Hoogfeest Christus Koning van het Heelal

Wanneer we aan Christus denken, is een koning niet het eerste beeld dat in ons opkomt. Toch noemt Jezus zichzelf in het evangelie een koning. Hij laat echter zien dat zijn koningschap niet draait om macht of afstandelijkheid, maar om waarheid, nabijheid en liefde. Christus is gekomen om getuigenis af te leggen van de Waarheid: Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Tegelijkertijd omvat zijn koningschap rechtvaardigheid; Hij spreekt recht over goed en kwaad. “Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid…” zal Hij de mensheid scheiden in twee groepen. Zijn rol als rechter weerspiegelt een eerlijk oordeel over ons leven.

Het beeld van een oordeel met de dreiging van “de eeuwige straf” roept vaak vragen op. Wat zegt dit over God? En hoe waarderen we Christus’ koningschap in deze context? Het antwoord ligt in zijn verbinding met de mensheid. Zijn koningschap is niet gebaseerd op afstand of harde macht, maar op medeleven en nabijheid. Hij identificeert zich met de kleinsten, de zwaksten en de meest kwetsbaren in onze samenleving. Christus’ getuigenis van de waarheid laat zien dat Hij ons uitnodigt om diezelfde waarheid te zoeken door liefde en zorg voor anderen.

In zijn toespraak over het laatste oordeel maakt Jezus duidelijk dat Hij aanwezig is in de hongerigen, de dorstigen, de vreemdelingen, de zieken en de gevangenen. Hij zegt: “Wat je voor een van de geringsten van mijn broeders hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” Hieruit blijkt dat Christus niet alleen over de waarheid spreekt, maar deze ook belichaamt door zijn identificatie met de ander. Zijn oproep is een uitnodiging om Hem te ontmoeten in onze naasten, door concrete daden van liefde en gerechtigheid.

Het oordeel dat Christus als koning uitspreekt, roept ons op om bewust te leven. Het gaat er niet alleen om wat we geloven, maar ook om wat we doen. Zijn waarheid vraagt om keuzes: kiezen we voor liefde, goedheid en rechtvaardigheid, of laten we ons leiden door egoïsme en onverschilligheid? Jezus’ boodschap is echter geen oproep tot angst, maar een uitnodiging tot actie en verandering. Door te handelen in liefde, ontmoeten we Hem – soms zonder het te beseffen – in de ander.

Jezus spreekt over “alle volken”. Zijn koningschap en oordeel zijn universeel: gelovig of niet, christen of anders, iedereen wordt beoordeeld door Christus, die de harten kent. Dit kan onzekerheid oproepen, maar ook hoop: Hij kijkt niet alleen naar onze tekortkomingen, maar ook naar onze oprechte pogingen om goed te doen. Zijn waarheid nodigt ons uit om zonder angst te kiezen voor een leven van liefde en zorg.

Ondanks onze tekortkomingen is er hoop. Door ons te laten voeden door Gods Woord en de Eucharistie kunnen we groeien in liefde en gerechtigheid. Zo worden we steeds meer getuigen van de Waarheid die Christus zelf is. Moge we op die dag horen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, en ontvang het Rijk dat voor u gereed is sinds de grondvesting van de wereld.” Amen.

33e Zondag door het jaar

33e zondag door het jaar B 2024

Evangelie: Mc. 13,24-32

De lezingen van vandaag roepen op tot bezinning met hun boodschap: “Pas op, de wereld vergaat.” Deze woorden passen bij het najaar, met stormen, vallende bladeren en kale bomen die ons eraan herinneren dat de zomer voorbij is. Planten worden beschermd tegen kou en vorst, maar we weten dat het einde van de zomer niet het einde van de wereld betekent. De natuur keert terug: na de winter volgen lente en zomer, en alles bloeit weer op. Het leven gaat door.

Toch voelt het voor sommigen alsof de wereld vergaat. Denk aan de slachtoffers van natuurrampen zoals tsunami’s, aardbevingen of vulkaanuitbarstingen. De verwoesting is enorm en het kan lijken alsof alles verloren is. Maar ook dan herpakken mensen zich, bouwen huizen opnieuw op en proberen hun leven zin te geven. Ondanks de pijn en ellende blijft er toekomst.

Dit gevoel van ondergang kan ook persoonlijk zijn. Mensen die geconfronteerd worden met een ongeneeslijke ziekte of een ernstige handicap ervaren dat hun wereld instort. Gewoontes en zekerheden verdwijnen, en hun leven wordt ingrijpend beperkt. Toch hoeft dit niet het einde te zijn. Zelfs in moeilijke omstandigheden kan het leven waardevolle momenten bieden. Het vergt kracht en doorzettingsvermogen, maar ook met beperkingen kan het leven zinvol en mooi zijn.

