levensregel voor elke kleine ziel

Levensregel voor elke kleine ziel

Ga naar wie lijdt, troost hem.

Ga naar wie twijfelt, stel hem gerust.

Ga naar wie weent, droog zijn tranen.

Ga naar wie wacht, leer hem geduld oefenen. Ga naar wie verdwaalde, wijs hem de weg.

Ga naar wie vertwijfelt, geef hem hoop.

Ga naar wie ontrouw is, sterk hem.

Ga naar wie in het duister zit, zorg ervoor dat hij weer licht verwacht.

Ga naar wie overspannen is, breng hem tot bedaren.

Ga naar de besluiteloze, verleen hem standvastigheid.

Ga naar uw broeders, breng hun de liefelijke geur van Jezus, Zijn zachtmoedigheid en Zijn nederigheid.

(Uit het Dagboek van Marguerite op 21-6-1973)

Levensregel voor elke kleine ziel

In het vaak hectische en verwarrende leven is het belangrijk om een levensregel te hebben die ons helpt om onze menselijkheid en ons mededogen te behouden. Een levensregel die ons aanspoort om naar de wereld om ons heen, en ons aanmoedigt om de noden van onze medemensen te herkennen en te vervullen. Hier volgt een korte stichtende verhandeling over de levensregel voor elke kleine ziel, geïnspireerd door de inspraken van Jezus tot Marguerite.

Ga naar wie lijdt, troost hem

Lijden is een universeel menselijke ervaring, en troost bieden is een daad van ware menselijkheid. Wanneer we iemand troosten die lijdt, delen we hun pijn en bieden we een lichtpuntje in hun duisternis. Onze aanwezigheid en steun kunnen een groot verschil maken in hun leven. Net zoals Jezus medeleven toonde voor de zieken en de gebroken van geest, zijn wij geroepen om naast de ander te staan, ongeacht de aard van hun lijden.

Ga naar wie twijfelt, stel hem gerust

Twijfel kan verlammend werken en ons vermogen om vooruit te gaan ondermijnen. Door iemand die twijfelt gerust te stellen, helpen we hen om hun zelfvertrouwen terug te vinden en de moed te verzamelen om beslissingen te nemen. Het gaat om het bieden van een luisterend oor en bemoedigende woorden die hun twijfels kunnen wegnemen, in navolging van Jezus’ voorbeeld van het brengen van vrede en vertrouwen aan zijn leerlingen.

Ga naar wie weent, droog zijn tranen

Tranen zijn een uiting van diepgevoelde emoties. Wanneer we de tranen van een ander drogen, tonen we empathie en medeleven. Het is een symbolische daad die aantoont dat we hun verdriet erkennen en met hen meevoelen. Dit eenvoudige gebaar kan een enorme troost bieden en hen laten weten dat ze niet alleen zijn, zoals Jezus deed toen Hij huilde bij het graf van Lazarus.

Ga naar wie wacht, leer hem geduld oefenen

Wachten kan een zware beproeving zijn, vooral als de uitkomst onzeker is. Door geduld te onderwijzen, helpen we anderen om met kalmte en vertrouwen op God de tijd te overbruggen. Geduld is een deugd die ons helpt om met sereniteit te wachten op wat komen gaat, en dit kunnen we delen met degenen die in onzekerheid verkeren.

Ga naar wie verdwaalde, wijs hem de weg

Verdwaald zijn kan zowel fysiek als geestelijk zijn. Wanneer we iemand de weg wijzen, helpen we hen om hun richting terug te vinden. Dit kan letterlijk zijn, door hen te begeleiden naar een locatie, of figuurlijk, door hen te helpen hun levenspad met Jezus opnieuw te ontdekken. Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven, en wij kunnen helpen anderen naar Hem te leiden.

Ga naar wie vertwijfelt, geef hem hoop

Vertwijfeling kan een diepgaande wanhoop veroorzaken. Het geven van hoop is een krachtige daad die iemand kan inspireren om door te gaan, ondanks de moeilijkheden. Hoop biedt een licht in de duisternis en kan de kracht geven om door te zetten. Jezus bracht hoop aan de wanhopigen door zijn woorden en wonderen, en wij kunnen diezelfde hoop samen met Jezus doorgeven.

Ga naar wie ontrouw is, sterk hem

Ontrouw kan relaties en vertrouwen beschadigen. Door degene die ontrouw is geweest te sterken, bieden we hen een kans op herstel en vernieuwing. Het gaat om het bieden van een tweede kans en hen aanmoedigen om beter te doen. Jezus toonde genade aan degenen die Hem hadden verraden en wees ons het voorbeeld van vergeving en verzoening.

