

Hoe tridentijns de uitdrukking ‘bewerkende tekens’ ook klinkt, de inhoud ervan is totaal verdraaid. Wat wordt bewerkt door de tekens van gebroken brood en aangereikte wijn? In de katholieke Kerk ligt de ommekeer in de gaven: brood en wijn worden Lichaam en Bloed van Christus. In de volkskerk ligt de ommekeer bij de vierders: egoïsten worden altruïsten. Naar het voorbeeld van Jezus leren zij hun brood breken en hun beker delen met anderen. Wie zo eucharistie viert verlaat de geopenbaarde godsdienst om slechts een nummertje op te voeren dat thuishoort in een natuurlijke godsdienst, à la Rousseau.

Andermaal wordt deze ernstige afwijking veroorzaakt door gemis aan kleinheid. Ook op dit domein verkiezen velen hun eigen inzichten te stellen boven die van de Kerk, door Christus gemandateerd.

DE CATECHESE

Catechese is mondeling godsdienstonderricht. De katholieke catechese heeft dan als taak het katholiek geloof door te spelen. Dit gebeurde zo vanaf de stichting van de Kerk tot voor een paar decennia. (..)

De stelling van (moderne) godsdienstinspecteurs is de volgende: Wie nu nog gelooft in de letterlijke interpretatie van het evangelie is dwaas. Men is ervan overtuigd dat de evangelisten niet bedoelen te schrijven wat ze schrijven, maar het tegenovergestelde, wat de Bijbel verklaarders ervan maken.

Hoe zouden onze duizenden catecheten die met de beste bedoelingen bezield zijn, kunnen opkomen tegen universiteitsprofessoren en godsdienstinspecteurs? Goddank zijn er nog velen die ondanks alles bereid zijn echte godsdienst te onderwijzen. Aan hen onze oprechte felicitaties in deze uiterst moeilijke periode.

Weer is het gemis aan kleinheid de oorzaak van de teloorgang in de catechese. Men leert vaak niet meer wat de Kerk voorhoudt te geloven. Men verkiest hierboven een dwaas, menselijk gebazel.

DE SCHRIFTVERKLARING

De wortel van alle kwaad ligt in een verkeerde schriftverklaring. Rond de jaren 1960 werden de theorieën van prof. Rudolf Bultmann, een vrijzinnig protestants exegeet, overgenomen aan de katholieke faculteiten. Hij heeft geleerd over de Formgeschichte, de literaire genres, in het Nederlands de verschillende verhaalvormen. Feit is inderdaad dat men onderscheid moet maken tussen de verschillende verhaalvormen. Wie veronderstelt dat een parabel werkelijk gebeurd is, vergist zich deerlijk. Wie evenwel een echt gebeurd feit tot fabel herleidt vergist zich niet minder.

Veel schriftverklaarders hebben zich evenwel schromelijk vergist in de verschillende verhaalsoorten, omwille van een vooroordeel dat hun inzicht benevelde. Zij zijn verkeerdelijk overtuigd geraakt dat God onze gesloten wereld niet doorbreekt. Bovennatuurlijke manifestaties acht men onmogelijk. Daarom heeft men principiële bezwaren tegen mirakelen, engelen, duivelen, hemel, hel, verschijningen, voorspellingen, enz. In plaats van de bovennatuurlijke feiten te erkennen die verteld worden in al deze evangelieverhalen, beweren zij dat het alleen gaat om verhalen met een fantastische inhoud, ongeveer zoals in de fabels waar dieren en planten kunnen spreken. Daarom spreekt men de laatste jaren niet meer van mirakelen, duivelen, engelen, verschijningen of voorspellingen, maar van mirakelverhalen. duivelverhalen, engelenverhalen, verschijningsverhalen, voorspellingsverhalen. Het overgrote deel van onze evangelieverhalen zou bijgevolg niet weergeven wat Jezus gezegd en gedaan heeft, maar slechts wat de eerste christenen ‘geloofden’ en voortvertelden over zijn persoon. Dit zouden meestal verzinsels zijn.

Ondertussen is er een ‘wetenschappelijke’ exegese tot stand gekomen die zich historisch-kritisch heet. In feite heeft zij alleen de pretentie wetenschappelijk te zijn, daar ze gewoonweg ongelovig is. Zij loochent zonder enige grond dat Maria maagd is, dat Jezus mirakelen heeft gedaan, dat Hij lichamelijk verrezen is op de derde dag, enz. Zij is de dolk waarmee een horde moderne exegeten het christendom vernietigen. Goddank zijn er ook in dit domein nog vele getrouwen en betrouwbare werkers.