In het evangelie klinkt dezelfde waarschuwing: wees voorbereid, want het einde kan elk moment komen. Vroeger werd deze boodschap vaak met angst gebracht, om mensen aan te sporen in “staat van genade” te zijn. Jehova’s getuigen waarschuwen nog steeds van deur tot deur voor het einde der tijden. Maar angst is geen goede leermeester. In plaats daarvan is het waardevol om na te denken over de betrekkelijkheid van ons bestaan. Niet om bang te worden, maar om wijs om te gaan met de tijd die we hebben.

Een oude wijsheid luidt: “Leef elke dag alsof het je laatste is.” Dit is geen oproep tot angst, maar een uitnodiging om bewust en voluit te leven. Stel niet uit wat je vandaag kunt doen, want kansen komen niet altijd terug.

Denk aan de man die jarenlang spaarde voor later en zichzelf niets gunde. Toen hij met pensioen ging, kreeg hij een hersenbloeding en bracht hij de rest van zijn leven in een rolstoel door. “Had ik maar eerder van mijn geld genoten,” dacht hij. Of de vrouw die een bezoek aan haar vader steeds uitstelde. Toen hij onverwachts overleed, bleef zij achter met diepe spijt.

Deze hebben een belangrijk inzicht: stel belangrijke keuzes en kansen niet uit. Leef in het moment en grijp de mogelijkheden die vandaag biedt. Dit draagt bij aan je eigen geluk én dat van anderen. Carpe diem – pluk de dag – en geef je leven bewust richting, zodat je later geen spijt hebt van gemiste kansen.

32e Zondag door het jaar

In die tijd waarschuwde Jezus zijn leerlingen voor de schijnheilige houding van de schriftgeleerden. Deze religieuze leiders genoten van hun status, droegen lange gewaden, en liepen met trots over de markt, waar ze eer en respect ontvingen. In de synagoge en aan tafel zochten ze naar de beste plaatsen, verlangend naar aanzien en erkenning. Ze baden lange gebeden, maar niet uit oprechte toewijding; het was enkel voor de show. Tegelijkertijd profiteerden ze van de kwetsbaren in hun gemeenschap, zoals weduwen, door bezittingen van hen af te nemen. Jezus sprak hard over hen en waarschuwde dat deze houding uiteindelijk tot een streng oordeel zou leiden.

Terwijl Jezus sprak, stond Hij in de Tempel, tegenover de offerkist, waar mensen hun gaven kwamen brengen. Rijke mensen gooiden grote bedragen in de kist; het geluid van hun koperstukken klonk luid. Ze gaven vanuit hun overvloed en hadden genoeg over om er comfortabel van te leven. De leerlingen zagen dit en dachten misschien dat deze grote giften waardevoller waren dan de kleinere offers.

Maar toen kwam er een arme weduwe naar de offerkist. Ze had slechts twee kleine muntjes, alles wat ze bezat om van te leven. Zonder enige aarzeling liet ze deze muntjes in de kist vallen, een offer van ware toewijding. Jezus zag het gebeuren en riep zijn leerlingen bij zich. “Kijk naar deze weduwe,” zei Hij. “Ze heeft meer gegeven dan al die rijken bij elkaar. Waar anderen gaven van hun overvloed, heeft zij gegeven van wat ze nodig heeft om van te leven. Ze heeft alles geofferd wat ze had.”

Met deze woorden maakt Jezus duidelijk dat het niet de grootte van het geschenk is dat telt, maar de intentie en het offer dat ermee gepaard gaat. Hij prees de weduwe om haar oprechte toewijding. Ze gaf niet om gezien te worden of erkend te worden door anderen; haar gift kwam uit een oprecht hart. Waar de rijken gaven vanuit hun rijkdom, gaf zij vanuit haar armoede en zonder de zekerheid dat ze de volgende dag genoeg zou hebben om van te leven. Ze vertrouwde erop dat God voor haar zou zorgen.

In de daad van deze weduwe zag Jezus een voorbeeld van ware geloofsliefde en dienstbaarheid. Net zoals zij alles gaf wat ze had, zou Jezus zelf binnenkort zijn leven geven voor de redding van de wereld. Hij ziet haar als een voorafbeelding van zijn eigen offer. Hij wilde dat zijn volgelingen begrepen dat ware toewijding draait om geven zonder iets terug te verwachten en dat het geloof niet over uiterlijke vertoning gaat, maar over een liefdevol hart dat bereid is om alles te geven.

Met haar groots gebaar laat de weduwe zien wat het betekent om werkelijk lief te hebben. Ze gaf vanuit haar hele wezen, vertrouwend op Gods zorg. Jezus nodigt zijn volgelingen uit om diezelfde houding van overgave aan te nemen: om met een zuiver hart te geven, niet voor eer of status, maar uit echte liefde. Zo toont de arme weduwe dat rijkdom van geloof ligt in een nederig en oprecht hart.

31e Zondag door het Jaar

Jaar B, 2024

Onze maatschappij is gevuld met regels en voorschriften, opgelegd door de overheid om elk mogelijk risico uit te sluiten. Natuurlijk zijn regels nodig, maar soms moeten ze worden opgeschoond, want regels die niet langer van nut zijn, kunnen leiden tot verwarring. Het is dan ook niet vreemd dat velen zich afvragen: “Waar draait het nu eigenlijk om?”