Ga naar wie in het duister zit, zorg ervoor dat hij weer licht verwacht

Duisternis kan zowel letterlijk als figuurlijk zijn. Het brengen van licht betekent het bieden van hoop, kennis, en vreugde aan degenen die in het duister verkeren. Dit kan door woorden, gebed, samen bidden, daden, of eenvoudigweg door aanwezigheid wat hen bemoedigt dat er altijd licht is na de duisternis. Jezus is het Licht van de wereld, en wij zijn geroepen om zijn licht te verspreiden.

Ga naar wie overspannen is, breng hem tot bedaren

Overspannenheid kan leiden tot fysieke en mentale uitputting. Het brengen van rust en kalmte aan iemand die overspannen is, helpt hen om weer balans te vinden. Dit kan door een luisterend oor, of simpelweg door hen te laten weten dat het oké is om een stap terug te doen en te ontspannen. Jezus nodigt ons uit om onze lasten bij Hem neer te leggen en tot rust te komen.

Ga naar de besluiteloze, verleen hem standvastigheid

Besluiteloosheid kan verlammend werken en iemand verhinderen om vooruitgang te boeken. Door standvastigheid te bieden, helpen we hen om beslissingen te nemen met vertrouwen. Het gaat om het bieden van steun en begeleiding die hen helpt om vastberaden te zijn. Jezus was altijd standvastig in zijn zending en nodigt ons uit om dezelfde vastberadenheid te tonen.

Ga naar uw broeders, breng hun de liefelijke geur van Jezus, Zijn zachtmoedigheid en Zijn nederigheid

De kern van deze levensregel is de oproep om de goedheid van Jezus na te volgen en te verspreiden: zijn zachtmoedigheid en nederigheid. Dit betekent leven met mededogen, liefde, en een nederig hart. Door deze eigenschappen te omarmen en uit te dragen, kunnen we een positieve invloed hebben op de levens van anderen en bijdragen aan een meer liefdevolle en rechtvaardige wereld. Jezus’ hele leven was een leven vol zachtmoedigheid en nederigheid, en wij zijn geroepen om in zijn voetsporen te treden!

Deze levensregel moedigt ons aan om op God te blijven vertrouwen, verder te kijken dan onszelf en om actief deel te nemen aan het verbeteren van het welzijn van anderen. Door deze leefregel te volgen, kunnen we een bron van licht en hoop zijn voor degenen die het het meest nodig hebben.

Preek van de 17e zondag door het jaar 2024

17de zondag door het jaar B 2024

Inleiding:

Brood is belangrijk voor ons leven, maar tegenwoordig eten we minder brood omdat we denken dat het veel vet bevat en ongezond is. Toch blijft brood een basisbehoefte. Dit zie je terug in onze taal met uitdrukkingen als “broodnodig” en “brood op de plank”. Het staat symbool voor alles wat we nodig hebben om te leven.

Preek

Toen Jezus de grote menigte zag die Hem volgde, wilde Hij hen brood te eten geven. De scène van de broodvermenigvuldiging of wonderbare spijziging door Jezus spreekt tot onze verbeelding.

De evangelist Johannes noemt het een ‘teken’, wat betekent dat het niet zozeer gaat om de vermenigvuldiging van die vijf gerstebroden, maar om de Persoon van Jezus die het wonder verricht.

Dit teken van de broodvermenigvuldiging staat niet op zichzelf. In de eerste lezing hoorden we over een andere broodvermenigvuldiging door de profeet Elisa. En in het Bijbelboek Exodus vinden we het bekende verhaal van het manna dat door de biddende tussenkomst van Mozes uit de hemel neerdaalde om de honger van de Israëlieten in de woestijn te stillen. Dat Jezus nu door de mensen als de profeet wordt erkend, is van groot belang. De evangelist Johannes verklaart dat Jezus op basis van dit ‘teken’ van de broodvermenigvuldiging de nieuwe Mozes is: degene die het ware brood, het brood van eeuwig leven, uit de hemel geeft.

En Hij geeft het overvloedig. Er blijven 12 manden met brokken over. Dit is voor Johannes een veel groter wonder dan het feit dat alle mensen verzadigd werden.

Onze zorg voor het dagelijks brood wordt gerelativeerd in de zin dat wij worden uitgenodigd te leven in overgave aan onze hemelse Vader, in het besef dat wij uiteindelijk van God het leven ontvangen.

