27ste zondag door het jaar 2024

27ste zondag door het jaar, B, 2024

Inleiding

De eerste lezing van deze zondag is genomen uit het scheppingsverhaal volgens het boek Genesis. Aan het eind van de voorafgaande vijf scheppingsdagen staat daarin telkens opgetekend: ”… en God zag dat het goed was”. Nadat God de mens geschapen had op de zesde dag, horen we echter in de eerste zin van de eerste lezing van vandaag, dat God zag dat het niet goed was. Pas na het scheppen van de vrouw als een “hulp die bij hem past” is de mens als man en vrouw een complete en onverbreekbare eenheid naar Gods bedoeling. Die bedoeling van God wordt door Jezus in het heilig evangelie van vandaag nog eens nadrukkelijk bevestigd en is door de Kerk van alle eeuwen als constante leer verkondigd, waarvoor zelfs velen bereid waren de marteldood te sterven. Als we ons ervan bewust zijn dat we Gods bedoelingen over huwelijk, seksualiteit en gezin te weinig beleefd en verkondigd hebben, dan belijden we daarover onze schuld en vragen we om vergeving aan God en aan elkaar.

Eerste lezing: Gen. 2,18-24.

De HEER God sprak: ‘Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past.’ Toen boetseerde de HEER God uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht, en bracht die bij de mens, om te zien hoe hij ze zou noemen: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten. De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren en aan alle vogels van de lucht, en aan al de wilde beesten; maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet. Toen liet de HEER God de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep, nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. En de HEER God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens. Toen zei de mens: ‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen.’ Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn.

H. Evangelie: Mc. 10,2-16.

Er kwamen farizeeën op Hem af met de vraag of een man zijn vrouw mag verstoten; ze wilden Hem op de proef stellen. Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wat heeft Mozes u voorgeschreven?’ Ze zeiden: ‘Mozes heeft toegestaan een scheidingsakte te schrijven en haar dan te verstoten.’ Daarop zei Jezus hun: ‘Omdat u verstokt van hart bent, heeft Mozes u dat voorgeschreven. Maar vanaf het begin van de schepping heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus: wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’ Thuisgekomen vroegen de leerlingen Hem opnieuw hierover. Hij zei hun: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt echtbreuk tegenover haar, en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij echtbreuk.’ Ze brachten kinderen bij Hem met de bedoeling dat Hij hen zou aanraken. Maar de leerlingen wezen hen terecht. Toen Jezus dat zag, werd Hij verontwaardigd: ‘Laat die kinderen bij Me komen, en houd hen niet tegen, want van zulke kinderen is het koninkrijk van God. Ik verzeker jullie, wie het koninkrijk van God niet aanneemt als een kind, komt er beslist niet in.’ Hij omarmde hen en zegende hen, terwijl Hij hun de handen oplegde.

Preek

Het Hart van God

We leven in een geseculariseerde wereld, dat wil zeggen: in een wereld waar liefst niet al te veel over God gesproken wordt. Allerlei instellingen, levenspatronen enz. die met God en godsdienst te maken hebben, worden zoveel mogelijk teruggedrongen. Namen van scholen, organisaties, ziekenhuizen, bejaardentehuizen, instellingen die voorheen nog aan het heilige of de heiligen deden denken, zijn in die zin niet meer herkenbaar. Kruisbeelden in huizen, momenten van gezamenlijk gebed in huis, zijn eerder uitzondering dan regel. Enkele jaren geleden gaf ik een aanstaand bruidspaar wat teksten mee voor hun huwelijksmis. De volgende keer toen ze bij mij terugkwamen hadden ze de tekst die ze uitgekozen hadden dusdanig veranderd dat er het woord God niet meer in voorkwam. God geschrapt!

Wanneer je de wereld anno 2024 gadeslaat, dan kom je tot de conclusie dat een en ander niet zonder gevolgen blijft, wanneer we O.L. Heer uit ons leven samen met elkaar uitbannen. In sommige kringen worden priesters beschouwd als lastige lieden omdat – nog voordat ze een woord gezegd hebben – ze naar God verwijzen. Ik vermoed dat het in sommige kringen not-done is wanneer je een beroep doet op een priester, wanneer je een beroep doet op je kerk, parochie of godsdienst. Het wordt dan afgedaan als ouderwets, niet van deze tijd. Dat schrappen van God in het leven gebeurt natuurlijk niet van de een op de andere dag. Het is een geleidelijk proces: iedere dag een beetje minder God, iedere week een beetje minder kerk. En van regeringswege, incluis de plaatselijke politiek, wordt het alleen maar gestimuleerd.

Denkt u maar eens aan de verwezenlijking van de plannen om de zondag als dag des Heren te schrappen; denken we aan de koopzondag en dergelijke. Dat schrappen van God uit het dagelijkse en gemeenschappelijke leven kan natuurlijk niet zonder gevolgen blijven. Je ziet veel tekenen van des-organisatie in het openbare leven, in huwelijk, gezin en families: ontbindingsverschijnselen.

