De Dagbedevaart naar Moresnet (B) en Chèvremont (B) zal plaatsvinden op woensdag 3 mei 2017.
De geestelijke begeleiding is in handen van Mgr. E. De Jong en Proost Pastoor Burger.


Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus.
VOORTZETTING VAN DE KLEINE WEG VAN H. THERESIA VAN LISIEUX. Stichting Legioen Kleine Zielen Nederland. Proost: Mgr. Dr. E. de Jong.
De Dagbedevaart naar Moresnet (B) en Chèvremont (B) zal plaatsvinden op woensdag 3 mei 2017.
De geestelijke begeleiding is in handen van Mgr. E. De Jong en Proost Pastoor Burger.


Gebedsgroep Legioen Kleine Zielen te Berg en Terblijt
Adres: Rijksweg 73, Berg en Terblijt (Google Maps).
Programma in de grote kerk
Vanaf 14.30 uur biechtgelegenheid
Om 15.00 uur H. Mis
Met aansluitend Aanbidding
Na afloop gezellig samenzijn met koffie en vlaai
Op elke Barmhartigheidszondag is het mogelijk een volle aflaat te ontvangen. Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 1. Binnen tien dagen voor de dag van ‘Barmhartigheidszondag’ of binnen tien dagen na de dag van ‘Barmhartigheidszondag’ gaan biechten (dit geldt in ieder geval voor de Nederlandse Kerkprovincie: het zal praktisch gezien namelijk niet lukken dat zoveel mensen op een en dezelfde dag kunnen gaan biechten). 2. De Heilige Mis bijwonen (vanzelfsprekend!). 3. De dag zelf vieren tere van Gods Barmhartige Liefde. 4. De geloofsbelijdenis bidden. 5. Die dag bidden voor de intenties van de Paus. Als aan deze 5 voorwaarden wordt voldaan: dan worden je de zonden vergeven (schuld door de zonde) en worden de zondestraffen van je weggenomen (de boetedoening vanwege de zonde).
Berg en Terblijt
Rijksweg 73, Berg en Terblijt (Google Maps). Berg en Terblijt, Mechelen en Eckelrade; organiseren per 1-1-2013 samen de gebedsmiddag.
ParkstadKerkrade (Terwinselen), Hubertuslaan 80 (Google Maps). Terwinselen; 18.30 uur Rozenkrans, 19.00 uur H. Mis, aansluitend Aanbidding met barmhartigheidsrozenkrans, lezing uit de ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde’ met korte overweging, gezamenlijk gezang en gebeden en een rozenhoedje. Tevens zal er biechtgelegenheid zijn.
Contactpersoon: Mevr. A. Sijstermans-Keuven, tel. 045-5432900
H. Evangelie: Lucas 17, 11-19
Tien melaatsen worden er genezen. Slechts één daarvan keert dankbaar terug. Negen laten niets meer van zich horen. Het lijkt een aftelsommetje tot de beste of de gelovigste overblijft.
In feite is er hier iets verkeerd gegaan. Wanneer Jezus blinden doet zien en lammen lopen, zelfs wanneer Hij doden tot leven wekt, staan alleen de toeschouwers versteld en verwonderd. Zij blijven met de vraag zitten: “Wie is Hij toch, dat Hij zo’n wonderen doet?”