Wat de wonderbare broodvermenigvuldiging ons te zeggen heeft, is helemaal in de geest van de Bergrede: dat we ons geen zorgen moeten maken. Er wordt voor ons gezorgd.

De leerlingen van Jezus maakten zich zorgen: waar ze brood moesten kopen om al die mensen te laten eten. Jezus stelde hun die vraag “om ze op de proef te stellen, want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen.” Ook voor ons is dit opgeschreven. Jezus weet wat Hij gaat doen. Ook voor ons. De vraag is of wij in Hem zoveel vertrouwen hebben dat wij de zorg voor ons leven aan Hem durven overlaten.

De vraag waar uiteindelijk alles om draait, is deze: Is Jezus voor ons die Profeet die in de wereld moet komen?

“Jezus nam de broden en na het dankgebed gesproken te hebben, liet Hij ze uitdelen.” Hierin toonde Jezus wie Hij was: de Zoon van God. Het wonder van de vermenigvuldiging zit hem in het uitdelen op gezag van Jezus. Jezus wil dat wij Hem broodnodig hebben. Hij nodigt ons uit om ons aan zijn zorg toe te vertrouwen en te doen wat Hij van ons vraagt: uitdelen wat wij van Hem ontvingen. Hij is immers boven ons allen, met ons allen en in ons allen. Hij is zelf het Brood van eeuwig leven. Hij is ons leven. Amen.

Door H. Vesseur

Voorbede door een kind gebeden

Lieve Jezus,

Dank U dat U altijd voor ons zorgt. Help ons om op U te vertrouwen, net zoals de leerlingen van U leerden om te vertrouwen dat er altijd genoeg brood zou zijn. Dank U dat U weet wat wij nodig hebben en dat U voor ons zorgt. Help ons om altijd in U te geloven en ons geen zorgen te maken. Laat ons zingend bidden.

Lieve Jezus,

Dank U dat U voor ons zorgt en ons alles geeft wat we nodig hebben. Help ons om altijd dankbaar te zijn en te delen wat we van U hebben ontvangen. We weten dat U bij ons bent en ons helpt. U bent het Brood van eeuwig leven en U bent ons leven. Laat ons zingend bidden.

Dhr. Bob Bechtold R.I.P.

In memoriam Bob Bechtold

De heer Bob Bechtold, die ruim 20 jaar de leiding had over de gebedsgroep van de Kleine Zielen te Casa Nova in Nijmegen, is op 19 juni overleden.

Zijn uitvaartmis zal plaatsvinden op woensdag 26 juni om 10:30 uur in de kapel van het Fraterhuis Sint Jozef, Schorteldoeksesteeg 1, De Bilt.

Heer, geef hem de eeuwige rust en laat het eeuwige Licht hem verlichten, opdat hij door Gods Barmhartigheid in vrede mag rusten.

Vandaag is het de 43ste verjaardag van de verschijningen in Medjugorje op 25 juni 1981

Vertaling naar het Nederlands:

De zuster zegt: “Lieve vrienden van Medjugorje, vandaag is het de 43ste verjaardag van de verschijningen in Medjugorje op 25 juni 1981. Toen hebben de zes zieners voor het eerst met de Moeder Gods gesproken, waardoor deze dag de verjaardag van de verschijningen is geworden. Dit jaar was er iets heel bijzonders: de Moeder Gods nodigde ons uit om negen dagen lang te bidden voor vrede in de wereld, en om negen dagen lang naar de Verschijningsberg te gaan vanaf 22 uur. Elke keer hebben we de drie rozenkransen gebeden: de blijde, droevige en glorievolle. We overwogen een boodschap en baden tussendoor ook steeds het gebed van Sint Franciscus voor de vrede. Elke dag volgden meer mensen deze oproep van de Moeder Gods, en elke dag werd de gebedsatmosfeer intenser en mooier.

De Moeder Gods bad altijd in haar moedertaal, het Aramees, voor ons allen. Een jonge vrouw uit Argentinië vertelde mij aan het einde van deze dagen: “Weet je, misschien wil de Moeder Gods ons voorbereiden op iets bijzonders. Ze heeft bij elke verschijning voor ons gebeden alsof ze ons kracht wil geven en ons uitzendt de wereld in, zodat wij haar lichten in deze wereld kunnen zijn.” Deze gedachte raakte mij bijzonder en ik heb erover nagedacht. Ja, de Moeder Gods wil ons versterken, ze leidt ons altijd naar haar zoon Jezus, die de vrede is.