Steeds minder bespeuren we daar de bereidheid om te leven vanuit de Heer, Die is de alles verbindende band van Liefde waaruit mensen pas echt kunnen leven: die relatie tot God. En wanneer die band er niet meer is, dan is er ont-binding: ontbinding in de relatie tot God, ontbinding in de relatie tot je medemensen, ontbinding in je relatie van je huwelijk met je man of je vrouw: God is echter een liefdevolle Vader van ons allen. Hij is oerbegin van ons bestaan, onze levensdraad, onze Schepper en Herschepper. Hij is de Bouwheer van heel de wereld, van alles wat ademt en leeft. Het lijkt erop alsof velen dit bouwwerk niet meer nodig hebben en zich een eigen huis bouwen, los van God. Het lijkt erop alsof velen zich eigen godjes zoeken, allemaal verschillende, en dus los komen te staan van O.L. Heer en dus ook van elkaar: ontbinding.

Mensen schrappen God inderdaad definitief weg uit hun leven. Dat kan niet zonder gevolgen blijven, zoals we horen in de volgende eigentijdse parabel: “Een spin leefde tevreden in baar web totdat iemand zei: Je moet gaan rationaliseren, alles wat niet meer dient moet je afbreken en opruimen. De spin ging direct aan de slag en inspecteerde haar web: maar geen enkele draad was overbodig, ze schenen allemaal nodig te zijn voor de vangst van haar prooi. Ze zocht en zocht verder totdat ze tenslotte een draad vond die kaarsrecht naar boven liep. Dat leek haar een schijnbaar nutteloze draad. Dus weg ermee. Ze beet hem door… en haar hele web stortte in elkaar. Het was de draad waaraan het hele web hing.” Die schijnbaar nutteloze draad is de levensdraad die ons verbindt met God.

Naar het heilig evangelie van deze dag. Aan Jezus werd de vraag gesteld: “Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?” Daarmee wilden de Farizeeën Jezus op de proef stellen. Ze stellen niet zomaar een vraag, maar ze willen Jezus uitdagen en kijken of ze Hem ergens van kunnen beschuldigen. Namelijk dat Hij ofwel tegen het gebod van God ofwel tegen de wet van Mozes ingaat; ofwel om met Hem te kunnen discussiëren om welke reden zo’n scheidingsbrief dan wel of niet zou kunnen worden opgesteld. Jezus doorziet hun onoprechtheid en zegt dat de bepaling van Mozes is gekomen om de hardheid van hun hart, maar dat de bedoeling van God vanaf het begin heel anders was…

Het Hart van God is een hart van liefde en barmhartigheid; van onbaatzuchtigheid, van vrijheid en vergeving. Het Hart van God is niet hard, maar zacht. Het Hart van Jezus is eveneens zo: vol liefde, vol overgave, trouw, zachtmoedig, geduldig en vergevingsgezind.

Wij allen hebben een hart; een hart waarin goedheid kan wonen en waarin plaats mag zijn voor oprechte, trouwe liefde: vragen wij O.L. Heer in deze H. Mis om zo’n zachtmoedig en liefdevol hart, zodat wij elkaar steunen in ons gegeven woord, in onze relatie met elkaar en met God. Wat God verbonden heeft mag een mens niet scheiden: noch de liefde tot de medemens, noch de liefde tot God en Zijn Kerk.

Voorbede:

Bidden wij in geloof tot God, die de oorsprong is van alle liefde tussen mensen: dat de Kerk als bruid van de Heer altijd de trouw voorleeft en de goddelijke liefde gestalte blijft geven in haar woorden en werken;

– dat de gehuwden hun liefde naar Gods beeld mogen ontplooien en trouw mogen blijven ondanks de moeilijkheden en beproevingen van alledag;
– dat onze parochiegemeenschap een voorbeeld moge zijn van het bruidsverbond dat God met zijn mensen is aangegaan;
– dat de wereld mag openstaan voor het liefdesaanbod van God en dat zij meer en meer wordt geraakt door Gods liefde, die niet ophoudt zijn schepselen te beminnen;
– dat de zieken en noodlijdenden in onze gemeenschap onze steun en liefde mogen ervaren als teken van Gods nabijheid;
– dat onze dierbare overledenen mogen delen in de vreugde van het hemels bruiloftsmaal.

God, in de verkondiging van Christus hebt U uw liefde voor ons geopenbaard. Verhoor onze gebeden en laat de heilige Geest ons de weg van het leven leren, zodat wij met alle gelovigen de volledige eenheid met U tegemoet mogen gaan. Dat vragen wij U door Christus onze Heer. Amen.

Vgl. ‘Bezinning op het woord’, Inleiding in de liturgie van iedere dag, Roermond, oktober 2012, blz. 14-15. Idem, oktober 2018, blz. 16-17.

Zondag van week 26

26e zondag door het jaar, B, 2024

Inleiding

Beste parochianen, van harte welkom bij deze Heilige Mis. We willen samen tot rust komen en ons bezinnen op God, de Bron van al het goede dat we deze week hebben mogen ontvangen. God wijst ons deze ochtend opnieuw de weg voor de week die voor ons ligt.

Bezinning

“Wij hebben allemaal een eigen manier van denken, die vaak samenhangt met ons karakter. Ook Jezus, die Mens werd en nog steeds is, had een karakter en een bepaalde manier van denken. Hoe dacht Hij als Zoon van God?

