Preek Witte Donderdag

“Vurig heb Ik verlangd, voordat Ik ga lijden, dit paasmaal met u te eten!” (Lc 22,15). Met deze woorden heeft Jezus de viering geopend van zijn laatste maaltijd én van de instelling van de heilige Eucharistie.

Jezus liep op zijn stervensuur vooruit want tijdens dit avondmaal bood Hij zijn lichaam en bloed reeds aan, vóórdat Hij gestorven was! Hij stierf pas een dag later aan het Kruis. In het diepste van zijn hart heeft Hij op het moment gewacht waarop Hij zichzelf zou geven aan de zijnen onder de gedaanten van brood en wijn. Hij heeft op dit moment van de instelling van de eucharistie gewacht, zoals een bruidegom uitziet naar zijn bruid. De eucharistie kan worden opgevat als de ware messiaanse bruiloft: de gaven van deze aarde, namelijk brood en wijn, worden omgevormd in Zijn Lichaam en Bloed. Hij wordt één met de zijnen, om hen in Zichzelf om te vormen. In het verlangen van Jezus kunnen we het verlangen van God zelf herkennen – zijn liefde voor de mensen, een liefde in verwachting. De liefde die wacht op het moment van de vereniging, de liefde die de mensen tot zich wil trekken.

Jezus verlangt naar ons, Hij wacht op ons! En wij, verlangen wij echt naar Hem? Voelen we ons innerlijk gedreven om Hem te ontmoeten, zoals twee geliefden naar elkaar uitzien? De liefde moet van beide kanten komen. Verlangen we vurig zijn nabijheid, één te worden met Hem, Hij die Zichzelf aan ons schenkt in de heilige Eucharistie? Of zijn we onverschillig, afgeleid, gevuld met andere dingen? Volgens de gelijkenissen van Jezus over de maaltijden, waarover Hij sprak in het evangelie, weten we dat Hij de realiteit van de leeg gebleven plaatsen kent, het negatieve antwoord, de ongeïnteresseerdheid voor Hem. De lege stoelen op het bruiloftsmaal van de Heer, met of zonder uitvluchten, zijn voor ons, sinds lange tijd inmiddels, niet een gelijkenis, maar een huidige realiteit, juist in die landen waarin Hij blijk had gegeven van zijn bijzondere nabijheid.

Tijdens zijn laatste maaltijd, de instelling van de eucharistie, heeft Jezus vooral gebeden. Eucharistie betekent eigenlijk: “dankzegging”. De opwaartse beweging van de dankzegging tot God en de neerwaartse beweging van de zegeningen van de Heer, gaan samen. Jezus zet zijn Lijden om in gebed, in een offerande aan de Vader voor ons, mensen. Deze omzetting van zijn lijden in liefde bezit een omvormende kracht voor de gaven waarin Hij zichzelf nu geeft. Hij vormt het brood en de wijn om in Zichzelf. Hij geeft Zichzelf daardoor aan ons, opdat wij omgevormd worden naar Hem. Het werkelijke en uiteindelijke doel van de eucharistische omvorming is onze omvorming zelf in de gemeenschap met Christus. De Eucharistie is gericht op de nieuwe mens, de nieuwe wereld zoals die alleen kan voortkomen uit God doorheen het werk van de Dienaar Gods, Jezus.

Met de Eucharistie wordt de Kerk geboren. Wij allen eten van hetzelfde brood, wij krijgen hetzelfde lichaam van de Heer. Hij maakt ons allen één, tot één lichaam! De Eucharistie is het mysterie van de innige nabijheid en van de gemeenschap van ieder met de Heer. En tegelijkertijd is zij de zichtbare vereniging van allen. De Eucharistie is hét sacrament van de eenheid. Ze reikt tot in het mysterie van de Drieëenheid, en ze schept eveneens tegelijkertijd de zichtbare eenheid. Zij is dus de zeer persoonlijke ontmoeting met de Heer, en toch is zij nooit alleen een individuele daad van godsvrucht. Wij vieren haar noodzakelijk allen tezamen, verenigd met heel de katholieke Kerk!

Wij allen moeten steeds opnieuw God en Zijn Zoon Jezus Christus leren aanvaarden zoals Hij is en niet zoals wij zouden willen dat Hij is. Wij hebben misschien moeite om te aanvaarden dat Hij zich heeft gebonden aan de grenzen van zijn Kerk en zijn bedienaars, die in de H. Mis, in de H. Eucharistie voorgaan. Wij komen misschien in de bekoring ons te verschuilen achter excuses wanneer ons toebehoren tot Christus te gevaarlijk wordt (denken wij aan Petrus; na drie verloocheningen kraaide er een haan).

En toch zegt Jezus vanuit heel Zijn Hart: “Vurig heb Ik verlangd dit paasmaal met ú te eten!”. Heer, Gij verlangt naar ons, Gij verlangt naar mij. Gij verlangt Uzelf te geven aan mij in de heilige Eucharistie, U te verenigen met ons allen. Heer, wek ook in ons het verlangen naar U. Versterk ons in de eenheid met U en onder ons. Geef aan uw Kerk de eenheid, opdat de wereld zou geloven. Amen.