Telkens is de reden van het onheil het gemis aan kleinheid. Men verkiest zijn eigen menselijke inzichten boven de leer van de Kerk. Nummer 19 van Dei Verbum verkondigt uitdrukkelijk het historisch karakter van de evangelieverhalen.

ALGEMEEN BESLUIT

Uit de ontleding van deze vijf belangrijke sectoren uit het godsdienstig leven komt één constante naar voren, die de oorzaak is van de zware crisis in de Kerk: gemis aan kleinheid. De moderne mens is tot in zijn diepste wortels hoogmoedig geworden, wijs en verstandig, zou Jezus zeggen. Hij weigert nog langer te oordelen volgens de normen van God. Hij oordeelt steeds volgens de normen van de mensen.

Dit geschiedt bij de moralisten, bij de ecclesiologen, bij de liturgisten, bij de catecheten en bij de exegeten.

Binnen de Kerk zijn helaas mensen op de sleutelposities erin geslaagd dwaalleer te verkondigen. Deze is rampzalig voor het christenvolk. Van hen kan Jezus alleen hetzelfde zeggen als van Petrus: Weg‚ Satan, gij oordeelt volgens de normen van mensen en niet volgens de normen van God. Geen wonder dat enkele kopstukken onder de dwaalleraars al ontmaskerd zijn en verbod gekregen hebben om nog als katholiek hoogleraar te fungeren.

Is de Kerk in een gevaarlijke crisis gekomen door wijzen en verstandigen, dan is het logisch dat de redding alleen te vinden is door terug te worden als kleine kinderen: “Geloof, zegt Jezus, dat de kleine zielen, geleid door mijn zoete Moeder, het vermogen de gang van zaken te veranderen.” (21.11.1966)

“Het goede zaad, kind, is het zaad dat men in tranen zaait… maar het kruis zal nooit uw krachten te boven gaan. Ben Ik er niet… denk eraan, dat Ik het Sap ben dat leven geeft en voedt. “ (12 mei 1967)
“Wie wind zaait zal storm oogsten. Maar wie het goede Woord zaait zal een volle maat zuiver goud voor de Hemel oogsten.” (18 juli 1967)
“Uw kleine offers worden door mijn genade zaadjes van heiligheid.” (11 november 1967)
“Ja, kindlief, geef Mij als voedsel aan de zielen. Geef het beste van uw ziel die Ik met mijn liefde vruchtbaar heb gemaakt. Sluit niemand uit bij de uitreiking van het levenszaad dat Ik in uw hart heb gestort. Allen moeten eten, allen moeten zich aan mijn wet onderwerpen.“ (20 april 1970)

“De kleine zielen ontvangen mijn Woord met gretigheid, want het is voedsel voor het geestelijk leven. De hoogmoed en dergelijke voeden de zielen niet, maar storten hen in het verderf.” (20 april 1970)

Uit; Armand Ory, ‘Sicuti Parvuli’, Het Legioen Kleine Zielen, Achtste jaargang, Nr. 3, September 1980, blz. 7-16. Iets ingekort, bewerking door pastoor Geudens.

Voorbereidingstekst landelijke gebedsdag zaterdag 15 juli 2017:  Martha en Maria  

Gebedsdag 15 juli 2017

Bidden zinloos?

Menig mens beweert dat bidden overbodig is geworden, een nutteloze bezigheid. Werken, bezig zijn met mensen, produceren, dat alles vindt gemakkelijk instemming.

Martha en Maria

Bij de evangelist Lucas lezen wij de wondere geschiedenis van Martha en Maria (Lc.10,38-42), waarvan het verhaal gekend is: “terwijl Martha in beslag genomen werd door het vele bedienen.

Sommige moderne mensen vinden zich gemakkelijker terug in de persoon van Martha en moeten noodgedwongen ernstige bezwaren koesteren jegens Maria. Volgens de economische normen presteert Martha wel en Maria niet, is Martha dus één en al werkdadige liefde voor Jezus en Maria in feite liefdeloos, want de eerste spijzigt de hongerige Jezus, terwijl het de tweede blijkbaar niet deert dat Hij honger lijdt.

