Zondag 25 juli, gebedsmiddag LKZ Valkenburg (Pastoor J. Burger) van 15.00 tot 16.00 uur: gebeds- en Aanbiddingsuur met o.a. rozenkrans, liederen, biechtgelegenheid. Aansluitend gezellig samenzijn in de parochiezaal.
Vrijdag 4 Juni, Gebedsavond LKZ Parkstad (Pastoor F. Sweer) met om 18.30 uur Rozenhoedje, 19.00 uur H. Mis, met aansluitend Lof (tot 20.15 uur). Locatie: grote kerk Terwinselen, Kerkrade. Info: legioenkleinezielen@live.com
Dinsdag 22 Juni, Gebedsdag LKZ Maastricht. Locatie: RK kerk St. Petrus Banden te Heer, Maastricht. Programma: 11.00 uur rozenkrans en Marialitanie, 11.30 uur H. Mis, 12.15 Pauze in de pastorie. Voor soep, koffie/ thee wordt gezorgd. 13.00 uur Lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde. 13.30 uur Aanbiddingsuur, met o.a. de BarmhartigheidsRozenkrans en andere gebeden/gezangen. 14.30 uur Sluiting. Geestelijke leiding: Mgr. Dr. E. De Jong. Contact: Mevr. Ria Schrijnemaekers. Tel: 043/3618906 of m.schrijnemaekers@ziggo.nl
Zondag 11 juli, gebedsmiddag LKZ SittardLocatie: Karmelklooster ReginaCarmeli, Kollenberg 2, Sittard. Programma: 15.00 uur Barmhartigheidsrozenkrans, 15.10 uur Heilige Mis, aansluitend Aanbidding, met o.a. de Rozenkrans, biechtgelegenheid, lezing uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde, 16.45 uur Eucharistische Zegen.
Woensdag 14 juli, gebedsdag LKZ Amsterdam (geestelijke leiding: Pastoor Pater Knudsen of Pater Hagenbeek). LET OP, aangepast programma: 11.00 uur H. Mis met aansluitend Lof. Conferentie wordt meegegeven, nog geen bijeenkomst in de pastorie. Locatie: Sint-Agneskerk aan de Amstelveenseweg 161-163 te Amsterdam. Info: mevr. Anki Garthoff, e-mail: anki.garthoff@kpnmail.nl
Door Z.E.H. Luc Vanstraelen, interdiocesane proost, Vlaanderen
Mijn lieve Kleine Zielen,
Ik heb het al meer dan eens gezegd en geschreven, maar wil het toch nog eens herhalen: wanneer je de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen leest, wordt je als het ware langs alle kanten gegrepen en omringd door liefde. Wij ontdekken Liefde met een hoofdletter en liefde met een kleine letter, goddelijke Liefde en menselijke liefde, oneindige Liefde en eindige liefde, volmaakte Liefde en gebrekkige liefde, alles omvattende Liefde en beperkte liefde, zichzelf wegschenkende Liefde en eigenliefde, standvastige liefde en twijfelende liefde, vrijmakende liefde en verstikkende liefde… kortom, heel de Boodschap dompelt ons onder in een bad van liefde.
Jezus zelf spoort ons voortdurend aan om te groeien in zijn liefde. Wij mogen geen grenzen stellen aan ons hart. “Mijn liefde omhelst de hele wereld. Verruim uw opvatting van de liefde naar deze maat” zegt Jezus op 2 juni 1968. Op 19 februari 1992 lezen wij: De wereld is door corruptie en de geniepige aanvallen van de vijand der zielen verduisterd. Jezus moedigt ons aan niet op te geven, want, zegt Hij: “De liefde is een kracht die bekwaam is te volharden, te hopen en te strijden” (18 februari 1992).
Wij stellen dus vast dat de wereld Gods liefde niet erkent. Meer nog, de wereld heeft er weinig of geen aandacht voor. Zoals Marguerite op 11 juli 1978 vragen ook wij ons bekommerd af: Mijn God, hoe kan ik U doen beminnen in deze wereld die onverschillig is voor de echte Liefde?
Jezus: “Door te beminnen zult gij Mij doen beminnen”.
Omdat wij gelovige mensen zijn mogen wij hierop, zoals Marguerite, antwoorden: Gij weet dat ik u bemin.
Laten wij nu even verder kijken naar het antwoord van Jezus. Marguerite meent heel oprecht wat zij zegt. Haar antwoord komt vanuit het diepste van haar hart. Maar in plaats van haar te feliciteren en te beamen dat zij inderdaad goed haar best doet om echt van Hem te houden, en dat Hij dat heel fijn vindt, gaat Jezus in zijn antwoord ineens een heel andere richting uit.