Dit menselijke verlangen naar regels is ook in de Kerk altijd aanwezig geweest. De oudere generaties herinneren zich vast nog de vele kerkelijke voorschriften, waarvan de betekenis niet altijd even duidelijk was. Maar in de tijd van Jezus was de situatie zelfs nog complexer. De joodse gemeenschap kende toen 365 voorschriften, een enorme uitwerking van de oorspronkelijke tien geboden die Mozes op de berg Sinaï aan het volk had gegeven. Schriftgeleerden en farizeeën zagen nauwlettend toe op naleving, soms met grote strengheid, zoals het sabbatsgebod. Toen Jezus op sabbat een zieke genas, kreeg Hij het verwijt dat dit werk niet op de heilige rustdag hoorde.

Geen wonder dat iemand bij Jezus komt met de vraag: “Wat is nu eigenlijk de kern van alles?” De man is geraakt door Jezus’ woorden en zoekt een eenvoudig antwoord. Jezus gaat echter niet in op de details van elk voorschrift. Hij wijst de luisteraars op de kern van Gods gebod, zoals elke Jood die kende: “Luister, Israël! Bemin de Heer, uw God, met heel uw hart, ziel en verstand… en bemin uw naaste als uzelf.” Deze twee geboden zijn als de twee kanten van dezelfde medaille. Jezus brengt het oerwoud van regels terug tot deze basis.

Jezus begint bij de liefde voor God, want God is een God van mensen. Het is Zijn liefde die wij beantwoorden door lief te hebben. Jezus zelf is hierin ons voorbeeld; Hij roept op tot geloof en liefde. Deze twee horen samen en versterken elkaar. Geloof zonder liefde verarmt ons, en liefde zonder geloof verliest haar diepere wortels. Jezus is onze inspiratie en norm, niet onze eigen opvattingen. Zonder dit kompas glijden we af en maken we onszelf tot de maatstaf, zoals de normvervaging in onze maatschappij laat zien.

Wat is dan belangrijk in het leven? Het antwoord dat Jezus ons geeft, is eenvoudig en richtinggevend: Bemin God en bemin je naaste. Met dit kompas kunnen we ons leven koers geven, ook in de complexe wereld van vandaag, vol nieuwe uitdagingen. Jongeren zoeken naar de juiste invulling van hun leven, gebaseerd op integriteit en waarheid. Ze staan voor veel keuzes en snelle veranderingen. In deze wereld zoeken we allemaal naar een anker, een basis die ons denken en handelen richting geeft: de liefde voor God en de naaste.

Allerzielen 2024

Beste parochianen,

Vandaag komen we samen om onze overleden dierbaren te herdenken en voor hen te bidden tijdens Allerzielen. Met hen in ons hart staan we stil bij het mysterie van het leven na de dood en voeden we onze hoop op eeuwig leven. Terwijl we bij Allerheiligen de heiligen en zaligen vieren, gedenken we vandaag alle zielen die ons zijn voorgegaan. We wensen dat ook zij de volheid van Gods liefde mogen ervaren.

In ons allemaal leeft het verlangen naar geluk, maar soms zoeken we dat op plekken die slechts tijdelijk zijn. Toch geloven we dat blijvend geluk alleen bij God te vinden is. Hij is de enige die ons diepste verlangen kan vervullen. Met dit vertrouwen dragen we ons gebed voor de overledenen op aan God, met de vraag hen in zijn eeuwige liefde op te nemen.

Gebed voor de overledenen: Heer, onze God, bron van leven en hoop, wij gedenken vandaag onze overleden dierbaren. Wij vragen U: schenk hen de rust van uw eeuwige licht en vul hen met de vreugde van uw aanwezigheid. Mogen zij, bevrijd van alle pijn en verdriet, rust vinden in uw vrede.

In de Bergrede wijst Jezus ons de weg naar echt geluk. De heiligen hebben hun geluk gevonden in hun verbondenheid met Jezus, en ook wij worden geroepen om die weg te volgen. Het ware geluk ligt niet in wereldse rijkdom, maar in de nabijheid van God. Jezus toont ons dat vreugde te vinden is in barmhartigheid en zuiverheid van hart.

Vandaag nemen we onze dierbaren mee op deze weg naar Gods Koninkrijk. We bidden niet alleen met verdriet, maar ook met de hoop dat zij nu de volheid van Gods liefde mogen ervaren en omarmd worden door zijn genade.

Zegenbede: Heer, schenk ons Uw zegen, zodat wij Uw licht in deze wereld mogen verspreiden. Help ons in geloof en hoop te vertrouwen dat we ooit verenigd zullen zijn met U en onze geliefden in uw Koninkrijk. Amen.