Martha uit haar kritiek aan Jezus als volgt: “Heer, trekt Gij het u niet aan dat mijn zuster mij alleen de bediening overlaat?

Een tegendraads antwoord

Indien Martha haar beklag gemaakt heeft bij Jezus, dan is het in de stellige hoop gelijk van Hem te krijgen. Maria van haar kant heeft geen klacht ingediend tegen haar zuster, ‘omdat die nog geen tijd had om naar Jezus’ woorden te luisteren’. Was Martha ontstemd omwille van Maria, Maria was niet ontstemd omwille van Martha.

Het antwoord van Jezus is uitermate leerrijk, zowel om zijn helderheid als om zijn inhoud.

Hij geeft Martha geen gelijk, integendeel, onomwonden vertelt Hij haar zijn mening ook al loopt die uit op een ontgoocheling voor Martha: “Gij zijt bezorgd en bekommerd om vele dingen; slechts één is noodzakelijk en Maria heeft het goede deel verkozen”. Jezus corrigeert diegene die hoopte geprezen te worden en Hij prijst haar die geen angst had voor kritiek van buitenstaanders.

Luisteren naar het H. Evangelie

Jezus’ woorden rechtstreeks beluisteren, van persoon tot persoon, zoals Maria, ligt natuurlijk niet meer in ons vermogen, sinds de dood en verrijzenis van Jezus. Toch is ons een wonderbaar middel ter beschikking gesteld om met de Meester in contact te treden nl. het Evangelie. In dit boek zijn de woorden en ook de daden van Jezus opgetekend ten gerieve van de christenen van alle tijden. Wie devoot deze woorden beluistert, hoort Jezus zelf. Dank zij de H. Schrift weergalmt Jezus’ woord tot in de 20ste – én 21ste – eeuw, met een nooit geëvenaarde betrouwbaarheid. Zijn woorden zijn trouwens niet alleen bedoeld voor tijdgenoten, maar voor gelovigen van alle tijden. In de mate dat wij deze gewijde woorden van Jezus beluisteren in een mediterende evangelielezen, kunnen wij delen in het voorrecht van Maria en met haar het beste deel verkiezen.

Het regelmatig contact met de H. Schrift is ongetwijfeld de beste manier van bidden. Daardoor leren wij Jezus in al zijn wezensaspecten kennen. In de mate dat wij Hem kennen, groeit ook onze liefde en in de mate dat wij Hem liefhebben boven alles, maken wij ons geschikt om binnengetrokken te worden in zijn Rijk der Hemelen.

Woorden uit de Boodschap

Er is maar één stap nodig om over te schakelen van het Evangelie naar de Boodschap (Boodschap van de Barmhartige Liefde – Legioen Kleine Zielen); het ene is de oer-boodschap of Blijde Boodschap; de andere is de actualisering ervan voor onze tijd. Tussen Evangelie en Boodschap bestaat in feite geen verschil; de laatste is de vertaling van het eerste voor onze tijd.

Hier staat in al zijn eenvoud de Boodschap van de Barmhartige Liefde, die de geslaagde actualisatie van Jezus’ leer voor onze tijd kan genoemd worden. Deze geslaagde aanpassing wordt echter niet gedoceerd aan een of andere theologische faculteit, maar wordt doorgespeeld als Jezus’ eigen woord, ter beschikking gesteld van een schamel mensenkind (met de naam Marguerite).

Dit is de uiteindelijke reden waarom de Boodschap zo hardnekkig bestreden wordt door de voorstanders van het modernisme. In de Boodschap wordt trouwens weer recht gezet wat door dwaalleraars wordt omver gekegeld.

De Boodschap slaagt er immers in terzelfder tijd 100% trouw te blijven aan de apostolische Traditie en tevens aangepast te zijn aan de noden en het begripsvermogen van de post-conciliaire mens.

Is het waar dat het eigenlijke Evangelie wat moeilijk uitvalt en helaas te weinig gelezen wordt door onze gelovigen, dan is het boek De Boodschap de eenvoud zelf die toegankelijk is voor alle kleine zielen. Ook brengt de Boodschap ons een hemelse waarschuwing tegen de gevaren van afwijkingen in de moderne Kerk. Zovelen helaas juichen de afdwalende trend toe als de frisse vertaling van het christendom voor nu. Niets is gevaarlijker dan dingen toejuichen die men eerder moet afzweren.