Jezus: “Om echte liefde te worden moet ge alle zielen beminnen”.
Jezus schakelt ineens over van het hebben naar het zijn: Je moet niet alleenliefhebben, je moet echte liefde worden. Ons liefhebben krijgt een diepere inhoud. Iedere Kleine Ziel moet er naar streven zodanig lief te hebben dat hij of zij uiteindelijk hier op aarde een zichtbaar en tastbaar beeld wordt van de liefde van God. En dat niet alleen voor vrienden en kennissen, maar voor alle mensen, zonder onderscheid van ras of taal of geslacht of afkomst. Het onvergetelijke getuigenis dat Johannes over God neerschreef in zijn 1e brief, wordt nu een levende opdracht voor ieder van ons.
“God is Liefde”, zegt Johannes.
“Gij moet liefde worden”, zegt Jezus. En dat kan je alleen maar door alle mensen te beminnen.
Hier weerklinkt weer eens de fundamentele opdracht van ieder christen mens, de kernopdracht voor ieder godsdienstig leven, het enige en voornaamste gebod, waarin alle andere geboden en voorschriften hun bestaansrecht vinden. Je kunt de Heer uw God slechts beminnen met heel je hart, heel je ziel en al je krachten, wanneer je de medemens met dezelfde liefde bemint als Jezus zelf je lief heeft. Om zo te kunnen liefhebben moet ik liefde worden. Heel mijn denken, spreken en handelen, vertrekt dan vanuit Zijn liefde. Het is er als het ware een vanzelfsprekend gevolg van. Slechts wanneer wij daar in slagen zullen wij ten volle beantwoorden aan de wens die God voor zijn mensen voor ogen had toen Hij sprak: “Nu gaan wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend” (Gen. 1,26). Hoe meer wij liefde worden, hoe meer wij op God zullen gelijken.
Maar Marguerite heeft op dat ogenblik niet door dat Jezus van golflengte veranderd is. Zij blijft maar verder praten over liefhebben. De tijd is voor haar nog niet rijp om volledig liefde te worden. Zij begrijpt niet wat Jezus bedoelt. En dus begeleidt Hij haar, en ook ons, als een goede leermeester, stap voor stap in haar verdere groei naar Hem toe. Hij schakelt opnieuw over naar het niveau dat zij op dat ogenblik aankan. Maar Hij verliest Zijn uiteindelijk doel geen ogenblik uit het oog. De apostel Paulus handelde – weliswaar in andere omstandigheden – op dezelfde wijze toen hij aan zijn geliefde Korinthiërs schreef: “Melk moest ik u geven, geen vaste spijs; die kondt gij nog niet verdragen” (1Kor. 3,2).
Zo is het ook dikwijls met ons gesteld. De opdracht die de Heer ons geeft begint soms heel klein en haast onopgemerkt. Het was bijvoorbeeld de bedoeling om maar even een handje toe te steken, maar het blijft niet bij dat ene handje. Samenkomen om te bidden en te vieren spreekt je wel aan. Maar stilaan kom je tot het inzicht dat het niet bij woorden mag blijven. Vrij vlug ontdek je dat alleen maar daden, slechts noodoplossingen zijn en dat er meer van je verwacht wordt dan vlug (en vrijblijvend) even te helpen. Zo tuimelen wij in de leerschool van de Heer. Tot de grote menigte sprak Hij heel dikwijls in gelijkenissen en parabels. Maar aan zijn leerlingen en apostelen gaf Hij uitleg. Zo opende Hij hen de ogen voor de opdracht en het engagement die in zijn woorden vervat liggen. Er is geduid nodig en kunnen wachten. Wij moeten niet willen lopen vooraleer wij kunnen kruipen. Durven geloven en Hem volledig vertrouwen, dat is de uitdaging waar Hij ons voor plaatst. Wanneer de tijd er rijp voor is zullen ons wel de ogen open gaan en verandert de melk die de Heer ons te drinken geeft in vaste spijs.