Als we het evangelie van vandaag lezen, zien we dat Jezus uitersten in zich verenigde. Hij maakte van kleine goede daden iets groots. Zelfs als je iemand alleen maar een beker koud water geeft omdat die persoon bij Christus hoort, zul je daarvoor beloond worden. Tegelijkertijd waarschuwt Hij in scherpe bewoordingen tegen het veroorzaken van zonde bij een gelovig kind; Hij spreekt zelfs over een molensteen om je hals als straf.

De apostelen, die vóór Pasen en Pinksteren in de leerschool van Jezus zaten, begrepen zijn woorden vaak niet. Pas na zijn verrijzenis werden hun ogen geopend om de Schriften te begrijpen. Ze herinnerden zich wat Jezus had gezegd en begrepen de betekenis ervan. Toch heeft geen enkele apostel uitspraken zoals het afhakken van een hand of voet letterlijk genomen.

Wat Jezus bedoelde, is dat je in je keuze voor of tegen God niet halfslachtig kunt zijn. Er is geen middenweg. Met zijn strenge woorden maakte Hij duidelijk hoe belangrijk die keuze is. Ons leven met God, en met zijn grote mensenfamilie, is veel waardevoller dan onze hand, voet of oog.

In ons dagelijks leven, bijvoorbeeld op het werk, zijn mensen bereid veel op te offeren voor succes. Ze studeren jarenlang voor een goede baan en een hoog salaris.

Als een dokter ons vertelt dat we langer kunnen leven, mits we gezonder eten, meer bewegen, minder stress hebben en stoppen met roken, zijn de meeste mensen bereid hun leven drastisch te veranderen. Waarom zouden wij dan niet bereid zijn offers te brengen voor iets dat veel groter is: het eeuwige geluk van leven met God in de Hemel?

Soms denken we misschien dat zo’n radicale keuze te moeilijk voor ons is, dat die alleen voor apostelen en heiligen is weggelegd. In het evangelie van vandaag dachten de apostelen dat zij alléén de macht hadden om een duivel uit te drijven. Maar Jezus antwoordde kalm: “Belet het die man niet, want iemand die in mijn naam een wonder doet, zal niet snel kwaad over Mij spreken.” Hiermee liet Hij zien dat iedereen grootse daden kan verrichten, niet alleen de apostelen.

In de Kerk hebben we allemaal verschillende taken. Niet iedereen is pastoor of koster, en niet iedereen verzorgt de bloemen. Toch is iedereen geroepen tot grote daden, en God kan ons de kracht geven om ze te verrichten, als we maar willen en bidden om de Geest die leven geeft.

Gods Woord zegt dat het Koninkrijk van God komt met geweldige kracht, en dat alleen de vastberadenen er deel van kunnen worden. Vastberaden in de zin van moedig en standvastig, niet per se knap of intelligent. Het zijn mensen die durven beslissen en zichzelf durven veranderen.

Jezus volgen betekent dat je de moed hebt om beslissingen te nemen en je leven te veranderen. Een goede beslissing voor vandaag zou kunnen zijn: “God en Vader, vanaf vandaag draait het niet meer om mij, maar om U en mijn medemensen. Ik wil U eren en mijn naaste helpen.” Als we dit aandurven, zullen we zeker beloond worden. Amen.

Zondag van week 24

24e zondag door het jaar B 2024

Wie zeggen de mensen dat Ik ben?

Het lijkt misschien alsof Jezus een simpele vraag stelt, maar er zit een diepere reden achter. Hij is door het land gereisd, heeft goede dingen gedaan, lammen laten lopen, blinden laten zien en melaatsen genezen. Hij heeft gesproken over het Koninkrijk van God, maar dit lijkt de mensen niet echt tot nadenken te hebben gebracht. Ze zagen Hem vooral als een wonderdoener die hun zieken genas. Overal brachten ze hun zieken naar Hem, en Jezus genas hen. De mensen luisterden aandachtig naar Zijn woorden, want Hij sprak anders dan de schriftgeleerden en farizeeën. Sommigen wilden Hem zelfs tot koning maken, maar daarna vergaten ze Hem weer.

“Wie zeggen de mensen dat Ik ben?”

Er waren echter ook mensen die zo onder de indruk waren dat ze zich afvroegen: “Wie is deze Jezus, die zo veel zorg heeft voor de zieken en zwakken?” Voor ons is dit geen vraag meer, want wij geloven dat Hij de Zoon van God is. Petrus gaf het juiste antwoord, maar dat antwoord is meer dan een simpele respons op een vraag. Wie in Jezus gelooft, moet dat ook laten zien in zijn daden.

In de eerste lezing horen we: “Wat heeft het voor zin als iemand zegt dat hij gelooft, maar dit niet laat zien door zijn daden?” Wat betekent het geloof als iemand alleen voor zichzelf gelooft, met als enige doel zijn eigen redding?

Jakobus heeft dit duidelijk gemaakt: stel dat iemand honger heeft, en een ander zegt alleen maar: “Succes, eet goed,” maar doet verder niets om te helpen. Zo’n geloof is dood als het zich niet uit in daden. Misschien zegt iemand: “Ik heb geloof, en jij hebt de daden.” Jakobus zegt dan: “Laat maar zien dat je geloof hebt; ik zal mijn geloof laten zien door wat ik doe.”