30ste Zondag door het jaar

Jaar B, 2024

Inleiding

Vaak melden we ons aan een loket of balie en horen een vriendelijke stem vragen: “Wat kan ik voor u doen?” Deze simpele vraag stelt ons meteen op ons gemak. Vriendelijkheid geeft ons een gevoel van respect. Iedereen heeft behoefte aan vriendelijkheid, en het opent deuren. Het smelt argwaan weg en toont respect voor de mens die voor ons staat. Vriendelijkheid zou het uitgangspunt moeten zijn bij elke ontmoeting.

Bezinning

“Wat kan ik voor u doen?” is de vraag die Jezus stelt aan de blinde bedelaar die om Zijn hulp roept. Deze man, die blind en onbeduidend lijkt, wordt door de omgeving met minachting bekeken en zelfs alleen als “Bar Timæus” aangeduid, wat simpelweg “zoon van Timæus” betekent. De menigte negeert zijn menselijkheid, maar wanneer hij hoort dat Jezus nadert, roept hij om medelijden. Jezus stopt en kijkt hem aan met aandacht en respect: “Wat kan Ik voor je doen?” Deze eenvoudige vraag doorbreekt het oordeel van de omstanders, en de bedelaar durft zijn diepste verlangen te uiten: “Maak dat ik zien kan.” Door zijn geloof genezen, opent hij zijn ogen, niet alleen fysiek maar ook geestelijk.

Geloof helpt ons om te zien en om te leven, ons te realiseren dat er een God is die omziet naar degenen die door anderen worden vergeten. Zoals Bartimæus zijn bestaan langs de kant van de weg leidt, zoeken ook velen in onze samenleving naar betekenis en richting. Ze wachten op iemand die hen ziet en vraagt: “Wat kan ik voor je doen?”

Helaas gebeurt vaak het tegenovergestelde; we houden hen op afstand, terwijl juist in de ontmoeting Gods liefde zichtbaar kan worden.

Vandaag horen we hoe Jezus Jericho binnenkomt, onderweg naar Jeruzalem. Het is dezelfde route waarover de parabel van de barmhartige Samaritaan vertelt, waar mensen een gewonde man langs de weg negeren. Ook de leerlingen van Jezus willen niet worden afgeleid van hun tocht. Maar Jezus hoort de roep van de bedelaar, stopt en vraagt: “Wat kan ik voor je doen?”

Deze vraag is misschien overbodig – een blinde verlangt immers naar zicht – maar het gaat om veel meer dan dat. Het gaat om de erkenning, om werkelijk gezien en gehoord te worden. Jezus biedt de bedelaar de kans om zijn verhaal te vertellen en zijn verdriet uit te spreken.

Net als Bartimæus mogen wij ons verlangen uitspreken en gehoord worden door Jezus, wanneer Hij vraagt: “Wat kan ik voor jou doen?” Jezus wil ook onze ogen openen en ons zeggen: “Je geloof geeft je zicht.” Je geloof zal je laten zien!

Amen.

Allerheiligen 2024

Apok. 7, 2-4.9-14; 1Joh. 3, 1-3; Mt. 5, 1-12a

Inleiding

Allerheiligen is het feest van de heiligen, de zaligen. We verlangen allemaal naar geluk, maar wat dat precies is, verschilt voor ieder van ons. Het is moeilijk te definiëren en vaak zoeken we het op de verkeerde plekken of bij de verkeerde mensen. En als we denken het te hebben gevonden, is het altijd van voorbijgaande aard. Toch is het verlangen naar geluk onuitroeibaar. Ik geloof dat dit verlangen een goddelijke oorsprong heeft: God heeft het in ons hart gelegd om ons naar Hem toe te trekken, omdat alleen Hij ons diepste verlangen kan vervullen.

Bezinning

Jezus heeft in zijn Bergrede de weg naar dat geluk uitgestippeld. Hij presenteerde acht stappen naar geluk in de vorm van de zaligsprekingen. De heiligen die wij vandaag herdenken, hebben hun geluk gevonden in het navolgen van Jezus. De zaligsprekingen laten namelijk het gezicht van Jezus Christus zien; zij weerspiegelen zijn karakter. Hij leefde wat Hij ons voorhield. Daarom vormen de zaligsprekingen ook een blauwdruk voor iedere christen die Jezus wil volgen. Als christenen zijn wij geroepen om mensen van de zaligsprekingen te worden.

Maar hoe gelukkig ben je als je arm van geest bent, treurt of zachtmoedig bent? Kun je spreken van geluk als je hongert en dorst naar gerechtigheid? Zijn de barmhartigen, de zuiveren van hart, de vredestichters of de vervolgden echt gelukkig? Het lijkt erop dat de belofte van geluk vooral betrekking heeft op een vervulling in de toekomst, in een leven na dit aardse bestaan. De zaligsprekingen verwijzen echter niet alleen naar een toekomstig leven, maar ook naar het rijk Gods dat met de komst van Jezus al hier op aarde is aangebroken. Hij is zelf de belichaming van dat Rijk.