Alleen hier, alleen bij dit wonder is het andersom. Hier blijft Jezus versteld en verwonderd staan. Hier blijft Hij met vragen achter: ”Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?”
Gaat het hier dan niet om twéé ziekten? In plaats van één? Melaatsheid en ondankbaarheid? Het ene nog erger dan het andere?
Wij beschouwen melaatsheid als de ergste, want zij ontluistert en vernietigt het lichaam. Ze takelt de mensen af. Maar die ziekte is vandaag de dag te genezen. Er is geen wonder of ingreep meer voor nodig. Eenvoudige medicatie volstaat. Negen kansen op tien worden wij er nooit door besmet, want gelukkig komt die kwaal in onze streken zelden voor.
Tegen ondankbaarheid echter is geen enkel kruid gewassen. Ze ontluistert en vernietigt langzaam ons hart. Ondankbaarheid komt hier bij ons maar al te vaak voor. Meer dan negen kansen op de tien lijden wij er zelf óók aan. Misschien is zij al zo diep in onze ziel doorgedrongen dat wij het niet eens meer opmerken.
De meeste dingen in ons leven vinden we al zo vanzelfsprekend dat we nergens nog verwonderd of dankbaar om kunnen zijn, zoals; ‘we komen uit een goed gezin; we hebben kinderen om van te houden; er is een gedekte tafel en een huis om in te wonen; we voelen ons gezond; we hoeven geen genegenheid of geborgenheid te ontberen; we hebben goed werk’, enz…
Wij denken dat het zo hoort, dat het ons van nature zo toekomt. We waarderen het niet als een geschenk dat ons – langs God en de mensen om – onverdiend in de handen is gevallen. Wij allen lijden aan die ziekte!
Als we het Evangelie goed beluisteren of diep in ons hart durven te kijken, merken we de symptomen ervan op. Gedurende heel ons leven staan we er zelden bij stil, dat er ons zoveel gegeven wordt. We houden zelden halt op de plaats om eens “dank U wel” te zeggen tegen God.
Geen wondermiddel kan de ziekte van ‘ondankbaarheid’ genezen! Er is slechts één oplossing en één genezing. De vragen die Jezus zich in het H. Evangelie stelt, moeten wij ook onszelf durven te stellen, regelmatig en eerlijk, als een gewetensonderzoek. “Ben ook ik niet gereinigd door Gods genade? Moet ook ik me niet tot God keren om Hem de eer te brengen die Hem toekomt?”
Meer dan negen kansen op tien zullen wij dan ook de woorden in ons hart horen: “Sta op en ga heen, uw geloof heeft u gered”.
Vgl. bron: Bezinningen van Gods Woord van dag tot dag, door de Norbertijnen van de Abdij Postel, Turnhout, Brepols, 1989, blz. 699-701.
Bewerking door pastoor Geudens