Evangelie-bladzijden

Jezus heeft zijn kleine zielen gewaarschuwd met de volgende woorden: “Waarom toch zijn sommigen onder u verwonderd over mijn woorden, die Geest en Leven zijn? Het zijn altoos dezelfde. Zijt gij zodanig veranderd, dat gij Mij helemaal niet meer herkent? Het zijn Evangelie-bladzijden. Ik laat niets weg van wat geweest is en van wat is” (boodschap 24-04-’69).

De Jezus uit het Evangelie en de Jezus uit de Boodschap is dezelfde; zijn boodschap eveneens. Hij brengt alleen op onze dagen de juiste actualisatie waar vele theologen tevergeefs naar zoeken.

Wie Hem niet herkent in zijn Boodschap is verblind door het vooroordeel van de menselijke wetenschap en hoogmoed. Wie Hem wel herkent is begenadigd, want dit is een geschenk uit de Hemel. Dit had Jezus reeds kenbaar gemaakt in zijn parabel van de Goede Herder: “En als Hij zijn schapen heeft uitgedreven, gaat Hij voor hen uit, en de schapen volgen Hem, want ze kennen zijn stem” (Joh.10,4). “De stem van een vreemdeling zullen ze niet volgen; want de stem van vreemden kennen ze niet” (Joh.10,5).

Velen helaas herkennen de stem van Jezus in zijn Boodschap niet, maar volgen de stem van dwaalleraars, als een betrouwbare gids in zaken van geloof of zeden. De getrouwe christen is te herkennen aan het juiste volgen en het juiste afwijzen; hij neemt de stem van Jezus in zijn Boodschap aan, terwijl hij de stem van dwaalleraars verwerpt als van indringers.

Wildgroei en wildgroei

Men gelooft niet meer dat Jezus’ woorden echt van Hem afkomstig zijn, sinds dwaalleraars beweren dat ze uitgevonden zijn door zijn apostelen. Hier staan we helaas voor een van de grootste godslasteringen, die ooit verkondigd geweest zijn in de Kerk.

Alle L.K.Z.-leden rekenen het zich als een ereplicht aan Jezus’ woord ernstig op te nemen als afkomstig van Hemzelf om het even of zij het lezen in het Evangelie of in de Boodschap.

Pas dan kan men naar Jezus’ woord luisteren; pas dan wordt deze bezigheid de enig noodzakelijke; pas dan kan men evangelisch bidden; pas dan kan men zich erdoor laten heiligen.

Een passage voor u

Door herhaaldelijk te lezen en te mediteren in de Boodschap maakt men zich meer en meer de geest van Jezus eigen. Instinctmatig voelt men aan of men op het goede spoor is ofwel op verkeerde weg. Wordt men heiliger door het lezen van de Boodschap dan mag men zeker zijn van het goede pad; brokkelt men af kwestie heiligheid dan moet men argwaan koesteren omtrent de ingeslagen weg. Welnu, de vruchten van heiligheid, dank zij de Boodschap, zijn overvloedig.

Het is niet eens nodig alles te lezen, omdat alles niet voor iedereen is. Sommige passages zijn voor de enen, andere voor anderen. Iedereen vindt er zijn gading. Vandaag worden wij getroffen door die waarheid, morgen door een andere. Hoe dikwijls hebben lezers van de Boodschap niet verteld dat ze juist het antwoord vonden in een opengeslagen bladzijde, op het probleem of de moeilijkheid, die op het ogenblik hen gaande hield? Jezus heeft het trouwens uitdrukkelijk gezegd: “De een of ander passage is voor u bestemd. Ontdekt ze in het licht van mijn genade” (24-4-’69). Duizenden hebben de betrouwbaarheid van dit woord door eigen ervaring ondervonden. Het volstaat het boek van de Boodschap te openen om licht en klaarte te ontwaren. Wie deze woorden van Jezus leest is net als Maria aan Jezus’ voeten gezeten. Net als zij luistert hij naar wat Hij zegt.