God roept ons tot zijn gelukzaligheid door onze verbondenheid met Jezus in het geloof. Jezus zelf zei dat wie in Hem gelooft het eeuwige leven heeft en dat wie naar Hem komt, geen honger of dorst meer zal hebben. Jezus is de zachtmoedige, de zuivere van hart, en Hij brengt vrede. Hij is ook degene die omwille van gerechtigheid werd vervolgd.

Centraal in de zaligsprekingen staat de barmhartigheid: “Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.” Barmhartigheid verbindt ons met God en opent ons hart voor de hoop dat we onvoorwaardelijk bemind worden, ondanks onze zonden.

In de parabel van het laatste oordeel toonde Jezus dat alles wat we voor de minste van onze broeders en zusters doen, we voor Hem doen. Zo worden wij geroepen om barmhartig te zijn, zoals onze hemelse Vader barmhartig is.

De zaligsprekingen wijzen ons op het uiteindelijke doel waartoe God ons roept: zijn Koninkrijk, het aanschouwen van God en het eeuwige leven. Maar dit geluk is al bereikbaar in ons aardse leven, zoals de heiligen het hebben ervaren, zij het niet zonder vervolging en verdriet. Ze leren ons dat ware geluk niet ligt in rijkdom of macht, maar in God alleen. Ons geluk ligt in de verbondenheid met Jezus, die voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven is.

In geloof ontvangen we dit geluk al, want nu reeds zijn wij kinderen van God. Maar tegelijk groeien we toe naar de volheid van dit geluk, waarin we eens Hem zullen zien zoals Hij is, samen met alle heiligen. Amen.

29ste Zondag door het jaar

29ste zondag door het jaar, B, 2024

Inleiding

Kinderen spelen soms het spel waarbij ze elkaars lengte vergelijken. Ze gaan naast elkaar staan en kijken wie groter is. Vaak blijft het niet bij een eenvoudig spelletje en proberen ze elkaar te overtreffen: ik ben beter, mooier, rijker dan jij. Ik kan beter zwemmen, haal hogere cijfers, en heb duurder speelgoed. Achter dit vergelijken schuilt telkens dezelfde wens: groter zijn dan de ander.

Opmerkelijk genoeg blijven volwassenen dit spel spelen, maar dan veel fanatieker en subtieler dan kinderen. “Ik verdien meer dan jij,” “ik heb meer invloed,” “ik word meer gerespecteerd en heb betere contacten.” Ook hier draait het om dezelfde wens: de ander overtreffen.

Bezinning

Onder de vrienden van Jezus ontstond een discussie over wie de beste plaats zou krijgen in het Rijk van God. Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, vroegen Jezus: “Geef dat een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerzijde mag zitten in uw glorie.” Met andere woorden, wanneer U regeert in het Koninkrijk van God, willen wij ook macht en invloed hebben. Ze voelden zich geroepen om dicht bij Hem te staan, en verwachtten dat het hen toekwam om zijn rechter- en linkerhand te zijn.

Deze vraag stelden ze, ondanks dat Jezus hen net had verteld over zijn lijden en sterven: “Ze zullen Mij bespotten, bespuwen, geselen en doden.” Toch leek hun aandacht vooral gericht op zijn laatste opmerking: “En na drie dagen zal Ik verrijzen.” Mogelijk maakte dit hen bezorgd over hun eigen toekomst en wilden ze hun positie veiligstellen voor na Jezus’ Verrijzenis, zelfs als dat ten koste zou gaan van de andere leerlingen.

De reactie van de andere leerlingen was begrijpelijk: ze werden boos toen ze hoorden wat Jakobus en Johannes vroegen. Ze zagen het als een brutale vraag en voelden zich misschien zelf gepasseerd. Wat ze niet beseften, was dat hun ergernis hetzelfde verlangen naar erkenning en macht verraadde. Ook zij wilden graag de eersten zijn.

Jezus maakt duidelijk dat het in zijn Koninkrijk anders moet zijn dan in de wereld. Bij de machthebbers van de volken draait het om macht en heersen met een harde hand, maar bij zijn volgelingen draait het om nederigheid en dienstbaarheid. “Wie van jullie groot wil zijn, moet dienaar zijn,” zei Hij. Het gaat er niet om wie de meeste macht heeft, maar om wie bereid is anderen te dienen. In het Rijk van God is dienen belangrijker dan heersen, en liefde is waardevoller dan macht.

Om dit te verduidelijken, kunnen we een verhaal aanhalen van de Russische schrijver Leo Tolstoj. Drie vrouwen gingen water halen bij een bron. Terwijl ze daar hun emmers vulden, spraken ze vol trots over hun zonen. De eerste zei: “Mijn zoon is heel behendig, hij overtreft alle andere jongens in het dorp.” De tweede zei: “Mijn zoon heeft een prachtige stem, wanneer hij zingt, luisteren de mensen vol bewondering.” De derde vrouw bleef stil. Toen de anderen haar vroegen waarom, antwoordde ze: “Mijn zoon is een gewone jongen, maar ik hoop dat hij zich in het leven zal redden.”