Geloof en liefde horen bij elkaar; ze zijn als twee kanten van dezelfde munt. We mogen laten zien dat ons geloof niet alleen in de kerk wordt beleefd, maar dat het zichtbaar wordt door onze vriendelijkheid en zorg voor zieken en mensen in nood.

Het is vaak de roeping van mensen met een kerkelijke achtergrond om zich in te zetten voor hun medemens. Regelmatig wordt hen gevraagd: “Waarom geef je om de armen, de zieken en hen die in nood verkeren?”

Het is inspirerend wanneer iemand zijn eigen belang opzijzet, zijn vrije tijd offert voor het welzijn van anderen, en altijd bereid is om te helpen. Dit getuigenis van geloof roept vragen op, net zoals bij Jezus: “Wie is hij of zij, dat hij/zij zoveel zorg draagt voor zieken en kwetsbaren?”

Dank

Ik wil op deze plaats mijn dank uitspreken aan allen die zich met zoveel toewijding inzetten voor de zieken en eenzamen binnen onze parochie. Uw zorg en betrokkenheid maken een verschil. Moge God uw inzet overvloedig zegenen.

Preek van week 23

23ste zondag door het jaar, jaar B, 2024

Inleiding

Op deze ochtend zien we hoe Jezus een man uit zijn eenzaamheid haalt. Wanneer we in de kerk samenkomen, voelen we ons verbonden met elkaar en de hele Kerk. Het is Christus die ons bij elkaar brengt. Hij raakt ons aan en wil ons openen. Hij zegt: “Effata,” wat betekent: “Ga open!” Laten we vandaag luisteren naar zijn woorden en ons hart openstellen voor wat God ons wil zeggen.

Preek

Sommige woorden, zoals “wow”, “super” en “crazy”, drukken verbazing uit en worden vaak onvertaald gebruikt. Ze horen bij de taal van de jongeren en hun cultuur.

In het evangelie van vandaag komt er ook zo’n woord voor dat onvertaald is gebleven omdat het zo’n sterke impact had: “Effeta”, wat betekent “Ga open”. Jezus spreekt dit woord uit tegen een man die doofstom is. Dit betekent letterlijk dat zijn oren opengaan, en hij kan weer horen en spreken. Dit moment verandert het leven van de man volledig; hij kan eindelijk communiceren met de mensen om hem heen. Jezus schenkt hem genezing en verlossing.

Doofstom zijn wordt vaak als een van de meest eenzame vormen van beperking gezien. Iemand die niet kan horen of spreken, voelt zich vaak afgesneden van de wereld. Hij ziet mensen lachen, maar weet niet waarom. Hij ziet anderen huilen, maar begrijpt niet wat er aan de hand is. Deze isolatie maakt dat hij niet kan deelnemen aan het leven en aan de vreugde of het verdriet van anderen. Hij staat letterlijk aan de zijlijn van het leven, afgesloten van de mensen om hem heen.

In het evangelie komt Jezus een doofstomme man tegen in een gebied dat de Decapolis heet. Dit is geen Joods gebied en de mensen die hier wonen worden door de Joden gezien als heidenen en ongelovigen. Toch sluit Jezus deze mensen niet uit, ook al doen anderen dat wel. Jezus ziet de nood van de mensen, ook van deze doofstomme man. Terwijl de Joden geen aandacht aan hem besteden, denkt Jezus niet zoals zij. Hij ziet niet alleen de fysieke beperking van de man, maar ook zijn eenzaamheid en pijn. Daarom zegt Hij: “Effeta” – “Ga open”. Hiermee geeft Hij deze man niet alleen zijn gehoor terug, maar laat Hij hem ook weer deel uitmaken van de wereld en de mensen om hem heen.

Jezus spreekt dit woord echter niet alleen tot deze ene man. “Effeta” is een boodschap voor ons allemaal. Het betekent dat we ons moeten openstellen, niet alleen voor God, maar ook voor de mensen om ons heen. Soms kunnen we doof zijn, niet alleen fysiek, maar in ons hart. We kunnen gesloten zijn voor Gods boodschap en voor de verantwoordelijkheid die ons geloof met zich meebrengt. Er zijn zoveel mensen in de wereld die doof zijn voor de stem van hun geweten en voor de noden van anderen. Ze handelen zonder mededogen, zonder rekening te houden met de gevolgen voor anderen.

We leven in een samenleving waar vaak ieder voor zich leeft. Onze harten zijn vaak gesloten, alleen gericht op ons eigen voordeel. Maar Jezus roept ons op om open te gaan, om aandacht te hebben voor de mensen om ons heen. Hoeveel mensen leven er eenzaam, in hun huizen, in onze straten? Jezus ziet deze mensen en roept ons op om hetzelfde te doen. We moeten luisteren naar de noden van anderen en reageren met vriendelijkheid en liefde.

Vaak gaan de tekenen van God die ons oproepen tot verantwoordelijkheid ongemerkt aan ons voorbij. Toch is het onze taak als christenen om ons niet af te sluiten voor de problemen van deze wereld. We moeten werken aan een wereld van vrede en gerechtigheid, precies hier op aarde, hier en nu.