Ook de apostel Thomas geloofde niet in de verrijzenis van de Heer totdat Jezus zelf hem de gunst en de genade schonk van een tastbaar bewijs. Toen Thomas vanuit de grond van zijn hart uitriep: “Mijn Heer en mijn God”, sprak Jezus deze onvergetelijke woorden: “Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben” (Joh. 20,28-29). Jezus verwijt niet, keurt niet af, maar verwijst naar een hoger ideaal, een betere levenshouding. Wanneer je op dit ogenblik nog niet bekwaam of gereed bent om te begrijpen of te aanvaarden wat Hij met je voorheeft, dan zal Hij niets forceren, maar je geduldig blijven begeleiden. Dit zien wij weer in onze tekst van de Boodschap. Marguerite heeft niet gemerkt dat Jezus van onderwerp veranderd is. Zij heeft de stap van liefhebben naar liefde worden nog niet door. Daarom gaat Jezus verder met datgene waar zij mee bezig is en wat zij op dat ogenblik kan begrijpen.
Toen Hij zei: Om echte liefde te worden moet ge alle zielen beminnen, antwoordde Marguerite: “Ik wil iedereen beminnen, maar menselijkerwijze gesproken is dat niet zo gemakkelijk gedaan als gezegd. Liefde laat zich niet dwingen en diep in het menselijk hart bestaat er altijd enige voorkeur. Wat moet ik doen?”
Liefde laat zich effectief niet dwingen. Onbewust speelt mijn eigen sympathie en antipathie mee en beïnvloedt mij, vooral bij de eerste contacten. Sommige mensen liggen mij goed, en met andere kan ik moeilijk opschieten. Wat moet ik doen?
Jezus antwoordt: “Als de liefde zich niet laat dwingen, beveelt men haar met de wil. Ge hebt geen idee van de kracht van de wil als het er op aan komt te beminnen. Geloof Mij, de wil kan met de liefde samensmelten tot hij helemaal opgaat in de gevoelsliefde. De wil en het gevoel zijn geen vijanden van elkaar; zij kunnen volmaakt en harmonieus samengaan om Mij die nederige lof van hun eenheid te brengen in de zielen die zich door hen laten vormen”.
Marguerite: “Mijn Jezus, zonder U kan men niet echt beminnen”.
Jezus: “Willen beminnen, dat is beminnen! En inderdaad, niemand kan beminnen tenzij door Mij…”
Laten wij bidden dat de Heer ons helpt om ons liefhebben te laten overgaan in liefde worden, naar het voorbeeld van Jezus, de barmhartige Liefde, van Wie wij zijn Menswording met Kerstmis vol vreugde herdenken.
Bron: ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever Marcel Spreutels, Deurne, Driemaandelijks Tijdschrift, 36ste Jaargang, Nummer 4, December 2008, blz. 24-27.
Ik zou u vandaag willen spreken over de heilige Theresia van Lisieux, Theresia van het Kind Jezus en het Heilig Aanschijn, die slechts 24 jaar op deze wereld leefde, op het einde van de XIX de eeuw en een heel eenvoudig en verborgen leven leidde, maar na haar dood en de publicatie van haar geschriften, een van de meest gekende en geliefde heiligen geworden is. De “kleine Theresia” heeft nooit opgehouden de eenvoudigste zielen te helpen, kleinen, armen, lijdende mensen die tot haar baden, maar zij heeft eveneens met haar diepe spirituele leer heel de Kerk verlicht, zodanig dat de eerbiedwaardige (*1) Paus Johannes Paulus II haar in 1997 de titel van Kerklerares heeft willen verlenen, bij die van Patrones van de Missies, die Pius XI haar in 1939 had verleend. Mijn veelgeliefde voorganger noemde haar “specialiste in de ‘scientia amoris’ (“Novo millennio ineunte”, n. 42) (*2). Deze wetenschap, die heel de waarheid van het geloof ziet schitteren in de liefde, verwoordt Theresia hoofdzakelijk in haar levensverhaal, een jaar na haar dood gepubliceerd onder de titel “Histoire d’une âme” (Geschiedenis van een ziel). Het is een boek dat onmiddellijk enorm succes kende, in vele talen vertaald en over de wereld verspreid werd. Ik zou u willen uitnodigen deze kleine en grote schat te herontdekken, deze lichtende commentaar op het Evangelie die zij ten volle beleefde!
De “Geschiedenis van een ziel” is inderdaad een heerlijke Liefdesgeschiedenis, zo authentiek, eenvoudig en fris verteld dat de lezer niet anders kan dan gefascineerd zijn! Maar wat is die Liefde die heel het leven van Theresia vulde, van haar kindertijd tot haar dood? Dierbare vrienden, deze Liefde heeft een gelaat, draagt een naam, het is Jezus! De heilige spreekt voortdurend over Jezus. Laten wij dan de grote fases van haar leven doorlopen, om door te dringen tot de kern van haar leer.