In de boodschap staat ook dat zij op een speciale manier bij ons is en dat ze haar moederlijke zegen van vrede brengt. De Moeder Gods toont ons hoe vrede in ons hart, in mijn hart en in jouw hart, kan groeien en dat wij dragers van vrede in deze wereld moeten worden. Ze weet dat als onze harten niet in vrede zijn, als onze harten niet bij God zijn, we die diepe vrede niet kunnen hebben. Heilige Augustinus zei: “Onrustig is mijn hart, tot het rust vindt in U.”

Tijdens de noveen liet ze ons zien hoe we die vrede in ons hart kunnen vinden door gebed. In de boodschap zegt ze daarom: “Lieve kinderen, bid, bid, bid, want gebed is het fundament van jullie vrede. Open jullie harten en geef God de tijd zodat Hij jullie vriend kan zijn. Ja, als we steeds weer naar God toe gaan, als we tijd nemen voor deze bijzondere relatie, deze bijzondere vriendschap en bidden, dan schenkt Hij ons vrede in ons hart.”

Ook het gebed op de Verschijningsberg werd elke dag dieper en men voelde hoe het de harten van mensen veranderde. Gebed is het fundament van vrede. Dus laten we bidden. Als we onrustig zijn in ons hart, dan bidden we. Als iets moeilijk is, dan bidden we. Als je in een moeilijke situatie in je leven bent, dan bidden we. Als er onvrede, onrust, onrechtvaardigheden in de wereld zijn, dan bidden we. God is een zeer goede vriend die luistert, maar ons ook steeds iets waardevols wil zeggen door in stilte te bidden. Want als we echt deze vriendschap met God opbouwen, kan geen storm die vernietigen.

Laten we deze vriendschap met God aannemen, laten we tijd nemen voor Hem, voor gebed, omdat het het fundament van vrede is. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u. U bent gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot, Jezus. Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.”

Pastoor Geudens

Bid hier de rozenkrans mee

Maandag & Zaterdag – Blijde Geheimen

Dinsdag & Vrijdag – Droevige Geheimen

Woensdag & Zondag – Glorievolle Geheimen

Donderdag – Geheimen van het Licht

Sacramentsdag

Sacramentsdag 2024

Aanstaande zondag is het Sacramentsdag. Officieel heet het Hoogfeest dat wij vieren: het Hoogfeest van het Lichaam en Bloed van Jezus Christus. We vieren dat Jezus in de heilige Mis in de heilige Communie werkelijk aanwezig is onder de gedaante van brood en wijn. Ik vind het zelf belangrijk om daar minstens één zondag per jaar bijzondere aandacht aan te geven: de werkelijke Tegenwoordigheid van Jezus in de Eucharistie onder de gedaante van Brood en Wijn.

Wanneer we samen bidden, is de Heer altijd in ons midden. Hij belooft ons dit in het evangelie waar Hij zegt: “Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.” Maar nergens is Hij zo dicht bij ons als in de Eucharistie: de gekruisigde en verrezen Heer werkelijk in ons midden. Ben ik me ervan bewust dat Jezus Zelf werkelijk aanwezig is in onze parochiekerk wanneer de Eucharistie wordt gevierd? De Kerk vraagt aan de gelovigen dat ze elke zondag of zaterdagavond naar de Eucharistie komen (onze zondagsplicht) en waarom? Omdat het Offer van Christus daar tegenwoordig wordt gesteld, Hij komt daar werkelijk tot ons en Hij wil onder de Heilige Communie tot ons komen. – Ben ik mij ervan bewust dat Jezus zo bij mij komt?

Zoals bij veel dingen die we vaak doen, mogen we ons ook bevragen wat ons ter Communie gaan betekent. Brood en wijn werden op het Altaar geplaatst. In de woorden die de priester erover sprak, mogen we Jezus horen spreken: “Dit is Mijn Lichaam”, “Dit is Mijn Bloed”. We zien nog brood en wijn, maar het is voor ons werkelijk het Lichaam en Bloed van de Heer. Geen symbool van het Laatste Avondmaal, maar werkelijk de Gekruisigde en Verrezen Jezus zelf die tot ons komt onder de gedaante van het Brood. – Ervaar ik dat zo?

Het feest van Sacramentsdag nodigt ons elk jaar uit om onze verwondering en vreugde te hernieuwen voor de wonderbaarlijke gave van de Heer die de Eucharistie is. Laten we Hem met dankbaarheid ontvangen, niet op een passieve manier. We moeten niet wennen aan de Eucharistie en naar de Communie gaan als een gewoonte, nee!

