Waarom wij naar God verlangen – en waarom Hij ons al is tegemoetgekomen
Met Kerstmis vieren we niet in de eerste plaats dat mensen naar God op zoek gaan, maar dat God zelf naar ons toe is gekomen. Hij heeft zich aan ons geopenbaard. In Jezus is God zichtbaar, nabij en aanspreekbaar geworden.
Misschien lijkt God voor velen vandaag een abstract begrip, een hypothese uit een ver verleden, iets dat je kunt laten rusten zolang het leven loopt. En toch: het leven zelf zet ons telkens opnieuw op weg. Niemand van ons kan zich blijvend tevredenstellen met alleen het zichtbare, het meetbare, het functionele. Er zijn momenten – van intens geluk of van diep verlies – waarop we voelen dat dit niet alles kan zijn. Alsof ons bestaan groter is dan wat we in handen kunnen houden.
Juist in zulke momenten wordt iets in ons wakker. Een verlangen dat niet samenvalt met bezit, succes of erkenning. Een hunkering naar waarheid, naar schoonheid, naar goedheid die niet opraakt. Wie eerlijk luistert naar zijn geweten, ontdekt dat dit verlangen geen leegte is, maar een richting. Het wijst ergens naartoe. Of beter: naar Iemand.
Dat zoeken naar zin en betekenis is geen teken van zwakte. Integendeel. Het drijft de wetenschapper om verder te vragen, de kunstenaar om te scheppen, de mens in de liefde om zichzelf te overstijgen. Zelfs waar het ontspoort – in een jacht naar macht, genot of roem – blijft dezelfde dorst zichtbaar: de drang om vervuld te worden, om rust te vinden.
Tegelijk ervaren we iets anders. We willen het goede, maar doen het niet altijd. We weten wat juist is, maar kiezen soms het tegenovergestelde. In ons leeft een breuk: een spanning tussen verlangen en werkelijkheid, tussen ideaal en falen. Dat ervaren we niet alleen als teleurstelling, maar als verantwoordelijkheid. Het goede verplicht ons; het kwade beschuldigt ons. En die stem die dat onderscheid maakt, het geweten, laat zich niet wegredeneren. Ze beoordeelt niet alleen onze daden, maar onszelf.
Die stem komt niet simpelweg van onszelf of van de samenleving. We weten immers dat we ons er zelfs tegen ouders, cultuur of meerderheid “in geweten” kunnen verzetten. Het geweten wijst voorbij onszelf, naar een norm die groter is dan wij, naar een goedheid die geen grens kent. En meer nog: de gevoelens die het oproept – vrede, schaamte, berouw, vertrouwen – horen bij een ontmoeting met een persoon, niet met een abstract principe.
Daarom is het verlangen naar geluk uiteindelijk geen verlangen naar iets, maar naar Iemand. Naar de Allerhoogste, de Levende, de Algoede. Het kwaad dat wij ervaren is dan ook niet alleen het missen van iets, maar het breken van een relatie: ontrouw aan Degene die liefde is.
Waarom zoeken wij God? Omdat Hij er is. Zoals Augustinus het verwoordde: “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.” Door de eeuwen heen hebben denkers, dichters en kunstenaars dit herkend. Niet als vlucht uit de werkelijkheid, maar als haar diepste ontsluiting. Het besef van God in het geweten werd voor velen de toegang tot waarheid, vrijheid en verantwoordelijkheid.
En toch blijft één vraag: als dit verlangen zo diep in ons leeft, waarom vinden wij dan niet vanzelf de weg? Het antwoord van Kerstmis is even eenvoudig als schokkend: omdat wij die weg niet zelf hoeven te maken. God is ons tegemoetgekomen. Hij is geen verre idee gebleven, maar heeft Zich geopenbaard. In de kwetsbaarheid van een Kind laat Hij zien wie Hij is: nabij, aanspreekbaar, te vinden.
Kerstmis zegt niet: zoek harder. Het zegt: laat je vinden. God zelf is gekomen, niet om onze vragen te veroordelen, maar om ze te vervullen. En wie Hem eenmaal ontmoet, begrijpt wat Augustinus later schreef: “Te laat heb ik U bemind, Gij waart bij mij, maar ik was niet bij U.”
Dat is de kern van Kerstmis: niet de mens die zich opwerkt tot God, maar God die afdaalt naar de mens – en ons uitnodigt om eindelijk thuis te komen.
Bron: Het ware Licht, handleiding voor de praktijk van het geloofsonderricht, Bethanië Bloemendaal, Pax, Den Haag, November 1954, blz. 15-19.
Bewerking: pastoor Geudens
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.