Theresia wordt geboren op 02 januari 1873 in Alencon, een stad in Normandië, Frankrijk. Zij is de laatste dochter van Louis en Zélie Martin, voorbeeldige echtgenoten en ouders, die samen zalig verklaard werden op 19 oktober 2008. Zij hadden negen kinderen; vier van hen stierven jong. De vijf meisjes bleven in leven en werden allen kloosterlinge. Op de leeftijd van 4 jaar, werd Theresia diep getroffen door de dood van haar moeder. Haar vader vestigde zich toen met zijn dochters in de stad Lisieux, waar heel het leven van de heilige zich zal afspelen. Later werd Theresia, die getroffen werd door een ernstige zenuwziekte, genezen door een genade, die zijzelf omschrijft als de “glimlach van de Maagd”. Zij ontving daarna de Eerste Communie, die zij intens beleefde en plaatste Jezus Eucharistie in het centrum van haar leven.
De “genade van Kerstmis” 1886 tekent een belangrijke wending die zij haar “volledige bekering” noemt. Zij genas namelijk helemaal van haar kinderlijke overgevoeligheid en begint een “reuzenwedloop”. Op de leeftijd van 14 jaar, nadert Theresia met een groot geloof steeds dichter tot de gekruisigde Jezus en neemt het schijnbaar hopeloze geval van een ter dood veroordeelde misdadiger zonder berouw ter harte. “Ik wou tot elke prijs verhinderen dat hij in de hel terechtkwam”, schrijft de heilige, in de zekerheid dat haar gebed hem in contact zou brengen met het verlossende Bloed van Jezus. Het is haar eerste fundamentele ervaring van geestelijk moederschap: “Ik had zoveel vertrouwen in de oneindige Barmhartigheid van Jezus”, schrijft zij. Met de allerheiligste Maagd Maria, bemint, gelooft en hoopt de jonge Theresia met “een moederhart”.
In november 1887 gaat Theresia met haar vader en zus Céline op bedevaart naar Rome. Voor haar is het hoogtepunt de audiëntie bij Paus Leo XIII, aan wie zij de toelating vraagt in te treden in de Karmel van Lisieux; zij was amper 15 jaar. Een jaar later wordt haar verlangen werkelijkheid; zij wordt karmelietes “om de zielen te redden en voor de priesters te bidden”. Tegelijk begint ook de pijnlijke en vernederende geestesziekte van haar vader. Het is een groot verdriet dat Theresia brengt tot de contemplatie van het Aanschijn van Jezus in Zijn lijden. Zo drukt de naam van de kloosterlinge – zuster Theresia van het Kind Jezus en het Heilig Aanschijn – het programma uit van heel haar leven, in de gemeenschap met de centrale mysteries van de Menswording en Verlossing. Haar religieuze professie op het feest van de Geboorte van Maria, op 8 september 1890, is voor haar een waarachtig geestelijk huwelijk in evangelische “kleinheid”, gekenmerkt door het symbool van de bloem. “Welk een mooi feest, de Geboorte van Maria, om Jezus’ bruid te worden!”, schrijft zij. “Zij was de kleine heilige maagd van toen die haar kleine bloem aan de kleine Jezus geeft”. Voor Theresia betekent kloosterlinge zijn, bruid van Jezus zijn en moeder van de zielen. Dezelfde dag schrijft de heilige een gebed dat naar heel haar levensoriëntatie verwijst, zij vraagt Jezus de gave van de oneindige Liefde, de kleinste te zijn, en zij vraagt vooral het heil van alle mensen: “Moge geen enkele ziel vandaag vervloekt zijn”. Haar offerande aan de Barmhartige Liefde op het feest van de Allerheiligste Drie-eenheid, 1895, is van groot belang; een offerande die Theresia onmiddellijk met haar medezusters deelde, zij was reeds assistente novicemeesteres.
Tien jaar na de “genade van Kerstmis”, in 1896, komt de “genade van Pasen” die de laatste periode in het leven van Theresia inzet met de aanvang van haar lijden in diepe vereniging met het lijden van Jezus. Het is lichamelijk lijden, met de ziekte die doorheen veel lijden naar haar dood zal voeren, maar het is vooral zielenlijden, met een heel pijnlijke beproeving van het geloof. Met Maria naast Jezus’ Kruis, beleeft Theresia dan het meest heldhaftige geloof als een licht in de duisternis dat haar ziel overstroomt. De karmelietes is zich ervan bewust deze grote beproeving door te maken voor het heil van alle atheïsten in de moderne wereld, die zij “broeders” noemt. Zij beleeft de broederliefde dan nog intenser; voor de zusters van haar gemeenschap, voor haar twee geestelijke broeders missionarissen, voor de priesters en alle mensen, in het bijzonder die het meest veraf zijn. Zij wordt werkelijk een “universele zuster”! Haar innemende en glimlachende liefde is de uitdrukking van haar diepe vreugde waarvan zij ons het geheim onthult: “Jezus, het is mijn vreugde U te beminnen”. In deze lijdenscontext, door de kleine dingen van het dagelijks leven met een grote liefde te beleven, brengt de heilige haar roeping – in het hart van de Kerk de liefde te zijn – tot voltooiing.