Foto boven: Pater Yves-Marie op het priesteraltaar van de Mariabasiliek in Chèvremont tijdens de grote Internationale Bedevaart op 21 juni 2014.


Pater Karmeliet Yves Marie Legrain hebben vele kleine zielen mogen ervaren als een zeer integer en warm persoon, Hij was een goede biechtvader voor Marguerite en een zeer geliefd Internationaal geestelijk leidsman.
De plechtige Eucharistieviering werd gevierd op zaterdag 3 maart 2018 in de parochiekerk: ‘Sainte-Marie’.
De vooravondviering – die de laatste geestelijke leidsman van Marguerite was – werd opgedragen in de Kapel van de Barmhartige Liefde op vrijdag 2 maart 2018.
Weekend van de 27ste zondag door het jaar, 1 en 2 oktober 2016.
Heer, geef ons meer geloof!
H. Evangelie volgens Lucas 17, 5-10: In die tijd zeiden de apostelen tot de Heer: “Geef ons meer geloof.” De Heer antwoordde: “Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen. Wie van u zal tot de knecht, die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder bij diens thuiskomst van het land zeggen: Kom meteen aan tafel en tast toe? Zal hij niet eerder zeggen: Maak mijn maaltijd klaar; omgord je en bedien mij, terwijl ik eet en drink; daarna kun je zelf eten en drinken? Moet hij die knecht soms dankbaar zijn, omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen? Zo is het ook met u: wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: Wij zijn maar gewone knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.”
“Stil, er zijn kinderen bij!” Deze waarschuwing hoor je regelmatig wanneer volwassenen onder elkaar bezig zijn. De aanwezigheid van een kind filtert de woorden van grote mensen. Harde taal of ruwe zegswijzen worden er uitgezeefd. Kinderen werken milieu-vriendelijk in op volwassenen. Ze zuiveren de atmosfeer en verzachten het klimaat. Levend vlak bij ons, lijken ze toch van een andere wereld. Een wereld die ons af en toe met heimwee vervult. In die kleine wereld hebben onze grote woorden weinig bestaansrecht. We moeten ze vertalen in klare, directe gebaren. Liefde is voor een kind geen woord. Het heeft er geen boodschap aan. Het is wel de kus van moeder of het stoeien met vader. Geborgenheid is voor een kind geen begrip. Het voelt zich wel veilig op moeders schoot of op vaders arm. Over bezorgdheid en genegenheid kan je niet praten met een kind. Maar je kan wel zijn tranen wegstrelen of verhaaltjes vertellen aan zijn bed. Geloven is voor een kind een ijdel woord. Maar nog voor het spreken kan, reageert het op moeders glimlach en kent het de klank van vaders stem. Eigenlijk moeten we ons afvragen wie wie dan aan het opvoeden is. Wij leren hun hun man te staan in onze soms harde wereld. Wij voeden hen op om groot en sterk te worden. Wij ‘wapenen’ hen voor de toekomst. Dat is, als volwassenen, onze plicht. Maar zij blijven ons keer op keer ontwapenen. Dat is, als kind, hun recht. Zij moeten groter worden. Wij mogen gerust wat kleiner worden.
Jezus is heel duidelijk. Het kind heeft voor Hem een opvoedende waarde. De enige woorden die ons uit Zijn kindertijd zijn overgebleven, zijn belerende woorden aan Maria en St. Jozef. “Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van Mijn Vader moest zijn?” (Lc. 2, 49). Zij wisten het niet. Maar later begrijpt zijn Moeder heel goed “wat Hij ermee bedoelt.”
Wanneer Jezus’ leerlingen onder elkaar wedijveren wie van hen de grootste is, wijst Hij een kind als maatstaf aan. Diezelfde maatstaf houdt Jezus ons voor ogen, wanneer Hij over vergeving spreekt. De wankele stappen van een kind, zijn vallen en opstaan, zijn kattenkwaad of pekelzonden leren ons geduldig en mild te zijn. Het kost ouders weinig moeite hun kinderen te berispen. Hun kinderen geven er zelf voldoende gelegenheid toe. “Ik heb het u honderd keer gezegd”, heeft elk kind van zijn ouders gehoord. Maar even spontaan en zonder berekenen komt ook de vergeving: “Kom, ’t is goed.” Want er is liefde en geloof in elkaar.
Zo moet gij ook met uw broeders doen, zegt Jezus. Verwondering en ontvankelijkheid, vertrouwen en eenvoud, zuiverheid en zachtmoedigheid behoren tot de wereld van het kind, maar ook tot het Rijk dat Jezus verkondigt. Beide grenzen aan elkaar.
De reactie van de apostelen is bijna een gebed. Ze voelen aan dat ze nog ver van dat Rijk van God verwijderd zijn. Maar evengoed weten ze wat hen nog ontbreekt: ”Geef ons meer geloof.” En Jezus gebruikt opnieuw een beeld, waar alleen volwassenen het moeilijk mee hebben. Een moerbeiboom plant zijn wortels in de zee. Een kind gelooft dat er bomen kunnen groeien in de zee, net zo goed als het rotsvast gelooft dat zijn moeder de liefste vrouw en zijn vader de sterkste man van heel de wereld is.
Vgl. bron: Bezinningen van Gods Woord van dag tot dag, door de Norbertijnen van de Abdij Postel, Turnhout, Brepols, 1989, blz. 695-697.
Bewerking door pastoor Geudens

Beste broeders en zusters,
Kleine Zielen van de hele wereld, jullie zijn allemaal verbonden met Pater Yves-Marie Legrain. Ik ben zo vrij om u te verzoeken om een vereniging in gebed voor hem.
Laat ons vragen aan de Heilige Geest op hem neer te dalen (en op ieder van ons) zodat deze beproeving in een sfeer van vertrouwen, overgave en offer beleefd mag worden, op voorspraak van Marguerite van wie hij de vertrouweling is geweest tijdens zoveel jaren.
De beheerder van de website, pastoor Geudens
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.