Elke keer dat we naar het altaar gaan om de Communie te ontvangen, moeten we echt ons “Amen” bij het Lichaam van Christus hernieuwen. Als de priester “het Lichaam van Christus” zegt, zeggen wij “Amen”: Moge het een “Amen” zijn dat uit het hart komt, met overtuiging! Het is Jezus, Die mij heeft gered, het is Jezus, Die komt om mij de kracht te geven om te leven. Het is Jezus, de levende Jezus. Daar moeten we niet aan wennen, elke keer is het alsof wij de eerste Heilige Communie opnieuw ontvangen!

Pastoor Penne

Het Hoogfeest van de H. Drieëenheid

In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest; het kruisteken is een mini-gebed. Het markeert begin en einde van al ons doen en laten, begin en einde van ons leven, begin en einde van de dag, van de maaltijd, begin en einde van de H. Mis. Een kruisje op het hoofdje van een kind kan uitgroeien tot een leven van verbondenheid in geloof, hoop en liefde. Wanneer we het kruisteken maken, dan willen we daarmee uitdrukken dat het goed is om God; de Vader, de Zoon en de Heilige Geest in al ons doen en laten te betrekken.

Ons leven als gelovigen ligt ingebed in het mysterie van de H. Drieëenheid. Het begin van ons christelijk leven; de doop wordt ons geschonken in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. In het sacrament van boete en verzoening (de biecht) wordt ons vergeving aangezegd in de naam van de Drieëne God. De viering van de H. Mis begint in de naam van de Drieëenheid en wordt afgesloten met de zegen van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en wanneer we een voetballer voor een belangrijke wedstrijd een kruisteken zien maken, dan begrijpen we dat de gedachte aan de Drieëne God een groter reikwijdte heeft dan we soms denken.

Biddend nadenken over het grote geheim van de H. Drievuldigheid van God maakt ons duidelijk wat God werkelijk voor ons mensen betekent: God is Zichzelf wegschenkende Liefde. De mens kan Hem niet benaderen door inspanning of door zijn denken, want God openbaart zich aan ons. Bij Hem ligt het initiatief. Hij laat zich niet doorgronden, maar Hij laat zich wel ervaren en vinden.

Al in de relatie tussen twee mensen gebeurt iets soortgelijks. Wie kan het wezen van een mens doorgronden? En toch vertrouwen we een ander mens. Aan zijn gedrag leren we de persoon kennen. De theoloog St. Thomas van Aquino heeft gezegd; ‘het handelen volgt op het zijn’ of anders uitgedrukt: aan het handelen van de mens kan ik zijn wezen leren kennen. Jezus zelf zegt in de H. Schrift: “Aan hun vruchten zult ge ze kennen” (Mt.7.20).

Wanneer we zeggen dat we het geheim van de H. Drieëenheid niet goed kunnen begrijpen, dan betekent dat nog niet dat God voor ons veraf en onbegrijpelijk blijft; want we kunnen Hem ervaren door zijn werken aan ons. Door het werken van God in zijn schepping, waarin Hij zijn natuurwetten heeft gelegd, leren we de Vader kennen, de Schepper van hemel en aarde; Die de mensen op telkens nieuwe wijze aangesproken heeft; Die een verbond gesloten heeft met Noach, met Abraham en met Mozes.

In Jezus Christus leren we het hele wezen van God kennen, namelijk: Liefde. Want de Zoon kwam in de wereld om zijn leven te geven voor zijn vrienden. En iedere keer weer ontdekken we in de geschiedenis van de Kerk; de H. Geest waait waarheen Hij wil, Die in de Kerk onder de moeilijkste omstandigheden als de Trooster, als de Helper en als de Levensschenker ervaarbaar is.

Het feest van de heilige Drieëenheid is voor ons dan ook een oproep om ons te bezinnen, om in deze luidruchtige tijd het weer eens stil te maken om ons heen. En we moeten mensen worden die niet voortdurend plannen, onderzoeken, berekenen en theoretiseren; maar mensen die overwegen, die de aanwezigheid van God proberen te ontwaren, en die op die manier steeds duidelijker ontdekken dat de ontmoeting met God slechts gelovend, hopend, liefhebbend en biddend kan plaatsvinden.

Het enige passende antwoord op het mysterie van God is het gebed! Wie biddend tot God nadert die zal de genade ontdekken dat ook hij of zij door God is gekend, gezocht en bemind, een genade die de Vader ons steeds weer opnieuw schenkt, en dat door de Zoon, en in de heilige Geest. Amen.

