28ste zondag door het jaar, B, 2024
Eerste lezing: Wijsh. 7,7-11; Tweede lezing: Hebr. 4, 12-13; Evangelie: Mc. 10,17-30
Inleiding
Het evangelieverhaal van de rijke jongeling van deze morgen fungeert als een spiegel voor velen van ons. Deze jongeman, die welvarend is en zoekend naar zingeving, vertoont gelijkenissen met de doorsnee-gelovige vandaag de dag. Ondanks zijn materiële rijkdom verlangt hij naar iets dat verder gaat dan het aardse: het eeuwige leven bij God. Hij zoekt antwoorden op de grote vragen van het leven en hoopt deze te vinden bij Jezus, waarin hij duidelijk vertrouwen stelt. Maar hoe bereikt hij dat? Hoe kan hij in contact komen met de eeuwige God?
Preek
Jezus antwoordt de rijke jongeling in eerste instantie door de bekende geboden te noemen: “Gij zult niet doden, gij zult niet stelen,” en andere voorschriften die iedereen die opgroeit binnen het geloof wel kent. Deze geboden zijn bedoeld om richting te geven aan een goed en rechtvaardig leven. Veel mensen herinneren zich deze nog uit hun catechismus of de Tien Geboden die we vroeger leerden. De jongeman, vol vertrouwen, antwoordt dat hij deze geboden al van jongs af aan heeft nageleefd. Voor hem zijn deze regels de weg naar het eeuwige leven.
Op dat moment lijkt het gesprek afgesloten. De vraag van de jongeling lijkt beantwoord: hij leeft volgens de voorschriften, dus zou de weg naar het eeuwige leven voor hem open moeten liggen. Maar Jezus neemt dan een onverwachte wending. Hij kijkt de jongeling liefdevol aan, en ineens verandert alles. Wat begon als een formeel gesprek over regels, verandert in een diepere, persoonlijke ontmoeting. Jezus kijkt voorbij de geboden en richt zich op het hart van de jongeman. Dit is waar de kern van het geloof ligt: een persoonlijke relatie met Jezus, waarin je door Zijn liefde wordt geraakt.
Jezus maakt duidelijk dat geloven niet slechts het volgen van regels inhoudt. Het vraagt om een radicale keuze: alles loslaten en Hem volgen. Voor de rijke jongeling betekent dit letterlijk afstand doen van alles wat hij bezit. Jezus zegt tegen hem: “Verkoop alles wat je hebt, geef het aan de armen, kom dan terug en volg Mij.” Deze oproep is niet alleen voor de jongeman bedoeld, maar geldt ook voor ons allemaal. Geloven betekent je volledig overgeven en loslaten wat je vastbindt, vooral je materiële bezittingen en egoïstische verlangens. Jezus vraagt de jongeling om zijn liefde voor God te tonen door te delen met anderen, vooral met degenen die het minder hebben.
Op dat moment struikelt de jongeling. Hij kan zijn rijkdom niet loslaten. Zijn bezittingen hebben een te sterke greep op hem, en dit belemmert hem om Jezus te volgen. Verdrietig vertrekt hij, omdat hij de radicale stap die Jezus van hem vraagt niet kan nemen. Zijn gehechtheid aan zijn bezit staat in de weg van een diepere relatie met Jezus en groei in geloof.
Het verhaal van de rijke jongeling laat ons zien dat geloven begint met een persoonlijke ontmoeting met Jezus. Zijn liefdevolle blik raakt ons, maar Zijn liefde vraagt ook om een antwoord. Het naleven van geboden alleen is niet genoeg; de liefde van Jezus vraagt om daden. Daden van medeleven, delen, en zorg voor de ander, vooral voor de armen en behoeftigen.
Maar is dat niet te veel gevraagd? Als geloven inhoudt dat we alles moeten loslaten om Jezus te volgen, lijkt dat een zware opgave. Toch vraagt Jezus dit van iedereen die Hij liefdevol aankijkt, en dat zijn wij allemaal? Hij vraagt ons niet alleen om regels te volgen, maar om ons leven in te richten naar Zijn liefde en de liefde voor onze naaste. Amen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.