Met het woord “Effeta” – “Ga open” – roept Jezus ons op om gevoelig te zijn voor anderen, om de hardheid van ons hart te overwinnen en om ons niet af te sluiten voor de noden van de mensen, of ze nu dichtbij zijn of ver weg. We moeten liefdevolle mensen zijn, en ons hart laten kloppen in overeenstemming met het hart van Jezus zelf.

P.G.

Preek van de 22e week

22e zondag door het jaar, jaar B, 2024

We luisterden zojuist naar het evangelie waarin Jezus een ontmoeting heeft met een delegatie van Farizeeën en schriftgeleerden uit Jeruzalem. Dit blijkt een belangrijk moment. Deze mannen, bekend om hun kennis van de wet en hun religieuze plichten, komen bij Jezus op bezoek. Je zou verwachten dat ze Hem vragen zouden stellen over diepgaande onderwerpen: over God, over het Koninkrijk van God, of misschien over vergeving. Maar in plaats daarvan gaat hun aandacht uit naar iets ogenschijnlijk kleins: het reinigingsritueel voor de maaltijd.

Wat was dit reinigingsritueel? In onze moderne tijd zouden we denken aan het wassen van onze handen voor het eten, maar dit ritueel was anders. Het was geen hygiënisch wassen zoals wij dat kennen, maar een religieus gebaar, waarbij je je vingertoppen even in water doopt. Het was een religieuze regelgeving dat sommige van Jezus’ leerlingen niet strikt naleefden, en dit stoorde de Farizeeën.

Jezus, die normaal gesproken mild en geduldig is in zijn omgang met de mensen, reageert hier op een andere manier. Hij lijkt geraakt door hun focus op zo’n klein ritueel en neemt het op voor zijn leerlingen. Hij maakt duidelijk dat er belangrijkere zaken zijn om je druk over te maken dan over een ritueel dat voornamelijk symbolisch is.

Jezus grijpt deze gelegenheid aan om de Farizeeën en schriftgeleerden een spiegel voor te houden. Hij wijst hen erop dat het naleven van strikte regelgeving niet het belangrijkste is. Wat werkelijk telt, is wat er in ons hart leeft. Het naleven van regels is niet verkeerd, maar het mag ons nooit afleiden van de kern van tien geboden: liefde voor God en liefde voor onze naaste.

Jezus leert ons dat God ons niet beoordeelt op uiterlijke dingen, maar op wat er in ons binnenste, in ons hart leeft. Vergeving, zuiverheid, en ware vroomheid zijn geen dingen die je aan de buitenkant kunt zien. Het is een valkuil om te denken dat we beter zijn dan de Farizeeën door hen te bekritiseren. Maar Jezus roept ons op om naar ons eigen hart te kijken.

Aan het einde van het evangelie spreekt Jezus tot ons allemaal. Hij zegt dat zuiverheid of onzuiverheid niet van buiten komt, maar uit ons hart. Paulus zegt dat ware liefde zich uit in daden, zoals zorg voor de noodlijdenden en het afwijzen van wereldse verleidingen.

Laten we daarom niet alleen letten op uiterlijke zaken, maar vooral zorgen dat ons hart zuiver blijft en dat de liefde die God ons geeft, zichtbaar wordt in hoe we voor anderen zorgen. Amen.

P.G.

Preek van de 21e week

Beste parochianen,

Vandaag worden we voor een vraag gesteld die velen van ons herkennen: ben je voor of tegen? In onze samenleving worden we vaak gedwongen om duidelijke standpunten in te nemen over allerlei onderwerpen: van het koningshuis en politiek tot kerkelijke leiders en zelfs Jezus zelf.

Deze vragen zijn vaak niet eenvoudig, omdat ze ons in een positie brengen waarin we gedwongen worden een keuze te maken. Ze laten weinig ruimte voor nuances of een dieper begrip van het geheel.

Zelfs Jezus werd met dit zwart-wit denken geconfronteerd. Toen Hij zei dat Zijn woorden geest en leven zijn, dat Hij het Brood van het eeuwige leven is, en dat geloof in Hem eeuwig leven betekent, was dit voor velen te moeilijk om te begrijpen. Ze zeiden: “Deze taal stuit ons tegen de borst. Wie kan daar nog naar luisteren?”

Deze reacties tonen dat het al in Jezus’ tijd moeilijk was om Gods Blijde Boodschap van eeuwig leven te accepteren. Ook vandaag de dag wordt de Kerk, die deze Boodschap verkondigt, vaak simpelweg in zwart-wit termen beoordeeld. Dit brengt ons bij de kern van het probleem: geloof in God tegenover ongeloof.

In onze moderne wereld is het niet altijd makkelijk om te geloven. We leven in een tijd waarin sommigen het geloof als onredelijk afdoen. Media en opiniepeilingen proberen ons ervan te overtuigen dat geloof achterhaald is, en velen in onze omgeving lijken deze gedachte te volgen. We zien mensen hun geloof loslaten en de Kerk verlaten. Elk vertrek voedt de onzekerheid bij degenen die blijven. We leven in een tijd waarin de Kerk krimpt, waarin geloof niet meer vanzelfsprekend is, en waarin we ook zelf soms twijfelen.

In deze tijd van verandering is het gemakkelijk om de moed te verliezen. We zien vrienden, familieleden en zelfs onze eigen kinderen de Kerk verlaten. Maar juist in deze momenten van onzekerheid en twijfel stelt Jezus ons dezelfde vraag die Hij aan Zijn leerlingen stelde: “Willen jullie soms ook weggaan?”