O.L. Vrouw te Banneux: Bid veel! Bid veel! Bid veel!

door Mgr. André-Mutien Léonard

Het is van levensbelang voor ons dat we kunnen geloven in een andere wereld dan deze waarin we nu leven. Zeker, hier op aarde bloeien we enkele jaren. We kennen tijden van groot geluk, van vreugde, ontplooiing en succes. Maar ons leven op aarde eindigt altijd op een bepaalde manier “slecht”; door ouderdom, ziekte, slijtage en de dood.

Daarom zijn de woorden die Maria in Lourdes tot Bernadette sprak zo belangrijk: “Ik beloof je niet gelukkig te maken in deze wereld, maar in de andere.” Het was een getuigenis van de realiteit van deze nieuwe wereld, die met Pasen begon, met de verrijzenis van Jezus.

Moeder van de Verlosser, Moeder van God

Hier in Banneux, net als op alle Maria-bedevaartsoorden, werd een stukje van de sluier opgelicht van de realiteit van deze nieuwe wereld, die door de verrezen Christus werd geopend. Dat gebeurde heel eenvoudig, arm, bescheiden, gedurende de verschijningen: “Goedenavond, tot ziens.” Water om de handen in te dompelen, water voor alle naties, voor de zieken, om het lijden te verlichten, een kleine kapel. De Maagd der Armen openbaarde zich. Maar op de laatste verschijningsdag, op 2 maart 1933, zette Maria haar handtekening eronder — aan het einde van de boodschap, niet aan het begin, want dat zou veel te indrukwekkend zijn geweest! En wat een handtekening: “Ik ben de Moeder van de Verlosser, Moeder van God!

Maria kent de geschiedenis van de Kerk blijkbaar heel goed. Ze weet dat het Concilie van Efeze in het jaar 431 plechtig had verkondigd dat Zij de “Theotokos” is, de Moeder van God, toen Zij God baarde door Jezus te baren. Dat is het wonder van de Menswording: In werkelijkheid is een goddelijke Persoon deze wereld binnengetreden, en zo heeft de mens nu deel aan God en, ik durf te zeggen, God heeft deel aan de mens. Het geluk van God en het geluk van de mens zijn voor altijd met elkaar verbonden. Dit getuigt het H. Evangelie, wanneer tegen Maria wordt gezegd: “Daarom zal dit Kind heilig en Zoon van God genoemd worden.” “Moeder van de Verlosser, Moeder van God“: door de Moeder van de Verlosser te zijn, de Moeder van Jezus Christus, is zij de Moeder van God. Dat is een bron van hoop voor ons, de garantie dat het menselijk avontuur goed zal eindigen, ondanks alle beproevingen, want het menselijk avontuur is nu het avontuur van God. Als God met ons is, staan we niet alleen. “Als God met ons is“, zo vraagt Paulus, “wie is dan tegen ons?

Bid veel! Bid veel! Bid veel!

Als Maria ons hier in Banneux deze diepe waarheden openbaart, dan niet simpelweg zodat we er goede verhandelingen over kunnen schrijven. Als Maria verschijnt, dan niet om ons een mooi schouwspel te bieden, maar zodat we ons tot hoop bekeren en ons leven veranderen. Daarom zegt ze ons op de laatste verschijningsdag voor haar afscheid een derde keer: “Bid veel! Bid veel! Bid veel!” Want door het gebed zal de hier verkondigde waarheid van hoop werkelijk vrucht dragen. En als Maria ons oproept tot gebed, dan bidt Zij met ons.

Zij bidt in de Bovenzaal te midden van de apostelen, in de tijd tussen de Hemelvaart van Christus en Pinksteren. Deze aanwezigheid van Maria en de vrouwen bij de apostelen is zeer onthullend: Jezus, het Hoofd van de Kerk, is een man, omdat Hij de Gezondene van de Vader en de Bruidegom van de Kerk is. De apostelen zijn mannen, omdat zij in de geschiedenis van de Kerk Christus, de Bruidegom van de Kerk, moeten vertegenwoordigen. De Kerk is de Bruid, zij is vrouwelijk in het hart van God. De aanwezigheid van Maria en de vrouwen bij de apostelen onthult ons dit: De Kerk zal alleen zijn wat God van haar verwacht als zij Mariaal is — meer nog dan apostolisch! — en als zij met Maria en de vrouwen om haar heen bidt. Het is geen toeval dat bij de Maria-verschijningen voornamelijk vrouwen de verschijning zien. Als vrouw wijzen zij op het diepe mysterie van de Bruidsgemeenschap (dit is de Kerk). Door de eeuwen heen bidt Maria voor ons. Zij vraagt ons te bidden, maar Zij bidt altijd mét ons.