De vrouwen liepen naar huis, maar moesten onderweg stoppen omdat de emmers te zwaar werden. Op dat moment kwamen hun zonen aan. De eerste deed acrobatische sprongen, en de vrouwen riepen uit: “Wat is hij lenig!” De tweede begon te zingen, en de vrouwen luisterden ontroerd. De derde zoon liep naar zijn moeder, nam zonder een woord te zeggen haar emmers over en droeg ze naar huis. Toen de vrouwen aan een oude man vroegen wat hij van hun zonen vond, antwoordde hij: “Ik zie er maar één.”

Deze vertelling laat zien wat Jezus bedoelt: ware grootheid ligt niet in prestaties of bekwaamheid, maar in de bereidheid om te dienen. Dit is hoe we een echte gelovige herkennen: niet aan macht of aanzien, maar aan dienende liefde.

Zoals Paulus het zegt: “Geloof, hoop en liefde is het belangrijkste, maar de grootste van deze drie blijft de liefde.” Laten we daarom proberen samen te groeien in dienende liefde, zoals Jezus het ons heeft voorgeleefd. Amen.

28ste zondag door het Jaar

28ste zondag door het jaar, B, 2024

Eerste lezing: Wijsh. 7,7-11; Tweede lezing: Hebr. 4, 12-13; Evangelie: Mc. 10,17-30

Inleiding

Het evangelieverhaal van de rijke jongeling van deze morgen fungeert als een spiegel voor velen van ons. Deze jongeman, die welvarend is en zoekend naar zingeving, vertoont gelijkenissen met de doorsnee-gelovige vandaag de dag. Ondanks zijn materiële rijkdom verlangt hij naar iets dat verder gaat dan het aardse: het eeuwige leven bij God. Hij zoekt antwoorden op de grote vragen van het leven en hoopt deze te vinden bij Jezus, waarin hij duidelijk vertrouwen stelt. Maar hoe bereikt hij dat? Hoe kan hij in contact komen met de eeuwige God?

Preek

Jezus antwoordt de rijke jongeling in eerste instantie door de bekende geboden te noemen: “Gij zult niet doden, gij zult niet stelen,” en andere voorschriften die iedereen die opgroeit binnen het geloof wel kent. Deze geboden zijn bedoeld om richting te geven aan een goed en rechtvaardig leven. Veel mensen herinneren zich deze nog uit hun catechismus of de Tien Geboden die we vroeger leerden. De jongeman, vol vertrouwen, antwoordt dat hij deze geboden al van jongs af aan heeft nageleefd. Voor hem zijn deze regels de weg naar het eeuwige leven.

Op dat moment lijkt het gesprek afgesloten. De vraag van de jongeling lijkt beantwoord: hij leeft volgens de voorschriften, dus zou de weg naar het eeuwige leven voor hem open moeten liggen. Maar Jezus neemt dan een onverwachte wending. Hij kijkt de jongeling liefdevol aan, en ineens verandert alles. Wat begon als een formeel gesprek over regels, verandert in een diepere, persoonlijke ontmoeting. Jezus kijkt voorbij de geboden en richt zich op het hart van de jongeman. Dit is waar de kern van het geloof ligt: een persoonlijke relatie met Jezus, waarin je door Zijn liefde wordt geraakt.

Jezus maakt duidelijk dat geloven niet slechts het volgen van regels inhoudt. Het vraagt om een radicale keuze: alles loslaten en Hem volgen. Voor de rijke jongeling betekent dit letterlijk afstand doen van alles wat hij bezit. Jezus zegt tegen hem: “Verkoop alles wat je hebt, geef het aan de armen, kom dan terug en volg Mij.” Deze oproep is niet alleen voor de jongeman bedoeld, maar geldt ook voor ons allemaal. Geloven betekent je volledig overgeven en loslaten wat je vastbindt, vooral je materiële bezittingen en egoïstische verlangens. Jezus vraagt de jongeling om zijn liefde voor God te tonen door te delen met anderen, vooral met degenen die het minder hebben.

Op dat moment struikelt de jongeling. Hij kan zijn rijkdom niet loslaten. Zijn bezittingen hebben een te sterke greep op hem, en dit belemmert hem om Jezus te volgen. Verdrietig vertrekt hij, omdat hij de radicale stap die Jezus van hem vraagt niet kan nemen. Zijn gehechtheid aan zijn bezit staat in de weg van een diepere relatie met Jezus en groei in geloof.

Het verhaal van de rijke jongeling laat ons zien dat geloven begint met een persoonlijke ontmoeting met Jezus. Zijn liefdevolle blik raakt ons, maar Zijn liefde vraagt ook om een antwoord. Het naleven van geboden alleen is niet genoeg; de liefde van Jezus vraagt om daden. Daden van medeleven, delen, en zorg voor de ander, vooral voor de armen en behoeftigen.

Maar is dat niet te veel gevraagd? Als geloven inhoudt dat we alles moeten loslaten om Jezus te volgen, lijkt dat een zware opgave. Toch vraagt Jezus dit van iedereen die Hij liefdevol aankijkt, en dat zijn wij allemaal? Hij vraagt ons niet alleen om regels te volgen, maar om ons leven in te richten naar Zijn liefde en de liefde voor onze naaste. Amen.