Jezus past Zijn Boodschap niet aan om mensen aan Zich te binden. Hij blijft trouw aan wat Hij verkondigt, want Hij is het Brood des Levens, en wie in Hem gelooft, heeft eeuwig leven. Dit vraagt van ons een serieuze toewijding aan ons geloof. In een wereld die voortdurend verandert, moeten wij ons daaraan vasthouden. Elke gemeenschap, inclusief de Kerk, kent zowel tegenstanders als voorstanders.

Laten we ons verheugen dat we deel uitmaken van de Kerk, omdat we geloven in de Blijde Boodschap van Jezus: Zijn liefde voor de mensheid, het onderscheid tussen goed en kwaad, en de hoop op leven na de dood. Jezus roept ons op tot naastenliefde en om hoop te bieden aan de kwetsbaren in onze samenleving.

Dus wanneer Jezus ons vandaag vraagt: “Willen jullie soms ook weggaan?”, mogen we vol vertrouwen antwoorden zoals Petrus: “Heer, naar wie zouden we anders gaan? In uw woorden vinden we eeuwig leven.” Laten we deze woorden in ons hart bewaren, en met vreugde ons geloof blijven belijden. Amen.

P.G.

Preek van de 20e week

20ste zondag door het jaar B 2024

Wat is wijsheid? Hoe vaak stellen we onszelf die vraag? Boeken kunnen ons slechts beperkt helpen, want wijsheid komt vooral voort uit levenservaring. Het is een kunst om te leven.

Alle grote beschavingen hebben gestreefd naar wijsheid. Deze wijsheid had een praktisch doel: het moest de mens leiden tot verstandig handelen en bekwaamheid om succesvol te zijn in het leven.

De Bijbel spreekt over levenswijsheid. Wat we van anderen leren en wat we zelf ervaren, zowel vreugde als verdriet, en hoe we dat een plek geven in ons leven, maakt ons levenswijs. In de eerste lezing roept ‘Vrouwe Wijsheid’ ons op om ons te voeden met dingen die ons werkelijk wijzer maken, die ons levenswijsheid schenken.

In de Bijbelse Openbaring verschijnt het Woord van God ook in de gedaante van Wijsheid. Deze wijsheid is niet passief. Bij de schepping was zij aanwezig. God heeft haar tot een eigenschap van de werkelijkheid gemaakt door de schepping een goddelijke ordening te geven, de scheppingsorde.

De hoogste openbaring van Gods wijsheid is Zijn Zoon, Jezus, die mens werd zoals wij. Zijn geheim werd duidelijk toen Hij de woorden uit het Oude Testament over Wijsheid op zichzelf toepaste: “Kom tot Mij..” en “Wie tot Mij komt, zal geen honger meer hebben en wie in Mij gelooft, zal geen dorst meer lijden.” Jezus is de ‘Wijsheid van God’, niet alleen omdat Hij wijsheid aan de mensen geeft, maar omdat Hij Zelf de Wijsheid is. Deze Wijsheid, die verborgen was in God, is nu geopenbaard in Jezus Christus.

Jezus, de Wijsheid, heeft zijn tafel gereedgemaakt en zegt: “Als iemand van dit brood eet, zal hij eeuwig leven. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven van de wereld.” Dit betekent dat het niet alleen gaat om het eten van Jezus’ vlees en bloed, maar om een diepe levensgemeenschap in liefde. “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.” De uitnodiging om het levende brood, dat in Jezus uit de hemel is gekomen, te eten, maakt duidelijk dat Hij de bron van alle wijsheid is.

Wie zich laat leiden door ontzag voor God en de juiste weg volgt, wordt wijs en rechtvaardig genoemd. Wie wijsheid afwijst, wordt dwaas en zondaar genoemd. De schepping zelf spreekt tot ons, want ze ademt Gods wijsheid uit en maakt die zichtbaar. God is zelf Mens geworden en Zijn wijsheid is brood en wijn geworden, die Hij ons aanbiedt: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem opwekken op de laatste dag.”

Het antwoord op mijn openingsvraag mag duidelijk zijn. Wijsheid betekent; in Jezus blijven. Doen zoals Hij deed: jezelf geven (als brood en wijn, als wijsheid) voor het leven en geluk van velen. Amen.

Maria Tenhemelopneming

Het Feest van Maria Tenhemelopneming is het geloof van de Kerk dat Maria, de Moeder van Jezus, met lichaam en ziel in de Hemel is opgenomen. Haar Tenhemelopneming is een subliem voorteken van de uiteindelijke verlossing die aan alle gelovigen is beloofd, en het bevestigt zowel Maria’s heiligheid als haar verheven positie als “Koningin van de Hemel.” Dit feest schenkt ons troost en hoop, omdat het de bestemming van ons menselijk lichaam voor verheffing en eeuwig leven in de Hemel bekrachtigt.