Theresia sterft op de avond van 30 september 1897 terwijl zij de eenvoudige woorden zegt: “Mijn God, ik bemin U!”, en zij naar het kruisbeeld kijkt dat ze in de handen houdt. Deze laatste woorden van de heilige zijn de sleutel van heel haar leer, van haar interpretatie van het Evangelie. De daad van liefde die zij in haar laatste adem verwoordt, was als de onophoudelijke ademhaling van haar ziel, als haar hartstag. De eenvoudige woorden “Jezus, ik bemin U” staan in het centrum van al haar geschriften. De daad van liefde voor Jezus dompelt haar onder in de Allerheiligste Drie-eenheid. Zij schrijft: “Oh, Gij weet het, Goddelijke Jezus, ik bemin U, de Geest van Liefde ontvlamt mij met Zijn vuur, door U te beminnen trek ik de Vader aan [naar mij toe,red.]”.
Dierbare vrienden, ook wij zouden met de heilige Theresia van het Kind Jezus elke dag tot de Heer moeten herhalen dat wij willen leven uit liefde voor Hem en voor de anderen, dat wij in de leerschool van de heiligen willen leren liefhebben op een authentieke en totale manier. Theresia is één van de “kleinen” uit het Evangelie die zich door God laten binnenleiden in de diepte van Zijn mysterie. Een gids voor allen, vooral voor hen die in het volk Gods het ambt beoefenen van theoloog. Met nederigheid en liefde, geloof en hoop, gaat Theresia voortdurend tot in het hart van de Heilige Schrift dat het Mysterie van Christus omsluit. En deze lezing van de Bijbel, gevoed door de kennis van de liefde, is niet tegengesteld aan academische kennis. De wetenschap van de heiligen, waarover zij zelf spreekt op de laatste bladzijde van de “Geschiedenis van een ziel” is inderdaad de hoogste kennis. “Alle heiligen hebben het begrepen en vooral misschien degenen die het heelal vullen met de verlichting van de Evangelische leer. Is het niet uit het gebed dat heiligen als Paulus, Augustinus, Johannes van het Kruis, Thomas van Aquino, Franciscus, Dominicus en zo vele andere beroemde Vrienden van God, deze Goddelijke kennis geput hebben die de grootste genieën in vervoering brengt?”. Onafscheidelijk van het Evangelie, is voor Theresia de Eucharistie het Sacrament van de Goddelijke Liefde die zich tot het uiterste verlaagt om ons tot Hem te verheffen. In haar laatste brief, op een prentje dat het Kind Jezus in de geconsacreerde Hostie voorstelt, schrijft de heilige deze eenvoudige woorden: “Ik kan geen angst hebben van een God die zich voor mij zo klein gemaakt heeft! (…) Ik bemin Hem want Hij is slechts Liefde en Barmhartigheid!”.
In het Evangelie ontdekt Theresia vooral de barmhartigheid van Jezus, zodat zij beweert: “Mij heeft Hij Zijn oneindige barmhartigheid gegeven en daar doorheen schouw en aanbid ik de andere Goddelijke volmaaktheden! (…). Dan lijkt alles mij stralend van liefde, zelfs de Gerechtigheid (en misschien nog meer dan al de andere) lijkt mij met liefde bekleed”. Zo schrijft zij op de laatste regels van de “Geschiedenis van een ziel”: “Ik moet slechts de ogen op het Heilig Evangelie werpen en dadelijk adem ik de geuren in van Jezus’ leven en weet ik naar waar ik lopen moet… het is niet naar de eerste, doch naar de laatste plaats dat ik mij begeef… Ja, ik voel het, zelfs al had ik alle zonden op mijn geweten die men kan begaan, ik zou mij met een gebroken hart van berouw in Jezus’ armen werpen, omdat ik weet hoezeer Hij van de verloren zoon houdt die naar Hem terugkeert”. “Vertrouwen en liefde” zijn dus het eindpunt van haar levensverhaal, twee woorden die heel haar weg van heiligheid verlicht hebben als lichtbakens, om anderen te kunnen leiden op haar eigen “kleine weg van vertrouwen en liefde”, van het geestelijk kindschap. Vertrouwen als dat van een kind dat zich overgeeft aan Gods handen, en onafscheidelijk is van een sterk engagement, radicaal door ware liefde die totale zelfgave is, voor altijd, zoals de heilige zegt wanneer ze Maria schouwt: “Beminnen is alles geven en zichzelf geven”. Zo wijst Theresia iedereen erop dat het christenleven erin bestaat de doopgenade ten volle te beleven in volledige zelfgave aan de liefde van de Vader, om in Christus, in het vuur van de Heilige Geest, zijn liefde voor de anderen te beleven.