Het gebed leidt uiteindelijk de wereld. Wie met Maria bidt, houdt het roer van de hele wereld in handen. Dat doet onze paus Johannes Paulus II [2005!!] ongeacht alle speculaties over het einde van zijn pontificaat. Uiterlijk bezien kan hij niet veel meer doen (in zijn hoge ouderdom). Maar door de paus van de armen, de zieken en de zwakken te zijn, een man van gebed, meer dan ooit zijn “Totus Tuus, Maria” (Geheel de uwe, Maria) levend, houdt hij met ons het roer van de wereld vast.

Laten we daarom deze uitnodiging van Maria bewaren, op het moment dat Zij haar boodschap in Banneux ondertekent: Bid veel! Bid veel! Bid veel! Amen.

Uit; Die Jungfrau der Armen, Namen, 70. Jahrgang, Mgr. André-Mutien Léonard, 2 maart 2005, Seite 60-61

Vertaling door pastoor Geudens

Gave van Vreugde

7de zondag van Pasen

In dit afscheidsgebed richt Jezus een reeks gebeden tot zijn Vader voor zijn leerlingen. Wat opmerkelijk is, is dat naast het verzoek om eenheid in geloof en liefde, de nadruk ook ligt op vreugde: “Dat zij Mijn vreugde ten volle mogen bezitten.”

Wat bedoelde Jezus met Zijn vreugde?

Die vreugde komt voort uit de eenheid van heel Zijn wezen met Zijn hemelse Vader. Jezus wist ook wel dat deze aarde de kenmerken van een tranendal draagt, maar alle boosheid en lijden van deze wereld kon Hem de vreugde van Zijn eenheid in liefde met de Vader niet ontnemen. Daarom bidt Hij ook voor ons “opdat wij zijn vreugde ten volle mogen bezitten”, opdat wij mogen putten uit die onuitputtelijke bron van liefde en eenheid met God de Vader, die de stuwkracht moge zijn van onze gang naar de hemelse Vader en naar onze medemensen.

Jezus zendt Zijn leerlingen uit opdat zij in deze wereld deze vreugde zullen uitdragen.

Het hele verlossingswerk van Jezus en zijn Blijde Boodschap dienen het toekomstige doel: “dat zij de volmaakte vreugde mogen ervaren die Wij hebben.”

Een kenmerk van Jezus’ volgelingen is hun innerlijke vreugde. Is het mogelijk dat echt geloof en daadwerkelijke liefde niet vreugdevol zijn? Geloof, hoop, liefde en vreugde zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De heiligen die de eenheid en liefde met God in Jezus volledig hebben beleefd, hebben ook Zijn vreugde ervaren en deze aan anderen doorgegeven. Denk maar aan Sint Franciscus van Assisi, die vreugdevoller werd naarmate hij meer in de voetsporen van Jezus trad.

Paus Johannes Paulus I, die als de lachende paus de geschiedenis is ingegaan, zei: “Een glimlach op het gezicht van een priester is veel meer waard dan een lange preek”.

Als blije, lachende mensen kunnen wij bewijzen dat de navolging van Jezus ons met vreugde vervult.

Wij mogen de kleine vreugden van de gewone dag daarbij niet verwaarlozen: een vogel die fluit, het zonnelicht dat glinstert in een dauwdruppel, een kind dat lacht. Er zijn zoveel dingen die ons vreugde kunnen schenken. Jezus heeft zelf water in vreugdewijn veranderd op de bruiloft van Kana. Hij wil dat wij leven en vreugde bezitten in overvloed.

Wie deze vreugde heeft, kan niet anders dan zijn medemensen liefhebben. Om echt van vreugde te genieten, moet je die immers kunnen delen met anderen. Willen we op aarde gelukkig zijn, dan moeten we anderen vreugde schenken, want de vreugde die we uitdelen komt dubbel terug in ons eigen hart. Onheil, schuld, zonde, lijden en dood kunnen die vreugde niet wegnemen.

Kunnen christenen elkaar deze vreugde schenken, de vreugde die niemand hen kan afnemen?