Jezus zelf trekt de lijn van vroeger naar nu door: “Ten tijde van mijn openbaar leven sprak Ik de menigten toe en ze luisterden naar Mij met grote vurigheid. Urenlang namen zij mijn onderricht gretig in zich op. Ook vandaag nog spreek Ik. Want ge hebt het allen nodig vernieuwd te worden” (24-4-‘69). Maria was derhalve geen uitzondering in haar luisterende houding. Grote menigten luisterden gretig urenlang. Dat luisteren is zuurstof voor de ziel, waardoor ze steeds glanzender wordt in heiligheid. Dat luisteren is het puurste gebed, omdat het ongemerkt de luisteraar omvormt tot erebeeld van Jezus.

Verre van zinloos te zijn, zoals onze perverse generatie op satanische wijze beweert, is dit soort bidden het enige noodzakelijke. Heeft Jezus niet beweerd dat Hij niets weglaat van wat geweest is? Indien luisteren het enige noodzakelijke was voor Maria, dan is het luisterend lezen van de Boodschap even noodzakelijk voor onze generatie. Zo is Boodschap lezen een allerzuiverste vorm van gebed.

 

Vgl. https://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com/2015/08/04/de-boodschap-lezen-is-bidden Tijdschrift ‘Het Legioen Kleine Zielen’, December 1976, blz. 8-14; ‘De Boodschap lezen is bidden’ – Pastoor A. Ory

Link op www.agneskerk.org

Legioen Kleine Zielen

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie. Het zaadje van het legioen werd op de akker van de Heer geplant door het verlangen van de H. Theresia van Lisieux. Haar gebed was: “Ik smeek U een legioen van kleine zoenoffers uit te kiezen die Uw Liefde waardig zijn.”

Om dit verlangen te verwezenlijken heeft Jezus Zelf een kleine boodschapster gekozen. Haar naam is Marguerite, afkomstig uit Wallonië. Gedurende vele jaren heeft Hij haar gevormd en geleid en haar de ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen’ ingeven. Het geestelijk kindschap heeft binnen de Kerk vaste vorm gekregen in een zichtbare ver-wezenlijking, het Legioen Kleine Zielen, waarvan Jezus de stichting aan Zijn kleine boodschapster Marguerite heeft toevertrouwd.

In 1983 heeft de toenmalige bisschop van Luik, mgr G.M. van Zuylen, de statuten van het legioen, die zijn opgesteld naar kerkelijk recht, goedgekeurd. Deze officiële erkenning van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart maakte het mogelijk dat het legioen zich over de hele wereld kon verspreiden met de zekerheid een officiële vereniging binnen de Kerk te zijn.

Het legioen heeft zijn centrum in Chevremont. Van daaruit wordt de boodschap van Jezus’ oproep tot Liefde, als enige remedie tegen het kwaad dat de wereld teistert en zelfs in Zijn Kerk tweedracht zaait, verspreid. De verschrikkelijke storm die door haat wordt aangewakkerd kan alleen verdwijnen door gebed en offerbereidheid. Het is aan de ‘kleine zielen’ om hieraan bij te dragen.

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. De bijeenkomst in de maand mei is op woensdag 10 mei. Na het Marialof en de heilige Mis is er om 11.45 uur de Rozenkrans van de Barmhartige Liefde met toewijding, aansluitend is er in de zaal van de pastorie een kopje koffie of thee en een conferentie.

Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

Beloften van Maria aan hen, die de Rozenkrans bidden

Beheerder Website's avatarBoodschappen van Maria

6281710478_682c17c1feDe zalige Alain de la Roche ontving deze beloften van de H. Maagd Maria:
 
1. Wie de Rozenkrans godvruchtig bidt en daaraan trouw blijft, zal al zijn gebeden verhoord zien.
 
2. Ik beloof een heel speciale bescherming en bijzondere genaden aan ieder die de Rozenkrans bidt.
 
3. De Rozenkrans zal een ondoordringbaar schild zijn en de ketterijen teniet doen. Het zal de zielen bevrijden van het juk van de zonden en van verkeerde nijgingen.
 
4. Door het bidden van de Rozenkrans zal men deugdzamer gaan leven en Gods barmhartigheid verwerven. In de harten zal de liefde tot God de plaats gaan innemen van de vergankelijke genegenheden. Veel zielen zullen zich heiligen.
 
5. De ziel die Mij haar vertrouwen toont door het bidden van de Rozenkrans zal niet verloren gaan.
 
6. Ieder die de Rozenkrans bidt, zal geen ongelukkig einde hebben. De zondaar zal zich…

View original post 187 woorden meer