27ste zondag door het jaar 2024

27ste zondag door het jaar, B, 2024

Inleiding

De eerste lezing van deze zondag is genomen uit het scheppingsverhaal volgens het boek Genesis. Aan het eind van de voorafgaande vijf scheppingsdagen staat daarin telkens opgetekend: ”… en God zag dat het goed was”. Nadat God de mens geschapen had op de zesde dag, horen we echter in de eerste zin van de eerste lezing van vandaag, dat God zag dat het niet goed was. Pas na het scheppen van de vrouw als een “hulp die bij hem past” is de mens als man en vrouw een complete en onverbreekbare eenheid naar Gods bedoeling. Die bedoeling van God wordt door Jezus in het heilig evangelie van vandaag nog eens nadrukkelijk bevestigd en is door de Kerk van alle eeuwen als constante leer verkondigd, waarvoor zelfs velen bereid waren de marteldood te sterven. Als we ons ervan bewust zijn dat we Gods bedoelingen over huwelijk, seksualiteit en gezin te weinig beleefd en verkondigd hebben, dan belijden we daarover onze schuld en vragen we om vergeving aan God en aan elkaar.

Eerste lezing: Gen. 2,18-24.

De HEER God sprak: ‘Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past.’ Toen boetseerde de HEER God uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht, en bracht die bij de mens, om te zien hoe hij ze zou noemen: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten. De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren en aan alle vogels van de lucht, en aan al de wilde beesten; maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet. Toen liet de HEER God de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep, nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. En de HEER God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens. Toen zei de mens: ‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen.’ Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn.

H. Evangelie: Mc. 10,2-16.

Er kwamen farizeeën op Hem af met de vraag of een man zijn vrouw mag verstoten; ze wilden Hem op de proef stellen. Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wat heeft Mozes u voorgeschreven?’ Ze zeiden: ‘Mozes heeft toegestaan een scheidingsakte te schrijven en haar dan te verstoten.’ Daarop zei Jezus hun: ‘Omdat u verstokt van hart bent, heeft Mozes u dat voorgeschreven. Maar vanaf het begin van de schepping heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus: wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’ Thuisgekomen vroegen de leerlingen Hem opnieuw hierover. Hij zei hun: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt echtbreuk tegenover haar, en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij echtbreuk.’ Ze brachten kinderen bij Hem met de bedoeling dat Hij hen zou aanraken. Maar de leerlingen wezen hen terecht. Toen Jezus dat zag, werd Hij verontwaardigd: ‘Laat die kinderen bij Me komen, en houd hen niet tegen, want van zulke kinderen is het koninkrijk van God. Ik verzeker jullie, wie het koninkrijk van God niet aanneemt als een kind, komt er beslist niet in.’ Hij omarmde hen en zegende hen, terwijl Hij hun de handen oplegde.

Preek

Het Hart van God

We leven in een geseculariseerde wereld, dat wil zeggen: in een wereld waar liefst niet al te veel over God gesproken wordt. Allerlei instellingen, levenspatronen enz. die met God en godsdienst te maken hebben, worden zoveel mogelijk teruggedrongen. Namen van scholen, organisaties, ziekenhuizen, bejaardentehuizen, instellingen die voorheen nog aan het heilige of de heiligen deden denken, zijn in die zin niet meer herkenbaar. Kruisbeelden in huizen, momenten van gezamenlijk gebed in huis, zijn eerder uitzondering dan regel. Enkele jaren geleden gaf ik een aanstaand bruidspaar wat teksten mee voor hun huwelijksmis. De volgende keer toen ze bij mij terugkwamen hadden ze de tekst die ze uitgekozen hadden dusdanig veranderd dat er het woord God niet meer in voorkwam. God geschrapt!

Wanneer je de wereld anno 2024 gadeslaat, dan kom je tot de conclusie dat een en ander niet zonder gevolgen blijft, wanneer we O.L. Heer uit ons leven samen met elkaar uitbannen. In sommige kringen worden priesters beschouwd als lastige lieden omdat – nog voordat ze een woord gezegd hebben – ze naar God verwijzen. Ik vermoed dat het in sommige kringen not-done is wanneer je een beroep doet op een priester, wanneer je een beroep doet op je kerk, parochie of godsdienst. Het wordt dan afgedaan als ouderwets, niet van deze tijd. Dat schrappen van God in het leven gebeurt natuurlijk niet van de een op de andere dag. Het is een geleidelijk proces: iedere dag een beetje minder God, iedere week een beetje minder kerk. En van regeringswege, incluis de plaatselijke politiek, wordt het alleen maar gestimuleerd.