Vertaling: Sorores Christi
Voetnoten:
(*1) Vanaf 01 mei 2011; Zalige Paus Johannes Paulus II.
(*2) ’Kennis van de liefde’,“Apostolische brief van Paus Johannes Paulus II”, “Bij de aanvang van het nieuwe millennium” nr. 42.
Bron: ‘Het Legioen Kleine Zielen’, Tijdschrift van het Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, Uitgever Marcel Spreutels, Deurne, Driemaandelijks Tijdschrift, 39ste Jaargang, Nummer 2, Juni 2011, blz. 2-7.
Het twaalfjarige gebed aan de heilige Brigitta van Zweden
De heilige Brigitta was in bezinning toen Jezus tot haar sprak: “Weet dat Ik diegenen die twaalf jaren lang, dagelijks, zeven Onze Vaders en Weesgegroetjes bidden, ter ere van Mijn kostbaar Bloed, vijf genaden zullen ontvangen:
De ziel die bidt zal niet lijden in het Vagevuur.
De ziel die bidt zal worden opgenomen tussen de martelaren, alsof deze voor het geloof hun bloed hadden moeten vergieten.
Niemand in de volgende vier generaties van de ziel die deze bidt, zal verloren gaan.
De ziel die bidt kan drie zielen kiezen die Jezus in een staat van genade zal houden, voldoende om heilig te worden.
De ziel die bidt wordt een maand voor de dood hiervan op de hoogte gebracht.
Indien zij voor deze tijd sterven, beschouw Ik het als volbracht, dit wil zeggen, alsof ze deze voorwaarden vervuld hadden.”
*** *** ***
GEBED
O mijn geliefde Jezus, in volledige eenheid met de liefde waarmee U in Uw Hart deze gebeden hebt geheiligd en verheven, wil ik nu de zeven Onze Vaders bidden. Neem deze gebeden van mijn lippen in Uw Heilig Hart aan, en vernieuw en verbeter ze zodanig dat ze dezelfde eer en vreugde brengen aan de Allerheiligste Drie-eenheid, net zoals U dat deed tijdens Uw leven op aarde. Moge deze gebeden U eren omwille van Uw Menswording, tot verheerlijking van Uw heilige Wonden en het kostbare Bloed dat U voor ons vergoten hebt.
EERSTE ONZE VADER
Onze Vader… Weesgegroet Maria…
Ter ere van het Bloed dat Jezus vergoot bij de besnijdenis:
Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op Jezus’ eerste Wonde, Zijn eerste smarten en Zijn eerste bloedvergieten tot verzoening voor mijn jeugdzonden en die van alle mensen. En tot bescherming tegen doodzonden, vooral in mijn familie.
TWEEDE ONZE VADER
Onze Vader… Weesgegroet Maria…
Ter ere van het lijden van Jezus door het Bloed dat Hij zweette in de Hof van de Olijven:
Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op de vreselijke pijnen van Jezus’ Heilig Hart in de Hof van de Olijven, evenals elke druppel van Zijn bloedig zweet; tot verzoening van mijn zonden van het hart en die van alle mensen; tot vermijding van zulke zonden en tot vermeerdering van de liefde voor God en de naaste.
DERDE ONZE VADER
Onze Vader… Weesgegroet Maria…
Ter ere van het Bloed dat Jezus vergoot bij de geseling:
Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op de vele duizenden wonden, de wrede pijnen en het kostbare Bloed van Jezus, dat Hij leed door de martelingen van de geseling; tot verzoening voor mijn zonden tegen de zuiverheid en die van alle mensen. Tot bescherming van de zuiverheid, in het bijzonder in mijn familie.
VIERDE ONZE VADER
Onze Vader… Weesgegroet Maria…
Ter ere van het lijden van Jezus bij de doornenkroning:
Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op de Wonden, de pijnen en het kostbare Bloed van het Heilig Hoofd van Jezus bij de doornenkroning, tot verzoening voor mijn zondige bedoelingen van de geest en die van alle mensen. Tot bescherming tegen zulke zonden en tot de uitbreiding van het Koningschap van Christus op aarde.