Aandachtsvelden Feest Maria Tenhemelopneming:

  1. Maria’s plaats in het Christendom
    Maria is de centrale persoon in de christelijke theologie, met name in de context van de verlossing. Haar status als de Moeder van Christus is essentieel, aangezien Zij door haar ‘ja’ aan de engel Gabriël het mogelijk maakte dat het Woord van God Mens werd (de incarnatie). Dit ‘fiat’ van Maria is een cruciaal moment in de heilsgeschiedenis, omdat het het begin markeert van Gods fysieke aanwezigheid op aarde in de persoon van Jezus Christus. Dit feest benadrukt dat Maria’s status niet alleen biologisch is, maar ook spiritueel: ze is zowel de Moeder van Jezus als de Moeder van alle gelovigen, vanwege haar unieke verbondenheid met Hem.
  2. Magnificat en Barmhartigheid
    Het Magnificat, Maria’s lofzang uit het evangelie van Lucas, is een centraal element in de Mariaverering. In dit gebed prijst Maria God voor zijn barmhartigheid en erkent Ze haar eigen nederige positie. De lofzang benadrukt dat Maria zich bewust is van haar eigen kleinheid en ontoereikendheid, maar dat Ze tegelijkertijd erkent dat God grote dingen aan haar heeft gedaan. Het woord “barmhartigheid” speelt een sleutelrol in haar lofzang en toont Gods voortdurende genade voor hen die Hem vrezen. Maria is vol van vertrouwen op God.
  3. Maria’s Tenhemelopneming
    De Tenhemelopneming van Maria is een belangrijk aspect. Het betreft de openbaring dat Maria, vanwege haar unieke verbondenheid (Onbevlekte Ontvangenis) met Christus, met lichaam en ziel in de Hemel is opgenomen aan het einde van haar aardse leven. Deze gebeurtenis is als een voorteken van de uiteindelijke verlossing die ook aan alle gelovigen beloofd is. Maria’s Tenhemelopneming is niet alleen een bevestiging van haar eigen heiligheid, maar ook een teken van hoop en troost voor alle gelovigen, omdat het laat zien dat het menselijke lichaam bestemd is voor verheffing en niet voor afbraak.
  4. Verbinding met de Gelovigen
    Maria is de krachtige Voorspreekster voor de gelovigen. Haar roeping als “Moeder van Barmhartigheid” en haar plaats als een teken van Gods barmhartigheid maken haar een bron van hulp en troost voor degenen die zich tot haar wenden. Net zoals Maria Elisabeth bezocht om haar te helpen, staat Zij ook ons bij, vooral in tijden van nood en in het uur van onze dood. Dit maakt haar zo belangrijk in ons gebedsleven, zoals ook uitgesproken in het “Wees gegroet”, waarin wij om bijstand vragen.
  5. Theologische Reflectie op Maria’s Grootheid
    De theologische betekenis van Maria’s grootheid: Maria’s uitverkiezing en haar grootheid zijn niet voortgekomen uit eigen verdienste, maar uit de genade van God. Maria’s nederigheid en haar bereidheid om de wil van God te volgen worden geprezen als voorbeelden voor alle gelovigen. Haar bijzondere status als “Moeder van de Heer” en haar status in de heilsgeschiedenis weerspiegelen haar totale overgave aan God. De titel “Koningin van de Hemel”, die aan Maria wordt gegeven, reflecteert haar verheven positie en haar deelname aan de glorie van haar Zoon, Jezus Christus.

Conclusie
Deze aandachtsvelden tonen de plaats van Maria in het hart van de christelijke verlossingstheologie. Maria wordt gevierd en geëerd, niet alleen om wie Zij is, maar om haar unieke rol in het plan van God voor de mensheid. Haar leven, haar keuzes en haar uiteindelijke verheffing zijn voor ons voorbeelden van geloof en gehoorzaamheid, die ons oproepen tot navolging.

Pastoor Geudens

Preek van de 19e week

19de zondag door het jaar, jaar B, 2024

Er bestaat een bekend spreekwoord: “Ondank is ’s werelds loon.” We hebben allemaal wel eens teleurstelling gevoeld wanneer onze goedheid als vanzelfsprekend werd gezien en een eenvoudig ‘dankjewel’ uitbleef. Dit geldt ook voor Jezus, die brood uitdeelde aan een grote menigte als teken van Gods liefde, terwijl Hij tegelijkertijd wilde laten zien dat de mens niet alleen van brood leeft. Het gevaar bestaat namelijk dat mensen een consumptiementaliteit ontwikkelen, waarbij enkel bezit, genot en vermaak worden nagestreefd. In onze westerse samenleving zien we dit duidelijk terug; geluk lijkt vaak bepaald te worden door koopkracht. Wie niet mee kan in deze materiële race, voelt zich al snel ongelukkig.

Toch ontmoeten we ook tevreden mensen. Wat opvalt, is dat tevredenheid niet per se gekoppeld is aan rijkdom. Sommige mensen moeten rondkomen van een bescheiden inkomen en passen zich aan hun financiële mogelijkheden aan. Toch zijn zij tevreden omdat voor hen andere zaken belangrijker zijn dan geld en bezit. Zij zijn dankbaar voor de vele zegeningen in hun leven en waarderen de rijkdom van een goed huwelijk, een fijn gezin, en liefdevolle mensen om hen heen; dingen die voor geen goud te koop zijn. Vaak noemen zij hun geloof als een belangrijke bron van hun geluk, omdat zij beseffen dat er meer is tussen hemel en aarde dan alleen materiële rijkdom. Uiteindelijk moet iedereen zijn bezittingen achterlaten; “het doodshemd heeft geen zakken.” Wat blijft, is de liefde voor onze dierbaren en het vertrouwen in God, die ons nabij blijft, zelfs in tegenslagen.