Vier Barmhartigheidszondag

Inleiding

God wil de wereld redden. Daarom gaf Hij aan een religieuze zuster; zr. Faustina, de zending de mensen op te wekken tot een onbegrensd vertrouwen in de Barmhartigheid van Zijn Goddelijk Hart van Jezus. Zo sprak Jezus onder meer tot haar: “Weet, mijn dochter, dat mijn Hart de Barmhartigheid zelf is. Vanuit deze zee van Barmhartigheid vloeien stromen van genaden over de hele wereld. Geen ziel die tot Mij komt, gaat van Mij heen zonder gesterkt te zijn. Alle ellende verdwijnt in mijn Barmhartigheid en elke genade, die verlost of heiligt, stroomt uit deze bron. Ik wil dat de priesters tot de zondige zielen over mijn grote Barmhartigheid zullen preken”. En: “Gelijk een moeder die haar kind beschermt, zo bescherm Ik de zielen, die gedurende hun leven het vertrouwen op mijn Barmhartigheid zullen bevorderen en in het uur van hun dood zal Ik niet hun rechter maar hun Zaligmaker zijn.”

Paus Johannes Paulus II z.g. heeft de eerste zondag na Pasen uitgeroepen tot Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid:

Op elke Barmhartigheidszondag is het mogelijk een volle aflaat te ontvangen. Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 1. (Binnen tien dagen voor Barmhartigheidszondag of binnen tien dagen erna) gaan biechten (dit geldt voor de Nederlandse Kerkprovincie). 2. De Heilige Mis bijwonen. 3. De dag zelf vieren tere van Gods Barmhartige Liefde. 4. De geloofsbelijdenis bidden. 5. Die dag bidden voor de intenties van de Paus. Als aan deze 5 voorwaarden wordt voldaan: dan worden je de zonden vergeven en worden de zondestraffen van je weggenomen. Als je zou sterven op Barmhartigheidszondag betekent dit dat je het vagevuur zou mogen overslaan om rechtstreeks naar de Hemel te mogen gaan.


Verdieping

In de dagen na Pasen en tot op vandaag lezen we dagelijks passages uit het evangelie waarin Jezus, de Verrezen Heer, zich toont aan zijn leerlingen en hen met overtuiging laat zien dat Hij werkelijk uit de dood is opgestaan. Deze week vroeg ik in een gezelschap wat zij het mooiste Paasverhaal vonden. Bijna iedereen antwoordde: “Het verhaal van de ongelovige Thomas”.

Het is inderdaad een mooi verhaal omdat wij wellicht allemaal zouden reageren zoals Thomas, als ons hetzelfde zou overkomen. Het evangelie zegt ons dat Thomas ook Didymus wordt genoemd. Dat is meer dan een detail dat in dat verhaal staat. Didymus betekent tweeling. Eigenlijk is die Tomas onze tweelingbroer, want we lijken veel op hem, hij reageert tenminste zoals de meesten van ons zouden reageren in zo’n situatie.

Thomas zegt: “Zolang ik niet het teken van de nagels in Zijn handen kan zien en mijn hand in Zijn zijde kan leggen, zal ik niet geloven”. Dit eerlijke verhaal toont aan dat zelfs de apostelen moeite hadden om te geloven dat Jezus werkelijk was verrezen; opgestaan uit de dood. Hij moest bewijzen dat Hij werkelijk de Zoon van God was, Die zonde en dood overwon en eeuwig leven bracht voor iedereen die in Hem gelooft en gedoopt is. Hij bevestigde zijn leerlingen door herhaaldelijk aan hen te verschijnen, en ook Thomas kreeg de kans om tot geloof te komen.

Acht dagen later komt namelijk Jezus weer en Jezus pakt Thomas op zijn woord. Hij zegt tegen Thomas: kom maar eens bij Mij. Jezus zegt: “Kom hier met je vinger en bezie Mijn handen. Steek je hand uit en leg die in Mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig”. Thomas gaat dan door de knieën en gelooft in Jezus de Verrezen Heer.

Dit verhaal van ongelovige Thomas is meer dan een gewoon verhaal over Jezus die Zich bijna 2000 jaar geleden aan ons bewezen heeft. Dit evangelieverhaal zegt ons ook het volgende: God geeft aan elke mens in zijn/haar leven tekenen en kansen om in Hem te geloven. God komt in elk mensenleven een aantal keren heel dichtbij, om te bewijzen dat Hij er echt is. Dat Hij van ons houdt en dat Hij ons echt gelukkig wil maken.

Met dit evangelie mogen wij er ook eens aan denken wanneer ikzelf de barmhartige Jezus dicht bij mij hebt gevoeld. Wanneer Hij dicht bij mij stond en wanneer Hij tegen mij zei, dat ik niet ongelovig maar gelovig moest zijn. Maar we moeten Jezus echt ook willen zien in ons leven. Hij is door de genade van het doopsel en door Zijn barmhartige liefde voor ons immers echt heel dicht bij ons. De Paastijd van dit jaar mag ons daar echt eens bij stil laten staan!