VIJFDE ONZE VADER
Onze Vader… Weesgegroet Maria…
Ter ere van het lijden van Jezus toen Hij het Kruis droeg:
Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op het lijden van Jezus op Zijn Kruisweg, in het bijzonder Zijn Heilige schouderwonde en Zijn kostbaar Bloed, tot verzoening voor mijn zonden, en alle mensen die het Kruis verwerpen en tegen Uw Heilige Wil ingaan, en elk misbruik bij het spreken. Tot bescherming tegen zulke zonden van de tong en voor een oprechte liefde voor het Kruis.
ZESDE ONZE VADER
Onze Vader… Weesgegroet Maria…
Ter ere van het lijden van Jezus toen Hij werd gekruisigd:
Eeuwige Vader, door de Onbevlekte handen van de Heilige Maagd Maria en het Heilig Hart van Jezus, offer ik U op het lijden van Uw Goddelijke Zoon aan het Kruis, Jezus’ vastnagelen en opheffen aan het Kruis, Zijn Wonden aan handen en voeten en de drie stromen van Zijn Heilig Bloed dat voor ons werd vergoten, Zijn uiterste armoede, Zijn totale gehoorzaamheid en al Zijn lijden van lichaam en ziel, Zijn kostbare dood en de onbloedige vernieuwing ervan in elke Heilige Mis op aarde. Tot verzoening van schendingen tegen de heilige geloften (van religieuzen en priesters), als boete voor mijn zonden en die van de hele wereld, voor de zieken en stervenden, voor vrome priesters en leken, tot herstel van het christelijke gezin. Voor kracht in het geloof, voor ons land, voor de eenheid van alle volkeren in Christus en Zijn Kerk.
ZEVENDE ONZE VADER
Onze Vader… Weesgegroet Maria…
Ter ere van het openen van de Heilige Zijde van Christus:
Eeuwige Vader, wij bidden voor de noden van de Heilige Kerk en vragen U dat U tot verzoening voor de zonden van de mensen het kostbaar Bloed en Water wilt aannemen dat uit de Wonde van het Heilig Hart van Jezus vloeide. Wees ons allen genadig en barmhartig.
Bloed van Christus, kostbare inhoud van Uw Heilig Hart, reinig mij van alle zonden en onreinheden die mij van U scheiden. Water uit Jezus’ zijde, bevrijd mij van de straffen die ik heb verdiend voor mijn zonden en doof de vlammen van het Vagevuur uit voor mij en voor alle arme zielen die daar gezuiverd worden.
SLOT
Eer aan de Vader, de Zoon en de H. Geest, zoals het was, in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
We kijken zeer dankbaar terug op een gezegende en genadevolle gebedsmiddag (van 14.15 tot bijna 17.00 uur), vanwege het Grote Feest van Barmhartigheidszondag in de kerk van Berg en Terblijt. Opvallend en hoopvol was de goede opkomst van zo’n 60 mensen, waarvan de meesten te biecht zijn gegaan. We hebben gisteren zeker de waarheid van de mooie woorden van Jezus aan de H. Poolse Zuster Faustina mogen ervaren: “Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open” (nr. 699).
We zijn daarnaast zo vrij in de bijlage een mooi artikel/toespraak bij te voegen van de Vlaamse priester Armand Ory (met dank aan pastoor J. Geudens) uit 1990, maar nog zeer actueel. Mgr. E. De Jong was recentelijk zeer positief over dit artikel. Mgr. E. De Jong zei letterlijk: “Het is een heerlijk en eerlijk artikel en kan zeker opgenomen gaan worden in de eerstvolgende Nieuwsbrief LKZ”. Het artikel raakt de kern van de roeping van de kleine zielen en geeft mede ook de oorzaak aan voor de geloofscrisis in onze tijden.
In de bijlage hebben we ook de flyer gedaan, zoals we die (gisteren) hebben uitgedeeld in de kerk van Berg en Terblijt. In deze flyer staan de eerstvolgende gebedsbijeenkomsten van de diverse gebedsgroepen van de kleine zielen in Zuid-Limburg.
Tenslotte maken we u alvast attent op de geplande dagbedevaart op vrijdag 16 juli (Feest van OLV van de Berg Carmel) naar Banneux en Vaus-Sous-Chèvremont, de kapel van de Barmhartige Liefde. Hopelijk zijn de coronamaatregelen in Kerk en wereld dan (grotendeels) opgeheven en kunnen we in juli per bus, personenbusjes en/of auto’s op pelgrimage gaan, zeker ook onder de bescherming van de H. Theresia van Lisieux, patrones van het Legioen Kleine Zielen.