Denkt u maar eens aan de verwezenlijking van de plannen om de zondag als dag des Heren te schrappen; denken we aan de koopzondag en dergelijke. Dat schrappen van God uit het dagelijkse en gemeenschappelijke leven kan natuurlijk niet zonder gevolgen blijven. Je ziet veel tekenen van des-organisatie in het openbare leven, in huwelijk, gezin en families: ontbindingsverschijnselen.

Steeds minder bespeuren we daar de bereidheid om te leven vanuit de Heer, Die is de alles verbindende band van Liefde waaruit mensen pas echt kunnen leven: die relatie tot God. En wanneer die band er niet meer is, dan is er ont-binding: ontbinding in de relatie tot God, ontbinding in de relatie tot je medemensen, ontbinding in je relatie van je huwelijk met je man of je vrouw: God is echter een liefdevolle Vader van ons allen. Hij is oerbegin van ons bestaan, onze levensdraad, onze Schepper en Herschepper. Hij is de Bouwheer van heel de wereld, van alles wat ademt en leeft. Het lijkt erop alsof velen dit bouwwerk niet meer nodig hebben en zich een eigen huis bouwen, los van God. Het lijkt erop alsof velen zich eigen godjes zoeken, allemaal verschillende, en dus los komen te staan van O.L. Heer en dus ook van elkaar: ontbinding.

Mensen schrappen God inderdaad definitief weg uit hun leven. Dat kan niet zonder gevolgen blijven, zoals we horen in de volgende eigentijdse parabel: “Een spin leefde tevreden in baar web totdat iemand zei: Je moet gaan rationaliseren, alles wat niet meer dient moet je afbreken en opruimen. De spin ging direct aan de slag en inspecteerde haar web: maar geen enkele draad was overbodig, ze schenen allemaal nodig te zijn voor de vangst van haar prooi. Ze zocht en zocht verder totdat ze tenslotte een draad vond die kaarsrecht naar boven liep. Dat leek haar een schijnbaar nutteloze draad. Dus weg ermee. Ze beet hem door… en haar hele web stortte in elkaar. Het was de draad waaraan het hele web hing.” Die schijnbaar nutteloze draad is de levensdraad die ons verbindt met God.

Naar het heilig evangelie van deze dag. Aan Jezus werd de vraag gesteld: “Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?” Daarmee wilden de Farizeeën Jezus op de proef stellen. Ze stellen niet zomaar een vraag, maar ze willen Jezus uitdagen en kijken of ze Hem ergens van kunnen beschuldigen. Namelijk dat Hij ofwel tegen het gebod van God ofwel tegen de wet van Mozes ingaat; ofwel om met Hem te kunnen discussiëren om welke reden zo’n scheidingsbrief dan wel of niet zou kunnen worden opgesteld. Jezus doorziet hun onoprechtheid en zegt dat de bepaling van Mozes is gekomen om de hardheid van hun hart, maar dat de bedoeling van God vanaf het begin heel anders was…

Het Hart van God is een hart van liefde en barmhartigheid; van onbaatzuchtigheid, van vrijheid en vergeving. Het Hart van God is niet hard, maar zacht. Het Hart van Jezus is eveneens zo: vol liefde, vol overgave, trouw, zachtmoedig, geduldig en vergevingsgezind.

Wij allen hebben een hart; een hart waarin goedheid kan wonen en waarin plaats mag zijn voor oprechte, trouwe liefde: vragen wij O.L. Heer in deze H. Mis om zo’n zachtmoedig en liefdevol hart, zodat wij elkaar steunen in ons gegeven woord, in onze relatie met elkaar en met God. Wat God verbonden heeft mag een mens niet scheiden: noch de liefde tot de medemens, noch de liefde tot God en Zijn Kerk.

Voorbede:

Bidden wij in geloof tot God, die de oorsprong is van alle liefde tussen mensen: dat de Kerk als bruid van de Heer altijd de trouw voorleeft en de goddelijke liefde gestalte blijft geven in haar woorden en werken;

– dat de gehuwden hun liefde naar Gods beeld mogen ontplooien en trouw mogen blijven ondanks de moeilijkheden en beproevingen van alledag;
– dat onze parochiegemeenschap een voorbeeld moge zijn van het bruidsverbond dat God met zijn mensen is aangegaan;
– dat de wereld mag openstaan voor het liefdesaanbod van God en dat zij meer en meer wordt geraakt door Gods liefde, die niet ophoudt zijn schepselen te beminnen;
– dat de zieken en noodlijdenden in onze gemeenschap onze steun en liefde mogen ervaren als teken van Gods nabijheid;
– dat onze dierbare overledenen mogen delen in de vreugde van het hemels bruiloftsmaal.

God, in de verkondiging van Christus hebt U uw liefde voor ons geopenbaard. Verhoor onze gebeden en laat de heilige Geest ons de weg van het leven leren, zodat wij met alle gelovigen de volledige eenheid met U tegemoet mogen gaan. Dat vragen wij U door Christus onze Heer. Amen.

Vgl. ‘Bezinning op het woord’, Inleiding in de liturgie van iedere dag, Roermond, oktober 2012, blz. 14-15. Idem, oktober 2018, blz. 16-17.