Uit onderzoek blijkt dat mensen zonder God vaak meer op zichzelf gericht zijn. Hun wereld is niet groter dan hun eigen leefwereld. Kerkelijke mensen voelen daarentegen eerder de roeping om via vrijwilligerswerk bij te dragen aan een betere samenleving. Zij kijken verder dan hun eigen voordeur en zoeken naar manieren om de wereld om hen heen te verbeteren.

De vraag is welke drijfveren mensen aanzetten tot inzet voor anderen. Is het alleen de drang naar eigen gewin? Of zijn er ook andere motieven, zoals een sociaal gevoel, plichtsbesef of geloof? Voor deze laatste groep wil Jezus het geestelijke voedsel zijn: “Ik ben het Brood des levens,” zegt Hij. Zijn liefde gaat verder dan gewoon brood, want na het eten van gewoon brood krijgen we weer honger. Jezus, als het levende Brood, ondersteunt ons dagelijks, zelfs in de grootste moeilijkheden, en leidt ons naar het eeuwige leven.

“Ik ben het Brood des levens, dat uit de Hemel is neergedaald,” zegt Jezus. Deze uitspraak symboliseert Gods liefde, die essentieel is voor ons ware geluk. We kunnen onszelf niet het diepste geluk verschaffen, dat geluk dat blijft, ongeacht teleurstellingen of verdriet. Het is God die ons leven zin en betekenis geeft, die onze namen in Zijn hand heeft geschreven, en die ons helpt om egoïsme te overwinnen en te leven voor anderen. Leven betekent bouwen op die goddelijke liefde, die ons innerlijke vrede schenkt en ons voortstuwt naar het hemelse geluk. Laten wij de Heer vragen om de genade van dat geloof.

Preek van de 18e week

Jezus, de vervulling van onze harten

Beste gelovigen,

Brood en spelen, daarmee kun je mensen tevreden houden. Dat wisten de oude Romeinse keizers al. Als je de mensen maar volop te eten geeft en ze vermaakt, dan zijn ze tevreden. Er komt geen opstand en ze stellen geen verdere vragen.

In onze tijd is het manna van welvaart overal te vinden. We kopen en vermaken ons. Brood en spelen. En velen zijn daarmee tevreden en vragen niet verder. Toch zijn veel harten dor en geesten leeg, en God lijkt ver weg. Sommigen zeggen zelfs dat Hij dood is, dat Hij niet bestaat.

Geen wonder, want hoe kun je de levende God zien als je buik je afgod is geworden? Zodra er een kink in de kabel komt, wanneer brood en spelen hun glans verliezen, bijvoorbeeld bij ziekte, ongeval, eenzaamheid of dood, dan is er opeens geen uitzicht meer. Alleen opstandigheid en verwijt.

Het manna van de welvaart, beste gelovigen, is niet het ware brood uit de hemel.

In het evangelie van deze zondag zien we dat de mensen die Jezus volgen naar Kafarnaüm ook alleen maar oog hebben voor het brood dat hun magen vult. Jezus had ze overvloedig te eten gegeven. Ze zijn enthousiast, maar het is een “brood en spelen”-enthousiasme, zegt Jezus. “Jullie zijn alleen maar uit op brood dat de maag vult. Eet liever brood dat jullie hart en geest voedt. Dat wil Ik jullie geven. Dat is het ware brood uit de hemel, waarvan je nooit meer honger krijgt en dat eeuwig leven geeft.”

Als reactie roepen ze: “Geef ons dat brood. Zo’n wondermiddel willen we wel eten. Brood dat eeuwig leven geeft.” Jezus antwoordt: “Ik ben het brood des levens. Mij moet je eten. Mijn boodschap, mijn leven moet je helemaal in je opnemen. Dan zul je gelukkig zijn, dan zul je pas echt leven, verbonden met God.”

Jezus eten betekent je hart en geest voeden met zijn Geestkracht. Het betekent leven zoals Hij deed. Niet te veel stilstaan bij materiële dingen, maar bij mensen, uit liefde. Weten dat God altijd bij je blijft, in voorspoed en tegenslag. Dat God nooit dood is, omdat we in de stilte van ons hart zijn aanwezigheid voelen.

Jezus eten betekent offers brengen, lijden, ziekte, narigheid en dood aanvaarden, wetend dat God je nabij is en je door lijden en dood heen omvormt tot dezelfde heerlijkheid als die van Hem. Jezus’ woord, zijn boodschap is ons brood. En er is nog meer. In deze Heilige Mis geeft Hij ons – in een heilig teken als brood – zijn gebroken en verrezen lichaam, Zichzelf, als waar voedsel voor onze geest en ons hart. Dit brood – de Heilige Communie – komt hier vandaag op het altaar, dat is het ware brood uit de hemel, dat onze werkelijke honger stilt. De honger van ons hart: het is de Heer zelf, zijn leven, zijn dood en verrijzenis. Christus leeft in ons.