Afgelopen jaar was een bedevaart helaas niet mogelijk, maar het verlangen is hierdoor nu des te groter geworden om samen als een soort geestelijke familie weer op pelgrimage te gaan naar Maria, Maagd der Armen in Banneux en de Barmhartige Jezus in Vaux-Sous-Chèvremont.
Zondag 11 april 2021. Tweede zondag van Pasen (beloken Pasen). Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid
H. Evangelie: Joh.20,19-31
Sinds het heilig Jaar 2000 staat Beloken Pasen in het teken van de Gods Barmhartige Liefde van Jezus. Een en ander houdt verband met de heiligverklaring van ‘de apostel van de Goddelijke Barmhartigheid van Jezus H. Hart’, van zuster Faustina op 30 april in het jaar 2000.
Op 1 augustus 1925 trad Helena Kowalska uit Polen toe tot de Congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid en wel onder de naam: Zuster Maria-Faustina. Er werden haar buitengewone gunsten verleend; visioenen, (verborgen) stigmata, de gave van de profetie, kennis van de geheimen van de ziel en vooral ontving zij openbaringen van de grote Barmhartigheid van Jezus’ Heilig Hart. Ze kreeg tot taak om de medemensen te herinneren aan de waarheid omtrent de barmhartige Liefde van God voor ieder van ons.
In 1931 toonde Jezus zich aan haar en droeg haar dit op: “Maak een afbeelding van Mij zoals u Mij ziet en schrijf eronder: ‘Jezus, ik vertrouw op U!’ Ik zou willen dat deze afbeelding overal in de wereld vereerd wordt. Zij, die haar vereren, beloof Ik dat ze niet verloren zullen gaan. De lichte witte straal betekent het water uit mijn Zijde, dat de ziel reinigt; de rode straal stelt mijn Bloed voor dat de ziel leven geeft. Deze twee stralen verspreidden zich uit het diepst van mijn Barmhartigheid, toen mijn Hart werd doorboord door de lans. Zij beschermen de zielen die eigenlijk straf verdienen voor hun zonden. Gelukzalig de zielen die in de schaduw van deze stralen leven. De goddelijke Rechtvaardigheid zal hen sparen. Ik zal de huizen en zelfs de steden begenadigen en beschermen, waar deze afbeelding vereerd wordt. Rust noch vrede zal de mensheid kennen zolang zij zich niet richt naar Gods Barmhartigheid.”
De verering van de Barmhartigheid van Jezus Heilig Hart, waartoe zij de aanzet had gegeven beleefde een aanmerkelijke groei en dit vooral dankzij de verspreiding van de afbeelding van de barmhartige Christus met daarbij het opschrift: “Jezus ik vertrouw op U”.
Zuster Faustina werd op 18 april 1993 door Paus Johannes-Paulus II zalig verklaard en op 30 april 2000 heilig, eveneens door paus Johannes-Paulus II. Zelf noemde deze paus die dag de meest bijzondere van zijn leven, vanwege de instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid!
Opmerkelijk is dat Paus Johannes Paulus II stierf op de vooravond van de Zondag van de Barmhartigheid. Deze zondag werd door hem in het jaar 2000 voor heel de Kerk ingesteld om “vooral in de H. Eucharistie (de H. Mis) de Goddelijke Barmhartigheid te vieren, waarin God in zijn goedheid zijn eniggeboren Zoon als Verlosser heeft geschonken, opdat door het Paasmysterie van zijn Zoon‚ Jezus Christus, de mensheid het eeuwig leven kan verwerven en opdat zijn aangenomen kinderen door het ontvangen van zijn Barmhartigheid, zijn lof verkondigen tot aan de uiteinden van de aarde.”
Deze instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid is van groot belang voor de hele Kerk. Tevens van groot belang zijn de dagboekaantekeningen van zuster Faustina voor de wijze waarop de Goddelijke Barmhartigheid wil worden gevierd en wel door de volgende woorden: “Op die dag staan de diepste diepten van mijn tedere Barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van mijn Barmhartigheid zullen naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de Heilige Communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en kwijtschelding van straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de Hemel, waardoor de genade vloeit, open.”
Op grond van deze belofte zijn wij allen uitgenodigd om onze harten te openen voor Gods Barmhartige Liefde. Mogen velen juist vandaag Gods Barmhartigheid (her)ontdekken.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.