De Liturgie van Goede Vrijdag

De Liturgie van Goede Vrijdag

Deze dag, met al haar soberheid, staat in het teken van de rouw. Toch wordt zij Goede Vrijdag genoemd. Op het eerste gezicht lijkt dat een absurde naam, als we bedenken wat er op deze dag ooit is gebeurd. Maar christenen willen juist in de ‘dwaasheid van het kruis’ geloven. “Moest de Messias dit alles niet lijden om zo zijn heerlijkheid binnen te gaan?”

Jezus heeft de dood zelf ondergaan, en dat biedt ons troost: hoe diep of donker de afgrond van de dood ook is, Jezus is daar geweest. Hij toont ons dat zelfs op de bodem van die put het eeuwige leven te vinden is.

De sterfdag van Jezus wordt van oudsher herdacht zonder eucharistieviering. Waar mogelijk vindt de viering plaats om drie uur ’s middags, het moment waarop Jezus stierf. Omdat veel mensen dan nog werken, wordt de viering op veel plaatsen naar de avond verplaatst. Wel wordt soms om drie uur de kruisweg gebeden.

De liturgische opbouw lijkt op die van een eucharistieviering: vooraf een dienst van het Woord, aan het eind de communie. In plaats van de offerdienst staat echter de verering van het heilig kruis centraal. Het lijdensverhaal en de kruisverering vormen het hart van deze plechtige dienst.

De viering begint in stilte. Priester en assistenten betreden zwijgend de kerk en werpen zich plat op de grond of knielen neer, als teken van rouw en nederigheid voor God. Het is een krachtig ritueel, zeker als het met innerlijke overtuiging wordt uitgevoerd. De aanwezige gelovigen staan.

Vervolgens worden lezingen uit de profeet Jesaja en uit de brief aan de Hebreeën voorgelezen. Daarna volgt het passieverhaal uit het evangelie volgens Johannes, dat ook gezongen kan worden.

In het licht van dit lijdensverhaal worden tijdens de grote voorbeden uitvoerig de noden van Kerk en wereld aan God opgedragen.

Vervolgens vindt de kruisverering plaats. Hierbij wordt een groot, goed zichtbaar kruis getoond – het mag zelfs feestelijk versierd zijn. In de christelijke traditie staat immers niet het lijden, maar de Verheerlijkte Heer centraal. Vaak is het kruis met een paarse doek bedekt.

Drie keer wordt, telkens op een hogere toon, gezongen: “Dit is het kostbaar kruis, waaraan de Redder van de wereld heeft gehangen”, waarop allen antwoorden: “Komt, laten wij aanbidden.”

Bij elke keer wordt een deel van de doek verwijderd, totdat het kruis volledig zichtbaar is. Daarna worden de gelovigen uitgenodigd om naar voren te komen en op eigen wijze eer te betonen: door het kruis aan te raken, te kussen, bloemen neer te leggen of een lichtje aan te steken. Men kan vooraf gevraagd worden bloemen mee te brengen. De verering is persoonlijk, ieder kiest zijn of haar eigen vorm.

Na de kruisverering wordt het kruis naar de gebruikelijke plaats bij het altaar gebracht. Brandende kaarsen worden rondom of op het altaar geplaatst. Naast de kruisverering zoals in het Altaarmissaal beschreven, zijn ook andere rituelen mogelijk, zoals het brengen van bloemen.

De acolieten leggen vervolgens een altaardwaal, een corporale en het Altaarmissaal op het altaar. De priester of diaken begeeft zich, voorafgegaan door twee acolieten met brandende kaarsen, naar de plaats waar het eucharistisch Brood bewaard wordt. Daar wordt hem een schoudervelum omgelegd. In stilte – zonder processie – keert hij via de kortste weg terug naar het altaar.

Daar worden het velum afgenomen. Allen blijven staan. Het Onze Vader wordt gebeden en de communie wordt op de gebruikelijke wijze uitgereikt. Na afloop worden de ciborie of hostieschaal op een passende plaats bewaard, of, als dat nodig is, teruggeplaatst in het tabernakel.


Schematisch overzicht van de viering

  • Intocht: Priester en assistenten komen binnen en gaan plat op de grond liggen of knielen. Moment van stilte. Er worden geen kruis of kaarsen meegedragen.
  • Openingsgebed
  • Dienst van het Woord: Lezingen uit het Oude en Nieuwe Testament, gevolgd door het lijdensverhaal volgens Johannes. Daarna homilie en de grote voorbeden.
  • Kruisverering: Het tonen van het kruis (en eventueel de onthulling ervan) met aansluitende verering door de gelovigen.
  • Overbrenging van het eucharistisch Brood
  • Onze Vader en Communie
  • Gebed na de communie en ‘gebed over het volk’. De viering eindigt in stilte; het altaar wordt ontdaan van alle versieringen.